2019-01-01 | BWBR0011545 | Besluit studiefinanciering 2000
This commit is contained in:
parent
27387d5d9a
commit
d21be9caea
1 changed files with 4 additions and 4 deletions
|
|
@ -219,9 +219,9 @@ Het verstrekken van inlichtingen, benodigd voor de uitvoering van de wet, door o
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister past de bedragen, genoemd in de artikelen 3.9, tweede lid, 3.9a en 3.17, eerste lid, van de wet, per 1 januari van ieder kalenderjaar aan met de procentuele wijziging die het indexcijfer van de CAO-lonen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ondergaan.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister past de bedragen, genoemd in de artikelen 3.18, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, 4.7, 4.18, 5.2, 6.2a, tweede lid, 12.14, tweede lid, en 12.16, eerste en tweede lid, van de wet, per 1 januari van ieder kalenderjaar aan met de procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ondergaan.
|
||||
**2.** Onze Minister past de bedragen, genoemd in de artikelen 3.18, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, 4.7, 4.18, 5.2, 6.2a, tweede lid, 12.14, tweede lid, en 12.16, eerste en tweede lid, van de wet, per 1 januari van ieder kalenderjaar aan met de procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ondergaan.
|
||||
|
||||
**3.** Onze minister past het bedrag genoemd in artikel 3.17, vierde lid, van de wet, per 1 januari van ieder kalenderjaar zodanig aan dat het gelijk is aan het in artikel 3.18, overzicht 2, onder A, van de wet genoemde bedrag van de maximale aanvullende beurs voor een thuiswonende deelnemer vermeerderd met een twaalfde deel van het lesgeld, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet.
|
||||
**3.** Onze minister past het bedrag genoemd in artikel 3.17, vierde lid, van de wet, per 1 januari van ieder kalenderjaar zodanig aan dat het gelijk is aan het in artikel 3.18, overzicht 2, onder A, van de wet genoemde bedrag van de maximale aanvullende beurs voor een thuiswonende deelnemer vermeerderd met een twaalfde deel van het lesgeld, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder de consumentenprijsindex en het indexcijfer van de CAO-lonen wordt verstaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -272,7 +272,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met het oog op ee
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** De waarde van de voucher bedraagt € 2.000 naar de maatstaf van 1 januari 2017.
|
||||
**1.** De waarde van de voucher bedraagt € 2.000per 1 januari 2019: €2.034,09. naar de maatstaf van 1 januari 2017.
|
||||
|
||||
**2.** De voucher wordt in één keer verzilverd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -448,6 +448,6 @@ Dit besluit treedt in werking op 1 september 2000.
|
|||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als «Besluit studiefinanciering 2000».
|
||||
|
||||
## Bijlage . behorend bij het koninklijk besluit van 5 augustus 2000 (Stb. 329)
|
||||
## Bijlage . behorend bij het koninklijk besluit van 5 augustus 2000 (Stb. 329)
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue