2024-01-01 | BWBR0007178 | Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
This commit is contained in:
parent
d8427f90b9
commit
d2bc9f0f90
1 changed files with 17 additions and 5 deletions
|
|
@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 20, derde lid, 22, tweede lid, 25a, zesde lid, 27, vijfde lid, 29a, 29b, tweede lid, 33, derde en vierde lid, 34, derde lid, 35, tweede lid, 44, vierde lid, 45, derde lid, 47, eerste lid, onderdeel w, 50, zevende lid, 51, eerste lid, 54, vijfde lid, 59, zesde lid, 59a, vierde lid, 60, tweede lid, 60a, derde lid, 60b, derde lid, 63, zesde lid, 64, zesde lid, 67, derde lid, 68, derde lid, 69, zevende lid, 70, vierde lid, 70a, eerste lid, 92, vijfde lid, en 93, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
|
||||
**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 20, derde lid, 22, tweede lid, 25a, zesde lid, 27, vijfde lid, 29a, 29b, tweede lid, 33, derde en vierde lid, 34, derde lid, 35, tweede lid, 44, vierde lid, 45, derde lid, 47, eerste lid, onderdeel w, 50, zevende lid, 51, eerste lid, 54, vijfde lid, 59, zesde lid, 59a, vierde lid, artikel 60, tweede en zesde lid, onderdeel a, artikel 60a, , derde en (ingevoegd door Stb. 2023/512 per 28-12-2023) vijfde lid, artikel 60b, derde en vijfde lid, onderdeel a, 63, zesde lid, 64, zesde lid, 67, derde lid, 68, derde lid, 69, zevende lid, 70, vierde lid, 70a, eerste lid, 92, vijfde lid, en 93, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -60,8 +60,8 @@ h. het operationeel houden van kantoren, van de controle- en registratieposten,
|
|||
i. materiaal voor het realiseren en in stand houden van bouwwerken;
|
||||
j. materiaal voor het realiseren en in stand houden van een terreinverharding buiten het deel van de stortplaats, al dan niet in compartimenten onderverdeeld, waar tussen een onderafdichtings- en een bovenafdichtingsconstructie, als verlangd in het besluit, de regeling, dan wel de richtlijnen, genoemd in onderdeel b, afvalstoffen worden gestort (stortlichaam);
|
||||
k. ongediertebestrijding;
|
||||
l. bouwstoffen als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, die voorzien zijn van een overeenkomstig bij of krachtens dat besluit gestelde regels afgegeven erkende kwaliteitsverklaring, partijkeuring of fabrikant-eigenverklaring waaruit blijkt dat zij voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 28, eerste lid, of artikel 30, eerste lid, van dat besluit, en die worden toegepast in een voorziening die op grond van de voor de inrichting verleende omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, binnen de inrichting is aangebracht;
|
||||
m. grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, die voorzien is van een overeenkomstig bij of krachtens dat besluit gestelde regels afgegeven erkende kwaliteitsverklaring, partijkeuring of fabrikant-eigenverklaring waaruit blijkt dat de kwaliteit van de grond de maximale waarde voor de bodemfunctieklasse industrie, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van dat besluit, niet overschrijdt en die wordt toegepast in een voorziening die op grond van de voor de inrichting verleende omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, binnen de inrichting is aangebracht.
|
||||
l. een bouwstof als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, die voorzien is van een erkende kwaliteitsverklaring, partijkeuring of fabrikant-eigenverklaring als bedoeld in artikel 25b, eerste tot en met derde lid van dat besluit, waaruit blijkt dat zij voldoen aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, eerste lid, van dat besluit, en die worden toegepast in een voorziening die is aangebracht op grond van een voor de milieubelastende activiteit verleende omgevingsvergunning, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
|
||||
m. grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, die voorzien is van een erkende kwaliteitsverklaring, partijkeuring of fabrikant-eigenverklaring als bedoeld in artikel 25b, eerste tot en met derde lid van dat besluit, waaruit blijkt dat zij is ingedeeld in de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen of industrie, bedoeld in artikel 25d, tweede lid, van dat besluit, die wordt toegepast in een voorziening die is aangebracht op grond van een voor de milieubelastende activiteit verleende omgevingsvergunning, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -337,7 +337,7 @@ b. ter vaststelling van de hoeveelheid elektriciteit waarop het tarief, bedoeld
|
|||
|
||||
### Artikel 21a
|
||||
|
||||
**1.** De uitzondering in artikel 59, derde lid, van de wet voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of warmte opgewekt met vaste of vloeibare biomassa, is mede van toepassing gedurende de eerste periode van maximaal twee jaar na de ingebruikneming van een installatie voor stadsverwarming die is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van restwarmte, aardwarmte of warmte opgewekt met vaste of vloeibare biomassa.
|
||||
**1.** De uitzondering in artikel 59, derde lid, van de wet voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of van warmte opgewekt met vaste, vloeibare of gasvormige biomassa, aquathermie, een lucht-water-warmtepomp of een elektrische boiler, is mede van toepassing gedurende de eerste periode van maximaal twee jaar na de ingebruikneming van een installatie voor stadsverwarming die is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van restwarmte, aardwarmte of van warmte opgewekt met vaste, vloeibare of gasvormige biomassa, aquathermie, een lucht-water-warmtepomp of een elektrische boiler.
|
||||
|
||||
**2.** De periode, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het moment waarop de levering van warmte door middel van de installatie een aanvang neemt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -346,7 +346,7 @@ b. ter vaststelling van de hoeveelheid elektriciteit waarop het tarief, bedoeld
|
|||
Het eerste lid is slechts van toepassing als de houder van de installatie aan degene die het aardgas aan hem levert een verklaring heeft overgelegd:
|
||||
|
||||
a. dat sprake is van een installatie voor stadsverwarming;
|
||||
b. dat de stadsverwarming is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van restwarmte, aardwarmte of warmte opgewekt met vaste of vloeibare biomassa;
|
||||
b. dat de stadsverwarming is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van restwarmte, aardwarmte of van warmte opgewekt met vaste, vloeibare of gasvormige biomassa, aquathermie, een lucht-water-warmtepomp of een elektrische boiler;
|
||||
c. wanneer de periode, bedoeld in het eerste lid, aanvangt en eindigt.
|
||||
|
||||
### Artikel 21b
|
||||
|
|
@ -395,6 +395,18 @@ d. in geval van het tweede lid, onderdeel d: het faillissement eindigt als gevol
|
|||
|
||||
Indien in de verbruiksperiode elektriciteit wordt betrokken van meerdere leveranciers via één aansluiting wordt de vermindering, bedoeld in artikel 63, eerste lid, van de wet slechts door één van de leveranciers toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 21f
|
||||
|
||||
**1.** De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 60, zesde lid, onderdeel a, van de wet, aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet, eindigt.
|
||||
|
||||
**2.** De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 60a, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet, eindigt.
|
||||
|
||||
**3.** De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 60b, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet, eindigt.
|
||||
|
||||
### Artikel 21g
|
||||
|
||||
De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in de artikelen 60, zesde lid, onderdeel a, 60a, vijfde lid, onderdeel a, en 60b, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, per begunstigde op de volgende wijze:
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** De vrijstelling, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de wet, wordt verleend indien degene die aardgas of elektriciteit gebruikt, een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas of die elektriciteit aan hem heeft geleverd, dat hij dat aardgas of die elektriciteit gebruikt op een in artikel 64, eerste lid, van de wet bedoelde wijze.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue