2002-09-01 | BWBR0003549 | Wet op de expertisecentra

This commit is contained in:
Coornhert 2002-09-01 12:00:00 +00:00
parent 6dd95611a6
commit d3691b780e

View file

@ -22,7 +22,7 @@ Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
*inspectie of inspecteur*:
de inspectie bedoeld in artikel 5, voor zover belast met taken op het gebied van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs;
de inspectie bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, voor zover belast met taken op het gebied van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs;
*school:*
@ -164,7 +164,7 @@ worden afgeweken van de eisen in het eerste lid onder b, met dien verstande dat
### Artikel 4a
**1.** Indien het bevoegd gezag op enigerlei wijze bekend is geworden dat een ten behoeve van zijn school met taken belast persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf tegen de zeden als bedoeld in Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht jegens een minderjarige leerling van de school, treedt het bevoegd gezag onverwijld in overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 5a.
**1.** Indien het bevoegd gezag op enigerlei wijze bekend is geworden dat een ten behoeve van zijn school met taken belast persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf tegen de zeden als bedoeld in Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht jegens een minderjarige leerling van de school, treedt het bevoegd gezag onverwijld in overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht.
**2.** Indien uit het overleg, bedoeld in het eerste lid, moet worden geconcludeerd dat er sprake is van een redelijk vermoeden dat de desbetreffende persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf als bedoeld in het eerste lid jegens een minderjarige leerling van de school, doet het bevoegd gezag onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 127 juncto artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, en stelt het bevoegd gezag de vertrouwensinspecteur daarvan onverwijld in kennis. Voordat het bevoegd gezag overgaat tot het doen van aangifte, stelt het de ouders van de betrokken leerling, onderscheidenlijk de betreffende ten behoeve van de school met taken belaste persoon, hiervan op de hoogte.
@ -172,44 +172,11 @@ worden afgeweken van de eisen in het eerste lid onder b, met dien verstande dat
### Artikel 5
**1.** Het toezicht op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de deugdelijkheid ervan is opgedragen aan Onze minister. Het wordt onder zijn gezag uitgeoefend door de inspectie van het onderwijs onder leiding van de inspecteur-generaal van het onderwijs.
**2.**
Tot de taak van de inspectie behoort:
a. het toezien op de naleving van de wettelijke voorschriften;
b. het bekend blijven met de toestand van het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs onder meer door bezoek aan de scholen;
c. de bevordering van de ontwikkeling van het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs door overleg met het bevoegd gezag, het personeel van de scholen en de besturen van gemeente en provincie;
d. het verrichten van andere bij deze wet aan de inspectie opgedragen taken;
e. het doen van voorstellen aan Onze minister die zij in het belang van het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs nodig acht.
**3.** Bij de uitoefening van de taken van de inspectie zijn de artikelen 5:12 tot en met 5:17 en artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
**4.** Tegen een krachtens deze wet of haar uitvoeringsvoorschriften door de inspecteur genomen besluit kan iedere belanghebbende administratief beroep instellen bij Onze minister.
Vervallen
### Artikel 5a
**1.**
Bij de inspectie zijn vertrouwensinspecteurs werkzaam ten behoeve van:
a. leerlingen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik of seksuele intimidatie, gepleegd door een ten behoeve van de school met taken belast persoon of een leerling van de school;
b. ten behoeve van een school met taken belaste personen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik of seksuele intimidatie, gepleegd door een ten behoeve van de school met taken belast persoon of een leerling van de school;
c. leerlingen, ten behoeve van een school met taken belaste personen, bevoegde gezagsorganen, ouders, op scholen ingestelde klachtencommissies en op scholen aangestelde vertrouwenspersonen, die geconfronteerd worden met een geval van seksueel misbruik of seksuele intimidatie als bedoeld onder a of b.
**2.**
Naast zijn taken, voortvloeiend uit artikel 5, heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken:
a. het fungeren als aanspreekpunt,
b. het adviseren over eventueel te nemen stappen,
c. het bijstaan bij het nemen van stappen gericht op het zoeken naar een oplossing, en
d. het desgevraagd begeleiden bij het indienen van een klacht of het doen van aangifte.
**3.** De vertrouwensinspecteur is, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht jegens een leerling of een ten behoeve van een school met taken belast persoon, vrijgesteld van de verplichting tot het doen van aangifte als bedoeld in de artikelen 160, eerste lid, en 162, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
**4.** De vertrouwensinspecteur is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in de uitoefening van zijn functie is toevertrouwd door een leerling, de ouders van een leerling of een ten behoeve van een school met taken belast persoon.
Vervallen
### Artikel 6
@ -1956,7 +1923,7 @@ b. een schoolbad waarvan de gemeente eigenaar is.
**4.** Het totaalbedrag voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding voor het tweede tot en met het vijfde jaar volgend op het jaar van de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door het totaalbedrag dat gold voor het aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaar, aan te passen aan de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in laatstgenoemd jaar en het prijsniveau in het jaar waarvoor het totaalbedrag geldt.
**5.** Indien de miljoenennota, bedoeld in artikel 9 van de Comptabiliteitswet, niet of slechts gedeeltelijk voorziet in prijsbijstelling in de onderscheiden hoofdstukken van de rijksbegroting voor enig jaar, als gevolg waarvan in het voorstel van wet houdende vaststelling van de begroting van de uitgaven en ontvangsten van hoofdstuk VIII (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) van de rijksbegroting voor dat jaar geen of geen volledige prijsbijstelling kan plaatsvinden in de desbetreffende bedragen van de bekostiging, worden de totaalbedragen, bedoeld in het eerste en vierde lid, in overeenstemming daarmee en in afwijking van die leden aangepast.
**5.** Indien de miljoenennota, bedoeld in artikel 13 van de Comptabiliteitswet 2001, niet of slechts gedeeltelijk voorziet in prijsbijstelling in de onderscheiden hoofdstukken van de rijksbegroting voor enig jaar, als gevolg waarvan in het voorstel van wet houdende vaststelling van de begroting van de uitgaven en ontvangsten van hoofdstuk VIII (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) van de rijksbegroting voor dat jaar geen of geen volledige prijsbijstelling kan plaatsvinden in de desbetreffende bedragen van de bekostiging, worden de totaalbedragen, bedoeld in het eerste en vierde lid, in overeenstemming daarmee en in afwijking van die leden aangepast.
**6.** Indien de vastgestelde rijksbegroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk VIII (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) voor een begrotingsjaar ten aanzien waarvan het vijfde lid toepassing heeft gevonden, afwijkt van het desbetreffende voorstel van wet op het onderdeel van de prijsbijstelling in de in het vijfde lid bedoelde bedragen van de bekostiging, wordt het totaalbedrag, voor dat jaar vastgesteld in overeenstemming met de vastgestelde rijksbegroting.
@ -2380,13 +2347,17 @@ Grondslag voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 139,
**1.** Indien het bevoegd gezag van een school in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze wet, kan Onze minister bepalen dat de bekostiging, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden dan wel opgeschort.
**2.** Onze minister kent de bekostiging wederom toe, indien blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste lid is vervallen.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag of het personeel van een school in strijd handelt met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
**3.** Afschrift van zijn besluit zendt Onze minister aan gedeputeerde staten en, indien het een bijzondere school betreft, aan burgemeester en wethouders.
**3.** Onze minister kent de bekostiging wederom toe, indien blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste of tweede lid is vervallen.
### Artikel 146a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Indien de kwaliteit van het onderwijs ernstig of langdurig tekortschiet, kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag van een school of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
**2.** Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
**3.** Onze minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
### Artikel 147
@ -2665,7 +2636,7 @@ Indien een rechtspersoon als bedoeld in artikel 157, vierde lid, onder c, op gro
a. is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3 en 171 van overeenkomstige toepassing;
b. voert die rechtspersoon met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs een beleid dat erop is gericht ten minste dezelfde kwaliteit te realiseren als redelijkerwijs kan worden verwacht van het onderwijs in allochtone levende talen, verzorgd door scholen.
**2.** Het toezicht op het door een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid verzorgde onderwijs in allochtone levende talen en de deugdelijkheid ervan is opgedragen aan Onze Minister. Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Het toezicht op het door een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid verzorgde onderwijs in allochtone levende talen is opgedragen aan de inspectie. De artikelen 3 en 9 van de Wet op het onderwijstoezicht zijn van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 10A. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen