From d0ff98151b8731d8e4400c5c0137c5de74097309 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-01-01 | BWBR0004054 | Meststoffenwet --- wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md | 87 +++++++++++++++--------- 1 file changed, 54 insertions(+), 33 deletions(-) diff --git a/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md b/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md index f848e0b1c67..a8c199a7200 100644 --- a/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md +++ b/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md @@ -40,11 +40,11 @@ o. zand- of lössgrond: perceel waarvan blijkens representatieve grondmonsters t p. kleigrond: grond niet zijnde veengrond of zand- of lössgrond; q. grasland: landbouwgrond waarop gras wordt geteeld dat is bestemd om te worden gebruikt als veevoer; r. bouwland: landbouwgrond, niet zijnde grasland; -s. Pw-getal: waarde voor de fosfaattoestand van bouwland, uitgedrukt in milligrammen P_2O_5 per liter grond; -t. PAL-getal: waarde voor de fosfaattoestand van grasland, uitgedrukt in milligrammen P_2O_5 per 100 gram grond; -u. grond met lage fosfaattoestand: landbouwgrond waarvan blijkens de aan Onze Minister verstrekte gegevens de waarde voor de fosfaattoestand van de bodem lager is dan het Pw-getal 36 of een daarmee overeenkomende bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, indien het bouwland betreft, dan wel lager is dan het PAL-getal 27 of een daarmee overeenkomende bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, indien het grasland betreft; -v. grond met neutrale fosfaattoestand: landbouwgrond waarvan blijkens de aan Onze Minister verstrekte gegevens de waarde voor de fosfaattoestand van de bodem hoger is dan of gelijk is aan het Pw-getal 36 of een daarmee overeenkomende bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, en lager is dan of gelijk is aan het Pw-getal 55 of een daarmee overeenkomende bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, indien het bouwland betreft, dan wel hoger is dan of gelijk is aan het PAL-getal 27 of een daarmee overeenkomende bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, en lager is dan of gelijk is aan het PAL-getal 50 of een daarmee overeenkomende bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, indien het grasland betreft; -w. grond met hoge fosfaattoestand: landbouwgrond niet zijnde grond met lage fosfaattoestand of grond met neutrale fosfaattoestand; +s. vervallen; +t. vervallen; +u. vervallen; +v. vervallen; +w. vervallen; x. mestoverschot: de in een bepaald kalenderjaar geproduceerde, aangevoerde of uit opslag komende hoeveelheid dierlijke meststoffen, die van een bedrijf moet worden afgevoerd om te voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 8, en om te voldoen aan artikel 14; y. varkensrecht: gemiddeld aantal varkens, uitgedrukt in varkenseenheden, dat op grond van hoofdstuk V in een kalenderjaar ten hoogste mag worden gehouden; z. pluimveerecht: gemiddeld aantal kippen en kalkoenen, uitgedrukt in pluimvee-eenheden, dat op grond van hoofdstuk V in een kalenderjaar ten hoogste mag worden gehouden; @@ -162,24 +162,11 @@ c. de fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen. ### Artikel 11 -**1.** De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld in artikel 8, onderdeel c, is in de jaren 2010 tot en met 2013 per hectare grasland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond voor zover het grond met neutrale fosfaattoestand betreft, 95 kilogram fosfaat. +**1.** De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld in artikel 8, onderdeel c, bedraagt 75 kilogram fosfaat per hectare grasland en 40 kilogram fosfaat per hectare bouwland. -**2.** +**2.** Bij ministeriële regeling worden hogere fosfaatgebruiksnormen voor meststoffen vastgesteld die kunnen verschillen naargelang de fosfaattoestand van de bodem, het gebruik van de landbouwgrond als grasland of bouwland, de te telen gewassen, de toegepaste landbouwpraktijk, de gewasopbrengst, de kenmerken van de bodem, de grondsoort, de grondwatertoestand en de ecologie van een gebied. -De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld in artikel 8, onderdeel c, is per hectare bouwland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond voor zover het grond met neutrale fosfaattoestand betreft: - -a. 80 kilogram fosfaat in 2010; -b. 75 kilogram fosfaat in 2011; -c. 70 kilogram fosfaat in 2012; -d. 65 kilogram fosfaat in 2013. - -**3.** De fosfaatgebruiksnormen voor meststoffen voor de jaren 2014 en volgende voor grond met neutrale fosfaattoestand worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur. De normen kunnen verschillend worden vastgesteld al naar gelang het gewas, de gewasopbrengst, de toegepaste landbouwpraktijk, de kenmerken van de bodem en de grondsoort, de grondwaterstand en de mate waarin de ecologische toestand van een gebied afhankelijk is van de hoeveelheid fosfaat in het oppervlaktewater en kunnen telkens ten opzichte van de voor het voorgaande jaar geldende norm met ten hoogste 5 kilogram fosfaat per hectare per jaar worden verlaagd, met het oog op het in 2015 bereiken van een situatie waarbij de toevoer van fosfaat uit meststoffen en uit de bodem gemiddeld in evenwicht is met de fosfaatbehoefte van de gewassen. Zolang de algemene maatregel van bestuur niet in werking is getreden, blijft voor de jaren 2014 en volgende de in het eerste en tweede lid genoemde fosfaatgebruiksnorm voor 2013 van toepassing. - -**4.** De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen voor grond met hoge fosfaattoestand wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. De norm kan ten opzichte van de bij of krachtens het eerste tot en met derde lid voor grond met neutrale fosfaattoestand geldende norm ten hoogste 10 kilogram fosfaat per hectare lager worden vastgesteld. De norm kan verschillend worden vastgesteld al naar gelang het gewas, de toegepaste landbouwpraktijk, de kenmerken van de bodem en de grondsoort, de grondwaterstand en de mate waarin de ecologische toestand van een gebied afhankelijk is van de hoeveelheid fosfaat in het oppervlaktewater. Zolang in de algemene maatregel van bestuur voor een bepaald jaar geen norm is vastgesteld, geldt voor dat jaar de norm van het meest recente voorgaande jaar waarvoor een norm is vastgesteld. - -**5.** Bij ministeriële regeling wordt voor grond met lage fosfaattoestand een hogere fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen vastgesteld dan de bij of krachtens het eerste, tweede of derde lid voor grond met neutrale fosfaattoestand vastgestelde fosfaatgebruiksnorm. De norm is van toepassing onder bij de regeling bepaalde voorwaarden en beperkingen. Zolang de ministeriële regeling niet in werking is getreden, is de bij of krachtens het eerste tot en met derde lid voor grond met neutrale fosfaattoestand geldende norm van toepassing. - -**6.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een bedrijf in enig jaar, in afwijking van het tweede en derde lid, een hogere fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen op bouwland kan toepassen, ingeval de hoeveelheid fosfaat waarmee de ingevolge het tweede of derde lid geldende fosfaatgebruiksnorm is overschreden in het navolgende jaar volledig wordt gecompenseerd. Compensatie geschiedt door vermindering van de hoeveelheid fosfaat die ingevolge de in het navolgende jaar geldende fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen op of in de bodem kan worden gebracht met de hoeveelheid waarmee in het voorgaande jaar de fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen is overschreden. De afwijkende gebruiksnorm, bedoeld in de eerste volzin, bedraagt ten hoogste de bij de ministeriële regeling bepaalde hoeveelheid fosfaat, die niet meer dan 20 kilogram fosfaat per hectare per jaar hoger is dan de fosfaatgebruiksnorm die geldt ingevolge het tweede of derde lid. +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden of beperkingen worden gesteld aan de toepassing van hogere fosfaatgebruiksnormen voor meststoffen. ### Artikel 12 @@ -263,6 +250,18 @@ Voor de toepassing van dit hoofdstuk: a. worden de aantallen varkens, onderscheiden naar diercategorie, uitgedrukt in varkenseenheden overeenkomstig de in bijlage II daarvoor opgenomen normen; b. worden de aantallen kippen en kalkoenen, onderscheiden naar diercategorie, uitgedrukt in pluimvee-eenheden overeenkomstig de in bijlage II daarvoor opgenomen normen. +### Artikel 18a + +**1.** De totale omvang van de productie van dierlijke meststoffen bedraagt per kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen fosfaat ten hoogste 172,9 miljoen en uitgedrukt in kilogrammen stikstof ten hoogste 504,4 miljoen. + +**2.** De totale omvang van de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van melkvee bedraagt per kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen fosfaat ten hoogste 84,9 miljoen en uitgedrukt in kilogrammen stikstof ten hoogste 281,8 miljoen. + +**3.** De totale omvang van de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van varkens bedraagt per kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen fosfaat ten hoogste 39,7 miljoen en uitgedrukt in kilogrammen stikstof ten hoogste 99,1 miljoen. + +**4.** De totale omvang van de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van pluimvee bedraagt per kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen fosfaat ten hoogste 27,4 miljoen en uitgedrukt in kilogrammen stikstof ten hoogste 60,3 miljoen. + +**5.** Onze Minister maakt de totale jaarlijkse productie van dierlijke meststoffen en de totale jaarlijkse productie van dierlijke meststoffen per sector, melkvee, varkens en pluimvee, bekend in de Staatscourant na afloop van het kalenderjaar waarin de productie heeft plaatsgevonden. Voor de melkveesector betreft dit de totale jaarlijkse productie, gecorrigeerd voor ruwvoer. Voor de pluimveesector betreft dit de totale jaarlijkse productie door dieren van diersoorten waarvoor het pluimveerechtenstelsel van toepassing is. Voor de bekendmaking gebruikt Onze Minister de door het Centraal bureau voor de statistiek gerapporteerde cijfers. + ### Titel 2. Uitbreidingsverboden ### Artikel 19 @@ -497,7 +496,7 @@ c. de periode gedurende welke Onze Minister de kennisgeving niet in behandeling ### Artikel 32 -**1.** Indien op landelijk niveau de omvang van de productie van dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen stikstof of fosfaat, afkomstig van varkens of van pluimvee de omvang van die productie in 2002 overschrijdt, en indien dit ook geldt voor de totale omvang van de productie van dierlijke meststoffen, kan, al naar gelang de overschrijding betrekking heeft op varkensmest of op pluimveemest, bij algemene maatregel van bestuur, in zoverre in afwijking van artikel 28, tweede lid, worden bepaald dat, de vergroting van het varkensrecht, onderscheidenlijk dat de vergroting van het pluimveerecht wordt beperkt tot een bij de maatregel vastgesteld percentage van het aantal varkenseenheden, onderscheidenlijk pluimvee-eenheden waarop de kennisgeving, bedoeld in artikel 27, eerste lid, betrekking heeft. +**1.** Indien op landelijk niveau de omvang van de productie van dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen stikstof of fosfaat, afkomstig van varkens of van pluimvee de omvang van die productie, bedoeld in artikel 18a, derde onderscheidenlijk vierde lid, dreigt te overschrijden en mede gelet op de representativiteit van de prognose, het mogelijk structurele karakter van de overschrijding en op de totale omvang van de productie van dierlijke meststoffen in relatie tot de nationale plafonds, opgenomen in artikel 18a, eerste lid, kan, al naar gelang de overschrijding betrekking heeft op varkensmest of op pluimveemest, bij algemene maatregel van bestuur, in zoverre in afwijking van artikel 28, tweede lid, worden bepaald dat, de vergroting van het varkensrecht, onderscheidenlijk dat de vergroting van het pluimveerecht wordt beperkt tot een bij de maatregel vastgesteld percentage van het aantal varkenseenheden, onderscheidenlijk pluimvee-eenheden waarop de kennisgeving, bedoeld in artikel 27, eerste lid, betrekking heeft. **2.** Het in het eerste lid bedoelde percentage is ten minste 75%. @@ -539,13 +538,35 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het omzette ### Artikel 33Ab -**1.** Indien noodzakelijk voor de naleving van een verplichting op grond van een voor Nederland verbindend verdrag of besluit van een volkenrechtelijke organisatie kan bij algemene maatregel van bestuur een percentage worden vastgesteld waarmee het fosfaatrecht op een in die maatregel vastgesteld tijdstip wordt verminderd. +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een percentage worden vastgesteld waarmee het fosfaatrecht op een in die maatregel vastgesteld tijdstip wordt verminderd indien is vastgesteld dat de totale omvang van de productie van meststoffen afkomstig van melkvee, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat of kilogrammen stikstof, de maximale omvang van die productie, bedoeld in artikel 18a, tweede lid, heeft overschreden en de noodzakelijke verlaging van de totale omvang van de productie niet op een minder ingrijpende wijze kan worden bereikt, en mede gelet op de totale omvang van de productie van dierlijke meststoffen in relatie tot de nationale plafonds, opgenomen in artikel 18a, eerste lid. -**2.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een bedrijf waarvan de productie van dierlijke meststoffen door melkvee in kilogrammen fosfaat, twee kalenderjaren voorafgaande aan het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, verminderd met de fosfaatruimte in dat kalenderjaar, negatief of nul is. +**2.** De totale omvang van de productie van meststoffen afkomstig van melkvee en van de productie van dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, betreft de totale productie in het voorafgaande kalenderjaar die overeenkomstig artikel 18a, vijfde lid, is bekendgemaakt. -**3.** Bij de toepassing van het percentage, bedoeld in het eerste lid, wordt het fosfaatrecht van een bedrijf slechts verminderd voor zover een gehele uitoefening van het fosfaatrecht de fosfaatruimte van dat bedrijf, twee kalenderjaren voorafgaande aan het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, te boven gaat. +**3.** De vermindering, bedoeld in het eerste lid is niet groter dan overeenkomt met de overschrijding van de maximale omvang van de productie, bedoeld in artikel 18a, tweede lid. -**4.** In afwijking van het tweede lid, is een vermindering van het fosfaatrecht in het kalenderjaar 2018 niet van toepassing op een bedrijf waarvan de productie van dierlijke meststoffen door melkvee in kilogrammen fosfaat in het kalenderjaar 2015, verminderd met de fosfaatruimte in dat kalenderjaar, negatief of nul is. Bij de toepassing van het percentage, bedoeld in het eerste lid, wordt, in afwijking van het derde lid, het fosfaatrecht van een bedrijf slechts verminderd voor zover een gehele uitoefening van het fosfaatrecht de fosfaatruimte in het kalenderjaar 2015 van dat bedrijf te boven gaat. +**4.** Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, kan voor de vermindering, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, een vergoeding worden vastgesteld die kan worden toegekend in de bij of krachtens die maatregel aangegeven gevallen en onder de bij of krachtens die maatregel vastgestelde voorwaarden en beperkingen. + +**5.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een bedrijf waarvan de productie van dierlijke meststoffen door melkvee in kilogrammen fosfaat, twee kalenderjaren voorafgaande aan het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, verminderd met de fosfaatruimte in dat kalenderjaar, negatief of nul is. + +**6.** Bij de toepassing van het percentage, bedoeld in het eerste lid, wordt het fosfaatrecht van een bedrijf slechts verminderd voor zover een gehele uitoefening van het fosfaatrecht de fosfaatruimte van dat bedrijf, twee kalenderjaren voorafgaande aan het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, te boven gaat. + +**7.** In afwijking van het vijfde lid, is een vermindering van het fosfaatrecht in het kalenderjaar 2018 niet van toepassing op een bedrijf waarvan de productie van dierlijke meststoffen door melkvee in kilogrammen fosfaat in het kalenderjaar 2015, verminderd met de fosfaatruimte in dat kalenderjaar, negatief of nul is. Bij de toepassing van het percentage, bedoeld in het eerste lid, wordt, in afwijking van het zesde lid, het fosfaatrecht van een bedrijf slechts verminderd voor zover een gehele uitoefening van het fosfaatrecht de fosfaatruimte in het kalenderjaar 2015 van dat bedrijf te boven gaat. + +**6.** Het ontwerp van een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijke aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. + +### Artikel 33Ac + +**1.** Indien is vastgesteld dat de totale omvang van de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van varkens, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat of kilogrammen stikstof, de maximale omvang van die productie, bedoeld in artikel 18a, derde lid, heeft overschreden en de noodzakelijke verlaging van de totale omvang van de productie niet op een minder ingrijpende wijze kan worden bereikt, mede gelet op het nationale plafond genoemd in artikel 18a, eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur een percentage worden vastgesteld waarmee het varkensrecht op een in die maatregel vastgesteld tijdstip wordt verminderd. + +**2.** Indien is vastgesteld dat de totale omvang van de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van pluimvee, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat of kilogrammen stikstof, de maximale omvang van die productie, bedoeld in artikel 18a, vierde lid, heeft overschreden en de noodzakelijke verlaging van de totale omvang van de productie niet op een minder ingrijpende wijze kan worden bereikt, mede gelet op het nationale plafond genoemd in artikel 18a, eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur een percentage vastgesteld waarmee het pluimveerecht op een in die maatregel worden vastgesteld tijdstip wordt verminderd. + +**3.** De totale omvang van de productie, bedoeld in het eerste en tweede lid, betreft de totale productie in het voorafgaande kalenderjaar die overeenkomstig artikel 18a, vijfde lid, is bekendgemaakt. + +**4.** De vermindering, bedoeld in het eerste of tweede lid is niet groter dan overeenkomt met de overschrijding van de maximale omvang van de productie, bedoeld in artikel 18a, derde lid, onderscheidenlijk artikel 18a, vierde lid. + +**5.** Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste of tweede lid, kan voor de vermindering, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, een vergoeding worden vastgesteld die kan worden toegekend in de bij of krachtens die maatregel aangegeven gevallen en onder de bij of krachtens die maatregel vastgestelde voorwaarden en beperkingen. + +**6.** Het ontwerp van een krachtens het eerste en tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijke aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. ### Titel 6. Mestverwerking @@ -646,9 +667,9 @@ b. Onze Minister onder voorwaarden ontheffing kan verlenen van het bepaalde op g Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de bepaling van: -a. de hoeveelheden meststoffen, bedoeld in artikel 34, onderdeel b, uitgedrukt in kilogrammen stikstof of fosfaat; +a. de hoeveelheden meststoffen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel b, uitgedrukt in kilogrammen stikstof of fosfaat; b. de verdere samenstelling van deze meststoffen; -c. de tot het bedrijf behorende oppervlakten, bedoeld in artikel 34, onderdeel c; +c. de tot het bedrijf behorende oppervlakten, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel c; d. de aantallen gehouden, uitgeschaarde, ingeschaarde, tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte of tijdelijk ter weiding aangenomen dieren en de aantallen dieren die anderszins op een bedrijf of in het kader van een onderneming aanwezig zijn; e. de aard, de fosfaattoestand en de samenstelling van de bodem alsmede de gewasopbrengst, voor zover dat relevant is voor de hoeveelheid meststoffen die op of in de bodem mag worden gebracht. @@ -748,8 +769,8 @@ Vervallen Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van: -a. een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 4, 6, 11, vierde lid, 16, 32, 33 en 76, eerste lid, -b. een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 10, 11, vijfde lid, 12, derde lid, en 21b, tweede lid, en +a. een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 4, 6, 16, 32, 33 en 76, eerste lid, +b. een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 10, 11, tweede en derde lid, 12, derde lid, en 21b, tweede lid, en c. een besluit als bedoeld in artikel 38, eerste en tweede lid, houdende vrijstelling of ontheffing van het bepaalde bij of krachtens artikel 4, 5, 6, 7, 14, 16, 19, 20, eerste lid, 21, 26, 32 of 33. **2.** Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door eenieder. @@ -796,7 +817,7 @@ Vervallen ### Artikel 51 -Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7, 9, tweede en derde lid, 11, vijfde lid, 13, vierde lid, 14, eerste lid, 15, 21, eerste lid, 33a, eerste, vierde, vijfde en zevende lid, 33b, vijfde lid, 33d, eerste lid34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40. +Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7, 9, tweede en derde lid, 11, tweede en derde lid, 13, vierde lid, 14, eerste lid, 15, 21, eerste lid, 33a, eerste, vierde, vijfde en zevende lid, 33b, vijfde lid, 33d, eerste lid34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40. ### Artikel 52 @@ -874,7 +895,7 @@ Vervallen **1.** De op grond van artikel 57, 58, 58a of 59 te bepalen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, per overtreding begaan door een natuurlijke persoon, en ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, per overtreding begaan door een rechtspersoon of een vennootschap. -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete die voor een overtreding of voor categorieën van overtredingen ten hoogste kan worden opgelegd ter zake van overtreding van het bij of krachtens artikel 9, tweede en derde lid, 11, vijfde lid, 13, vierde lid, 15, 33b, vijfde lid, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40 bepaalde. +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete die voor een overtreding of voor categorieën van overtredingen ten hoogste kan worden opgelegd ter zake van overtreding van het bij of krachtens artikel 9, tweede en derde lid, 11, tweede en derde lid, 13, vierde lid, 15, 33b, vijfde lid, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40 bepaalde. **3.** De op grond van het tweede lid te bepalen bestuurlijke boete bedraagt per overtreding ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. @@ -955,7 +976,7 @@ Artikel 32a, eerste lid, zoals dat luidde onmiddellijk voor het tijdstip van inw ### Artikel 77 -**1.** Hoofdstuk V, titels 1 tot en met 5, vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. +**1.** Hoofdstuk V, titels 1 tot en met 5, en artikel 33Ac vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. **2.** De voordracht voor het koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp ervan aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na het besluit van die kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal worden overgelegd.