2012-07-01 | BWBR0020445 | Besluit geluidhinder

This commit is contained in:
Coornhert 2012-07-01 12:00:00 +00:00
parent 93c6dd01a6
commit d355ad4474

View file

@ -14,6 +14,8 @@ citeertitel: Besluit geluidhinder
### Artikel 1.1
**1.**
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een spoorweg: hoogste van de volgende drie waarden:
@ -21,42 +23,104 @@ a. etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot ee
1. waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 07.0019.00 uur (dag),
2. met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.0023.00 uur (avond),
3. met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.0007.00 uur (nacht);
b. geluidsbelasting in dB(A) vanwege een spoorweg: etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke spoorverkeer op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten;
c. saneringsprogramma: programma van maatregelen als bedoeld in artikel 4.18, eerste lid;
d. spoorwegexploitant: beheerder als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Spoorwegwet, rechthebbende als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Spoorwegwet ten aanzien van lokale of bijzondere spoorwegen, dan wel opdrachtgever tot aanleg, wijziging of vervanging van een hoofd-, een lokale of bijzondere spoorweg als bedoeld in artikel 2 van de Spoorwegwet;
e. verblijfsruimten:
b. saneringsprogramma: programma van maatregelen als bedoeld in artikel 4.18, eerste lid;
c. spoorwegexploitant: beheerder als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Spoorwegwet, rechthebbende als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Spoorwegwet ten aanzien van lokale of bijzondere spoorwegen, dan wel opdrachtgever tot aanleg, wijziging of vervanging van een hoofd-, een lokale of bijzondere spoorweg als bedoeld in artikel 2 van de Spoorwegwet;
d. verblijfsruimten:
1°. leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen;
2°. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen;
3°. onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1.2;
3°. onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven;
4°. theorievaklokalen van onderwijsgebouwen;
5°. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen;
f. wet: Wet geluidhinder.
e. wet: Wet geluidhinder;
f. wijziging van een spoorweg: wijziging met betrekking tot een aanwezige spoorweg, die verandering brengt in de omstandigheden welke ingevolge de regels die gelden bij de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege die spoorweg in acht genomen moeten worden en waarvan uit akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen hoger zal zijn dan 63 dB of, indien die berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar 63 dB of lager zal zijn maar hoger dan een in dit besluit aangegeven geluidsbelasting, uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting voorafgaand aan de wijziging zal toenemen met ten minste 3 dB.
**2.**
In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, wordt onder wijziging van een spoorweg in dit besluit en de daarop berustende bepalingen niet verstaan de afzonderlijke omstandigheid die bestaat uit:
a. een wijziging van de intensiteit, de verkeerssnelheid of een combinatie van beiden in het toekomstig maatgevende jaar van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten als gevolg waarvan de geluidemissie van de betreffende spoorgedeelten of de combinatie daarvan onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt ten opzichte van de gemiddelde geluidemissie, bepaald volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, van de drie jaren voorafgaand aan de wijziging;
b. een horizontale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan twee meter;
c. een verticale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan één meter, dan wel
d. het ter vervanging aanbrengen van een baanconstructie, die, bepaald met inachtneming van artikel 4.8, niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie.
### Artikel 1.2
Als andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1, in de definitie van andere geluidsgevoelige gebouwen, onder 3°, van de wet worden aangewezen:
**1.**
a. verzorgingstehuizen;
b. psychiatrische inrichtingen;
c. medisch centra;
d. poliklinieken, en
e. medische kleuterdagverblijven.
Als ander geluidsgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 1 van de wet worden aangewezen:
a. een onderwijsgebouw;
b. een ziekenhuis;
c. een verpleeghuis;
d. een verzorgingstehuis;
e. een psychiatrische inrichting;
f. een kinderdagverblijf.
**2.** De aanwijzing als ander geluidsgevoelig gebouw in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, geldt niet voor de delen van een gebouw die een andere bestemming hebben dan genoemd in artikel 1.1, onderdeel d.
**3.**
Als geluidsgevoelig terrein als bedoeld in artikel 1 van de wet worden aangewezen:
a. een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Huisvestingswet, en
b. een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen.
**4.** In afwijking van het derde lid wordt, indien het bij koninklijke boodschap van 7 december 2009 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoering van geluidproductieplafonds en de overheveling van hoofdstuk IX van de Wet geluidhinder naar de Wet milieubeheer (modernisering instrumentarium geluidbeleid, geluidproductieplafonds) tot wet wordt verheven en in werking treedt, een ligplaats in het water, die op de datum van inwerkingtreding van dat wetsvoorstel in een gemeentelijke verordening is aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen, voor de eerste toepassing na die datum van de artikelen 59, 76, 76a en 77 van de wet en van artikel 4.1 niet aangemerkt als geluidsgevoelig terrein.
**5.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, wordt een kinderdagverblijf voor de toepassing van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer gedurende drie jaar na inwerkingtreding van dat lid niet aangemerkt als ander geluidsgevoelig gebouw.
**6.** In afwijking van het derde lid, onderdeel b, wordt een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen, voor de toepassing van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer gedurende drie jaar na inwerkingtreding van dat lid niet aangemerkt als geluidsgevoelig terrein.
**7.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, en het derde lid, onderdeel b, worden een kinderdagverblijf en een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van die onderdelen als zodanig zijn bestemd en zijn gelegen binnen de bestaande zone van een industrieterrein, voor de toepassing van artikel 2.14, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gedurende drie jaar na inwerkingtreding van die onderdelen niet aangemerkt als ander geluidsgevoelig gebouw respectievelijk als geluidsgevoelig terrein.
### Artikel 1.3
Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat bij ministeriële regeling vast de in artikel 1 van de wet bedoelde kaart.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen worden de volgende gebouwen niet aangemerkt als woning als bedoeld in artikel 1 van de wet:
a. een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire inrichtingenwet;
b. een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
c. een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in artikel 37d, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
### Artikel 1.4
**1.** Een spoorweg heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de spoorweg tot de breedte aan weerszijden van de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, als aangegeven op de in artikel 1.3 bedoelde kaart.
**1.** Een spoorweg die is aangegeven op de kaart, bedoeld in artikel 106 van de wet, heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de spoorweg tot de breedte aan weerszijden van de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, als aangegeven op die kaart.
**2.** De ruimte boven en onder de spoorweg behoort tot de zone, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 1.4a
**1.**
Een spoorweg die is aangegeven op de geluidplafondkaart, heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de spoorweg tot de breedte naast de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, als aangegeven in onderstaande tabel, afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond op het betrokken referentiepunt.
| Hoogte geluidproductieplafond | Breedte zone (in meters) |
| --- | --- |
| Kleiner dan 56 dB | 100 |
| Gelijk aan of groter dan 56 dB en kleiner dan 61 dB | 200 |
| Gelijk aan of groter dan 61 dB en kleiner dan 66 dB | 300 |
| Gelijk aan of groter dan 66 dB en kleiner dan 71 dB | 600 |
| Gelijk aan of groter dan 71 dB en kleiner dan 74 dB | 900 |
| Gelijk aan of groter dan 74 dB | 1200 |
**2.** Indien zich langs een spoorweg als bedoeld in het eerste lid een zone bevindt met verschillende breedten, geldt voor de aansluiting van de verschillende zonedelen dat het breedste zonedeel over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van dat zonedeel, gemeten vanaf het laatste referentiepunt, behorende bij het breedste zonedeel, nog langs de spoorweg doorloopt en met een loodlijn aansluit op de smallere zone.
**3.** Aan de uiteinden van een spoorweg als bedoeld in het eerste lid loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de spoorweg. De zone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de spooras. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de spoorweg.
**4.** Indien bij een deel van een spoorweg als bedoeld in het eerste lid een afschermende voorziening staat, die is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 11.25 van de Wet milieubeheer, is de breedte van de zone langs het deel en aan de kant van de spoorweg waar de voorziening staat, in afwijking van het eerste lid gelijk aan de breedte van het breedste zonedeel direct naast de uiteinden van de afschermende voorziening.
**5.** De ruimte onder en boven de spoorweg behoort tot de zone, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 1.5
Indien artikel 110f van de wet van toepassing is, geeft het bevoegd gezag slechts toepassing aan de artikelen 110a, 110b en 110c van de wet voorzover de gecumuleerde geluidsbelastingen na de correctie op grond van artikel 110f van de wet niet leiden tot een naar zijn oordeel onaanvaardbare geluidsbelasting.
### Artikel 1.6
**1.** Bij de bepaling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, vanwege een weg of vanwege een spoorweg, van de gevel van onderwijsgebouwen en kinderdagverblijven wordt de waarde van de geluidsbelasting over de periode 19.0023.00 uur (avond) of de periode 23.0007.00 uur (nacht) buiten beschouwing gelaten, voor zover deze gebouwen in de betrokken periode niet overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt.
**2.** De geluidsbelasting L_night vanwege een industrieterrein, vanwege een weg of vanwege een spoorweg is niet van toepassing ten aanzien van de gevel van onderwijsgebouwen en kinderdagverblijven, voor zover deze gebouwen in de betrokken periode niet overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt.
## Hoofdstuk 2. Industrieterreinen
### Paragraaf 2.1. Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen
@ -70,18 +134,17 @@ Behoudens de artikelen 65 en 66 van de wet en artikel 2.2 is de ten hoogste toel
Een krachtens de artikelen 47, tweede lid, 54 of 59 van de wet vast te stellen hogere waarde dan de in artikel 2.1 genoemde waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, mag niet hoger worden vastgesteld dan:
a. 60 dB(A) voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen;
b. 55 dB(A) voor andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1.2;
b. 55 dB(A) voor verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven;
c. 55 dB(A) voor geluidsgevoelige terreinen.
### Paragraaf 2.2. Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bij sanering
### Artikel 2.3
De artikelen 62 en 63 van de wet zijn met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen en andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de met overeenkomstige toepassing van artikel 63, tweede lid, van de wet door Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, niet hoger mag worden vastgesteld dan:
De artikelen 62 en 63 van de wet zijn met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de met overeenkomstige toepassing van artikel 63, tweede lid, van de wet door Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, niet hoger mag worden vastgesteld dan:
a. 65 dB(A) voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen, en
b. 60 dB(A) voor andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1.2, en
c. 60 dB(A) voor andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen.
b. 60 dB(A) voor verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven.
### Paragraaf 2.3. Binnenwaarde
@ -94,7 +157,7 @@ b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en
### Artikel 2.5
Artikel 111, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet is met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen en andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de met overeenkomstige toepassing van artikel 111, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet door burgemeester en wethouders te treffen maatregelen bevorderen, dat de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein,
Artikel 111b, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet is met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de met overeenkomstige toepassing van artikel 111b, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet door burgemeester en wethouders te treffen maatregelen bevorderen, dat de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein,
a. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 1° tot en met 3°, 35 dB(A) niet te boven zal gaan, en
b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en 5°, 40 dB(A) niet te boven zal gaan.
@ -107,7 +170,7 @@ b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en
### Artikel 3.1
**1.** In geval van aanleg van een weg is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege die weg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van woonwagenstandplaatsen binnen de zone van die weg, 48 dB en aan de grens van andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen 53 dB.
**1.** In geval van aanleg van een weg is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege die weg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone van die weg, 48 dB.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op nog niet aanwezige andere geluidgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, indien deze worden geprojecteerd binnen de zone van een weg.
@ -115,15 +178,13 @@ b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en
**1.**
Een krachtens artikel 85 van de wet vast te stellen hogere waarde dan de in artikel 3.1 genoemde waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een weg, mag niet hoger worden vastgesteld dan:
Een krachtens artikel 85 van de wet vast te stellen hogere waarde dan de in artikel 3.1 genoemde waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een weg, mag niet hoger worden vastgesteld dan:
a. 58 dB voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen in buitenstedelijk gebied;
b. 63 dB voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen in stedelijk gebied;
c. 53 dB voor andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1.2;
d. 53 dB voor woonwagenstandplaatsen;
e. 58 dB voor andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen.
a. 58 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied;
b. 63 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen in stedelijk gebied;
c. 53 dB voor geluidsgevoelige terreinen.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op nog niet aanwezige andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen indien deze worden geprojecteerd binnen de zone van een weg, met dien verstande dat de waarde niet hoger mag worden vastgesteld dan 53 dB voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen in buitenstedelijk gebied.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op nog niet aanwezige andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen indien deze worden geprojecteerd binnen de zone van een weg, met dien verstande dat de waarde niet hoger mag worden vastgesteld dan 53 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied.
#### Paragraaf 3.1.2. Reconstructie van een weg
@ -140,7 +201,7 @@ b. de eerder vastgestelde waarde.
**3.** Indien de weg op 1 januari 2007 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd was en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege die weg is vastgesteld dan 48 dB, en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te reconstrueren weg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone die op 1 januari 2007 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren de heersende waarde.
**4.** Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat voor andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen in die leden in plaats van «48 dB» telkens wordt gelezen: 53 dB.
**4.** Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing aan de grens van geluidsgevoelige terreinen.
### Artikel 3.4
@ -150,16 +211,10 @@ b. de eerder vastgestelde waarde.
Indien voor het betrokken andere geluidsgevoelige gebouw eerder bij of krachtens de wet een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld of indien de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat, wordt de krachtens het eerste lid vast te stellen waarde niet hoger vastgesteld dan:
1°. 58 dB voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen in buitenstedelijk gebied;
2°. 63 dB voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen in stedelijk gebied, en
3°. 53 dB voor andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1.2.
1°. 58 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied;
2°. 63 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen in stedelijk gebied.
**3.**
Voor andere dan de in het tweede lid bedoelde andere geluidsgevoelige gebouwen wordt de krachtens het eerste lid vast te stellen waarde niet hoger vastgesteld dan:
a. 68 dB voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen, en
b. 58 dB voor andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1.2.
**3.** Voor andere dan de in het tweede lid bedoelde andere geluidsgevoelige gebouwen wordt de krachtens het eerste lid vast te stellen waarde niet hoger vastgesteld dan 68 dB.
**4.** In afwijking van het tweede en derde lid wordt de krachtens het eerste lid vast te stellen waarde voor andere geluidsgevoelige gebouwen met betrekking waartoe eerder bij of krachtens de wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde is vastgesteld dan de krachtens het eerste tot en met derde lid ten hoogste toelaatbare waarde, niet hoger vastgesteld dan die eerder vastgestelde waarde.
@ -168,10 +223,7 @@ b. 58 dB voor andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1.2.
Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, kan een hogere dan de ingevolge artikel 3.3, vierde juncto eerste tot en met derde lid, geldende waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat:
a. de verhoging 5 dB niet te boven mag gaan, en
b. de waarde niet hoger mag worden vastgesteld dan:
1°. 53 dB voor woonwagenstandplaatsen;
2°. 68 dB voor andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen.
b. de waarde niet hoger mag worden vastgesteld dan 53 dB.
#### Paragraaf 3.1.3. Sanering
@ -194,25 +246,15 @@ d. koppeling van het treffen van maatregelen aan andere activiteiten niet kan le
**1.**
De artikelen 88 tot en met 90 en 98 van de wet zijn met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen en andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
De artikelen 89, 90 en 98 van de wet zijn met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. de te melden gevallen betrekking hebben op:
a. het op te stellen saneringsprogramma maatregelen bevat die de geluidsbelasting vanwege de weg zoveel mogelijk beperken tot 48 dB op de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen en om zo nodig te voldoen aan artikel 3.10, tweede lid;
b. de met overeenkomstige toepassing van artikel 90, tweede lid, van de wet door Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege de weg, niet hoger mag worden vastgesteld dan:
1°. andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1.2 voor zover de geluidsbelasting vanwege de weg op de gevel van die gebouwen op 1 maart 1986 hoger was dan 60 dB(A), onderscheidenlijk,
2°. onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen voor zover de geluidsbelasting vanwege de weg op de gevel van die gebouwen, onderscheidenlijk aan de grens van die terreinen op 1 maart 1986 hoger was dan 60 dB(A);
b. het op te stellen saneringsprogramma maatregelen bevat die de geluidsbelasting vanwege de weg zoveel mogelijk beperken tot:
1°. 68 dB voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen, en
2°. 58 dB voor verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven.
1°. 48 dB op de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen, onderscheidenlijk,
2°. 53 dB aan de grens van de andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen,
en om zonodig te voldoen aan artikel 3.10, tweede lid;
c. de met overeenkomstige toepassing van artikel 90, tweede lid, van de wet door Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege de weg, niet hoger mag worden vastgesteld dan:
1°. 68 dB voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen,
2°. 58 dB voor andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1.2, en
3°. 68 dB aan de grens van andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen.
**2.** Met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen en andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen is artikel 3.5, eerste en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
**2.** Met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen is artikel 3.5, eerste en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 3.2. Procedure sanering
@ -223,9 +265,9 @@ c. de met overeenkomstige toepassing van artikel 90, tweede lid, van de wet door
Een saneringsprogramma als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de wet kan uitsluitend maatregelen bevatten die strekken tot:
a. vermindering van het geluid, veroorzaakt door het verkeer op de weg;
b. vermindering van de geluidsoverdracht van de weg naar de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenterreinen;
b. vermindering van de geluidsoverdracht van de weg naar de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen;
c. het aanbrengen van geluidwerende maatregelen aan de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, of
d. onttrekking aan de bestemming van één of meer van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenterreinen.
d. onttrekking aan de bestemming van een of meer van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen.
**2.** Maatregelen als bedoeld in het eerste lid, onder b, onder c, onderscheidenlijk onder d, komen eerst in aanmerking voor opneming in het saneringsprogramma, voor zover de toepassing van de in het eerste lid, onder a, onder a en b, onderscheidenlijk onder a, b en c genoemde maatregelen onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
@ -236,10 +278,10 @@ d. onttrekking aan de bestemming van één of meer van de betrokken woningen, an
Een saneringsprogramma als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de wet bevat:
a. de resultaten van het akoestisch onderzoek op grond van artikel 88, eerste lid, van de wet;
b. een of meer kaarten met bijbehorende verklaring als bedoeld in het vierde lid, een lijst met de adressen van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenterreinen alsmede de naam en de verkeersfunctie van de weg waarvan de geluidsbelasting wordt ondervonden;
c. een beschrijving van de maatregelen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, aanhef, en onder a en b, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders in aanmerking komen, en van het effect van deze maatregelen op de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevel van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenterreinen;
d. voor zover toepassing van de in artikel 3.7, eerste lid, aanhef en onder a en b, bedoelde  in het saneringsprogramma opgenomen  maatregelen niet leidt tot beperking van de geluidsbelasting, vanwege de weg van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen tot 48 dB onderscheidenlijk aan de grens van andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenterreinen tot 53 dB, een beschrijving van de bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard tegen de toepassing van verdergaande maatregelen en voorzover van toepassing de te treffen maatregelen;
e. zo nodig een verklaring dat door middel van maatregelen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onder c, zal worden voldaan aan artikel 111, derde lid, van de wet, onderscheidenlijk artikel 3.10;
b. een of meer kaarten met bijbehorende verklaring als bedoeld in het vierde lid, een lijst met de adressen van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen alsmede de naam en de verkeersfunctie van de weg waarvan de geluidsbelasting wordt ondervonden;
c. een beschrijving van de maatregelen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, aanhef, en onder a en b, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders in aanmerking komen, en van het effect van deze maatregelen op de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen;
d. voor zover toepassing van de in artikel 3.7, eerste lid, aanhef en onder a en b, bedoelde  in het saneringsprogramma opgenomen  maatregelen niet leidt tot beperking van de geluidsbelasting, vanwege de weg van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen tot 48 dB, een beschrijving van de bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard tegen de toepassing van verdergaande maatregelen en voorzover van toepassing de te treffen maatregelen;
e. zo nodig een verklaring dat door middel van maatregelen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onder c, zal worden voldaan aan artikel 111b, derde lid, van de wet, onderscheidenlijk artikel 3.10;
f. voor zover van toepassing, een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onder d, alsmede een onderbouwing van deze keuze;
g. voor zover van de in de artikel 3.7, eerste lid, bedoelde alfabetische rangorde van maatregelen is afgeweken, een beschrijving van de redenen waarom is afgeweken;
h. een beschrijving van de mogelijkheden om de uitvoering van de te treffen maatregelen te faseren, in welk geval bij een combinatie van maatregelen de volgorde wordt aangegeven;
@ -262,9 +304,9 @@ e. indien de maatregelen niet gelijktijdig met de uitvoering van de reconstructi
De kaart of de kaarten, bedoeld in het eerste lid, onder b, geven in elk geval aan:
a. de zone langs de weg of wegen en de ligging van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagen-terreinen;
a. de zone langs de weg of wegen en de ligging van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen;
b. bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen, en
c. voor zover hiervan sprake is, de ligging van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenterreinen binnen:
c. voor zover hiervan sprake is, de ligging van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen binnen:
1°. een geluidszone rond een industrieterrein,
2°. een geluidszone langs een spoorweg,
@ -316,7 +358,7 @@ b. binnen verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel e,
### Artikel 4.1
**1.** Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 1.4, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg waarlangs de zone ligt, van de gevel van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, de waarden in acht genomen die ingevolge de artikelen 4.9, 4.13 en 4.15 juncto 4.13 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
**1.** Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 1.4 of artikel 1.4a, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg waarlangs de zone ligt, van de gevel van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, de waarden in acht genomen die ingevolge de artikelen 4.9, 4.13 en 4.15 juncto 4.13 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
**2.**
@ -327,17 +369,17 @@ b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herzien
**3.** Tenzij bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in het eerste lid wordt voorzien in de wijziging van een spoorweg, blijft dit artikel buiten toepassing, indien op het tijdstip van die vaststelling of herziening de spoorweg reeds aanwezig of in aanleg is, met betrekking tot de daarbij in het plan opgenomen woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn.
**4.** Voorschriften als bedoeld in artikel 3.37 van de Wet ruimtelijke ordening kunnen mede worden gegeven met inachtneming van de ingevolge de artikelen 106d tot en met 106h van de wet geldende waarden.
**4.** Voorschriften als bedoeld in artikel 3.37 van de Wet ruimtelijke ordening kunnen mede worden gegeven met inachtneming van de ingevolge de artikelen 4.9 tot en met 4.15 geldende waarden.
### Artikel 4.2
Artikel 4.1, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° en 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone als bedoeld in artikel 1.4.
Artikel 4.1, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° en 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone als bedoeld in artikel 1.4 of artikel 1.4a.
### Artikel 4.3
**1.**
Bij het voorbereiden van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone als bedoeld in artikel 1.4 of bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 4.2, wordt vanwege burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk gedeputeerde staten of Onze Minister een akoestisch onderzoek ingesteld naar:
Bij het voorbereiden van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone als bedoeld in artikel 1.4 of artikel 1.4a of bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 4.2, wordt vanwege burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk gedeputeerde staten of Onze Minister een akoestisch onderzoek ingesteld naar:
a. de geluidsbelasting die door woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen binnen de toekomstige zone vanwege de spoorweg zou worden ondervonden, zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;
b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de spoorweg optredende geluidsbelasting van de onder a bedoelde objecten de waarden die ingevolge de artikelen 4.9, 4.13 en 4.15, juncto 4.13 als de ten hoogste toelaatbaar worden aangemerkt, te boven zou gaan.
@ -350,17 +392,17 @@ b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen
### Artikel 4.4
Tot aanleg of wijziging van een spoorweg, anders dan op grondslag van een overeenkomstig artikel 4.1 of 4.3 vastgesteld of herzien bestemmingsplan of een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een vergunning van burgemeester en wethouders krachtens artikel 4.6, eerste lid, genomen naar aanleiding van een door de spoorwegexploitant aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een overeenkomstig artikel 4.5 ingesteld onderzoek.
Tot aanleg of wijziging van een spoorweg, anders dan op grondslag van een overeenkomstig artikel 4.1 of 4.3 vastgesteld of herzien bestemmingsplan of een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone, bedoeld in artikel 1.4, woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een vergunning van burgemeester en wethouders krachtens artikel 4.6, eerste lid, genomen naar aanleiding van een door de spoorwegexploitant aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een overeenkomstig artikel 4.5 ingesteld onderzoek.
### Artikel 4.5
**1.** Vanwege de spoorwegexploitant wordt binnen de toekomstige zone van de spoorweg een akoestisch onderzoek ingesteld van de in artikel 4.3 omschreven strekking.
**1.** Vanwege de spoorwegexploitant wordt binnen de toekomstige zone van de spoorweg, bedoeld in artikel 1.4, een akoestisch onderzoek ingesteld van de in artikel 4.3 omschreven strekking.
**2.** De resultaten van het ingestelde onderzoek worden door de spoorwegexploitant aan burgemeester en wethouders overgelegd, tezamen met een beschrijving van de maatregelen die naar zijn oordeel nodig zijn voor het in artikel 4.6 omschreven doel.
### Artikel 4.6
**1.** Binnen drie maanden nadat de resultaten van het in artikel 4.5 bedoelde onderzoek zijn verkregen, nemen burgemeester en wethouders een besluit als bedoeld in artikel 4.4, bepalende welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidsbelasting die de spoorweg binnen de zone zal veroorzaken, de waarden die ingevolge de artikelen 4.9 tot en met 4.15 als ten hoogste toelaatbaar worden aangemerkt, te boven zou gaan.
**1.** Binnen drie maanden nadat de resultaten van het in artikel 4.5 bedoelde onderzoek zijn verkregen, nemen burgemeester en wethouders een besluit als bedoeld in artikel 4.4, bepalende welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidsbelasting die de spoorweg binnen de zone, bedoeld in artikel 1.4, zal veroorzaken, de waarden die ingevolge de artikelen 4.9 tot en met 4.15 als ten hoogste toelaatbaar worden aangemerkt, te boven zou gaan.
**2.** Het besluit wordt in afschrift aan de spoorwegexploitant toegezonden.
@ -368,21 +410,28 @@ Tot aanleg of wijziging van een spoorweg, anders dan op grondslag van een overee
### Artikel 4.7
**1.** Tot wijziging van een spoorweg met betrekking waartoe een melding moet worden gedaan als bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, wordt niet overgegaan dan nadat Onze Minister met betrekking tot de in die bepaling bedoelde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen binnen de zone van die spoorweg uitvoering heeft gegeven aan artikel 4.23, tweede en derde lid.
**1.** Tot wijziging van een spoorweg met betrekking waartoe een melding is gedaan als bedoeld in artikel 4.18, eerste lid, wordt niet overgegaan dan nadat Onze Minister met betrekking tot de in die bepaling bedoelde woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in artikel 1.4, uitvoering heeft gegeven aan artikel 4.23, tweede en derde lid.
**2.** Onze Minister stelt in een geval als bedoeld in het eerste lid met in achtneming van de artikelen 4.13 en 4.14 ook voor de gevel van andere dan de in dat lid bedoelde woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van andere dan de in dat lid bedoelde geluidsgevoelige terreinen binnen de zone van die spoorweg de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting vanwege de spoorweg vast.
**2.** Onze Minister stelt in een geval als bedoeld in het eerste lid met in achtneming van de artikelen 4.13 en 4.14 ook voor de gevel van andere dan de in dat lid bedoelde woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van andere dan de in dat lid bedoelde geluidsgevoelige terreinen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in artikel 1.4, de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting vanwege de spoorweg vast.
**3.** Onze Minister stelt in een geval als bedoeld in het tweede lid tevens voor elk van de daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen, onderscheidenlijk aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, tot de bij het besluit, bedoeld in het tweede lid, vastgestelde waarde.
**4.** In geval van het eerste, tweede en derde lid zijn de artikelen 110a, zevende lid, van de wet en 4.4 tot en met 4.6 niet van toepassing.
**5.**
In afwijking van het eerste lid, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4.26:
a. is artikel 4.18 niet van toepassing, en
b. worden in afwijking van artikel 4.23, tweede en derde lid, de in die leden bedoelde maatregelen en ten hoogste toelaatbare waarden vastgesteld als onderdeel van een tracébesluit, en blijft in het tweede lid de zinsnede «na ontvangst van zodanig saneringsprogramma» buiten toepassing.
#### Paragraaf 4.1.4. Wijze van aanleg van spoorwegen
### Artikel 4.8
**1.** Bij aanleg of vervanging van een spoorweg of een gedeelte van een spoorweg draagt de spoorwegexploitant ervoor zorg dat de geluidsemissie vanwege de nieuwe baanconstructie niet hoger wordt dan van een overeenkomstige spoorbaan waarvan de constructie bestaat uit langgelast spoor op houten dwarsliggers.
**2.** Op verzoek van de spoorwegexploitant kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat ontheffing verlenen van het eerste lid, indien toepassing van dat lid stuit op overwegende bezwaren van technische of financiële aard.
**2.** Op verzoek van de spoorwegexploitant kan Onze Minister ontheffing verlenen van het eerste lid, indien toepassing van dat lid stuit op overwegende bezwaren van technische of financiële aard.
### Afdeling 4.2. Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting
@ -390,11 +439,26 @@ Tot aanleg of wijziging van een spoorweg, anders dan op grondslag van een overee
### Artikel 4.9
**1.** Behoudens artikel 4.10 is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, in geval van aanleg van deze spoorweg of nog niet geprojecteerde woningen, van de gevel van woningen binnen de zone van die spoorweg 55 dB.
**1.**
**2.** Behoudens artikel 4.11 is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, in geval van aanleg van deze spoorweg of nog niet geprojecteerde andere geluidsgevoelige gebouwen, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone van die spoorweg 53dB.
Behoudens artikel 4.10 is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de gevel van woningen 55 dB, in geval van:
**3.** Behoudens artikel 4.12 is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, in geval van aanleg van deze spoorweg of nog niet geprojecteerde geluidsgevoelige terreinen, aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone van die spoorweg 55 dB.
a. aanleg van deze spoorweg, voor zover de woningen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in artikel 1.4;
b. nog niet geprojecteerde woningen, voor zover de woningen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in artikel 1.4 of artikel 1.4a.
**2.**
Behoudens artikel 4.11 is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen 53 dB, in geval van:
a. aanleg van deze spoorweg, voor zover de andere geluidsgevoelige gebouwen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in artikel 1.4;
b. nog niet geprojecteerde andere geluidsgevoelige gebouwen, voor zover de andere geluidsgevoelige gebouwen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in artikel 1.4 of artikel 1.4a.
**3.**
Behoudens artikel 4.12 is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, aan de grens van geluidsgevoelige terreinen 55 dB, in geval van:
a. aanleg van deze spoorweg, voor zover de geluidsgevoelige terreinen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in artikel 1.4;
b. nog niet geprojecteerde geluidsgevoelige terreinen, voor zover de geluidsgevoelige terreinen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in artikel 1.4 of artikel 1.4a.
### Artikel 4.10
@ -406,13 +470,13 @@ Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een spoorweg, van de ge
### Artikel 4.12
Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een spoorweg aan de grens van geluidsgevoelige terreinen kan een hogere dan de in artikel 4.8, derde lid, genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 63 dB niet te boven mag gaan.
Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een spoorweg aan de grens van geluidsgevoelige terreinen kan een hogere dan de in artikel 4.9, derde lid, genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 63 dB niet te boven mag gaan.
#### Paragraaf 4.2.2. Wijziging van een spoorweg
### Artikel 4.13
**1.** Behoudens het tweede en derde lid is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een te wijzigen spoorweg van de gevel van woningen binnen de zone van die spoorweg 55 dB.
**1.** Behoudens het tweede en derde lid is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een te wijzigen spoorweg van de gevel van woningen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in artikel 1.4, 55 dB.
**2.**
@ -423,7 +487,7 @@ b. de eerder vastgestelde waarde.
**3.**
Indien niet eerder bij of krachtens de wet of de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te wijzigen spoorweg van de gevel van woningen binnen de zone van die spoorweg is vastgesteld dan 55 dB en de heersende geluidsbelasting hoger is dan 55 dB, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de te wijzigen spoorweg, van de gevel van die woningen de laagste van de volgende waarden:
Indien niet eerder bij of krachtens de wet of de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te wijzigen spoorweg van de gevel van woningen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in artikel 1.4, is vastgesteld dan 55 dB en de heersende geluidsbelasting hoger is dan 55 dB, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de te wijzigen spoorweg, van de gevel van die woningen de laagste van de volgende waarden:
a. de waarde van de geluidsbelasting op 1 juli 1987;
b. de waarde van de geluidsbelasting op het tijdstip waarop met de wijziging een aanvang wordt gemaakt.
@ -440,14 +504,6 @@ b. de waarde van de geluidsbelasting op het tijdstip waarop met de wijziging een
**2.** De artikelen 4.13 en 4.14 zijn van overeenkomstige toepassing aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat in artikel 4.14, eerste lid, in plaats van «71 dB» wordt gelezen: 63 dB.
**3.**
Als laagste geluidsbelasting onder 63 dB als bedoeld in artikel 1 van de wet in de begripsomschrijving van «wijziging van een spoorweg» geldt voor:
a. woningen: 55 dB;
b. andere geluidsgevoelige gebouwen: 53 dB;
c. geluidsgevoelige terreinen: 55 dB.
#### Paragraaf 4.2.3. Sanering
### Artikel 4.16
@ -469,23 +525,15 @@ d. koppeling van het treffen van maatregelen aan andere activiteiten niet kan le
### Artikel 4.17
**1.**
Burgemeester en wethouders melden na een ingesteld akoestisch onderzoek voor 1 januari 2007 aan Onze Minister de in de gemeente voorkomende gevallen, waarin op 1 juli 1987 een spoorweg aanwezig was, terwijl op dat tijdstip binnen de zone van die spoorweg reeds woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig waren en de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, op dat tijdstip:
a. van de gevel van woningen hoger was dan 65 dB(A);
b. van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen hoger was dan 60 dB(A);
c. aan de grens van andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen, hoger was dan 65 dB(A).
**2.** Indien burgemeester en wethouders woningen als bedoeld in het eerste lid voor 1 januari 1997 aan Onze Minister hebben gemeld en bij die gelegenheid hebben verklaard dat het treffen van geluidwerende maatregelen de enige oplossing is die in aanmerking komt, geldt die melding als melding op grond van het eerste lid.
Vervallen
### Artikel 4.18
**1.** Behoudens het derde lid stellen burgemeester en wethouders met inachtneming van de artikelen 4.20 tot en met 4.23 een programma van maatregelen op, die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de in artikel 4.17 bedoelde woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van de in dat artikel bedoelde geluidsgevoelige terreinen, zoveel mogelijk te beperken tot 55 dB(A) en om zo nodig te voldoen aan artikel 4.25.
**1.** Behoudens het derde lid stellen burgemeester en wethouders met inachtneming van de artikelen 4.20 tot en met 4.23 een programma van maatregelen op, die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de voor 1 januari 2007 aan Onze Minister gemelde woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, zoveel mogelijk te beperken tot 55 dB en om zo nodig te voldoen aan artikel 4.25.
**2.** In een geval als bedoeld in artikel 4.17 wordt vanwege de spoorwegexploitant een akoestisch onderzoek ingesteld van de in artikel 4.3 omschreven strekking.
**2.** In een geval als bedoeld in artikel 4.7 wordt vanwege de spoorwegexploitant een akoestisch onderzoek ingesteld van de in artikel 4.3 omschreven strekking.
**3.** In een geval als bedoeld in artikel 4.17 stelt de spoorwegexploitant een saneringsprogramma op, met dien verstande dat dit saneringsprogramma tevens de resultaten van het in het tweede lid bedoelde akoestisch onderzoek bevat en mede betrekking heeft op andere binnen de zone van de spoorweg gelegen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen.
**3.** In een geval als bedoeld in artikel 4.7 stelt de spoorwegexploitant een saneringsprogramma op, met dien verstande dat dit saneringsprogramma tevens de resultaten van het in het tweede lid bedoelde akoestisch onderzoek bevat en mede betrekking heeft op andere binnen de zone van de spoorweg, bedoeld in artikel 1.4, gelegen woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.
### Artikel 4.19
@ -494,7 +542,7 @@ c. aan de grens van andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen
Een saneringsprogramma als bedoeld in artikel 4.18 kan uitsluitend de volgende maatregelen bevatten:
a. geluidreducerende maatregelen aan een spoorweg;
b. maatregelen die de geluidsoverdracht van een spoorweg naar woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen verminderen;
b. maatregelen die de geluidsoverdracht van een spoorweg naar woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen verminderen;
c. geluidwerende maatregelen aan de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen;
d. onttrekking aan de bestemming van één of meer van de betrokken woningen.
@ -510,15 +558,15 @@ Op de voorbereiding van een saneringsprogramma als bedoeld in artikel 4.18 is de
Een saneringsprogramma als bedoeld in artikel 4.18 bevat:
a. de resultaten van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 4.17, onderscheidenlijk 4.18, tweede lid;
b. een of meer kaarten met bijbehorende verklaring als bedoeld in het tweede lid, een lijst met adressen van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, alsmede het trajectnummer van het spoorweggedeelte of de combinatie van spoorweggedeelten, waarvan de geluidsbelasting wordt ondervonden;
c. een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in artikel 4.19, eerste lid, onder a en b, die in aanmerking komen, en van het effect van de maatregelen op de geluidsbelasting in het maatgevende jaar, vanwege de spoorweg, van de gevel van betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen;
a. de resultaten van het akoestisch onderzoek dat is voorafgegaan aan de melding, bedoeld in artikel 4.18, eerste lid, of van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 4.18, tweede lid;
b. een of meer kaarten met bijbehorende verklaring als bedoeld in het tweede lid, een lijst met adressen van de betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, alsmede het trajectnummer van het spoorweggedeelte of de combinatie van spoorweggedeelten, waarvan de geluidsbelasting wordt ondervonden;
c. een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in artikel 4.19, eerste lid, onder a en b, die in aanmerking komen, en van het effect van de maatregelen op de geluidsbelasting in het maatgevende jaar, vanwege de spoorweg, van de gevel van betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen;
d. voor zover toepassing van de in artikel 4.19, eerste lid, onder a en b, bedoelde  in het saneringsprogramma opgenomen  maatregelen niet leidt tot beperking van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, tot 55 dB, een beschrijving van de bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard tegen de toepassing van verdergaande maatregelen;
e. zo nodig een verklaring dat door middel van geluidwerende maatregelen als bedoeld in artikel 4.19, eerste lid, onder c, zal worden voldaan aan artikel 4.25;
f. voor zover van toepassing, een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in artikel 4.19, eerste lid, onder d, alsmede een onderbouwing van de keuze;
g. voor zover met toepassing van artikel 4.19, tweede lid, naar het oordeel van burgemeester en wethouders of de spoorwegexploitant andere dan meer primaire maatregelen in aanmerking komen, een beschrijving van de redenen daarvoor;
h. een beschrijving van de mogelijkheden om uit een oogpunt van doelmatigheid en kostenbeheersing de te treffen maatregelen al dan niet gezamenlijk uit te voeren met andere werken;
i. een globale indicatie van de geluidsbelasting, vanwege andere geluidsbronnen als bedoeld in de artikelen 40, 52, 74, 106b en 108 van de wet of vanwege het luchthavenluchtverkeer, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet luchtvaart;
i. een globale indicatie van de geluidsbelasting, vanwege andere geluidsbronnen als bedoeld in de artikelen 40, 52, 74 en 108 van de wet en artikel 1.4a of vanwege het luchthavenluchtverkeer, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet luchtvaart;
j. een globale indicatie van de kosten van de te treffen maatregelen;
k. het tijdstip waarop met de uitvoering van de maatregelen kan worden begonnen, alsmede de verwachte duur van de uitvoering van de maatregelen.
@ -526,9 +574,9 @@ k. het tijdstip waarop met de uitvoering van de maatregelen kan worden begonnen,
De kaart of kaarten, bedoeld in het eerste lid, onder b, geven in elk geval aan:
a. de zone langs de spoorweg of spoorwegen en de ligging van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen;
a. de zone, bedoeld in artikel 1.4, langs de spoorweg of spoorwegen en de ligging van de betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen;
b. bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen, en
c. voor zover hiervan sprake is, de ligging van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen binnen:
c. voor zover hiervan sprake is, de ligging van de betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen:
1°. een geluidszone rond een industrieterrein;
2°. een geluidszone langs een weg;
@ -545,9 +593,9 @@ Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels vast met betrekking
**1.** Burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de spoorwegexploitant leggen het ingevolge artikel 4.18 opgestelde saneringsprogramma onverwijld voor aan Onze Minister en zenden tegelijkertijd, indien van toepassing, een afschrift van dit saneringsprogramma aan de spoorwegexploitant.
**2.** Onze Minister stelt na ontvangst van zodanig saneringsprogramma, met inachtneming van de artikel 4.16 de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, onderscheidenlijk aan de grens van geluidsgevoelige terreinen vast waarop het saneringsprogramma betrekking heeft. Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan burgemeester en wethouders en de spoorwegexploitant.
**2.** Onze Minister stelt na ontvangst van zodanig saneringsprogramma, met inachtneming van de artikel 4.16 de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen vast waarop het saneringsprogramma betrekking heeft. Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan burgemeester en wethouders en de spoorwegexploitant.
**3.** Onze Minister stelt ten aanzien van elk van de daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen, onderscheidenlijk aan de grens van de geluidsgevoelige terreinen, tot het bij het besluit, bedoeld in het tweede lid, vastgestelde waarde. De maatregelen strekken tevens, afhankelijk van de hoogte van deze waarde, tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, binnen de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw tot de in artikel 4.25 bedoelde waarde.
**3.** Onze Minister stelt ten aanzien van elk van de daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, tot het bij het besluit, bedoeld in het tweede lid, vastgestelde waarde. De maatregelen strekken tevens, afhankelijk van de hoogte van deze waarde, tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, binnen de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw tot de in artikel 4.25 bedoelde waarde.
### Afdeling 4.4. Binnenwaarde
@ -582,6 +630,12 @@ De maatregelen ter uitvoering van het eerste lid hebben betrekking op de geluidw
a. in het eerste lid, onder a, bedoelde geval in geluidsgevoelige ruimten binnen de woning, onderscheidenlijk in verblijfsruimten als genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en 5°, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw, 38 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 43 dB, niet te boven zal gaan;
b. in het eerste lid, onder b, bedoelde geval in verblijfsruimten als genoemd in artikel 1.1, onderdeel e, onder 4° en 5°, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw 33 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 38 dB, niet te boven zal gaan.
### Afdeling 4.5. De aanleg of wijziging van een spoorweg met toepassing van de
### Artikel 4.26
Indien de aanleg of wijziging van een spoorweg waarop de Tracéwet van toepassing is, leidt tot aanleg, reconstructie of wijziging van een weg of spoorweg, en daartoe binnen het tracé een hogere waarde vereist is voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege die weg of spoorweg, is artikel 104a, eerste, vierde en vijfde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «zijn de artikelen 79 en 99, eerste lid,» wordt gelezen: is artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder.
## Hoofdstuk 5. Verzoek om een hogere waarde als bedoeld in
### Artikel 5.1
@ -602,19 +656,19 @@ b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het industrieterrein gesitu
### Artikel 5.2
Een verzoek als bedoeld in artikel 110a, derde lid, van de wet kan met betrekking tot een zone langs een weg worden gedaan door de wegaanlegger, of indien het verzoek gedaan wordt in het kader van de toepassing van artikel 3.4 of de artikelen 79 en 99 van de wet, of  indien het betreft de aanleg of reconstructie van een rijksweg  in het kader van de toepassing van artikel 76, eerste lid, van de wet, door de wegbeheerder.
Een verzoek als bedoeld in artikel 110a, derde lid, van de wet kan met betrekking tot een zone langs een weg worden gedaan door de wegaanlegger, of indien het verzoek gedaan wordt in het kader van de toepassing van artikel 3.4 of de artikelen 79 en 99 van de wet, of  indien het betreft de aanleg of reconstructie van een rijksweg die niet op de geluidplafondkaart is aangegeven  in het kader van de toepassing van artikel 76, eerste lid, van de wet, door de wegbeheerder.
### Artikel 5.3
**1.**
Behoudens bij toepassing van artikel 4.17 kan een verzoek als bedoeld in artikel 110a, derde lid, van de wet met betrekking tot een zone langs een spoorweg worden gedaan door:
Behoudens bij toepassing van artikel 4.7 kan een verzoek als bedoeld in artikel 110a, derde lid, van de wet met betrekking tot een zone langs een spoorweg als bedoeld in artikel 1.4 en, voor zover het de aanleg van nog niet geprojecteerde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen betreft, als bedoeld in artikel 1.4a, worden gedaan door:
a. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woningen, de andere geluidsgevoelige gebouwen of de geluidsgevoelige terreinen gesitueerd zijn of worden, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt;
b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de spoorweg gesitueerd is of wordt, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt;
c. de spoorwegexploitant, indien het betreft de aanleg of wijziging van een spoorweg.
**2.** Bij toepassing van artikel 4.17 wordt een verzoek als bedoeld in het eerste lid gedaan door de spoorwegexploitant.
**2.** Bij toepassing van artikel 4.7 wordt een verzoek als bedoeld in het eerste lid gedaan door de spoorwegexploitant.
### Artikel 5.4
@ -625,9 +679,9 @@ Het verzoek om een hogere waarde als bedoeld in artikel 110a, derde lid, van de
a. de verzochte hogere waarde;
b. de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen;
c. de resultaten van het akoestisch onderzoek, bedoeld in de artikelen 42, 77 of 80 van de wet, onderscheidenlijk in de artikelen 4.3 of 4.5;
d. een verklaring dat maatregelen zullen worden getroffen indien de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, vanwege de weg of vanwege de spoorweg, binnen de woning of andere geluidsgevoelige gebouwen bij gesloten ramen meer bedraagt dan de waarde, bedoeld in de artikelen 111 en 112 van de wet, onderscheidenlijk in de artikelen 2.4, 2.5, 3.10, 4.24 en 4.25.
d. een verklaring dat maatregelen zullen worden getroffen indien de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, vanwege de weg of vanwege de spoorweg, binnen de woning of andere geluidsgevoelige gebouwen bij gesloten ramen meer bedraagt dan de waarde, bedoeld in de artikelen 111b en 112 van de wet, onderscheidenlijk in de artikelen 2.4, 2.5, 3.10, 4.24 en 4.25.
**2.** Het verzoek gaat vergezeld van een of meer kaarten met bijbehorende verklaring. Met betrekking tot deze kaart of kaarten is artikel 3.8, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. De kaart of kaarten geven bovendien de ligging weer van aanwezige of toekomstige geluidszones als bedoeld in de artikelen 40, 52, 74, 106b en 108 van de wet, alsmede de met het oog op de geluidsbelasting vastgestelde beperkingengebieden als bedoeld in hoofdstuk 8 of artikel 10.17 van de Wet luchtvaart en de in die zones of beperkingengebieden voorkomende gebieden, aangewezen overeenkomstig artikel 1.2, tweede lid, onder b, van de Wet milieubeheer, voor zover de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarop het verzoek betrekking heeft, binnen zodanige zones of gebieden zijn of worden gesitueerd.
**2.** Het verzoek gaat vergezeld van een of meer kaarten met bijbehorende verklaring. Met betrekking tot deze kaart of kaarten is artikel 3.8, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. De kaart of kaarten geven bovendien de ligging weer van aanwezige of toekomstige geluidszones als bedoeld in de artikelen 40, 52, 74 en 108 van de wet en artikel 1.4a, alsmede de met het oog op de geluidsbelasting vastgestelde beperkingengebieden als bedoeld in hoofdstuk 8 of artikel 10.17 van de Wet luchtvaart en de in die zones of beperkingengebieden voorkomende gebieden, aangewezen overeenkomstig artikel 1.2, tweede lid, onder b, van de Wet milieubeheer, voor zover de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarop het verzoek betrekking heeft, binnen zodanige zones of gebieden zijn of worden gesitueerd.
**3.** Degene die op grond van artikel 110a van de wet of artikel 4.16 bevoegd is tot het vaststellen van een hogere waarde kan van de verzoeker nadere toelichting, tekeningen en kaarten verlangen, indien hij deze noodzakelijk acht voor de beoordeling van het verzoek.
@ -659,8 +713,8 @@ Het bevoegd gezag kan burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten wa
a. de verwachting bestaat dat zij binnen vijf jaar na de door het bevoegd gezag aangegeven datum zullen worden onteigend of dat de bewoning of het gebruik om andere redenen binnen die termijn zal worden gestaakt;
b. zij niet voor permanente bewoning bestemd zijn of daar niet voor worden gebruikt;
c. in geval van andere geluidsgevoelige gebouwen, zij niet als zodanig bestemd zijn of zij niet daar niet voor worden gebruikt;
d. zij behoren tot de categorie woonwagens.
c. in geval van andere geluidsgevoelige gebouwen, zij niet als zodanig bestemd zijn of zij daar niet voor worden gebruikt;
d. zij behoren tot de categorieën woonwagens of woonschepen.
### Artikel 6.3
@ -718,7 +772,7 @@ b. indien toepassing wordt gevraagd van artikel 6.6, eerste lid, een voorstel vo
**2.** Tevens wordt de betreffende eigenaren meegedeeld wanneer de geluidwerende voorzieningen naar verwachting zullen worden aangebracht.
**3.** Indien geen toepassing wordt gegeven van artikel 6.7, eerste lid, wordt het aanbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, gedaan onder de voorwaarde dat de extra voorzieningen door de eigenaar worden aangebracht binnen de door het bevoegd gezag gestelde termijn, voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen.
**3.** Indien geen toepassing wordt gegeven aan artikel 6.7, eerste lid, wordt het aanbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, gedaan onder de voorwaarde dat de extra voorzieningen door de eigenaar worden aangebracht binnen de door het bevoegd gezag gestelde termijn, voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen.
**4.** De eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, die op basis van het in artikel 6.5 bedoelde akoestisch en bouwtechnisch onderzoek voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen niet in aanmerking komen, worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.