2015-11-26 | BWBR0020414 | Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2015-11-26 12:00:00 +00:00
parent 1e87918975
commit d124de0e9e

View file

@ -4,7 +4,7 @@ titel: Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depo
bwb_id: BWBR0020414
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2007-01-01'
datum_inwerkingtreding: '2015-11-26'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020414
citeertitel: Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie
Wft
@ -18,8 +18,9 @@ citeertitel: Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie e
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. groep banken of groep financiële ondernemingen: twee of meer banken onderscheidenlijk financiële ondernemingen die met elkaar zijn verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur;
b. wet: Wet op het financieel toezicht.
a. * gedelegeerde verordening bijdragen afwikkelingsfonds:* gedelegeerde verordening (EU) 2015/63 van de Commissie van 21 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van wat de vooraf te betalen bijdragen aan afwikkelingsfinancieringsregelingen betreft (PbEU 2015, L 11);
b. groep banken of groep financiële ondernemingen: twee of meer banken onderscheidenlijk financiële ondernemingen die met elkaar zijn verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur;
c. wet: Wet op het financieel toezicht.
## Hoofdstuk 2. Portefeuilleoverdracht, fusies en splitsingen
@ -37,6 +38,8 @@ e. een opgave van de omvang van de aan te houden technische voorzieningen in ver
f. een opgave van de aard en omvang van de over te dragen beleggingen ter dekking van de technische voorzieningen; en
g. ingeval van winstdeling, een beschrijving van de winstdefinitie.
## Hoofdstuk 2a. Kapitaalopslag
## Hoofdstuk 3. Herstelplan
### Paragraaf . Bepaling ter uitvoering van
@ -57,6 +60,10 @@ e. het algemene herverzekeringsbeleid.
**3.** De Nederlandsche Bank kan aanvullende gegevens verlangen, indien dit nodig is voor een goede beoordeling van het herstelplan.
### Artikel 3a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 4. Saneringsplan en financieringsplan
### Paragraaf . Bepaling ter uitvoering van
@ -67,6 +74,10 @@ e. het algemene herverzekeringsbeleid.
**2.** Een financieringsplan als bedoeld in artikel 3:136, tweede lid, van de wet vermeldt op welke wijze en binnen welke termijn de solvabiliteitsmarge weer op de vereiste omvang zal worden gebracht. Indien ingevolge artikel 3:136, eerste lid, van de wet een saneringsplan is vastgesteld waaraan instemming is verleend, vermeldt het financieringsplan tevens hoe het saneringsplan daarin wordt verwerkt.
### Artikel 4a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 5. Opvanginstrument levensverzekeraars
### Paragraaf . Bepalingen ter uitvoering van
@ -100,11 +111,155 @@ b. indien het een levensverzekeraar betreft met zetel in een staat die geen lids
**3.** De Nederlandsche Bank kan, indien dringende omstandigheden dit vergen en gehoord de vertrouwenscommissie, het vergoedingsplan wijzigen.
## Hoofdstuk 5a. Afwikkeling
### Paragraaf 5.1. Overbruggingsinstellingen en entiteiten voor activa- en passivabeheer
### Artikel 7a
Voor de toepassing van deze paragraaf:
a. wordt een overbruggingsstichting, overbruggingsonderneming of entiteit voor activa- en passivabeheer aangemerkt als een overbruggingsinstelling in de zin van afdeling 3.5.4a van de wet, voor zover belast met de taken, bedoeld in artikel 7b, tweede lid, onderdeel b, 7c, tweede lid, onderdeel a, of 7d, tweede lid, onderdeel a;
b. wordt een overbruggingsstichting of overbruggingsonderneming aangemerkt als een overbruggingsinstelling in de zin van paragraaf 3A.2.5.2 van de wet, voor zover belast met de taken, bedoeld in artikel 7b, tweede lid, onderdeel c, of 7c, tweede lid, onderdeel b.
### Artikel 7b
**1.** De Nederlandsche Bank is belast met het oprichten van overbruggingsstichtingen.
**2.**
Een overbruggingsstichting heeft tot taak om:
a. aandelen in een of meer overbruggingsondernemingen of entiteiten voor activa- en passivabeheer te houden;
b. tijdelijk aandelen in een verzekeraar te houden die ingevolge een overdrachtsplan als bedoeld in artikel 3:159c van de wet aan haar worden overgedragen; of
c. tijdelijk eigendomsinstrumenten te houden die zijn uitgegeven door of met medewerking van een entiteit in afwikkeling en die ingevolge een besluit op grond van artikel 3A:36 van de wet op haar overgaan.
**3.** De statuten van een overbruggingsstichting zijn in overeenstemming met de artikelen 40 en 41 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, voor zover de taken, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a of b, zich niet daartegen verzetten, indien de overbruggingsstichting met deze taken is belast.
**4.** Wijziging van de statuten van een overbruggingsstichting behoeft de goedkeuring van de Nederlandsche Bank.
### Artikel 7c
**1.** De Nederlandsche Bank is belast met het oprichten, of het door een overbruggingsstichting doen oprichten, van overbruggingsondernemingen.
**2.**
Een overbruggingsonderneming heeft tot taak om tijdelijk activa of passiva te houden die:
a. ingevolge een overdrachtsplan als bedoeld in artikel 3:159c van de wet van een verzekeraar aan haar worden overgedragen, en het daaraan verbonden bedrijf uit te oefenen; of
b. ingevolge een besluit op grond van artikel 3A:36 van de wet van een entiteit in afwikkeling op haar overgaan, en het daaraan verbonden bedrijf uit te oefenen.
**3.** De statuten van een overbruggingsonderneming zijn in overeenstemming met de artikelen 40 en 41 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, voor zover de taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, zich niet daartegen verzet, indien de overbruggingsstichting met deze taak is belast.
**4.** Indien een overbruggingsstichting een overbruggingsonderneming opricht, behoeft de vaststelling en wijziging van de statuten van de overbruggingsonderneming de goedkeuring van de Nederlandsche Bank.
**5.** Indien de Nederlandsche Bank een overbruggingsonderneming opricht, draagt zij de aandelen in de overbruggingsonderneming onverwijld over aan een overbruggingsstichting.
### Artikel 7d
**1.** De Nederlandsche Bank is belast met het oprichten, of het door een overbruggingsstichting doen oprichten, van een of meer entiteiten voor activa- en passivabeheer.
**2.**
Een entiteit voor activa- en passivabeheer heeft tot taak om de activa en passiva te beheren die:
a. ingevolge een overdrachtsplan als bedoeld in artikel 3:159c van de wet van een verzekeraar aan haar worden overgedragen; of
b. ingevolge een besluit op grond van artikel 3A:41 van de wet van een entiteit in afwikkeling of overbruggingsinstelling op haar overgaan.
**3.** De statuten van een entiteit voor activa- en passivabeheer zijn in overeenstemming met artikel 42 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, voor zover de taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, zich niet daartegen verzet, indien zij met deze taak is belast.
**4.** Artikel 7c, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op een entiteit voor activa- en passivabeheer.
### Artikel 7e
**1.** Verkoop door een overbruggingsstichting, overbruggingsonderneming of entiteit voor activa- en passivabeheer van door deze gehouden aandelen, andere eigendomsinstrumenten, of activa of passiva, vindt niet plaats dan op aanwijzing of met goedkeuring van de Nederlandsche Bank.
**2.** Bij een verkoop door een overbruggingsstichting of overbruggingsonderneming worden de vereisten, bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen in acht genomen, voor zover dat zich niet verzet tegen het doel waarmee de overbruggingsstichting of overbruggingsonderneming aandelen in een verzekeraar, onderscheidenlijk van een verzekeraar overgedragen activa of passiva, houdt, indien zij met deze taak is belast.
### Artikel 7f
**1.**
De Nederlandsche Bank beëindigt het functioneren van een overbruggingonderneming waaraan of waarop activa of passiva zijn overgedragen onderscheidenlijk overgegaan, of doet een dergelijke overbruggingsonderneming door een overbruggingsstichting beëindigen indien:
a. alle of vrijwel alle activa en passiva zijn verkocht aan derden; of
b. de activa volledig zijn vereffend en de passiva volledig zijn voldaan.
**2.** Een overbruggingsonderneming verkoopt haar activa en passiva uiterlijk twee jaar nadat voor het laatst activa of passiva ingevolge de toepassing van het instrument van de overbruggingsinstelling aan haar zijn overgedragen, onderscheidenlijk op haar zijn overgegaan, indien binnen die termijn geen van de situaties, bedoeld in het eerste lid, zich heeft voorgedaan.
**3.**
De Nederlandsche Bank kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, telkens met ten hoogste een jaar verlengen, indien dit:
a. bevorderlijk is voor het bereiken van de situatie waarin alle of vrijwel alle activa en passiva zijn verkocht aan derden of de activa volledig zijn vereffend en de passiva volledig zijn voldaan;
b. nodig is om de continuïteit van essentiële bankdiensten of financiële diensten te verzekeren; of
c. nodig is om het doel te verwezenlijken waartoe de overbruggingsonderneming van een verzekeraar overgedragen activa of passiva houdt.
### Paragraaf 5.2. Het afwikkelingsfonds
### Artikel 7g
**1.** Op de leden van het bestuur van het afwikkelingsfonds, bedoeld in artikel 3A:68, eerste lid, van de wet, is artikel 14, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing.
**2.** Op de taakuitoefening van het afwikkelingsfonds zijn de artikelen 20, 23, eerste en tweede lid, en 41, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuurorganen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank stelt Onze Minister onverwijld in kennis van door haar getroffen voorzieningen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
**3.** Het afwikkelingsfonds legt verantwoording af over haar taakuitoefening overeenkomstig de artikelen 18, eerste lid, met uitzondering van de laatste volzin, 26, 34, eerste lid, en 35, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank.
### Artikel 7h
**1.** De Nederlandsche Bank heft de periodieke bijdragen, bedoeld in artikel 3A:71, eerste lid, van de wet, tot 1 januari 2025, onverminderd het vierde lid.
**2.** Op het vaststellen van de hoogten van de periodieke bijdragen van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3A:71, eerste lid, onderdeel a, van de wet, is artikel 20, vijfde lid, van de gedelegeerde verordening bijdragen afwikkelingsfonds van toepassing.
**3.**
Op het vaststellen van de hoogten van de periodieke bijdragen van banken en beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3A:71, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c, van de wet, zijn de artikelen 10 tot en met 14 en 17 van de gedelegeerde verordening bijdragen afwikkelingsfonds van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. uitsluitend de vermogenspositie en activiteiten van het in Nederland gelegen bijkantoor in aanmerking worden genomen;
b. indien de totale waarde aan passiva, minus eigen vermogen en gegarandeerde depositos, bedoeld in artikel 10 van de verordening, groter is dan 300.000.000 euro, de periodieke bijdrage 75.000 euro per jaar bedraagt, vermeerderd met:
1°. 25.000 euro voor elke 100.000.000 euro waarmee het bedrag van 300.000.000 euro wordt overschreden; en
2°. 35.000 euro voor elke 100.000.000 euro waarmee het bedrag van 1.000.000.000 euro wordt overschreden.
**4.** Indien financiële middelen van het afwikkelingsfonds zijn aangewend, heft de Nederlandsche Bank, onverminderd de heffingen ingevolge het eerste lid, periodieke bijdragen totdat een bedrag ter grootte van het bedrag aan aangewende middelen is geheven.
**5.** Het bedrag waarvoor een overeenkomst, bedoeld in artikel 3A:74, tweede lid, van de wet is aangegaan, telt voor de toepassing van het eerste en derde lid mee voor de berekening van de hoogte van de in het afwikkelingsfonds aanwezige middelen.
### Artikel 7i
**1.** De hoogte van een buitengewone bijdrage als bedoeld in artikel 3A:72, eerste lid, van de wet bedraagt per jaar ten hoogste drie maal de voorafgaande periodieke bijdrage van de bank of beleggingsonderneming, geheven op grond van artikel 3A:71 van de wet.
**2.** De Nederlandsche Bank kan de betaling van de buitengewone bijdrage voor ten hoogste zes maanden geheel of gedeeltelijk opschorten indien de betaling daarvan de liquiditeit of de solvabiliteit van de betrokken bank of beleggingsonderneming zou bedreigen. Op verzoek van de onderneming kan de termijn worden verlengd.
### Paragraaf 5.3. Overige bepalingen
### Artikel 7j
**1.** Een entiteit in afwikkeling als bedoeld in artikel 3A:2 van de wet of de Nederlandsche Bank kan, indien noodzakelijk voor een effectieve afwikkeling, voor de identificatie van houders van kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten of van schuldeisers persoonsgegevens verwerken en maakt gebruik van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, indien zij daarover beschikt.
**2.** Een verzekeraar ten aanzien waarvan de noodregeling of het faillissement is uitgesproken kan, indien noodzakelijk om een overdracht van rechten en verplichtingen krachtens verzekering mogelijk te maken, voor de identificatie van polishouders persoonsgegevens verwerken en maakt gebruik van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, indien zij daarover beschikt.
## Hoofdstuk 6. Beleggerscompensatiestelsel en depositogarantiestelsel
### Afdeling . Bepalingen ter uitvoering van
#### Paragraaf 6.1. Beleggerscompensatiestelsel
#### Paragraaf 6.1. Algemeen
### Artikel 7a*
**1.**
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *depositobasis:* het totaal van de bij een bank aangehouden gegarandeerde depositos;
- *depositogarantiefonds:* het depositogarantiefonds, bedoeld in artikel 3:259a, eerste lid, van de wet;
- *depositogarantiestelsel:* het depositogarantiestelsel, bedoeld in artikel 3:259, tweede lid, van de wet;
- *gegarandeerd deposito:* een deposito voor zover dat gegarandeerd wordt uit hoofde van het depositogarantiestelsel;
- *uitvoeringsverordening rapportage kapitaalvereisten:* Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie van 16 april 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen overeenkomstig verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 191).
**2.** Een wijziging van de richtlijn depositogarantiestelsels gaat voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de datum waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
#### Paragraaf 6.2. Beleggerscompensatiestelsel
### Artikel 8
@ -235,61 +390,31 @@ b. een variabel bedrag dat wordt verkregen door het omslagpercentage, bedoeld in
**3.** Indien de solvabiliteits- of liquiditeitspositie van een bank, of de solvabiliteitspositie van een beleggingsonderneming daartoe aanleiding geeft, kan de Nederlandsche Bank voor die bank, onderscheidenlijk beleggingsonderneming, een lager percentage vaststellen.
#### Paragraaf 6.2. Depositogarantiestelsel
#### Paragraaf 6.3. Procedure uitkering beleggerscompensatiestelsel
### Artikel 18
Het depositogarantiestelsel is van toepassing op:
a. banken die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 van de wet hebben;
b. banken als bedoeld in artikel 3:266, eerste lid, onderdeel b, van de wet, voorzover het hun vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitgeoefende bedrijf betreft; en
c. banken als bedoeld in artikel 3:267, tweede lid, van de wet, voorzover het een vanuit hun in Nederland gelegen bijkantoor uitgeoefende bedrijf betreft.
Vervallen
### Artikel 19
Indien de Nederlandsche Bank op grond van artikel 3:260, eerste lid, van de wet heeft besloten tot het in werking stellen van het depositogarantiestelsel, komen vorderingen van de hierna te noemen categorieën van personen voor voldoening overeenkomstig deze paragraaf in aanmerking:
a. personen die depositos op eigen naam en voor eigen rekening bij de betalingsonmachtige bank aanhouden;
b. personen die tezamen met een persoon als bedoeld in onderdeel a op eigen naam al dan niet voor eigen rekening depositos bij de betalingsonmachtige bank aanhouden;
c. derden ten behoeve van wie een persoon als bedoeld in onderdeel a of b krachtens overeenkomst of wet op eigen naam depositos bij de betalingsonmachtige bank aanhoudt.
Vervallen
### Artikel 20
**1.** Voor voldoening ingevolge het depositogarantiestelsel komen in aanmerking vorderingen uit depositos, met uitzondering van vorderingen uit depositos als bedoeld in bijlage B, die de betalingsonmachtige bank aan de personen, bedoeld in artikel 19, verschuldigd is of die hen toebehoren en die de betalingsonmachtige bank voor hen overeenkomstig de wettelijke en contractuele voorwaarden houdt. Indien een vordering ingevolge de eerste volzin niet voor voldoening in aanmerking komt, stelt de bank de in die volzin bedoelde personen hiervan in kennis.
**2.** Vorderingen van een derde als bedoeld in artikel 19, onderdeel c, komen slechts voor voldoening in aanmerking indien de identiteit van de derde is of kan worden vastgesteld voordat de Nederlandsche Bank heeft geconstateerd dat de bank betalingsonmachtig is als bedoeld in artikel 3:260, tweede lid, van de wet.
Vervallen
### Artikel 21
**1.** Het bedrag dat ingevolge het depositogarantiestelsel wordt uitgekeerd, wordt door de banken, bedoeld in artikel 18, vergoed aan de Nederlandsche Bank volgens het door haar op grond van artikel 22 vast te stellen omslagpercentage.
**2.** De verplichting, bedoeld in het eerste lid, ontstaat op het tijdstip waarop de Nederlandsche Bank de betalingsonmacht van een bank constateert als bedoeld in artikel 3:260, tweede lid, van de wet. Banken die na dat tijdstip niet langer voldoen aan de in artikel 18 genoemde criteria, blijven de bijdrage verschuldigd.
**3.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek van een groep banken, na overleg met representatieve vertegenwoordigingen, bepalen dat een tot deze groep behorende bank, die in het verzoek dient te worden aangewezen, alle door de tot deze groep behorende banken in totaal verschuldigde bijdragen betaalt. De Nederlandsche Bank voldoet in elk geval aan het verzoek indien de tot die groep behorende banken zijn geconsolideerd in de balans van de aangewezen bank.
**4.** De bijdrage van banken die zijn aangesloten bij een centrale kredietinstelling wordt in een bedrag betaald door de centrale kredietinstelling.
**5.** De verschuldigde bijdrage van iedere bank afzonderlijk wordt bepaald door het omslagpercentage voor die bank te vermenigvuldigen met het totaalbedrag dat ingevolge het depositogarantiestelsel wordt uitgekeerd.
**6.** De Nederlandsche Bank kan maandelijks de verschuldigde bijdragen van de banken met betrekking tot de op dat moment ingevolge artikel 27, tweede lid, betaalde vergoeding, bij de banken in rekening brengen.
**7.** De Nederlandsche Bank kan bepalen dat bijdragen beneden een door haar, na overleg met representatieve vertegenwoordigingen, vast te stellen bedrag, niet behoeven te worden voldaan.
Vervallen
### Artikel 22
**1.** De Nederlandsche Bank stelt, ambtshalve of op verzoek van representatieve vertegenwoordigingen, na overleg met deze vertegenwoordigingen het voor elke bank geldende omslagpercentage vast aan de hand van de door elke bank aangehouden depositos voor zover zij voor voldoening ingevolge het depositogarantiestelsel in aanmerking zouden komen. In aanmerking worden genomen de depositos die worden aangehouden op de datum van de laatste door die bank aan de Nederlandsche Bank overgelegde balans voorafgaand aan het tijdstip waarop de Nederlandsche Bank tot de toepassing van het depositogarantiestelsel met betrekking tot de betalingsonmachtige bank heeft besloten. Na overleg met representatieve vertegenwoordigingen bepaalt de Nederlandsche Bank welke posten op deze overgelegde balans voor deze berekening in aanmerking worden genomen. Daarbij wordt het totaalbedrag van deze posten van elke bank gedeeld door het totaalbedrag van deze posten van alle banken gezamenlijk en het verkregen getal vermenigvuldigd met 100 procent. Hierbij worden de gegevens van de betalingsonmachtige bank niet meegeteld.
**2.** Indien de Nederlandsche Bank ingevolge artikel 21, zevende lid, heeft bepaald dat bijdragen beneden een door haar vast te stellen bedrag niet behoeven te worden voldaan, stelt de Nederlandsche Bank bepaalt op basis van het omslagpercentage, bedoeld in het eerste lid, welke banken op grond van artikel 21, zevende lid, geen bijdrage behoeven te voldoen. Indien de Nederlandsche Bank vaststelt dat een of meer banken geen bijdrage behoeven te voldoen, stelt de Nederlandsche Bank een nieuw omslagpercentage vast, dat het omslagpercentage, bedoeld in het eerste lid, vervangt. Hiervoor herhaalt de Nederlandsche Bank de berekening, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de gegevens van de betalingsonmachtige bank en van de banken die op grond van artikel 21, zevende lid, geen bijdrage behoeven te voldoen, niet worden meegeteld.
**3.** De Nederlandsche Bank kan een voorlopige bijdrage vaststellen. Daarvan dient 70 procent bij wijze van voorschot aan de Nederlandsche Bank te worden betaald. Betaalde voorschotten worden met de definitieve bijdragen verrekend. Artikel 3:262, tweede volzin, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 23
**1.** Het in enig kalenderjaar door een bank ingevolge artikel 21 te betalen bedrag, vermeerderd met het door deze bank te betalen bedragen uit hoofde van paragraaf 6.1 te betalen bedrag, is niet groter dan vijf procent van haar eigen vermogen. Een eventueel excedent wordt door de Nederlandsche Bank renteloos voorgeschoten.
**2.** Indien de solvabiliteits- of liquiditeitspositie van een bank daartoe aanleiding geeft, kan de Nederlandsche Bank voor die bank een lager percentage vaststellen.
#### Paragraaf 6.3. Procedure uitkering beleggerscompensatiestelsel
Vervallen
### Artikel 24
@ -352,74 +477,223 @@ Indien een aanvrager strafrechtelijk wordt vervolgd ter zake van een misdrijf da
**2.** De baten die door de Nederlandsche Bank worden ontvangen ingevolge het in het eerste lid bedoelde verhaal, worden door haar uitgekeerd aan de financiële ondernemingen die op grond van de artikelen 11 en 13 een bijdrage hebben gedaan. Bij de uitkering zal het vastgestelde omslagpercentage worden gebruikt.
#### Paragraaf 6.3a. Procedure uitkering depositogarantiestelsel
#### Paragraaf 6.4. Depositogarantiestelsel
### Artikel 29.01
**1.** De Nederlandsche Bank doet de mededeling, bedoeld in artikel 3:260, derde lid, van de wet, in de Staatscourant zo spoedig mogelijk na het nemen van het in het eerste lid van dat artikel bedoelde besluit tot het in werking stellen van het depositogarantiestelsel.
**1.**
Het depositogarantiestelsel garandeert depositos aangehouden bij:
a. banken met een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 van de wet, met uitzondering van depositos die worden aangehouden bij een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is;
b. banken als bedoeld in artikel 3:266, eerste lid, onderdeel b, van de wet, voor zover het depositos betreft die worden aangehouden bij een in Nederland gelegen bijkantoor;
c. banken als bedoeld in artikel 3:267, tweede lid, van de wet, voor zover het depositos betreft die worden aangehouden bij een in Nederland gelegen bijkantoor.
**2.**
Tevens doet de Nederlandsche Bank zo spoedig mogelijk nadat zij betalingsonmacht heeft vastgesteld mededeling door middel van advertenties in door haar te bepalen landelijke nieuwsbladen dat:
Het depositogarantiestelsel is niet van toepassing op:
a. zij het depositogarantiestelsel, bedoeld in artikel 3:259, tweede lid, van de wet, in werking heeft gesteld;
b. de personen, bedoeld in artikel 19, gedurende drie maanden na de datum van de bekendmaking in de Staatscourant
a. depositos van:
1° kunnen inloggen op een internetfaciliteit van de Nederlandsche Bank om de Nederlandsche Bank het nummer en de tenaamstelling van de rekening waarnaar de overboeking van de vergoeding zal worden uitgevoerd, de bank waarbij de rekening wordt aangehouden, alsmede hun elektronische adres mede te delen en te bewerkstelligen dat de in het besluit vastgestelde waarde van de vordering wordt overgemaakt naar die rekening; of
2° de Nederlandsche Bank schriftelijk het nummer en de tenaamstelling van de rekening waarnaar de overboeking van de vergoeding zal worden uitgevoerd, en de bank waarbij de rekening wordt aangehouden, kunnen mededelen; en
c. het waarschijnlijk is dat degenen die verzoeken hun aanspraken schriftelijk af te handelen later over de vergoeding zullen kunnen beschikken dan degenen die gebruik maken van de mogelijkheid, bedoeld in onderdeel b, onder 1°, om in te loggen.
**3.** De Nederlandsche Bank verzoekt de bewindvoerders of curatoren van de betalingsonmachtige financiële onderneming om in hun correspondentie met de personen, bedoeld in artikel 19, te wijzen op het in werking stellen van het depositogarantiestelsel.
1°. banken, voor zover het depositos betreft die door een bank in eigen naam en voor eigen rekening wordt aangehouden;
2°. financiële instellingen;
3°. beleggingsondernemingen;
4°. depositohouders die zich niet hebben geïdentificeerd overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
5°. verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 13, onderdelen 1 tot en met 6, van de richtlijn solvabiliteit II;
6°. beleggingsinstellingen, beheerders van beleggingsinstellingen, icbes en beheerders van icbes;
7°. pensioenfondsen;
8°. overheden;
b. instrumenten die vallen onder de definitie van eigen vermogen in de zin van de verordening kapitaalvereisten;
c. door een bank uitgegeven schuldbewijzen en schulden die voortvloeien uit eigen accepten en promessen;
d. depositos uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken vanwege het witwassen van geld;
e. bankspaardepositos eigen woning, voor zover deze ingevolge artikel 3:265d van de wet worden verrekend met een verbonden eigenwoningschuld.
### Artikel 29.02
**1.** De Nederlandsche Bank stelt vast wie de depositohouders zijn, alsmede het bestaan en de hoogte van de ingevolge artikel 20 voor vergoeding in aanmerking komende vorderingen, aan de hand van de op de vorderingen toepasselijke wettelijke bepalingen en contractuele voorwaarden, de administratie van de betalingsonmachtige bank en eventuele andere relevante documenten.
**1.** Ingevolge het depositogarantiestelsel zijn depositos als bedoeld in artikel 29.01 gegarandeerd tot een bedrag van € 100.000 per depositohouder per bank.
**2.** De Nederlandsche Bank baseert zich bij de waardevaststelling van depositos in vreemde valuta op de referentiekoersen van de Europese Centrale Bank zoals deze golden op de dag waarop de Nederlandsche Bank de betalingsonmacht constateerde.
**2.** Ingeval van een gezamenlijke rekening geldt de garantie voor elk van de depositohouders afzonderlijk voor een evenredig aandeel in het deposito, tenzij contractueel anders is bepaald.
**3.** Indien een depositohouder een deposito aanhoudt op eigen naam doch ten behoeve van een derde krachtens overeenkomst of wettelijk voorschrift, geldt de garantie voor deze derde en wordt deze voor de toepassing van deze paragraaf als depositohouder aangemerkt, mits diens identiteit kan worden vastgesteld voorafgaand aan het tijdstip waarop op grond van artikel 3:260, eerste lid, van de wet besloten is tot toepassing van het depositogarantiestelsel.
**4.** Onverminderd het eerste lid, is een deposito voor zover dat direct verband houdt met de nakoming van een koopovereenkomst die betrekking heeft op een eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001 gegarandeerd tot een bedrag van € 500.000 per depositohouder per bank. Deze garantie geldt gedurende drie maanden na storting van het deposito.
### Artikel 29.03
**1.** Vorderingen als bedoeld in artikel 20, eerste lid, die door de Nederlandsche Bank zijn vastgesteld, worden voldaan in de vorm van terugbetaling tot het in het vierde lid genoemde maximum.
**1.** Een bank verstrekt met betrekking tot het toepasselijke depositogarantiestelsel aan depositohouders de informatie, bedoeld in artikel 16 van de richtlijn depositogarantiestelsels, met inachtneming van hetgeen in artikel 16 van die richtlijn ten aanzien van de verstrekking van die informatie is bepaald.
**2.** Voor voldoening komen in aanmerking vorderingen tot maximaal € 100.000 per persoon als bedoeld in artikel 19 per betalingsonmachtige onderneming.
**3.** Tenzij contractueel is bepaald dat de personen, bedoeld in artikel 19, onderdeel b, in een andere verhouding gerechtigd zijn tot de vorderingen, ontvangen zij ieder een vergoeding ter grootte van een evenredig deel van het totaal van de vastgestelde vorderingen.
**4.** Is er meer dan een derde als bedoeld in artikel 19, onderdeel c, dan wordt het aandeel van elk van hen berekend op de voet van het vierde lid van dit artikel.
**2.** Een bank stelt houders van bankspaardepositos eigen woning voor het aangaan van de deposito-overeenkomst in kennis van de verrekening van die depositos ingevolge artikel 3:265d van de wet bij de toepassing van het depositogarantiestelsel.
### Artikel 29.04
In afwijking van artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt voor een persoon als bedoeld in artikel 19, die overeenkomstig artikel 29.01, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, heeft ingelogd de bekendmaking van een besluit tot vaststelling van de waarde van de vordering door middel van publicatie door de Nederlandsche Bank op een internetfaciliteit waarop de desbetreffende persoon heeft ingelogd.
**1.** Indien de Nederlandsche Bank besluit tot toepassing van het depositogarantiestelsel op grond van artikel 3:260, eerste lid, van de wet, doet zij daarvan onverwijld mededeling in de Staatscourant alsmede in door haar te bepalen landelijke nieuwsbladen.
**2.** In de mededeling wordt vermeld op welke wijze en gedurende welke termijn depositohouders die menen voor vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel in aanmerking te komen hun aanspraken kenbaar kunnen maken.
**3.** De Nederlandsche Bank verzoekt bewindvoerders of curatoren van de betalingsonmachtige bank in hun correspondentie met depositohouders te wijzen op de toepasselijkheid van het depositogarantiestelsel.
### Artikel 29.05
**1.**
**1.** De vergoedingen uit hoofde van het depositogarantiestelsel die de Nederlandsche Bank op grond van artikel 3:261, eerste lid, van de wet toekent, worden toegekend ten laste van het depositogarantiefonds.
De Nederlandsche Bank is zo spoedig mogelijk in staat, doch in elk geval binnen twintig werkdagen nadat een van de volgende tijdstippen zich als eerste heeft voorgedaan tot het honoreren van aanspraken van personen als bedoeld in artikel 19:
**2.** Het depositogarantiefonds maakt de ingevolge het eerste lid toegekende vergoedingen onverwijld beschikbaar voor uitkering.
a. het tijdstip waarop de Nederlandsche Bank de depositogarantieregeling in werking heeft gesteld ingevolge artikel 3:260, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet;
b. het tijdstip waarop de rechtbank de noodregeling heeft uitgesproken;
c. het tijdstip waarop de rechtbank het faillissement heeft uitgesproken.
**3.**
**2.** De Nederlandsche Bank kan in zeer uitzonderlijke gevallen deze termijn ten hoogste een keer verlengen met ten hoogste tien werkdagen. Nog toelichten
Behoudens de in het vierde en vijfde lid genoemde gevallen, wordt een vergoeding toegekend en beschikbaar gemaakt voor uitkering binnen de volgende termijn te rekenen vanaf het tijdstip waarop op grond van artikel 3:260, eerste lid, van de wet besloten is tot toepassing van het depositogarantiestelsel:
a. tot en met 31 december 2018: binnen twintig werkdagen;
b. vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020: binnen vijftien werkdagen;
c. vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023: binnen tien werkdagen;
d. vanaf 1 januari 2024: binnen zeven werkdagen.
**4.** In afwijking van het derde lid geldt voor het toekennen en beschikbaar maken voor uitkering van een vergoeding aan een derde als bedoeld in artikel 29.02, derde lid, een termijn van drie maanden na het tijdstip waarop op grond van artikel 3:260, eerste lid, van de wet besloten is tot toepassing van het depositogarantiestelsel.
**5.** Het toekennen van een vergoeding kan worden uitgesteld in de gevallen, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels.
### Artikel 29.06
**1.** De in artikel 19 bedoelde personen kunnen gedurende drie maanden na de mededeling, bedoeld in artikel 3:260, derde lid, van de wet, in de Staatscourant, inloggen op een internetfaciliteit van de Nederlandsche Bank om aan de Nederlandsche Bank het nummer en de tenaamstelling van de rekening waarnaar de overboeking van de vergoeding zal worden uitgevoerd, de bank waarbij de rekening wordt aangehouden, alsmede hun elektronische adres mede te delen en opdracht te geven de in het besluit vastgestelde waarde van de vordering over te maken naar die rekening.
**1.** De Nederlandsche Bank kent de vergoedingen uit hoofde van het depositogarantiestelsel toe aan de hand van de op de gegarandeerde depositos toepasselijke wettelijke bepalingen of contractuele voorwaarden, de administratie van de betalingsonmachtige bank en eventuele andere relevante documenten.
**2.** De in artikel 19 bedoelde personen verklaren tevens dat zij geen gebruik hebben gemaakt, maken of zullen maken van hun bevoegdheden om hun vordering, voor zover deze voor een vergoeding op grond van artikel 9 of 20 in aanmerking komt, te verrekenen. Bij gebreke van een dergelijke verklaring wordt de opdracht om de in het besluit vastgestelde waarde van de vordering over te maken naar de door de in artikel 19 bedoelde personen opgegeven rekening niet uitgevoerd.
**2.** Indien op gegarandeerde depositos rente is aangegroeid die nog niet is gecrediteerd op het tijdstip waarop op grond van artikel 3:260, eerste lid, van de wet besloten is tot toepassing van het depositogarantiestelsel, wordt het aangegroeide rentebedrag gerekend tot de depositos.
**3.** De vaststelling van de waarde van depositos die worden aangehouden in vreemde valuta wordt gebaseerd op de referentiekoersen van de Europese Centrale Bank, zoals deze golden op het tijdstip, bedoeld in het tweede lid.
**4.** De vergoeding wordt bepaald op nihil indien er met betrekking tot de betrokken depositos gedurende vierentwintig maanden voorafgaand aan het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, geen transactie door of namens de depositohouder heeft plaatsgevonden en de hoogte van een vergoeding voor een depositohouder lager zou zijn dan de kosten van het uitkeren van de vergoeding.
### Artikel 29.07
Indien een persoon als bedoeld in artikel 19 wordt vervolgd ter zake van een misdrijf dat voortvloeit uit of verband houdt met het witwassen van geld kan de Nederlandsche Bank de termijnen, bedoeld in artikel 29.06 opschorten. Deze opschorting eindigt zodra de vervolging is beëindigd of de beslissing van de bevoegde rechterlijke instantie onherroepelijk is.
**1.** Gedurende drie maanden na de mededeling tot toepassing van het depositogarantiestelsel kunnen depositohouders schriftelijk of door in te loggen op een daartoe ingerichte website bewerkstelligen dat toegekende en beschikbaar gemaakte vergoedingen worden uitgekeerd door het nummer en de tenaamstelling van de rekening waarnaar de overboeking kan worden uitgevoerd, mede te delen.
**2.** Toegekende vergoedingen kunnen worden uitgekeerd in de munteenheden, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels. De Nederlandsche Bank bepaalt in welke munteenheid vergoedingen worden uitgekeerd.
**3.** Toegekende vergoedingen worden uitgekeerd mits depositohouders geen gebruik hebben gemaakt en verklaren af te zien van het gebruik van hun bevoegdheden om hun vorderingen, voor zover deze voor vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel in aanmerking komen, te verrekenen.
**4.** De Nederlandsche Bank kan besluiten dat de uitkering van een toegekende vergoeding wordt opgeschort indien een depositohouder wordt vervolgd ter zake van een misdrijf dat voortvloeit uit of verband houdt met het witwassen van geld. De opschorting eindigt zodra de vervolging is beëindigd of de beslissing van de bevoegde rechterlijke instantie onherroepelijk is.
### Artikel 29.08
**1.** De Nederlandsche Bank verhaalt, voor zover mogelijk, de rechten waarin zij overeenkomstig artikel 3:261, derde lid, van de wet is getreden, op de betalingsonmachtige financiële onderneming.
**1.** Zolang vergoedingen uit hoofde van het depositogarantiestelsel niet binnen zeven werkdagen kunnen worden toegekend en beschikbaar gemaakt, kent de Nederlandsche Bank op verzoek van een depositohouder binnen vijf werkdagen na dat verzoek aan deze een passend bedrag toe om in de kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien. Dit bedrag wordt toegekend ten laste van het depositogarantiefonds.
**2.** De baten die door de Nederlandsche Bank worden ontvangen ingevolge het in het eerste lid bedoelde verhaal, worden door haar uitgekeerd aan de financiële ondernemingen die op grond van artikel 21 een bijdrage hebben gedaan. Bij de uitkering zal het vastgestelde omslagpercentage worden gebruikt.
**2.** Het depositogarantiefonds maakt een ingevolge het eerste lid toegekend bedrag onverwijld doch uiterlijk binnen vijf werkdagen na het verzoek beschikbaar voor uitkering.
#### Paragraaf 6.4. Deelname aan de Nederlandse vangnetregeling door een bank, beleggingsonderneming of financiële instelling met zetel in een andere lidstaat ter aanvulling van de dekking van de vangnetregeling in de andere lidstaat
**3.** Het bedrag is niet hoger dan de door de depositohouder bij de betalingsonmachtige bank aangehouden depositos.
**4.** Indien ingevolge dit artikel een bedrag is uitgekeerd, wordt dat bedrag verrekend met de ingevolge artikel 29.05, eerste lid, toegekende vergoeding.
**5.** De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot de indiening van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, en de hoogte van het passende bedrag.
### Artikel 29.09
Onder toepassing van artikel 3:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, geschiedt de bekendmaking van een besluit op grond van artikel 29.05, eerste lid, tot toekenning van een vergoeding aan een depositohouder die heeft ingelogd op de website, bedoeld in artikel 29.07, eerste lid, door publicatie van dat besluit door de Nederlandsche Bank op die website.
#### Paragraaf 6.5. Het depositogarantiefonds
### Artikel 29.10
**1.** Op de leden van het bestuur van het depositogarantiefonds, bedoeld in artikel 3:259a van de wet, is artikel 14, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing.
**2.** Op de taakuitoefening van het depositogarantiefonds zijn de artikelen 20, 23, eerste en tweede lid, en 41, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank stelt Onze Minister onverwijld in kennis van door haar getroffen voorzieningen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
**3.** Het depositogarantiefonds legt verantwoording af over haar taakuitoefening met overeenkomstige toepassing van de artikelen 18, eerste lid, met uitzondering van de laatste volzin, 26, 34, eerste lid, en 35, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank.
### Artikel 29.11
**1.** Het depositogarantiefonds bestaat uit een individueel gedeelte, bestaande uit het totaal van de individuele saldi van de banken, bedoeld in artikel 29.01, eerste lid, en een algemeen gedeelte.
**2.** De doelomvang van het individueel saldo van een bank is 0,4% van diens depositobasis. De doelomvang van het algemeen gedeelte is 0,4% van de depositobases van de banken gezamenlijk.
**3.** De hoogte van de ingevolge deze paragraaf verschuldigde bijdragen wordt zodanig vastgesteld dat het depositogarantiefonds de doelomvang, bedoeld in het tweede lid, bereikt binnen de termijn die volgt uit artikel 10, tweede lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels.
### Artikel 29.12
**1.** Een bank als bedoeld in artikel 29.01, eerste lid, is aan het depositogarantiefonds elk kwartaal een bijdrage verschuldigd indien het individueel saldo van de bank of de omvang van het algemeen gedeelte van het depositogarantiefonds lager is dan de doelomvang van het individueel saldo onderscheidenlijk van het algemeen gedeelte, bedoeld in artikel 29.11, tweede lid. De bijdrage is gebaseerd op de depositobasis van een bank.
**2.** De Nederlandsche Bank stelt de hoogte van de bijdrage vast, alsmede de termijn waarbinnen deze bijdrage wordt voldaan.
**3.**
De hoogte van de bijdrage wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage B bij dit besluit en bestaat uit de volgende onderdelen:
a. een basisbijdrage;
b. een suppletie;
c. een risicobijdrage;
d. een risicosuppletie.
**4.** De hoogte van de risicobijdrage en risicosuppletie is tevens afhankelijk van een benadering van de soliditeit van een bank, uitgedrukt in een risicowegingspercentage. Het risicowegingspercentage van een bank wordt vastgesteld met behulp van risicoindicatoren overeenkomstig bijlage C bij dit besluit. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het gebruik en de weging van de risicoindicatoren.
**5.** De Nederlandsche Bank kan in verband met de economische vooruitzichten en het verwachte macroprudentiële effect van de ingevolge deze paragraaf verschuldigde bijdragen op de banken overeenkomstig bijlage B een correctiefactor toepassen bij de berekening van de bijdrage. De correctiefactor overschrijdt niet de bandbreedte als bepaald in bijlage B bij dit besluit.
### Artikel 29.13
**1.** De door de banken verschuldigde basisbijdragen en suppleties komen ten goede aan de individuele saldi van de banken in het individuele gedeelte van het depositogarantiefonds. De door de banken verschuldigde risicobijdragen en risicosuppleties komen ten goede aan het algemene gedeelte van het depositogarantiefonds.
**2.**
Indien het depositogarantiefonds vergoedingen uitkeert, keert zij deze uit ten laste van achtereenvolgens:
a. het individuele saldo van de betalingsonmachtige bank of bank die in afwikkeling is in het individuele gedeelte;
b. het algemene gedeelte;
c. de individuele saldi van de overige banken in het individuele gedeelte naar rato van de depositobases.
### Artikel 29.14
**1.** Indien binnen het depositogarantiefonds de financiële middelen ontoereikend zijn, worden ter verkrijging van de benodigde financiële middelen buitengewone bijdragen geheven. De buitengewone bijdragen worden geheven van banken die op het moment waarop de financiële middelen in het fonds ontoereikend worden, een bank zijn als bedoeld in artikel 29.01, eerste lid.
**2.**
De financiële middelen binnen het depositogarantiefonds zijn ontoereikend indien onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn voor:
a. het uitkeren van vergoedingen uit hoofde van het depositogarantiestelsel indien op grond van artikel 3:260, eerste lid van de wet is besloten tot toepassing van het depositogarantiestelsel; of
b. het uitkeren van het bedrag dat ingevolge artikel 3A:265e van de wet ten laste van het depositogarantiestelsel beschikbaar wordt gesteld.
**3.** De Nederlandsche Bank stelt de hoogte van de verschuldigde buitengewone bijdragen vast overeenkomstig bijlage D bij dit besluit, alsmede het aantal termijnen waarin de bijdrage wordt voldaan aan het depositogarantiefonds. Bij de vaststelling wordt de begrenzing van de hoogte van de buitengewone bijdragen die volgt uit artikel 10, achtste lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels in acht genomen. De Nederlandsche Bank kan overeenkomstig artikel 10, achtste lid, van de richtlijn de betaling van een buitengewone bijdrage opschorten indien de solvabiliteits- of liquiditeitspositie van een bank daartoe aanleiding geeft.
**4.** Het depositogarantiefonds kan, voor het geval dat de buitengewone bijdragen niet onmiddellijk beschikbaar of ontoereikend zijn, overeenkomsten aangaan tot het verkrijgen van financiering van derden. Artikel 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Het bestuur van het depositogarantiefonds stelt een financieringsplan vast voor het verkrijgen van kortetermijnfinanciering voor het geval dat de buitengewone bijdragen niet onmiddellijk beschikbaar of toereikend zijn.
### Artikel 29.15
**1.** De Nederlandsche Bank restitueert baten die worden verkregen door de uitoefening van het verhaalsrecht, bedoeld in artikel 3:265, eerste lid, van de wet, aan banken uitsluitend voor zover die banken buitengewone bijdragen hebben betaald.
**2.** Voor zover na restitutie baten resteren, komen deze ten goede aan het depositogarantiefonds, eerst aan de individuele saldi in het individuele gedeelte voor zover aangesproken, naar rato van de depositobases van de banken, vervolgens aan het algemene gedeelte.
### Artikel 29.16
**1.** Voor het vaststellen van de ingevolge deze paragraaf door een bank verschuldigde bijdragen wordt in aanmerking genomen de depositobasis van de bank zoals vermeld in de staten, bedoeld in artikel 130, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit prudentiële regels Wft, die de bank in het voorafgaande kwartaal heeft overgelegd.
**2.** Indien een bank niet tijdig de staten heeft overgelegd, schat de Nederlandsche Bank de omvang van de depositobasis en stelt zij op basis van die schatting de bijdragen vast.
### Artikel 29.17
**1.** De Nederlandsche Bank kan banken toestaan een deel van de ingevolge deze paragraaf verschuldigde bijdragen te voldoen in de vorm van betalingsverplichtingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, punt dertien, van de richtlijn depositogarantiestelsels.
**2.** De in artikel 10, derde lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels gestelde limiet aan het toestaan van betalingsverplichtingen is van toepassing.
### Artikel 29.18
**1.** Een groep banken met een vrijstelling als bedoeld in artikel 3:111, eerste lid, van de wet wordt gezamenlijk als een bank aangemerkt voor de toepassing van deze paragraaf. Van die groep is uitsluitend de centrale kredietinstelling de ingevolge deze paragraaf te betalen bijdragen verschuldigd.
**2.** De Nederlandsche Bank kan op verzoek van een groep banken voor de toepassing van deze paragraaf die banken als één bank aanmerken. De Nederlandsche Bank bepaalt daarbij welke rechtspersoon binnen de groep de ingevolge deze paragraaf te betalen bijdragen bij uitsluiting verschuldigd is. Bij uittreding van een bank uit de groep wordt het opgebouwde individuele saldo, bedoeld in artikel 29.11, van de groep naar rato van de depositobases op het laatste voorafgaande toetsmoment verdeeld tussen de uittredende bank en de rest van de groep. Bij toetreding van een bank tot een groep worden de opgebouwde individuele saldi van de toetredende bank en de groep bij elkaar opgeteld.
### Artikel 29.19
**1.** De financiële middelen van het depositogarantiefonds worden aangehouden in contant geld, depositos, betalingsverplichtingen als bedoeld in artikel 29.17, en activa met een laag risico en kunnen worden geliquideerd binnen de termijn, bedoeld in artikel 29.05, derde lid.
**2.** Activa met een laag risico zijn activa die vallen in de eerste of tweede categorie van tabel 1 van artikel 336 van de verordening kapitaalvereisten of activa die door de Nederlandsche Bank in vergelijkbare mate veilig en liquide worden geacht.
**3.** De financiële middelen van het depositogarantiefonds worden op voldoende gediversifieerde wijze belegd.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het beleggingsbeleid.
### Artikel 29.20
**1.** Indien gegarandeerde depositos als gevolg van een bedrijfsverplaatsing niet langer worden aangehouden bij een bank als bedoeld in artikel 29.01, eerste lid, maar bij een bank met zetel in een andere lidstaat, wordt ten laste van het depositogarantiefonds een door de Nederlandsche Bank overeenkomstig artikel 14, derde lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels te bepalen bedrag voldaan aan het depositogarantiestelsel in de andere lidstaat dat van toepassing wordt op de verplaatste gegarandeerde depositos.
**2.** De bank, bedoeld in het eerste lid, geeft ten minste zes maanden voorafgaand aan de voorgenomen verplaatsing schriftelijk kennis van dat voornemen aan de Nederlandsche Bank.
#### Paragraaf 6.6. Deelname aan de Nederlandse vangnetregeling door een bank, beleggingsonderneming of financiële instelling met zetel in een andere lidstaat ter aanvulling van de dekking van de vangnetregeling in de andere lidstaat
### Artikel 29a
@ -554,4 +828,28 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, b
## Bijlage A. behorende bij
## Bijlage B. , behorende bij
## Bijlage B. , behorend bij de
## Bijlage C. , behorend bij
## Bijlage D. , behorend bij
De door een bank (i) verschuldigde buitengewone bijdrage, bedoeld in artikel 29.14, eerste lid, wordt berekend met behulp van de volgende formule:
epb(i) = db(i,t=1)/Σ_i db(i,t=1) x 0,5 x tek + a(i,t=1) x 0,5 x tek
waarin:
epb(i) = de door bank i verschuldigde buitengewone bijdrage;
db(i,t) = de gegarandeerde depositos van bank i op toetsmoment t;
t=1 op het eerste toetsmoment nadat het tekort in het depositogarantiefonds is ontstaan;
tek = het tekort in het depositogarantiefonds dat met behulp van de buitengewone bijdragen moet worden gefinancierd;
a(i,t=1) = {rw(i,t=1) x db(i,t=1)} / Σ_i{rw(i,t=1) x db(i,t=1)} = het aandeel van bank i in het totaal van de gewogen gegarandeerde depositos op toetsmoment t=1;
rw(i,t=1) = het voor bank i op toetsmoment t=1 geldende risicowegingspercentage dat volgt uit de risicocategorie waarin de bank ingevolge bijlage C is ingedeeld.
Per jaar wordt per bank geen grotere buitengewone bijdrage in rekening gebracht dan 0,5% van de bij de desbetreffende bank aangehouden gegarandeerde depositos. Als de totaal verschuldigde buitengewone bijdrage groter is wordt het meerdere in het daarop volgende jaar in rekening gebracht.