2020-03-12 | BWBR0047168 | Besluit noodmaatregelen coronacrisis

This commit is contained in:
Coornhert 2020-03-12 12:00:00 +00:00
parent 9c667f41c7
commit d1dd388e3d

View file

@ -68,106 +68,6 @@ De beleidsmaatregelen hebben een tijdelijk karakter en zullen daarom worden inge
## 2. EB en ODE
Bij levering of verbruik van aardgas en elektriciteit zijn energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) verschuldigd. Het tijdstip van verschuldigdheid is geregeld in artikel 56, eerste en derde lid, Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). Hierbij worden vier situaties onderscheiden.
De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. De beschrijving van de vier situaties en de goedkeuring voor (delen van) die situaties zijn hierna in afzonderlijke onderdelen opgenomen (onderdelen 2.1 tot en met 2.4).
Het toepassen van de goedkeuringen in onderdelen 2.1 en 2.2 kan tot een onbedoeld effect leiden bij verzoeken om teruggaaf van EB en ODE. Om dit onbedoelde effect op te heffen is in onderdeel 2.5 een goedkeuring opgenomen.
### 2.1. Voorschot en eindfactuur per kalendermaand
Op grond van artikel 56, eerste lid, onderdeel a, Wbm zijn voor leveringen van aardgas en elektriciteit in gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of een voorschotbedrag wordt ontvangen de EB en de ODE verschuldigd op het tijdstip van de uitreiking van de voorschotnota of de ontvangst van het voorschotbedrag en op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om in de situatie dat de eindfactuur van een klant betrekking heeft op een kalendermaand soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elektriciteit in gevallen als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdeel a, Wbm voor leveringen in de maanden april 2020 tot en met september 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan op het tijdstip waarop een voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen of een eindfactuur wordt uitgereikt.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende 6 voorwaarden:
a. Het tijdvak waarop de eindfactuur betrekking heeft is een kalendermaand;
b. De uitgereikte voorschotnota, het ontvangen voorschotbedrag en de eindfactuur zien op leveringen in de maanden april 2020, mei 2020, juni 2020, juli 2020, augustus 2020 of september 2020;
c. Op de uitgereikte voorschotnota of in het ontvangen voorschotbedrag is voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020, juni 2020, juli 2020, augustus 2020 of september 2020 geen bedrag voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, opgenomen;
d. Op de uitgereikte eindfactuur is voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020, juni 2020, juli 2020, augustus 2020 of september 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, niet in rekening gebracht;
e. Voor leveringen in de maanden april 2020 tot en met september 2020 worden de EB en de ODE, vermeerderd met de btw hierover, uiterlijk in december 2020 via een aanvullende factuur (of facturen) op de eindfactuur alsnog in rekening gebracht en verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvullende factuur (of facturen) wordt uitgereikt;
f. In het geval er uiterlijk in december 2020 geen aanvullende factuur is uitgereikt voor leveringen in de maanden april 2020 tot en met september 2020 worden voor die leveringen de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, verschuldigd op 1 januari 2021.
De afnemer/ondernemer kan op basis van de aanvullende factuur eventueel aanspraak maken op aftrek van de daarop in rekening gebrachte btw.
Door deze goedkeuring en de daaraan gestelde voorwaarden wordt bewerkstelligd dat wanneer de eindfactuur van een klant betrekking heeft op een kalendermaand, de energieleverancier de EB en de ODE op een later moment verschuldigd is en deze belastingen dus ook later op aangifte zal afdragen.
Doordat de energieleverancier op de voorschotnota, in het voorschotbedrag en op de eindfactuur geen bedrag opneemt voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, komt dit uitstel van verschuldigdheid ten goede aan de klanten van de energieleveranciers.
### 2.2. Geen voorschot, wel factuur
Op grond van artikel 56, eerste lid, onderdeel b, Wbm zijn voor leveringen van aardgas en elektriciteit, in gevallen waarin geen voorschotnota wordt uitgereikt of voorschotbedrag wordt ontvangen, maar wel een factuur wordt uitgereikt, de EB en de ODE verschuldigd op het tijdstip van de uitreiking van die factuur. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elektriciteit in gevallen als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdeel b, Wbm voor leveringen in de maanden april 2020 tot en met september 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan op het tijdstip van de uitreiking van de factuur.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende 4 voorwaarden:
a. De uitgereikte factuur ziet op leveringen in de maanden april 2020, mei 2020, juni 2020, juli 2020, augustus 2020 of september 2020;
b. Op de uitgereikte factuur is voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020, juni 2020, juli 2020, augustus 2020 of september 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, niet in rekening gebracht;
c. Voor leveringen in de maanden april 2020 tot en met september 2020 worden de EB en de ODE, vermeerderd met de btw hierover, uiterlijk in december 2020 via een aanvullende factuur (of facturen) alsnog in rekening gebracht en verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvullende factuur (of facturen) wordt uitgereikt;
d. In het geval er uiterlijk in december 2020 geen aanvullende factuur is uitgereikt voor leveringen in de maanden april 2020 tot en met september 2020 worden voor die leveringen de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, verschuldigd op 1 januari 2021.
De afnemer/ondernemer kan op basis van de aanvullende factuur eventueel aanspraak maken op aftrek van de daarop in rekening gebrachte btw.
Door deze goedkeuring en de daaraan gestelde voorwaarden wordt bewerkstelligd dat de energieleverancier de EB en de ODE op een later moment verschuldigd is en deze belastingen dus ook later op aangifte zal afdragen.
Doordat de energieleverancier op de betreffende factuur geen EB en ODE, noch de btw hierover, in rekening brengt, komt dit uitstel van verschuldigdheid ten goede aan de klanten van de energieleveranciers.
### 2.3. Geen voorschot, geen factuur, wel levering
Op grond van artikel 56, eerste lid, onderdeel c, Wbm zijn voor leveringen van aardgas en elektriciteit in overige gevallen (er wordt geen voorschotnota uitgereikt, geen voorschotbedrag ontvangen en geen factuur uitgereikt) de EB en de ODE verschuldigd op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elektriciteit in gevallen als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdeel c, Wbm voor leveringen in de maanden april 2020 tot en met september 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, niet worden verschuldigd op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt, maar op 1 januari 2021.
### 2.4. Geen voorschot, geen factuur, geen levering, wel verbruik
In een aantal gevallen is de verbruiker op grond van artikel 53, tweede lid, Wbm de EB en de ODE verschuldigd, te weten bij:
Het verbruik van aardgas of elektriciteit, indien dit product is verkregen door tussenkomst van een gasbeurs of elektriciteitsbeurs;
Het verbruik van aardgas of elektriciteit door degene die leveringen aan de verbruiker verricht;
Het verbruik van aardgas of elektriciteit, indien het aardgas of de elektriciteit is verkregen op andere wijze dan door een levering.
Artikel 56, derde lid, Wbm bepaalt dat de belasting dan verschuldigd is op het tijdstip waarop het verbruik plaatsvindt. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat met betrekking tot gevallen als bedoeld in artikel 56, derde lid, Wbm voor verbruik in de maanden april 2020 tot en met september 2020 de EB en de ODE niet worden verschuldigd op het tijdstip waarop het verbruik plaatsvindt, maar op 31 december 2020.
### 2.5. Termijn indienen teruggaafverzoeken EB en ODE
Bij levering van aardgas en elektriciteit zijn EB en ODE verschuldigd. In onderdelen 2.1 en 2.2 van dit besluit keur ik voor bepaalde leveringen van aardgas en elektriciteit in de maanden april 2020 tot en met september 2020 goed dat de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan normaal.
Bij beide onderdelen is een van de voorwaarden voor de goedkeuring dat voor leveringen in die maanden de EB en de ODE, vermeerderd met de btw hierover, uiterlijk in december 2020 via een aanvullende factuur (of facturen) alsnog in rekening worden gebracht. Die belastingen worden verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvullende factuur (of facturen) wordt uitgereikt.
Het toepassen van deze goedkeuringen kan gevolgen hebben voor verzoeken om teruggaaf, bedoeld in de artikelen 67, 68, 69, 70 en 70a Wbm. In het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag is namelijk bepaald dat die verzoeken om teruggaaf moeten worden gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode of het tijdvak.
Het is mogelijk dat voor leveringen van aardgas en elektriciteit in de periode april 2020 tot en met september 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, nog niet in rekening zijn gebracht binnen die termijn. Er kan dan niet tijdig een verzoek om teruggaaf worden gedaan. Dit is een onbedoeld effect van die twee goedkeuringen. Om dit onbedoelde effect op te heffen keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat verzoeken om teruggaaf, als bedoeld in de artikelen 67, 68, 69, 70 en 70a Wbm, kunnen worden gedaan binnen dertien weken na 31 december 2020. Deze goedkeuring geldt voor leveringen van aardgas en elektriciteit in de periode april 2020 tot en met september 2020 waarbij de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, in een aanvullende factuur (of facturen) in rekening zijn gebracht en die factuur (of facturen) bij het verzoek om teruggaaf wordt overgelegd. (In die gevallen heeft de leverancier gebruik gemaakt van de goedkeuring in onderdeel 2.1 of 2.2 van dit besluit).
De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om bij het toepassen van de goedkeuring in onderdeel 2.1 of 2.2 in het geval van zgn. oninbare vorderingen bij de aanvullende factuur (of facturen) geen rekening te hoeven houden met ontvangen bedragen voor voorschotten en (eind)facturen waarop geen bedrag voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, is opgenomen. Hiertoe zijn in onderdeel 2.6 twee goedkeuringen opgenomen.
### 2.6. Oninbare vorderingen bij toepassing
Bij levering van aardgas en elektriciteit zijn EB en ODE verschuldigd. De in een tijdvak verschuldigd geworden EB en ODE moet op aangifte worden voldaan en binnen 1 maand na het einde van dat tijdvak overeenkomstig de aangifte zijn betaald.
In onderdelen 2.1 en 2.2 van dit besluit keur ik voor bepaalde leveringen van aardgas en elektriciteit in de maanden april 2020 tot en met september 2020 goed dat de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan normaal.
Bij beide onderdelen is een van de voorwaarden voor de goedkeuring dat voor leveringen in die maanden de EB en de ODE, vermeerderd met de btw hierover, uiterlijk in december 2020 via een aanvullende factuur (of facturen) alsnog in rekening worden gebracht. Die belastingen worden verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvullende factuur (of facturen) wordt uitgereikt. Dit levert een liquiditeitsvoordeel op voor de klanten van de energieleveranciers.
Als onderdeel 2.1 of 2.2 van dit besluit wordt toegepast, dan bestaat de kans dat de oorspronkelijke factuur wel nog (gedeeltelijk) kan worden betaald, maar de aanvullende factuur niet meer of slechts gedeeltelijk.
Op basis van de bestaande regelgeving kan de energieleverancier op zijn maandelijkse aangifte EB/ODE een vermindering toepassen op de verschuldigde EB en ODE, voor zover komt vast te staan dat een door de belastingplichtige ter zake te ontvangen bedrag niet is en niet zal worden ontvangen (zgn. oninbare vorderingen). Voor de btw geldt eenzelfde regeling. Voor zover de voorschotten en (eind)facturen waarop geen bedrag voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, is opgenomen en de aanvullende factuur (of facturen) voor de EB en ODE, en de btw hierover, oninbaar blijken, kunnen de bestaande regelingen van artikel 92 Wbm en artikel 29 Wet OB worden toegepast. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om onderdeel 2 zodanig aan te vullen dat bij het toepassen van de goedkeuring in onderdeel 2.1 of 2.2 in het geval van oninbare vorderingen ontvangen bedragen volgtijdig mogen worden toegerekend aan voorschotten en (eind)facturen waarop geen bedrag voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, is opgenomen en de aanvullende factuur (of facturen). Dit geldt ook voor de situaties waarbij een aanvullende factuur in 2021 wordt uitgereikt. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat bij toepassing van onderdeel 2.1 van dit besluit, voor leveringen in kalendermaanden binnen de periode april 2020 t/m september 2020 ontvangen bedragen:
• eerst volgtijdig worden toegerekend aan de in onderdeel 2.1, voorwaarde c, bedoelde voorschotten, en de in onderdeel 2.1, voorwaarde d, bedoelde eindfacturen, en
• vervolgens volgtijdig worden toegerekend aan de in onderdeel 2.1, voorwaarde e, bedoelde aanvullende factuur (of facturen), dan wel aan de in 2021 alsnog uitgereikte aanvullende factuur (of facturen) indien sprake is van de situatie als bedoeld in onderdeel 2.1, voorwaarde f.
Ik keur goed dat bij toepassing van onderdeel 2.2 van dit besluit, voor leveringen in kalendermaanden binnen de periode april 2020 t/m september 2020 ontvangen bedragen:
• eerst volgtijdig worden toegerekend aan de in onderdeel 2.2, voorwaarde b, bedoelde facturen, en
• vervolgens volgtijdig worden toegerekend aan de in onderdeel 2.2, voorwaarde c, bedoelde aanvullende factuur (of facturen), dan wel aan de in 2021 alsnog uitgereikte aanvullende factuur (of facturen) indien sprake is van de situatie als bedoeld in onderdeel 2.2, voorwaarde d.
## 3. Invordering
### 3.1. Uitstel van betaling van belastingschulden
@ -261,26 +161,6 @@ In het besluit van 24 september 2021, nr. 2021-191442 (Stcrt. 2021, 42308) was
#### 3.4a. Aanvullende regeling voor uitstel van betaling van belastingen
Dit onderdeel is met ingang van 1 april 2022 vervallen
*Ondernemers kunnen vanwege nieuwe beperkende maatregelen van het kabinet opnieuw of nog steeds te maken krijgen met betalingsproblemen. Daarnaast kan het voorkomen dat ondernemers in verband daarmee voor het eerst betalingsproblemen krijgen. Om deze ondernemers tegemoet te komen, geef ik de volgende goedkeuringen.*
*Goedkeuring 1 ziet op ondernemers die al uitstel van betaling op grond van dit besluit genieten en goedkeuring 2 ziet op ondernemers die voor het eerst of opnieuw te maken hebben met betalingsproblemen die hoofdzakelijk het gevolg van de coronacrisis zijn.*
*Ik keur goed dat de ontvanger tot en met 31 maart 2022 uitstel van betaling verleent aan ondernemers die in aanmerking komen voor de betalingsregeling van goedkeuring 1 van onderdeel 3.5 en aan ondernemers aan wie na 1 oktober 2021 uitstel van betaling is verleend op grond van goedkeuring 2 van onderdeel 3.4a zoals die luidde in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis van 16 december 2021, nr. 2021-258581 (*
*Stcrt. 2021, 50389*
*). Het uitstel wordt verleend voor een of meer van de in goedkeuring 1 van onderdeel 3.1 genoemde belastingen die uiterlijk op 31 maart 2022 betaald moeten zijn. Ondernemers hoeven niet nogmaals te verzoeken om uitstel op grond van deze goedkeuring.*
*De ontvanger verleent geen uitstel van betaling en trekt verleend uitstel van betaling in als de belangen van de Staat zich tegen (verder) uitstel verzetten. Dit is onder meer het geval als de ontvanger vreest voor misbruik van de situatie waardoor verhaalsmogelijkheden in gevaar komen.*
*Ik keur goed dat de ontvanger tot en met 31 maart 2022 uitstel van betaling verleent aan ondernemers die voor het eerst of opnieuw om uitstel verzoeken op grond van dit beleidsbesluit. Ondernemers kunnen tot en met 31 maart 2022 hier schriftelijk om verzoeken, voor een of meer van de in goedkeuring 1 van onderdeel 3.1 genoemde belastingen die uiterlijk op 31 maart 2022 betaald moeten zijn.*
*De ontvanger stelt de ondernemer in de gelegenheid om de op grond van deze goedkeuring uitgestelde belastingschuld af te lossen met een betalingsregeling (zie hiervoor onderdeel 3.5), tenzij de betalingsproblemen niet hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan. Alvorens de ontvanger het uitstel intrekt of weigert, stelt hij de ondernemer in de gelegenheid om aan te tonen dat de betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan.*
*De ontvanger verleent geen uitstel van betaling en trekt eerder verleend uitstel van betaling in als de belangen van de Staat zich tegen (verder) uitstel verzetten. Voor de volledigheid merk ik op dat de goedkeuringen van onderdeel 3.3 ook gelden als de ontvanger op grond van onderdeel 3.4a uitstel verleent.*
*Ik keur goed dat noch het feit dat aan de ondernemer eerder uitstel op grond van het bestaande beleid is verleend, noch het feit dat de ondernemer verzoekt om een andere vorm van uitstel, een belemmering vormt voor het toekennen van uitstel van betaling op grond van dit onderdeel.*
### 3.5. Betalingsregeling voor opgebouwde belastingschuld
Gelet op de bijzondere omstandigheden van de coronacrisis, heb ik eerder goedgekeurd om naast de reguliere betalingsregeling voor ondernemers (in artikel 25.6 LI e.v.), een meer ruimhartige betalingsregeling toe te staan voor de in dit onderdeel bedoelde belastingen van ondernemers. De uitgangspunten en voorwaarden van deze betalingsregeling zijn opgenomen in goedkeuring 1 en 2. Vanwege de hoge financiële nood bij sommige ondernemers met een belastingschuld als gevolg van de coronacrisis en daartoe opgeroepen door de Tweede Kamer1Zie onder meer de aangenomen motie van het lid Aartsen c.s. van 5 juli 2022 bij het tweeminutendebat coronasteunpakket (Kamerstukken II, 2021/22, 35 420, nr. 505). heb ik besloten om enkele aanvullende versoepelingen van de ruimhartige betalingsregeling toe te staan. Deze aanvullende versoepelingen zijn opgenomen in onderdeel a tot en met d van goedkeuring 3. De mogelijkheid om per kwartaal af te lossen en een betaalpauze aan te vragen, komen in de plaats van de mogelijkheid om later aan te vangen met aflossen.
@ -333,7 +213,7 @@ b. Aflossing in kwartaaltermijnen
De ontvanger kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek eenmalig toestaan dat de betalingsregeling in gelijke kwartaaltermijnen wordt voldaan. Uit de motivering moet de noodzaak hiervan blijken. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een onderneming een sterk fluctuerende omzet heeft vanwege seizoensinvloeden. De ontvanger wijst het verzoek af als de ondernemer nog openstaande belastingen heeft die op of na 1 april 2022 betaald hadden moeten zijn, tenzij daarvoor uitstel van betaling loopt. Als de ontvanger een verzoek om aflossing in kwartaaltermijnen toekent, is de uiterste betaaldatum van de eerstvolgende betalingstermijn: de laatste dag van het lopende kalenderkwartaal waarin het verzoek is ingediend. Als het verzoek bijvoorbeeld op 10 oktober 2022 wordt gedaan, is de uiterste betaaldatum van de maanden oktober tot en met december: 31 december 2022. Elke volgende termijn vervalt telkens een kwartaal later.
c. Betaalpauze
De ontvanger kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek eenmalig een betaalpauze van maximaal zes aaneengesloten maandtermijnen of twee aaneengesloten kwartaaltermijn toestaan, gerekend vanaf de eerstvolgende termijn die de ondernemer moet voldoen. De ondernemer moet daarbij aannemelijk maken dat hij voor een korte periode aflossingsproblemen verwacht. De ontvanger wijst het verzoek af als de ondernemer nog openstaande belastingen heeft die op of na 1 april 2022 betaald hadden moeten zijn, tenzij daarvoor uitstel van betaling loopt.
De ontvanger kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek eenmalig een betaalpauze van maximaal 3 maandtermijnen of 1 kwartaaltermijn toestaan, gerekend vanaf de eerstvolgende termijn die de ondernemer moet voldoen. De ondernemer moet daarbij aannemelijk maken dat hij voor een korte periode aflossingsproblemen verwacht. De ontvanger wijst het verzoek af als de ondernemer nog openstaande belastingen heeft die op of na 1 april 2022 betaald hadden moeten zijn, tenzij daarvoor uitstel van betaling loopt.
d. Combineren
Verlengen van de betalingsregeling, kwartaalaflossingen en een betaalpauze kan de ontvanger afzonderlijk, maar ook in combinatie toestaan, als aan alle voorwaarden is voldaan.
@ -508,34 +388,6 @@ Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2021.
### 11.3. Belastingrente en hulp bij aangifte (aangifte 2019 en 2020)
Dit onderdeel bevat een tegemoetkoming voor belastingplichtigen die met belastingrente worden geconfronteerd door de opgetreden vertraging bij de zogenoemde hulp bij aangifte (HUBA). Vanwege de coronamaatregelen was de hulp bij de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: de aangifte) 2019 en 2020 gedurende langere tijd niet of beperkt beschikbaar. Daarom is voor belastingplichtigen die gebruikmaken van deze hulp de inlevertermijn voor de aangifte 2019 en 2020 eenzijdig door de Belastingdienst verlengd. Belastingplichtigen die de aangifte binnen de verlengde inlevertermijn (met hulp) indienen, kunnen met belastingrente worden geconfronteerd. In dit onderdeel keur ik onder voorwaarden goed dat voor deze belastingplichtigen de belastingrente verminderd wordt.
#### . Hulp bij aangifte
Hulp bij het doen van de aangifte wordt aangeboden door de Belastingdienst, maar ook, met ondersteuning van de Belastingdienst, door verschillende maatschappelijke organisaties, zoals vak- en ouderenbonden, wijkcentra, belastingwinkels, sociaal werkers en formulieren-brigades. Deze organisaties houden door heel Nederland spreekuren in bijvoorbeeld bibliotheken.
Door de uitzonderlijke omstandigheden van de coronacrisis is het bieden van hulp bij de aangifte 2019 en 2020 gedurende langere tijd niet of beperkt mogelijk geweest. Zo waren de kantoren van de Belastingdienst en de bibliotheken vanwege de zogenoemde lockdown enige tijd gesloten. Veel belastingplichtigen konden hierdoor pas (veel) later hulp krijgen en waren daardoor niet in staat om de aangifte vóór 1 mei met hulp in te dienen.
De Belastingdienst vindt het belangrijk dat belastingplichtigen die de aangifte met hulp willen indienen, deze hulp ook krijgen. Daarom is op initiatief van de Belastingdienst aan de betreffende belastingplichtigen toestemming verleend om de aangifte 2019 en 2020 later in te dienen en heeft de Belastingdienst de inlevertermijn voor deze aangiften eenzijdig verlengd. De betreffende belastingplichtigen zijn hierover schriftelijk geïnformeerd.
#### . Belastingrente
Uit de wet volgt dat als een belastingaanslag met een te betalen bedrag wordt vastgesteld daarbij in beginsel belastingrente in rekening wordt gebracht (zie artikel 30f e.v. AWR). Belastingrente blijft achterwege als de aangifte vóór 1 mei is ingediend en de (voorlopige) aanslag wordt opgelegd overeenkomstig de ingediende aangifte. Als de aangifte later wordt ingediend, wordt belastingrente in rekening gebracht, ook als de inlevertermijn op verzoek is verlengd.
Belastingplichtigen die gebruikmaken van hulp bij aangifte en voor wie de inlevertermijn voor de aangifte 2019 of 2020 op initiatief van de Belastingdienst (dus niet op verzoek) is verlengd, kunnen met belastingrente worden geconfronteerd. Dit acht ik ongewenst. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule).
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de belastingrente die in rekening is gebracht aan de hiervoor bedoelde belastingplichtigen bij de (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2019 of 2020 ambtshalve wordt verminderd tot nihil.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende drie voorwaarden:
a. De goedkeuring geldt voor belastingplichtigen voor wie de inlevertermijn van de betreffende aangifte op initiatief van de Belastingdienst schriftelijk is verlengd;
b. De betreffende aangifte is ingediend binnen de door de Belastingdienst verlengde inlevertermijn;
c. De (voorlopige) aanslag waarbij de belastingrente in rekening is gebracht, is vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte.
De goedkeuring geldt ook als de belastingrente vóór de inwerkingtreding van dit besluit in rekening is gebracht. De goedkeuring is van overeenkomstige toepassing als de belastingrente in rekening is gebracht bij een (voorlopige) aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.
De Belastingdienst heeft te maken met massale processen. Het is complex en kostbaar om af te wijken van de reguliere geautomatiseerde werkwijze. Uit oogpunt van uitvoerbaarheid is er daarom voor gekozen om de betreffende (voorlopige) aanslagen regulier op te leggen en de daarbij bij beschikking in rekening gebrachte belastingrente op een later moment in een aantal herstelacties ambtshalve te verminderen tot nihil, waarbij eventueel betaalde belastingrente wordt terugbetaald. De Belastingdienst zal de belastingplichtige hierover schriftelijk informeren.
## 12. Uitstel publicatieplicht financiële gegevens ANBIs
Vervallen.