diff --git a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md index df2e4e4170b..bc260d071bb 100644 --- a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md +++ b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md @@ -131,7 +131,7 @@ e. die, hoewel hij niet op grond van de onderdelen *a* tot en met *d* als studer **1.** De jonggehandicapte heeft recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering zodra hij onafgebroken 52 weken, onmiddellijk volgend op de in artikel 5, eerste lid, onderdeel *a* of *b* bedoelde dag, arbeidsongeschikt is geweest, indien hij na afloop van dat tijdvak nog arbeidsongeschikt is. -**2.** Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. +**2.** Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. **3.** Recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de jonggehandicapte die na afloop van het in het eerste lid bedoelde tijdvak van 52 weken niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak. @@ -226,7 +226,7 @@ d. arbeidsongeschiktheid, die is ingetreden binnen een half jaar na het tijdstip **3.** Het tweede lid is niet van toepassing op de persoon die in het jaar onmiddellijk voorafgaande aan de dag van het intreden van de toeneming van de arbeidsongeschiktheid zes of meer maanden studerende was als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b. -**4.** Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van 52 weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. +**4.** Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van 52 weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. **5.** Perioden van wonen buiten Nederland waarin de arbeidsongeschiktheid is toegenomen worden mede in aanmerking genomen voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid. @@ -236,7 +236,7 @@ d. arbeidsongeschiktheid, die is ingetreden binnen een half jaar na het tijdstip **2.** Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, doch minder dan 80%, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, doch binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan die uitkering is herzien, de arbeidsongeschiktheid weer toeneemt, is het eerste lid van toepassing, onder afwijking van artikel 12. -**3.** Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. +**3.** Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. **4.** Perioden van wonen buiten Nederland waarin de arbeidsongeschiktheid is toegenomen worden mede in aanmerking genomen voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste en tweede lid. @@ -261,7 +261,7 @@ d. binnen een bij ministeriële regeling aan te geven tijdvak in daarbij aan te **1.** Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid die intreedt binnen vijf jaar na de datum van toekenning of herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en die voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan uitkering wordt genoten, is voortgekomen, vindt herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats, zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd. -**2.** Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. +**2.** Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. **3.** Dit artikel vindt geen toepassing, indien recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 13 of 14, eerste lid, onderdelen *a* tot en met *c*. @@ -315,7 +315,7 @@ Indien de jonggehandicapte: a. wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afneming van arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 17, eerste lid, onderdeel *b*, is ingetrokken; of b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling, maar geen recht had op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was; binnen vijf jaar na de datum van die intrekking dan wel binnen vijf jaar na het bereiken van die wachttijd arbeidsongeschikt wordt en deze arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten dan wel als die op grond waarvan hij ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling voortkomt, vindt toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats, zodra die arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd. -**2.** Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. +**2.** Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. **3.** @@ -394,7 +394,7 @@ Vervallen **1.** Ten einde een recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering geldend te kunnen maken meldt de jonggehandicapte zijn arbeidsongeschiktheid binnen dertien weken na de dag waarop hij 17 jaar is geworden dan wel binnen dertien weken na de in artikel 5, eerste lid, onderdeel *b*, bedoelde dag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. -**2.** Voor het bepalen van het tijdvak van dertien weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. +**2.** Voor het bepalen van het tijdvak van dertien weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. #### Paragraaf 2. Toekenning @@ -910,6 +910,10 @@ De in artikel 73 bedoelde strafbare feiten worden als overtredingen beschouwd. Zolang op grond van artikel XII, onderdeel *a*, van de wet van 21 december 1995, *Stb.* 691, tot nadere wijziging van een aantal sociale zekerheidswetten (technische verbeteringen in verband met de wetten TAV, TBA en TZ, alsmede enige andere wijzigingen) voor een kind recht bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet, wordt dat kind aangemerkt als studerende in de zin van artikel 5, tweede lid. +### Artikel 76a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 77 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de tijdvakken van vier weken, genoemd in de artikelen 6, tweede en derde lid, 12, derde lid, 13, 14, eerste lid, 15, 19 en 20.