diff --git a/wet/algemene-kinderbijslagwet/BWBR0002368/README.md b/wet/algemene-kinderbijslagwet/BWBR0002368/README.md index d679597ccf9..c06604e1b92 100644 --- a/wet/algemene-kinderbijslagwet/BWBR0002368/README.md +++ b/wet/algemene-kinderbijslagwet/BWBR0002368/README.md @@ -205,7 +205,7 @@ Vervallen ### Artikel 12 -**1.** Het basiskinderbijslagbedrag over een kalenderkwartaal bedraagt € 267,02 per 1 januari 2009 € 278,55 per kind. +**1.** Het basiskinderbijslagbedrag over een kalenderkwartaal bedraagt € 267,02 per 1 januari 2009 € 278,55 per kind. **2.** @@ -237,7 +237,9 @@ In afwijking van de eerste volzin blijft herziening per 1 januari onderscheidenl **7.** Indien de bedragen, genoemd in artikel 12, worden gewijzigd, worden de uit de toepassing van artikel 12, tweede lid, voortvloeiende bedragen door Onze Minister bekendgemaakt in de *Staatscourant*. -**8.** Op een beschikking als gevolg van een herziening van de kinderbijslag op grond van het bepaalde in dit artikel zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. +**8.** Een herziening van de kinderbijslag op grond van dit artikel vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. + +**9.** De Sociale verzekeringsbank betaalt de herziene kinderbijslag, bedoeld in het achtste lid, bij de eerstvolgende betaling van de kinderbijslag nadat de herziening, bedoeld in het tweede lid, heeft plaatsgevonden. ### Artikel @@ -286,91 +288,64 @@ b. het kind voor wie kinderbijslag wordt betaald recht krijgt op studiefinancier ### Artikel 17 -**1.** Indien de verzekerde of de persoon aan wie ingevolge artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een verplichting op grond van artikel 16 opgelegd, of de verplichting bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting bedoeld in artikel 15 niet binnen de door de Sociale verzekeringsbank daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert de Sociale verzekeringsbank de kinderbijslag tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk. +**1.** De Sociale verzekeringsbank weigert de kinderbijslag tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk indien de verzekerde of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een verplichting op grond van artikel 16 opgelegd, of de verplichting, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 15 niet binnen de door de Sociale verzekeringsbank daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen. **2.** Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de verzekerde dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. -**3.** Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van kinderbijslag kan de Sociale verzekeringsbank afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een zodanige waarschuwing is gegeven. +**3.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van kinderbijslag, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een zodanige waarschuwing is gegeven. -**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten van het opleggen van een maatregel af te zien. +**4.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. -**5.** Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een boete als bedoeld in artikel 17a wordt opgelegd. +**5.** Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 17a wordt opgelegd. **6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid. ### Artikel 17a -**1.** Indien de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald de verplichting bedoeld in artikel 15 niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt de Sociale verzekeringsbank hem een boete op van ten hoogste € 2 269. +**1.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 2 269 ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15. -**2.** De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. +**2.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van kinderbijslag, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een zodanige waarschuwing is gegeven. -**3.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van kinderbijslag, kan de Sociale verzekeringsbank afzien van het opleggen van een boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een zodanige waarschuwing is gegeven. +**3.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. -**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten van het opleggen van een boete af te zien. +**4.** Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn. -**5.** Degene aan wie een boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn. - -**6.** Voorzover de boete nog niet is geïnd, vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd. - -**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en het tweede lid. +**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete. ### Artikel 17b -**1.** Indien de Sociale verzekeringsbank jegens de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is de verzekerde, dan wel de betrokken persoon niet langer verplicht terzake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het betreft de boeteoplegging. De verzekerde dan wel de betrokken persoon wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. - -**2.** Indien de Sociale verzekeringsbank voornemens is om aan de verzekerde, dan wel de betrokken persoon een boete op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de verzekerde, dan wel de betrokken persoon onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid. - -**3.** Op verzoek van de verzekerde, dan wel de betrokken persoon die de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de Sociale verzekeringsbank er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de verzekerde, dan wel de betrokken persoon worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. - -**4.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de Sociale verzekeringsbank de verzekerde, dan wel de betrokken persoon in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd. - -**5.** Indien de verzekerde, dan wel de betrokken persoon zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt de Sociale verzekeringsbank er op verzoek van de verzekerde, dan wel de betrokken persoon die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die hem kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. +Vervallen ### Artikel 17c -**1.** Het besluit waarbij de boete wordt opgelegd vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig artikel 17g zal worden tenuitvoergelegd. - -**2.** Op verzoek van de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, die het in het eerste lid bedoelde besluit wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de Sociale verzekeringsbank er zoveel mogelijk zorg voor dat de in dat besluit vermelde informatie aan de verzekerde, dan wel de betrokken persoon, wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. - -**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de termijn waarvoor uitstel van betaling van de bestuurlijke boete kan worden verleend alsmede omtrent de hoogte van het op grond van artikel 17g, eerste of tweede lid, te verrekenen bedrag en de termijn of termijnen waarbinnen deze verrekening plaatsvindt. ### Artikel 17d -**1.** Een boete wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie. - -**2.** De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien ter zake van de gedraging tegen de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht. - -**3.** Het openbaar ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in het eerste en het tweede lid mededeling aan de Sociale verzekeringsbank. +Vervallen ### Artikel 17e -**1.** Een boete wordt opgelegd binnen een jaar nadat de Sociale verzekeringsbank de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, overeenkomstig het bepaalde in artikel 17*b*, vierde lid, in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Indien terzake aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden vangt de termijn van een jaar aan op de dag na die waarop het openbaar ministerie aan de Sociale verzekeringsbank heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld. - -**2.** Een boete wordt in elk geval niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de desbetreffende gedraging heeft plaatsgevonden. +Vervallen ### Artikel 17f -In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de boete is vastgesteld ook ten nadele van de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, wijzigen. +In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, wijzigen. ### Artikel 17g -**1.** Het besluit waarbij een boete is opgelegd levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het zesde lid. +**1.** De Sociale verzekeringsbank verrekent de bestuurlijke boete met kinderbijslag op grond van deze wet, ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet of een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, die degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, ontvangt. -**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, kinderbijslag op grond van deze wet, ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet of uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die bijslag of die uitkering. +**2.** Het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet werk en inkomen kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet. -**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet werk en inkomen kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank. +**3.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan de Sociale verzekeringsbank. Indien de Sociale verzekeringsbank gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan degene aan wie de boete is opgelegd. -**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, geen bijslag, pensioen of uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd. +**4.** -**5.** De tenuitvoerlegging van een besluit waarbij een boete is opgelegd vindt plaats met toepassing van het tweede of derde lid, dan wel van het vierde lid, dan wel van het tweede of derde lid in combinatie met het vierde lid. +Zolang de verzekerde en degene met wie hij een huishouden vormt, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, zijn verplichting als bedoeld in artikel 17a, vierde lid, niet of niet behoorlijk nakomt: -**6.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten. - -**7.** Op het executoriaal beslag ingevolge dit artikel door de Sociale verzekeringsbank op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene aan wie een boete is opgelegd, zijn de artikelen 479*b* tot en met 479*g*, behoudens artikel 479*e*, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. De in artikel 479*g* aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan de Sociale verzekeringsbank. - -**8.** De tenuitvoerlegging van een besluit met toepassing van dit artikel geschiedt zodanig dat de verzekerde en degene met wie hij een huishouden vormt, blijven beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. - -**9.** Het achtste lid geldt niet, zolang de verzekerde en degene met wie hij een huishouden vormt, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, zijn verplichting bedoeld in artikel 17*a*, vijfde lid, niet of niet behoorlijk nakomt. +a. is de Sociale verzekeringsbank, in afwijking van artikel 4:93, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn; +b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel. ### Paragraaf 3. De betaling van de kinderbijslag @@ -390,6 +365,13 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i **7.** De kinderbijslag die op grond van het tweede tot en met zesde lid aan een verzekerde wordt betaald, kan op verzoek van die verzekerde in gedeelten aan meer verzekerden worden betaald. +**8.** + +Indien de kinderbijslag in het buitenland wordt uitbetaald: + +a. worden de daaraan verbonden kosten van overmaking op de kinderbijslag in mindering gebracht; en +b. geschiedt de betaling in afwijking van artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd. + ### Artikel 19 De Sociale verzekeringsbank schort de betaling van de kinderbijslag op of schorst de betaling, indien zij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat: @@ -423,9 +405,7 @@ De Sociale verzekeringsbank is bevoegd, voor zover nodig na ingewonnen advies va ### Artikel 21a -**1.** De Sociale verzekeringsbank is bevoegd een voorschot te betalen op de nog niet vastgestelde kinderbijslag. - -**2.** Voorzover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot als bedoeld in het eerste lid beschouwd als de kinderbijslag op grond van deze wet. +Voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot op de nog niet vastgestelde kinderbijslag beschouwd als kinderbijslag op grond van deze wet. ### Artikel 22 @@ -467,34 +447,32 @@ b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen **4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. -**5.** Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit bij gebreke van tijdige betaling zal worden tenuitvoergelegd op de wijze als omschreven in artikel 24a. +**5.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. -**6.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. - -**7.** In afwijking van het eerste lid kan de Sociale verzekeringsbank, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. +**6.** In afwijking van het eerste lid kan de Sociale verzekeringsbank, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. ### Artikel 24a -**1.** Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. +**1.** De Sociale verzekeringsbank kan de onverschuldigd betaalde kinderbijslag, bedoeld in artikel 24, eerste lid, invorderen bij dwangbevel. **2.** Artikel 17g is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, de Sociale verzekeringsbank de aflossingsbedragen lager vaststelt; en -b. indien degene van wie wordt teruggevorderd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, kinderbijslag op grond van deze wet ontvangt, in afwijking van artikel 17g, tweede lid, het besluit tot terugvordering ten uitvoer kan worden gelegd door verrekening met die bijslag. +b. indien degene van wie wordt teruggevorderd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, kinderbijslag op grond van deze wet ontvangt, in afwijking van artikel 17g, eerste lid, het besluit tot terugvordering ten uitvoer kan worden gelegd door verrekening met die bijslag. ### Artikel 24b -Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 24, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, en 24a. +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij is vastgesteld dat onverschuldigd is betaald. ### Artikel 24c **1.** -In afwijking van artikel 24, eerste lid, kan de Sociale verzekeringsbank, op verzoek van de verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien bij medewerking aan een schuldregeling, indien: +In afwijking van artikel 24, eerste lid, kan de Sociale verzekeringsbank, op verzoek van de verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien bij medewerking aan een schuldregeling, indien: -a. redelijkerwijs te voorzien is dat verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; +a. redelijkerwijs te voorzien is dat verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; c. de vordering van de Sociale verzekeringsbank wegens onverschuldigde betaling ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang; d. een naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet; @@ -505,7 +483,7 @@ f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig artik **3.** -Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald gewijzigd indien: +Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald gewijzigd indien: a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid; b. de verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald zijn schuld aan de Sociale verzekeringsbank niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of @@ -609,7 +587,7 @@ Vervallen ### Artikel 36 -Overtreding van bepalingen van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. Het feit wordt beschouwd als een overtreding. +Een gedraging die in strijd is met een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. Het feit wordt beschouwd als een overtreding. ### Artikel 37 @@ -621,7 +599,7 @@ Vervallen ### Artikel 39 -Het recht tot strafvordering vervalt indien de Sociale verzekeringsbank aan de belanghebbende ter zake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd. +Vervallen ### Artikel 40