diff --git a/wet/wet-op-belastingen-van-rechtsverkeer/BWBR0002740/README.md b/wet/wet-op-belastingen-van-rechtsverkeer/BWBR0002740/README.md index 07653d918e5..e9adac882d3 100644 --- a/wet/wet-op-belastingen-van-rechtsverkeer/BWBR0002740/README.md +++ b/wet/wet-op-belastingen-van-rechtsverkeer/BWBR0002740/README.md @@ -17,8 +17,7 @@ citeertitel: Wet op belastingen van rechtsverkeer Krachtens deze wet worden de volgende belastingen geheven: a. een overdrachtsbelasting; -b. een assurantiebelasting; -c. een kapitaalsbelasting. +b. een assurantiebelasting. ## Hoofdstuk II. Overdrachtsbelasting @@ -130,7 +129,7 @@ Hetgeen bij een verdeling wordt toegedeeld, wordt geacht voor het geheel te zijn ### Artikel 10 -De waarde van aandelen en rechten, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is gelijk aan de waarde van de goederen als bedoeld in artikel 2, welke door die aandelen of rechten middellijk of onmiddellijk worden vertegenwoordigd. +De waarde van aandelen en rechten, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is gelijk aan de waarde van de goederen als bedoeld in artikel 2, welke door die aandelen of rechten middellijk of onmiddellijk worden vertegenwoordigd, met dien verstande dat de waarde van de goederen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel y, buiten beschouwing blijft. ### Artikel 11 @@ -158,9 +157,7 @@ De waarde van aandelen en rechten, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is geli ### Artikel 14 -**1.** De belasting bedraagt 6 percent. - -**2.** In geval van inbreng wordt de belasting verminderd met de kapitaalsbelasting, voor zover deze is verschuldigd over de waarde waarover de belasting wordt berekend. +De belasting bedraagt 6 percent. ### Artikel 15 @@ -169,14 +166,17 @@ De waarde van aandelen en rechten, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is geli Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden is van de belasting vrijgesteld de verkrijging: a. krachtens een levering als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet op de omzetbelasting 1968 of een dienst als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, slotalinea, van die wet ter zake waarvan omzetbelasting is verschuldigd, tenzij het goed als bedrijfsmiddel is gebruikt en de verkrijger de omzetbelasting op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 geheel of gedeeltelijk in aftrek kan brengen; -b. door een of meer kinderen, pleegkinderen of kleinkinderen, of hun echtgenoten, van goederen die behoren tot en dienstbaar zijn aan een onderneming van de ouder of de grootouder, welke wat de bedrijfsvoering betreft, in haar geheel (al dan niet in fasen) door dat kind of die kinderen wordt voortgezet; +b. door een of meer kinderen, kleinkinderen, broers, zusters, of hun echtgenoten, van een ondernemer van goederen die behoren tot en dienstbaar zijn aan diens onderneming die wat de bedrijfsvoering betreft, in haar geheel (al dan niet in fasen) door de verkrijger of verkrijgers wordt voortgezet. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt: + +1°. met een kind gelijkgesteld een pleegkind; +2°. met een broer of zuster gelijkgesteld een halfbroer, halfzuster, pleegbroer of pleegzuster; c. door de Staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een politieregio in de zin van artikel 21 van de Politiewet 1993, een openbaar lichaam in de zin van artikel 134 van de Grondwet, een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen of een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam, gevormd krachtens een door de Staat met een of meer andere publiekrechtelijke lichamen aangegane gemeenschappelijke regeling; -d. krachtens schenking in de zin van artikel 175, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat de vrijstelling niet geldt ten aanzien van aandelen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, en dat, ingeval aan de schenking lasten zijn verbonden, de vrijstelling niet geldt tot het bedrag dat ter zake van die lasten in aftrek komt voor de heffing van het recht van schenking of het recht van overgang; +d. krachtens schenking in de zin van artikel 175, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat de vrijstelling niet geldt ten aanzien van aandelen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a , en dat, ingeval aan de schenking lasten zijn verbonden, de vrijstelling niet geldt tot het bedrag dat ter zake van die lasten in aftrek komt voor de heffing van het recht van schenking of het recht van overgang; e. krachtens inbreng van een onderneming in een vennootschap, in de volgende gevallen: 1°. bij inbreng in een vennootschap die geen in aandelen verdeeld kapitaal heeft, mits: -– ter zake van de inbreng de inbrenger wordt bijgeschreven op de kapitaalrekening van de vennootschap voor een bedrag dat ten minste gelijk is aan de waarde van het vermogen van de ingebrachte onderneming; en +– ter zake van de inbreng de inbrenger wordt bijgeschreven op de kapitaalrekening van de vennootschap voor een bedrag dat ten minste 90 percent is van de waarde van het vermogen van de ingebrachte onderneming; en – de ingebrachte onderneming niet heeft behoord tot het vermogen van een lichaam als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, tenzij dit lichaam verschillende ondernemingen bezit of heeft bezeten en de bezittingen van de ingebrachte onderneming niet zouden leiden tot het aanmerken van het lichaam als een lichaam als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, wanneer de ingebrachte onderneming de enige onderneming van het lichaam zou zijn. Onder kapitaalrekening wordt verstaan de rekening op de balans van de vennootschap waarop de deelgerechtigdheid van de vennoot in het vermogen van de vennootschap wordt opgenomen; @@ -196,6 +196,7 @@ n. van woningen door een in Nederland gevestigde landelijke werkende toegelaten De bepaling is van toepassing voorzover de andere toegelaten instellingen de bij de verkoop van woningen aan de landelijk werkende toegelaten instelling verkregen middelen binnen zeven kalenderjaren na het einde van het kalenderjaar waarin de woningen zijn verkocht, investeren ter bevordering van de stedelijke herstructurering. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen voorwaarden worden gesteld inzake toepassing van de bepaling. Voorzover de bedoelde investering niet uiterlijk binnen de genoemde termijn heeft plaatsgevonden, is de belasting alsnog verschuldigd op het tijdstip van het verstrijken van die termijn; o. door in Nederland gevestigde lichamen die de bevordering van stedelijke herstructurering ten doel hebben, dan wel, indien die lichamen geen rechtspersoonlijkheid hebben, door de vennoten van die lichamen. Deze bepaling is van toepassing in bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen gevallen onder daarbij te stellen voorwaarden; +oa. na voltooiing van stedelijke herstructurering, bedoeld in onderdeel o, van onroerende zaken van een lichaam als bedoeld in onderdeel o, door degenen die de onroerende zaken met toepassing van de vrijstelling, bedoeld in onderdeel o, hebben ingebracht in dat lichaam, dan wel, indien de verkrijgers behoren tot de kring van oprichters van het lichaam, van die onroerende zaken tot het beloop van hun gerechtigdheid in het lichaam; p. van monumenten in de zin van de Monumentenwet 1988 door in Nederland gevestigde rechtspersonen welke naar het oordeel van Onze Minister hoofdzakelijk de instandhouding van dergelijke monumenten ten doel hebben; q. van landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden - of van een recht van erfpacht of beklemming daarop - tot een oppervlakte niet groter dan de oppervlakte van de naburige landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden welke de verkrijger reeds gedurende ten minste vijf jaar in eigendom, economische eigendom, erfpacht of beklemming heeft, mits de verkrijging in het belang is van een verbetering van de landbouwstructuur; verkrijgingen binnen een tijdsverloop van vijf jaar door dezelfde verkrijger worden als één verkrijging beschouwd; r. krachtens herstel als is bedoeld in artikel 19; @@ -204,7 +205,8 @@ t. van landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van g u. door Staatsbosbeheer van objecten, als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer, niet zijnde bedrijfsondersteunende onroerende zaken; v. van landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden waarop de Landinrichtingswet niet van toepassing is - daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop - bij hervestiging van het landbouwbedrijf van de verkrijger, indien landerijen en als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden waarop de Landinrichtingswet van toepassing is, worden afgestaan. Deze bepaling is van toepassing voor zover de belasting is verschuldigd over een bedrag gelijk aan de - met overeenkomstige toepassing van artikel 11 bepaalde - waarde van de afgestane landerijen en van de als kweek- of teeltmiddel gebruikte ondergrond van glasopstanden; w. van landerijen en van ondergrond van glasopstanden - daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop - bij hervestiging van een glastuinbouwbedrijf door de verkrijger indien de door hem afgestane landerijen en ondergrond van glasopstanden worden aangewend ter verbetering van de bedrijfsstructuur van het glastuinbouwbedrijf van de verkrijger van die afgestane gronden. Deze bepaling is van toepassing voor zover de belasting is verschuldigd over een bedrag gelijk aan de - met overeenkomstige toepassing van artikel 11 bepaalde - waarde van de afgestane landerijen en ondergrond van de glasopstanden, in bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Visserij en Natuurbeheer aan te wijzen gevallen en onder daarbij te stellen voorwaarden. -x. krachtens uitoefening van een wilsrecht als bedoeld in de artikelen 19 , 20, 21 en 22 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, voorzover de totale waarde van de verkrijging uit de nalatenschap niet meer bedraagt dan het bedrag van de geldvordering, bedoeld in artikel 13, derde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met de rentevergoeding waarmee ingevolge artikel 1, tweede of vierde lid, van de Successiewet 1956 voor de heffing van het recht van successie rekening is gehouden. Voor de toepassing van de vorige volzin blijft bij het bepalen van de waarde van een verkrijging een door de ouder of stiefouder op grond van artikel 19, onderscheidenlijk artikel 21, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek voorbehouden vruchtgebruik buiten beschouwing. +x. krachtens uitoefening van een wilsrecht als bedoeld in de artikelen 19 , 20, 21 en 22 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, voorzover de totale waarde van de verkrijging uit de nalatenschap niet meer bedraagt dan het bedrag van de geldvordering, bedoeld in artikel 13, derde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met de rentevergoeding waarmee ingevolge artikel 1, tweede of vierde lid, van de Successiewet 1956 voor de heffing van het recht van successie rekening is gehouden. Voor de toepassing van de vorige volzin blijft bij het bepalen van de waarde van een verkrijging een door de ouder of stiefouder op grond van artikel 19, onderscheidenlijk artikel 21, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek voorbehouden vruchtgebruik buiten beschouwing; +y. van een net gelegen in, op of boven de grond, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie, of van informatie. **2.** Ingeval bodembestanddelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, of de waarde daarvan alsnog aan de verkrijger ten goede komen, wordt zulks beschouwd als een verkrijging in de zin van artikel 2. @@ -212,7 +214,7 @@ x. krachtens uitoefening van een wilsrecht als bedoeld in de artikelen 19 , 20, **4.** -De in het eerste lid bedoelde vrijstellingen zijn niet van toepassing in gevallen waarin de verkrijging plaatsvindt krachtens een levering of dienst in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 ter zake waarvan omzetbelasting is verschuldigd, indien de vergoeding, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van die wet, te zamen met de verschuldigde omzetbelasting, lager is dan de waarde, bedoeld in artikel 9, en de verkrijger de omzetbelasting op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 niet of niet nagenoeg geheel in aftrek kan brengen. +De in het eerste lid bedoelde vrijstellingen zijn niet van toepassing in gevallen waarin de verkrijging plaatsvindt krachtens een levering of dienst in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 ter zake waarvan omzetbelasting is verschuldigd, indien de vergoeding, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van die wet, te zamen met de verschuldigde omzetbelasting, lager is dan de waarde, bedoeld in artikel 9, en de verkrijger de omzetbelasting op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 niet of niet nagenoeg geheel in aftrek kan brengen, dan wel omzetbelasting wordt geheven ter zake van het beschikken over die zaak voor bedrijfsdoeleinden en de vergoeding, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, tezamen met de verschuldigde omzetbelasting, lager is dan de waarde, bedoeld in artikel 9, en de verkrijger die omzetbelasting op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 niet of niet nagenoeg geheel in aftrek kan brengen. Voor de toepassing van deze bepaling wordt de waarde ten minste gesteld op de kostprijs van de onroerende zaak of van de zaak waarop het recht of de dienst betrekking heeft, met inbegrip van de omzetbelasting, zoals die zou ontstaan bij de voortbrenging door een onafhankelijke derde op het tijdstip van de verkrijging. @@ -302,7 +304,7 @@ Van de belasting zijn vrijgesteld: a. levensverzekeringen; b. ongevallen-, invaliditeits- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen; -c. ziekte- en ziektekostenverzekeringen; +c. ziekte- en ziektekostenverzekeringen, waaronder zorgverzekeringen als bedoeld in de Zorgverzekeringswet; d. werkloosheidsverzekeringen; e. verzekeringen van zeeschepen, met uitzondering van pleziervaartuigen, alsmede verzekeringen van luchtvaartuigen welke hoofdzakelijk als openbaar vervoermiddel in het internationale verkeer zullen worden gebezigd; f. transportverzekeringen; @@ -317,19 +319,19 @@ h. exportkredietverzekeringen. **1.** -De belasting ter zake van verzekeringen welke zijn gesloten door tussenkomst van een door Onze Minister aangewezen tussenpersoon, die als zodanig is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf met de vermelding dat hij voldoet aan de in artikel 4, eerste lid, onderdeel *a*, van die wet bedoelde vakbekwaamheidseisen, wordt geheven van die tussenpersoon, indien hij ter zake van de verzekering de premie int of doet innen en bovendien: +De belasting ter zake van verzekeringen welke zijn gesloten door tussenkomst van een door Onze Minister aangewezen bemiddelaar in verzekeringen, aan wie een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 10 van de Wet financiële dienstverlening, wordt geheven van die bemiddelaar, indien hij ter zake van de verzekering de premie int of doet innen en bovendien: -1°. de verzekering is gesloten bij een gevolmachtigd agent als bedoeld in de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf; of +1°. de verzekering is gesloten bij een gevolmachtigd agent als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening; of 2°. het risico dat de verzekering dekt krachtens één polis, wordt gedragen door ten minste twee verzekeraars; of -3°. de tussenpersoon jegens de verzekeraar aansprakelijk is voor de verschuldigde premie en de polis of het aanhangsel van de polis niet door de verzekeraar is of wordt opgemaakt. +3°. de bemiddelaar jegens de verzekeraar aansprakelijk is voor de verschuldigde premie en de polis of het aanhangsel van de polis niet door de verzekeraar is of wordt opgemaakt. -**2.** De belasting ter zake van verzekeringen welke zijn gesloten bij een gevolmachtigd agent als bedoeld in de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf wordt steeds geheven van de agent, tenzij het eerste lid van toepassing is. +**2.** De belasting ter zake van verzekeringen welke zijn gesloten bij een gevolmachtigd agent als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening wordt steeds geheven van de agent, tenzij het eerste lid van toepassing is. -**3.** De belasting wordt geheven van de tussenpersoon, indien en voor zover deze de vergoeding ontvangt van een ander dan de verzekeraar die in Nederland is gevestigd. Deze belastingplicht strekt zich niet verder uit dan tot die vergoeding. +**3.** De belasting wordt geheven van de bemiddelaar, indien en voor zover deze de vergoeding ontvangt van een ander dan de verzekeraar die in Nederland is gevestigd. Deze belastingplicht strekt zich niet verder uit dan tot die vergoeding. **4.** Indien het eerste, tweede en derde lid geen toepassing kunnen vinden, wordt de belasting geheven van de verzekeraar, ingeval deze in Nederland is gevestigd. -**5.** Ingeval de verzekeraar niet in Nederland is gevestigd en het eerste en tweede lid geen toepassing kunnen vinden, wordt de belasting geheven van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *s*, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, al naar gelang die vertegenwoordiger de verzekering voor of namens de verzekeraar heeft gesloten. Indien er niet een dergelijke vertegenwoordiger is, wordt de belasting geheven van de in Nederland wonende of gevestigde tussenpersoon als bedoeld in de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf, door wiens bemiddeling de verzekering is gesloten. +**5.** Ingeval de verzekeraar niet in Nederland is gevestigd en het eerste en tweede lid geen toepassing kunnen vinden, wordt de belasting geheven van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *s*, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, al naar gelang die vertegenwoordiger de verzekering voor of namens de verzekeraar heeft gesloten. Indien er niet een dergelijke vertegenwoordiger is, wordt de belasting geheven van de in Nederland wonende of gevestigde bemiddelaar in verzekeringen als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening, door wiens bemiddeling de verzekering is gesloten. **6.** Indien het eerste, tweede, derde en vijfde lid geen toepassing kunnen vinden is de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd gehouden een fiscaal vertegenwoordiger aan te stellen die in Nederland woont of gevestigd is. De belasting wordt in dat geval geheven van die fiscaal vertegenwoordiger. @@ -381,86 +383,45 @@ De verzekeringnemer die ingevolge een vóór de inwerkingtreding van een wijzigi ### Artikel 32 -**1.** Onder de naam 'kapitaalsbelasting' wordt een belasting geheven ter zake van het bijeenbrengen van in aandelen verdeeld kapitaal in in Nederland gevestigde lichamen. - -**2.** Onder lichamen worden verstaan verenigingen, andere rechtspersonen, vennootschappen en doelvermogens. - -**3.** Als lichamen worden niet aangemerkt fondsen ter verkrijging van voordelen voor de deelgerechtigden door het voor gemene rekening beleggen of anderszins aanwenden van gelden, indien na de instelling van het fonds toekenning van rechten van deelneming aan anderen dan deelgerechtigden of hun bloed- en aanverwanten in de rechte linie, alsmede vervreemding van rechten van deelneming aan anderen dan het fonds, deelgerechtigden en bedoelde verwanten is uitgesloten, dan wel voor die toekenning en vervreemding de toestemming van alle deelgerechtigden is vereist. +Vervallen ### Artikel 33 -Een buiten de lid-staten van de Europese Unie gevestigd lichaam waarvan de statutaire zetel zich in Nederland bevindt, wordt geacht in Nederland te zijn gevestigd. +Vervallen ### Artikel 34 -Onder het bijeenbrengen van in aandelen verdeeld kapitaal wordt begrepen: - -a. de omzetting op de voet van artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in een rechtsvorm met een in aandelen verdeeld kapitaal; -b. het toekennen van of het bijschrijven op aandelen zonder storting, voor zover het bedrag waarvoor de toekenning of de bijschrijving plaatsvindt, niet reeds in een van de lid-staten van de Europese Unie met een kapitaalsbelasting was belast; -c. het bijeenbrengen van kapitaal waartegenover winstbewijzen, oprichtersbewijzen en dergelijke worden toegekend, welke recht geven op een aandeel in de winst of in het bij de ontbinding en vereffening aanwezige overschot; -d. het verkrijgen van kapitaal van een aandeelhouder of een houder van winstbewijzen, oprichtersbewijzen en dergelijke, zonder uitdrukkelijke toekenning van de onder onderdeel *c* bedoelde rechten; -e. het zich vestigen in Nederland van een lichaam, tenzij dat lichaam in een van de lid-staten van de Europese Unie was gevestigd of zijn statutaire zetel had. +Vervallen ### Artikel 34a -**1.** Onder het bijeenbrengen van in aandelen verdeeld kapitaal wordt bij een lichaam met een in aandelen verdeeld kapitaal niet begrepen de levering van aandelen in het kader van een optieverplichting jegens een werknemer van de eigen vennootschap of van een verbonden vennootschap als bedoeld in artikel 10a, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, waarbij deze aandelen door de vennootschap eerder zijn verworven met het oog op de nakoming van de optieverplichting. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de levering van aandelen die eerder zijn verworven met het oog op de nakoming van een optieverplichting bij een levering die plaats vindt binnen drie maanden na het tenietgaan van de optieverplichting. - -**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een optieverplichting verstaan een verplichting die de tegenhanger is van een recht om een of meer aandelen of daarmee gelijk te stellen rechten te verwerven, of van een recht dat daarmee gelijk te stellen is. +Vervallen ### Afdeling 2. Maatstaf van heffing ### Artikel 35 -**1.** De belasting wordt berekend over de waarde van hetgeen is ingebracht na aftrek van de door het lichaam op zich genomen verplichtingen, dan wel over de nominale waarde van de aandelen, indien deze hoger is. In de gevallen, bedoeld in artikel 3.65 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 14 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, wordt tot de door het lichaam op zich genomen verplichtingen mede gerekend de vennootschapsbelasting welke het lichaam verschuldigd kan worden ter zake van in het vermogen van de overgenomen onderneming begrepen reserves; deze belasting wordt gesteld op 20 percent van het bedrag van die reserves na aftrek van bij het lichaam aanwezige compensabele verliezen. - -**2.** In het geval, bedoeld in artikel 34, onderdeel *b*, wordt de belasting berekend over het bedrag waarvoor toekenning van of bijschrijving op aandelen plaatsvindt. - -**3.** In het geval, bedoeld in artikel 34, onderdeel *e*, wordt de belasting berekend over de waarde van de bezittingen na aftrek van de schulden van het lichaam. - -**4.** In het geval van toekenning van een aandelenoptierecht aan een werknemer wordt als gestort aangemerkt het bedrag, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 vermeerderd met het bedrag dat de werknemer ter zake in rekening wordt gebracht, en wordt als tijdstip van storting aangemerkt het tijdstip, bedoeld in genoemd artikel 9, derde lid. - -**5.** Voor de effecten die zijn opgenomen in een prijscourant, aangewezen krachtens artikel 5.21 van Wet inkomstenbelasting 2001, wordt de waarde in het economische verkeer gesteld op de slotnotering die is vermeld in de prijscourant die betrekking heeft op de dag waarnaar de waarde moet worden bepaald, dan wel, indien geen prijscourant betrekking heeft op die dag, de slotnotering die is vermeld in de prijscourant die betrekking heeft op de laatste beursdag voorafgaande aan de dag waarnaar de waarde moet worden bepaald. +Vervallen ### Afdeling 3. Tarief en vrijstellingen ### Artikel 36 -De belasting bedraagt 0,55 percent. +Vervallen ### Artikel 37 -**1.** - -Onder door Ons bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden is van de belasting vrijgesteld het bijeenbrengen van kapitaal: - -a. in geval van fusie, splitsing en interne reorganisatie; -b. ten gevolge van de omzetting van een lichaam met een in aandelen verdeeld kapitaal in een ander zodanig lichaam; -c. door lichamen met een ten algemenen nutte strekkend doel, indien volgens de statuten uitsluitend publiekrechtelijke lichamen houders van de aandelen kunnen zijn. - -**2.** - -De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, letter *a*, is slechts van toepassing indien: - -a. een lichaam met een in aandelen verdeeld kapitaal tegen toekenning van eigen aandelen uitsluitend aandelen in een ander zodanig lichaam verwerft en daarbij ten minste 75 percent van de aandelen in dat lichaam verwerft dan wel een bezit van 75 percent of meer uitbreidt; -b. een lichaam met een in aandelen verdeeld kapitaal tegen toekenning van eigen aandelen uitsluitend het gehele vermogen, dan wel de gehele onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan van een ander zodanig lichaam verwerft; -c. een tot een concern behorend lichaam met een in aandelen verdeeld kapitaal tegen toekenning van eigen aandelen uitsluitend alle bedrijfsmiddelen van gelijke aard van de andere zodanige lichamen van dat concern verwerft; -d. sprake is van een splitsing van een lichaam met een in aandelen verdeeld kapitaal waarbij vermogen onder algemene titel overgaat, behoudens indien de splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. De splitsing wordt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt, geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing indien de splitsing niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen zoals herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden van de splitsende- en de verkrijgende rechtspersonen. Indien aandelen in de gesplitste rechtspersoon, dan wel in een verkrijgende rechtspersoon binnen drie jaar na de splitsing geheel of ten dele, direct of indirect worden vervreemd aan een lichaam dat niet met de gesplitste rechtspersoon en met de verkrijgende rechtspersonen is verbonden als bedoeld in artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, worden zakelijke overwegingen niet aanwezig geacht, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. - -**3.** Onder toekenning van eigen aandelen wordt begrepen het geval waarin naast de toekenning van aandelen tevens een bedrag in geld wordt betaald van ten hoogste 10 procent van de nominale waarde van de toegekende aandelen. - -**4.** Onder een concern wordt verstaan een lichaam waarvan niet alle of nagenoeg alle aandelen onmiddellijk of middellijk in het bezit zijn van een ander lichaam, te zamen met alle andere lichamen waarin het onmiddellijk of middellijk alle of nagenoeg alle aandelen bezit. - -**5.** De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, letter *a*, is niet van toepassing, indien een van de lichamen niet binnen een van de lid-staten van de Europese Unie is gevestigd. +Vervallen ### Afdeling 4. Wijze van heffing ### Artikel 38 -De belasting wordt geheven van het lichaam. +Vervallen ### Artikel 39 -De belasting moet op aangifte worden voldaan. +Vervallen ## Hoofdstuk V. Beursbelasting