From d1a1f3949a624e5a7a4ed3947eaaa5b30828a712 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2010-01-01=20|=20BWBR0020413=20|=20Besluit=20Ma?= =?UTF-8?q?rkttoegang=20financi=C3=ABle=20ondernemingen=20Wft?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0020413/README.md | 30 +++++++++---------- 1 file changed, 15 insertions(+), 15 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-markttoegang-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020413/README.md b/amvb/besluit-markttoegang-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020413/README.md index 5f7ae9b851c..3db4a97862a 100644 --- a/amvb/besluit-markttoegang-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020413/README.md +++ b/amvb/besluit-markttoegang-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020413/README.md @@ -111,7 +111,7 @@ h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wor i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet; j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet; k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet; en -l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:69, eerste lid, van de wet blijken. +l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:69, eerste lid, van de wet blijken. **2.** @@ -162,9 +162,9 @@ f. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten; g. een opgave van activiteiten die de clearinginstelling voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor; h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen; i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken; -j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet, vanuit het bijkantoor; +j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor; k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor; en -l. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste en derde lid, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste en tweede lid, van de wet blijken. +l. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet blijken. **2.** @@ -194,7 +194,7 @@ De gegevens, bedoeld in artikel 2:9, eerste lid, van de wet zijn: a. het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de clearinginstelling voornemens is de diensten te verrichten; b. een gewaarmerkt afschrift van de statuten; c. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het bedrijf van clearinginstelling uit te oefenen; -d. de vermelding of sprake is van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling vanuit de lidstaat van de zetel; +d. de vermelding of sprake is van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling vanuit de staat van de zetel; e. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, van de clearinginstelling en de te verwachten solvabiliteit als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet, van de clearinginstelling blijken; f. de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de clearinginstelling bepalen; en g. de naam en het privé-adres van de personen die het beleid van het bijkantoor van de clearinginstelling bepalen of mede bepalen. @@ -271,10 +271,10 @@ f. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten; g. een opgave van activiteiten die de kredietinstelling voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor; h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de kredietinstelling bepalen; i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid van het bijkantoor van de kredietinstelling bepalen of mede bepalen; -j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet, vanuit het bijkantoor; +j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor; k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor; l. indien van toepassing, een beschrijving van het geconsolideerde toezicht; en -m. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste en derde lid van de wet, van de kredietinstelling, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste en tweede lid van de kredietinstelling, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste en tweede lid, van de wet, van de kredietinstelling blijken. +m. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, van de kredietinstelling, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid van de kredietinstelling, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet, van de kredietinstelling blijken. **2.** @@ -413,7 +413,7 @@ d. een opgave van referenten. Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar, bevat het volgende: a. een opgave van de aard van de risico’s die de herverzekeraar voornemens is te dekken; -b. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt over het minimumbedrag van het garantiefonds dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, vierde lid, van de wet, voor de betrokken activiteit of activiteiten geldt, dan wel over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste, tweede en derde lid, van de wet is vereist, indien dit minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimumbedrag van het garantiefonds; +b. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt over het minimumbedrag van het garantiefonds dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, vierde lid, van de wet, voor de betrokken activiteit of activiteiten geldt, dan wel over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste en derde lid, van de wet is vereist, indien dit minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimumbedrag van het garantiefonds; c. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de herverzekeraar een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een andere verzekeraar overdraagt; d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de herverzekeraar beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan; e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies; @@ -670,7 +670,7 @@ Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 18, onderdeel g, dat wordt o a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de levensverzekeraar voornemens is vanuit het bijkantoor te sluiten; b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering; -c. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt over het minimumbedrag van het garantiefonds dat ingevolge artikel 3:58, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, vierde lid, van de wet voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge dat ingevolge artikel 3:59, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste, tweede en derde lid, van de wet is vereist, indien het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimumbedrag van het garantiefonds; +c. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt over het minimumbedrag van het garantiefonds dat ingevolge artikel 3:58, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, vierde lid, van de wet voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge dat ingevolge artikel 3:59, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste en derde lid, van de wet is vereist, indien het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimumbedrag van het garantiefonds; d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie van het bijkantoor; f. een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven van het bijkantoor, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als wat de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft; en @@ -890,7 +890,7 @@ Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel f, a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de natura-uitvaartverzekeraar voornemens is te sluiten; b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering; -c. bewijsstukken waaruit blijkt dat de natura-uitvaartverzekeraar beschikt over het minimumbedrag van het garantiefonds dat ingevolge artikel 3:58, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, vierde lid, van de wet voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge dat ingevolge artikel 3:59, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste, tweede en derde lid, van de wet is vereist, indien het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimumbedrag van het garantiefonds; +c. bewijsstukken waaruit blijkt dat de natura-uitvaartverzekeraar beschikt over het minimumbedrag van het garantiefonds dat ingevolge artikel 3:58, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, vierde lid, van de wet voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge dat ingevolge artikel 3:59, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste en derde lid, van de wet is vereist, indien het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimumbedrag van het garantiefonds; d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de natura-uitvaartverzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; f. een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft; @@ -1019,7 +1019,7 @@ d. een opgave van referenten. Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 31c, eerste lid, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie, bevat het volgende: a. een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te dekken; -b. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt over het minimumbedrag van het garantiefonds dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, vierde lid, van de wet, voor de betrokken activiteit of activiteiten geldt, dan wel over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste, tweede en derde lid, van de wet is vereist, indien dit minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimumbedrag van het garantiefonds; +b. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt over het minimumbedrag van het garantiefonds dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, vierde lid, van de wet, voor de betrokken activiteit of activiteiten geldt, dan wel over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste en derde lid, van de wet is vereist, indien dit minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimumbedrag van het garantiefonds; c. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de entiteit voor risico-acceptatie een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een verzekeraar of andere entiteit voor risico-acceptatie overdraagt; d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de entiteit voor risico-acceptatie beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan; e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies; @@ -1496,7 +1496,7 @@ j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand waarvan de Autorit k. een beschrijving van de bedrijfsvoering, bedoeld in het bepaalde ingevolge artikel 4:14 van de wet; l. indien van toepassing, een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in artikel 4:87 van de wet; m. een beschrijving van het voorgenomen beleid, bedoeld in artikel 4:88 van de wet; -n. een verklaring van een accountant dat aan het bepaalde ingevolge artikel 3:53, eerste en derde lid, van de wet met betrekking tot het minimum eigen vermogen is voldaan; +n. een verklaring van een accountant dat aan het bepaalde ingevolge artikel 3:53, eerste lid, van de wet met betrekking tot het minimum eigen vermogen is voldaan; o. indien van toepassing: 1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet; @@ -1624,7 +1624,7 @@ a. een opgave van de lidstaat waar de kredietinstelling voornemens is vanuit een b. een opgave van het adres van het bijkantoor; c. een opgave van activiteiten die de kredietinstelling voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten; d. een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen; -e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet; en +e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet; en f. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet. ### Artikel 45 @@ -1635,7 +1635,7 @@ a. de opgave van de staat waar de kredietinstelling voornemens is vanuit een bij b. de opgave van het adres van het bijkantoor; c. een opgave van activiteiten die de kredietinstelling voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten; d. een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen; -e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet; en +e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet; en f. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet. ### Artikel 46 @@ -1646,7 +1646,7 @@ a. de opgave van de lidstaat waar de financiële instelling voornemens is vanuit b. de opgave van het adres van het bijkantoor; c. een opgave van de activiteiten die de financiële instelling voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten; d. een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen; -e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet; en +e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet; en f. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet. ### Paragraaf 3.3. Uitoefenen van bedrijf van levensverzekeraars en schadeverzekeraars @@ -1718,7 +1718,7 @@ e. voor het eerste boekjaar, een raming van de premies en van de schaden. **1.** -De gegevens, bedoeld in artikel 2:117 van de wet zijn: +De gegevens, bedoeld in artikel 2:117, derde lid van de wet zijn: a. de opgave van de lidstaat waarnaar de verzekeraar voornemens is diensten te verrichten; en b. indien het levensverzekeraar betreft, een beschrijving van de aard van de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en