2007-03-14 | BWBR0006622 | Wegenverkeerswet 1994

This commit is contained in:
Coornhert 2007-03-14 12:00:00 +00:00
parent f5c3791d60
commit d24f97f357

View file

@ -40,7 +40,7 @@ In ieder geval wordt als bromfiets aangemerkt een voertuig dat blijkens het afge
ea. fietsen met trapondersteuning: fietsen die zijn voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW en waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/h bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen;
f. typegoedkeuring: goedkeuring van tot een bepaald type behorende voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers;
g. kenteken: kenteken als bedoeld in artikel 36 of artikel 37, derde lid;
h. kentekenbewijs: kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36;
h. kentekenbewijs: kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 dan wel een kentekenbewijs, afgegeven ter zake van de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 37, derde lid;
i. kentekenregister: register, bedoeld in artikel 42;
j. keuringsbewijs: keuringsbewijs als bedoeld in artikel 72;
k. keuringsrapport: keuringsbewijs of een beschikking tot weigering van de afgifte van een keuringsbewijs;
@ -54,7 +54,8 @@ o. houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen: degene die het voertuig:
3°. anderszins, anders dan als eigenaar of bezitter, tot duurzaam gebruik onder zich heeft;
p. verwerken van gegevens: verwerken als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
q. Dienst Wegverkeer: de in artikel 4a bedoelde dienst;
r. het CBR: de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
r. het CBR: de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen;
s. goedkeuring van een productieproces: ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, verleende goedkeuring van een productieproces van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers.
**2.** Indien de eigenaar van een motorrijtuig of een aanhangwagen niet tevens bezitter is, treedt de bezitter voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor de eigenaar in de plaats.
@ -85,9 +86,12 @@ b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van he
De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken tot:
a. het bevorderen van een doelmatig of zuinig energiegebruik;
b. het waarborgen van het op juiste wijze in rekening brengen van tarieven voor het gebruik van de weg.
b. het waarborgen van het op juiste wijze in rekening brengen van tarieven voor het gebruik van de weg;
c. de regeling van positie, inrichting en werkwijze, alsmede het uitoefenen van toezicht op zelfstandige bestuursorganen die taken verrichten op het terrein van deze wet.
**4.** De vaststelling van regels bij ministeriële regeling ter uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde geschiedt in overeenstemming met Onze bij algemene maatregel van bestuur aangewezen ministers, indien deze regels strekken tot behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede dan wel het derde lid.
**4.** De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, op het terrein van de typegoedkeuring van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, in verband met de toelating tot het verkeer op de weg of het gebruik buiten de weg.
**5.** De vaststelling van regels bij ministeriële regeling ter uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde geschiedt in overeenstemming met Onze bij algemene maatregel van bestuur aangewezen ministers, indien deze regels strekken tot behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede dan wel het derde lid.
### Artikel 2a
@ -164,6 +168,7 @@ Er is een Dienst Wegverkeer, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als RDW. D
De Dienst Wegverkeer is belast met de volgende taken:
a. het in het kader van de toelating tot het verkeer op de weg verlenen van typegoedkeuringen voor voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, en van individuele goedkeuringen voor voertuigen, alsmede het intrekken van typegoedkeuringen en het verrichten van keuringen ingevolge artikel 29,
a1. het ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, verlenen van typegoedkeuringen voor voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers,
b. het houden van toezicht op het overeenstemmen van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers met het type waarvoor de goedkeuring is verleend,
c. het opgeven van kentekens voor motorrijtuigen en aanhangwagens en het ter zake van die opgaven afgeven van kentekenbewijzen, het schorsen van de geldigheid van kentekenbewijzen, het ongeldigverklaren van kentekenbewijzen, alsmede het houden van toezicht als bedoeld in artikel 37, vierde lid,
d. het afgeven van keuringsrapporten voor motorrijtuigen en aanhangwagens,
@ -176,7 +181,7 @@ j. het verlenen van erkenningen als bedoeld in de artikelen 62, 70a, 83 en 101,
k. het houden van toezicht op de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de in onderdeel j bedoelde erkenningen en van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen,
l. het verlenen van ontheffingen als bedoeld in artikel 149a,
m. het opsporen van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten, voor zover de ambtenaren van de Dienst Wegverkeer daarmee ingevolge artikel 159 zijn belast, en
n. het met inachtneming van het bepaalde inartikel 4*q* vaststellen van de tarieven, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 23, tweede lid, 26, eerste lid, 29, tweede lid, 37, vierde lid, 44, eerste lid, 48, eerste lid, 55, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 70, tweede lid, 70d, eerste lid, 70e, tweede lid, 75, eerste lid, 80, eerste lid, 84, eerste lid, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, 91, vierde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, 102, tweede lid, 106, eerste lid, 111, vijfde lid, 128, eerste lid, 144, eerste lid, en 149a, vierde lid alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven,
n. het met inachtneming van het bepaalde in artikel 4q vaststellen van de tarieven, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 22a, eerste lid, 23, tweede lid, 26, eerste lid, 29, tweede lid, 37, vierde lid, 44, eerste lid, 48, eerste lid, 55, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 70, tweede lid, 70d, eerste lid, 70e, tweede lid, 75, eerste lid, 80, eerste lid, 84, eerste lid, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, 91, vierde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, 102, tweede lid, 106, eerste lid, 111, vijfde lid, 128, eerste lid, 144, eerste lid, en 149a, vierde lid, alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven,
o. het sluiten van overeenkomsten met betrekking tot de productie van rijbewijzen, de aflevering ervan en het beheer van de daartoe benodigde voorzieningen;
p. het attenderen van houders van een rijbewijs op het verloop van de geldigheidsduur.
@ -519,7 +524,7 @@ Het is verboden opzettelijk wederrechtelijk een aan een ander toebehorend motorr
### Artikel 12
**1.** Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de aanwijzingen die door de in artikel 159 bedoelde personen dan wel door andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen ter zake van het verkeer op de weg worden gegeven.
**1.** Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de aanwijzingen die door de in artikel 159 bedoelde personen dan wel door andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van personen ter zake van het verkeer op de weg worden gegeven.
**2.** De in het eerste lid bedoelde aanwijzingen mogen slechts worden gegeven in het belang van de veiligheid op de weg, de instandhouding van de weg en de bruikbaarheid daarvan, of de vrijheid van het verkeer dan wel in het belang van met toestemming van Onze Minister verrichte onderzoeken ten behoeve van het verkeer.
@ -599,7 +604,7 @@ Een belanghebbende kan tegen een verkeersbesluit tot plaatsing of verwijdering v
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels inzake de vaststelling van bebouwde kommen vastgesteld.
## Hoofdstuk III. Toelating tot de weg
## Hoofdstuk III. Toelating tot de weg, goedkeuring productieprocessen en goedkeuring gebruik buiten de weg
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
@ -616,15 +621,23 @@ d. driewielige motorrijtuigen,
e. bromfietsen, en
f. aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg.
**2.** De goedkeuring kan worden verleend als typegoedkeuring, dan wel, met betrekking tot voertuigen, als goedkeuring voor een individueel voertuig.
**2.** De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend als typegoedkeuring, dan wel, met betrekking tot voertuigen, als goedkeuring voor een individueel voertuig.
### Paragraaf 2. Typegoedkeuring
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen productieprocessen van bepaalde categorieën van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers dienen te zijn goedgekeurd alvorens de producten voortkomend uit die productieprocessen worden toegelaten tot het verkeer op de weg.
### Paragraaf 2. Typegoedkeuring en goedkeuring productieprocessen van voertuigen en voertuigonderdelen
### Artikel 22
**1.** Een typegoedkeuring wordt op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief door deze dienst verleend indien het voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of de voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier, waarvoor de goedkeuring wordt gevraagd, bij een door de dienst verrichte keuring heeft voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen met betrekking tot de toelating tot het verkeer op de weg. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van die eisen voorschriften worden vastgesteld. In de gevallen, aangegeven in die algemene maatregel van bestuur, worden bij ministeriële regeling eisen vastgesteld met betrekking tot voertuigen die voor een daarbij aan te geven datum in gebruik zijn genomen.
**2.** Met een typegoedkeuring wordt gelijkgesteld de goedkeuring die door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland is verleend overeenkomstig de op het betrokken voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of de voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier betrekking hebbende, in het kader van de Europese Gemeenschappen tot stand gekomen voorschriften.
**2.**
Met een typegoedkeuring wordt gelijkgesteld een typegoedkeuring:
a. die is verleend door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en is verleend overeenkomstig de op het betrokken voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier betrekking hebbende, in het kader van de Europese Unie tot stand gekomen voorschriften;
b. die is verleend door het daartoe bevoegde gezag in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige technische voorschriften die van toepassing zijn op voertuigen op wielen, uitrustingsstukken en onderdelen die in een voertuig op wielen kunnen worden gemonteerd of gebruikt en is verleend overeenkomstig de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van overeenkomstig deze voorschriften verleende goedkeuringen;
c. als bedoeld in artikel 22a, eerste lid.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld betreffende de organisatie van de aanvrager, het proces volgens hetwelk de aanvrager zijn werkzaamheden verricht, het door de aanvrager voor de keuring ter beschikking stellen van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, het door de aanvrager overleggen van bescheiden en verstrekken van inlichtingen ter zake van de keuring alsmede betreffende de wijze waarop de keuring wordt verricht.
@ -632,7 +645,9 @@ f. aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg.
### Artikel 22a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, verleent de Dienst Wegverkeer op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, een typegoedkeuring indien het voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of de voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier, waarvoor de goedkeuring wordt gevraagd, bij een door de dienst verrichte keuring heeft voldaan aan de eisen van het bij regeling van Onze Minister bekendgemaakte besluit.
**2.** De artikelen 22, derde lid, 23, 24 en 25 zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 23
@ -654,13 +669,53 @@ Behoudens bij algemene maatregel van bestuur aangegeven uitzonderingen vervalt e
De Dienst Wegverkeer kan een typegoedkeuring intrekken, indien:
a. degene aan wie de goedkeuring is verleend een voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier doet of laat doorgaan voor goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg, terwijl dat voertuig, dat voertuigonderdeel, dat uitrustingsstuk of die voorziening niet overeenstemt met het type waarvoor de goedkeuring is verleend,
a. degene aan wie de goedkeuring is verleend een voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier doet of laat doorgaan voor goedgekeurd, terwijl dat voertuig, dat voertuigonderdeel, dat uitrustingsstuk of die voorziening niet overeenstemt met het type waarvoor de goedkeuring is verleend,
b. degene aan wie de goedkeuring is verleend, de verplichting, vervat in artikel 23, tweede lid, niet nakomt,
c. degene aan wie de goedkeuring is verleend, handelt in strijd met een of meer andere uit de goedkeuring voortvloeiende verplichtingen, of
d. blijkt dat de goedkeuring ten onrechte is verleend.
### Paragraaf 2a. Goedkeuring productieprocessen
### Artikel 25a
**1.** Een goedkeuring van een productieproces wordt op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief door deze dienst verleend indien het productieproces van het voertuig, het voertuigonderdeel, het uitrustingsstuk of de voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier, waarvoor de goedkeuring wordt gevraagd, bij een door de dienst verrichte keuring heeft voldaan aan de bij regeling van Onze Minister vastgestelde eisen met betrekking tot de toelating tot het verkeer op de weg. Deze eisen kunnen betrekking hebben op het proces volgens hetwelk de aanvrager zijn werkzaamheden met betrekking tot de productie van het voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of de voorziening ter bescherming van de weggebruiker of passagier verricht.
**2.**
Met een goedkeuring van een productieproces wordt gelijkgesteld een goedkeuring van productieprocessen van voertuigen en voertuigonderdelen:
a. die is verleend door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en is verleend overeenkomstig de op het betrokken voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier betrekking hebbende, in het kader van de Europese Unie tot stand gekomen voorschriften;
b. die is verleend door het daartoe bevoegde gezag in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige technische voorschriften die van toepassing zijn op voertuigen op wielen, uitrustingsstukken en onderdelen die in een voertuig op wielen kunnen worden gemonteerd of gebruikt en is verleend overeenkomstig de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van overeenkomstig deze voorschriften verleende goedkeuringen.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld betreffende de organisatie van de aanvrager, het door de aanvrager voor de keuring ter beschikking stellen van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, het door de aanvrager overleggen van bescheiden en verstrekken van inlichtingen ter zake van de keuring alsmede betreffende de wijze waarop de keuring van een productieproces wordt verricht.
**4.** Onze Minister kan bepalen dat op nader aangeduide soorten voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, die zijn vervaardigd overeenkomstig het goedgekeurde productieproces, overeenkomstig door hem vastgestelde regels een door hem vastgesteld keurmerk of een door hem bekendgemaakte aanduiding moet zijn vermeld dan wel door hem aangewezen gegevens moeten zijn vermeld.
### Artikel 25b
**1.** De Dienst Wegverkeer houdt toezicht op het productieproces van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers waarvoor de goedkeuring is verleend. Tot dit toezicht kan behoren het steekproefsgewijs of periodiek controleren van de organisatie van degene aan wie de goedkeuring is verleend alsmede van het productieproces. Degene aan wie de goedkeuring is verleend, is gehouden aan voor het houden van het toezicht noodzakelijke werkzaamheden medewerking te verlenen.
**2.** Degene aan wie een goedkeuring is verleend, is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende de wijze waarop het toezicht wordt gehouden en de verplichting tot medewerking daaraan van degene aan wie een goedkeuring is verleend.
### Artikel 25c
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wanneer een goedkeuring van een productieproces vervalt.
### Artikel 25d
**1.** De Dienst Wegverkeer trekt een goedkeuring van een productieproces in, indien degene aan wie de goedkeuring is verleend, daarom verzoekt.
**2.**
De Dienst Wegverkeer kan een goedkeuring van een productieproces intrekken, indien:
a. degene aan wie de goedkeuring is verleend een voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier doet of laat doorgaan die niet overeenkomstig het goedgekeurde productieproces zijn vervaardigd,
b. degene aan wie de goedkeuring is verleend, de verplichting, vervat in artikel 22c, tweede lid, niet nakomt,
c. degene aan wie de goedkeuring is verleend, handelt in strijd met een of meer andere uit de goedkeuring voortvloeiende verplichtingen, of
d. blijkt dat de goedkeuring ten onrechte is verleend.
### Paragraaf 3. Individuele goedkeuring
### Artikel 26
@ -679,7 +734,7 @@ De in artikel 22, eerste lid, of 26, eerste lid, bedoelde goedkeuring wordt eers
**1.** Indien het een voertuig betreft dat is bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van personen per bus waarop de Wet personenvervoer 2000 betrekking heeft, wordt de in artikel 22, eerste lid, of 26, eerste lid, bedoelde goedkeuring eerst verleend indien het voertuig bij de keuring tevens heeft voldaan aan de eisen die ingevolge artikel 104, aanhef en onderdeel a, van de Wet personenvervoer 2000 voor wat betreft inrichting en uitrusting aan dat voertuig worden gesteld.
**2.** De keuring kan worden beperkt tot de in het eerste lid bedoelde eisen ingevolge de Wet personenvervoer 2000, indien het voertuig reeds eerder overeenkomstig paragraaf 2 of paragraaf 3 is goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg.
**2.** De keuring kan worden beperkt tot de in het eerste lid bedoelde eisen ingevolge de Wet personenvervoer 2000, indien het voertuig reeds eerder overeenkomstig paragraaf 2 of paragraaf 3 is goedgekeurd.
**3.** Op het voor het voertuig af te geven kentekenbewijs wordt melding gemaakt van goedkeuring als bedoeld in het eerste lid.
@ -717,10 +772,14 @@ Vervallen
### Artikel 35
Het is verboden een voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier, welk voertuig, voertuigonderdeel of uitrustingsstuk dan wel welke voorziening niet ingevolge artikel 22 of 26 is toegelaten tot het verkeer op de weg, door het aanbrengen van een teken of tekens, het afgeven van een bewijs of bewijzen dan wel het doen van mededelingen te doen of laten doorgaan voor goedgekeurd voor zodanige toelating.
Het is verboden een voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier, welk voertuig, voertuigonderdeel of uitrustingsstuk dan wel welke voorziening niet ingevolge artikel 22 of 26 is toegelaten, door het aanbrengen van een teken of tekens, het afgeven van een bewijs of bewijzen dan wel het doen van mededelingen te doen of laten doorgaan voor goedgekeurd voor zodanige toelating.
### Paragraaf 6. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk op de goedkeuring voor het gebruik buiten de weg
### Artikel 35a
In de ingevolge de artikelen 21, eerste en derde lid, 22, eerste lid, 25a, eerste lid, 26, eerste lid, en 34, eerste lid, vastgestelde regels kan ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, worden bepaald dat zij mede betrekking hebben op de goedkeuring van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers voor gebruik buiten de weg.
## Hoofdstuk IV. Kentekens en kentekenbewijzen
### Paragraaf 1. Kentekenplicht
@ -764,7 +823,7 @@ Artikel 36 is niet van toepassing op:
a. de volgende categorieën motorrijtuigen alsmede de door die motorrijtuigen voortbewogen aanhangwagens:
1°. bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde categorieën bromfietsen, alsmede bromfietsen in het internationaal verkeer, afkomstig uit een land waar voor deze voertuigen geen kenteken is opgegeven,
2°. landbouwtrekkers,
2°. landbouw- of bosbouwtrekkers,
3°. gehandicaptenvoertuigen en
4°. motorrijtuigen met beperkte snelheid;
b. in het buitenland geregistreerde motorrijtuigen en aanhangwagens, die zich in het internationaal verkeer bevinden, mits ter zake van de registratie van het betrokken voertuig door het daartoe bevoegde gezag in het buitenland een bewijs is afgegeven dat voldoet aan de daaraan gestelde eisen in de tussen Nederland en het betrokken land van kracht zijnde internationale overeenkomst en het betrokken voertuig voldoet aan de eisen die in die overeenkomst dan wel bij algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van die overeenkomst aan dat voertuig worden gesteld met betrekking tot de toelating tot het internationaal verkeer;
@ -775,7 +834,7 @@ c. motorrijtuigen en aanhangwagens, mits wordt voldaan aan nadere bij ministeri
**2.** Voor aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg alsmede voor aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waar voor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, geldt het vereiste dat een kenteken dient te zijn opgegeven niet. Indien een dergelijke aanhangwagen is verbonden met een in Nederland geregistreerd motorrijtuig, dient die aanhangwagen te zijn voorzien van het kenteken dat is opgegeven voor dat motorrijtuig.
**3.** Voor motorrijtuigen en aanhangwagens, die behoren tot de bedrijfsvoorraad van een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend of die voor herstel of bewerking ter beschikking zijn gesteld van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, geldt het vereiste dat een kenteken voor een bepaald voertuig dient te zijn opgegeven, niet mits overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels gebruik wordt gemaakt van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen, door de Dienst Wegverkeer aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon opgegeven, kenteken. Onze Minister kan aan laatstbedoelde opgave voorschriften verbinden. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het gebruik van een zodanig kenteken verplicht is.
**3.** Voor motorrijtuigen en aanhangwagens, die behoren tot de bedrijfsvoorraad van een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend of die voor herstel of bewerking ter beschikking zijn gesteld van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, geldt het vereiste dat een kenteken voor een bepaald voertuig dient te zijn opgegeven niet, mits overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels gebruik wordt gemaakt van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen, door de Dienst Wegverkeer aan die natuurlijke persoon of rechtspersoon dan wel aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend en die het voertuig ten behoeve van eerstbedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon ten verkoop voorhanden heeft, opgegeven kenteken. De Dienst Wegverkeer kan aan deze opgaven voorschriften verbinden. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het gebruik van een zodanig kenteken verplicht is.
**4.** Met het toezicht op de naleving van de uit het derde lid voortvloeiende verplichtingen zijn belast de bij besluit van de Dienst Wegverkeer aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. Het toezicht heeft in ieder geval betrekking op het gebruik van het in het derde lid bedoelde kenteken. De aldaar bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief. Bij ministeriële regeling worden nadere regels omtrent het toezicht vastgesteld.
@ -825,15 +884,17 @@ Het is verboden:
a. op een motorrijtuig of een aanhangwagen enig teken of middel aan te brengen of te doen aanbrengen met het oogmerk de herkenning, daaronder begrepen de herkenning met behulp van technische voorzieningen, van het ingevolge artikel 40 gevoerde kenteken te bemoeilijken;
b. een motorrijtuig op de weg te laten staan of daarmee over de weg te rijden dan wel een aanhangwagen op de weg te laten staan of met een motorrijtuig over de weg voort te bewegen, wanneer op dat motorrijtuig of die aanhangwagen enig teken of middel is aangebracht, waardoor de herkenning, daaronder begrepen de herkenning met behulp van technische voorzieningen, van het ingevolge artikel 40 gevoerde kenteken wordt bemoeilijkt;
c. op een motorrijtuig of een aanhangwagen een teken, niet zijnde een ingevolge artikel 36 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig of die aanhangwagen opgegeven kenteken, aan te brengen of te doen aanbrengen met het oogmerk dat teken te doen doorgaan voor een zodanig kenteken;
d. een motorrijtuig op de weg te laten staan of daarmee over de weg te rijden dan wel een aanhangwagen op de weg te laten staan of met een motorrijtuig over de weg voort te bewegen, wanneer op dat motorrijtuig of die aanhangwagen een teken is aangebracht dat, niet zijnde een ingevolge artikel 36 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig of die aanhangwagen opgegeven kenteken, door kan gaan voor een zodanig kenteken.
c. op een motorrijtuig of een aanhangwagen een teken, niet zijnde een ingevolge artikel 36 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig of die aanhangwagen opgegeven kenteken, aan te brengen of te doen aanbrengen met het oogmerk dat teken te doen doorgaan voor een zodanig kenteken dan wel met de kennelijke bedoeling dat teken te doen doorgaan voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands kenteken dan wel een met toepassing van artikel 37, derde lid, opgegeven kenteken;
d. een motorrijtuig op de weg te laten staan of daarmee over de weg te rijden dan wel een aanhangwagen op de weg te laten staan of met een motorrijtuig over de weg voort te bewegen, wanneer op dat motorrijtuig of die aanhangwagen een teken is aangebracht dat, niet zijnde een ingevolge artikel 36 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig of die aanhangwagen opgegeven kenteken, door kan gaan voor een zodanig kenteken dan wel voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands kenteken of een met toepassing van artikel 37, derde lid, opgegeven kenteken;
e. op een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig of een in het buitenland geregistreerde aanhangwagen een teken, niet zijnde een aldaar voor dat voertuig of aan de eigenaar of houder daarvan opgegeven kenteken, aan te brengen of te doen aanbrengen met het oogmerk dat teken te doen doorgaan voor een zodanig kenteken;
f. een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig op de weg te laten staan of daarmee over de weg te rijden dan wel een in het buitenland geregistreerde aanhangwagen op de weg te laten staan of met een motorrijtuig over de weg voort te bewegen, wanneer op dat motorrijtuig of die aanhangwagen een teken is aangebracht dat, niet zijnde een in het buitenland voor dat voertuig of aan de eigenaar of houder daarvan opgegeven kenteken, door kan gaan voor een zodanig kenteken.
**2.**
Voor overtreding van het eerste lid, onderdelen *b* en *d*, zijn aansprakelijk:
Voor overtreding van het eerste lid, onderdelen b, d en f, zijn aansprakelijk:
a. voor zover het betreft een motorrijtuig, de eigenaar of houder die het motorrijtuig op de weg laat staan of daarmee over de weg laat rijden, alsmede in het geval dat met dat motorrijtuig over de weg wordt gereden, de bestuurder, een en ander echter slechts indien de eigenaar, houder of bestuurder weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat op het motorrijtuig een teken of middel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, dan wel een teken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *d*, is aangebracht, en
b. voor zover het betreft een aanhangwagen, de eigenaar of houder die de aanhangwagen op de weg laat staan of deze met een motorrijtuig over de weg laat voortbewegen, alsmede in het geval dat de aanhangwagen met een motorrijtuig over de weg wordt voortbewogen, de bestuurder van dat motorrijtuig, een en ander echter slechts indien de eigenaar, houder of bestuurder weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat op de aanhangwagen een teken of middel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, dan wel een teken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *d*, is aangebracht.
a. voor zover het betreft een motorrijtuig, de eigenaar of houder die het motorrijtuig op de weg laat staan of daarmee over de weg laat rijden, alsmede in het geval dat met dat motorrijtuig over de weg wordt gereden, de bestuurder, een en ander echter slechts indien de eigenaar, houder of bestuurder weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat op het motorrijtuig een teken of middel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dan wel een teken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d of f, is aangebracht, en
b. voor zover het betreft een aanhangwagen, de eigenaar of houder die de aanhangwagen op de weg laat staan of deze met een motorrijtuig over de weg laat voortbewegen, alsmede in het geval dat de aanhangwagen met een motorrijtuig over de weg wordt voortbewogen, de bestuurder van dat motorrijtuig, een en ander echter slechts indien de eigenaar, houder of bestuurder weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat op de aanhangwagen een teken of middel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dan wel een teken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d of f, is aangebracht.
### Paragraaf 3. Registratie van kentekens
@ -978,7 +1039,12 @@ Onze Minister kan aan besturen van verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid,
### Artikel 55
**1.** De Dienst Wegverkeer geeft overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels voor kentekenbewijzen of delen daarvan, die versleten, geheel of ten dele onleesbaar, verloren geraakt of teniet gegaan zijn, op aanvraag en tegen betaling, op de door deze dienst vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, vervangende bewijzen af.
**1.**
Op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, geeft deze dienst overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels vervangende bewijzen af voor:
a. kentekenbewijzen of delen daarvan, die versleten, geheel of ten dele onleesbaar, verloren geraakt of teniet gegaan zijn;
b. kentekenbewijzen in geval van vermissing van de bijbehorende kentekenplaten.
**2.** Het vervangende bewijs treedt in de plaats van het eerder afgegeven kentekenbewijs of deel daarvan en wordt niet afgegeven dan nadat het versleten of geheel of ten dele onleesbaar geworden kentekenbewijs of deel daarvan, waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer.
@ -1026,7 +1092,9 @@ f. in andere bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen gevallen.
### Artikel 59
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld omtrent het verval van de tenaamstelling in het kentekenregister. De tenaamstelling in het kentekenregister vervalt in ieder geval zodra het kentekenbewijs ongeldig is verklaard ingevolge artikel 58, tweede lid, onderdeel *e*.
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld omtrent het verval van de tenaamstelling in het kentekenregister. De tenaamstelling in het kentekenregister vervalt in ieder geval zodra het kentekenbewijs ongeldig is verklaard ingevolge artikel 58, tweede lid, onderdeel e.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld omtrent het herleven van een vervallen tenaamstelling in het kentekenregister.
### Artikel 60
@ -1347,7 +1415,7 @@ Het is verboden ten opzichte van een motorrijtuig of een aanhangwagen opzettelij
Een keuringsbewijs wordt door degene die ingevolge artikel 78 met de afgifte van keuringsrapporten is belast, afgegeven op aanvraag en tegen betaling op de door deze vastgestelde wijze van het door deze vastgestelde tarief indien het motorrijtuig of de aanhangwagen heeft voldaan aan:
a. de eisen die ingevolge artikel 71 voor wat betreft bouw, inrichting en staat van onderhoud aan dat voertuig worden gesteld, voor zover deze eisen niet ingevolge het tweede lid buiten toepassing blijven, en
a. de eisen die ingevolge artikel 71 voor wat betreft bouw, inrichting en staat van onderhoud aan dat voertuig worden gesteld, voorzover bij deze eisen niet anders is bepaald, dan wel deze eisen niet ingevolge het tweede lid buiten toepassing blijven, en
b. indien het een voertuig betreft dat is bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van personen waarop de Wet personenvervoer 2000 betrekking heeft, de eisen die ingevolge artikel 104, aanhef en onderdeel a, van die wet voor wat betreft inrichting en uitrusting aan dat voertuig worden gesteld.
Het hiervoor bedoelde tarief omvat mede een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld bedrag ter zake van het attenderen door deze dienst op de in artikel 72 opgenomen verplichting. Indien degene die met de afgifte van keuringsrapporten is belast een persoon is als bedoeld in artikel 78, eerste lid, onder b, draagt deze dit bedrag af aan de Dienst Wegverkeer op de door deze dienst vastgestelde wijze.
@ -1395,7 +1463,7 @@ Degene die ingevolge artikel 78 met de afgifte van keuringsbewijzen is belast, d
### Artikel 81
**1.** Een keuringsbewijs is geldig voor de duur van een jaar. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welk tijdstip een keuringsbewijs geldigheid verkrijgt.
**1.** Een keuringsbewijs is geldig voor de duur van een jaar. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welk tijdstip een keuringsbewijs geldigheid verkrijgt en kan tevens voor verschillende groepen van voertuigen een langere geldigheidsduur worden vastgesteld.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden voor daarbij aangewezen groepen van motorrijtuigen, ten aanzien waarvan ingevolge artikel 75, tweede lid, ten behoeve van de afgifte van een keuringsbewijs slechts behoeft te worden voldaan aan de eisen met betrekking tot de bestrijding van luchtverontreiniging, een langere geldigheidsduur van het keuringsbewijs worden vastgesteld.
@ -1438,12 +1506,14 @@ De erkende natuurlijke personen of rechtspersonen zijn verplicht het door de aan
**2.** De bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen geldt voor motorrijtuigen en aanhangwagens die behoren tot een in de verlening van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen aangewezen groep, en kan gelden voor bepaalde of onbepaalde tijd.
**3.** De bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen wordt verleend indien de natuurlijke persoon voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde eisen.
**3.** De bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen wordt verleend indien de natuurlijke persoon beschikt over een examencertificaat van een door Onze Minister aangewezen exameninstantie en overigens voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. Daarbij kan aan de Dienst Wegverkeer de bevoegdheid worden verleend voorwaarden vast te stellen ten aanzien van het voldoen aan deze eisen.
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld met betrekking tot de aanvraag tot het verlenen van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen en met betrekking tot de bevoegdheidspas.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld die aan de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen worden verbonden en kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld.
**6.** Het tarief voor het examen dat de natuurlijke persoon dient af te leggen om het in het derde lid bedoelde certificaat te verkrijgen, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
### Artikel 86
**1.**
@ -1459,9 +1529,11 @@ b. het aan een keuring onderwerpen door daartoe bevoegde natuurlijke personen.
**4.** De geldigheid van het keuringsbewijs vervalt indien de eigenaar of houder niet voldoet aan de in het tweede lid bedoelde verplichting of indien het motorrijtuig of de aanhangwagen bij de herkeuring niet voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 75, eerste lid, onderdeel a, en indien het een voertuig betreft als bedoeld in artikel 75, eerste lid, onderdeel b, tevens aan de daar bedoelde eisen.
**5.** Degene aan wie een erkenning is verleend, is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief.
**5.** Met het toezicht op de naleving van de uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen zijn belast de bij besluit van de Dienst Wegverkeer aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende de wijze waarop de steekproef wordt uitgevoerd, alsmede betreffende de verplichting tot medewerking daaraan van de eigenaar of houder. Deze regels kunnen inhouden dat een verscherpt toezicht wordt gehouden indien blijkt dat wordt gehandeld in strijd met een of meer uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen of in strijd met een of meer uit de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen voortvloeiende verplichtingen.
**6.** Degene aan wie een erkenning is verleend, is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende de wijze waarop de steekproef wordt uitgevoerd, alsmede betreffende de verplichting tot medewerking daaraan van de eigenaar of houder. Deze regels kunnen inhouden dat een verscherpt toezicht wordt gehouden indien blijkt dat wordt gehandeld in strijd met een of meer uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen of in strijd met een of meer uit de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen voortvloeiende verplichtingen.
### Artikel 86a
@ -1480,7 +1552,7 @@ De Dienst Wegverkeer kan een erkenning intrekken of wijzigen indien degene aan w
a. niet meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde eisen,
b. in strijd met de eisen, bedoeld in artikel 75, eerste lid, onderdeel a, of de regels, bedoeld in artikel 76, derde lid, een keuringsbewijs afgeeft voor een motorrijtuig of een aanhangwagen,
c. een keuringsrapport afgeeft voor een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor de erkenning niet geldt,
d. de verplichting, vervat in artikel 85, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, of 91, vierde lid, niet nakomt,
d. de verplichting, vervat in artikel 85, 86, zesde lid, 90, vierde lid, of 91, vierde lid, niet nakomt,
e. weigert een keuringsbewijs af te geven voor een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor de erkenning geldt, hoewel dat voertuig bij een keuring, verricht met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 76, derde lid, voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 75, eerste lid, onderdeel a, of
f. handelt in strijd met een of meer andere uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen.
@ -1662,7 +1734,7 @@ c. behoorlijk leesbaar te zijn.
Artikel 107 is niet van toepassing op bestuurders van:
a. gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een motor, landbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid;
a. gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een motor, landbouw- of bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid;
b. motorrijtuigen, gedurende de tijd dat aan die bestuurders rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven, voor zover het motorrijtuig daarbij niet onder toezicht wordt bestuurd en overigens is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden;
c. motorrijtuigen, gedurende de tijd dat door die bestuurders een rijproef wordt afgelegd in het kader van een onderzoek, door of vanwege de overheid ingesteld, naar hun rijvaardigheid of geschiktheid, voor zover het motorrijtuig daarbij niet onder toezicht wordt bestuurd en overigens is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden;
d. motorrijtuigen, indien die bestuurders vreemdelingen in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 zijn, die op grond van hun hoedanigheid van of betrekking tot diplomatiek of consulair personeel dan wel op grond van hun hoedanigheid van of betrekking tot personeel in dienst van een in Nederland gevestigde internationale organisatie houder zijn van een door Onze Minister van Buitenlandse Zaken verstrekt identiteitsbewijs voor geprivilegieerden en aan wie, tenzij het een bestuurder van een bromfiets betreft, door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden;
@ -1698,7 +1770,7 @@ Vervallen
**1.** Motorrijtuigen mogen slechts worden bestuurd door personen die de leeftijd van achttien jaren of, voor zover het betreft motorrijtuigen, al dan niet met aanhangwagen, die zijn ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, de leeftijd van eenentwintig jaren hebben bereikt.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een lagere minimumleeftijd dan die in het eerste lid genoemd, worden vastgesteld voor het besturen van bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, landbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid, niet zijnde stoom- en motorwalsen.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een lagere minimumleeftijd dan die in het eerste lid genoemd, worden vastgesteld voor het besturen van bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, landbouw- of bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid, niet zijnde stoom- en motorwalsen.
**3.** Het eerste lid geldt niet voor degene aan wie rijonderricht wordt gegeven in het kader van een opleiding voor beroepschauffeur, mits is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden.
@ -2180,11 +2252,11 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen ter uitvoering van de richtlijn aanvullend
### Artikel 146
Onze Minister kan van bepalingen van deze wet vrijstelling verlenen voor het gebruik van de weg ten behoeve van openbare diensten.
Onze Minister kan, met inachtneming van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, van bepalingen van deze wet vrijstelling verlenen voor het gebruik van de weg ten behoeve van openbare diensten.
### Artikel 147
Onze Minister kan van het bepaalde krachtens deze wet vrijstelling verlenen voor het gebruik van de weg ten behoeve van openbare of door Onze Minister daarmee gelijk te stellen diensten.
Onze Minister kan, met inachtneming van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, van het bepaalde krachtens deze wet vrijstelling verlenen voor het gebruik van de weg ten behoeve van openbare of door Onze Minister daarmee gelijk te stellen diensten.
### Artikel 148
@ -2230,7 +2302,7 @@ d. voor andere wegen door burgemeester en wethouders of krachtens besluit van he
**2.** In de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen behoeft de Dienst Wegverkeer voor de in artikel 149a, tweede lid, bedoelde ontheffing de toestemming van de wegbeheerder. In deze gevallen wordt de toestemming verleend op basis van een door de Dienst Wegverkeer in overleg met de betrokken wegbeheerder opgestelde ontwerp-ontheffing.
**3.** De wegbeheerder kan uitsluitend de toestemming weigeren, indien dat gerechtvaardigd is met het oog op de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven doeleinden.
**3.** De wegbeheerder kan uitsluitend de toestemming weigeren, indien dat gerechtvaardigd is met het oog op de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven belangen.
**4.** Bij het verstrekken van gegevens en informatie, bedoeld in het eerste lid, kan de wegbeheerder aangeven dat aan de door de Dienst Wegverkeer te verlenen ontheffing beperkingen of voorschriften worden verbonden, indien dat gerechtvaardigd is met het oog op de bescherming van de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven belangen.
@ -2373,7 +2445,7 @@ d. indien hem ter zake van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift
De in het eerste lid bedoelde vordering wordt gedaan in geval van overtreding van:
a. artikel 8, indien bij een onderzoek als bedoeld in het tweede lid, van die bepaling blijkt of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger is dan vijfhonderdzeventig microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed;
a. artikel 8, indien bij een onderzoek als bedoeld in het tweede lid, van die bepaling blijkt of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger is dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed;
b. artikel 8, indien bij een onderzoek als bedoeld in het derde lid van die bepaling blijkt of, bij het ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger is dan 350 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 0,8 milligram alcohol per milliliter bloed;
c. artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid;
d. overschrijding van een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid met vijftig kilometer of meer, door een bestuurder van een motorrijtuig anders dan een bromfiets, in geval van staandehouding van de bestuurder;
@ -2551,7 +2623,7 @@ b. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categor
### Artikel 176
**1.** Overtreding van artikel 41, eerste lid, onderdelen c en d, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met een van beide voormelde straffen.
**1.** Overtreding van artikel 41, eerste lid, onderdelen c tot en met f, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met een van beide voormelde straffen.
**2.** Overtreding van artikel 11 wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
@ -2674,7 +2746,24 @@ Bij overtreding van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, is strafvervol
### Artikel 186
Met ingang van 1 januari 1997 vervalt het deel van het kentekenbewijs dat overeenkomstig artikel 36, vierde lid, in of op het motorrijtuig moet worden gevoerd. Artikel 36, vierde lid, artikel 57, eerste lid, onderdeel *a*, en artikel 61, eerste lid, onderdelen *a* en *b* en tweede lid, vervallen alsdan.
**1.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor een periode van ten hoogste zes jaar ten behoeve van experimenten met:
a. verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg;
b. de eisen ten aanzien van voertuigen waarmee over de weg wordt gereden of voertuigen die op de weg staan;
c. de eisen ten aanzien van rijvaardigheid en rijbevoegdheid.
Daarbij kan worden afgeweken van hoofdstuk II, paragraaf 2, hoofdstuk V, paragraaf 1 en hoofdstuk VI, alsmede van de krachtens die paragrafen of dat hoofdstuk gestelde regels, een en ander met inachtneming van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk.
**2.**
In de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt in elk geval bepaald:
a. van welke van de in het eerste lid bedoelde bepalingen wordt afgeweken;
b. het resultaat dat met een experiment, als bedoeld in het eerste lid, wordt beoogd.
**3.** Onze Minister zendt uiterlijk zes maanden voor de beëindiging van een experiment, als bedoeld in het eerste lid, een verslag over de doeltreffendheid en de effecten ervan alsmede een standpunt inzake de voortzetting anders dan als experiment, aan de beide kamers der Staten-Generaal.
### Artikel 187