2017-08-30 | BWBR0005555 | Wet luchtvaart

This commit is contained in:
Coornhert 2017-08-30 12:00:00 +00:00
parent a9b5607477
commit d12a8298ca

View file

@ -601,7 +601,7 @@ Vervallen
**3.** Aan een bewijs van luchtwaardigheid kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. Het is verboden in strijd met die voorschriften of beperkingen te handelen.
**4.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan met betrekking tot een luchtvaartuig, dat naar zijn oordeel van historische waarde is en niet voldoet aan de eisen van EASA, een bewijs van luchtwaardigheid afgeven, mits het betrokken luchtvaartuig voldoet aan de bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig gestelde eisen.
**4.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan met betrekking tot een luchtvaartuig, dat naar zijn oordeel van historische waarde is en niet voldoet aan de eisen van EASA, een bewijs van luchtwaardigheid afgeven, mits het betrokken luchtvaartuig voldoet aan de bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu met betrekking tot de luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig gestelde eisen.
### Artikel 3.14
@ -839,12 +839,13 @@ a. de aanvraag en de afgifte van een type-certificaat, een aanvullend type-certi
b. de wijziging en overdracht van een type-certificaat, een aanvullend type-certificaat, een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring, een (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring en een bewijs van luchtwaardigheid en de verlenging van zulk een bewijs;
c. de procedure van aanvraag, wijziging, schorsing en intrekking van een type-certificaat, een aanvullend type-certificaat, een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring en een (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring;
d. de procedure van aanvraag, wijziging, verlenging, schorsing en intrekking van een bewijs van luchtwaardigheid;
e. hetgeen moet worden verstaan onder een ingrijpende wijziging van het type-ontwerp waarvoor een type-certificaat is afgegeven;
f. het aan luchtvaartuigen te verrichten onderhoud;
g. de vernieuwing van een bewijs van luchtwaardigheid, een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring en een (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring;
h. de vergoeding die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de behandeling van zijn aanvraag om afgifte, wijziging of overdracht van een type-certificaat, of van een aanvullend type-certificaat, en
i. de vergoeding die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de behandeling van zijn aanvraag om afgifte, wijziging of vernieuwing van een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring, een (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring en een bewijs van luchtwaardigheid of de verlenging van een bewijs van luchtwaardigheid, dan wel van zijn aanvraag om een ontheffing;
j. de vergoeding die de aanvrager verschuldigd is voor de kosten van de behandeling van zijn aanvraag om goedkeuring of wijziging van een onderhoudsprogramma.
e. de eisen waaraan de aanvrager van een bewijs van luchtwaardigheid of geluidscertificaat moet voldoen alsmede de wijze, waarop hij kan doen blijken, dat hij aan die eisen voldoet;
f. hetgeen moet worden verstaan onder een ingrijpende wijziging van het type-ontwerp waarvoor een type-certificaat is afgegeven;
g. het aan luchtvaartuigen te verrichten onderhoud;
h. de vernieuwing van een bewijs van luchtwaardigheid, een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring en een (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring;
i. de vergoeding die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de behandeling van zijn aanvraag om afgifte, wijziging of overdracht van een type-certificaat, of van een aanvullend type-certificaat, en
j. de vergoeding die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de behandeling van zijn aanvraag om afgifte, wijziging of vernieuwing van een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring, een (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring en een bewijs van luchtwaardigheid of de verlenging van een bewijs van luchtwaardigheid, dan wel van zijn aanvraag om een ontheffing;
k. de vergoeding die de aanvrager verschuldigd is voor de kosten van de behandeling van zijn aanvraag om goedkeuring of wijziging van een onderhoudsprogramma.
### Artikel 3.24
@ -985,9 +986,11 @@ d. indien de AOC ten minste drie maanden is geschorst.
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op aanvraag van de houder ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht.
**2.** Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
**2.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan voorts ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels met betrekking tot onbemande luchtvaartuigen, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht.
**3.**
**3.** Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
**4.**
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu trekt de door hem verleende ontheffing in, wanneer:
@ -1094,7 +1097,7 @@ b. om andere dringende redenen, waarbij het uitoefenen van de luchtvaart en omst
**2.** Onze Minister van Defensie kan bij ministeriële regeling het uitoefenen van het burgerluchtverkeer beperken of verbieden om reden van militaire noodzaak.
**3.** Op voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld met betrekking tot het uitoefenen van het burgerluchtverkeer boven gebieden aangewezen overeenkomstig artikel 1.2, tweede lid, onder b, van de Wet milieubeheer.
**3.** Op voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld met betrekking tot het uitoefenen van het burgerluchtverkeer boven gebieden aangewezen overeenkomstig artikel 1.2, tweede lid, onder b, van de Wet milieubeheer.
**4.** Van de regelingen krachtens het eerste en tweede lid wordt mededeling gedaan via de luchtvaartpublicaties bedoeld in artikel 5.23, eerste lid, onder d, en voor zover nodig via de verlener van luchtverkeersdiensten aan de betrokken gezagvoerder.
@ -1366,7 +1369,7 @@ Het bestuur legt jaarlijks, en voorts tussentijds indien hiertoe naar het oordee
### Artikel 5.30
De raad van toezicht bestaat uit zes leden, waaronder de voorzitter, alsmede een waarnemer, die de Minister van Verkeer en Waterstaat in de raad van toezicht vertegenwoordigt.
De raad van toezicht bestaat uit zes leden, waaronder de voorzitter, alsmede een waarnemer, die Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de raad van toezicht vertegenwoordigt.
### Artikel 5.31
@ -1561,7 +1564,13 @@ Deze titel is, met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 6
### Artikel 6.51a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan instanties erkennen die belast zijn met de door hem aan te geven, in het kader van de krachtens artikel 6.51, tweede lid, vastgestelde regels te verrichten taken. De taken kunnen mede betrekking hebben op het keuren en certificeren van verpakkingen of drukhouders.
**2.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan regels stellen met betrekking tot de voorwaarden om voor erkenning in aanmerking te komen, de werkwijze van de erkende instanties, de periodieke verslaglegging over de verrichte werkzaamheden, alsmede de uitoefening van het toezicht op de erkende instanties.
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan aan de erkenning voorschriften of beperkingen verbinden. De voorschriften kunnen mede betrekking hebben op de door de erkende instantie in rekening te brengen tarieven.
**4.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan de erkenning schorsen dan wel intrekken indien de betrokken instantie niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels.
### Artikel 6.52
@ -1597,11 +1606,11 @@ k. het aanwijzen van luchtroutes waarlangs door Onze Minister van Infrastructuur
**3.** Onze Minister van Defensie kan ten aanzien van militaire helikopters de in het eerste en tweede lid bedoelde beperkingen ook doen gelden voor door hem aangewezen terreinen, niet zijnde luchthavens.
**4.** Het is verboden te handelen in strijd met het bepaalde krachtens het eerste of tweede lid.
**4.** Het is verboden te handelen in strijd met het bepaalde krachtens het eerste, tweede of derde lid.
### Artikel 6.55
**1.** Het is verboden gevaarlijke stoffen ten vervoer aan te bieden, te vervoeren, te doen of laten vervoeren met luchtvaartuigen, zonder een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verleende erkenning.
**1.** Het is verboden gevaarlijke stoffen ten vervoer aan te bieden, te doen of laten vervoeren met luchtvaartuigen, zonder een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verleende erkenning.
**2.** Een erkenning wordt verleend voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen termijn, dan wel voor onbepaalde tijd indien door de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon voldaan wordt aan de bij of krachtens die maatregel met betrekking tot de erkenning gestelde eisen. Aan de erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
@ -1905,7 +1914,7 @@ d. een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met d
**2.** In afwijking van artikel 3.3, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht duurt de in die artikelen bedoelde aanhouding totdat een bestemmingsplan dat in overeenstemming is met het besluit in werking is getreden.
**3.** Bij de toepassing van artikel 8.8, eerste lid, artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a en b, van de Wet ruimtelijke ordening, en de artikelen genoemd in het eerste lid, kan van het besluit worden afgeweken indien van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de verklaring is ontvangen dat hij tegen de afwijking geen bezwaar heeft.
**3.** Bij de toepassing van artikel 8.8, eerste lid, artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a en b, van de Wet ruimtelijke ordening, en de artikelen genoemd in het eerste lid, kan van het besluit worden afgeweken indien van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu de verklaring is ontvangen dat hij tegen de afwijking geen bezwaar heeft.
**4.** De verklaring van geen bezwaar die betrekking heeft op het luchthavengebied kan worden geweigerd met het oog op het gebruik van het gebied als luchthaven.
@ -2034,7 +2043,7 @@ Luchtverkeersdiensten worden verleend overeenkomstig de regels van het luchthave
**1.**
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, kan indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan het normale gebruik van een luchthaven naar hun oordeel ernstig wordt belemmerd:
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan het normale gebruik van een luchthaven naar hun oordeel ernstig wordt belemmerd:
a. vrijstelling worden verleend van een regel in het luchthavenverkeerbesluit;
b. een in het luchthavenverkeerbesluit vastgelegde grenswaarde voor de geluidbelasting in een bepaald punt worden vervangen door een andere grenswaarde.
@ -2045,13 +2054,13 @@ b. een in het luchthavenverkeerbesluit vastgelegde grenswaarde voor de geluidbel
**4.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervanging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
**5.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, indien ten gevolge van een bijzonder voorval het normale gebruik van een luchthaven naar hun oordeel ernstig wordt belemmerd vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenverkeerbesluit of een in het luchthavenverkeerbesluit vastgelegde grenswaarde vervangen. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
**5.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan indien ten gevolge van een bijzonder voorval het normale gebruik van een luchthaven naar hun oordeel ernstig wordt belemmerd vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenverkeerbesluit of een in het luchthavenverkeerbesluit vastgelegde grenswaarde vervangen. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 8.23a
**1.**
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, kan worden bepaald dat bij wijze van experiment wordt afgeweken van krachtens artikel 8.15 gestelde voorschriften, mits de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34 of een ander bij ministeriële regeling aan te wijzen regionaal orgaan, bij advies heeft aangegeven dat het experiment een gunstig effect kan hebben op de hinderbeleving. De afwijking kan bestaan uit:
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan worden bepaald dat bij wijze van experiment wordt afgeweken van krachtens artikel 8.15 gestelde voorschriften, mits de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34 of een ander bij ministeriële regeling aan te wijzen regionaal orgaan, bij advies heeft aangegeven dat het experiment een gunstig effect kan hebben op de hinderbeleving. De afwijking kan bestaan uit:
a. het verlenen van vrijstelling van een regel in het luchthavenverkeerbesluit voorzover deze de luchtverkeerwegen of het gebruik van het luchtruim en de beschikbaarheid van de banen betreft, of
b. het vervangen van een in het luchthavenverkeerbesluit vastgelegde grenswaarde voor de geluidbelasting in een bepaald punt door een andere grenswaarde.
@ -2062,15 +2071,15 @@ b. het vervangen van een in het luchthavenverkeerbesluit vastgelegde grenswaarde
**4.** Tevens worden in de ministeriële regeling regels gesteld over de uitvoering en de gevolgen van het experiment, over criteria aan de hand waarvan kan worden bepaald of het experiment wordt omgezet in een structurele wettelijke regeling, en worden voorzieningen getroffen voor onvoorziene gevallen die zich gedurende het experiment kunnen voordoen.
**5.** Een experiment kan slechts worden toegestaan voor een bepaalde in de ministeriële regeling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar. Deze termijn kan eenmaal met maximaal een jaar worden verlengd. De looptijd van een experiment sluit zoveel mogelijk aan bij een gebruiksjaar. Bij voortijdige beëindiging van het experiment stelt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, een overgangsregeling vast.
**5.** Een experiment kan slechts worden toegestaan voor een bepaalde in de ministeriële regeling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar. Deze termijn kan eenmaal met maximaal een jaar worden verlengd. De looptijd van een experiment sluit zoveel mogelijk aan bij een gebruiksjaar. Bij voortijdige beëindiging van het experiment stelt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een overgangsregeling vast.
**6.** Indien voor afloop van een experiment en in overeenstemming met de artikelen 8.13, 8.14 of 8.24 een ontwerp is bekendgemaakt om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan bij ministeriële regeling de termijn van het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het ontwerp is vastgesteld en in werking treedt.
**7.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voldoende tijdig voor het einde van de werkingsduur van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu bericht de beide kamers der Staten-Generaal bij vaststelling van deze ministeriële regeling wanneer en over de wijze waarop hij verslag zal doen.
**7.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zendt voldoende tijdig voor het einde van de werkingsduur van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu bericht de beide kamers der Staten-Generaal bij vaststelling van deze ministeriële regeling wanneer en over de wijze waarop hij verslag zal doen.
**8.** Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder vastgesteld dan nadat het voorstel voor advies is voorgelegd aan de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, in de Staatscourant en in een regionaal dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te brengen.
**9.** De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, danwel een ander per ministeriële regeling aan te wijzen orgaan, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verzoeken om een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vast te stellen. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, overweegt het verzoek en deelt uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek zijn overwegingen, met redenen omkleed, aan de commissie en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal mee.
**9.** De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, danwel een ander per ministeriële regeling aan te wijzen orgaan, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verzoeken om een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vast te stellen. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu overweegt het verzoek en deelt uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek zijn overwegingen, met redenen omkleed, aan de commissie en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal mee.
##### Paragraaf 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
@ -2409,7 +2418,7 @@ Een voordracht voor een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen
### Artikel 8.26
Een ministeriële regeling op grond van deze afdeling wordt vastgesteld door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Een ministeriële regeling op grond van deze afdeling wordt vastgesteld door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
##### Paragraaf 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
@ -2442,7 +2451,7 @@ b. gegevens over de in artikel 8.27 bedoelde metingen en berekeningen.
**1.**
De inspecteur-generaal brengt elk half jaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verslag uit over de veiligheids- en milieuaspecten van het luchthavenluchtverkeer. Het verslag bevat ten minste een beschrijving van:
De inspecteur-generaal brengt elk half jaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verslag uit over de veiligheids- en milieuaspecten van het luchthavenluchtverkeer. Het verslag bevat ten minste een beschrijving van:
a. de ter uitvoering van artikel 8.18 getroffen voorzieningen en van de doelmatigheid en doeltreffendheid van die voorzieningen;
b. de ter uitvoering van artikel 8.22 getroffen maatregelen en van de doelmatigheid en de doeltreffendheid van die maatregelen.
@ -2493,7 +2502,7 @@ Vervallen
### Artikel 8.32
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een regeling vaststellen inzake het treffen van geluidwerende voorzieningen ten aanzien van in de regeling bepaalde woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen voor zover die gebouwen vanwege het luchthavenluchtverkeer een geluidbelasting kunnen ondervinden die ligt boven de in de regeling vastgestelde maximale waarden.
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een regeling vaststellen inzake het treffen van geluidwerende voorzieningen ten aanzien van in de regeling bepaalde woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen voor zover die gebouwen vanwege het luchthavenluchtverkeer een geluidbelasting kunnen ondervinden die ligt boven de in de regeling vastgestelde maximale waarden.
### Artikel 8.33
@ -2541,7 +2550,7 @@ De commissie heeft een secretariaat. De samenstelling en de werkzaamheden van he
### Artikel 8.40
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie wordt in het bestuursreglement geregeld. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie wordt in het bestuursreglement geregeld. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
### Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
@ -2783,7 +2792,7 @@ Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis waarvoor
### Artikel 8.64
**1.** Provinciale staten stellen bij verordening een luchthavenregeling vast voor een luchthaven. Provinciale staten kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van deze verordening niet overdragen als bedoeld in artikel 152 van de Provinciewet.
**1.** Gedeputeerde staten stellen bij besluit een luchthavenregeling vast voor een luchthaven.
**2.**
@ -2798,7 +2807,7 @@ b. regels die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in luchthavenregelingen op te nemen regels en grenswaarden.
**6.** De artikelen 8.19, 8.21, eerste en derde lid, 8.45, 8.46, 8.47a tot en met 8.49 zijn van overeenkomstige toepassing.
**6.** De artikelen 8.19, 8.45, 8.46, 8.47a tot en met 8.49 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 8.47a voor «provinciale staten» wordt gelezen «gedeputeerde staten».
##### Paragraaf 8.3.3.3. Informatievoorziening
@ -2854,7 +2863,7 @@ c. de bestemming en het gebruik van de grond waaronder begrepen de maximale hoog
**5.** Bij de vaststelling van het luchthavenbesluit kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
**6.** Ten aanzien van de burgerluchthaven Twente wordt het luchthavenbesluit of een wijziging daarvan, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Artikel 8.71 is van overeenkomstige toepassing.
**6.** Ten aanzien van de burgerluchthaven Twente wordt het luchthavenbesluit of een wijziging daarvan, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. Artikel 8.71 is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 8.71
@ -2875,7 +2884,7 @@ d. in het achtste en negende lid in plaats van «de commissie regionaal overleg
**1.** De artikelen 8.24a, 8.52, 8.53 en 8.54, eerste en vierde lid, zijn van toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 8.54, vierde lid, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nadere regels gesteld omtrent het registreren van de grenswaarden die in het luchthavenbesluit zijn opgenomen, omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn en omtrent de gegevensverstrekking, bedoeld in artikel 8.54, vierde lid.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld omtrent het registreren van de grenswaarden die in het luchthavenbesluit zijn opgenomen, omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn en omtrent de gegevensverstrekking, bedoeld in artikel 8.54, vierde lid.
### Artikel 8.73
@ -2968,15 +2977,13 @@ b. de veiligheid van de luchthaven en van het luchthavenluchtverkeer met het ver
### Artikel 8a.4
**1.** Een veiligheidscertificaat vervalt vijf jaar na de dag van inwerkingtreding. Tussentijdse wijzigingen of aanvullingen gelden voor de resterende geldigheidsduur van het certificaat. Een veiligheidscertificaat is niet overdraagbaar.
**1.** Een veiligheidscertificaat wordt afgegeven voor onbepaalde tijd. Een veiligheidscertificaat is niet overdraagbaar.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de geldigheidsduur van het certificaat verlengd indien op het moment van de vervaldatum van het certificaat nog niet onherroepelijk op de aanvraag om verlenging van het certificaat is beslist. Het certificaat vervalt in dat geval op het moment dat onherroepelijk op de aanvraag om verlenging is beslist.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gegeven omtrent de aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een veiligheidscertificaat.
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gegeven omtrent de aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een veiligheidscertificaat.
**3.** De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van het certificaat of een wijziging daarvan, worden ten laste gebracht van de aanvrager.
**4.** De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van het certificaat of een wijziging of verlenging daarvan, worden ten laste gebracht van de aanvrager.
**5.** De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
**4.** De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
### Artikel 8a.5
@ -3098,7 +3105,7 @@ e. de bevoegdheden bedoeld in artikel 25 en artikel 58 van de Invorderingswet 19
### Artikel 8a.44
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu publiceert vóór 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant welke burgerluchthavens zijn aangeduid als belangrijke luchthavens
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu publiceert vóór 30 juni 2015 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant welke burgerluchthavens zijn aangeduid als belangrijke luchthavens.
**2.** Een belangrijke luchthaven is een burgerluchthaven waarop jaarlijks meer dan 50000 vliegtuigbewegingen plaatsvinden. Oefenvluchten met lichte vliegtuigen, als bedoeld in hoofdstuk 5.2 ECAC.CEAC Doc 29 Report on standard Method of Computing Noise around civil airports, worden hierbij niet meegerekend.
@ -3140,7 +3147,7 @@ b. voegt bij de geluidbelastingkaart een overzicht van de belangrijkste punten v
### Artikel 8a.48
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 18 mei 2008 aan de hand van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8a.45, een actieplan vast met betrekking tot de luchthaven. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast.
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 18 mei 2008 aan de hand van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8a.45, een actieplan vast met betrekking tot de luchthaven. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast vóór 18 mei 2013 en vervolgens tenminste elke vijf jaar na 18 juli 2013 wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast.
**2.**
@ -3171,6 +3178,8 @@ Indien de belangrijke luchthaven een luchthaven van regionale betekenis is, tred
**4.** Aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
**5.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld omtrent het terrein niet zijnde een luchthaven waarvan de luchtvaartuigen bedoeld in het eerste lid opstijgen dan wel waarop zij landen en omtrent de wijze waarop dit terrein wordt gebruikt.
### Artikel 8a.50a
Indien ten aanzien van de burgerluchthaven Twente een vrijstelling, als bedoeld in artikel 8a.50, tweede lid, van het verbod in artikel 8.1a, derde lid, wordt verleend, is op de voorbereiding van die vrijstelling afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
@ -4023,6 +4032,7 @@ b. handelt in strijd met het bepaalde krachtens de artikelen
2°. 2.1, derde lid, 2.3, vijfde lid;
3°. 3.7, 3.23, 3,31;
4°. 5.5, 5.11, 5.12, tweede lid;
5°. 8a.50, vijfde lid;
c. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 1.6 zijn aangewezen als overtreding.
**2.** De in het eerste lid van dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.