diff --git a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md index 760cf4a2e7d..8dbf29183f6 100644 --- a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md +++ b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md @@ -28,7 +28,7 @@ d. een energiebelasting. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. *Onze Minister:* Onze Minister van Financiën; -b. *Onze Ministers:* Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; +b. *Onze Ministers:* Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; c. *GN-code:* de code, bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG 1987, L 256), zoals deze luidde op 1 januari 2018. **2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen de GN-codes, genoemd in deze wet en de daarop berustende bepalingen worden aangepast indien de overeenkomstige GN-codes zoals opgenomen in Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU 2003, L 283), in overeenstemming met artikel 2, vijfde lid, van die richtlijn zijn aangepast. In dat geval kan bij regeling van Onze Minister eveneens de laatstgenoemde datum in het eerste lid, onderdeel c, worden vervangen door de datum van de versie van de in dat onderdeel bedoelde verordening die aan de wijziging van de GN-codes ten grondslag heeft gelegen. @@ -163,7 +163,7 @@ c. in overige gevallen op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. ### Artikel 18 -Het tarief bedraagt € 0,339 per kubieke meter leidingwater. +Het tarief bedraagt € 0,343 per kubieke meter leidingwater. ### Artikel 18a @@ -238,28 +238,24 @@ Onder de naam afvalstoffenbelasting wordt een belasting geheven ter zake van: a. de afgifte ter verwijdering van afvalstoffen aan een inrichting, met uitzondering van afvalstoffen waarvan uit boeken en bescheiden blijkt dat zij naar Nederland zijn overgebracht in de zin van de EVOA; b. de verwijdering van afvalstoffen binnen de inrichting waarin deze zijn ontstaan; -c. het verkrijgen van toestemming tot overbrenging van afvalstoffen uit Nederland om deze buiten Nederland te laten verbranden. +c. de overbrenging van afvalstoffen uit Nederland om deze buiten Nederland te verwijderen of te laten verwijderen met toepassing van een ingevolge de EVOA bij beschikking verleende toestemming tot overbrenging, met uitzondering van afvalstoffen waarvan uit boeken en bescheiden blijkt dat zij naar Nederland zijn overgebracht in de zin van de EVOA. -**2.** De aan een inrichting afgegeven afvalstoffen worden geacht alle te zijn afgegeven ter verwijdering. +**2.** De aan een inrichting afgegeven afvalstoffen en de uit Nederland overgebrachte afvalstoffen worden geacht alle ter verwijdering te zijn afgegeven, onderscheidenlijk overgebracht. -**3.** Een ingevolge de EVOA bij beschikking verleende toestemming tot overbrenging van afvalstoffen uit Nederland wordt geacht een toestemming te zijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor het totale gewicht van de afvalstoffen waarop die toestemming betrekking heeft, tenzij uit de beschikking anders blijkt. +**3.** De uitzondering voor afvalstoffen die naar Nederland zijn overgebracht, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c geldt niet voor afvalstoffen die in Nederland zijn ontstaan of zijn vermengd met afvalstoffen die in Nederland zijn ontstaan. -**4.** De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde uitzondering voor afvalstoffen die naar Nederland zijn overgebracht geldt niet voor afvalstoffen die in Nederland zijn ontstaan of zijn vermengd met afvalstoffen die in Nederland zijn ontstaan. - -**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. ### Artikel 23a -**1.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt voor bepaalde afvalstoffen vastgesteld dat geen afvalstoffenbelasting wordt geheven ter zake van het verkrijgen van toestemming tot overbrenging van die afvalstoffen uit Nederland om deze buiten Nederland te laten verbranden. - -**2.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, heeft alleen betrekking op afvalstoffen waarvan ter zake van de afgifte ter verwijdering van afvalstoffen aan een inrichting in Nederland geen afvalstoffenbelasting wordt geheven. +Vervallen ### Artikel 24 De belasting wordt geheven: a. bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdelen a en b: van de houder van de inrichting; -b. bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c: van degene aan wie ingevolge de EVOA toestemming is verleend de afvalstoffen uit Nederland over te brengen. +b. bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c: van de kennisgever, bedoeld in artikel 2, vijftiende lid, van de EVOA, aan wie de toestemming is verleend. ### Afdeling 3. Maatstaf van heffing en verschuldigdheid @@ -270,9 +266,50 @@ b. bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c: van degene aan wie in De belasting wordt berekend: a. bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdelen a en b: over het gewicht van de afvalstoffen die ter verwijdering worden afgegeven, onderscheidenlijk worden verwijderd binnen de inrichting waarin deze zijn ontstaan, gemeten in kilogrammen; -b. bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c: over het gewicht van de afvalstoffen waarvoor toestemming wordt verkregen tot overbrenging uit Nederland om deze buiten Nederland te laten verbranden, gemeten in kilogrammen. +b. bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c: over het gewicht van de afvalstoffen die uit Nederland worden overgebracht ter verwijdering buiten Nederland, gemeten in kilogrammen. -**2.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop het gewicht van de afvalstoffen wordt bepaald. +**2.** Wanneer de afvalstoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, in het buitenland op een zodanige wijze zijn gestort of verbrand dat bij een vergelijkbare verwerking in Nederland een lager belastingbedrag verschuldigd zou zijn, wordt ook voor de heffing ten aanzien van de uit Nederland overgebrachte afvalstoffen dit lagere belastingbedrag in aanmerking genomen. + +**3.** Het gewicht van de uit Nederland overgebrachte afvalstoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, alsmede, indien van toepassing, de wijze van verwerking in het buitenland, bedoeld in het tweede lid, blijkt uit een beschikking van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Artikel 1, derde lid, en hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn niet van toepassing met betrekking tot deze beschikking. + +**4.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop het gewicht van de afvalstoffen wordt bepaald. + +### Artikel 25a + +**1.** De kennisgever, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, dient de aanvraag tot het geven van de beschikking, bedoeld in artikel 25, derde lid, in bij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Zodra de kennisgever constateert dat gegevens in de aanvraag onjuist of onvolledig zijn meldt hij dit onverwijld aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. + +**2.** De kennisgever dient de aanvraag in binnen vier weken nadat de verklaring, bedoeld in artikel 16, onderdeel e, EVOA, is ontvangen, dan wel ontvangen had moeten zijn, voor alle afvalstoffen die zijn overgebracht uit Nederland met toepassing van de toestemming, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c. + +**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat trekt de beschikking, bedoeld in artikel 25, derde lid, in indien na afgifte van de beschikking blijkt dat de in de aanvraag of de beschikking vermelde gegevens zodanig onjuist of onvolledig zijn, dat het gewicht, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b of de wijze van verwerking in het buitenland, bedoeld in artikel 25, tweede lid, niet juist kan worden vastgesteld. + +**4.** + +Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat geeft de beschikking, bedoeld in artikel 25, derde lid, ambtshalve af indien: + +a. de aanvraag niet binnen de termijn, genoemd in het tweede lid, is ontvangen; dan wel +b. de beschikking op grond van het derde lid is ingetrokken. + +Een ambtshalve afgegeven beschikking als bedoeld onder b vervangt voor de toepassing van artikel 25, derde lid, de op grond van het derde lid ingetrokken beschikking met ingang van het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt ingevolge artikel 26, aanhef en onderdeel c. + +**5.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekt de gegevens van de beschikking, bedoeld in artikel 25, derde lid, aan de inspecteur ten behoeve van de belastingheffing. + +**6.** + +Bij of krachtens op voordracht van Onze Ministers vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent: + +a. de wijze van indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, waarbij in afwijking van de artikelen 2:14, eerste lid, en 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden bepaald dat de aanvraag geheel of gedeeltelijk elektronisch wordt ingediend of in ontvangst wordt genomen; +b. de gegevens die de kennisgever verstrekt bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid; +c. de wijze waarop de kennisgever gehouden is zijn administratie te voeren; +d. de inhoud en het afgeven van de beschikking, bedoeld in artikel 25, derde lid; +e. de wijze waarop de melding, genoemd in het eerste lid, tweede zin, wordt gedaan. + +**7.** Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens het zesde lid, onderdeel c, gestelde regels zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen ambtenaren. + +**8.** Van een besluit als bedoeld in het zevende lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. + +**9.** In geval van overtreding van de bij of krachtens het zesde lid, onderdeel c, gestelde regels kan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een last onder dwangsom opleggen. + +**10.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. ### Artikel 26 @@ -280,11 +317,11 @@ De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop: a. de afvalstoffen ter verwijdering worden afgegeven; dan wel b. de afvalstoffen binnen de inrichting waarin deze afvalstoffen zijn ontstaan, worden verwijderd; dan wel -c. de geldigheidsduur van de beschikking, houdende toestemming tot overbrenging, is verlopen. +c. de geldigheidsduur van de beschikking, houdende toestemming tot overbrenging, is verlopen, en zes kalendermaanden zijn verstreken sinds de maand waarin de verklaring, bedoeld in artikel 16, onderdeel e, van de EVOA, is ontvangen, dan wel ontvangen had moeten zijn, voor alle afvalstoffen die met toepassing van de toestemming zijn overgebracht uit Nederland. ### Artikel 27 -**1.** Op de verschuldigde belasting wordt in mindering gebracht de belasting ter zake van stoffen, preparaten of voorwerpen die de inrichting, al dan niet na nuttige toepassing, hebben verlaten, met dien verstande dat de vermindering niet wordt toegepast ter zake van percolaat of stortgas. +**1.** Op de ingevolge artikel 23, eerste lid, onderdeel a of b, verschuldigde belasting wordt in mindering gebracht de belasting ter zake van stoffen, preparaten of voorwerpen die de inrichting, al dan niet na nuttige toepassing, hebben verlaten, met dien verstande dat de vermindering niet wordt toegepast ter zake van percolaat of stortgas. **2.** @@ -303,7 +340,7 @@ b. hoeveel belasting ter zake van de stoffen, preparaten en voorwerpen geheven i ### Artikel 27a -**1.** Op de verschuldigde belasting wordt in mindering gebracht de belasting ter zake van stoffen, preparaten of voorwerpen die in de inrichting in een zodanige staat zijn gebracht, dat deze op grond van artikel 22, tweede lid, niet langer tot afvalstoffen worden gerekend. +**1.** Op de ingevolge artikel 23, eerste lid, onderdeel a of b, verschuldigde belasting wordt in mindering gebracht de belasting ter zake van stoffen, preparaten of voorwerpen die in de inrichting in een zodanige staat zijn gebracht, dat deze op grond van artikel 22, tweede lid, niet langer tot afvalstoffen worden gerekend. **2.** Het eerste lid is slechts van toepassing voor zover uit boeken en bescheiden blijkt dat ten aanzien van de stoffen, preparaten en voorwerpen wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, gesteld bij of krachtens artikel 22, tweede lid. @@ -321,27 +358,37 @@ b. hoeveel belasting ter zake van de stoffen, preparaten en voorwerpen geheven i Het tarief bedraagt in geval van: -a. het storten van afvalstoffen: € 13,21 per 1.000 kilogram; -b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 13,21 per 1.000 kilogram; +a. het storten van afvalstoffen: € 32,12 per 1.000 kilogram; +b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 32,12 per 1.000 kilogram; c. het verbranden van afvalstoffen in een installatie waarin op grond van bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gestelde voorschriften, dan wel een op grond van laatstgenoemde wet afgegeven omgevingsvergunning, geen huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen en gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand: nihil; -d. het verkrijgen van toestemming tot overbrenging van afvalstoffen uit Nederland: nihil. +d. de overbrenging van afvalstoffen: € 32,12 per 1.000 kilogram. -**2.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het tarief voor het storten van afvalstoffen die ter verwijdering worden afgegeven in partijen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaan uit door bij die regeling vast te stellen categorieën van gevaarlijke afvalstoffen, wordt vastgesteld tot een verlaagd percentage van het tarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan wel tot nihil. +**2.** Bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c, wordt voor de gehele periode van overbrenging het laagste tarief toegepast dat gedurende deze periode op enig moment geldt ingevolge het eerste lid, onderdeel d. De periode van overbrenging vangt aan op het tijdstip van aanvang van de eerste fysieke overbrenging met toepassing van de toestemming, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, en eindigt op het tijdstip van de aanvang van de laatste fysieke overbrenging met toepassing van die toestemming. + +**3.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van het bepaalde bij het tweede lid. + +**4.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het tarief voor het storten van afvalstoffen die ter verwijdering worden afgegeven in partijen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaan uit door bij die regeling vast te stellen categorieën van gevaarlijke afvalstoffen, wordt vastgesteld tot een verlaagd percentage van het tarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan wel tot nihil. ### Afdeling 5*. Vrijstelling ### Artikel 29 -**1.** Vrijgesteld is de afgifte ter verwijdering of het verkrijgen van toestemming tot overbrenging uit Nederland van baggerspecie. +**1.** Vrijgesteld is de afgifte ter verwijdering of overbrenging ter verwijdering van baggerspecie. **2.** Indien baggerspecie ter verwijdering wordt afgegeven aan inrichtingen waar op grond van de voor die inrichting geldende omgevingsvergunning voor een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer, ook andere afvalstoffen dan baggerspecie mogen worden gestort, wordt door de aanbieder van de baggerspecie aan de houder van de inrichting een verklaring overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van baggerspecie. -**3.** De in het tweede lid bedoelde verklaring wordt verstrekt door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. +**3.** De in het tweede lid bedoelde verklaring wordt verstrekt door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. ### Artikel 29a Onder bij of krachtens op de voordracht van Onze Minister bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen is vrijgesteld de afgifte ter verwijdering aan een inrichting van zuiveringsslib dat is bestemd om binnen die inrichting te worden verbrand. +### Artikel 29b + +**1.** Vrijgesteld is de afgifte ter verwijdering of overbrenging ter verwijdering van afzonderlijk aangeboden asbest en asbesthoudende producten die toegepast zijn geweest als dakbedekking. + +**2.** Bij of krachtens op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend. + ### Afdeling 6*. Teruggaaf ### Artikel 30 @@ -374,15 +421,11 @@ De belastingplichtige, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, is gehouden de admini a. op basis van welke beschikking, houdende toestemming tot overbrenging, de afvalstoffen zijn overgebracht uit Nederland; b. welke stoffen, preparaten en voorwerpen in welke hoeveelheden uit Nederland zijn overgebracht en op welk tijdstip het vervoer van de afvalstoffen in het kader van de overbrenging is aangevangen. -### Afdeling 8. Overgangsregelingen +### Afdeling 8. Overgangsregeling ### Artikel 31a -Vervallen - -### Artikel 31b - -Vervallen +Met betrekking tot een toestemming tot overbrenging als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, die is verleend vóór 1 januari 2019, wordt de periode van overbrenging, bedoeld in artikel 28, tweede lid, in afwijking van dat lid geacht aan te vangen op het tijdstip van de aanvang van de eerste fysieke overbrenging na 31 december 2018 met toepassing van die toestemming. ## Hoofdstuk V. Kolenbelasting @@ -526,7 +569,7 @@ De belasting wordt berekend over het gewicht van de kolen, uitgedrukt in kilogra ### Artikel 43 -Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 14,63. +Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 14,81. ### Afdeling 5. Vrijstellingen @@ -618,7 +661,7 @@ x. productie-installatie: een productie-installatie als bedoeld in artikel 1, ee y. postcodesysteem: het postcodesysteem, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van de Postwet 2009, dat wordt gebruikt door de verlener van de universele postdienst, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van de Postwet 2009; z. postcodegebied: een gebied waarbinnen de postcodes in het postcodesysteem beginnen met eenzelfde getal van vier cijfers, alsmede de direct aangrenzende gebieden waarbinnen de postcodes in het postcodesysteem eveneens beginnen met eenzelfde getal van vier cijfers. -**2.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het begrip zuivere biomassa. +**2.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het begrip zuivere biomassa. **3.** Onder levering van aardgas, onderscheidenlijk elektriciteit, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge de Wet op de omzetbelasting 1968. @@ -755,21 +798,21 @@ Het tarief bedraagt voor: a. aardgas, met uitzondering van aardgas als bedoeld in onderdeel b, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3 voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,26001; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,06464; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02355; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01265; -b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,16257 per kubieke meter; +– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,29313; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,06542; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02383; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01280; +b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,16452 per kubieke meter; c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,10458; -– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,05274; -– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,01404; -– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00116 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00057 voor zakelijk verbruik. +– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,09863; +– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,05337; +– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,01421; +– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00117 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00058 voor zakelijk verbruik. **2.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. -**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,26001 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of warmte opgewekt met vaste of vloeibare biomassa. +**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,29313 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of warmte opgewekt met vaste of vloeibare biomassa. **4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedragen de tarieven nihil voor in artikel 48, tweede lid, als aardgas aangemerkte producten voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan. @@ -813,10 +856,10 @@ Indien de verlaging van het tarief, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, wordt ve In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten voor aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,04175; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0244; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02355; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01265. +– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,04707; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02469; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02383; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01280. **2.** De tarieven, genoemd in het eerste lid, zijn niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden. @@ -852,7 +895,7 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d ### Artikel 63 -**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 308,54 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. +**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 257,54 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. **2.** Indien het bedrag van de over de verbruiksperiode verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil aan de verbruiker terugbetaald. @@ -909,7 +952,7 @@ Vervallen ### Artikel 66 -**1.** Op verzoek wordt aan de verbruiker teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot elektriciteit die geleverd is ten behoeve van zakelijk verbruik voor zover het zakelijk verbruik, na aftrek van het gedeelte van het zakelijk verbruik dat reeds is vrijgesteld op grond van artikel 64, eerste of derde lid, hoger is dan 10 000 000 kWh per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. De teruggaaf wordt slechts verleend indien de verbruiker in het kader van met Onze Minister, Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu gemaakte afspraken verplichtingen op zich heeft genomen ter verbetering van de energie-efficiëntie en hij als energie-intensief bedrijf wordt aangemerkt, met dien verstande dat voor verbruikers die deelnemer zijn in de Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie ETS-ondernemingen die afspraak van toepassing is zoals die luidde op 2 oktober 2009. +**1.** Op verzoek wordt aan de verbruiker teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot elektriciteit die geleverd is ten behoeve van zakelijk verbruik voor zover het zakelijk verbruik, na aftrek van het gedeelte van het zakelijk verbruik dat reeds is vrijgesteld op grond van artikel 64, eerste of derde lid, hoger is dan 10 000 000 kWh per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. De teruggaaf wordt slechts verleend indien de verbruiker in het kader van met Onze Minister, Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat gemaakte afspraken verplichtingen op zich heeft genomen ter verbetering van de energie-efficiëntie en hij als energie-intensief bedrijf wordt aangemerkt, met dien verstande dat voor verbruikers die deelnemer zijn in de Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie ETS-ondernemingen die afspraak van toepassing is zoals die luidde op 2 oktober 2009. **2.** @@ -930,7 +973,7 @@ c. de verklaring dat hij een energie-intensief bedrijf is als bedoeld in artikel **5.** Indien de verbruiker niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarover hij een teruggaaf van energiebelasting heeft gekregen, een voortgangsverklaring als bedoeld in het zesde lid met betrekking tot dat kalenderjaar heeft overgelegd aan de inspecteur, wordt hij geacht in dat kalenderjaar geen deelnemer in een convenant te zijn geweest, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. -**6.** Een voortgangsverklaring is een verklaring van een onafhankelijke instantie waaruit blijkt dat de verbruiker in het voorafgaande kalenderjaar de gemaakte afspraken, bedoeld in het eerste lid, in voldoende mate heeft nageleefd. Een onafhankelijke instantie als bedoeld in de eerste volzin is een door Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen instantie die de resultaten van de afspraken, bedoeld in het eerste lid, verifieert. De voortgangsverklaring wordt jaarlijks door de onafhankelijke instantie aan de verbruiker verstrekt. +**6.** Een voortgangsverklaring is een verklaring van een onafhankelijke instantie waaruit blijkt dat de verbruiker in het voorafgaande kalenderjaar de gemaakte afspraken, bedoeld in het eerste lid, in voldoende mate heeft nageleefd. Een onafhankelijke instantie als bedoeld in de eerste volzin is een door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen instantie die de resultaten van de afspraken, bedoeld in het eerste lid, verifieert. De voortgangsverklaring wordt jaarlijks door de onafhankelijke instantie aan de verbruiker verstrekt. **7.** Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden wordt de hoeveelheidsgrens, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.