2026-01-01 | BWBR0047596 | Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars
This commit is contained in:
parent
f2662d7f4d
commit
d23f5aefdb
1 changed files with 103 additions and 104 deletions
|
|
@ -23,26 +23,28 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187);
|
||||
– *appartementsrecht:* appartementsrecht, bedoeld in artikel 106, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
– *basislaadinfrastructuur:* het totaal van de infrastructuur behorende bij het oplaadpunt waaronder de hoofdaansluiting en de bekabeling waarop oplaadpunten die voldoen aan mode 3 of mode 4 als bedoeld in NEN 1010 kunnen worden aangesloten. Het oplaadpunt is van de basislaadinfrastructuur uitgezonderd;
|
||||
– *biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal: * isolatiemateriaal waarvan ten minste 70% van de massa bestaat uit biobased materiaal als bedoeld in de EN16575:2014, zoals blijkt uit de materiaalsamenstelling van het product genoemd in de environmental product declaration van de fabrikant en met een maximale milieukostenindicator van 0,85, genoemd in de categorie 1-kaart als bedoeld in de Nationale Milieudatabase van het betreffende product, bij een Rd-waarde van 3,5 m^2K/W;
|
||||
– *biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal: * isolatiemateriaal waarvan ten minste 70% van de massa bestaat uit biobased materiaal als bedoeld in de EN16575:2014, zoals blijkt uit de materiaalsamenstelling van het product genoemd in de environmental product declaration van de fabrikant en met een maximale milieukostenindicator van 1,9, genoemd in de categorie 1-kaart als bedoeld in de Nationale Milieudatabase van het betreffende product, bij een Rd-waarde of Rbf-waarde van 3,5 m^2K/W;
|
||||
− *bouwbedrijf:* bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie;
|
||||
− *bouwbegeleider:* een natuurlijk persoon werkzaam bij een onderneming ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel of een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie, die ten minste een Hogere beroepsopleiding Bouwkunde, Bouwtechnische Bedrijfskunde of een gelijkwaardige opleiding heeft voltooid en in de laatste drie jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag voor deze bouwbegeleiding minimaal twee hoogwaardige verduurzamingprojecten van vergelijkbare of grotere schaal dan het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in de bouw begeleid heeft, eventueel met aanvullende ondersteuning van andere interne deskundigen;
|
||||
− *bouwbegeleiding:* het door een bouwbegeleider bieden van begeleiding bij de directievoering en het kwaliteitstoezicht tijdens het bouwen en het bieden van begeleiding van maximaal 16 uur die plaatsvindt voorafgaande aan de definitieve besluitvorming en opdrachtverstrekking van de Vereniging van Eigenaars voor het realiseren van het zeer energiezuinig pakket voor hun gebouw of ten minste twee aangevraagde en subsidiabele duurzaamheidsinvesteringen voor energiebesparende isolatiemaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen, duurzame warmteopties of de eventuele centrale aansluiting op een warmtenet;
|
||||
− *bouwbegeleider:* een natuurlijk persoon werkzaam, niet zijnde een lid, bestuurder of beheerder van de vereniging waarvoor subsidie wordt aangevraagd, bij een onderneming ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel of een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie, die ten minste een Hogere beroepsopleiding Bouwkunde, Bouwtechnische Bedrijfskunde of een gelijkwaardige opleiding heeft voltooid en in de laatste drie jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag voor deze bouwbegeleiding minimaal twee hoogwaardige verduurzamingprojecten van vergelijkbare of grotere schaal dan het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in de bouw begeleid heeft, eventueel met aanvullende ondersteuning van andere interne deskundigen;
|
||||
– *bouwbegeleiding:* het door een bouwbegeleider bieden van begeleiding bij de directievoering en het houden van kwaliteitstoezicht tijdens het verduurzamen. Het bieden van begeleiding van maximaal 32 uur die plaatsvindt voorafgaande aan de definitieve fysieke start van de aannemer met de uitvoering voor het realiseren van het zeer energiezuinig pakket voor het VvE-gebouw of ten minste twee aangevraagde en subsidiabele duurzaamheidsinvesteringen voor energiebesparende isolatiemaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen, duurzame warmteopties of de eventuele centrale aansluiting op een warmtenet;
|
||||
− *bouwinstallatiebedrijf:* bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is ingeschreven in de sectie bouwinstallatiebedrijf of een vergelijkbare sectie;
|
||||
− *BRL 9500-MWA-W:* door de Stichting Kwaliteit voor Installaties Nederland bindend verklaarde Nationale Beoordelingsrichtlijn 9500, zoals vastgesteld op 31 augustus 2011, inclusief latere wijzigingen;
|
||||
– *BRL 9500-MWA-W:* de door de Stichting Kwaliteit voor Installaties Nederland bindend verklaarde Nationale Beoordelingsrichtlijn 9500, zoals vastgesteld op 1 juli 2023, inclusief latere wijzigingen;
|
||||
– *BRL 9500-W:* de door Technische Commissie TC 9500, onder verantwoordelijkheid van het Centraal College van Deskundigen van schema beheerder Stichting InstallQ, bindend verklaarde Nationale Beoordelingsrichtlijn energieprestatiewoningen en woongebouwen, zoals is vastgesteld op 15 april 2024, inclusief latere wijzigingen;
|
||||
− *centrale aansluiting op een warmtenet:* centrale aansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet;
|
||||
− *certificaathouder:* certificaathouder als bedoeld in BRL 9500-MWA-W;
|
||||
− *DMJOP:* Duurzaam Meerjaren Onderhouds Plan als bedoeld in NEN 2767 voor de delen van een gebouw of groep van gebouwen waarvoor een vereniging verantwoordelijk is voor het beheer en het onderhoud;
|
||||
− *DMJOP:* Duurzaam Meerjaren Onderhouds Plan voor de delen van een gebouw of groep van gebouwen waarvoor een vereniging verantwoordelijk is voor het beheer en het onderhoud;
|
||||
– *DuMo-advies (niveau 2):* duurzaamheidsadvies dat is opgesteld conform de norm van het Nationaal Restauratiefonds en de stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg, waarbij onderzoek wordt gedaan naar de huidige situatie en kansen voor energiebesparing en opwekking voor de monumentale waarden en gebouwgebruik en de uitvoering conform uitvoeringsrichtlijnen URL 2001, Bouwkundig advies monumenten plaatsvindt;
|
||||
− *duurzame warmteopties:* maatregelen, genoemd in artikel 7, derde lid;
|
||||
− *energiebesparende isolatiemaatregelen:* maatregelen, genoemd in artikel 7, tweede lid;
|
||||
– *EP-adviseur:* een persoon die de woning of het woongebouw opneemt, de energieprestatie berekent en het energierapport registreert en voldoet aan bijlage 2a dan wel 2b van BRL 9500-W;
|
||||
– *EP-maatwerkadviseur:* een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van ‘EP-maatwerkadviseur’ conform bijlage 2 van BRL 9500-MWA-W;
|
||||
– *EPREL:* productendatabank als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU (PbEU 2017, L 198);
|
||||
– *ERM-adviseur:* een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van de Beoordelingsrichtlijn Erkend Monumenten Adviesbureau (BRL ERM 2000) en werkt conform de URL 2001;
|
||||
− *etiket:* drukt etiket als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 811/2013 of artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 812/2013;
|
||||
− *gebouw:* bestaand, voor onder meer bewoning bestemde gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan, waarvoor een vereniging van eigenaars of een wooncoöperatie is opgericht of waarvan de eigenaar een woonvereniging is;
|
||||
– *GWP:* aardopwarmingsvermogen, bedoeld in artikel 3, onderdeel 1, van Verordening (EU) nr. 2024/573;
|
||||
− *HR-glas:* beglazing in bestaande thermische schil en bestaande uit: meervoudig glas met een vacuüm of gasgevulde spouw met een warmte-doorlatingscoëfficiënt met een maximale Ug-waarde (W/m^2K) van 1,2 of triple glas met een maximale Ug-waarde (W/m^2K) van 0,7, met een nieuw isolerend kozijn met een Uf-waarde kleiner of gelijk aan 1,5 (W/m^2K). Voor gebouwen die zijn ingeschreven als monument is de maximale Ug-waarde van isolerende beglazing 3,0 W/m^2K of 2,0 W/m^2k en de maximale Ud-waarde 2,0 of 1,5 W/m^2k;
|
||||
− *isolerende kozijnpanelen:* kozijnpanelen met minimaal dezelfde U-waarde als de glassoort waarmee deze worden gecombineerd in de kozijnen;
|
||||
– *isolerende kozijnpanelen: * kozijnpanelen met maximaal dezelfde U-waarde als de glassoort waarmee deze worden gecombineerd in de kozijnen, met uitzondering van kozijnpanelen bij monumenten waarvoor een U-waarde wordt vastgesteld;
|
||||
− *Kaderbesluit:*
|
||||
Kaderbesluit BZK-subsidies;
|
||||
− *koopwoning:* woning van een eigenaar-bewoner. Hieronder vallen tevens een woning die tijdelijk niet bewoond is en te koop staat of waarvan de voormalige eigenaar-bewoner is overleden, maar die bestemd is om als woning gebruikt te worden en een woning die ouders om niet ter beschikking stellen aan hun kinderen;
|
||||
|
|
@ -79,6 +81,8 @@ c. provinciaal monument in een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artike
|
|||
Verordening (EU) nr. 812/2013 van de Commissie van 18 februari 2013 ter aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de energie-etikettering van waterverwarmingstoestellen, warmwatertanks en pakketten van waterverwarmingstoestellen en zonne-energie-installaties betreft (PbEU 2013, L 239);
|
||||
– *verordening (EU) nr. 813/2013:*
|
||||
Verordening (EU) nr. 813/2013 van de Commissie van 2 augustus 2013 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen betreft;
|
||||
– *verordening (EU) nr. 2024/573:*
|
||||
Verordening (EU) nr. 2024/573 van het Europees Parlement en de Raad van 7 februari 2024 betreffende gefluoreerde broeikasgassen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 517/2014;
|
||||
– *woning:* een bestaand appartement, dat een zelfstandige woongelegenheid vormt en als zodanig bewoond is geweest alvorens renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie is geregistreerd;
|
||||
– *wooncoöperatie:* wooncoöperatie als bedoeld in artikel 18a van de Woningwet;
|
||||
– *woonvereniging:* vereniging die eigenaar is van één of meer gebouwen en waarvan de leden het recht hebben om in een bepaalde woning die onderdeel uitmaakt van dat gebouw of die gebouwen te wonen;
|
||||
|
|
@ -108,30 +112,31 @@ c. woning in een gebouw van een woonvereniging.
|
|||
|
||||
Deze regeling heeft als doel verduurzaming te stimuleren in en bij gebouwen van verenigingen, door subsidie te verstrekken voor:
|
||||
|
||||
a. advisering over energiebesparing, duurzame energie of aansluiting op een warmtenet;
|
||||
b. investeringen in energiebesparende isolatiemaatregelen;
|
||||
a. ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming;
|
||||
b. investeringen in energiebesparende isolatiemaatregelen en aanvullende energiebesparende maatregelen;
|
||||
c. investeringen in duurzame warmteopties;
|
||||
d. investeringen in een centrale aansluiting op een warmtenet;
|
||||
e. advisering over het plaatsen van oplaadpunten;
|
||||
f. investeringen in de basislaadinfrastructuur voor oplaadpunten.
|
||||
f. investeringen in de basislaadinfrastructuur voor oplaadpunten;
|
||||
g. bouwbegeleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Bij de verstrekking van een subsidie op grond van deze regeling van in totaal € 25.000 of meer wordt wat betreft subsidie voor de kosten van energiebesparende isolatiemaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen en het zeer energiezuinig pakket met uitzondering van bouwbegeleiding, bedoeld in de artikelen 7, tweede lid, 8 en 9, eerste en tweede lid, toepassing gegeven aan artikel 38bis van de Algemene groepsvrijstellingverordening, voor de kosten van duurzame warmteopties wordt toepassing gegeven aan artikel 41 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening en wat betreft subsidie voor de kosten van maatwerkadvies, advies over oplaadpunten en voor bouwbegeleiding wordt toepassing gegeven aan de de-minimisverordening. Voor het installeren van basislaadinfrastructuur wordt toepassing gegeven aan artikel 36a van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
**1.** Bij de verstrekking van een subsidie op grond van deze regeling van in totaal € 25.000 of meer wordt wat betreft subsidie voor de kosten van energiebesparende isolatiemaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen en het zeer energiezuinig pakket met uitzondering van bouwbegeleiding, bedoeld in de artikelen 7, tweede lid, 8 en 9, eerste en tweede lid, toepassing gegeven aan artikel 38bis van de Algemene groepsvrijstellingverordening, voor de kosten van duurzame warmteopties wordt toepassing gegeven aan artikel 41 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening en wat betreft subsidie voor de kosten van ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming, advies over oplaadpunten en voor bouwbegeleiding wordt toepassing gegeven aan de de-minimisverordening. Voor het installeren van basislaadinfrastructuur wordt toepassing gegeven aan artikel 36a van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de verstrekking van subsidie op grond van deze regeling van minder dan € 25.000 voor de kosten van verduurzamingsmaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen, het zeer energiezuinig pakket, de ondersteunende onderzoeken, bedoeld in artikel 5, eerste lid en advies over oplaadpunten en het installeren van basislaadinfrastructuur, bedoeld in de artikelen 5, 7, 8, 9 en 12 wordt toepassing gegeven aan de de-minimisverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Voor subsidieverstrekking op grond van de hoofdstukken II en III geldt tot en met 31 december 2027 een subsidieplafond van € 76.170.000.
|
||||
**1.** Voor subsidieverstrekking op grond van de hoofdstukken II en III geldt tot en met 31 december 2030 een subsidieplafond van € 179.020.000.
|
||||
|
||||
**2.** Voor subsidieverstrekking op grond van hoofdstuk IV geldt tot en met 31 december 2027 een subsidieplafond van € 10.000.000.
|
||||
**2.** Voor subsidieverstrekking op grond van hoofdstuk IV geldt tot en met 31 december 2030 een subsidieplafond van € 10.000.000.
|
||||
|
||||
**3.** Het beschikbare bedrag per subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien er meer aanvragen zijn ontvangen op één dag, waarbij toekenning van al deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het betreffende subsidieplafond wordt, in afwijking van het derde lid, de onderlinge rangorde van die aanvragen door loting vastgesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Maatwerkadvies of procesbegeleiding of DMJOP
|
||||
## Hoofdstuk II. Ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -139,38 +144,36 @@ f. investeringen in de basislaadinfrastructuur voor oplaadpunten.
|
|||
|
||||
De minister kan aan een vereniging ten behoeve van het gebouw of de groep van gebouwen waarin zich ten minste één koopwoning bevindt subsidie verstrekken voor de volgende ondersteunende onderzoeken, enkelvoudig of gecombineerd:
|
||||
|
||||
a. advies: het opstellen van een advies over de bouwkundige en energetische staat van het gebouw of groep van gebouwen, opgesteld door een EP-maatwerkadviseur;
|
||||
b. energiescan, zijnde een vereenvoudigd energieadvies voor mogelijke verduurzamingsmaatregelen voor het gebouw of groep van gebouwen, opgesteld door een EP-maatwerkadviseur;
|
||||
c. maatwerkadvies, mits het energieadvies voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid, maatwerkadvies dan wel DuMo-advies (niveau 2);
|
||||
d. een DMJOP en conditiemeting, inclusief energetische kwaliteit, mits het plan voldoet aan de eisen, bedoeld in het vierde lid;
|
||||
e. asbestinventarisatie als bedoeld in Persoonscertificaat DIA SCA-code of een Bedrijfscertificaat SCA-code, SC-540 voor asbestinventarisaties;
|
||||
a. advies: het opstellen van een advies over de bouwkundige en energetische staat van het gebouw of groep van gebouwen, opgesteld door een EP-adviseur;
|
||||
b. energiescan, zijnde een vereenvoudigd energieadvies voor mogelijke verduurzamingsmaatregelen voor het gebouw of groep van gebouwen, opgesteld door een EP-adviseur;
|
||||
c. maatwerkadvies dan wel DuMo-advies (niveau 2);
|
||||
d. een DMJOP, eventueel aangevuld met een conditiemeting als bedoeld in NEN2767, mits het plan voldoet aan de eisen, bedoeld in het derde lid;
|
||||
e. asbestinventarisatie conform het meest actuele certificatieschema voor het Procescertificaat Asbestinventarisatie als bedoeld in artikel 1.5a, onderdeel c van het Arbeidsomstandighedenbesluit, zoals is vastgesteld door Stichting Ascert;
|
||||
f. gevelonderzoek als bedoeld in NEN-EN 1996-1-1 en NEN-EN 845-1;
|
||||
g. betonschade-onderzoek dat voldoet aan de CUR 79 klasse II en de herstelofferte conform BRL 2818;
|
||||
h. ventilatie-onderzoek als bedoeld in BRL 8010 richtlijnen ISSO;
|
||||
i. flora- en faunaonderzoek door een ecoloog die werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties die zich aantoonbaar actief inzetten op het gebied van de soorten monitoring of bescherming;
|
||||
j. brandveiligheidsonderzoek door een brandpreventiedeskundige 1;
|
||||
k. gelijkwaardigheidsonderzoek, mits dat onderzoek voldoet aan de eisen, bedoeld in het achtste lid;
|
||||
l. installatie-advies ten aanzien van een gebouw of groep van gebouwen, inhoudende advies over de warmte- en elektriciteitsinstallatie of advies en procesondersteuning voor het plaatsen van een zonnestroom-installatie;
|
||||
m. financieel haalbaarheidsonderzoek voor minimaal twee verduurzamingsmaatregelen, waaronder ook een klimaatadaptieve maatregel valt, dat in ieder geval bevat:
|
||||
l. installatie-advies ten aanzien van een gebouw of groep van gebouwen, inhoudende advies over de warmte- en elektriciteitsinstallatie;
|
||||
m. advies en procesondersteuning voor het plaatsen van een zonnestroom-installatie;
|
||||
n. financieel haalbaarheidsonderzoek voor minimaal twee verduurzamingsmaatregelen, waaronder ook een klimaatadaptieve maatregel valt, dat in ieder geval bevat:
|
||||
|
||||
1°. investeringen;
|
||||
2°. terugverdientijd; en
|
||||
3°. effecten op de woonlasten;
|
||||
n. procesbegeleiding, mits deze niet meer dan twee jaar geleden is uitgevoerd, gerekend vanaf het moment van indiening van de aanvraag, en de procesbegeleiding niet is uitgevoerd door een lid of een bestuurder van de vereniging. Procesbegeleiding is voor maximaal 60 uur subsidiabel.
|
||||
1°. investeringen; en
|
||||
2°. effecten op de woonlasten;
|
||||
o. procesbegeleiding, mits deze niet meer dan twee jaar geleden is uitgevoerd, gerekend vanaf het moment van indiening van de aanvraag, en de procesbegeleiding niet is uitgevoerd door een lid of een bestuurder van de vereniging. Procesbegeleiding is voor maximaal 60 uur subsidiabel.
|
||||
|
||||
**2.** Het maatwerkadvies is niet ouder dan twee jaar, gerekend vanaf het moment van indiening van de aanvraag, en is een door een EP-maatwerkadviseur opgesteld rapport dat in ieder geval het volgende bevat: een nauwkeurige omschrijving van de bestaande situatie op basis van een ter plekke door een EP-maatwerkadviseur uitgevoerde technische en bouwkundige beoordeling van de schil en de installaties van het gebouw of van de groep van gebouwen, alsmede een beschrijving van de mogelijke energiebesparingsmaatregelen en de duurzame warmte- en elektriciteitsopties, met de keuzemogelijkheden en de voor- en nadelen, een inschatting van de investering en van de te realiseren energiebesparing per mogelijk te verrichten maatregel of optie. Een energieadvies maakt de terugverdientijd van de voorgenomen investeringen inzichtelijk, leidt tot een onderbouwde geadviseerde prioritering en geeft uitleg over de mogelijkheden voor het realiseren van een zeer energiezuinig pakket of een Nul-op-de-Meter-gebouw, met een beeld van de typen maatregelen die nodig zouden zijn om dit niveau in het betrokken gebouw of groep van gebouwen te bereiken.
|
||||
**2.** De rapportages in het kader van ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming worden opgesteld en de uitgevoerde procesbegeleiding heeft plaatsgevonden vanaf 1 januari 2024, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en zijn ten tijde van indiening van deze subsidieaanvraag maximaal drie jaar geleden opgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De ondersteunende onderzoeken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b, e, f, g, h, i, j, k, l of m, worden uitgevoerd na 1 januari 2024 en de rapportages daarvan zijn ten tijde van de indiening van deze subsidieaanvraag maximaal twee jaar geleden opgesteld.
|
||||
**3.** Het DMJOP heeft een doorlooptijd van dertig jaar en bevat behalve de onderhouds-, herstel- en vernieuwingswerkzaamheden die gedurende de looptijd van het plan nodig worden geacht, ook de uitvoering van ten minste twee maatregelen binnen tien jaar, genoemd in het eerste lid. Een DMJOP bevat tevens een kostenberekening van de geplande werkzaamheden en een gelijkmatige toerekening van de kosten aan de onderscheiden jaren.
|
||||
|
||||
**4.** Het DMJOP is niet ouder dan twee jaar, gerekend vanaf het moment van indiening van de aanvraag heeft een doorlooptijd van dertig jaar en bevat behalve de onderhouds-, herstel- en vernieuwingswerkzaamheden die gedurende de looptijd van het plan nodig worden geacht, ook de uitvoering van ten minste twee maatregelen binnen tien jaar, genoemd in het eerste lid. Een DMJOP bevat tevens een kostenberekening van de geplande werkzaamheden en een gelijkmatige toerekening van de kosten aan de onderscheiden jaren.
|
||||
**4.** De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, en het tweede lid zijn: verduurzamingsmaatregelen en de maatregelen uit het zeer energiezuinig pakket met uitzondering van bouwbegeleiding, als bedoeld in de artikelen 7 en 9.
|
||||
|
||||
**5.** De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, en het derde lid zijn: verduurzamingsmaatregelen en de maatregelen uit het zeer energiezuinig pakket met uitzondering van bouwbegeleiding, als bedoeld in de artikelen 7 en 9.
|
||||
**5.** Subsidie op grond van het eerste lid wordt slechts eenmaal per gebouw of groep van gebouwen verstrekt.
|
||||
|
||||
**6.** Subsidie op grond van het eerste lid wordt slechts eenmaal per gebouw of groep van gebouwen verstrekt.
|
||||
**6.** Op grond van het eerste lid wordt geen subsidie verstrekt, indien voor in dat lid bedoelde activiteiten reeds door een bestuursorgaan van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of een ander bestuursorgaan, niet zijnde bestuursorganen van een gemeente, provincie, waterschap of openbare lichamen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, subsidie is verstrekt voor hetzelfde gebouw of dezelfde groep van gebouwen.
|
||||
|
||||
**7.** Op grond van het eerste lid wordt geen subsidie verstrekt, indien voor in dat lid bedoelde activiteiten reeds door een bestuursorgaan van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties of een ander bestuursorgaan, niet zijnde bestuursorganen van een gemeente, provincie, waterschap of openbare lichamen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, subsidie is verstrekt voor hetzelfde gebouw of dezelfde groep van gebouwen.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Het gelijkwaardigheidsonderzoek:
|
||||
|
||||
|
|
@ -180,12 +183,7 @@ Het gelijkwaardigheidsonderzoek:
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag voor subsidie wordt met gebruikmaking van een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier ingediend in de volgende periode:
|
||||
|
||||
a. als het gaat om een aanvraag op grond van artikel 5, eerste lid, onder c, d of n: van 23 januari 2023 tot en met 31 december 2027; of
|
||||
b. als het gaat om een aanvraag op grond van artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b, e, f, g, h, i, j, k, l of m: van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2027.
|
||||
**1.** Een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 5, eerste lid, wordt met gebruikmaking van een door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier ingediend in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2030.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -197,9 +195,9 @@ c. het aantal appartementen in het gebouw of de groep van gebouwen dat een koopw
|
|||
d. het bankrekeningnummer waarop het subsidiebedrag dient te worden overgemaakt;
|
||||
e. de naam, het adres en het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel van de certificaathouder die het maatwerkadvies dan wel DuMo-advies (niveau 2) heeft opgesteld, het nummer van het certificaat, alsmede de naam, het adres en het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel van de adviseurs van de overige ondersteunende onderzoeken als bedoeld in artikel 5, eerste lid;
|
||||
f. de naam en het adres van de EP-maatwerkadviseur dan wel ERM-adviseur en het examen- of certificaatnummer van de EP-maatwerkadviseur die het gebouw heeft opgenomen ten behoeve van het maatwerkadvies dan wel DuMo-advies (niveau 2) alsmede de naam, het adres, het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel en het nummer van het certificaat van de certificaathouder waarvoor hij werkt, indien dit niet de certificaathouder is, bedoeld in onderdeel e;
|
||||
g. een factuur en een betalingsbewijs van alle door de vereniging in opdracht gegeven en afgeronde ondersteunende onderzoeken, bedoeld in artikel 5, eerste lid en, indien van toepassing, het DMJOP en de procesbegeleiding;
|
||||
h. een digitale versie van alle door de vereniging in opdracht gegeven en afgeronde ondersteunende onderzoeken, bedoeld in artikel 5, eerste lid;
|
||||
i. een verklaring dat niet reeds subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, is aangevraagd bij of verstrekt door een ander bestuursorgaan voor hetzelfde gebouw of groep van gebouwen; en
|
||||
g. een factuur en betalingsbewijs van het door de vereniging in opdracht gegeven en afgeronde ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming, bedoeld in artikel 5, eerste lid;
|
||||
h. een digitale rapportage van het door de vereniging in opdracht gegeven en afgeronde ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming, bedoeld in artikel 5, eerste lid;
|
||||
i. een verklaring dat niet al subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, is aangevraagd bij of verstrekt door een bestuursorgaan van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of een ander bestuursorgaan, niet zijnde bestuursorganen van een gemeente, provincie, waterschap of openbare lichamen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, subsidie is verstrekt voor hetzelfde gebouw of dezelfde groep van gebouwen; en
|
||||
j. indien niet alle leden van de vereniging eigenaar-bewoners zijn: een verklaring waaruit blijkt dat die leden niet meer subsidie ontvangen dan is toegestaan op basis van de de-minimisverordening.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Verduurzamingsmaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen en het zeer energiezuinig pakket
|
||||
|
|
@ -210,7 +208,7 @@ j. indien niet alle leden van de vereniging eigenaar-bewoners zijn: een verklari
|
|||
|
||||
De Minister verstrekt aan een vereniging ten behoeve van het gebouw of groep van gebouwen op aanvraag subsidie voor:
|
||||
|
||||
a. energiebesparende isolatiemaatregelen;
|
||||
a. energiebesparende isolatiemaatregelen en aanvullende energiebesparende maatregelen als bedoeld in artikel 8;
|
||||
b. duurzame warmteopties; of
|
||||
c. de centrale aansluiting op een warmtenet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -229,10 +227,10 @@ b. gevelisolatie, waarbij:
|
|||
2°. het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m^2K/W heeft en in geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m^2K/W heeft;
|
||||
c. glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie in de bestaande thermische schil door het vervangen van:
|
||||
|
||||
1°. gemiddeld minimaal 3 m^2 per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door HR++ glas, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m^2K;
|
||||
2°. gemiddeld minimaal 3 m^2 per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn met een Uf-waarde van ten hoogste 1,5 W/ m^2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,0 W/m^2K;
|
||||
3°. gemiddeld minimaal 3 m^2 per monumentaal appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen, deuren met hoogrendementsglas of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 3,0 W/m^2K of voor kozijnpanelen met een Up-waarde van ten hoogste 3,0 W/m^2K of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 2,0 W/m^2K; of
|
||||
4°. gemiddeld minimaal 3 m^2 per monumentaal appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen, deuren met hoogrendementsglas of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 2,0 W/m^2K of voor kozijnpanelen met een Up-waarde van ten hoogste 2,0 W/m^2K of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m^2K;
|
||||
1°. gemiddeld minimaal 3 m^2 per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door HR++ glas, nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m^2K;
|
||||
2°. gemiddeld minimaal 3 m^2 per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn met een Uf-waarde van ten hoogste 1,5 W/ m^2K, nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,0 W/m^2K;
|
||||
3°. gemiddeld minimaal 3 m^2 per monumentaal appartement, voor het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 5,8 W/m^2K (zijnde enkel glas) of door kozijnpanelen met een Up-waarde van ten hoogste 3,0 W/m^2K of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 2,0 W/m^2K; of
|
||||
4°. gemiddeld minimaal 3 m^2 per monumentaal appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen, deuren met hoogrendementsglas of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 2,0 W/m^2K of door kozijnpanelen met een Up-waarde van ten hoogste 2,0 W/m^2K of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m^2K;
|
||||
d. spouwmuurisolatie, waarbij:
|
||||
|
||||
1°. gemiddeld minimaal 10 m^2per appartement van de oppervlakte van bestaande spouwmuren in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;
|
||||
|
|
@ -241,7 +239,7 @@ d. spouwmuurisolatie, waarbij:
|
|||
e. vloer- dan wel bodemisolatie, waarbij:
|
||||
|
||||
1°. minimaal 70% van de oppervlakte van de gehele vloer of bodem behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;
|
||||
2°. het toegevoegde isolatiemateriaal voor de vloer of bodem een Rd-waarde van ten minste 3,5 m^2K/W heeft; en
|
||||
2°. het toegevoegde isolatiemateriaal voor de vloer of bodem een Rd-waarde of Rbf-waarde van ten minste 3,5 m^2K/W heeft; en
|
||||
3°. het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -253,9 +251,10 @@ a. een ruimteverwarmingstoestel(en) of een waterverwarmingstoestel(en) dat:
|
|||
1°. is uitgerust met een lucht-waterwarmtepomp, een grond-waterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp;
|
||||
2°. een thermisch vermogen heeft van ten hoogste 400kW bij bivalente temperatuur in geval van een lucht-waterwarmtepomp dan wel bij een referentieontwerptemperatuur in geval van een grond-waterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp;
|
||||
3°. het gezamenlijk vermogen niet meer is dan 500kW bij bivalente temperatuur in geval van een lucht-waterwarmtepomp dan wel bij een referentieontwerptemperatuur in geval van een grond-waterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp, indien sprake is van meerdere warmtepompen binnen één installatie;
|
||||
4°. is voorzien van een etiket, een productkaart en de bijbehorende technische documentatie en is geregistreerd in EPREL, indien sprake is van een installatie met een vermogen onder 70kW; of
|
||||
4°. is voorzien van een etiket, een productkaart en de bijbehorende technische documentatie en is geregistreerd in EPREL, indien sprake is van een installatie met een vermogen onder 70kW;
|
||||
5°. is voorzien van technische documentatie, indien sprake is van een installatie met een vermogen van 70kW tot ten hoogste 400kW;
|
||||
6°. behoort tot de energie-efficiëntieklasse A++ of hoger, indien een ruimteverwarmingstoestel een vermogen heeft van minimaal 1 kW en maximaal 70 kW.
|
||||
6°. behoort tot de energie-efficiëntieklasse A++ of hoger, indien een ruimteverwarmingstoestel een vermogen heeft van minimaal 1 kW en maximaal 70 kW; of
|
||||
7°. een koudemiddel met een GWP kleiner dan 750 bevat, in geval van een splitwarmtepomp bedoeld in bijlage IV, onderdeel 9, subonderdeel a, van Verordening (EU) nr. 2024/573 met een installatiedatum op of na 1 januari 2026;
|
||||
b. een zonneboiler, waaronder begrepen een zonneboilercombi, bestaande uit een zonne-energie-installatie die:
|
||||
|
||||
1°. is bedoeld voor het maken van warm tapwater of voor het leveren van ruimteverwarming in combinatie met het maken van warm tapwater;
|
||||
|
|
@ -271,7 +270,7 @@ b. een zonneboiler, waaronder begrepen een zonneboilercombi, bestaande uit een z
|
|||
|
||||
Aanvullende energiebesparende maatregelen zijn:
|
||||
|
||||
a. het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor CO_2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met wtw met een rendement van ten minste 85%;
|
||||
a. het voor de eerste keer aanleggen van een compleet systeem voor CO_2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een compleet systeem voor centrale balansventilatie met wtw met een rendement van ten minste 85%, waarvan de sturing per appartement afzonderlijk is te regelen. De CO_2-sensoren zijn ten minste aanwezig in de woonkamer en hoofdslaapkamer. Ook decentrale balansventilatiesystemen met eventuele geïntegreerde CO_2-sensoren met een rendement van ten minste 80% zijn acceptabel, mits die ten minste in de woonkamer en de hoofdslaapkamer van elk afzonderlijk appartement worden aangebracht;
|
||||
b. het dynamisch waterzijdig inregelen van het verwarmingssysteem; en
|
||||
c. het in de woning plaatsen van een energiedisplay dat verbonden is met een slimme meter en inzicht geeft in het gehele actuele energieverbruik in de woning of een thermostaat die het energieverbruik binnen de woning afstemt op het leefgedrag van de bewoners en verbonden is met een energiemanagementsysteem dat inzicht geeft in het gehele actuele energieverbruik in de woning, dan wel een thermostaat die voorzien is van een temperatuurregeling voor afzonderlijke ruimten in de woning.
|
||||
|
||||
|
|
@ -282,7 +281,7 @@ c. het in de woning plaatsen van een energiedisplay dat verbonden is met een sli
|
|||
Een zeer energiezuinig pakket is een samenhangend pakket van maatregelen, uitgevoerd in het hele gebouw behorend tot de bestaande thermische schil, dat bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. energiebesparende isolatiemaatregelen en eventueel één of meer aanvullende energiebesparende maatregelen, waarvan de elementen voldoen aan de isolatiewaarden, genoemd in het tweede lid;
|
||||
b. een systeem voor CO_2-gestuurde ventilatie of balansventilatie met wtw met een rendement van ten minste 85%; en
|
||||
b. het voor de eerste keer aanleggen van een compleet systeem voor CO_2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een compleet systeem voor centrale balansventilatie met wtw met een rendement van ten minste 85%, waarvan de sturing per appartement afzonderlijk is te regelen. De CO_2-sensoren zijn ten minste aanwezig in de woonkamer en hoofdslaapkamer. Ook decentrale balansventilatiesystemen met eventuele geïntegreerde CO_2-sensoren met een rendement van ten minste 80% zijn acceptabel, mits die ten minste in de woonkamer en hoofdslaapkamer van elk afzonderlijk appartement worden aangebracht; en
|
||||
c. een kierdichtheid die blijkens een luchtdichtheidstest (Qv_10) kar [l/s m^2], uitgevoerd volgens ISSO 82.1, 6^e druk, hoofdstuk 7.1.5., ten hoogste 0,4 bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -291,9 +290,9 @@ De isolatiewaarden in een zeer energiezuinig pakket zijn:
|
|||
|
||||
a. voor het dak: ten minste Rc 6,5 [m^2K/W];
|
||||
b. voor de gevel: ten minste Rc 5,0 [m^2K/W];
|
||||
c. voor de vloer of bodem: ten minste Rc 4,0 [m^2K/W];
|
||||
d. triple glas in de bestaande thermische schil met een Ug-waarde van ten hoogste 0,7 [W/m^2K]; en
|
||||
e. voor de kozijnen: ten hoogste Uf 1,5 [W/m^2K] en voor deuren in de gevel: ten hoogste Ud 1,0 [W/m^2K].
|
||||
c. voor de vloer of bodem: ten minste Rc of Rbf 4,0 [m^2K/W];
|
||||
d. triple glas of kozijnpanelen in de bestaande thermische schil met een Ug-waarde of Up-waarde van ten hoogste 0,7 [W/m^2K]; en
|
||||
e. voor alle kozijnen: ten hoogste Uf 1,5 [W/m^2K] en voor deuren in de gevel: ten hoogste Ud 1,0 [W/m^2K].
|
||||
|
||||
**3.** Het zeer energiezuinig pakket kan mede bouwbegeleiding omvatten, mits deze wordt geboden door een bouwbegeleider als bedoeld in artikel 1, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -309,7 +308,7 @@ c. één of meer duurzame warmteopties als bedoeld in artikel 7, derde lid;
|
|||
d. een centrale aansluiting op een warmtenet als bedoeld in artikel 7, vierde lid; en
|
||||
e. één of meer aanvullende energiebesparende maatregelen als bedoeld in artikel 8.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister kan aan een vereniging ten behoeve van een gebouw waarin zich ten minste één koopwoning bevindt subsidie verstrekken voor door een bouwbegeleider te bieden bouwbegeleiding na de datum van indiening van de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 1, eerste lid.
|
||||
**2.** De Minister kan aan een vereniging ten behoeve van een gebouw of groep van gebouwen, waarin zich ten minste één koopwoning bevindt, subsidie verstrekken voor door een bouwbegeleider te bieden bouwbegeleiding na de datum van indiening van de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, mits sprake is van het uitvoeren van minimaal twee verduurzamingsmaatregelen met een minimale investering van € 100.000.
|
||||
|
||||
**3.** Subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel e, wordt uitsluitend verstrekt in combinatie met subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a, b, c of d.
|
||||
|
||||
|
|
@ -325,15 +324,16 @@ e. één of meer aanvullende energiebesparende maatregelen als bedoeld in artike
|
|||
|
||||
In afwijking van het vijfde lid wordt geen subsidie verstrekt indien de begunstigde van de subsidie reeds subsidie heeft ontvangen voor de activiteiten bedoeld in het eerste lid, op grond van:
|
||||
|
||||
a. de Regeling vermindering verhuurderheffing 2014;
|
||||
b. de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector;
|
||||
c. de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing;
|
||||
d. de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen;
|
||||
e. de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen;
|
||||
f. de Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming;
|
||||
g. Subsidieregeling procesondersteuning voor opschaling renovatieprojecten;
|
||||
h. Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld; of
|
||||
i. Subsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevingsgebied Groningen.
|
||||
a. de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis;
|
||||
b. de Regeling vermindering verhuurderheffing 2014;
|
||||
c. de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector;
|
||||
d. de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing;
|
||||
e. de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen;
|
||||
f. de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen;
|
||||
g. de Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming;
|
||||
h. Subsidieregeling procesondersteuning voor opschaling renovatieprojecten;
|
||||
i. Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld; of
|
||||
j. Subsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevingsgebied Groningen.
|
||||
|
||||
**9.** Voor zover de subsidie die verstrekt wordt aan een vereniging toekomt aan eigenaren van huurwoningen en bij de aanvraag gebruik wordt gemaakt van artikel 11, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, dienen de voor subsidie in aanmerking komende kosten voor energiebesparende isolatiemaatregelen en aanvullende energiebesparende maatregelen en zeer energiezuinig pakket rechtstreeks verband te houden met het behalen van een hoger niveau van energie-efficiëntie en de kosten dienen voor de investering in energie-efficiëntie binnen de totale investeringskosten als een afzonderlijke investering te kunnen worden vastgesteld als bedoeld in artikel 38bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
|
|
@ -341,14 +341,14 @@ i. Subsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevings
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag voor subsidie wordt op grond van artikel 10, eerste en tweede lid, in de periode van 23 januari 2023 tot en met 31 december 2027 ingediend met gebruikmaking van een door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier.
|
||||
**1.** Een aanvraag voor subsidie wordt op grond van artikel 10, eerste en tweede lid, in de periode van 23 januari 2023 tot en met 31 december 2030 ingediend met gebruikmaking van een door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een vereniging kan ten behoeve van een gebouw op grond van artikel 10, eerste en tweede lid, een aanvraag doen voor een subsidie waarvoor:
|
||||
Een vereniging kan ten behoeve van een gebouw of groep van gebouwen op grond van artikel 10, eerste en tweede lid, een aanvraag doen voor een subsidie waarvoor:
|
||||
|
||||
a. op grond van artikel 17, vierde lid, enkel subsidie wordt verstrekt voor het aandeel koopwoningen binnen de vereniging; of
|
||||
b. op grond van artikel 17, vierde lid, subsidie wordt verstrekt voor het aandeel koopwoningen en het aandeel huurwoningen binnen de vereniging. De subsidie die wordt verstrekt ten behoeve van het aandeel huurwoningen binnen de vereniging, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door inachtneming van de voorwaarden van:
|
||||
a. op grond van artikel 17, vijfde lid, enkel subsidie wordt verstrekt voor het aandeel koopwoningen binnen de vereniging; of
|
||||
b. op grond van artikel 17, vijfde lid, subsidie wordt verstrekt voor het aandeel koopwoningen en het aandeel huurwoningen binnen de vereniging. De subsidie die wordt verstrekt ten behoeve van het aandeel huurwoningen binnen de vereniging, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door inachtneming van de voorwaarden van:
|
||||
|
||||
1°. de de-minimisverordening;
|
||||
2°. artikel 38bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
|
||||
|
|
@ -364,19 +364,18 @@ c. de meldcode van de investering, en indien er geen meldcode beschikbaar is ges
|
|||
d. het aantal appartementen in het gebouw;
|
||||
e. als het een vereniging betreft waarvan niet alle leden eigenaar-bewoner zijn, een opgave van het als percentage uitgedrukte aandeel appartements- of woonrechten in de vereniging van de leden die eigenaar-bewoner zijn, zulks gerelateerd aan het gebouw ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd;
|
||||
f. indien van toepassing, de vermelding dat de aanvraag een subsidie voor een zeer energiezuinig pakket betreft;
|
||||
g. als het een vereniging betreft waarvan niet alle leden eigenaar-bewoner zijn, het aantal appartementen in het gebouw dat koopwoning is;
|
||||
h. het bankrekeningnummer waarop het subsidiebedrag dient te worden overgemaakt;
|
||||
i. een afschrift van een rechtsgeldig besluit waaruit blijkt dat:
|
||||
g. het bankrekeningnummer van de vereniging waarop het subsidiebedrag dient te worden overgemaakt;
|
||||
h. een afschrift van een rechtsgeldig besluit waaruit blijkt dat:
|
||||
|
||||
1°. de vergadering van eigenaars of de algemene ledenvergadering van de vereniging besloten heeft tot uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen en, indien van toepassing, aanvullende energiebesparende maatregelen of het zeer energiezuinig pakket waarvoor subsidie wordt gevraagd; en
|
||||
2°. namens de vereniging met betrekking tot de uitvoering van die maatregelen of het zeer energiezuinig pakket overeenkomstig de omschrijving in het uitvoerdersformulier, bedoeld in het zevende lid, een offerte is geaccepteerd van het bouwbedrijf dat dit formulier heeft ondertekend;
|
||||
j. indien het een aanvraag voor subsidie voor bouwbegeleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, betreft dient ook de offerte van de bouwbegeleider toegevoegd te worden, inclusief een door de minister beschikbaar gestelde referentieformulier;
|
||||
k. indien het een investering voor een ruimteverwarmingstoestel of een waterverwarmingstoestel als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, betreft, het thermische vermogen bij bivalente of referentieontwerptemperatuur van deze installatie;
|
||||
l. indien het een investering voor een zonneboiler als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel b, betreft, de gegevens ten aanzien van de energetische opbrengst van deze installatie;
|
||||
m. indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op een investering voor dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie in een appartementsgebouw via het isoleren van de bestaande zolder- of vlieringvloer bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, een verklaring van de vereniging dat de zolder of vliering onverwarmd is; of
|
||||
n. indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op een centrale aansluiting op een warmtenet als bedoeld in artikel 7, vierde lid, voor zover van toepassing, een verklaring van de vereniging dat het bestaande gebouw, waarop de desbetreffende investering betrekking heeft, geen centrale aansluiting op een warmtenet had voordat deze investering plaatsvond.
|
||||
1°. de vergadering van eigenaars of de algemene ledenvergadering van de vereniging besloten heeft, onder eventuele voorbehoud van verstrekking van een subsidie op grond van deze regeling, tot uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen en, indien van toepassing, aanvullende energiebesparende maatregelen of het zeer energiezuinig pakket waarvoor subsidie wordt gevraagd; en
|
||||
2°. namens de vereniging met betrekking tot de uitvoering van die maatregelen of het zeer energiezuinig pakket en de eventuele bouwbegeleider, bedoeld in het zevende lid, een offerte is geaccepteerd van het bouwbedrijf;
|
||||
i. indien het een aanvraag voor subsidie voor bouwbegeleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, betreft dient ook de geaccepteerde offerte van de bouwbegeleider toegevoegd te worden, inclusief een door de minister beschikbaar gestelde referentieformulier;
|
||||
j. indien het een investering voor een ruimteverwarmingstoestel of een waterverwarmingstoestel als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, betreft, het thermische vermogen bij bivalente of referentieontwerptemperatuur van deze installatie;
|
||||
k. indien het een investering voor een zonneboiler als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel b, betreft, de gegevens ten aanzien van de energetische opbrengst van deze installatie;
|
||||
l. indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op een investering voor dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie in een appartementsgebouw via het isoleren van de bestaande zolder- of vlieringvloer bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, een verklaring van de vereniging dat de zolder of vliering onverwarmd is; of
|
||||
m. indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op een centrale aansluiting op een warmtenet als bedoeld in artikel 7, vierde lid, voor zover van toepassing, een verklaring van de vereniging dat het bestaande gebouw of de groep van gebouwen, waarop de desbetreffende investering betrekking heeft, geen centrale aansluiting op een warmtenet had voordat deze investering plaatsvond.
|
||||
|
||||
**4.** De minister kan aanvullend bewijs opvragen waaruit blijkt dat het gebouw waarvoor subsidie wordt aangevraagd een monument is.
|
||||
**4.** De minister kan aanvullend bewijs opvragen waaruit blijkt dat het gebouw of de groep van gebouwen waarvoor subsidie wordt aangevraagd een monument is.
|
||||
|
||||
**5.** De aanvraag voor subsidie die betrekking heeft op een investering door een rechtspersoon of natuurlijke persoon, niet-zijnde eigenaar-bewoner, bevat, onverminderd het eerste lid, de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
|
|
@ -404,11 +403,11 @@ b. De geaccepteerde offertes waarin de maatregelen en de kosten daarvan zijn opg
|
|||
De minister kan aan een vereniging subsidie verstrekken voor:
|
||||
|
||||
a. advisering door een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven adviseur over de realisatie van één of meer oplaadpunten op de parkeergelegenheid van het gebouw of groep van gebouwen van een vereniging voor zover zich daarin ten minste één koopwoning bevindt;
|
||||
b. het installeren van basislaadinfrastructuur mits bewoners van een appartement dat in eigendom is van een lid van de vereniging door het installeren van de basislaadinfrastructuur toegang kunnen krijgen tot een oplaadpunt.
|
||||
b. het installeren van basislaadinfrastructuur mits bewoners van een appartement dat in eigendom is van een lid van de vereniging, voor zover zich daarin ten minste één koopwoning bevindt, door het installeren van de basislaadinfrastructuur toegang kunnen krijgen tot een oplaadpunt.
|
||||
|
||||
**2.** Subsidie op grond van het eerste lid wordt voor de subsidiabele activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b afzonderlijk slechts eenmaal per gebouw of groep van gebouwen aan een vereniging verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Een subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a, kan worden verstrekt voor advisering waarbij het schriftelijk advies bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder b, is opgesteld na 5 oktober 2021.
|
||||
**3.** Een subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a, kan worden verstrekt voor advisering waarbij het schriftelijk advies bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder b, niet ouder is dan twee jaar, gerekend vanaf het moment van indiening van de aanvraag.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -448,11 +447,11 @@ e. het installeren van een datanetwerk.
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 12 kan worden ingediend tot en met 31 december 2027.
|
||||
**1.** Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 12 kan worden ingediend tot en met 31 december 2030.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een vereniging kan ten behoeve van een gebouw op grond van artikel 12, eerste lid, onderdeel b, een aanvraag doen voor een subsidie waarvoor op grond van artikel 17, vierde lid, subsidie wordt verstrekt voor het aandeel koopwoningen en het aandeel huurwoningen binnen de vereniging. De subsidie die wordt verstrekt ten behoeve van het aandeel huurwoningen binnen de vereniging, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door inachtneming van de voorwaarden van:
|
||||
Een vereniging kan ten behoeve van een gebouw of groep van gebouwen op grond van artikel 12, eerste lid, onderdeel b, een aanvraag doen voor een subsidie waarvoor op grond van artikel 17, vijfde lid, subsidie wordt verstrekt voor het aandeel koopwoningen en het aandeel huurwoningen binnen de vereniging. De subsidie die wordt verstrekt ten behoeve van het aandeel huurwoningen binnen de vereniging, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door inachtneming van de voorwaarden van:
|
||||
|
||||
1°. de de-minimisverordening;
|
||||
2°. artikel 36a van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
|
@ -474,7 +473,7 @@ d. indien niet alle leden van de vereniging eigenaar-bewoners zijn: een verklari
|
|||
|
||||
De aanvraag, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, bevat:
|
||||
|
||||
a. een opgave van het aantal parkeerplaatsen;
|
||||
a. een opgave van het aantal nieuw aan te sluiten parkeerplaatsen;
|
||||
b. een offerte met een technische omschrijving die aantoont dat de basislaadinfrastructuur faciliteert dat bewoners van een appartement dat in eigendom is van een lid van de vereniging toegang kunnen krijgen tot een oplaadpunt en waaruit blijkt welke activiteiten als bedoeld in artikel 13, derde lid, onderdeel zijn van de installatie van de basislaadinfrastructuur;
|
||||
c. een bewijsstuk dat aantoont dat de parkeerplaatsen in eigendom zijn van de leden van de vereniging;
|
||||
d. een positief besluit van de algemene ledenvergadering van de vereniging over de aanleg van de basislaadinfrastructuur; en
|
||||
|
|
@ -488,7 +487,7 @@ e. indien niet alle leden van de vereniging eigenaar-bewoners zijn: een verklari
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De subsidie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt per aanvraag 75% van de kosten inclusief btw van het maatwerkadvies, DMJOP, procesbegeleiding en onderzoeken als bedoeld in artikel 5, eerste lid, met een maximum van:
|
||||
De subsidie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt per aanvraag 75% van de kosten inclusief btw van het ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming als bedoeld in artikel 5, eerste lid, met een maximum van:
|
||||
|
||||
a. € 20.000 indien het gebouw of de groep gebouwen bestaat uit maximaal tien woningen;
|
||||
b. € 30.000 indien het gebouw of de groep gebouwen bestaat uit elf tot en met dertig woningen; en
|
||||
|
|
@ -496,10 +495,12 @@ c. € 40.000 indien het gebouw of de groep gebouwen bestaat uit meer dan derti
|
|||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de energiescan bedraagt de subsidie maximaal € 1.500 per gebouw of groep van gebouwen.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van het installatie-advies bedraagt de subsidie maximaal € 1.500 per gebouw of groep van gebouwen.
|
||||
**3.** Ten aanzien van het advies en de procesondersteuning voor het plaatsen van een zonnestroom-installatie bedraagt de subsidie maximaal € 1.500 per gebouw of de groep van gebouwen.
|
||||
|
||||
**4.** Ten aanzien van het DuMo-advies (niveau 2) bedraagt de subsidie maximaal € 2.500 per gebouw of groep van gebouwen.
|
||||
|
||||
**5.** Ten aanzien van het advies over de bouwkundige en energetische staat bedraagt de subsidie maximaal € 1.500 per gebouw of de groep van gebouwen.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -566,13 +567,13 @@ a. dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie:
|
|||
b. gevelisolatie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel b, € 40,50 per vierkante meter van de te isoleren oppervlakte, voor zover de subsidiabele kosten betrekking hebben op gemiddeld minimaal 10 m^2per appartement van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil die wordt geïsoleerd;
|
||||
c. glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie in de bestaande thermische schil, voor zover de totale subsidiabele kosten betrekking hebben op het vervangen van een te isoleren oppervlakte van gemiddeld minimaal:
|
||||
|
||||
1°. 3 m^2 per appartement van glas, kozijnpanelen of deuren door HR ++ glas, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende deuren als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 1°: € 50 per vierkante meter van de te isoleren oppervlakte;
|
||||
1°. 3 m^2 per appartement van glas, kozijnpanelen of deuren door HR ++ glas of nieuwe isolerende deuren als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 1°: € 50 per vierkante meter van de te isoleren oppervlakte;
|
||||
2°. 3 m^2 per appartement van glas of kozijnpanelen door nieuwe isolerende kozijnpanelen: € 20 per vierkante meter, voor zover de subsidiabele kosten mede betrekking hebben op het vervangen van glas door HR ++ glas als bedoeld in subonderdeel 1°;
|
||||
3°. 3 m^2 per appartement van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn met een maximale Uf-waarde (W/m^2K) van 1.5, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende deuren als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 2°: € 222 per vierkante meter van de te isoleren oppervlakte; of
|
||||
3°. 3 m^2 per appartement van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn met een maximale Uf-waarde (W/m^2K) van 1.5 of nieuwe isolerende deuren als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 2°: € 222 per vierkante meter van de te isoleren oppervlakte; of
|
||||
4°. 3 m^2 per appartement van glas of kozijnpanelen door nieuwe isolerende kozijnpanelen: € 90 per vierkante meter, voor zover de subsidiabele kosten mede betrekking hebben op het vervangen van glas door triple glas, bedoeld in subonderdeel 3°;
|
||||
5°. 3 m^2 per monumentaal appartement van glas, kozijnpanelen of deuren door hoogrendementsglas, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende deuren of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 3°: € 46 per vierkante meter van de te isoleren oppervlakte;
|
||||
5°. 3 m^2 per monumentaal appartement van glas, kozijnpanelen of deuren door hoogrendementsglas of nieuwe isolerende deuren of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 3°: € 50 per vierkante meter van de te isoleren oppervlakte;
|
||||
6°. 3 m^2 per monumentaal appartement van glas of kozijnpanelen door nieuwe isolerende kozijnpanelen: € 20 per vierkante meter, voor zover de subsidiabele kosten mede betrekking hebben op het vervangen van glas door hoogrendementsglas, bedoeld in subonderdeel 5°;
|
||||
7°. 3 m^2 per monumentaal appartement van glas, kozijnpanelen of deuren door hoogrendementsglas eventueel in combinatie met nieuwe isolerende deuren of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 4°: € 92 per vierkante meter van de te isoleren oppervlakte; of
|
||||
7°. 3 m^2 per monumentaal appartement van glas, kozijnpanelen of deuren door hoogrendementsglas of nieuwe isolerende deuren of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 4°: € 92 per vierkante meter van de te isoleren oppervlakte; of
|
||||
8°. 3 m^2 per monumentaal appartement van glas of kozijnpanelen door nieuwe isolerende kozijnpanelen: € 40 per vierkante meter, voor zover de subsidiabele kosten mede betrekking hebben op het vervangen van glas door hoogrendementsglas, bedoeld in subonderdeel 7°;
|
||||
d. spouwmuurisolatie van de bestaande thermische schil als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel d, € 10,50 per vierkante meter te isoleren oppervlakte, voor zover de subsidiabele kosten betrekking hebben op gemiddeld minimaal 10 vierkante meter per appartement van de oppervlakte van bestaande spouwmuren in de bestaande thermische schil;
|
||||
e. vloer- dan wel bodemisolatie via:
|
||||
|
|
@ -587,7 +588,7 @@ In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, is voor het isoleren v
|
|||
a. er sprake is van gebouwen met een oppervlakte van het gehele dak voor meer dan 30% aan dakterrassen en balkons die liggen boven woningen van leden van de vereniging; en
|
||||
b. de verduurzaming van die dakterrassen en balkons alleen tegen disproportionele hoge kosten kan worden uitgevoerd. Disproportioneel hoge kosten zijn kosten die ten minste tweemaal hoger liggen ten opzichte van een te isoleren oppervlakte van een dak met een vergelijkbaar oppervlak dat niet uit dakterrassen en balkons bestaat.
|
||||
|
||||
**3.** Wanneer er maar één energiebesparende isolatiemaatregel in totaal wordt uitgevoerd, bedraagt het subsidiebedrag ten hoogste de helft van het subsidiebedrag, genoemd in het eerste en vierde lid.
|
||||
**3.** Wanneer er maar één energiebesparende isolatiemaatregel in totaal wordt uitgevoerd, bedraagt het subsidiebedrag ten hoogste de helft van het subsidiebedrag, genoemd in het eerste en vierde lid. Dit wordt omgezet naar het volledige subsidiebedrag, indien binnen vierentwintig maanden vanaf het moment van de subsidiebeschikking voor één energiebesparende isolatiemaatregel een subsidieaanvraag voor een volgende energiebesparende isolatiemaatregel of een duurzame warmteoptie voor een gebouw of groep van gebouwen wordt toegekend.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -620,8 +621,8 @@ e. in geval van een investering in bodemisolatie: € 1 per m^2.
|
|||
De subsidie voor een investering voor een centrale aansluiting op een warmtenet als bedoeld in artikel 7, vierde lid, bedraagt bij een vermogen van:
|
||||
|
||||
1°. ten hoogste 100 kW: € 3.375;
|
||||
2°. meer dan 100 kW tot en met 1.250 kW: € 32.503; of
|
||||
3°. meer dan 1250 kW: € 32.503.
|
||||
2°. meer dan 100 kW tot en met 1.250 kW: € 30.208; of
|
||||
3°. meer dan 1250 kW: € 30.208.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -635,23 +636,21 @@ De subsidie voor bouwbegeleiding, bedoeld in artikel 1, eerste lid, bedraagt 50
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie voor een vereniging bedraagt per appartement gemiddeld ten hoogste € 15.000 op grond van artikel 10, eerste lid, en ten hoogste € 20.000 op grond van artikel 9, eerste en tweede lid.
|
||||
**1.** De subsidie voor een vereniging bedraagt per appartement gemiddeld ten hoogste € 15.000 op grond van artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b en e, en ten hoogste € 20.000 op grond van artikel 10, eerste lid, onderdelen a tot en met e.
|
||||
|
||||
**2.** De totale subsidie voor een vereniging op grond van artikel 10, eerste en tweede lid, bedraagt ten hoogste € 2.500.000.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, onderdeel 2° of 3°, betreft, bedraagt de totale subsidie voor een vereniging op grond van artikel 10, eerste lid, ten hoogste 30% van de voor staatssteun in aanmerking komende kosten van de te treffen energiebesparende isolatiemaatregelen, duurzame warmteopties en aanvullende energiebesparende maatregelen of het zeer energiezuinig pakket.
|
||||
**2.** Indien het een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, onderdeel 2° of 3°, betreft, bedraagt de totale subsidie voor een vereniging op grond van artikel 10, eerste lid, ten hoogste 30% van de voor staatssteun in aanmerking komende kosten van de te treffen energiebesparende isolatiemaatregelen, duurzame warmteopties en aanvullende energiebesparende maatregelen of het zeer energiezuinig pakket.
|
||||
|
||||
### Artikel 20a
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie voor een vereniging voor het oplaadpuntenadvies bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten hoogste 75 procent van de kosten voor de advisering, met een maximum van € 1.500.
|
||||
**1.** De subsidie voor een vereniging voor het oplaadpuntenadvies bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten hoogste 75 % van de kosten voor de advisering, met een maximum van € 1.500.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, voor het installeren van basislaadinfrastructuur bedraagt € 100 per parkeerplaats.
|
||||
**2.** De subsidie bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, voor het installeren van basislaadinfrastructuur bedraagt € 100 per nieuw aan te sluiten parkeerplaats.
|
||||
|
||||
### Artikel 20b
|
||||
|
||||
Ter bepaling van de subsidiehoogte wisselen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de uitvoeringsorganisatie belast met de uitvoering van Maatregel 29 onderling uitsluitend de volgende gegevens uit:
|
||||
Ter bepaling van de subsidiehoogte wisselen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het Samenwerkingsverband Noord-Nederland dat belast is met de uitvoering van Maatregel 29 onderling uitsluitend de volgende gegevens uit:
|
||||
|
||||
a. het adres van de woning waarvoor subsidie wordt aangevraagd of is verleend;
|
||||
a. het adres van het gebouw of de groep van gebouwen waarvoor subsidie wordt aangevraagd of is verleend;
|
||||
b. de gesubsidieerde activiteiten;
|
||||
c. de naam van de regeling waarvoor eerder subsidie is verkregen, het subsidiebedrag en de datum van de beschikking tot subsidieverlening- en vaststelling; en
|
||||
d. indien noodzakelijk, de facturen van de gesubsidieerde activiteiten.
|
||||
|
|
@ -668,7 +667,7 @@ d. indien noodzakelijk, de facturen van de gesubsidieerde activiteiten.
|
|||
Voor een investering voor duurzame warmteopties of een centrale aansluiting op een warmtenet als bedoeld in artikel 7, derde lid, respectievelijk vierde lid, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat:
|
||||
|
||||
a. een overeenkomst wordt gesloten met een bouwinstallatiebedrijf of warmteleverancier in verband met de aanschaf van de installatie of installaties dan wel de centrale aansluiting op een warmtenet; en
|
||||
b. de installatie of installaties dan wel de centrale aansluiting op een warmtenet waarop de overeenkomst, bedoeld in onderdeel a, betrekking heeft, zijn geïnstalleerd respectievelijk aangesloten.
|
||||
b. de installatie of installaties dan wel de centrale aansluiting op een warmtenet waarop de overeenkomst, bedoeld in onderdeel a, betrekking heeft, worden geïnstalleerd respectievelijk aangesloten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VII. Subsidieverplichtingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -743,7 +742,7 @@ Onverminderd artikel 24, eerste, tweede en derde lid, van het Kaderbesluit gaat
|
|||
a. een factuur of facturen en betaalbewijs of betaalbewijzen van de aanschaf en installatie van de investering voor duurzame warmteopties en aanvullende energiebesparende maatregelen als bedoeld in artikel 7, derde lid en artikel 8, waaronder begrepen de door het bouwinstallatiebedrijf getekende factuur in geval van contante betaling van deze investeringen, waarop ten minste het betaalde bedrag, de begunstigde en betaaldatum vermeld wordt;
|
||||
b. indien het een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen of een zeer energiezuinig pakket betreft:
|
||||
|
||||
1°. een factuur en betaalbewijs als bedoeld in onderdeel a, met daarin ten minste de naam en het adres van de vereniging en het bouwbedrijf dat werkzaamheden betreffende de investering of investeringen heeft uitgevoerd, een omschrijving van het soort energiebesparende isolatiemaatregel of maatregelen uit het zeer energiezuinig pakket en aanverwante werkzaamheden die door het bouwbedrijf uitgevoerd zijn, de naam, het type, het merk, de dikte en indien beschikbaar de meldcode, van het isolatiemateriaal dat gebruikt is en de plaats en bijhorende oppervlakte die in de desbetreffende koopwoning geïsoleerd is;
|
||||
1°. een factuur en betaalbewijs als bedoeld in onderdeel a, met daarin ten minste de naam en het adres van de vereniging en het bouwbedrijf dat werkzaamheden betreffende de investering of investeringen heeft uitgevoerd, een omschrijving van het soort energiebesparende isolatiemaatregel of maatregelen uit het zeer energiezuinig pakket en aanverwante werkzaamheden die door het bouwbedrijf uitgevoerd zijn, de naam, het type, het merk, de dikte en indien beschikbaar de meldcode, van het isolatiemateriaal dat gebruikt is en de plaats en bijhorende oppervlakte die in het gebouw of de groep van gebouwen geïsoleerd is;
|
||||
2°. ten minste één foto per energiebesparende isolatiemaatregel of maatregel uit het zeer energiezuinig pakket, genomen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden door het bouwbedrijf, met daarop zichtbaar de naam, merk, soort, en dikte van het isolatiemateriaal;
|
||||
3°. indien het een investering voor glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie als bedoeld in artikel 7 tweede lid, onderdeel c, betreft, voor zover van toepassing, een kozijnstaat met daarin een specificatie per kozijn, waarop het merk, type, warmteverlies van het kozijnprofiel (Uf-waarde), glasfabrikant, glassoort, glasopbouw, binnenwerkse breedte en hoogtemaat en totaal aantal m^2 op staan vermeld;
|
||||
c. indien het een investering voor duurzame warmteopties betreft, een document waaruit blijkt dat een investering:
|
||||
|
|
@ -766,7 +765,7 @@ e. indien het een investering voor de centrale aansluiting op een warmtenet als
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023 en vervalt op 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt of aangevraagd.
|
||||
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023 en vervalt op 1 januari 2031, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt of aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue