2004-01-01 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-01 12:00:00 +00:00
parent 99b25a0e22
commit d2539a09b9

View file

@ -53,7 +53,7 @@ v. plaats van tewerkstelling:
w. hoofdplaats van tewerkstelling: de plaats van tewerkstelling, bedoeld in artikel 10, tweede lid;
x. werkgebied:
1. indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een regionaal politiekorps: de desbetreffende regio, het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van die regio waarin de plaats van tewerkstelling van die ambtenaar is gelegen, dan wel een plaats van tewerkstelling waarover dit bevoegd gezag het medebeheer uitoefent, indien deze plaats van tewerkstelling is gelegen buiten de regio;
1. Indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een regionaal politiekorps: de desbetreffende regio, het door het bevoegde gezag aangewezen gedeelte van een regio waarin de plaats van tewerkstelling van die ambtenaar is gelegen, een plaats van tewerkstelling waarover dit bevoegde gezag het medebeheer uitoefent indien deze plaats van tewerkstelling is gelegen buiten de regio, dan wel de regio's van de desbetreffende samenwerkende regionale politiekorpsen tezamen indien de ambtenaar werkzaam is ten behoeve van een bovenregionaal rechercheteam als bedoeld in de Regeling nationale en bovenregionale recherche.
2. indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten, of een bijzondere ambtenaar van politie: Nederland dan wel het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen of
3. indien het betreft een ambtenaar, werkzaam bij het LSOP of bij ITO: het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen;
y. beroepsziekte: een ziekte, welke in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en die niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
@ -147,19 +147,27 @@ f. indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4a.
### Artikel 4a
**1.** De ambtenaar die in vaste dienst is aangesteld, kan in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd worden aangesteld bij een ander regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP of bij ITO, onder de voorwaarde dat na afloop van de aanstelling in tijdelijke dienst de ambtenaar hernieuwd wordt aangesteld in vaste dienst bij het regionale politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP of bij ITO, waar hij was aangesteld direct voorafgaand aan de aanstelling in tijdelijke dienst. De artikelen 7, 8 en 8a, tweede lid, zijn niet van toepassing op de in de eerste volzin genoemde hernieuwde aanstelling in vaste dienst.
**1.** De ambtenaar die in vaste dienst is aangesteld, kan, met zijn instemming, door een ander bevoegd gezag in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd worden aangesteld. Aansluitend aan deze aanstelling in tijdelijke dienst wordt de ambtenaar hernieuwd in vaste dienst aangesteld door het bevoegde gezag binnen wiens gezagsbereik hij was aangesteld onmiddellijk voorafgaand aan de aanstelling in tijdelijke dienst. De artikelen 7, 8 en 8a, tweede lid, zijn niet van toepassing op de hernieuwde aanstelling in vaste dienst.
**2.** De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, kan slechts plaatsvinden ten behoeve van het LSOP, ITO of een bovenregionaal samenwerkingsverband waarvoor in overeenstemming met de Commissie Georganiseerd Overleg in Politieambtenarenzaken regels zijn gegeven.
**2.** Een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid vindt niet eerder plaats dan nadat de ambtenaar en de beide betrokken bevoegde gezagsinstanties gezamenlijk schriftelijke afspraken hebben gemaakt over die aanstelling en over de hernieuwde aanstelling in vaste dienst.
**3.** Het bevoegd gezag bij wie de ambtenaar in vaste dienst is aangesteld, het bevoegd gezag bij wie de ambtenaar in tijdelijke dienst wordt aangesteld, en de ambtenaar maken, voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde aanstelling in tijdelijke dienst, schriftelijke afspraken over de aanstelling in tijdelijke dienst en de terugkeer in vaste dienst.
**3.** De in het tweede lid bedoelde afspraken betreffen in ieder geval de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst, de aard van de werkzaamheden, de voorwaarden waaronder de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst kan worden verkort of verlengd en de voorwaarden waaronder de hernieuwde aanstelling in vaste dienst plaatsvindt. In het kader van een persoonlijk ontwikkelingsplan worden afspraken gemaakt over leerdoelen, de verwezenlijking van die leerdoelen en de begeleiding daarbij van de ambtenaar.
**4.** De in het derde lid bedoelde afspraken omvatten in ieder geval de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst, de voorwaarden waaronder de duur van de tijdelijke aanstelling kan worden verkort of verlengd, en de voorwaarden waaronder de in het eerste lid bedoelde hernieuwde aanstelling in vaste dienst plaatsvindt.
**4.** Een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste zes jaar en kan met instemming van de ambtenaar eenmalig worden verlengd met ten hoogste twee jaar.
**5.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling de maximumduur van de tijdelijke aanstelling, bedoeld in het eerste lid, vaststellen, alsmede nadere richtlijnen voor de toepassing van het vierde lid.
**5.** Ten minste drie maanden voordat de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, eindigt, treden de ambtenaar en beide betrokken bevoegde gezagsinstanties met elkaar in overleg om de gemaakte afspraken over de hernieuwde aanstelling in vaste dienst te concretiseren.
**6.** Bij een hernieuwde aanstelling in vaste dienst, bedoeld in het eerste lid, wordt er van uitgegaan dat het dienstverband niet onderbroken is geweest.
**6.** Bij een hernieuwde aanstelling in vaste dienst als bedoeld in het eerste lid, wordt het dienstverband geacht niet te zijn onderbroken.
**7.** Alleen indien de ambtenaar gedurende de aanstelling in tijdelijke dienst wordt ontslagen op grond van artikel 77, eerste lid, onderdeel j, kan de hernieuwde aanstelling in vaste dienst, bedoeld in het eerste lid, komen te vervallen.
**7.**
Een hernieuwde aanstelling in vaste dienst als bedoeld in het eerste lid, blijft uitsluitend achterwege indien:
a. de ambtenaar uit de aanstelling in tijdelijke dienst wordt ontslagen op grond van artikel 77, eerste lid, onderdeel j,
b. de ambtenaar uit de aanstelling in tijdelijke dienst wordt ontslagen op grond van de artikelen 87, 87a, 88, 88a of 88b, of
c. de ambtenaar uit de aanstelling in tijdelijke dienst wordt ontslagen op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel e, vanwege volledige arbeidsongeschiktheid.
**8.** Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6a, tweede lid, van het Besluit bezoldiging politie heeft het bevoegde gezag dat de ambtenaar hernieuwd in vaste dienst aanstelt een inspanningsverplichting om de ambtenaar een passende functie aan te bieden waaraan de hogere salarisschaal is verbonden die voor hem gold tijdens de aanstelling in tijdelijke dienst. De duur van die verplichting is gelijk aan de tijd dat de hogere salarisschaal voor de ambtenaar heeft gegolden tijdens de aanstelling in tijdelijke dienst.
### Artikel 5
@ -1417,7 +1425,7 @@ c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan vo
**9.** Aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, kan ontslag worden verleend met ingang van de dag, gelegen binnen de bepaalde tijd. In dat geval zijn het derde tot en met achtste lid van overeenkomstige toepassing.
**10.** Onverminderd artikel 4a, zevende lid, en artikel 87, kan aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, bedoeld in het tweede lid, ontslag worden verleend met ingang van de dag, gelegen binnen de bepaalde tijd, mits de ambtenaar aansluitend hernieuwd in vaste dienst wordt aangesteld bij het regionaal politiekorps, het Korps landelijke politiediensten, het LSOP of ITO, waar hij was aangesteld direct voorafgaand aan de aanstelling in tijdelijke dienst. Het derde tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing.
**10.** Onverminderd artikel 4a, derde en zevende lid, kan aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, bedoeld in het tweede lid, ontslag worden verleend met ingang van de dag, gelegen binnen de bepaalde tijd, mits hij aansluitend hernieuwd in vaste dienst wordt aangesteld door het bevoegde gezag binnen wiens gezagsbereik hij was aangesteld direct voorafgaand aan de aanstelling in tijdelijke dienst. Het derde tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing.
**11.**
@ -1570,6 +1578,18 @@ Vervallen
Ten aanzien van degene die voor 1 april 1994 op grond van artikel 7 van de Rechtspositieregeling opleiding ter verkrijging van het diploma van inspecteur van gemeentepolitie of van officier der rijkspolitie benoemd was door Onze Minister als ambtenaar in tijdelijke dienst, is met ingang van 1 april 1994 Onze Minister het bevoegd gezag gedurende de tijd dat deze ambtenaar zijn opleiding volgt.
### Artikel 99b
Met ingang van 1 juli 2007 vervallen de artikelen 4a en 65a.
### Artikel 99c
**1.** Voor degene die op 30 juni 2007 met toepassing van artikel 4a is aangesteld in tijdelijke dienst, blijven de artikelen 1, 3, 4, 4a en 90, zoals luidend op 30 juni 2007, van toepassing tot het tijdstip dat hij hernieuwd in vaste dienst wordt aangesteld. Indien voor hem tijdens die aanstelling in tijdelijke dienst gedurende vier jaar of korter een hogere salarisschaal heeft gegolden dan de salarisschaal die voor hem gold gedurende de onmiddellijk daaraan voorafgaande aanstelling in vaste dienst, blijft artikel 4a, zoals luidend op 30 juni 2007, van toepassing tot het moment waarop de in dat artikel bedoelde inspanningsverplichting vervalt.
**2.** Voor degene die met toepassing van artikel 4a hernieuwd in vaste dienst is aangesteld en ten opzichte van wie het bevoegde gezag op grond van dat artikel op 30 juni 2007 een inspanningsverplichting heeft, blijft dat artikel, zoals luidend op 30 juni 2007, van toepassing voor de resterende duur van die inspanningsverplichting.
**3.** Een in de periode tussen 3 september 1999 en 1 juli 2007 gegeven toepassing aan de artikelen 64, 65 en 65a behoudt haar geldigheid na 30 juni 2007.
### Artikel 100
**1.** De artikelen 12, 13, eerste en derde lid, 15 tot en met 25, 28, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, en 71 zijn op de aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat artikel 12 wel van toepassing is op de aspirant gedurende het praktische opleidingsdeel.