diff --git a/kb/reglement-onderzoek-schepen-op-de-rijn-1995/BWBR0007858/README.md b/kb/reglement-onderzoek-schepen-op-de-rijn-1995/BWBR0007858/README.md index 4f20164790f..aa08c658b8a 100644 --- a/kb/reglement-onderzoek-schepen-op-de-rijn-1995/BWBR0007858/README.md +++ b/kb/reglement-onderzoek-schepen-op-de-rijn-1995/BWBR0007858/README.md @@ -4323,6 +4323,8 @@ Voor de vaart beneden het Spijksche Veer (km 857,40) kan, voorzover de Duits-Ned **2.** Onverminderd artikel 2.09, tweede lid, blijven de overeenkomstig het op 31 december 1994 geldende Reglement onderzoek schepen op de Rijn afgegeven certificaten van onderzoek geldig tot de op deze certificaten aangegeven datum van beëindiging van de geldigheid. +**3.** Op vaartuigen, die niet onder het eerste lid vallen, is artikel 24.06 van toepassing. + ### Artikel 24.02 **1.** @@ -4330,44 +4332,277 @@ Voor de vaart beneden het Spijksche Veer (km 857,40) kan, voorzover de Duits-Ned Onverminderd de artikelen 24.03 en 24.04 moeten vaartuigen, die niet volledig aan de bepalingen van dit reglement voldoen: a. daaraan volgens de in de onderstaande tabel vermelde overgangsbepalingen worden aangepast, -b. totdat de aanpassing heeft plaatsgevonden, voldoen aan de bepalingen van het op 31 december 1994 geldende Reglement onderzoek schepen op de Rijn. +b. totdat de aanpassing heeft plaatsgevonden, voldoen aan het op 31 december 1994 geldende Reglement onderzoek schepen op de Rijn. **2.** In de onderstaande tabel betekent: -– "N.V.O.": de betreffende bepaling is niet van toepassing op reeds in bedrijf zijnde vaartuigen, tenzij de betreffende delen worden vervangen of omgebouwd, dat wil zeggen dat deze bepaling slechts van toepassing is op: **N**ieuwbouw, bij **V**ervanging of bij **O**mbouw. Worden bestaande delen vervangen door delen welke in technische zin en bouwwijze gelijk zijn, dan betekent dit geen vervanging "V" in de zin van deze overgangsbepalingen. -– "Vernieuwing certificaat": aan de betreffende bepaling moet worden voldaan bij de eerstvolgende vernieuwing van de geldigheidsduur van het certificaat van onderzoek, volgend op het in werking treden van dit reglement. +– «N.V.O.»: het voorschrift is niet van toepassing op reeds in bedrijf zijnde vaartuigen, tenzij de betreffende delen worden vervangen of omgebouwd, dat wil zeggen dat dit voorschrift slechts van toepassing is op Nieuwbouw, bij Vervanging of bij Ombouw van de betreffende delen of sectoren. Worden bestaande delen vervangen door delen welke in technische zin en bouwwijze gelijk zijn, dan wordt dit niet beschouwd als vervanging «V» volgens deze overgangsbepalingen. +– «Verlenging certificaat»: aan het voorschrift moet zijn voldaan bij de eerstvolgende verlenging van de geldigheidsduur van het certificaat van onderzoek na de daarop aangegeven datum. -Indien de geldigheidsduur van het certificaat van onderzoek afloopt in de periode van 1 januari 1995 tot en met 31 december 1995, dan behoeft, onafhankelijk van de datum van afloop van de geldigheidsduur, pas op 1 januari 1996 aan de bepaling te worden voldaan. +HOOFDSTUK 3 + +HOOFDSTUK 5 + +HOOFDSTUK 6 + +HOOFDSTUK 7 + +HOOFDSTUK 8 + +HOOFDSTUK 8A + +* Een vervangingsmotor is een gebruikte, gereviseerde motor, die voor wat betreft vermogen, toerental en installatievoorwaarden vergelijkbaar is met de motor die deze vervangt. + +HOOFDSTUK 9 + +HOOFDSTUK 10 + +* 1. Vóór 1 oktober 1980 vast ingebouwde CO_2-brandblusinstallaties blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 toegelaten, wanneer zij voldoen aan artikel 7.03, vijfde lid, in de versie van protocol 1975-I-23. + +2. Vóór 1 april 1992 vast ingebouwde brandblusinstallaties die met het blusmiddel Halon 1301 (CBrF3) werken blijven tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2005, echter uiterlijk tot 1.1.2010, toegelaten, wanneer zij voldoen aan artikel 7.03, vijfde lid, in de versie van protocol 1985-II-26. + +3. Tussen 1 april 1992 en 1 januari 1995 vast ingebouwde CO_2-brandblusinstallaties blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 toegelaten, wanneer zij voldoen aan artikel 7.03, vijfde lid, van het op 31 december 1994 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn. + +4. Tussen 1 april 1992 en 1 januari 1995 verstrekte aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart voor de toepassing van artikel 7.03, vijfde lid, van het op 31 december 1994 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 geldig. + +5. Artikel 10.03b, tweede lid onder a, geldt uiterlijk tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 alleen dan, wanneer deze installaties worden ingebouwd in schepen waarvan de kiel is gelegd ná 1 oktober 1992. + +HOOFDSTUK 11 + +** Dit artikel geldt voor schepen waarvan de kiel is gelegd ná 31.12.1994 en voor in bedrijf zijnde schepen met in acht name van het volgende: Bij vernieuwingswerkzaamheden, het gehele laadruim omvattend, is artikel 11.04 van toepassing. Bij een verbouwing, die de totale lengte van de gangboorden omvat en waardoor de vrije breedte van het gangboord wordt gewijzigd: + +a. is artikel 11.04 van toepassing, indien de vóór de verbouwing beschikbare vrije breedte van het gangboord tot een hoogte van 0,90 m, of de vrije breedte daarboven, moet worden verminderd; + +b. mag de vóór de verbouwing beschikbare vrije breedte van het gangboord tot een hoogte van 0,90 m, of de vrije breedte daarboven, niet worden verminderd, indien deze afmetingen kleiner zijn dan die bedoeld in artikel 11.04. + +HOOFDSTUK 12 + +HOOFDSTUK 15 + +HOOFDSTUK 16 + +HOOFDSTUK 17 + +HOOFDSTUK 20 + +HOOFDSTUK 21 ### Artikel 24.03 -**1.** Vaartuigen waarvan de kiel is gelegd op 1 april 1976 of daarvóór moeten voldoen aan de hierna genoemde bepalingen voorzover hierdoor geen hogere eisen worden gesteld dan door de tot inwerkingtreding van dit reglement geldende voorschriften. De volgende bepalingen zijn uitsluitend van toepassing op delen die verbouwd of vervangen worden:de artikelen 3.03, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 3.04, tweede en zevende lid, 4.01, tweede lid, 4.02, 4.03, 7.01, tweede lid, 7.05, tweede lid, 8.01, derde lid, 8.04, 8.05, elfde lid, 8.06, tweede tot en met zevende lid, 8.08, 9.01, 9.03, 9.06, 9.10, 9.11, tweede lid, 9.12, 9.14, 9.15, 9.17, 9.18, 10.01, 10.04, 10.05, 11.11, 12.02, eerste en vijfde lid, 15.01, derde lid, 15.02, tweede lid, 15.03, tweede tot en met achtste lid, 15.04, eerste, derde, vierde, zesde, zevende en achtste lid, 15.05, en 15.06. +**1.** -**2.** Artikel 15.09, tweede lid, is op schepen voor dagtochten, waarvan de kiel is gelegd op 1 april 1976 of daarvóór, slechts met dien verstande van toepassing dat het voldoende is wanneer, in plaats van de dragende constructie vervaardigd van staal van trappen die als vluchtweg dienen, deze trappen zo zijn uitgevoerd dat zij in geval van brand ongeveer net zo lang bruikbaar blijven als trappen met een dragende constructie van staal.3. Artikel 15.09, vierde lid, eerste en tweede volzin, is op schepen voor dagtochten, waarvan de kiel is gelegd op 1 april 1976 of daarvóór, slechts met dien verstande van toepassing dat slechts de verven, lakken en andere behandelingsmiddelen voor interieurs, gebruikt voor de naar de vluchtwegen toegekeerde oppervlakken, moeilijk ontvlambaar moeten zijn en rook en andere giftige gassen niet in gevaarlijke mate kunnen ontstaan. +Vaartuigen waarvan de kiel is gelegd op 1 april 1976 of daarvóór moeten, behalve aan artikel 24.02, voldoen aan de hierna genoemde bepalingen. In de onderstaande tabel betekent: + +– «V.O.»: het voorschrift is niet van toepassing op reeds in bedrijf zijnde vaartuigen, tenzij de betreffende delen worden vervangen of omgebouwd, dat wil zeggen dat dit voorschrift slechts van toepassing is bij Vervanging of bij Ombouw van de betreffende delen of sectoren. Worden bestaande delen vervangen door delen welke in technische zin en bouwwijze gelijk zijn, dan wordt dit niet beschouwd als vervanging «V» volgens deze overgangsbepalingen. +– «Verlenging certificaat»: aan het voorschrift moet zijn voldaan bij de eerstvolgende verlenging van de geldigheidsduur van het certificaat van onderzoek na de daarop aangegeven datum. + +HOOFDSTUK 3 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | +| --- | --- | --- | +| 3.03, lid 1 | Plaats van het aanvaringsschot | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 | +| 3.04, lid 2 | Begrenzingsvlakken van bunkers met ruimten bestemd voor passagiers en verblijven | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 | +| 3.04, lid 7 | Ten hoogste toegestane niveau van de geluidsdruk | Bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | + +HOOFDSTUK 4 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | +| --- | --- | --- | +| 4.01, lid 2, 4.02 en 4.03 | Veiligheidsafstand, vrijboord, kleinste vrijboord | Bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | + +HOOFDSTUK 7 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | +| --- | --- | --- | +| 7.01, lid 2 | Niveau van de geluidsdruk voortgebracht door het schip | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 7.05, lid 2 | Controle van de navigatielichten | Bij verlenging van het certificaat van onderzoek | + +HOOFDSTUK 8 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | +| --- | --- | --- | +| 8.06, lid 3 en lid 4 | Minimale capaciteit en diameter van de lensleidingen | Bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 8.08, lid 2 | Door een varend schip voortgebracht geluid | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | + +HOOFDSTUK 9 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | +| --- | --- | --- | +| 9.01 | Eisen aan elektrische installaties | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 9.03 | Bescherming tegen aanraken, binnendringen van vreemde voorwerpen en water | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 9.06 | Ten hoogste toegelaten spanningen | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 9.10 | Generatoren en motoren | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 9.11, lid 2 | Opstelling van accumulatoren | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 9.12 | Schakelinrichtingen | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 9.14 | Installatiemateriaal | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 9.15 | Kabels | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 9.17 | Navigatielantaarns | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 9.18 | Noodstroominstallatie | V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | + +HOOFDSTUK 12 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | +| --- | --- | --- | +| 12.02, lid 5 | Geluidshinder en trillingen in verblijven | Bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | + +HOOFDSTUK 15 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | +| --- | --- | --- | +| 15.01, lid 3 | Aantonen van het drijfvermogen | V.O. | +| 15.02, lid 2 | Waterdichte vensters | Het voorschrift geldt niet voor passagiersschepen waarvan de kiel is gelegd vóór 1.1.1996 | +| 15.03, lid 2 tot en met lid 8 | Indompelingsgrenslijn indien er geen schottendek is | Het voorschrift geldt niet voor passagiersschepen waarvan de kiel is gelegd vóór 1.1.1996 | +| 15.04, lid 1, lid 3, lid 4, lid 6, lid 7, lid 8 | Aantonen van de stabiliteit | V.O. | +| 15.05 | Aantal passagiers | Bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | +| 15.06 | Veiligheidsafstand, vrijboord, inzinkingsmerken | V.O. | + +**2.** Artikel 15.09, tweede lid, is op schepen voor dagtochten, waarvan de kiel is gelegd op 1 april 1976 of daarvóór, slechts met dien verstande van toepassing dat het voldoende is wanneer, in plaats van de dragende constructie vervaardigd van staal van trappen die als vluchtweg dienen, deze trappen zo zijn uitgevoerd dat zij in geval van brand ongeveer even lang bruikbaar blijven als trappen met een dragende constructie van staal. + +**3.** Artikel 15.09, vierde lid, eerste en tweede volzin, is op schepen voor dagtochten, waarvan de kiel is gelegd op 1 april 1976 of daarvóór, slechts met dien verstande van toepassing dat slechts de verven, lakken en andere behandelingsmiddelen voor interieurs, gebruikt voor de naar de vluchtwegen toegekeerde oppervlakken, moeilijk ontvlambaar moeten zijn en rook en andere giftige gassen niet in gevaarlijke mate kunnen ontstaan. ### Artikel 24.04 **1.** Voor vaartuigen, waarvan het minste vrijboord overeenkomstig artikel 4.04 van de op 31 maart 1983 geldende voorschriften is vastgesteld, kan de Commissie van Deskundigen op verzoek van de eigenaar het vrijboord vaststellen op grond van artikel 4.03 van de op 1 januari 1995 geldende voorschriften. -**2.** Vaartuigen, waarvan de kiel is gelegd vóór 1 juli 1983, hoeven niet te voldoen aan hoofdstuk 9. Deze vaartuigen moeten echter ten minste voldoen aan hoofdstuk 6 van de op 31 maart 1983 geldende voorschriften. +**2.** Vaartuigen, waarvan de kiel is gelegd vóór 1 juli 1983, behoeven niet te voldoen aan hoofdstuk 9. Deze vaartuigen moeten echter ten minste voldoen aan hoofdstuk 6 van de op 31 maart 1983 geldende voorschriften. -**3.** Artikel 15.07, tweede lid onder *b*, en artikel 15.09, tweede volzin, met betrekking tot de bepaling over de enige slanglengte, zijn slechts van toepassing op vaartuigen waarvan de kiel is gelegd ná 30 september 1984, alsmede in geval van verbouwing op het verbouwde deel. +**3.** Artikel 15.07, tweede lid, onder b, en artikel 15.09, negende lid, tweede volzin, met betrekking tot de bepaling over de enige slanglengte, zijn slechts van toepassing op vaartuigen waarvan de kiel is gelegd ná 30 september 1984, alsmede in geval van verbouwing op het verbouwde deel. **4.** Indien de toepassing van de in dit hoofdstuk genoemde bepalingen na afloop van de overgangsbepalingen in de praktijk moeilijk uitvoerbaar is of onevenredig hoge kosten met zich brengt, kan de Commissie van Deskundigen op grond van aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart afwijkingen van deze voorschriften toestaan. Deze afwijkingen moeten in het certificaat van onderzoek worden aangetekend. +**5.** Indien dit voorschrift bij de vereisten aan de hoedanigheid van uitrustingsstukken verwijst naar een Europese of internationale norm, mogen na een nieuwe formulering of bewerking van die norm de betreffende uitrustingsstukken nog 20 jaar na de nieuwe formulering of bewerking van de norm verder worden gebruikt. + ### Artikel 24.05 -Onverminderd de bepalingen van artikel 23.03 betreffende de lichamelijke geschiktheid geldt de volgende overgangsregeling voor hoofdstuk 23: +Onverminderd artikel 23.03 betreffende de lichamelijke geschiktheid geldt de volgende overgangsregeling voor hoofdstuk 23: -1. Een op 31 december 2001 in de binnenvaart werkzame deksman kan de bevoegdheid als matroos verkrijgen, nadat hij zijn 19e levensjaar heeft beëindigd en een vaartijd als lid van de dekbemanning van ten minste drie jaar heeft aangetoond; daarvan moeten ten minste een jaar in de binnenvaart en twee jaar in de binnenvaart of in de zee- of kustvaart dan wel de visserij vervuld zijn. Deze matroos kan de bevoegdheid als: +**1.** -a) volmatroos verkrijgen, wanneer hij een vaartijd in de Rijnvaart van ten minste een jaar als matroos kan aantonen; -b) stuurman verkrijgen, wanneer hij een vaartijd in de Rijnvaart van ten minste twee jaar als matroos kan aantonen. -2. Een op 31 december 2001 in de binnenvaart werkzame matroos kan de bevoegdheid als volmatroos verkrijgen, wanneer hij een vaartijd in de Rijnvaart van ten minste een jaar als matroos kan aantonen. -3. Een op 31 december 2001 in de binnenvaart werkzame matroos kan de bevoegdheid als stuurman verkrijgen, wanneer hij een vaartijd in de Rijnvaart van ten minste twee jaar als matroos kan aantonen. -4. Een op 31 december 2001 in de binnenvaart werkzame volmatroos kan de bevoegdheid als stuurman verkrijgen, wanneer hij een vaartijd in de Rijnvaart van ten minste een jaar als volmatroos kan aantonen. +Een op 31 december 2001 in de binnenvaart werkzame deksman kan de bevoegdheid als matroos verkrijgen, nadat hij zijn 19e levensjaar heeft beëindigd en een vaartijd als lid van de dekbemanning van ten minste drie jaar heeft aangetoond; daarvan moeten ten minste een jaar in de binnenvaart en twee jaar in de binnenvaart of in de zee- of kustvaart of visserij vervuld zijn. Deze matroos kan de bevoegdheid als: + +a. volmatroos verkrijgen, wanneer hij een vaartijd in de Rijnvaart van ten minste een jaar als matroos kan aantonen, +b. stuurman verkrijgen, wanneer hij een vaartijd in de Rijnvaart van ten minste twee jaar als matroos kan aantonen. + +**2.** Een op 31 december 2001 in de binnenvaart werkzame matroos kan de bevoegdheid als volmatroos verkrijgen, wanneer hij een vaartijd in de Rijnvaart van ten minste een jaar als matroos kan aantonen. + +**3.** Een op 31 december 2001 in de binnenvaart werkzame matroos kan de bevoegdheid als stuurman verkrijgen, wanneer hij een vaartijd in de Rijnvaart van ten minste twee jaar als matroos kan aantonen. + +**4.** Een op 31 december 2001 in de Rijnvaart werkzame volmatroos kan de bevoegdheid als stuurman verkrijgen, wanneer hij een vaartijd in de Rijnvaart van ten minste een jaar als volmatroos kan aantonen. + +**5.** + +Tot aan de eerstvolgende verlenging van het certificaat van onderzoek, echter uiterlijk tot 1 juli 2007, kan het voldoen aan artikel 23.09, lid 1.1 of lid 1.2, zoals vereist in artikel 23.09, tweede lid, als volgt in het certificaat van onderzoek worden aangetekend: + +a. Voor het voldoen aan artikel 23.09, lid 1.1, volstaat een aantekening onder punt 47 als volgt: «Het schip voldoet aan artikel 23.09, eerste lid». +b. Voor het voldoen aan artikel 23.09, lid 1.2, volstaan de volgende aantekeningen: + +– in het geval van alleen varende motorschepen en van motorschepen die een gekoppeld samenstel voortbewegen: + +• onder punt 47: «Het schip voldoet aan artikel 23.09, eerste lid» en +• onder punt 34: +– in het geval van passagiersschepen: + +• onder punt 47: «Het schip voldoet aan artikel 23.09, eerste lid» en ofwel +• onder punt 34: +• dan wel + +onder punt 27: +• en + +onder punt 29: + +### Artikel 24.06 + +**1.** Op vaartuigen waarvoor vanaf 1 januari 1995 voor het eerst een certificaat van onderzoek als bedoeld in dit reglement is afgegeven zijn de volgende bepalingen van toepassing, tenzij zij op 31 december 1994 in aanbouw of in ombouw waren. + +**2.** Deze vaartuigen moeten voldoen aan de versie van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn die van kracht is op de dag waarop het certificaat van onderzoek is afgegeven. + +**3.** Deze vaartuigen moeten aan de voorschriften, die na de eerste afgifte van hun certificaat van onderzoek van kracht zijn geworden, volgens de in de onderstaande tabel vermelde overgangsbepalingen worden aangepast. + +**4.** Artikel 24.04, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. + +**5.** + +In de onderstaande tabel betekent: + +– «N.V.O.»: de betreffende bepaling is niet van toepassing op reeds in bedrijf zijnde vaartuigen, tenzij de betreffende delen worden vervangen of omgebouwd, dat wil zeggen dat deze bepaling slechts van toepassing is op Nieuwbouw, bij Vervanging of bij Ombouw van de betreffende delen of sectoren. Worden bestaande delen vervangen door delen welke in technische zin en bouwwijze gelijk zijn, dan wordt dit niet beschouwd als vervanging «V» volgens deze overgangsbepalingen. +– «Verlenging certificaat»: aan het voorschrift moet zijn voldaan bij de eerstvolgende verlenging van de geldigheidsduur van het certificaat van onderzoek na de daarop aangegeven datum. + +HOOFDSTUK 3 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | Van kracht | +| --- | --- | --- | --- | +| 3.03, lid 7 | Voorschip; ankernissen | Het voorschrift geldt vanaf 01.01.2001 bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2041 | 1.10.1999 | +| 3.03, lid 3, tweede zin | Isolaties in machinekamers | N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek | 1.04.2003 | +| 3.04, lid 3, derde en vierde zin | Openingen en afsluitorganen | N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek | 1.10.2003 | + +HOOFDSTUK 8 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | Van kracht | +| --- | --- | --- | --- | +| 8.02, lid 4 | Isolaties van machineonderdelen | N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek | 1.4.2003 | +| 8.03, lid 4 | Inrichting voor automatische reductie van het toerental | N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010 | 1.4.2004 | +| 8.05, lid 9, 1^e alinea | Peilinrichtingen moeten afleesbaar zijn tot aan de hoogste vulstand | N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010 | 1.4.1999 | +| 8.05, lid 13 | Controle van de hoeveelheid brandstof niet alleen voor de voortstuwingsmotoren maar ook voor de voor de vaart noodzakelijke andere motoren | N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | 1.4.1999 | + +HOOFDSTUK 8A + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | Van kracht | +| --- | --- | --- | --- | +| | | De voorschriften gelden niet a. voor motoren die vóór 1.1.2003a n boord ingebouwd waren, en niet b. voor vervangingsmotoren *, die tot 31.12.2011 aan boord van schepen, die op 1.1.2002 in bedrijf waren, geïnstalleerd worden | 1.1.2002 | + +*) Een vervangingsmotor is een gebruikte, gereviseerde motor, die voor wat betreft vermogen, toerental en installatievoorwaarden vergelijkbaar is met de motor die deze vervangt. + +HOOFDSTUK 10 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | Van kracht | +| --- | --- | --- | --- | +| 10.02, lid 2, onder a | Keuringsbewijs voor stalen trossen en andere kabels | Voor de 1^e tros die op het schip wordt vervangen: N.V.O., uiterlijk 1.1.2008. Voor de 2^e en 3^e tros: 1.1.2009, 1.1.2013 | 1.4.2003 | +| 10.03, lid 1 | Europese norm | Bij vervanging, uiterlijk 1.1.2010 | 1.4.2002 | +| 10.03, lid 2 | Geschiktheid voor brandklasse A, B en C | Bij vervanging, uiterlijk 1.1.2010 | 1.4.2002 | +| 10.03, lid 4 | Hoeveelheid CO_2 en inhoud van de ruimten | Bij vervanging, uiterlijk 1.1.2007 | 1.4.2002 | +| 10.03a | Vast ingebouwde brandblusinstallaties in verblijven, stuurhuizen en passagiersruimten | N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 | 1.4.2002 | +| 10.03b | Vast ingebouwde brandblusinstallaties in machinekamers, ketelruimen en pompkamers | **, uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 | 1.4.2002 | +| 10.04 | Toepassing Europese norm op bijboten | N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2015 | 1.10.2003 | +| 10.05, lid 2 | Opblaasbare zwemvesten | N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010. Zwemvesten die op 30.9.2003 aan boord zijn mogen tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010 verder worden gebruikt | 1.10.2003 | + +** 1. Tussen 1 januari 1995 en 31 maart 2003 vast ingebouwde CO_2-brandblusinstallaties blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 toegelaten, wanneer zij voldoen aan artikel 10.03, vijfde lid, van het op 31 maart 2002 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn. + +2. Tussen 1 januari 1995 en 31 maart 2002 verstrekte aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart voor de toepassing van artikel 10.03, vijfde lid, van het op 31 maart 2002 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 geldig. + +3. Artikel 10.03b, tweede lid, onder a, geldt uiterlijk tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2035 alleen dan, wanneer deze installaties worden ingebouwd in schepen waarvan de kiel is gelegd ná 1 oktober 1992. + +HOOFDSTUK 11 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | Van kracht | +| --- | --- | --- | --- | +| 11.13 | Opslag van brandbare vloeistoffen | N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek | 1.10.2002 | + +HOOFDSTUK 12 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | Van kracht | +| --- | --- | --- | --- | +| 12.05 | Drinkwaterinstallaties | N.V.O., uiterlijk 31.12.2006 | 1.4.2001 | + +HOOFDSTUK 15 + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | Van kracht | +| --- | --- | --- | --- | +| 15.02, lid 5 | In aanmerking te nemen leksituaties | Het voorschrift geldt niet voor passagiersschepen waarvan de kiel is gelegd tussen 1.1.1995 en 31.12.1995 | 1.1.1995 | +| 15.03, lid 1 | Indompelingsgrenslijn wanneer er geen schottendek is | Het voorschrift geldt niet voor passagiersschepen waarvan de kiel is gelegd tussen 1.1.1995 en 31.12.1995 | 1.1.1995 | +| 15.07, lid 2, onder a, 2^e alinea | Vrije breedte van deuren van cabines voor passagiers en vergelijkbare kleine ruimten | Voor de afmeting van 0,70 m geldt N.V.O. | 1.10.1998 | +| 15.08, lid 4 | Opblaasbare zwemvesten | N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010. Zwemvesten die op 30.9.2003 aan boord zijn mogen tot aan de verlenging van het certificaat van onderzoek na 1.1.2010 verder worden gebruikt | 1.10.2004 | +| 15.10, lid 10 | Vast ingebouwde brandblusinstallaties in de machinekamer | Het voorschrift geldt niet voor passagiersschepen waarvan de kiel is gelegd tussen 1.1.1995 en 31.12.1995 | 1.1.1995 | + +HOOFDSTUK 22A + +| Artikel | Inhoud | Termijn en voorwaarden | Van kracht | +| --- | --- | --- | --- | +| 22a.05, lid 2 | Aanvullende eisen voor vaartuigen met L van meer dan 110 m die bovenstrooms van Mannheim willen varen | Voor vaartuigen die een op 1.10.2001 nog geldige vergunning van een bevoegde autoriteit bezitten, gelden tot en met 31.12.2034 de voorschriften op het te bevaren riviergedeelte, waarvoor de vergunning was verleend, niet. | 1.10.2001 | + +**6.** Bij nieuwbouw van schepen met een lengte van meer dan 110 m, waarvan de kiel is gelegd vóór 1 oktober 2001, kan het voldoen aan artikel 22a.05, tweede lid, onder d, achterwege blijven voor de vaart tussen Mannheim en Karlsruhe. Deze vaartbeperking moet in het certificaat van onderzoek worden aangetekend onder punt 10. ## Bijlage A. Model van de aanvraag van een onderzoek