2024-02-01 | BWBR0039936 | Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
This commit is contained in:
parent
e86964bb98
commit
d363cab0a0
1 changed files with 40 additions and 5 deletions
|
|
@ -65,8 +65,13 @@ Indien van toepassing bevat het pedagogisch beleidsplan, in aanvulling op het tw
|
|||
a. de kaders waarbinnen met inachtneming van artikel 7, vierde lid, verantwoord afgeweken kan worden van de personele inzet, bedoeld in artikel 7, tweede lid;
|
||||
b. de aard en de organisatie van de activiteiten waarbij kinderen de stamgroep of de stamgroepruimte kunnen verlaten;
|
||||
c. het beleid ten aanzien van het gebruik kunnen maken van dagopvang gedurende extra dagdelen;
|
||||
d. de taken die beroepskrachten in opleiding, stagiairs en vrijwilligers in de dagopvang kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid, en
|
||||
e. de wijze waarop bij toepassing van artikel 9a de emotionele veiligheid van en stabiliteit voor de betreffende kinderen wordt geborgd.
|
||||
d. de taken die beroepskrachten in opleiding, stagiairs en vrijwilligers in de dagopvang kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid;
|
||||
e. de wijze waarop bij toepassing van artikel 9a de emotionele veiligheid van en stabiliteit voor de betreffende kinderen wordt geborgd; en
|
||||
f. de wijze waarop meertalige kinderopvang in het kindercentrum wordt vormgegeven, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op:
|
||||
|
||||
1°. het percentage van de openingstijd per dag dat de Duitse, Engelse of Franse en de Nederlandse taal als voertaal worden gebruikt op een stamgroep, de wijze waarop invulling wordt gegeven aan die percentages en hoe hiermee de taalontwikkeling die het kindercentrum beoogt te bereiken wordt nagestreefd;
|
||||
2°. het borgen van de emotionele veiligheid van en de stabiliteit voor het kind;
|
||||
3°. de wijze waarop de houder het personeelsbestand vormgeeft om te kunnen voldoen aan de percentages, bedoeld in subonderdeel 1°, en de wijze waarop vervanging is geregeld bij afwezigheid van de beroepskrachten meertalige kinderopvang.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -198,6 +203,19 @@ b. er ten hoogste drie vaste beroepskrachten aan het kind zijn toegewezen;
|
|||
c. de houder de andere aan het kind toegewezen vaste beroepskrachten heeft benaderd ter vervanging, zonder resultaat; en
|
||||
d. artikel 3, derde lid, onderdeel e, in acht is genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De voorwaarden waaronder de houder kan afwijken van het percentage, bedoeld in artikel 1.55, derde lid, van de wet, zijn:
|
||||
|
||||
a. de Nederlandssprekende beroepskracht op de stamgroep is afwezig voor een aansluitende periode korter dan vier weken in verband met ziekte, vakantie of ander soort verlof;
|
||||
b. de houder heeft de andere Nederlandssprekende beroepskrachten benaderd ter vervanging, zonder resultaat, of zij zijn ingeroosterd als vaste beroepskracht als bedoeld in artikel 9, vierde of vijfde lid;
|
||||
c. het percentage van de openingstijd van de stamgroep per kalenderjaar, waarin de Duitse, Engelse of Franse taal als voertaal worden gebruikt, bedraagt gemiddeld niet meer dan vijftig procent; en
|
||||
d. artikel 3, derde lid, onderdeel f, is in acht genomen.
|
||||
|
||||
**2.** De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, hebben ook betrekking op beroepskrachten in opleiding en stagiairs, indien wordt voldaan aan de regels die gesteld zijn op grond van artikel 7, negende lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** De binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij worden opgevangen, zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.
|
||||
|
|
@ -242,7 +260,11 @@ b. de aard en de organisatie van de activiteiten waarbij kinderen de basisgroep
|
|||
c. het beleid ten aanzien van het gebruik kunnen maken van buitenschoolse opvang gedurende extra dagdelen;
|
||||
d. de omgang met de basisgroep bij activiteiten in groepen groter dan dertig kinderen;
|
||||
e. de taken die beroepskrachten in opleiding, stagiairs en vrijwilligers in de buitenschoolse opvang kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid, en
|
||||
f. de wijze waarop meertalige buitenschoolse opvang in het kindercentrum wordt vormgegeven.
|
||||
f. de wijze waarop meertalige kinderopvang in het kindercentrum wordt vormgegeven, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op:
|
||||
|
||||
1°. het percentage van de openingstijd per dag dat de Duitse, Engelse of Franse en de Nederlandse taal als voertaal worden gebruikt op een basisgroep, de wijze waarop invulling wordt gegeven aan die percentages en hoe hiermee de taalontwikkeling die het kindercentrum beoogt te bereiken wordt nagestreefd;
|
||||
2°. het borgen van de emotionele veiligheid van en de stabiliteit voor het kind;
|
||||
3°. de wijze waarop de houder het personeelsbestand vormgeeft om te kunnen voldoen aan de percentages, bedoeld in subonderdeel 1°, en de wijze waarop vervanging is geregeld bij afwezigheid van de beroepskrachten meertalige kinderopvang.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -294,9 +316,9 @@ e. het beslissen over:
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Beroepskrachten en beroepskrachten meertalige buitenschoolse opvang beschikken over een voor de werkzaamheden passende opleiding.
|
||||
**1.** Beroepskrachten beschikken over een voor de werkzaamheden passende opleiding.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de opleidingseisen waaraan beroepskrachten en beroepskrachten meertalige buitenschoolse opvang voldoen.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de opleidingseisen waaraan beroepskrachten voldoen.
|
||||
|
||||
**3.** Pedagogisch beleidsmedewerkers beschikken over een voor de werkzaamheden passende opleiding.
|
||||
|
||||
|
|
@ -349,6 +371,19 @@ b. indien van toepassing de afwijking daarvan, bedoeld in artikel 16, vierde lid
|
|||
|
||||
**5.** Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen. De mentor is een beroepskracht van het kind en bespreekt, indien wenselijk, de ontwikkeling van het kind met de ouders. Daarnaast is de mentor voor de ouders en het kind aanspreekpunt bij vragen over de ontwikkeling en het welbevinden van het kind.
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De voorwaarden waaronder de houder kan afwijken van het percentage, bedoeld in artikel 1.55, derde lid, van de wet, zijn:
|
||||
|
||||
a. de Nederlandssprekende beroepskracht op de basisgroep is afwezig voor een aansluitende periode korter dan vier weken in verband met ziekte, vakantie of ander soort verlof;
|
||||
b. de houder heeft de andere Nederlandssprekende beroepskrachten benaderd ter vervanging, zonder resultaat;
|
||||
c. het percentage van de openingstijd van de basisgroep per kalenderjaar waarin de Duitse, Engelse of Franse taal als voertaal worden gebruikt, bedraagt gemiddeld niet meer dan vijftig procent; en
|
||||
d. artikel 12, derde lid, onderdeel f, is in acht genomen.
|
||||
|
||||
**2.** De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, hebben ook betrekking op beroepskrachten in opleiding en stagiairs, indien wordt voldaan aan de regels die gesteld zijn op grond van artikel 16, achtste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** De binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij worden opgevangen, zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue