2005-01-01 | BWBR0007795 | Algemene nabestaandenwet
This commit is contained in:
parent
2dd3d37357
commit
d0e8e38eea
1 changed files with 17 additions and 8 deletions
|
|
@ -34,7 +34,7 @@ k. gezamenlijke huishouding ten behoeve van de verzorging van een hulpbehoevende
|
|||
1°. de gezamenlijke huishouding van een nabestaande met een hulpbehoevende, indien de nabestaande of de overleden verzekerde een huishouding is gaan voeren met het doel de hulpbehoevende te gaan verzorgen; of
|
||||
2°. de gezamenlijke huishouding van een nabestaande die hulpbehoevende is met een ander, indien de nabestaande een huishouding is gaan voeren met het doel door die ander te worden verzorgd;
|
||||
l. rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
m. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting voor justitiële jeugdbescherming zijnde een landelijke voorziening als bedoeld in artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening.
|
||||
m. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -49,6 +49,8 @@ d. netto-minimumvakantiebijslag: het in onderdeel c bedoelde bedrag na aftrek va
|
|||
|
||||
**2.** Indien ingevolge één van de sociale verzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen *b* en *d*, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling een gemiddeld percentage vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Op een beschikking als gevolg van een herziening van een uitkering op grond van deze wet in verband met een wijziging van het netto-minimumloon, zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -82,12 +84,21 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt in afwijking van artikel 3, tweede tot en met zesde lid onder nabestaande mede verstaan de gewezen echtgenoot van een overleden verzekerde, indien:
|
||||
|
||||
a. het huwelijk anders dan door de dood is ontbonden; en
|
||||
b. de overleden verzekerde onmiddellijk voorafgaand aan het overlijden verplicht is krachtens rechterlijke uitspraak of overeenkomst, vastgelegd in een notariële akte of een akte mede ondertekend door een advocaat dan wel een akte waarvan door de gewezen echtgenoot aannemelijk wordt gemaakt dat die tot stand is gekomen door de inzet van een bij de echtscheiding betrokken advocaat, levensonderhoud te verschaffen aan de gewezen echtgenoot op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; en
|
||||
b. de overleden verzekerde onmiddellijk voorafgaand aan het overlijden verplicht is levensonderhoud te verschaffen aan de gewezen echtgenoot op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek krachtens een rechterlijke uitspraak of overeenkomst, vastgelegd in:
|
||||
|
||||
1°. een notariële akte;
|
||||
2°. een akte mede ondertekend door een advocaat;
|
||||
3°. een akte waarvan door de gewezen echtgenoot aannemelijk wordt gemaakt dat die tot stand is gekomen door de inzet van een bij de echtscheiding betrokken advocaat; of
|
||||
4°. een document opgesteld in overleg tussen de gewezen echtgenoot en de overleden verzekerde door tussenkomst van een bemiddelaar; en
|
||||
c. de gewezen echtgenoot overeenkomstig de bepalingen in deze wet recht op nabestaandenuitkering zou hebben gehad, indien het overlijden plaats zou hebben gehad op de dag van ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor het eerste lid, onderdeel b, bij ten vierde.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt voor het recht op nabestaandenuitkering als kind aangemerkt, een eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet, dat geboren is voor of op de dag van overlijden van de verzekerde.
|
||||
|
|
@ -590,7 +601,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
|
|||
|
||||
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, uitkering op grond van deze wet, kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet of ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die uitkering op grond van deze wet, die kinderbijslag of dat ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene aan wie de boete is opgelegd, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank.
|
||||
**3.** Indien degene aan wie de boete is opgelegd, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet werk en inkomen kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank.
|
||||
|
||||
**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, geen kinderbijslag, pensioen of uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -829,13 +840,11 @@ f. de gewezen verzekerde wiens recht op een uitkering als bedoeld in onderdeel e
|
|||
|
||||
De vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, eindigt:
|
||||
|
||||
a. indien de gewezen verzekerde schriftelijk aan de Sociale verzekeringsbank te kennen geeft niet langer van de vrijwillige verzekering gebruik te willen maken;
|
||||
a. met ingang van de eerste dag van de tweede maand volgend op die waarin de Sociale verzekeringsbank een schriftelijke opzegging van de gewezen verzekerde heeft ontvangen;
|
||||
b. met ingang van de dag, waarop de periode van tien jaar, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, is verstreken;
|
||||
c. met ingang van de dag, waarop de gewezen verzekerde verplicht verzekerd wordt op grond van deze wet;
|
||||
d. indien de verschuldigde premie voor de vrijwillige algemene nabestaandenverzekering, bedoeld in artikel 26 van de Wet financiering volksverzekeringen, uiterlijk drie maanden na een door de Sociale verzekeringsbank vastgestelde termijn niet of niet geheel is betaald;
|
||||
e. indien de gewezen verzekerde de van hem, in verband met de toepassing van dit hoofdstuk, verlangde inlichtingen niet binnen een door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn heeft verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde aannemelijk maakt dat dat hem niet in overwegende mate kan worden verweten.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a, d en e, wordt de vrijwillige verzekering geacht te zijn geëindigd, met ingang van de dag volgende op die waarover voor het laatst premie is betaald.
|
||||
d. met ingang van de eerste dag van de vierde maand volgend op de laatste dag van de door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie voor de vrijwillige algemene nabestaandenverzekering, bedoeld in artikel 26 van de Wet financiering volksverzekeringen, dient te worden betaald, indien die betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden;
|
||||
e. met ingang van de dag volgend op de laatste dag van een door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde de van hem, in verband met de toepassing van dit hoofdstuk, verlangde inlichtingen dient te verstrekken, indien de gewezen verzekerde die gegevens niet heeft verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde aannemelijk maakt dat dat hem niet in overwegende mate kan worden verweten.
|
||||
|
||||
### Artikel 63d
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue