2024-04-01 | BWBR0046993 | Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
This commit is contained in:
parent
a346c04000
commit
d1bbcc652f
1 changed files with 105 additions and 79 deletions
|
|
@ -17,78 +17,82 @@ citeertitel: Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
|
|||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *adres:* adres als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;
|
||||
- *advieskosten:* kosten die gemaakt worden voor het laten opstellen van een energieadvies of een advies als bedoeld in bijlage 3 onderdelen A.1, A.2, A.3, K.1 of L.1;
|
||||
- *algemene groepsvrijstellingsverordening:*
|
||||
Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 zoals laatst gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/1315, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2023, L 167);
|
||||
- *eigenaar:* eigenaar, erfpachter of opstalhouder van een gebouwde onroerende zaak die niet in eigendom is van de Staat der Nederlanden;
|
||||
- *energieadvies:* advies als bedoeld in bijlage 1;
|
||||
- *energieadviseur:* onderneming die bedrijfsmatig onderzoek doet naar en adviseert over mogelijke te nemen verduurzamingsmaatregelen en die niet werkzaam is bij de eigenaar van het maatschappelijk vastgoed;
|
||||
- *energielabel:* energielabel als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
|
||||
- *energie-etiketteringverordening:*
|
||||
verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU (PbEU 2017, L 198/1);
|
||||
- *energielabel:* energielabel als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en die is vastgesteld volgens de eisen van NTA 8800 zoals die is opgesteld na 1 januari 2021;
|
||||
- *energieprestatie:* berekende of gemeten hoeveelheid energie die nodig is om aan de vraag naar energie te voldoen die verband houdt met een normaal gebruik van een gebouw, waaronder energie die wordt gebruikt voor verwarming, koeling, ventilatie, warmwatervoorziening en verlichting;
|
||||
- *gebouwde onroerende zaak:* gebouwde onroerende zaak of gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan die staan ingeschreven in de basisregistratie kadaster op één adres of één gebouwde onroerende zaak die staat ingeschreven in de basisregistratie kadaster op meerdere adressen, met uitzondering van gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, tenzij de gebouwde onroerende zaak in eigendom is van een zorgaanbieder;
|
||||
- *hoge energieprestatie:* hoge energieprestatie als bedoeld in bijlage 4 bij de subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed;
|
||||
- *integraal verduurzamingsproject:* project met een hoge duurzaamheidsambitie op basis van een maatregelenpakket dat voortkomt uit een advies, als bedoeld in bijlage 3, onderdelen A.1, A.2, A.3, of L.1;
|
||||
- *hoge energieprestatie:* hoge energieprestatie van het gebouw, afhankelijk van de aanwezige gebruiksfuncties, als bedoeld in bijlage 4;
|
||||
- *integraal verduurzamingsproject:* project met een hoge duurzaamheidsambitie op basis van een verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P;
|
||||
- *gebruiksoppervlakte:* gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580;
|
||||
- *Kaderbesluit:*
|
||||
Kaderbesluit BZK-subsidies;
|
||||
- *maatschappelijk vastgoed:*
|
||||
|
||||
a. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een provincie, een gemeente of een waterschap;
|
||||
a. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een provincie, een gemeente, een waterschap of een veiligheidsregio;
|
||||
b. uit ’s Rijks kas bekostigd schoolgebouw of nevenvestiging als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
c. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een uit ’s Rijks kas bekostigde instelling als bedoeld in hoofdstuk 1, titel 3, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of hoofdstuk 1, titel 2, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
d. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een zorgaanbieder met een in bijlage 2, onderdeel A, opgenomen SBI-code;
|
||||
e. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een culturele instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling of in eigendom van een culturele instelling gelieerd aan een instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling;
|
||||
f. rijksmonument: monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, met uitzondering van gebouwen of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of
|
||||
f. monument; of
|
||||
g. gebouwde onroerende zaak met een publieksfunctie in eigendom van kerkgenootschappen, stichtingen, verenigingen of coöperaties met een in bijlage 2, onderdeel B, opgenomen SBI-code, waaronder in elk geval behoort een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum, gebedshuis of gemeenschapscentrum;
|
||||
- *minister:* Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
|
||||
- *portefeuilleroutekaart:* een handelingsplan van eigenaren van maatschappelijk vastgoed voor te nemen maatregelen om de CO_2-reductie te verminderen;
|
||||
- *minister:* Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
- *monument:* een gebouw of een deel van een gebouw dat is ingeschreven als:
|
||||
|
||||
a. rijksmonument in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet;
|
||||
b. gemeentelijk monument in een gemeentelijk erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet; of
|
||||
c. provinciaal monument in een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17 van de Erfgoedwet;
|
||||
- *onderneming:* een onderneming in de zin van artikel 1 van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
- *portefeuilleroutekaart:* een handelingsplan van eigenaren van maatschappelijk vastgoed voor te nemen maatregelen om de CO_2-uitstoot te verminderen;
|
||||
- *projectkosten:* kosten van ontwerp, bouwmateriaal, bouwmaterieel, gebouwgebonden installaties, projectmanagement en arbeid, inclusief kosten voor indexering, sloop en lood- en asbestverwijdering;
|
||||
- *publieksfunctie:* een gebouwde onroerende zaak dat openbaar toegankelijk is voor het publiek of bedoeld is voor gemeenschappelijk gebruik;
|
||||
- *rijksmonument:* monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister;
|
||||
- *rijksmonumentenregister:* register als bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet;
|
||||
- *publieksfunctie:* een gebouwde onroerende zaak die openbaar toegankelijk is voor het publiek of bedoeld is voor gemeenschappelijk gebruik;
|
||||
- *reguliere de-minimisverordening:*
|
||||
verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2023, L 2023/2831);
|
||||
- *SBI-code:* code van de Standaard Bedrijfsindeling zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische hoofd- of nevenactiviteit van een bedrijf wordt weergegeven in het handelsregister;
|
||||
- *slimme meter:* een elektronisch systeem dat het energieverbruik kan meten, meer informatie levert dan een traditionele meter, en data kan doorgeven en ontvangen middels een vorm van elektronische communicatie;
|
||||
- *Unienorm:* Unienorm als bedoeld in artikel 2, onderdeel 102, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
- *verduurzamingsmaatregel:* maatregel die aantoonbaar direct leidt tot energiebesparing of reductie van koolstofdioxide-emissies, niet zijnde een gedragsmaatregel.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Deze regeling heeft tot doel eigenaren van bestaand maatschappelijk vastgoed te stimuleren om te investeren in een combinatie van verduurzamingsmaatregelen of een integraal verduurzamingsproject ten behoeve van het verbeteren van de energieprestatie van maatschappelijk vastgoed.
|
||||
Deze regeling heeft tot doel eigenaren van bestaand maatschappelijk vastgoed te stimuleren om te investeren in ten hoogste drie verduurzamingsmaatregelen of een integraal verduurzamingsproject ten behoeve van het verbeteren van de energieprestatie van maatschappelijk vastgoed.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De minister kan aan een eigenaar van bestaand maatschappelijk vastgoed op aanvraag subsidie verstrekken voor een investering in maatregelen bestaande uit:
|
||||
|
||||
a. ten hoogste drie verduurzamingsmaatregelen die zijn opgenomen in bijlage 3 van deze regeling; of
|
||||
b. een integraal verduurzamingsproject.
|
||||
|
||||
**2.** Op grond van deze regeling wordt slechts subsidie verstrekt voor verduurzamingsmaatregelen of integrale verduurzamingsprojecten die aanvangen vanaf 18 september 2023 met uitzondering van de subsidie voor advies als bedoeld in artikel 8, onderdeel b, en artikel 15, onderdeel b, van deze regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag voor een subsidie kan worden ingediend van 18 september 2023 tot en met 31 december 2024 of tot en met de dag waarop het subsidieplafond wordt bereikt.
|
||||
**1.** Een aanvraag voor een subsidie kan worden ingediend van 3 juni 2024 tot en met 31 oktober 2024 of tot en met de dag waarop het subsidieplafond wordt bereikt.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 123.500.000 voor aanvragen van € 500.000 of meer.
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 71.250.000 voor aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidieplafond bedraagt € 66.500.000 voor aanvragen van minder dan € 500.000.
|
||||
**2.** Het subsidieplafond bedraagt € 166.250.000 voor aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**3.** De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Een subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, of artikel 15, eerste lid, onderdeel a, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door artikel 38bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
**1.** Een subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door artikel 38 bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
**2.** Een subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen b en c, en artikel 15, eerste lid, onderdelen b en c, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door artikel 49 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
**2.** Een subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de reguliere de-minimisverordening.
|
||||
|
||||
**3.** Zolang de cumulatiebepalingen van artikel 8, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening in acht worden genomen, kan een subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen b en c, alternatief in overeenstemming met de staatssteunregels gesubsidieerd worden zolang wordt voldaan aan de de-minimisvrijstellingsverordening 1407/2013/EU (PbEU 2013, L 352).
|
||||
**3.** Een subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel c, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de reguliere de-minimisverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De minister publiceert binnen zes maanden nadat de subsidie is verleend de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, als de subsidie aan een project meer bedraagt dan € 500.000.
|
||||
**1.** De minister publiceert binnen zes maanden nadat de subsidie is verleend de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, als de subsidie aan een project meer bedraagt dan € 100.000.
|
||||
|
||||
**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven voor ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -98,33 +102,34 @@ b. een integraal verduurzamingsproject.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, kan worden verleend voor:
|
||||
Een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, kan worden verleend voor:
|
||||
|
||||
a. de projectkosten van een verduurzamingsmaatregel of een combinatie van maximaal drie verduurzamingsmaatregelen als bedoeld in bijlage 3 welke voortkomen uit een advies als bedoeld in onderdeel b, voor investeringen in bestaand maatschappelijk vastgoed;
|
||||
b. de advieskosten voor een energieadvies of een advies als bedoeld in bijlage 3 onderdeel L.1; of
|
||||
c. de advieskosten voor een energielabel als bedoeld in bijlage 3, onderdeel K.1.
|
||||
b. de advieskosten, bedoeld in bijlage 3, onderdeel A.1 of A.3, ook als deze zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag, hoewel kosten van het opstellen van een portefeuilleroutekaart of kosten van het opstellen van een energieadvies in het kader van het ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed zijn uitgezonderd van subsidiëring; of
|
||||
c. de kosten voor het opstellen en registeren van een energielabel, als bedoeld in bijlage 3, onderdeel K.1, na de uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen, bedoeld in onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.** De advieskosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, komen alleen voor subsidie in aanmerking, als een aanvraag voor verstrekking van subsidie voor verduurzamingsmaatregelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** Subsidie op grond van het eerste lid wordt slechts eenmaal per gebouwde onroerende zaak verstrekt.
|
||||
**3.** Subsidie op grond van het eerste lid wordt slechts eenmaal per gebouwde onroerende zaak per aanvraagperiode verstrekt en in totaal niet meer dan tweemaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 30% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten met een minimum bedrag van € 5.000 per aanvraag en een maximum bedrag van € 2.500.000 per gebouwde onroerende zaak.
|
||||
**1.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, bedraagt 20% van de kosten, bedoeld in artikel 8, eerste lid, met een minimumbedrag van € 5.000 per aanvraag en een maximumbedrag van € 1.500.000 per gebouwde onroerende zaak.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op het eerste lid bedraagt de subsidie voor een energieadvies of een advies als bedoeld bijlage 3, onderdeel L.1, 50% van de advieskosten en voor het laten opstellen van een energielabel als bedoeld bijlage 3, onderdeel K.1, 50% van de certificeringskosten.’
|
||||
|
||||
**3.** Indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op verduurzamingsmaatregelen waar een bestuursorgaan of de Europese Commissie reeds een subsidie voor heeft verstrekt, kan slechts een bedrag aan subsidie worden verstrekt waarmee het maximale subsidiebedrag van die regeling niet wordt overschreden.
|
||||
**2.** Indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op verduurzamingsmaatregelen waar een bestuursorgaan of de Europese Commissie reeds een subsidie voor heeft verstrekt, kan slechts een bedrag aan subsidie worden verstrekt waarmee het maximale subsidiebedrag van die regeling niet wordt overschreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, ten minste:
|
||||
|
||||
a. het adres of de kadastrale aanduiding van het maatschappelijk vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft;
|
||||
b. de geregistreerde handelsnaam als bedoeld in artikel 9, onder b, van de Handelsregisterwet 2007 en het nummer als bedoeld in artikel 9, onder a, van de Handelsregisterwet 2007;
|
||||
c. een verklaring dat de aanvraag betrekking heeft op investeringen in verduurzamingsmaatregelen in maatschappelijk vastgoed; en
|
||||
d. een energieadvies dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag; of
|
||||
e. een portefeuilleroutekaart die niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag en die ingaat op de onderdelen van de rapportage van het energieadvies.
|
||||
b. een verklaring dat de aanvraag betrekking heeft op investeringen in verduurzamingsmaatregelen in maatschappelijk vastgoed;
|
||||
c. een advies als bedoeld in bijlage 3, onderdeel A.1 of A.3, dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag; en
|
||||
d. een verklaring dat geen andere subsidie voor dezelfde activiteiten is verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, in plaats van een gespecificeerde begroting de offertes van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd bevatten.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -132,16 +137,17 @@ Onverminderd het bepaalde in de artikelen 12 en 13 van het Kaderbesluit, wijst d
|
|||
|
||||
a. de activiteiten zullen worden verricht in maatschappelijk vastgoed dat niet is gelegen in Nederland;
|
||||
b. het maatschappelijk vastgoed na het uitvoeren van de maatregelen een andere bestemming dan maatschappelijk vastgoed krijgt;
|
||||
c. reeds een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, is verstrekt;
|
||||
d. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening die de aanvraag indient of een onderneming die de aanvraag indient ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
c. reeds een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, is verstrekt;
|
||||
d. de subsidie wordt aangevraagd door een onderneming of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming;
|
||||
e. er sprake is van een onderneming die inkomsten- of vennootschapsbelastingplichtig is in Nederland en zodoende in aanmerking komt voor aftrekposten en fiscale regelingen;
|
||||
f. de subsidie wordt aangevraagd voor maatregelen die zijn uitgevoerd voorafgaand aan de aanvangsdatum als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
|
||||
f. de subsidie wordt aangevraagd voor de projectkosten en energielabelkosten bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen a en c, als de bijbehorende activiteiten zijn uitgevoerd voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor subsidie;
|
||||
g. de subsidie wordt aangevraagd voor investeringen die worden gedaan om ervoor te zorgen dat voldaan wordt aan reeds vastgestelde Europese regelgeving;
|
||||
h. de subsidie wordt aangevraagd voor erkende maatregelen of het installeren van een energiebeheerssysteem voor maatschappelijk vastgoed ter voldoening aan de energiebesparingsplicht;
|
||||
i. de subsidie wordt aangevraagd voor gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012;
|
||||
j. de subsidie wordt aangevraagd voor een gebouwde onroerende zaak dat in gebruik is bij een overheidsinstelling met een gebruiksoppervlakte van meer dan 250 m² die niet beschikt over een geldig energielabel;
|
||||
k. de subsidie wordt aangevraagd voor een kantoorgebouw waarbij de gebruiksoppervlakte van kantoorfuncties 50% of meer beslaat van de totale oppervlakte en de oppervlakte aan kantoorfuncties en nevenfuncties groter is dan 100 m² en dat niet beschikt over ten minste energielabel C, met uitzondering van rijksmonumenten; of
|
||||
l. de subsidie staatssteun bevat en niet kan worden gerechtvaardigd op grond van de artikelen 38bis of 49 van de algemene groepsvrijstellingsverordening of door de de-minimisverordening.
|
||||
i. de subsidie wordt aangevraagd voor gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
|
||||
j. de subsidie wordt aangevraagd voor een gebouwde onroerende zaak die in gebruik is bij een overheidsinstelling met een gebruiksoppervlakte van meer dan 250 m² die niet beschikt over een geldig energielabel;
|
||||
k. de subsidie wordt aangevraagd voor een kantoorgebouw dat niet beschikt over ten minste energielabel C, tenzij de energielabel C-verplichting niet van toepassing is ingevolge artikelen 3.87 en 3.87a van het Besluit bouwwerken leefomgeving of het kantoorgebouw ingevolge deze artikelen van de verplichting is uitgezonderd;
|
||||
l. de subsidie staatssteun bevat; of
|
||||
m. er reeds subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -152,11 +158,13 @@ Onverminderd artikel 21 van het Kaderbesluit, is de subsidieontvanger verplicht:
|
|||
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt binnen 24 maanden na de subsidieverlening te realiseren; en
|
||||
b. voor subsidies van meer dan € 25.000: de minister te informeren wanneer de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verstrekt, op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een maal met ten hoogste twaalf maanden verlengen.
|
||||
**2.** Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmaal met ten hoogste twaalf maanden verlengen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd dienen de activiteiten ten minste te leiden tot het verduurzamen van de warmtevoorziening ter vervanging van de aansluiting op gas.
|
||||
**3.** De subsidieontvanger dient iedere gas- of elektriciteitsaansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswet of artikel 1, eerste lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998 waar de subsidie betrekking op heeft te koppelen aan een slimme meter.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 19 van het Kaderbesluit is niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
**4.** Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd dienen de activiteiten ten minste te leiden tot het verduurzamen van de warmtevoorziening ter vervanging van de aansluiting op gas.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 19 van het Kaderbesluit is niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -166,9 +174,9 @@ b. voor subsidies van meer dan € 25.000: de minister te informeren wanneer de
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De minister stelt een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, die minder dan € 25.000 bedraagt direct vast conform artikel 16, tweede lid, onderdeel a van het Kaderbesluit.
|
||||
**1.** De minister stelt een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, die minder dan € 25.000 bedraagt direct vast conform artikel 16, tweede lid, onderdeel a van het Kaderbesluit.
|
||||
|
||||
**2.** De minister stelt een subsidie vanaf € 25.000 als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt.
|
||||
**2.** De minister stelt een subsidie vanaf € 25.000 als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -177,7 +185,7 @@ Uit de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, bedoeld in het tweede
|
|||
a. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
|
||||
b. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
|
||||
c. dat een energielabel is afgegeven na het uitvoeren van de maatregelen indien dat een onderdeel is van de gesubsidieerde activiteiten is; en
|
||||
d. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 12, derde lid: een verklaring dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen.
|
||||
d. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 12, vierde lid: een verklaring dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
|
||||
|
||||
|
|
@ -187,11 +195,11 @@ d. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 12, derde lid: een ver
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, kan worden verleend voor:
|
||||
Een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, kan worden verleend voor:
|
||||
|
||||
a. de projectkosten die betrekking hebben op het pakket aan verduurzamingsmaatregelen welke voortkomen uit een advies als bedoeld in onderdeel b, die leiden tot het verbeteren van de energieprestatie van bestaand maatschappelijk vastgoed;
|
||||
b. de advieskosten, bedoeld in bijlage 3, onderdelen A.1, A.2, A.3, A.4, of L.1; of
|
||||
c. de kosten voor een energielabel als bedoeld in bijlage 3, onderdeel K.1.
|
||||
a. de projectkosten die betrekking hebben op een van de integrale verduurzamingspakketten als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P, welke voortkomen uit een advies als bedoeld in onderdeel b, die leiden tot het verbeteren van de energieprestatie van bestaand maatschappelijk vastgoed;
|
||||
b. de advieskosten, bedoeld in bijlage 3, onderdeel A.2 of A.3, ook als deze zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag, hoewel kosten van het opstellen van een portefeuilleroutekaart van subsidiëring zijn uitgezonderd; of
|
||||
c. de kosten voor het opstellen en registeren van een energielabel, als bedoeld in bijlage 3, onderdeel K.1, na de uitvoering van de werkzaamheden van het integraal verduurzamingspakket, bedoeld in onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.** De advieskosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, komen alleen voor subsidie in aanmerking als een aanvraag voor verlening van subsidie voor projectkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is ingediend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -199,42 +207,54 @@ c. de kosten voor een energielabel als bedoeld in bijlage 3, onderdeel K.1.
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 30% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten met een minimum bedrag van € 25.000 per aanvraag en een maximum bedrag van € 2.500.000 per gebouwde onroerende zaak.
|
||||
**1.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, bedraagt 30% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten en ten minste € 25.000 per aanvraag en ten hoogste € 1.500.000 per gebouwde onroerende zaak en ten hoogste € 85 exclusief btw per m^2 gebruiksoppervlakte per labelsprong indien een verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P.1, wordt uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt ten hoogste 35% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten met een minimum bedrag van € 25.000 per aanvraag en een maximum bedrag van € 2.500.000 per gebouwde onroerende zaak indien een hoge energieprestatie wordt bereikt.
|
||||
**2.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, bedraagt 40% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten en ten minste € 25.000 per aanvraag en ten hoogste € 1.500.000 per gebouwde onroerende zaak en ten hoogste € 85 exclusief btw per m^2 gebruiksoppervlakte per labelsprong indien een verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P.2, wordt uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**3.** In aanvulling op het eerste en tweede lid bedraagt de subsidie voor een advies als bedoeld in bijlage 3, onderdelen A1, A2, A3, A.4, K.1, of L.1, 50% van de advieskosten.
|
||||
**3.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, bedraagt 30% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten en ten minste € 25.000 per aanvraag en ten hoogste € 1.500.000 per gebouwde onroerende zaak indien een verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P.3, wordt uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op verduurzamingsmaatregelen waar een bestuursorgaan of de Europese Commissie reeds een subsidie voor heeft verstrekt, kan slechts een bedrag aan subsidie worden verstrekt waarmee het maximale subsidiebedrag van die regeling niet wordt overschreden.
|
||||
**4.** Het percentage bedoeld in het tweede lid wordt verlaagd met tien procentpunten, indien de aanvrager een onderneming is maar geen kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming, die geen kleine of middelgrote onderneming is.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de aanvrager een onderneming is of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming, wordt het subsidiepercentage met 5 procentpunten verlaagd, indien de steun ziet op slechts één type onderdeel van een gebouw.
|
||||
|
||||
**6.** In aanvulling op het eerste, tweede en derde lid kan hetzelfde percentage worden gesubsidieerd van de kosten, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen b en c, als dat van de projectkosten.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op verduurzamingsmaatregelen waar een bestuursorgaan of de Europese Commissie reeds een subsidie voor heeft verstrekt, kan slechts een bedrag aan subsidie worden verstrekt waarmee het maximale subsidiebedrag van die regeling niet wordt overschreden.
|
||||
|
||||
**8.** De gebruiksoppervlakte, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens in de basisregistratie, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
In aanvulling op de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, ten minste:
|
||||
In aanvulling op de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, ten minste:
|
||||
|
||||
a. het adres of de kadastrale aanduiding van het maatschappelijk vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft;
|
||||
b. de geregistreerde handelsnaam als bedoeld in artikel 9, onder b, van de Handelsregisterwet 2007 en het nummer als bedoeld in artikel 9, onder a, van de Handelsregisterwet;
|
||||
b. indien van toepassing, de geregistreerde handelsnaam van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel;
|
||||
c. een verklaring dat de aanvraag betrekking heeft op investeringen in maatschappelijk vastgoed;
|
||||
d. een advies of een rapport als bedoeld in bijlage 3, onderdelen A.1, A.2, A.3, A.4, of L.1 dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag; en
|
||||
e. een beschrijving van het maatregelenpakket waar de aanvraag betrekking op heeft met een onderbouwing van de potentiële energiebesparing of potentiële reductie van koolstofdioxide-uitstoot.
|
||||
d. een advies als bedoeld in bijlage 3, onderdeel A.2 of in het geval van monumenten A.3, dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag;
|
||||
e. een beschrijving van het maatregelenpakket waar de aanvraag betrekking op heeft met een onderbouwing van de potentiële energiebesparing of potentiële reductie van koolstofdioxide-uitstoot;
|
||||
f. als een subsidie als bedoeld in artikel 16, tweede lid, wordt aangevraagd door een onderneming, of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming, de groottecategorie van de onderneming, te weten klein of middelgroot in de zin van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, ofwel een grote onderneming als deze buiten de categorieën klein of middelgroot valt;
|
||||
g. als een subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b of c, wordt aangevraagd door een onderneming, of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming, een verklaring waaruit blijkt dat die onderneming niet meer subsidie ontvangt dan is toegestaan op basis van de reguliere de-minimisverordening;
|
||||
h. een verklaring dat niet eerder subsidie is verstrekt voor een integraal verduurzamingsproject voor dezelfde gebouwde onroerende zaak of op een andere manier subsidie voor dezelfde activiteiten is verstrekt;
|
||||
i. een verklaring dat de subsidie niet wordt gebruikt om producten die onder de energie-etiketteringverordening vallen, en niet voldoen aan de eis van artikel 7, tweede lid, van die verordening, aan te schaffen of daarop een gebruiksrecht te verkrijgen; en
|
||||
j. als een subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, wordt aangevraagd door een onderneming, of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming, een verklaring dat het pakket met maatregelen zal voldoen aan de vereisten van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 12 en 13 van het Kaderbesluit, wijst de minister een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, af voor zover:
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 12 en 13 van het Kaderbesluit, wijst de minister een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, af voor zover:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten zullen worden verricht in maatschappelijk vastgoed dat niet is gelegen in Nederland;
|
||||
b. het maatschappelijk vastgoed na het uitvoeren van de maatregelen een andere bestemming dan maatschappelijk vastgoed krijgt;
|
||||
c. reeds een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, is verstrekt;
|
||||
d. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening die de aanvraagt indient of een onderneming die de aanvraag indient ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
e. er sprake is van een onderneming die inkomsten- of vennootschapsbelastingplichtig is in Nederland en zodoende in aanmerking komt voor aftrekposten en fiscale regelingen;
|
||||
f. de subsidie wordt aangevraagd voor integrale verduurzamingsprojecten die zijn uitgevoerd voorafgaand aan de aanvangsdatum als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
|
||||
g. de subsidie wordt aangevraagd voor investeringen die worden gedaan om ervoor te zorgen dat voldaan wordt aan reeds vastgestelde Europese regelgeving;
|
||||
h. de subsidie wordt aangevraagd voor erkende maatregelen of het installeren van een energiebeheerssysteem voor maatschappelijk vastgoed ter voldoening aan de energiebesparingsplicht;
|
||||
i. de subsidie wordt aangevraagd voor gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012;
|
||||
j. de subsidie wordt aangevraagd voor een gebouw dat in gebruik is bij een overheidsinstelling met een gebruiksoppervlakte van meer dan 250 m² dat niet beschikt over een geldig energielabel;
|
||||
k. de subsidie wordt aangevraagd voor een kantoorgebouw waarbij de gebruiksoppervlakte van kantoorfuncties 50% of meer beslaat van de totale oppervlakte en de oppervlakte aan kantoorfuncties en nevenfuncties groter is dan 100 m² en dat niet beschikt over ten minste energielabel C, met uitzondering van rijksmonumenten; of
|
||||
l. de subsidie staatssteun bevat en niet kan worden gerechtvaardigd op grond van de artikelen 38bis of 49 van de algemene groepsvrijstellingsverordening of door de de-minimisverordening.
|
||||
c. de aanvraag wordt ingediend door of voor zover de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
d. er sprake is van een onderneming die inkomsten- of vennootschapsbelastingplichtig is in Nederland en zodoende in aanmerking komt voor aftrekposten en fiscale regelingen;
|
||||
e. de subsidie wordt aangevraagd voor de projectkosten en energielabelkosten bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a en c, als de bijbehorende activiteiten zijn uitgevoerd voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor subsidie;
|
||||
f. de subsidie wordt aangevraagd voor investeringen die worden gedaan om ervoor te zorgen dat voldaan wordt aan reeds in werking getreden Europese regelgeving of waarmee door ondernemingen niet wordt voldaan aan Unienormen die al zijn vastgesteld maar nog niet in werking zijn getreden;
|
||||
g. de subsidie wordt aangevraagd voor erkende maatregelen of het installeren van een energiebeheerssysteem voor maatschappelijk vastgoed ter voldoening aan de energiebesparingsplicht;
|
||||
h. de subsidie wordt aangevraagd voor gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
|
||||
i. de subsidie wordt aangevraagd voor een gebouw dat in gebruik is bij een overheidsinstelling met een gebruiksoppervlakte van meer dan 250 m² dat niet beschikt over een geldig energielabel of als voor dat gebouw subsidie wordt aangevraagd voor de energielabelkosten, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder c;
|
||||
j. de subsidie wordt aangevraagd voor een kantoorgebouw dat niet beschikt over ten minste energielabel C, tenzij de energielabel C-verplichting niet van toepassing is ingevolge artikelen 3.87 en 3.87a van het Besluit bouwwerken leefomgeving of het kantoorgebouw ingevolge deze artikelen van de verplichting is uitgezonderd;
|
||||
k. de subsidie staatssteun bevat en niet kan worden gerechtvaardigd op grond van de artikelen 38 bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening of door de reguliere de-minimisverordening met inachtneming van de cumulatiebepalingen van artikel 8, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
l. als de subsidieontvanger een onderneming is of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming, de gekozen maatregelen niet gezamenlijk leiden tot een verbetering van de energieprestatie van het gebouw, gemeten in primaire energie van ten minste 20%; of
|
||||
m. er reeds een integraal verduurzamingsproject is gesubsidieerd voor dezelfde gebouwde onroerende zaak of op een andere manier reeds subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -245,11 +265,17 @@ Onverminderd artikel 21 van het Kaderbesluit, is de subsidieontvanger verplicht:
|
|||
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uit te voeren binnen 36 maanden na de subsidieverlening; en
|
||||
b. de minister te informeren wanneer de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verstrekt, op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een maal met ten hoogste twaalf maanden verlengen.
|
||||
**2.** Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmaal met ten hoogste twaalf maanden verlengen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd dienen de activiteiten ten minste te leiden tot het verduurzamen van de warmtevoorziening ter vervanging van de aansluiting op gas.
|
||||
**3.** De subsidieontvanger die een integraal verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P.1 of P.2, uitvoert dient de energielabels te laten opstellen en te laten registreren zoals aangegeven in de beschrijving van het pakket.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 19 van het Kaderbesluit is niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.
|
||||
**4.** De subsidieontvanger dient iedere gas- of elektriciteitsaansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswet of artikel 1, eerste lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998 waar de subsidie betrekking op heeft te koppelen aan een slimme meter.
|
||||
|
||||
**5.** Als de subsidieontvanger een onderneming is of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming dienen de gekozen maatregelen gezamenlijk te leiden tot een verbetering van de energieprestatie van het gebouw, gemeten in primaire energie van ten minste 20%.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd dienen de activiteiten ten minste te leiden tot het verduurzamen van de warmtevoorziening ter vervanging van de aansluiting op gas.
|
||||
|
||||
**7.** Artikel 19 van het Kaderbesluit is niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -259,7 +285,7 @@ b. de minister te informeren wanneer de activiteiten zijn verricht waarvoor de s
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De minister stelt een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt.
|
||||
**1.** De minister stelt een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -270,7 +296,7 @@ Uit de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, bedoeld in het tweede
|
|||
a. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
|
||||
b. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
|
||||
c. dat een energielabel is afgegeven na het uitvoeren van de maatregelen indien dat een onderdeel is van de gesubsidieerde activiteiten; en
|
||||
d. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 19, derde lid: een verklaring dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen.
|
||||
d. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 19, zesde lid: een verklaring dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue