2006-01-01 | BWBR0019388 | Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-01 12:00:00 +00:00
parent 07c4f0f047
commit d0a5500941

View file

@ -53,7 +53,7 @@ b. een beschrijving van de sociaal-economische situatie in de kansenzone, inclus
### Artikel 4
**1.** In de verordening op de heffing en invordering van de onroerendezaakbelastingen, bedoeld in artikel 220 van de Gemeentewet, kan worden bepaald dat de belastingaanslag ter zake van niet-woningen, als bedoeld in artikel 220f, derde lid, van de Gemeentewet, waarvan de waarde zoals die op grond van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, niet hoger is dan € 500.000, wordt verminderd.
**1.** In de verordening op de heffing en invordering van de onroerendezaakbelastingen, bedoeld in artikel 220 van de Gemeentewet, kan worden bepaald dat de belastingaanslag ter zake van onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dienen zoals bedoeld in artikel 220a, tweede lid, van de Gemeentewet, waarvan de waarde zoals die op grond van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, niet hoger is dan € 500.000, wordt verminderd.
**2.** Jaarlijks wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, aangepast overeenkomstig de procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over de maand april van het lopende kalenderjaar heeft ondergaan ten opzichte van deze prijsindex over de maand april van het daaraan voorafgaande jaar. De uitkomst van die berekening wordt naar boven afgerond op € 1.000,. Het aldus berekende bedrag wordt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vóór 1 september in de Staatscourant bekend gemaakt en geldt voor het daarop volgende kalenderjaar.
@ -86,7 +86,7 @@ b. voldoet aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.
**2.** De aanwijzing, bedoeld in artikel 5, geschiedt uitsluitend indien is voldaan aan het eerste lid, en de gemeenteraad naar het oordeel van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat woningzoekenden, aan wie als gevolg van die aanwijzing geen huisvestingsvergunning kan worden verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte in de aangewezen gebieden, voldoende mogelijkheden houden om binnen de regio waarin de gemeente is gelegen passende huisvesting te vinden.
**3.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan gedeputeerde staten dan wel, indien de gemeente is gelegen in een samenwerkingsgebied als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Kaderwet bestuur in verandering, het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam advies vragen over de mogelijkheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
**3.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan gedeputeerde staten dan wel, indien de gemeente is gelegen in een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, het dagelijks bestuur van die plusregio advies vragen over de mogelijkheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
**4.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer neemt binnen dertien weken na verzending door de gemeenteraad van de aanvraag tot aanwijzing van een gebied, bedoeld in artikel 5, eerste lid, een besluit omtrent die aanwijzing. Indien Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zijn besluit niet binnen de termijn, genoemd in de eerste volzin, aan de gemeenteraad bekend heeft gemaakt, wordt het besluit tot aanwijzing geacht te zijn genomen.
@ -128,9 +128,9 @@ f. studiefinanciering als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000.
### Artikel 10
**1.** In afwijking van artikel 2, vijfde lid, van de Huisvestingswet stelt de gemeenteraad van een gemeente die is gelegen in een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, ten aanzien van de gebieden aangewezen op grond van artikel 5, de huisvestingsverordening vast.
**1.** In afwijking van artikel 2, derde lid, van de Huisvestingswet stelt de gemeenteraad van een gemeente die is gelegen in een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, ten aanzien van de gebieden aangewezen op grond van artikel 5, de huisvestingsverordening vast.
**2.** De op grond van het eerste lid vastgestelde huisvestingsverordening treedt voor de op grond van artikel 5 aangewezen gebieden, in de plaats van de huisvestingsverordening die door het algemeen bestuur van het regionaal openbaar lichaam is vastgesteld.
**2.** De op grond van het eerste lid vastgestelde huisvestingsverordening treedt voor de op grond van artikel 5 aangewezen gebieden, in de plaats van de huisvestingsverordening die door het algemeen bestuur van de plusregio is vastgesteld.
## Hoofdstuk 4. Wijziging van enkele wetten