From d0fb070f9b2480e2a16e918e5bac35a8a3d9c935 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2026 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2026-01-01 | BWBR0007178 | Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag --- .../BWBR0007178/README.md | 63 ++++++++++++++++++- 1 file changed, 61 insertions(+), 2 deletions(-) diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007178/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007178/README.md index 61d06f7c35b..e6912518d9a 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007178/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007178/README.md @@ -67,6 +67,37 @@ m. grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, die voorzien Voor de toepassing van artikel 22, tweede lid, van de wet wordt de toepassing van stoffen, preparaten of voorwerpen binnen een inrichting waar afvalstoffen worden verbrand, geacht hetzij verband te houden met de bedrijfsvoering van de inrichting, hetzij deel uit te maken van het bedrijfsproces dat leidt tot de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, indien de stoffen, preparaten of voorwerpen in de inrichting dienen voor de activiteiten, dan wel bestaan uit de materialen of voorwerpen, bedoeld in artikel 4, onderdelen a, f, g, h, i, of k. +### Artikel 5a + +**1.** + +Het verzoek om een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 24a, derde lid, van de wet, bevat de volgende gegevens: + +a. naam en adres van de verzoeker; +b. het beoogde tijdstip van aanvang van het fiscaal-vertegenwoordigerschap; +c. naam en adres van de degene die de afvalstoffen overbrengt uit Nederland en die niet in Nederland is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft (in dit artikel: buitenlandse kennisgever). + +**2.** + +Een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger wordt slechts verleend indien de verzoeker: + +a. in Nederland woont of is gevestigd; +b. in de afgelopen vijf jaren niet wegens overtreding van de wettelijke bepalingen inzake rijksbelastingen dan wel douane onherroepelijk is veroordeeld; +c. een administratie voert die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden; +d. naar het oordeel van de inspecteur voldoende solvabel is. + +**3.** De verlening van een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger is tevens gebonden aan de voorwaarde dat de verzoeker optreedt voor alle overbrengingen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, van de wet. De inspecteur kan op verzoek hiervan afwijken. + +**4.** + +De inspecteur kan de vergunning intrekken of wijzigen: + +a. op verzoek van de fiscaal vertegenwoordiger met schriftelijke instemming van de buitenlandse kennisgever; +b. op verzoek van de buitenlandse kennisgever; +c. indien de fiscaal vertegenwoordiger niet meer voldoet aan de aan de vergunning gebonden voorwaarden. + +De buitenlandse kennisgever wordt van de intrekking van de vergunning in kennis gesteld, alsmede van de gronden waarop deze berust. + ### Artikel 6 **1.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 25a, eerste lid, eerste zin, van de wet wordt langs elektronische weg ingediend bij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, met gebruikmaking van de hiertoe beschikbaar gestelde voorziening. Daarbij worden de bij die voorziening voorgeschreven aanwijzingen opgevolgd. @@ -271,7 +302,7 @@ b. nadat de kolen de in artikel 45, tweede lid, van de wet bedoelde bestemming h ### Artikel a18a -Onder een comptabele meetinrichting als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel w, van de wet wordt verstaan een comptabele meetinrichting die als zodanig wordt aangemerkt bij een krachtens de Elektriciteitswet 1998 vastgestelde regeling van de Autoriteit Consument en Markt en die wordt beheerd en uitgelezen door een erkend meetverantwoordelijke als bedoeld in die regeling. +Onder een comptabele meetinrichting als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel w, van de wet wordt verstaan een comptabele meetinrichting die als zodanig wordt aangemerkt bij een krachtens de Energiewet vastgesteld besluit van de Autoriteit Consument en Markt en die wordt beheerd en uitgelezen door een meetverantwoordelijke partij als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet. ### Artikel b18a @@ -337,7 +368,7 @@ b. ter vaststelling van de hoeveelheid elektriciteit waarop het tarief, bedoeld ### Artikel 21a -**1.** De uitzondering in artikel 59, derde lid, van de wet voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of van warmte opgewekt met vaste, vloeibare of gasvormige biomassa, aquathermie, een lucht-water-warmtepomp of een elektrische boiler, is mede van toepassing gedurende de eerste periode van maximaal twee jaar na de ingebruikneming van een installatie voor stadsverwarming die is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van restwarmte, aardwarmte of van warmte opgewekt met vaste, vloeibare of gasvormige biomassa, aquathermie, een lucht-water-warmtepomp of een elektrische boiler. +**1.** De uitzondering in artikel 59, derde lid, van de wet voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid, is mede van toepassing gedurende de eerste periode van maximaal twee jaar na de ingebruikneming van een installatie voor stadsverwarming die is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid. **2.** De periode, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het moment waarop de levering van warmte door middel van de installatie een aanvang neemt. @@ -349,6 +380,34 @@ a. dat sprake is van een installatie voor stadsverwarming; b. dat de stadsverwarming is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van restwarmte, aardwarmte of van warmte opgewekt met vaste, vloeibare of gasvormige biomassa, aquathermie, een lucht-water-warmtepomp of een elektrische boiler; c. wanneer de periode, bedoeld in het eerste lid, aanvangt en eindigt. +### Artikel 21aa + +**1.** De uitzondering in artikel 59, derde lid, van de wet voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid, is mede van toepassing indien tijdelijk niet aan die voorwaarde kan worden voldaan in verband met de vervanging van een warmtebron als bedoeld in dat lid. + +**2.** Het eerste lid is van toepassing indien de inspecteur op verzoek van de verbruiker, bedoeld in artikel 59, derde lid, van de wet, of de leverancier van het aardgas bij voor bezwaar vatbare beschikking een ontheffing heeft verleend van de voorwaarde die dat lid aan de uitzondering verbindt. De ontheffing wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar. + +**3.** + +De ontheffing wordt slechts verleend indien bij het verzoek om ontheffing stukken zijn overgelegd waaruit blijkt: + +a. waarom tijdelijk niet kan worden voldaan aan de voorwaarde die artikel 59, derde lid, van de wet aan de uitzondering verbindt; +b. wat de reden is van de vervanging van de warmtebron, bedoeld in artikel 59, derde lid, van de wet, en wanneer de periode waarin die vervanging plaatsvindt aanvangt en eindigt; en +c. welke maatregelen worden genomen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht om weer te voldoen aan de voorwaarde die artikel 59, derde lid, van de wet aan de uitzondering verbindt. + +### Artikel 21ab + +**1.** De uitzondering in artikel 59, derde lid, van de wet voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid, is mede van toepassing indien tijdelijk niet aan die voorwaarde kan worden voldaan in verband met een calamiteit die betrekking heeft op de installatie voor stadsverwarming. + +**2.** Het eerste lid is van toepassing indien de inspecteur op verzoek van de verbruiker, bedoeld in artikel 59, derde lid, van de wet, of de leverancier van het aardgas bij voor bezwaar vatbare beschikking een ontheffing heeft verleend van de voorwaarde die dat lid aan de uitzondering verbindt. De ontheffing wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar. + +**3.** + +De ontheffing wordt slechts verleend indien bij het verzoek om ontheffing stukken zijn overgelegd waaruit blijkt: + +a. waarom tijdelijk niet kan worden voldaan aan de voorwaarde die artikel 59, derde lid, van de wet aan de uitzondering verbindt; +b. dat de calamiteit redelijkerwijs niet kon worden voorzien; en +c. welke maatregelen worden genomen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht om weer te voldoen aan de voorwaarde die artikel 59, derde lid, van de wet aan de uitzondering verbindt. + ### Artikel 21b Vervallen