2010-05-13 | BWBR0012337 | Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer
This commit is contained in:
parent
383ae946b7
commit
d19ebf9d7c
1 changed files with 6 additions and 6 deletions
|
|
@ -35,17 +35,17 @@ k. afgassen: de uiteindelijke uitworp in de lucht van gassen met vluchtige organ
|
|||
l. totale emissie: de som van diffuse emissies en emissies van afgassen;
|
||||
m. emissiegrenswaarde: de massa van de vluchtige organische stoffen, uitgedrukt als bepaalde specifieke parameters, concentratie, percentage of niveau van een emissie, berekend in normale omstandigheden (N) die gedurende een of meer periodes niet overschreden mogen worden;
|
||||
n. stof: chemisch element en zijn verbindingen, die in de natuur voorkomen of door de industrie worden geproduceerd, in vaste of vloeibare of gasvorm;
|
||||
o. preparaat: mengsel of oplossing, bestaande uit twee of meer stoffen;
|
||||
o. mengsel: een mengsel of een oplossing bestaande uit twee of meer stoffen;
|
||||
p. organische verbinding: verbinding die ten minste het element koolstof bevat en daarnaast een of meer van de volgende elementen: waterstof, halogenen, zuurstof, zwavel, fosfor, silicium of stikstof, met uitzondering van koolstofoxiden, anorganische carbonaten en bicarbonaten;
|
||||
q. vluchtige organische stof (VOS): organische verbinding die bij 293,15 K een dampspanning van 0,01 kPa of meer heeft of onder de specifieke gebruiksomstandigheden een vergelijkbare vluchtigheid heeft, waarbij voor de toepassing van dit besluit de fractie creosoot die deze dampspanning overschrijdt bij 293,15 K, als een VOS geldt;
|
||||
r. organisch oplosmiddel: vluchtige organische verbinding die alleen of in combinatie met andere stoffen en zonder een chemische verandering te ondergaan wordt gebruikt om grondstoffen, producten of afvalmaterialen op te lossen of als schoonmaakmiddel om verontreinigingen op te lossen, dan wel als verdunner, als dispergeermiddel, om de viscositeit aan te passen, om de oppervlaktespanning aan te passen, als weekmaker of als conserveermiddel;
|
||||
s. gehalogeneerd organisch oplosmiddel: organisch oplosmiddel dat ten minste één broom-, chloor-, fluor-, of iodiumatoom per molecule bevat;
|
||||
t. coating: preparaat, met inbegrip van alle voor een juist gebruik benodigde organische oplosmiddelen of preparaten, die organische oplosmiddelen bevatten, dat wordt gebruikt om op een oppervlak voor een decoratief, beschermend of ander functioneel effect te zorgen;
|
||||
u. kleefstof: preparaat, met inbegrip van alle voor een juist gebruik benodigde organische oplosmiddelen of preparaten, die organische oplosmiddelen bevatten, dat wordt gebruikt om afzonderlijke delen van een product samen te kleven;
|
||||
v. inkt: preparaat, met inbegrip van alle voor een juist gebruik benodigde organische oplosmiddelen of preparaten, die organische oplosmiddelen bevatten, dat bij een drukactiviteit wordt gebruikt om een tekst of afbeelding op een oppervlak af te drukken;
|
||||
t. coating: mengsel, met inbegrip van alle voor een juist gebruik benodigde organische oplosmiddelen of mengsels, die organische oplosmiddelen bevatten, dat wordt gebruikt om op een oppervlak voor een decoratief, beschermend of ander functioneel effect te zorgen;
|
||||
u. kleefstof: mengsel, met inbegrip van alle voor een juist gebruik benodigde organische oplosmiddelen of mengsels, die organische oplosmiddelen bevatten, dat wordt gebruikt om afzonderlijke delen van een product samen te kleven;
|
||||
v. inkt: mengsel, met inbegrip van alle voor een juist gebruik benodigde organische oplosmiddelen of mengsels, die organische oplosmiddelen bevatten, dat bij een drukactiviteit wordt gebruikt om een tekst of afbeelding op een oppervlak af te drukken;
|
||||
w. lak: een doorzichtige coating;
|
||||
x. verbruik: de totale input van organische oplosmiddelen per twaalf maanden in een installatie, verminderd met eventuele VOS die voor hergebruik wordt teruggewonnen;
|
||||
y. input: de hoeveelheid organische oplosmiddelen en de hoeveelheid daarvan in preparaten die tijdens het uitoefenen van een activiteit worden gebruikt, met inbegrip van de gerecycleerde oplosmiddelen, binnen en buiten de installatie, die telkens worden meegerekend wanneer zij worden gebruikt om de activiteit uit te oefenen;
|
||||
y. input: de hoeveelheid organische oplosmiddelen en de hoeveelheid daarvan in mengsels die tijdens het uitoefenen van een activiteit worden gebruikt, met inbegrip van de gerecycleerde oplosmiddelen, binnen en buiten de installatie, die telkens worden meegerekend wanneer zij worden gebruikt om de activiteit uit te oefenen;
|
||||
z. hergebruik van organische oplosmiddelen: het gebruik van uit een installatie teruggewonnen organische oplosmiddelen voor elk technisch of commercieel doel, met inbegrip van het gebruik als brandstof maar met uitzondering van het verwijderen van deze teruggewonnen organische oplosmiddelen als afval;
|
||||
aa. massastroom: hoeveelheid vrijgekomen VOS, uitgedrukt in de eenheid van massa per uur;
|
||||
ab. nominale capaciteit: massa van de organische oplosmiddelen die een installatie gemiddeld over één dag maximaal als input gebruikt, als de installatie onder normale bedrijfsomstandigheden bij de ontwerpoutput functioneert;
|
||||
|
|
@ -99,7 +99,7 @@ b. ten aanzien van de andere stoffen:
|
|||
|
||||
**3.** Voor de uitstoot van de VOS, bedoeld in het tweede lid, waarbij de massastroom van de stoffen waarvoor de in dat lid bedoelde etikettering verplicht is, in totaal 10 g/uur of meer bedraagt, wordt een emissiegrenswaarde van 2 mg/Nm^3 in acht genomen. De emissiegrenswaarde geldt voor de totale massa van de betrokken stoffen.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de uitstoot van gehalogeneerde VOS, waaraan de risicozin R40 is toegekend, waarbij de massastroom van de stoffen waarvoor de vermelding van R40 verplicht is, in totaal 100 g/uur of meer bedraagt, wordt een emissiegrenswaarde van 20 mg/Nm^3 in acht genomen. De emissiegrenswaarde geldt voor de totale massa van de betrokken stoffen.
|
||||
**4.** Voor de uitstoot van gehalogeneerde VOS, waaraan de risicozinnen R40 en R68 zijn toegekend, waarbij de massastroom van de stoffen waarvoor de vermelding van R40 en R68 verplicht is, in totaal 100 g/uur of meer bedraagt, wordt een emissiegrenswaarde van 20 mg/Nm^3 in acht genomen. De emissiegrenswaarde geldt voor de totale massa van de betrokken stoffen.
|
||||
|
||||
**5.** De uitstoot van VOS, bedoeld in het tweede of vierde lid, wordt beheerst afgevangen en uitgestoten, voor zover dit technisch en economisch haalbaar is, om de volksgezondheid en het milieu te beschermen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue