2003-10-01 | BWBR0004703 | Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen
This commit is contained in:
parent
42aeb250bf
commit
d22e05c665
1 changed files with 41 additions and 36 deletions
|
|
@ -19,10 +19,12 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
a. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
b. genetisch materiaal: desoxyribonucleïne-zuur (DNA) en ribonucleïnezuur (RNA);
|
||||
c. genetische modificatie: het veranderen van genetisch materiaal op een wijze die van nature niet mogelijk is door voortplanting of recombinatie;
|
||||
d. micro-organismen: cellulaire en niet-cellulaire micro-biologische entiteiten met het vermogen tot vermenigvuldiging of tot overbrenging van genetisch materiaal, daaronder mede begrepen virussen en viroïden;
|
||||
d. micro-organismen: cellulaire en niet-cellulaire micro-biologische entiteiten met het vermogen tot vermenigvuldiging of tot overbrenging van genetisch materiaal, daaronder mede begrepen virussen, viroïden, en dierlijke en plantencellen in cultuur;
|
||||
e. organismen: micro-organismen alsmede planten en dieren, daaronder mede begrepen ei- en zaadcellen van dieren en zaden en pollen van planten;
|
||||
f. genetisch gemodificeerde organismen: organismen waarvan het genetisch materiaal is veranderd op een wijze die van nature niet mogelijk is door voortplanting of recombinatie en die het vermogen bezitten dat genetisch materiaal te vermenigvuldigen of over te dragen;
|
||||
g. ingeperkt gebruik: genetische modificatie van organismen of vermeerderen, opslaan, aan een ander ter beschikking stellen, toepassen, voorhanden hebben, vervoeren, met uitzondering van vervoeren als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder *c*, zich ontdoen of vernietigen van genetisch gemodificeerde organismen in een afgesloten ruimte dan wel in een installatie of in apparatuur in een inrichting als bedoeld in categorie 21 van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, indien met betrekking tot die afgesloten ruimte, die installatie of die apparatuur fysische barrières of een combinatie van fysische met chemische of biologische barrières zijn of worden toegepast om het contact van die organismen met mens en milieu te beperken, overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.
|
||||
g. ingeperkt gebruik: genetische modificatie van organismen of vermeerderen, opslaan, aan een ander ter beschikking stellen, toepassen, voorhanden hebben, vervoeren, met uitzondering van vervoeren als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder c, zich ontdoen of vernietigen van genetisch gemodificeerde organismen in een afgesloten ruimte dan wel in een installatie of in apparatuur in een inrichting als bedoeld in categorie 21 van bijlage I bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, indien met betrekking tot die afgesloten ruimte, die installatie of die apparatuur fysische barrières of een combinatie van fysische met chemische of biologische barrières zijn of worden toegepast om het contact van die organismen met mens en milieu te beperken, overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels;
|
||||
h. richtlijn 98/81: richtlijn nr. 98/81/EG van de Raad van de Europese Unie van 26 oktober 1998 tot wijziging van Richtlijn 90/219/EEG inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen;
|
||||
i. zelfklonering: verwijdering van genetisch materiaal uit een organisme, gevolgd door het terugbrengen van dit genetisch materiaal of van een deel daarvan, al dan niet in vitro, enzymatisch, chemisch of mechanisch bewerkt, in cellen van hetzelfde organisme of van een nauw verwante soort die door natuurlijke fysiologische processen chromosomaal DNA kan uitwisselen met het eerstbedoelde organisme.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
|
|
@ -152,7 +154,14 @@ Vervallen
|
|||
Paragraaf 2 is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. de opslag tijdens het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen die zich bevinden in een vervoerseenheid die voldoet aan de eisen voor het vervoer, neergelegd in bijlage 2 behorende bij dit besluit;
|
||||
b. handelingen als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder *b*.
|
||||
b. het vervaardigen, vervoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of zich ontdoen van typen van genetisch gemodificeerde micro-organismen die zijn opgesomd in bijlage II, deel C, bij richtlijn 98/81;
|
||||
c. het vervaardigen van organismen door, dan wel het vervoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of zich ontdoen van organismen die zijn vervaardigd door:
|
||||
|
||||
1°. celfusie, met inbegrip van protoplastfusie, van eukaryotische soorten, met inbegrip van de productie van hybridoma's, uitgezonderd de fusie van plantencellen,
|
||||
2°. zelfklonering van niet-pathogene, van nature voorkomende micro-organismen die geen bijkomende agentia bezitten en aantoonbaar veilig zijn gebleken bij langdurig gebruik, dan wel ingebouwde biologische barrières bezitten die niet van invloed zijn op de optimale groei in kunstmatige media, maar beperkte overlevings- of vermenigvuldigingskansen bieden zonder schadelijke effecten voor mens en milieu, of
|
||||
3°. celfusie, met inbegrip van protoplastfusie, van prokaryotische soorten die genetisch materiaal uitwisselen door middel van bekende fysiologische processen,
|
||||
|
||||
tenzij bij de vervaardiging daarvan als recipiënt of ouderorganisme gebruik wordt gemaakt van genetisch gemodificeerde organismen, die niet zijn verkregen op de onder 1°, 2° of 3° of de in bijlage 1, onderdeel 1, onder a of b, beschreven wijze en ten aanzien waarvan geen toepassing heeft plaatsgehad van artikel 23, tweede lid, onder d, dan wel van genetisch gemodificeerde organismen die niet vallen onder artikel 23, tweede lid, onder e.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.2. Voorafgaande risico-analyse
|
||||
|
||||
|
|
@ -166,37 +175,35 @@ b. handelingen als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder *b*.
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Voor zover daarin niet is voorzien in de voorschriften verbonden aan een vergunning als bedoeld in § 6.5, is bij ingeperkt gebruik degene die handelingen verricht met genetisch gemodificeerde organismen, dan wel zodanige organismen vervaardigt, gehouden te voldoen aan door Onze Minister te stellen regels. Ten aanzien van die regels is artikel 2, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Onze Minister kan regels stellen die voor de houders van een vergunning krachtens artikel 17 gelden naast of in plaats van de aan die vergunning verbonden voorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** Voorts beziet degene die handelingen met genetisch gemodificeerde organismen verricht, dan wel zodanige organismen vervaardigt, bij ingeperkt gebruik jaarlijks of zoveel keren meer als de aard van de betrokken handelingen vereist, de getroffen maatregelen opnieuw, ten einde rekening te houden met nieuw verworven wetenschappelijke of technische kennis inzake risicobeheersing en behandeling en het beheer van afvalstoffen; zo nodig treft hij verdergaande maatregelen.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.4. Kennisgeving
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.4.1. Eerste gebruik
|
||||
##### Paragraaf 2.4.1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Degene die voornemens is voor het eerst over te gaan tot ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen die behoren tot een groep ten aanzien waarvan hij nog niet eerder kennisgeving heeft gedaan, doet daarvan, voordat hij tot dat gebruik overgaat, kennisgeving aan Onze Minister. Hij stuurt daarvan tegelijkertijd een afschrift aan het gezag dat in het kader van de Wet milieubeheer bevoegd is ten aanzien van de betrokken inrichting.
|
||||
**1.** Onze Minister kan regels stellen omtrent de verdere gegevens die bij de kennisgevingen, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, 9, eerste lid, 10, eerste lid, en 11, eerste lid, worden ingediend. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 1, bij dit besluit. Bij de kennisgeving wordt vermeld of het in het eerste lid bedoelde ingeperkt gebruik betrekking heeft op organismen die behoren tot groep I, op organismen die behoren tot groep II, dan wel op organismen die behoren tot groep III.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan regels stellen omtrent de verdere gegevens die bij de kennisgeving worden ingediend. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Ingeval organismen die behoren tot verschillende groepen in combinatie worden toegepast, kan worden volstaan met een gezamenlijke kennisgeving.
|
||||
**2.** Ingeval organismen die behoren tot verschillende groepen in combinatie worden toegepast, kan worden volstaan met een gezamenlijke kennisgeving.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.4.2. Vervaardigen van en handelingen met genetisch gemodificeerde organismen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie A verricht met organismen die behoren tot groep I, dan wel zodanige organismen vervaardigt, stuurt jaarlijks voor 1 juni een verslag aan Onze Minister over de betrokken handelingen in het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie A verricht met organismen die behoren tot groep I, dan wel zodanige organismen vervaardigt, doet daarvan, voordat hij daartoe voor de eerste keer overgaat, kennisgeving aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 7, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De kennisgeving bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 1.
|
||||
|
||||
**3.** De persoon, bedoeld in het eerste lid, maakt jaarlijks voor 1 juni een verslag over de in het eerste lid bedoelde handelingen in het voorafgaande kalenderjaar en houdt dit gedurende 5 jaar ter beschikking van Onze Minister. Artikel 7, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie B verricht met organismen die behoren tot groep I, doet daarvan, voordat hij daartoe overgaat, kennisgeving aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 2, bij dit besluit. Artikel 7, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De kennisgeving bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 2, bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -207,7 +214,7 @@ b. waarop het derde lid van dat artikel van toepassing is.
|
|||
|
||||
**4.** Onze Minister beslist binnen vier weken na de datum van ontvangst van een verzoek als bedoeld in het derde lid. Met betrekking tot het verzoek is artikel 13 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 13, tweede lid, de in de eerste volzin genoemde termijn wordt opgeschort. Indien Onze Minister niet binnen de in de eerste volzin bedoelde termijn een beslissing heeft genomen op het verzoek, heeft de vaststelling van rechtswege plaatsgehad.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan regels stellen omtrent de beoordeling van een verzoek als bedoeld in het derde lid. Artikel 7, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Onze Minister kan regels stellen omtrent de beoordeling van een verzoek als bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -219,21 +226,21 @@ b. waarop het derde lid van dat artikel van toepassing is.
|
|||
|
||||
**1.** Degene die handelingen van categorie B verricht met organismen die behoren tot groep II, doet daarvan, voordat hij daartoe overgaat, kennisgeving aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 4, bij dit besluit. Artikel 7, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De kennisgeving bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in bijlage 4, onderdeel 4, bij dit besluit.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.4.3. Ontvankelijkheid, mededeling en opmerkingen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister tekent de datum van ontvangst aan op een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 7, 9, 10 of 11, en zendt een bewijs van ontvangst waarop die datum is vermeld aan degene die de kennisgeving heeft gedaan.
|
||||
**1.** Onze Minister tekent de datum van ontvangst aan op een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, en zendt een bewijs van ontvangst waarop die datum is vermeld aan degene die de kennisgeving heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister van oordeel is dat bij de kennisgeving niet aan het bij of krachtens de artikelen 7, tweede en derde lid, respectievelijk 9, 10 of 11 j° 7, derde lid, bepaalde is voldaan, stelt hij binnen vier weken na de datum van ontvangst degene die de kennisgeving heeft gedaan in de gelegenheid de kennisgeving binnen een door Onze Minister gestelde termijn aan te vullen. Indien degene die de kennisgeving heeft gedaan geen gebruik maakt van deze gelegenheid of indien Onze Minister na aanvulling van de kennisgeving van oordeel is dat nog niet is voldaan aan het bij of krachtens de artikelen 7, tweede en derde lid, respectievelijk 9, 10 of 11 juncto 7, tweede tot en met vierde lid, bepaalde, laat Onze Minister de kennisgeving buiten behandeling.
|
||||
**2.** Indien Onze Minister van oordeel is dat bij de kennisgeving niet aan het bij of krachtens de artikelen 8, 9, 10 of 11, in samenhang met artikel 7, eerste lid, bepaalde is voldaan, stelt hij binnen vier weken na de datum van ontvangst degene die de kennisgeving heeft gedaan in de gelegenheid de kennisgeving binnen een door Onze Minister gestelde termijn aan te vullen. Indien degene die de kennisgeving heeft gedaan geen gebruik maakt van deze gelegenheid of indien Onze Minister na aanvulling van de kennisgeving van oordeel is dat nog niet is voldaan aan het bij of krachtens de artikelen 8, 9, 10 of 11, in samenhang met artikel 7, eerste lid, bepaalde, laat Onze Minister de kennisgeving buiten behandeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan van degene die de kennisgeving heeft gedaan, nadere gegevens verlangen omtrent het ingeperkt gebruik waar de kennisgeving betrekking op heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval het eerste lid toepassing vindt, worden de termijnen, bedoeld in de artikelen 14, 16 en 17, opgeschort totdat Onze Minister de nadere gegevens heeft ontvangen.
|
||||
**2.** Ingeval het eerste lid toepassing vindt, worden de termijnen, bedoeld in de artikelen 14 en 17, opgeschort totdat Onze Minister de nadere gegevens heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -270,25 +277,23 @@ d. de volgende gegevens en bescheiden, indien deze niet gelijktijdig ter inzage
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Degene die een kennisgeving heeft gedaan, als bedoeld in de artikelen 7, 9, 10 of 11, stelt Onze Minister onverwijld op de hoogte van nieuwe gegevens waarover hij de beschikking krijgt of redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, indien die gegevens belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de risico’s die aan het ingeperkt gebruik zijn verbonden. Hij dient een gewijzigde kennisgeving in, waarbij hij aangeeft welke maatregelen in verband met deze nieuwe gegevens zijn getroffen.
|
||||
Degene die een kennisgeving heeft gedaan, als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, stelt Onze Minister onverwijld op de hoogte van nieuwe gegevens waarover hij de beschikking krijgt of redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, indien die gegevens belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de risico’s die aan het ingeperkt gebruik zijn verbonden. Hij dient een gewijzigde kennisgeving in, waarbij hij aangeeft welke maatregelen in verband met deze nieuwe gegevens zijn getroffen.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.5. Vergunning voor ingeperkt gebruik
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden over te gaan tot ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen, als bedoeld in artikel 7, zonder vergunning die door Onze Minister is verleend naar aanleiding van een kennisgeving als bedoeld in dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.** Op een kennisgeving als bedoeld in artikel 7 beslist Onze Minister binnen 90 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid mag degene die kennisgeving heeft gedaan van een voornemen met betrekking tot het ingeperkt gebruik van organismen die behoren tot groep I, overeenkomstig die kennisgeving tot dat gebruik overgaan nadat 90 dagen zijn verstreken na de datum van ontvangst van de kennisgeving, tenzij Onze Minister voordien heeft beschikt op de kennisgeving.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden over te gaan tot ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen, als bedoeld in de artikelen 9, 10 of 11, zonder vergunning die door Onze Minister is verleend naar aanleiding van een kennisgeving als bedoeld in het betrokken artikel. Het verbod in de eerste volzin geldt niet voor zover toepassing is gegeven aan artikel 9, derde lid, of aan artikel 10, tweede lid, j° artikel 9, derde lid.
|
||||
**1.** Het is verboden over te gaan tot ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen, als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, zonder vergunning die door Onze Minister is verleend naar aanleiding van een kennisgeving als bedoeld in het betrokken artikel. Het verbod in de eerste volzin geldt niet voor zover toepassing is gegeven aan artikel 9, derde lid, of aan artikel 10, tweede lid, j° artikel 9, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Op een kennisgeving als bedoeld in artikel 11 beslist Onze Minister binnen 118 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving.
|
||||
**2.** Op een kennisgeving als bedoeld in artikel 11 beslist Onze Minister binnen 73 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid mag degene die kennisgeving heeft gedaan van een voornemen met betrekking tot ingeperkt gebruik als bedoeld in de artikelen 9 en 10, overeenkomstig die kennisgeving tot dat gebruik overgaan nadat 60 dagen zijn verstreken na de datum van ontvangst van de kennisgeving, tenzij Onze Minister voordien heeft beschikt op de kennisgeving.
|
||||
**3.** Op een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 8, 9 en 10 beslist Onze Minister binnen 45 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving.
|
||||
|
||||
**4.** De paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 en 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer zijn niet van toepassing met betrekking tot de totstandkoming, onderscheidenlijk een wijziging of intrekking van een vergunning die door Onze Minister wordt verleend naar aanleiding van een kennisgeving als bedoeld in artikel 8, 9 of 10.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
|
|
@ -296,7 +301,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling van een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 7, 9, 10 of 11, houdt Onze Minister rekening met alle hem ter beschikking staande gegevens die verband houden met de risico’s voor mens en milieu die aan de betrokken handelingen zijn verbonden. Daartoe behoren onder meer de gevolgen voor het afvalbeheer, de veiligheid en de bestrijding van rampen en zware ongevallen.
|
||||
Bij de beoordeling van een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, houdt Onze Minister rekening met alle hem ter beschikking staande gegevens die verband houden met de risico’s voor mens en milieu die aan de betrokken handelingen zijn verbonden. Daartoe behoren onder meer de gevolgen voor het afvalbeheer, de veiligheid en de bestrijding van rampen en zware ongevallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -304,15 +309,11 @@ Onze Minister kan een vergunning verlenen voor een bepaalde termijn.
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien Onze Minister, nadat hij vergunning heeft verleend naar aanleiding van een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 7, 9, 10 of 11, kennis neemt van nieuwe gegevens die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de risico’s die aan het ingeperkt gebruik zijn verbonden, kan hij:
|
||||
Indien Onze Minister, nadat hij vergunning heeft verleend naar aanleiding van een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11, kennis neemt van nieuwe gegevens die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de risico’s die aan het ingeperkt gebruik zijn verbonden, kan hij:
|
||||
|
||||
a. degene aan wie de vergunning is verleend, opdragen de betrokken handelingen tijdelijk of definitief te staken of
|
||||
b. de voorschriften wijzigen, die zijn verbonden aan de vergunning.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die overeenkomstig de artikelen 16, derde lid, of 17, derde lid, gerechtigd is over te gaan tot ingeperkt gebruik, met dien verstande dat de in onderdeel *b* van het eerste lid bedoelde wijziging betrekking heeft op de bij de kennisgeving aangegeven maatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Voorts kan Onze Minister op een daartoe strekkende, schriftelijk bij hem ingediende aanvraag van de vergunninghouder of van andere belanghebbenden de voorschriften, verbonden aan een vergunning, wijzigen, aanvullen of intrekken, alsnog voorschriften aan de vergunning verbinden, dan wel de vergunning intrekken. Indien de beschikking daartoe niet op aanvraag van de vergunninghouder wordt gegeven, gaat Onze Minister daartoe slechts over indien het belang van de bescherming van mens of milieu zich daartegen niet verzet.
|
||||
|
|
@ -456,10 +457,14 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Het besluit kan worden aangehaald als het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. behorende bij artikel 23, tweede lid, onder b, van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen
|
||||
## Bijlage 1. behorende bij
|
||||
|
||||
Van het verbod van artikel 23, eerste lid, zijn vrijgesteld:
|
||||
|
||||
het vervaardigen, vervoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of zich ontdoen van organismen die zijn vervaardigd door:
|
||||
|
||||
tenzij bij de vervaardiging daarvan als recipiënt of ouderorganisme gebruik wordt gemaakt van genetisch gemodificeerde organismen, die niet zijn verkregen op de onder a of b beschreven wijze en ten aanzien waarvan geen toepassing heeft plaatsgehad van artikel 23, tweede lid, onder d, dan wel van genetisch gemodificeerde organismen die niet vallen onder artikel 23, tweede lid, onder e.
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. behorende bij het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen
|
||||
|
||||
Voorwaarden als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder *c*, waaronder het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen dient te geschieden.
|
||||
|
|
@ -470,6 +475,6 @@ De vervoerseenheid moet zodanig zijn dat genetisch gemodificeerde organismen of
|
|||
|
||||
Een risico-analyse als bedoeld in artikel 24 houdt in ieder geval de volgende gegevens in voor zover deze van toepassing zijn:
|
||||
|
||||
## Bijlage 4. behorende bij de artikelen 7, tweede lid, 9, tweede lid, 10, tweede lid, en 11, tweede lid, van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen
|
||||
## Bijlage 4. behorende bij de
|
||||
|
||||
Gegevens voor kennisgevingen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue