diff --git a/beleidsregel/staffelbesluit-pensioenen/BWBR0048364/README.md b/beleidsregel/staffelbesluit-pensioenen/BWBR0048364/README.md index d2598277961..c9434e6a98e 100644 --- a/beleidsregel/staffelbesluit-pensioenen/BWBR0048364/README.md +++ b/beleidsregel/staffelbesluit-pensioenen/BWBR0048364/README.md @@ -28,6 +28,8 @@ Afgezien van enkele redactionele verbeteringen, zijn de volgende wijzigingen aan Dit besluit is vervolgens gewijzigd bij besluit van 13 september 2023 nr. 2023-20266 (Stcrt. 2023, 25923) De wijzigingen betreffen de toevoeging van een nieuw onderdeel 9. Daarnaast zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht. De invoering van de maatregelen van de Wet toekomst pensioenen leidt ertoe dat de minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken wordt verlaagd van 21 jaar naar 18 jaar. Deze bepaling treedt in werking per 1 januari 2024. In verband met de korte invoeringstermijn wijs ik onder voorwaarden in onderdeel 9. (nieuw) regelingen die bij de toepassing van bijlagen I, IV en V, voor de werknemers met een leeftijd van 18 of 19 jaar steeds uitgaan van het percentage van de leeftijdsklasse 20 tot en met 24 aan als pensioenregeling. +Dit besluit is aanvullend gewijzigd bij besluit van 12 juni 2024, nr. 2024-10674, (Stcrt. 2024-xxxx). De wijzigingen betreffen de aanpassing van onderdeel 9.2. Daarnaast zijn de staffels in bijlage I, IV en VII uitgebreid. Ook zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht. In onderdeel 9. worden onder bepaalde voorwaarden regelingen met een premieovereenkomst waarin voor werknemers van 18 jaar of 19 jaar wordt uitgegaan van het premiepercentage voor de leeftijdsklasse van 20 jaar tot en met 24 jaar, aangewezen als pensioenregeling. Onderdeel 9.2. bevat deze voorwaarden. Twee voorwaarden (voorwaarden a en c) zijn aangepast. De premiestaffels in bijlage I, IV en VII zijn uitgebreid voor werknemers die doorwerken nadat ze de leeftijd van 68 jaar hebben bereikt tot ten hoogste het moment waarop de leeftijd wordt bereikt van vijf jaar na de AOW-leeftijd. + ### 1.2. Indeling Onderdeel 2. van dit besluit bevat een beschrijving van de soorten premieovereenkomsten die bij de behandeling van de Pensioenwet aan de orde zijn geweest en die met toepassing van artikel 220i van de Pensioenwet, artikel 214g van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 38q van de Wet op de loonbelasting 1964 tijdelijk kunnen worden voortgezet. De onderdelen 3. en 5. behandelen de fiscale kwalificatie van die soorten premieovereenkomsten. Onderdeel 4. gaat over de kapitaalovereenkomsten. Voorts wijs ik in onderdeel 6. twee soorten afwijkende premieovereenkomsten aan als pensioenregeling. In onderdeel 7. is het overgangsrecht opgenomen voor pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden. Onderdeel 8. van dit besluit bevat de beschrijving van nettopensioen als bedoeld in artikel 10a.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en afdeling 5.3B van de Wet inkomstenbelasting 2001 (tekst 30 juni 2023). Onderdeel 9. bevat een aanwijzing in verband met de verlaging van de minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken van 21 jaar naar 18 jaar. Onderdeel 10. voorziet in de intrekking van het voorgaande besluit. Onderdeel 11. bevat de inwerkingtreding van dit besluit. De voorwaarden en bijzonderheden die bij de aanwijzingen gelden zijn te vinden in de bijlagen bij dit besluit. @@ -162,9 +164,9 @@ Ik wijs regelingen die gebruikmaken van de premiestaffel voor de nettopensioenre ## 9. Verlaging van de minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken van 21 jaar naar 18 jaar -Per 1 juli 2023 is de WTP inwerking getreden. Onderdeel van deze wet is dat per 1 januari 2024 er een lagere minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken geldt. +Per 1 juli 2023 is de WTP inwerking getreden. Onderdeel van deze wet is dat vanaf 1 januari 2024 er een lagere minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken geldt. -Als gevolg van de verlaging van de minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken van 21 jaar naar 18 jaar, moeten veel beschikbare premieregelingen worden aangepast in een relatief korte periode. Een eenvoudige wijze, waarop deze aanpassing kan plaatsvinden, is door het premiepercentage voor de leeftijdsklasse 20 jaar tot en met 24 jaar ook te gebruiken voor werknemers van 18 en 19 jaar. +Als gevolg van de verlaging van de minimale leeftijd voor het verwerven van pensioenaanspraken van 21 jaar naar 18 jaar, moesten veel regelingen met een premieovereenkomst worden aangepast in een relatief korte periode. Een eenvoudige wijze, waarop deze aanpassing kon plaatsvinden, was door het premiepercentage voor de leeftijdsklasse 20 jaar tot en met 24 jaar ook te gebruiken voor werknemers van 18 en 19 jaar. ### 9.1. Aanwijzing regelingen die voor werknemers van 18 of 19 jaar uitgaan van het premiepercentage van de leeftijdsklasse van 20 jaar tot en met 24 jaar @@ -174,9 +176,9 @@ Onder de hierna gestelde voorwaarden wijs ik regelingen met een premieovereenkom Bij deze aanwijzing gelden de volgende voorwaarden: -a. de beschikbare-premieregeling bestond reeds op 30 juni 2023; +a. de regeling bestond reeds op 30 juni 2023 en voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk IIB Wet LB (tekst vanaf 1 juli 2023) in combinatie met artikel 38q Wet LB (tekst vanaf 1 juli 2023); b. ten aanzien van de beschikbare-premieregeling wordt het overgangsrecht van artikel 38q Wet LB toegepast; -c. voor werknemers van 18 of 19 jaar wordt het premiepercentage van de leeftijdsklasse van 20 jaar tot en met 24 jaar toegepast, zoals dat in die beschikbare-premieregeling op 30 juni 2023 gold, met dien verstande dat dit percentage niet hoger mag zijn dan het premiepercentage voor de leeftijdsklasse van 15 jaar tot 20 jaar als genoemd in artikel 38r Wet LB (actuele tekst). Het bepaalde in artikel 10 UBLB 1965 (actuele tekst) is hierbij van overeenkomstige toepassing; +c. voor werknemers van 18 of 19 jaar wordt maximaal het premiepercentage van de leeftijdsklasse van 20 jaar tot en met 24 jaar toegepast, zoals dat in die beschikbare-premieregeling op 30 juni 2023 gold, met dien verstande dat dit percentage niet hoger mag zijn dan het premiepercentage voor de leeftijdsklasse van 15 jaar tot 20 jaar genoemd in artikel 38r Wet LB (actuele tekst). Het bepaalde in artikel 10 UBLB 1965 (actuele tekst) is hierbij van overeenkomstige toepassing; d. indien in de beschikbare-premieregeling een staffel wordt gehanteerd die is gebaseerd op artikel 10aa UBLB 1965, dan mag het premiepercentage voor werknemers van 18 of 19 jaar niet hoger zijn dan het premiepercentage voor de leeftijdsklasse van 15 jaar tot 20 jaar als genoemd in artikel 10aa, tweede respectievelijk derde lid, UBLB 1965 (actuele tekst). Het bepaalde in artikel 10 UBLB 1965 (actuele tekst) is hierbij van overeenkomstige toepassing; e. de beschikbare-premieregeling voldoet ook overigens aan de voorwaarden die in het Staffelbesluit pensioenen zijn opgenomen voor de aanwijzing van de betreffende regeling als pensioenregeling.