diff --git a/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md b/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md index 8874631354d..2b09e5482a5 100644 --- a/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md +++ b/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit algemene rechtspositie politie bwb_id: BWBR0006516 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2020-12-23' +datum_inwerkingtreding: '2022-09-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006516 citeertitel: Besluit algemene rechtspositie politie --- @@ -82,6 +82,8 @@ ww. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, adminis **2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de achtergebleven partner. Tot gezinslid wordt in voorkomend geval mede gerekend de geregistreerde partner alsmede de levenspartner. Tegelijkertijd kan slechts een persoon als echtgenoot of echtgenote dan wel weduwe of weduwnaar worden aangemerkt. Het bevoegd gezag kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten. +## Hoofdstuk Ia. Elektronische berichtgeving + ## Hoofdstuk II. Aanstelling ### Artikel 2 @@ -405,7 +407,7 @@ c. de toekenning van de tegemoetkoming representatiekosten, als bedoeld in artik **2.** Het bevoegd gezag kan in een regeling als bedoeld in artikel 1:4, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet afspraken maken inzake rusttijd en pauze, de arbeidstijd, arbeid op zondag en arbeid in nachtdienst, met dien verstande dat in die regeling geen afspraken worden opgenomen die afwijken van het bepaalde in dit artikel en de krachtens het zeventiende lid vastgestelde landelijke regels inzake arbeidstijden. -**3.** De arbeidstijd bedraagt gemiddeld 36 uur per week. De arbeidstijd van de ambtenaar met een functie waarvoor salarisschaal 15 of hoger geldt, bedraagt gemiddeld 39,6 uur per week. +**3.** De arbeidstijd bedraagt gemiddeld 36 uur per week. De arbeidstijd van de ambtenaar met een functie waarvoor salarisschaal 15 of hoger geldt, bedraagt gemiddeld 39,6 uur per week. De arbeidstijd van chauffeurs bedraagt gemiddeld 48 uur per week. **4.** @@ -475,15 +477,21 @@ Het bevoegd gezag verdeelt de te werken zondagen zo evenredig mogelijk over de a ### Artikel 12a -**1.** De ambtenaar doet jaarlijks voor 1 oktober bij het bevoegd gezag een aanvraag voor een werkmodaliteit. Het bevoegd gezag kent deze toe, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. +**1.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag voor een werktijdenmodaliteit doen. Een werktijdenmodaliteit is een patroon van arbeidstijden dat leidt tot een herkenbaar patroon van vrije tijd, uitgedrukt in uren of in dagen. Indien voor de ambtenaar al een werktijdenmodaliteit geldt, kan de aanvraag slechts betrekking hebben op een periode na de 12 maanden, bedoeld in het tweede lid. De aanvraag moet minimaal drie maanden voor de gewenste ingangsdatum van de werktijdenmodaliteit worden gedaan. -**2.** Een werktijdenmodaliteit is een patroon van arbeidstijden dat leidt tot een herkenbaar patroon van vrije tijd, uitgedrukt in uren of in dagen. +**2.** Het bevoegd gezag kent de aanvraag toe, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. Een aanvraag wordt toegekend voor 12 maanden, tenzij het bevoegd gezag en de ambtenaar overeenkomen de werktijdenmodaliteit tussentijds aan te passen. Een toegekende werktijdenmodaliteit wordt na 12 maanden stilzwijgend verlengd. -**3.** Indien het bevoegd gezag voornemens is de aanvraag niet of niet volledig in te willigen, vraagt het bevoegd gezag binnen vier weken advies van een door Onze Minister in te stellen commissie. +**3.** Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken na de aanvraag een besluit, tenzij sprake is van de situatie bedoeld in het vierde lid. -**4.** De commissie wordt paritair samengesteld en brengt binnen zes weken na ontvangst van de adviesaanvraag een schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag en aan de betrokken ambtenaar. +**4.** Indien het bevoegd gezag voornemens is de aanvraag niet of niet volledig toe te kennen, vraagt het bevoegd gezag binnen zes weken na dagtekening van de aanvraag advies van een door Onze Minister in te stellen commissie. -**5.** Het bevoegd gezag besluit binnen zes weken nadat het in het vierde lid bedoelde advies is uitgebracht. Indien binnen genoemde termijn nog geen besluit is bekendgemaakt, wordt de aanvraag voor zover het advies strekt tot toekenning van de aanvraag, door het bevoegd gezag toegekend voor twaalf maanden, ingaand uiterlijk zes weken na dagtekening van het advies. +**5.** De commissie wordt paritair samengesteld en brengt binnen zes weken een schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag. De betrokken ambtenaar wordt van het advies in kennis gesteld. + +**6.** Na ontvangst van het in het vijfde lid genoemde advies neemt het bevoegd gezag binnen vier weken een besluit. Indien binnen deze termijn dan wel, onverminderd het vierde lid, de termijn in het derde lid geen besluit is genomen is de aanvraag van rechtswege toegekend, ingaand vier weken na dagtekening van het advies respectievelijk zes weken na de aanvraag. + +**7.** Het bevoegd gezag dan wel de ambtenaar kan een voorstel doen om de werktijdenmodaliteit niet te verlengen of aan te passen. In geval van wederzijdse instemming wordt de aangepaste werkmodaliteit voor 12 maanden toegekend. + +**8.** Indien de ambtenaar niet instemt met het in het zevende lid genoemde voorstel van het bevoegd gezag en dit voorstel ziet op de periode na de 12 maanden van een toegekende aanvraag, genoemd in het tweede lid, vraagt het bevoegd gezag advies van de in het vijfde lid bedoelde commissie. ### Artikel 13 @@ -551,9 +559,7 @@ d. gewerkte verschoven uren als bedoeld in artikel 27b, derde lid, van het Beslu ### Artikel 14 -**1.** De Politieacademie roostert voor de aspirant gedurende een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding 172,8 vakantie-uren per kalenderjaar in. Per kalenderjaar worden ten minste twee kalenderweken aaneengesloten ingeroosterd. - -**2.** De aspirant met een andere betrekking dan een volledige betrekking, heeft recht op een evenredig aantal vakantie-uren. +Vervallen ### Artikel 15 @@ -630,6 +636,8 @@ Vervallen **2.** De ambtenaar met een volledige betrekking heeft in elk kalenderjaar aanspraak op ten minste 72 uren vakantie over een aaneengesloten periode. De ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking heeft in elk kalenderjaar aanspraak op een aaneengesloten periode van een in evenredigheid ander aantal uren vakantie. +**3.** Voor de aspirant wordt in elk geval tijdens onderwijsvrije periodes vakantieverlof ingeroosterd, voor zover de aspirant tijdens deze onderwijsvrije periodes geen opleiding in de praktijk kan volgen. + ### Artikel 23 De aanspraak op vakantie vervalt met ingang van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. Indien het voor de ambtenaar redelijkerwijs niet mogelijk is geweest om de vakantie voor het in de eerste volzin bedoelde moment op te nemen, vervalt de aanspraak op vakantie met ingang van het daarop volgende kalenderjaar. @@ -797,9 +805,9 @@ b. het bevoegd gezag daartoe aanleiding aanwezig acht. ### Artikel 30d -**1.** Bij ontslag, anders dan ontslag op grond van artikel 88d, eerste lid, of artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of h, wordt de helft van het aantal levensfase-uren, waarop de ambtenaar op de ontslagdatum aanspraak heeft, uitbetaald. +**1.** Bij ontslag, anders dan ontslag op grond van artikel 88d of artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of h, wordt de helft van het aantal levensfase-uren, waarop de ambtenaar op de ontslagdatum aanspraak heeft, uitbetaald. -**2.** Bij ontslag op grond van artikel 88d, eerste lid, of artikel 94, eerste lid, onderdeel h, worden levensfase-uren, waarop de ambtenaar op de ontslagdatum aanspraak heeft, niet uitbetaald. +**2.** Bij ontslag op grond van artikel 88d of artikel 94, eerste lid, onderdeel h, worden levensfase-uren, waarop de ambtenaar op de ontslagdatum aanspraak heeft, niet uitbetaald. **3.** Bij ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel e of f, dan wel overlijden van de ambtenaar worden de levensfase-uren, waarop hij op de ontslagdatum aanspraak heeft dan wel op de dag van overlijden aanspraak had, uitbetaald. @@ -903,8 +911,8 @@ a. bij zijn huwelijk: 3 dienstdagen; b. tot het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten in de eerste en tweede graad: 1 dienstdag; c. bij overlijden van -1. zijn echtgenote, ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen of aangehuwde kinderen: vier dienstdagen; -2. bloed- of aanverwanten in de tweede graad: twee dienstdagen; +1. zijn echtgenote, ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen of aangehuwde kinderen: tweemaal de arbeidsduur per week, binnen vier weken na de dag van overlijden; +2. bloed- of aanverwanten in de tweede graad: eenmaal de arbeidsduur per week, binnen vier weken na de dag van overlijden; d. bij zijn 25- of 40-jarig ambtsjubileum: één dienstdag. **2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huwelijk mede verstaan het aangaan van een geregistreerd partnerschap alsmede het sluiten van een samenlevings-contract als bedoeld in artikel 1, tweede lid. @@ -1034,7 +1042,7 @@ a. indien het bevoegd gezag gegronde redenen heeft om te twijfelen aan de goede b. indien de ambtenaar niet meer volledig geschikt is gebleken voor het verrichten van zijn arbeid; c. ter beantwoording van de vraag of de ambtenaar tijdens het tijdvak waarin hij wegens ziekte ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, in het belang van zijn genezing arbeid mag verrichten en om vast te stellen welke arbeid wenselijk wordt geacht; d. voor zover dit noodzakelijk is ter voorbereiding van een beslissing naar aanleiding van de aanvraag om een hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 51; -e. indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken, een aangifteplicht geldt; +e. indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge de Wet publieke gezondheid een meldingsplicht geldt; f. om te beoordelen of de ambtenaar die de functie heeft van vlieger bij een landelijke eenheid lichamelijk en psychisch in staat is de functie van vlieger te blijven uitoefenen, nadat hij de voor zijn functie vastgestelde leeftijdsgrens heeft bereikt; g. om te beoordelen of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 94, derde of vierde lid; h. om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten, zijn arbeid mag hervatten; @@ -1317,7 +1325,7 @@ a. de vergoeding wordt toegekend zonder toepassing van het tariefsysteem in voor b. de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vergoed voor een bedrag van ten hoogste € 268,47 per uur tot een bedrag van ten hoogste € 6.443,37, beide bedragen exclusief BTW en kantoorkosten; c. aan de betrokkene toegekende bedragen waarop hij op grond van een ander wettelijk voorschrift of een uitspraak van een gerechtelijke instantie aanspraak heeft in verband met de vergoeding van kosten als bedoeld in dit artikel, in aftrek worden gebracht op de vergoeding. -**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande jaar. +**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de consumentenprijsindex. ## Hoofdstuk VII.b. Voorzieningen bij reorganisaties @@ -1614,7 +1622,7 @@ Indien de terugkeer plaatsvindt in het eerste, tweede of derde jaar na afloop va **9.** De herplaatsingskandidaat kan in plaats van de vertrekstimuleringspremie kiezen voor buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging, waarvan de duur wordt bepaald aan de hand van de vertrekstimuleringspremie waarop de herplaatsingskandidaat maximaal aanspraak zou hebben. Ingeval van hervatting van de werkzaamheden bij de politie binnen de toegekende periode van buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging wordt het resterende deel van dat verlof ingetrokken met ingang van de datum van die hervatting en wordt bruto terugbetaling van de bezoldiging over het reeds genoten buitengewoon verlof gevorderd. Indien de hervatting plaatsvindt in het eerste, tweede of derde jaar na afloop van bedoelde periode wordt eenmalig respectievelijk 75, 50 dan wel 25 procent van de bezoldiging terugbetaald. -**10.** De bedragen, genoemd in het derde en achtste lid, worden per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling geïndexeerd, overeenkomstig de contractlonen, zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in de Macro-Economische Verkenningen in het voorafgaande jaar is geraamd, waarbij wordt afgerond naar het naaste veelvoud van € 1.000. Bedoelde indexering vindt voor het eerst plaats met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016. +**10.** De bedragen, genoemd in het derde en achtste lid, worden per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling geïndexeerd, overeenkomstig de cao-lonen, zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in de Macro-Economische Verkenningen in het voorafgaande jaar is geraamd, waarbij wordt afgerond naar het naaste veelvoud van € 1.000. Bedoelde indexering vindt voor het eerst plaats met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016. ### Artikel 55z @@ -1815,9 +1823,9 @@ c. de ambtenaar binnen een periode van drie jaar na afronding van de opleiding d ### Artikel 69a -**1.** Indien de ambtenaar wegens de uitvoering van de politietaak aansprakelijk wordt gesteld naar burgerlijk recht of als verdachte wordt aangemerkt naar strafrecht, kent het bevoegd gezag hem een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij hij naar het oordeel van het bevoegd gezag opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld, of grof nalatig is geweest. +**1.** Indien de ambtenaar wegens de uitoefening van de werkzaamheden aansprakelijk wordt gesteld naar burgerlijk recht, als verdachte wordt aangemerkt naar strafrecht of geweld heeft gebruikt en ten aanzien van dat geweldgebruik een feitenonderzoek als bedoeld in artikel 511a van het Wetboek van Strafvordering is ingesteld, kent het bevoegd gezag diegene een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij diegene naar het oordeel van het bevoegd gezag opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld, of grof nalatig is geweest. -**2.** Indien de ambtenaar schadevergoeding vordert op grond van onrechtmatige daad, jegens hem gepleegd tijdens de uitoefening van de politietaak, kent het bevoegd gezag hem een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de vordering kennelijk onvoldoende grond heeft of kennelijk onredelijk is. +**2.** Indien de ambtenaar een vordering instelt op grond van onrechtmatige daad, jegens hem gepleegd wegens de uitoefening van de werkzaamheden, kent het bevoegd gezag hem een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de vordering kennelijk onvoldoende grond heeft of kennelijk onredelijk is. **3.** Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de rechtskundige hulp aan de ambtenaar is verleend, op grond van zijn lidmaatschap, door een centrale of een vereniging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994, met dien verstande dat de tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp rechtstreeks wordt betaald aan voornoemde centrale of vereniging. @@ -2173,11 +2181,15 @@ Vervallen ### Artikel 88d -**1.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een ouderdomspensioen als bedoeld hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement, wordt eervol ontslag verleend. +**1.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een ouderdomspensioen als bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement of de uitkering als bedoeld in artikel 29d van het Besluit bezoldiging politie, wordt eervol ontslag verleend. -**2.** Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht ontstaat op een ouderdomspensioen. +**2.** Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht ontstaat op een ouderdomspensioen dan wel op de uitkering, bedoeld in het eerste lid. -**3.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het ontslag, bedoeld in het tweede lid, ook voor een gedeelte van zijn arbeidstijd worden verleend, tenzij het belang van de dienst zich hiertegen verzet. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de betrekking. Ontslag voor een gedeelte uit een betrekking waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het tweede lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden, bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidstijd. +**3.** + +Op aanvraag van de ambtenaar kan het ontslag, bedoeld in het tweede lid, indien het ontslag enkel wordt verleend met het oog op een ouderdomspensioen, ook voor een gedeelte van zijn arbeidstijd worden verleend, tenzij het belang van de dienst zich hiertegen verzet. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de betrekking. + +Ontslag voor een gedeelte uit een betrekking waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op een ouderdomspensioen heeft plaatsgevonden, bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidstijd. **4.** Artikel 87, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -2216,7 +2228,7 @@ c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan vo ### Artikel 90 -**1.** Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, en de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die blijkens zijn akte van aanstelling is benoemd voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, en artikel 4, eerste lid, onderdelen b tot en met h, is, tenzij het tegendeel blijkt, van rechtswege eervol ontslag verleend zodra die tijd is verstreken. Bij voortduring van het dienstverband na het verstrijken van de bepaalde tijd is de ambtenaar van rechtswege aangesteld voor onbepaalde tijd. +**1.** Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die blijkens zijn akte van aanstelling is benoemd voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, en artikel 4, eerste lid, onderdelen b tot en met h, is, tenzij het tegendeel blijkt, van rechtswege eervol ontslag verleend zodra die tijd is verstreken. Bij voortduring van het dienstverband na het verstrijken van de bepaalde tijd is de ambtenaar van rechtswege aangesteld voor onbepaalde tijd. **2.** @@ -2478,7 +2490,7 @@ b. In het tweede lid wordt «onderdelen a, b en d,» vervangen door «onderdelen ### Artikel 100 -**1.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 12, 12a, 13, eerste tot en met derde lid, 15 tot en met 22, 24, 25, 28, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 71 en 72 zijn op de aspirant en de vrijwilliger-aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat de artikelen 12 en 12a wel van toepassing zijn op de aspirant en de vrijwilliger-aspirant gedurende de beroepspraktijkvorming. +**1.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 12, 12a, 13, eerste tot en met derde lid, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 71 en 72 zijn op de aspirant en de vrijwilliger-aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat de artikelen 12 en 12a wel van toepassing zijn op de aspirant en de vrijwilliger-aspirant gedurende de beroepspraktijkvorming. **2.** De artikelen 30 tot en met 30e zijn gedurende het eerste leerjaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet van toepassing op de aspirant, tenzij de aspirant voorafgaand aan dat leerjaar al aanspraak had op levensfase-uren. @@ -2488,7 +2500,7 @@ b. In het tweede lid wordt «onderdelen a, b en d,» vervangen door «onderdelen **5.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 13, 15 tot en met 28, 30 tot en met 30e, 43 tot en met 48, 58, 59, 61, 64, en 71 zijn op de vakantiewerker niet van toepassing. -**6.** De artikelen 2a, 2b, 10, eerste lid, onderdelen h, i, en k, hoofdstukken III, met uitzondering van artikel 13b, IV, IV.a, met uitzondering van artikel 28e, V, Va, VI, artikelen 49c, 50, derde lid, 54a, derde lid, 54b, 55, hoofdstuk VII.b, artikelen 61 tot en met 65, 66, 70, derde lid, 75, 85, 88a, 88d, 89, eerste en zevende lid, 90, zevende en negende lid, 91, 92, derde lid, 94, eerste lid, onderdeel h en derde tot en met vijftiende lid, 95, tweede en derde lid, 97, 98 en 99a tot en met 99m zijn niet van toepassing op de vrijwillige ambtenaar. +**6.** De artikelen 2a, 2b, 10, eerste lid, onderdelen h, i, en k, hoofdstukken III, met uitzondering van artikel 13b, IV, IV.a, met uitzondering van artikel 28e, V, Va, VI, artikelen 49c, 50, derde lid, 54a, derde lid, 54b, 55, hoofdstuk VII.b, artikelen 61 tot en met 65, 70, derde lid, 75, 85, 88a, 88d, 89, eerste en zevende lid, 90, zevende en negende lid, 91, 92, derde lid, 94, eerste lid, onderdeel h en derde tot en met vijftiende lid, 95, tweede en derde lid, 97, 98 en 99a tot en met 99m zijn niet van toepassing op de vrijwillige ambtenaar. ### Artikel 101