From d0e010704ce69d2ed064282436d6f7d4ac469535 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jul 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2013-07-01=20|=20BWBR0020420=20|=20Besluit=20pr?= =?UTF-8?q?udenti=C3=ABle=20regels=20Wft?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0020420/README.md | 24 +++++++++++++++---- 1 file changed, 20 insertions(+), 4 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-prudentiële-regels-wft/BWBR0020420/README.md b/amvb/besluit-prudentiële-regels-wft/BWBR0020420/README.md index 78625086206..ee7a3456efc 100644 --- a/amvb/besluit-prudentiële-regels-wft/BWBR0020420/README.md +++ b/amvb/besluit-prudentiële-regels-wft/BWBR0020420/README.md @@ -1004,7 +1004,7 @@ m. € 50.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, n. € 125.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die een in de punten 1 tot en met 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent; o. € 112.500 voor een bewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet; p. € 350.000 voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet; -q. € 225.000 voor een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet; +q. € 500.000 voor een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet; r. € 112.500 voor een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet. **2.** @@ -1343,6 +1343,21 @@ b. de bank kan aantonen dat een aanzienlijk deel van haar activiteiten op het ge **3.** Artikel 60, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. +### Artikel 63a + +**1.** De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet bedraagt twee tiende procent van het beheerde pensioenvermogen. De minimumomvang van het toetsingsvermogen bedraagt niet meer dan € 20 miljoen. + +**2.** + +In aanvulling op het eerste lid beschikt een premiepensioeninstelling naar keuze over: + +a. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die haar aansprakelijkheid dekt wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van haar beroep of bedrijf en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste vijfenzeventig honderdste procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2 miljoen en een maximum van € 20 miljoen per schadegeval, en ten minste een procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2,5 miljoen en een maximum van € 25 miljoen per jaar, voor alle schadegevallen gezamenlijk; of +b. een aanvulling op het toetsingsvermogen, bedoeld in het eerste lid, welke een tiende procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen bedraagt. + +**3.** Tot het beheerde pensioenvermogen wordt gerekend het vermogen onder beheer van de premiepensioeninstelling met inbegrip van de delen van het vermogen waarvan zij de bewaring heeft uitbesteed aan een pensioenbewaarder. + +**4.** Indien een premiepensioeninstelling pensioenvermogen beheert in opdracht van een cliënt buiten het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, beschikt zij voor dat deel van het beheerde pensioenvermogen in afwijking van het tweede lid, aanhef, over de aanvulling op het toetsingsvermogen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. + ### Artikel 64 **1.** Voor het deel van de werkzaamheden van een elektronischgeldinstelling dat betrekking heeft op de uitgifte van elektronisch geld en betaaldiensten die verband houden met de uitgifte van dit elektronisch geld, bedraagt de minimumomvang van het toetsingsvermogen 2% van het gemiddeld uitstaand elektronisch geld. @@ -1798,7 +1813,7 @@ b. het als immateriële activa als bedoeld in de artikelen 91, derde lid, onderd **2.** In afwijking van het eerste lid kan de financiële onderneming ervoor kiezen dat haar toetsingsvermogen, uitsluitend ter dekking van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de vereiste solvabiliteit ter dekking van de positierisico’s en grote posities, en onderdeel c, en het vereiste, bedoeld in artikel 60, derde lid, wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, in aanmerking te nemen kernkapitaal, aanvullend kapitaal en overig kapitaal. De bestanddelen van dit toetsingsvermogen dienen niet tevens ter dekking van andere in artikel 60, eerste lid, bedoelde bedragen. -**3.** Het toetsingsvermogen van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal. +**3.** Het toetsingsvermogen van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal. ### Artikel 91 @@ -2587,8 +2602,9 @@ a. een jaarrekening alsmede aanvullende financiële gegevens ten behoeve van het b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot: 1°. het bedrag aan eigen vermogen ingevolge artikel 3:53 van de wet; -2°. het beleggingsbeleid ingevolge artikel 3:267b van de wet; -3°. informatie inzake de uitgevoerde pensioenregelingen. +2°. de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57 van de wet; +3°. het beleggingsbeleid ingevolge artikel 3:267b van de wet; +4°. informatie inzake de uitgevoerde pensioenregelingen. ### Artikel 131