2006-03-08 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs
This commit is contained in:
parent
7abb804e31
commit
d3eb0752d9
1 changed files with 38 additions and 38 deletions
|
|
@ -1485,7 +1485,7 @@ De goedkeuring bedoeld in onderdeel d kan worden onthouden wegens strijd met het
|
|||
|
||||
**3.** Door overdracht met inachtneming van het eerste en tweede lid treedt de verkrijgende rechtspersoon in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van zijn rechtsvoorganger, onverminderd hetgeen verder voor de overgang daarvan naar burgerlijk recht is vereist.
|
||||
|
||||
**4.** Voor zover het betreft scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs kan de gemeenteraad in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken.
|
||||
**4.** Voor zover het betreft scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs kunnen burgemeester en wethouders in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
|
|
@ -1568,7 +1568,7 @@ Indien het bevoegd gezag van een bijzondere school aan de Informatie Beheer Groe
|
|||
|
||||
**3.** Door overdracht met inachtneming van het eerste en tweede lid treedt de verkrijgende rechtspersoon in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van zijn rechtsvoorganger met betrekking tot de school, onverminderd hetgeen verder voor de overgang daarvan naar burgerlijk recht is vereist.
|
||||
|
||||
**4.** Voor zover het betreft scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs kan de gemeenteraad in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken.
|
||||
**4.** Voor zover het betreft scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs kunnen burgemeester en wethouders in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken.
|
||||
|
||||
**5.** Bij een splitsing als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een rechtspersoon die een school in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de school in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de school overgaat. In het laatste geval zijn het tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1661,7 +1661,7 @@ zijn van toepassing de in artikel 38a bedoelde voorschriften en regels. Voor de
|
|||
|
||||
### Artikel 53c
|
||||
|
||||
**1.** De instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen kan worden opgedragen of overgedragen aan een stichting die met dit doel wordt onderscheidenlijk is opgericht.
|
||||
**1.** De instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen kan worden opgedragen of overgedragen aan een stichting die met dit doel wordt onderscheidenlijk is opgericht. De besluitvorming van de zijde van de gemeente vindt plaats door de gemeenteraad.
|
||||
|
||||
**2.** Het statutaire doel van de stichting is in elk geval het geven van openbaar onderwijs en onderwijs van een of meer richtingen in afzonderlijke scholen voor openbaar onderscheidenlijk bijzonder onderwijs.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1842,7 +1842,7 @@ Het plan omvat tevens:
|
|||
a. een toelichting, en
|
||||
b. een toetsingskader.
|
||||
|
||||
**2.** De toelichting bevat in elk geval de beschikkingen, houdende afwijzing van de verzoeken om opneming in het plan. Bovendien wordt in de toelichting in elk geval melding gemaakt van het oordeel van provinciale staten en gemeenten, bedoeld in artikel 66, vijfde en zesde lid.
|
||||
**2.** De toelichting bevat in elk geval de beschikkingen, houdende afwijzing van de verzoeken om opneming in het plan. Bovendien wordt in de toelichting in elk geval melding gemaakt van het oordeel van gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders van de gemeenten, bedoeld in artikel 66, vijfde en zesde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het toetsingskader omvat de uiteenzetting van het toe- en afwijzingsbeleid, aangaande verzoeken om opneming in het plan, en heeft in elk geval betrekking op de plannen die in de drie opvolgende jaren zullen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1867,7 +1867,7 @@ d. door het schoolbestuur, indien het een bijzondere school betreft.
|
|||
|
||||
**4.** Elk verzoek is met redenen omkleed, vermeldt de aard en de plaats van vestiging van de school en gaat vergezeld van een prognose omtrent de te verwachten omvang. Een verzoek tot opneming in het plan van een school voor praktijkonderwijs dan wel van een afdeling voor praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f, eerste lid, wordt gedaan in overeenstemming met de bevoegde gezagsorganen in het samenwerkingsverband waarvan die school dan wel die afdeling deel gaat uitmaken, en gaat vergezeld van een advies van de gemeente waarin die school dan wel die afdeling wordt gevestigd. Indien het verzoek namens de raad, het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan of het schoolbestuur wordt ingediend door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die zich de bevordering van het voortgezet onderwijs ten doel stelt, is het vervat in een deelplan, waarin zijn opgenomen de scholen, waarvan de oprichting in de drie kalenderjaren, waarover het plan zich uitstrekt, door die rechtspersoon wordt voorgestaan.
|
||||
|
||||
**5.** Elk verzoek, bedoeld in het voorgaande lid, wordt door Onze minister toegezonden aan de provincie die het aangaat. Binnen vier maanden na ontvangst stellen Provinciale Staten Onze minister in kennis van hun oordeel over deze verzoeken.
|
||||
**5.** Elk verzoek, bedoeld in het voorgaande lid, wordt door Onze minister toegezonden aan gedeputeerde staten die het aangaat. Binnen vier maanden na ontvangst stellen gedeputeerde staten Onze minister in kennis van hun oordeel over deze verzoeken.
|
||||
|
||||
**6.** Het bepaalde in het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot verzoeken die de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage en Utrecht aangaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1949,7 +1949,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Onze minister kan, de daarvoor in aanmerking komende organisaties gehoord, toestaan dat een bekostigde school wordt gesplitst of een andere plaats van vestiging krijgt. Onze minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden.
|
||||
|
||||
**3.** Naar aanleiding van een verzoek op grond van het eerste lid, betreffende de omzetting van een openbare school in een gelijksoortige bijzondere school, of een verzoek op grond van het tweede lid, betreffende de verplaatsing van een openbare school, stellen gedeputeerde staten vast of voldoende zal zijn voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs in een genoegzaam aantal scholen, indien Onze Minister in het verzoek zou toestemmen. Gedeputeerde staten kunnen de gemeente binnen zes maanden nadat het verzoek te hunner kennis is gebracht opdragen het zodanige verzoek in te trekken, indien de ouders, voogden en verzorgers van een naar hun oordeel voldoend aantal leerlingen hiertoe de wens hebben te kennen gegeven en de gemeente daaraan niet heeft voldaan.
|
||||
**3.** Naar aanleiding van een verzoek op grond van het eerste lid, betreffende de omzetting van een openbare school in een gelijksoortige bijzondere school, of een verzoek op grond van het tweede lid, betreffende de verplaatsing van een openbare school, stellen gedeputeerde staten vast of voldoende zal zijn voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs in een genoegzaam aantal scholen, indien Onze Minister in het verzoek zou toestemmen. Gedeputeerde staten kunnen burgemeester en wethouders binnen zes maanden nadat het verzoek te hunner kennis is gebracht opdragen het zodanige verzoek in te trekken, indien de ouders, voogden en verzorgers van een naar hun oordeel voldoend aantal leerlingen hiertoe de wens hebben te kennen gegeven en burgemeester en wethouders daaraan niet hebben voldaan.
|
||||
|
||||
**4.** Onze minister kan op grond van bijzondere omstandigheden, de daarvoor in aanmerking komende organisaties gehoord, onder door hem te stellen voorwaarden een nevenvestiging voor bekostiging in aanmerking brengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1995,7 +1995,7 @@ De artikelen 76b tot en met 76w zijn slechts van toepassing op scholen voor voor
|
|||
|
||||
### Artikel 76b
|
||||
|
||||
**1.** De gemeenteraad draagt ten behoeve van de gemeentelijke en van de andere dan gemeentelijke scholen zorg voor de voorzieningen in de huisvesting op het grondgebied van de gemeente overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. Hij behandelt daarbij de gemeentelijke en de andere dan gemeentelijke scholen op gelijke voet.
|
||||
**1.** De gemeenteraad draagt onderscheidenlijk burgemeester en wethouders dragen ten behoeve van de gemeentelijke en van de andere dan gemeentelijke scholen zorg voor de voorzieningen in de huisvesting op het grondgebied van de gemeente overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. Hij behandelt onderscheidenlijk zij behandelen daarbij de gemeentelijke en de andere dan gemeentelijke scholen op gelijke voet.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder een andere dan een gemeentelijke school mede begrepen een op het grondgebied van de gemeente gelegen nevenvestiging van een school waarvan de hoofdvestiging op het grondgebied van een andere gemeente is gelegen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2019,7 +2019,7 @@ c. herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, leer- en hulpmiddelen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De gemeenteraad stelt jaarlijks ten behoeve van het eerstvolgende jaar voor een door hem te bepalen tijdstip een bekostigingsplafond vast voor de bekostiging van de voorzieningen in de huisvesting voor:
|
||||
Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks ten behoeve van het eerstvolgende jaar voor een door hem te bepalen tijdstip een bekostigingsplafond vast voor de bekostiging van de voorzieningen in de huisvesting voor:
|
||||
|
||||
a. basisscholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs,
|
||||
b. speciale scholen voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs,
|
||||
|
|
@ -2033,44 +2033,44 @@ e. scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelba
|
|||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag van een andere dan een gemeentelijke school dat een voorziening in de huisvesting wenst, dient een aanvraag voor opneming van die voorziening op het programma, bedoeld in artikel 76f, in bij burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**2.** De gemeenteraad kan ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 76c bekostiging verstrekken ter zake van de kosten van bouwvoorbereiding.
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 76c bekostiging verstrekken ter zake van de kosten van bouwvoorbereiding.
|
||||
|
||||
**3.** De gemeenteraad stelt vast, voor welk tijdstip de aanvraag wordt ingediend en aan welke voorwaarden deze dient te voldoen.
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders stellen vast, voor welk tijdstip de aanvraag wordt ingediend en aan welke voorwaarden deze dient te voldoen.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de gemeentelijke scholen.
|
||||
|
||||
### Artikel 76f
|
||||
|
||||
**1.** De gemeenteraad stelt, na overleg met de bevoegde gezagsorganen van de andere dan gemeentelijke scholen op het grondgebied van de gemeente, jaarlijks ten behoeve van het onderwijs op het grondgebied van de gemeente voor een door hem te bepalen tijdstip een programma als bedoeld in het tweede lid vast. Het programma heeft betrekking op scholen als bedoeld in artikel 76d, eerste lid, onderdelen a tot en met e.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders stellen, na overleg met de bevoegde gezagsorganen van de andere dan gemeentelijke scholen op het grondgebied van de gemeente, jaarlijks ten behoeve van het onderwijs op het grondgebied van de gemeente voor een door hen te bepalen tijdstip een programma als bedoeld in het tweede lid vast. Het programma heeft betrekking op scholen als bedoeld in artikel 76d, eerste lid, onderdelen a tot en met e.
|
||||
|
||||
**2.** Het programma omvat de voorzieningen in de huisvesting, bedoeld in artikel 76c, die in het jaar na de vaststelling van het programma voor bekostiging in aanmerking zullen worden gebracht voor andere dan gemeentelijke scholen en voorzieningen die nodig zijn voor gemeentelijke scholen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De gemeenteraad neemt uitsluitend voorzieningen in de huisvesting in het programma op, voor zover:
|
||||
Burgemeester en wethouders nemen uitsluitend voorzieningen in de huisvesting in het programma op, voor zover:
|
||||
|
||||
a. met de voorzieningen in het kalenderjaar volgend op het jaar van vaststelling van het programma redelijkerwijs een aanvang kan worden gemaakt dan wel de voorziening wordt gerealiseerd, en
|
||||
b. niet een van de weigeringsgronden, genoemd in artikel 76k, van toepassing is.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het bekostigingsplafond, bedoeld in artikel 76d, niet toereikend is, worden die voorzieningen in het programma opgenomen die uit dat bekostigingsplafond kunnen worden bekostigd, waarbij de volgorde wordt bepaald met inachtneming van de criteria, bedoeld in artikel 76m, eerste lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
**5.** De beschikking van de gemeenteraad kan een gedeelte van de gewenste voorziening dan wel een andere voorziening dan gewenst omvatten.
|
||||
**5.** De beschikking van burgemeester en wethouders kan een gedeelte van de gewenste voorziening dan wel een andere voorziening dan gewenst omvatten.
|
||||
|
||||
**6.** De gemeenteraad kan aan de opneming in het programma voorwaarden verbinden betreffende ingebruikneming of buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen.
|
||||
**6.** Burgemeester en wethouders kunnen aan de opneming in het programma voorwaarden verbinden betreffende ingebruikneming of buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen.
|
||||
|
||||
**7.** De gemeenteraad neemt bij de vaststelling van het programma de criteria, bedoeld in artikel 76m, eerste lid, onderdeel c, in acht.
|
||||
**7.** Burgemeester en wethouders nemen bij de vaststelling van het programma de criteria, bedoeld in artikel 76m, eerste lid, onderdeel c, in acht.
|
||||
|
||||
**8.** Binnen vier weken na de vaststelling van het programma treden burgemeester en wethouders met het bevoegd gezag in overleg over de wijze van uitvoering. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, delen burgemeester en wethouders het bevoegd gezag mede dat zij niet kunnen instemmen met de door het bevoegd gezag gewenste wijze van uitvoering.
|
||||
|
||||
**9.** Tijdens het in het eerste lid bedoelde overleg kan de gemeenteraad de Onderwijsraad verzoeken een advies uit te brengen over de vaststelling van het programma huisvestingsvoorzieningen in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting. Het verzoek wordt gedaan indien een bevoegd gezag hierom heeft gevraagd dan wel uit eigen beweging. Het verzoek bevat een omschrijving van de onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies wordt binnen vier weken uitgebracht aan de gemeenteraad. Het advies wordt bekend gemaakt tezamen met het programma.
|
||||
**9.** Tijdens het in het eerste lid bedoelde overleg kunnen burgemeester en wethouders de Onderwijsraad verzoeken een advies uit te brengen over de vaststelling van het programma huisvestingsvoorzieningen in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting. Het verzoek wordt gedaan indien een bevoegd gezag hierom heeft gevraagd dan wel uit eigen beweging. Het verzoek bevat een omschrijving van de onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies wordt binnen vier weken uitgebracht aan burgemeester en wethouders. Het advies wordt bekend gemaakt tezamen met het programma.
|
||||
|
||||
### Artikel 76g
|
||||
|
||||
De gemeenteraad stelt gelijktijdig met het programma, bedoeld in artikel 76f, ten behoeve van het onderwijs op het grondgebied van de gemeente voor een door hem te bepalen tijdstip een overzicht vast van die voorzieningen die zijn aangevraagd dan wel nodig zijn, die niet op het programma zijn opgenomen. Daarbij wordt aangegeven waarom de desbetreffende voorzieningen niet zijn opgenomen. Het overzicht wordt ter inzage gelegd. Het overzicht heeft betrekking op scholen als bedoeld in artikel 76d, eerste lid, onderdelen a tot en met e.
|
||||
Burgemeester en wethouders stellen gelijktijdig met het programma, bedoeld in artikel 76f, ten behoeve van het onderwijs op het grondgebied van de gemeente voor een door hen te bepalen tijdstip een overzicht vast van die voorzieningen die zijn aangevraagd dan wel nodig zijn, die niet op het programma zijn opgenomen. Daarbij wordt aangegeven waarom de desbetreffende voorzieningen niet zijn opgenomen. Het overzicht wordt ter inzage gelegd. Het overzicht heeft betrekking op scholen als bedoeld in artikel 76d, eerste lid, onderdelen a tot en met e.
|
||||
|
||||
### Artikel 76h
|
||||
|
||||
De gemeenteraad stelt geen programma als bedoeld in artikel 76f en geen overzicht als bedoeld in artikel 76g vast, indien geen voorziening in de huisvesting nodig is noch een aanvraag is ingediend voor scholen als bedoeld in artikel 76d, eerste lid, onderdelen a tot en met e.
|
||||
Burgemeester en wethouders stellen geen programma als bedoeld in artikel 76f en geen overzicht als bedoeld in artikel 76g vast, indien geen voorziening in de huisvesting nodig is noch een aanvraag is ingediend voor scholen als bedoeld in artikel 76d, eerste lid, onderdelen a tot en met e.
|
||||
|
||||
### Artikel 76i
|
||||
|
||||
|
|
@ -2078,16 +2078,16 @@ De gemeenteraad stelt geen programma als bedoeld in artikel 76f en geen overzich
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De beschikking kan een gedeelte van de gewenste voorziening dan wel een andere voorziening dan gewenst omvatten. De gemeenteraad wijst de aanvraag af, indien:
|
||||
De beschikking kan een gedeelte van de gewenste voorziening dan wel een andere voorziening dan gewenst omvatten. Burgemeester en wethouders wijzen de aanvraag af, indien:
|
||||
|
||||
a. de beslissing over de voorziening kan worden genomen bij de vaststelling van het eerstvolgende programma, of
|
||||
b. een van de weigeringsgronden, genoemd in artikel 76k, eerste lid, onderdelen a tot en met d en f, en tweede lid, van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 76j
|
||||
|
||||
**1.** De gemeenteraad beslist bij beschikking met ingang van welk tijdstip in het jaar volgend op het jaar van vaststelling van het programma, bedoeld in artikel 76f, de bekostiging van een voorziening die in het programma is opgenomen, daadwerkelijk een aanvang kan nemen, onverminderd het bepaalde in artikel 76l.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders beslissen bij beschikking met ingang van welk tijdstip in het jaar volgend op het jaar van vaststelling van het programma, bedoeld in artikel 76f, de bekostiging van een voorziening die in het programma is opgenomen, daadwerkelijk een aanvang kan nemen, onverminderd het bepaalde in artikel 76l.
|
||||
|
||||
**2.** De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien niet binnen een door de gemeente in de verordening op basis van artikel 76m te bepalen termijn na de beschikking, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de voorziening een bouwopdracht is gegeven dan wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten.
|
||||
**2.** De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien niet binnen een in de verordening op basis van artikel 76m te bepalen termijn na de beschikking, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de voorziening een bouwopdracht is gegeven dan wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten.
|
||||
|
||||
### Artikel 76k
|
||||
|
||||
|
|
@ -2238,7 +2238,7 @@ c. in voorkomende gevallen, hoe hoog die vergoeding is.
|
|||
|
||||
### Artikel 76w
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van een andere dan een gemeentelijke school is gehouden aan de gemeente alle inlichtingen te verschaffen die de gemeente voor een adequate uitvoering van de bepalingen in dit hoofdstuk noodzakelijk acht.
|
||||
Het bevoegd gezag van een andere dan een gemeentelijke school is gehouden aan de gemeenteraad onderscheidenlijk burgemeester en wethouders alle inlichtingen te verschaffen die de gemeenteraad onderscheidenlijk burgemeester en wethouders voor een adequate uitvoering van de bepalingen in dit hoofdstuk noodzakelijk achten.
|
||||
|
||||
#### Hoofdstuk II. Voorziening in de huisvesting en inventaris voor zover het betreft andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II
|
||||
|
||||
|
|
@ -2585,7 +2585,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**5.** Artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de regeling, bedoeld in het eerste lid, dan wel een wijziging daarvan. In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een aanvulling als bedoeld in het vierde lid geen beroep worden ingesteld zolang de gemeenteraad deze nog niet heeft bekrachtigd.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van dit artikel wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in de gemeente van de hoofdvestiging. De gemeenteraad kan besluiten dat in de gemeente gelegen nevenvestigingen van scholen waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente in afwijking van de eerste volzin in aanmerking komen voor een of meer van de in de regeling genoemde voorzieningen.
|
||||
**6.** Voor de toepassing van dit artikel wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in de gemeente van de hoofdvestiging. De gemeenteraad kan in de verordening, bedoeld in het eerste lid, aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om, met inachtneming van de in die verordening gestelde regels, te besluiten dat in de gemeente gelegen nevenvestigingen van scholen waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente in afwijking van de eerste volzin in aanmerking komen voor een of meer van de in de regeling genoemde voorzieningen.
|
||||
|
||||
**7.** Burgemeester en wethouders maken jaarlijks in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze, een overzicht bekend van de op grond van de regeling, bedoeld in het eerste lid, toegekende voorzieningen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2617,7 +2617,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een gemeente een of meer scholen in stand houdt, stelt de gemeenteraad jaarlijks met betrekking tot die scholen voorlopig vast:
|
||||
Indien een gemeente een of meer scholen in stand houdt, stellen burgemeester en wethouders jaarlijks met betrekking tot die scholen voorlopig vast:
|
||||
|
||||
a. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de personeelskosten,
|
||||
b. vervallen,
|
||||
|
|
@ -2637,13 +2637,13 @@ i. een staat van voorzieningen die zijn ingesteld ten behoeve van het openbaar o
|
|||
|
||||
**5.** Indien de gemeente een deel van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten overdraagt aan een ander bevoegd gezag, wordt dat deel aangemerkt als een uitgave als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of onderdeel c. Indien door een ander bevoegd gezag een deel van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten aan de gemeente wordt overgedragen, wordt dat deel aangemerkt als een ontvangst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, of onderdeel f.
|
||||
|
||||
**6.** Om de vijf jaar stelt de gemeenteraad voorlopig vast het totaal van de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in de voorafgaande vijf kalenderjaren, zoals in het eerste tot en met vijfde lid is aangegeven. Indien de uitgaven hoger zijn dan de ontvangsten, bepaalt de gemeenteraad tevens het bedrag van de overschrijding. Indien een gemeente vanaf een tijdstip binnen een periode van vijf jaar als bedoeld in de eerste volzin geen school in stand houdt, stelt de gemeenteraad in afwijking van die volzin zo spoedig mogelijk na dat tijdstip voorlopig vast het totaal van de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in het aan dat tijdstip voorafgaande deel van de periode van vijf jaar, zoals in het eerste tot en met vijfde lid is aangegeven.
|
||||
**6.** Om de vijf jaar stellen burgemeester en wethouders voorlopig vast het totaal van de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in de voorafgaande vijf kalenderjaren, zoals in het eerste tot en met vijfde lid is aangegeven. Indien de uitgaven hoger zijn dan de ontvangsten, bepalen burgemeester en wethouders tevens het bedrag van de overschrijding. Indien een gemeente vanaf een tijdstip binnen een periode van vijf jaar als bedoeld in de eerste volzin geen school in stand houdt, stellen burgemeester en wethouders in afwijking van die volzin zo spoedig mogelijk na dat tijdstip voorlopig vast het totaal van de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in het aan dat tijdstip voorafgaande deel van de periode van vijf jaar, zoals in het eerste tot en met vijfde lid is aangegeven.
|
||||
|
||||
**7.** Na sluiting van de rekening van de gemeente stelt de gemeenteraad de in het eerste en zesde lid bedoelde bedragen, zo nodig gewijzigd, vast. In het geval de uitgaven hoger zijn dan de ontvangsten, bedoeld in het zesde lid, drukt de gemeenteraad vervolgens het bedrag van de overschrijding, bedoeld in genoemd lid, uit in een percentage van het totaal van de ontvangsten, bedoeld in het eerste lid onderdelen d tot en met g. Het percentage wordt afgerond tot twee decimalen. Afronding naar beneden vindt plaats indien de derde decimaal kleiner is dan 5, en naar boven indien deze decimaal ten minste 5 bedraagt.
|
||||
**7.** Na sluiting van de rekening van de gemeente stellen burgemeester en wethouders de in het eerste en zesde lid bedoelde bedragen, zo nodig gewijzigd, vast. In het geval de uitgaven hoger zijn dan de ontvangsten, bedoeld in het zesde lid, drukken burgemeester en wethouders vervolgens het bedrag van de overschrijding, bedoeld in genoemd lid, uit in een percentage van het totaal van de ontvangsten, bedoeld in het eerste lid onderdelen d tot en met g. Het percentage wordt afgerond tot twee decimalen. Afronding naar beneden vindt plaats indien de derde decimaal kleiner is dan 5, en naar boven indien deze decimaal ten minste 5 bedraagt.
|
||||
|
||||
**8.** Voor de toepassing van de artikelen 96i tot en met 96k worden uitgaven ten behoeve van een nevenvestiging aangemerkt als uitgaven ten behoeve van de hoofdvestiging van de school waaraan de nevenvestiging is verbonden. Indien ten behoeve van een school of nevenvestiging uitgaven worden gedaan door meer dan één gemeente, worden deze uitgaven aangemerkt als uitgaven van de gemeente op wier grondgebied de hoofdvestiging is gelegen. In het geval, bedoeld in de vorige volzin worden de besluiten ingevolge de artikelen 96i tot en met 96k genomen door laatstbedoelde gemeente en hebben deze mede betrekking op de uitgaven van de andere gemeente of gemeenten. Voor de toepassing van de artikelen 96i tot en met 96k wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in de gemeente van de hoofdvestiging.
|
||||
|
||||
**9.** De gemeenteraad kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school besluiten dat met betrekking tot een of meer scholen van dat bevoegd gezag uitgaven die de gemeente doet ten behoeve van een door haar in stand gehouden school buiten beschouwing worden gelaten bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in dit artikel.
|
||||
**9.** Burgemeester en wethouders kunnen in overeenstemming met het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school besluiten dat met betrekking tot een of meer scholen van dat bevoegd gezag uitgaven die de gemeente doet ten behoeve van een door haar in stand gehouden school buiten beschouwing worden gelaten bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 96j
|
||||
|
||||
|
|
@ -3027,7 +3027,7 @@ c. een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met afdelingen uit alle vier s
|
|||
|
||||
**4.** In bijzondere gevallen kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag of van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 66, vierde lid, voor een door hem te bepalen tijd toestaan, dat een openbare school in stand wordt gehouden of een bijzondere school wordt bekostigd, ook al is het aantal leerlingen minder, dan in artikel 107 is vermeld. Onze minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
|
||||
|
||||
**5.** Binnen acht weken na de bekendmaking door het Centraal Bureau voor de Statistiek dan wel door Onze minister van de aantallen leerlingen per school voor voortgezet onderwijs, stellen gedeputeerde staten vast welke gemeentelijke scholen uit hun provincie gedurende reeds een jaar niet meer voldoen aan de voor hen geldende norm, genoemd in artikel 107. Wanneer er als gevolg van de opheffing van een school als bedoeld in de vorige volzin, naar hun oordeel niet meer voldoende zal zijn voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs in een genoegzaam aantal scholen, dragen gedeputeerde staten de gemeente op een verzoek te doen op grond van het vierde lid.
|
||||
**5.** Binnen acht weken na de bekendmaking door het Centraal Bureau voor de Statistiek dan wel door Onze minister van de aantallen leerlingen per school voor voortgezet onderwijs, stellen gedeputeerde staten vast welke gemeentelijke scholen uit hun provincie gedurende reeds een jaar niet meer voldoen aan de voor hen geldende norm, genoemd in artikel 107. Wanneer er als gevolg van de opheffing van een school als bedoeld in de vorige volzin, naar hun oordeel niet meer voldoende zal zijn voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs in een genoegzaam aantal scholen, dragen gedeputeerde staten burgemeester en wethouders op een verzoek te doen op grond van het vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
|
|
@ -3144,7 +3144,7 @@ Ten behoeve van leerlingen van 14 jaar en ouder die behoren tot een van de groep
|
|||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden de criteria vastgesteld op grond waarvan een gemeente voor telkens een periode van 4 jaar in aanmerking komt voor een specifieke uitkering ter tegemoetkoming in de kosten voor het bestrijden van onderwijsachterstanden, alsmede de criteria voor de hoogte daarvan. De uitkering wordt per jaar verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** De gemeente verstrekt de middelen, bedoeld in artikel 118b, vierde lid, onderdelen a en b, aan de rechtspersonen die daarvoor in aanmerking komen.
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders verstrekken de middelen, bedoeld in artikel 118b, vierde lid, onderdelen a en b, aan de rechtspersonen die daarvoor in aanmerking komen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze minister kan voor bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen of groepen van gevallen tegemoet komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van het eerste lid van dit artikel mochten voordoen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3154,15 +3154,15 @@ Onze minister kan de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit d
|
|||
|
||||
### Artikel 118f
|
||||
|
||||
**1.** Het toezicht op het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid in de gemeente is opgedragen aan het gemeentebestuur. Het toezicht op het gemeentebestuur in verband met de evaluatie van de landelijke doelstellingen van het beleid inzake onderwijsachterstandenbestrijding wordt uitgeoefend door bij besluit van Onze minister aangewezen personen. Het toezicht op de bevoegde gezagsorganen van de scholen en andere instellingen die betrokken zijn of betrokken worden bij de uitvoering van het plan of een besluit omtrent de verdeling van middelen indien wordt afgezien van de vaststelling van het plan, wordt in verband met de opstelling van het plan of het in deze volzin bedoelde besluit en voor de evaluatie uitgeoefend door bij besluit van de gemeenteraad aangewezen personen. De artikelen 5:12 tot en met 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Het toezicht op het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid in de gemeente is opgedragen aan burgemeester en wethouders. Het toezicht op burgemeester en wethouders in verband met de evaluatie van de landelijke doelstellingen van het beleid inzake onderwijsachterstandenbestrijding wordt uitgeoefend door bij besluit van Onze minister aangewezen personen. Het toezicht op de bevoegde gezagsorganen van de scholen en andere instellingen die betrokken zijn of betrokken worden bij de uitvoering van het plan of een besluit omtrent de verdeling van middelen indien wordt afgezien van de vaststelling van het plan, wordt in verband met de opstelling van het plan of het in deze volzin bedoelde besluit en voor de evaluatie uitgeoefend door bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen. De artikelen 5:12 tot en met 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bevoegd gezag van een school naar het oordeel van de gemeenteraad de middelen, bedoeld in artikel 118b, vierde lid, onderdelen a en b, niet besteedt overeenkomstig het onderwijsachterstandenplan, of een besluit omtrent de verdeling van middelen indien de gemeenteraad op grond van artikel 118b, eerste lid tweede volzin, heeft afgezien van de vaststelling van het plan, kan de gemeenteraad de middelen geheel of gedeeltelijk inhouden.
|
||||
**2.** Indien het bevoegd gezag van een school naar het oordeel van burgemeester en wethouders de middelen, bedoeld in artikel 118b, vierde lid, onderdelen a en b, niet besteedt overeenkomstig het onderwijsachterstandenplan, ofeen besluit omtrent de verdeling van middelen indien burgemeester en wethouders op grond van artikel 118b, eerste lid, tweede volzin, hebben afgezien van de vaststelling van het plan, kunnen burgemeester en wethouders de middelen geheel of gedeeltelijk inhouden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het bevoegd gezag van een school naar het oordeel van de gemeenteraad de middelen, bedoeld in artikel 118b, vierde lid, onderdeel c, niet besteedt overeenkomstig het onderwijsachterstandenplan, maakt de gemeenteraad hiervan melding aan Onze minister.
|
||||
**3.** Indien het bevoegd gezag van een school naar het oordeel van burgemeester en wethouders de middelen, bedoeld in artikel 118b, vierde lid, onderdeel c, niet besteedt overeenkomstig het onderwijsachterstandenplan, maken burgemeester en wethouders hiervan melding aan Onze minister.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het gemeentebestuur naar het oordeel van Onze minister de voorschriften in deze titel niet nakomt, kan Onze minister de uitkering, bedoeld in artikel 118d, geheel of gedeeltelijk inhouden.
|
||||
|
||||
**5.** Indien Onze Minister toepassing geeft aan het vierde lid in verband met een besluit van het gemeentebestuur dat leidt tot kosten van werkloosheidsuitkeringen en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b, eerste lid, een verzoek als bedoeld in artikel 96o, derde lid, met betrekking tot een niet door de gemeente in stand gehouden school als gevolg van dat besluit van het gemeentebestuur heeft ingewilligd, vergoedt Onze Minister aan deze rechtspersoon de als gevolg van die inwilliging gemaakte kosten van werkloosheidsuitkeringen.
|
||||
**5.** Indien Onze Minister toepassing geeft aan het vierde lid in verband met een besluit van burgemeester en wethouders dat leidt tot kosten van werkloosheidsuitkeringen en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b, eerste lid, een verzoek als bedoeld in artikel 96o, derde lid, met betrekking tot een niet door de gemeente in stand gehouden school als gevolg van dat besluit van burgemeester en wethouders heeft ingewilligd, vergoedt Onze Minister aan deze rechtspersoon de als gevolg van die inwilliging gemaakte kosten van werkloosheidsuitkeringen.
|
||||
|
||||
## Titel IVB. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
|
||||
|
||||
|
|
@ -3185,19 +3185,19 @@ b. die niet meer aan een school is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan e
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De gemeentebesturen in een regio wijzen uit hun midden een contactgemeente aan. Deze aanwijzing wordt onverwijld gemeld aan Onze Minister. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente vervullen coördinerende taken met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten. In dat verband:
|
||||
De colleges van burgemeester en wethouders in een regio wijzen uit hun midden een contactgemeente aan. Deze aanwijzing wordt onverwijld gemeld aan Onze Minister. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente vervullen coördinerende taken met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten. In dat verband:
|
||||
|
||||
a. maken zij afspraken met de in het tweede lid bedoelde scholen, instellingen en organisaties over de inzet en verantwoordelijkheid bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten;
|
||||
b. dragen zij zorg voor de totstandkoming van een regionaal netwerk van die scholen, instellingen en organisaties;
|
||||
c. organiseren en coördineren zij de in het eerste lid bedoelde melding, registratie en doorverwijzing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien gemeentebesturen in een regio een andere contactgemeente aanwijzen, dragen burgemeester en wethouders van de vorige contactgemeente alle bescheiden die betrekking hebben op de uitvoering van dit artikel over aan burgemeester en wethouders van de opvolgende contactgemeente. De wijziging van de aanwijzing wordt onverwijld gemeld aan Onze Minister.
|
||||
**4.** Indien colleges van burgemeester en wethouders in een regio een andere contactgemeente aanwijzen, dragen burgemeester en wethouders van de vorige contactgemeente alle bescheiden die betrekking hebben op de uitvoering van dit artikel over aan burgemeester en wethouders van de opvolgende contactgemeente. De wijziging van de aanwijzing wordt onverwijld gemeld aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**5.** Ter tegemoetkoming in de kosten van uitvoering van het eerste tot en met derde lid kent Onze Minister binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen jaarlijks uiterlijk in september ten behoeve van de activiteiten van de gemeentebesturen in de regio aan de contactgemeente een specifieke uitkering toe. Deze uitkering heeft betrekking op het daarop volgende kalenderjaar. De contactgemeente draagt er zorg voor dat de gemeentebesturen in de regio gebruik kunnen maken van de instrumenten die met behulp van deze uitkering zijn verwezenlijkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven voor de berekening en betaling van de uitkering. De berekening geschiedt in elk geval aan de hand van het aantal volwassen inwoners van de gemeenten in de regio op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van de uitkering, waarbij rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau en met de etnische achtergrond van die inwoners. Bij de berekening van een deel van de uitkering kunnen de volwassen inwoners van gemeenten die op grond van een andere regeling reeds een vergoeding voor de bestrijding van voortijdig schoolverlaten ontvangen, buiten beschouwing worden gelaten. Onze Minister hanteert het aantal volwassen inwoners van de gemeenten in de regio dat blijkt uit de gegevens die het Centraal Bureau voor de Statistiek op verzoek van Onze Minister daarover verstrekt.
|
||||
**5.** Ter tegemoetkoming in de kosten van uitvoering van het eerste tot en met derde lid kent Onze Minister binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen jaarlijks uiterlijk in september ten behoeve van de activiteiten van de colleges van burgemeester en wethouders in de regio aan de contactgemeente een specifieke uitkering toe. Deze uitkering heeft betrekking op het daarop volgende kalenderjaar. De contactgemeente draagt er zorg voor dat de colleges van burgemeester en wethouders in de regio gebruik kunnen maken van de instrumenten die met behulp van deze uitkering zijn verwezenlijkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven voor de berekening en betaling van de uitkering. De berekening geschiedt in elk geval aan de hand van het aantal volwassen inwoners van de gemeenten in de regio op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van de uitkering, waarbij rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau en met de etnische achtergrond van die inwoners. Bij de berekening van een deel van de uitkering kunnen de volwassen inwoners van gemeenten die op grond van een andere regeling reeds een vergoeding voor de bestrijding van voortijdig schoolverlaten ontvangen, buiten beschouwing worden gelaten. Onze Minister hanteert het aantal volwassen inwoners van de gemeenten in de regio dat blijkt uit de gegevens die het Centraal Bureau voor de Statistiek op verzoek van Onze Minister daarover verstrekt.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag geeft aan de door de gemeenteraad aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage en verstrekt de gevraagde inlichtingen die van belang zijn voor het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag geeft aan de door burgemeester en wethouders aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage en verstrekt de gevraagde inlichtingen die van belang zijn voor het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
|
||||
|
||||
**7.** De gemeentebesturen in een regio stellen streefcijfers vast voor de in die regio te behalen resultaten. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente stellen mede namens de andere gemeenten in de regio jaarlijks een effectrapportage vast waarin zowel de streefcijfers als de bereikte resultaten zijn aangegeven en waarin afwijkingen worden toegelicht.
|
||||
**7.** De gemeenteraden in een regio stellen streefcijfers vast voor de in die regio te behalen resultaten. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente stellen mede namens de andere gemeenten in de regio jaarlijks een effectrapportage vast waarin zowel de streefcijfers als de bereikte resultaten zijn aangegeven en waarin afwijkingen worden toegelicht.
|
||||
|
||||
**8.** Indien burgemeester en wethouders van de contactgemeente het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met zevende lid niet nakomen, kan Onze Minister de uitkering geheel of gedeeltelijk inhouden of opschorten. Onze Minister gaat niet over tot gehele of gedeeltelijke inhouding dan na overleg met burgemeester en wethouders van de contactgemeente. Onze Minister kan de uitkering wederom toekennen indien de reden voor inhouding of opschorting is vervallen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue