From d3fe54cc7546706b2e942a0b7f0f4f6a16a1ebd4 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2007-01-01=20|=20BWBR0020415=20|=20Besluit=20pr?= =?UTF-8?q?udentieel=20toezicht=20financi=C3=ABle=20groepen=20Wft?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0020415/README.md | 386 ++++++++---------- 1 file changed, 178 insertions(+), 208 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-prudentieel-toezicht-financiële-groepen-wft/BWBR0020415/README.md b/amvb/besluit-prudentieel-toezicht-financiële-groepen-wft/BWBR0020415/README.md index f4bfa7740d2..b2fd22b0151 100644 --- a/amvb/besluit-prudentieel-toezicht-financiële-groepen-wft/BWBR0020415/README.md +++ b/amvb/besluit-prudentieel-toezicht-financiële-groepen-wft/BWBR0020415/README.md @@ -3,14 +3,14 @@ titel: Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft bwb_id: BWBR0020415 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2016-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2007-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020415 citeertitel: Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft --- # Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft -## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen +## Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen ### Artikel 1 @@ -20,36 +20,26 @@ In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht. De in dit besluit bedoelde financiële ondernemingen passen de in dit besluit beschreven methoden consistent toe. -### Artikel 2a - -**1.** - -Een onderneming als bedoeld in artikel 3:269a, eerste lid, van de wet, beschikt over: - -a. adequate procedures met betrekking tot de kapitaaltoereikendheid om alle bestaande materiële risico’s te bepalen en te meten en het eigen vermogen naar behoren af te stemmen op de risico’s; -b. gedegen rapportage- en jaarrekeningsystemen, met het oog op de bepaling, meting, bewaking en beheersing van de intragroepsovereenkomsten en -posities en de risicoconcentratie. - -**2.** - -De onderneming beschikt tevens met het oog op het risicobeheer, bedoeld in artikel 3:269a, eerste lid, onderdeel a, van de wet, over: - -a. een gedegen bestuur en beheer, waarin is voorzien in goedkeuring en periodieke evaluatie van de strategieën en het beleid door de passende bestuursorganen op het niveau van het financiële conglomeraat met betrekking tot alle risico’s die zij aangaan; -b. een adequaat kapitaaltoereikendheidsbeleid om te anticiperen op de gevolgen van de bedrijfsstrategie van de gereglementeerde entiteiten in het financieel conglomeraat voor het risicoprofiel en de kapitaaltoereikendheid, bedoeld in artikel 3:296 van de wet; -c. adequate procedures om te waarborgen dat de risicobewakingssystemen van de gereglementeerde entiteiten in het financieel conglomeraat goed geïntegreerd zijn in hun organisatie en dat alle maatregelen zijn genomen om te waarborgen dat de systemen die worden toegepast in alle ondernemingen die onder het aanvullende toezicht vallen met elkaar in overeenstemming zijn, zodat de risico’s op het niveau van het financiële conglomeraat kunnen worden gemeten, bewaakt en beheerst. - -## Hoofdstuk 2. Geconsolideerd toezicht op banken, beleggingsondernemingen, financiële holdings en gemengde financiële holdings +## Hoofdstuk 2. Geconsolideerd toezicht op beleggingsondernemingen en kredietinstellingen ### Paragraaf . Bepalingen ter uitvoering van de ### Artikel 3 -Vervallen +**1.** + +Een onderneming is van te verwaarlozen betekenis als bedoeld in artikel 3:270, eerste lid, onderdeel b, van de wet, indien het balanstotaal van die onderneming, tezamen met dat van andere bij het toezicht op de betrokken beleggingsonderneming of kredietinstelling te betrekken ondernemingen van te verwaarlozen betekenis, lager is dan het laagste van de twee volgende bedragen: + +a. € 10.000.000; of +b. één procent van het balanstotaal van de moederonderneming of van de onderneming die de deelneming houdt. + +**2.** In dit artikel wordt onder onderneming verstaan een beleggingsonderneming, een financiële instelling, een kredietinstelling of een onderneming die nevendiensten verricht, en die dochteronderneming is van een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling of waarin een deelneming wordt gehouden door die Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling. ### Artikel 4 -**1.** Een beleggingsonderneming of bank als bedoeld in artikel 3:280, eerste lid, van de wet dient de in het derde lid van dat artikel bedoelde rapportage eenmaal per jaar bij de Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank in, tenzij de Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank, indien de solvabiliteit door ontwikkelingen bij de beleggingsonderneming of bank in het gedrang is of zou kunnen komen, besluit dat er gerapporteerd wordt met een hogere frequentie. +**1.** Een beleggingsonderneming of kredietinstelling als bedoeld in artikel 3:280, eerste lid, van de wet dient de in het derde lid van dat artikel bedoelde rapportage eenmaal per jaar bij de Nederlandsche Bank in, tenzij de Nederlandsche Bank, indien de solvabiliteit door ontwikkelingen bij de beleggingsonderneming of kredietinstelling in het gedrang is of zou kunnen komen, besluit dat er gerapporteerd wordt met een hogere frequentie. -**2.** Onder significante intragroepsovereenkomsten of -posities als bedoeld in artikel 3:280, derde lid, van de wet worden verstaan overeenkomsten of posities die een door de Nederlandsche Bank vast te stellen drempel, gerelateerd aan de aanwezige solvabiliteit, te boven gaan. Alvorens de drempel vast te stellen, voert de Nederlandsche Bank overleg met de betrokken Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank. De Nederlandsche Bank stelt geen kwalitatieve of andere kwantitatieve drempels vast. +**2.** Onder significante intragroepsovereenkomsten of -posities als bedoeld in artikel 3:280, derde lid, van de wet worden verstaan overeenkomsten of posities die een door de Nederlandsche Bank vast te stellen drempel, gerelateerd aan de aanwezige solvabiliteit, te boven gaan. Alvorens de drempel vast te stellen, voert de Nederlandsche Bank overleg met de betrokken Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling. De Nederlandsche Bank stelt geen kwalitatieve of andere kwantitatieve drempels vast. **3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de categorieën overeenkomsten en posities die in de rapportage worden betrokken en de rapportage. @@ -64,256 +54,223 @@ d. de te hanteren valuta en rekeneenheid; e. de afronding; en f. de termijn waarbinnen de rapportage wordt verstrekt; met dien verstande dat deze niet korter is dan noodzakelijk voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van hoofdstuk 6 van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet. -### Artikel 4.01 +### Artikel 4a **1.** -De gegevens, bedoeld in artikel 3:280b, derde lid, van de wet zijn: +De Nederlandsche Bank kan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:280b van de wet verlenen aan een beleggingsonderneming die deel uitmaakt van een groep indien in de desbetreffende groep: -a. een opgave van de naam, het adres, het emailadres en het telefoonnummer van de holding; -b. een opgave van de rechtsvorm, de statutaire zetel en statutaire naam van de holding en een gewaarmerkt afschrift van de statuten van de holding; -c. indien de holding is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving; -d. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:273a, eerste lid, onderdeel a, van de wet is bepaald met betrekking tot de interne regelingen en een verdeling van de taken binnen de groep; -e. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:273a, eerste lid, onderdeel b, van de wet is bepaald met betrekking tot de organisatiestructuur van de groep; -f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:273a, tweede lid, van de wet is bepaald met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid van de holding bepaalt; -g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan artikel 3:100, eerste lid, aanhef en onderdeel a tot en met f, van de wet indien de aanvraag een holding betreft die een gekwalificeerde deelneming in een bank houdt of voornemens is te houden; en -h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikelen 3:271 en 3:272 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid en betrouwbaarheid van de personen die het dagelijks beleid van de holding bepalen. +a. elke Nederlandse beleggingsonderneming haar aanwezig toetsingsvermogen berekent ingevolge artikel 90, tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft; +b. elke Nederlandse beleggingsonderneming een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 62a, eerste of tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft is; +c. elke Nederlandse beleggingsonderneming voldoet aan artikel 62a van het Besluit prudentiële regels Wft, waarbij de waarde van latente verplichtingen aan beleggingsondernemingen, financiële instellingen, vermogensbeheerders en ondernemingen die nevendiensten verrichten, die binnen de reikwijdte van de consolidatie zouden vallen, in mindering worden gebracht op dit toetsingsvermogen; +d. elke financiële moederholding van een beleggingsonderneming beschikt over een toetsingsvermogen dat wordt gevormd door de posten, bedoeld in de artikelen 91, tweede lid, onderdelen a tot en met j, en 92, tweede en derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft, en dat ten minste gelijk is aan de som van de waarde van de aandelen, deelnemingen, achtergestelde leningen en posten als bedoeld in artikel 94, tweede lid, onderdelen a tot en met e, van dat besluit ten aanzien van beleggingsondernemingen, financiële instellingen, vermogensbeheerders en ondernemingen die nevendiensten verrichten, die binnen de reikwijdte van de consolidatie zouden vallen, en de waarde van de latente verplichtingen van de financiële moederholding aan deze ondernemingen; +e. elke Nederlandse beleggingsonderneming beschikt over systemen om de bronnen van de passiva van alle tot de groep behorende financiële holdings, beleggingsondernemingen, financiële instellingen, vermogensbeheerders en ondernemingen die nevendiensten verrichten, te bewaken en te beheersen; en +f. elke beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat voldoet aan de in die lidstaat geldende regels die overeenkomen met de onderdelen a tot en met c en e. -**2.** +**2.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat een financiële Nederlandse moederholding van een beleggingsonderneming, in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, beschikt over een toetsingsvermogen dat wordt gevormd door de posten, bedoeld in de artikelen 91, tweede lid, onderdelen a tot en met j, en 92, tweede en derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft en dat ten minste gelijk is aan de som van de minimumomvang van het toetsingsvermogen van beleggingsondernemingen, financiële instellingen, vermogensbeheerders en ondernemingen die nevendiensten verrichten, die binnen de reikwijdte van de consolidatie zouden vallen, berekend volgens het Besluit prudentiële regels Wft, en de waarde van de latente verplichtingen van de financiële moederholding aan deze ondernemingen. -De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, zijn: - -a. een beschrijving van de organisatiestructuur en de verdeling van taken binnen de groep waarvan de holding deel uitmaakt waarmee de naleving van de prudentiële vereisten op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis wordt geborgd, waaronder begrepen de verdeling van taken tussen de dochterinstellingen; en -b. een beschrijving van het beleid waarmee de naleving van de prudentiële vereisten op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis binnen de groep wordt geborgd en gehandhaafd en waarmee conflicten binnen de groep worden voorkomen of beheerst. - -**3.** - -De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, zijn: - -a. een beschrijving van de organisatiestructuur van de groep waarvan de holding deel uitmaakt, waaruit de locatie en het type activiteiten van alle entiteiten in de groep en de positie en de rol van de holding naar voren komt; en -b. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur binnen de groep. +**3.** Indien de Nederlandsche Bank een ontheffing als bedoeld in het eerste lid verleent, kan zij verlangen dat de beleggingsonderneming haar in kennis stelt van de door die beleggingsonderneming te lopen relevante risico’s. Indien zij zulks verlangt en indien de financiële positie van de beleggingsonderneming onvoldoende beschermd is, neemt de beleggingsonderneming passende maatregelen ter beperking van de relevante risico’s. **4.** -De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn: +Indien de Nederlandsche Bank een ontheffing als bedoeld in het eerste lid verleent: -a. een opgave van de omvang van de gekwalificeerde deelneming; -b. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of de betrouwbaarheid van de aanvrager of de houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de bank zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of medebepalen; en -c. bescheiden waaruit de financiële positie van de aanvrager of houder van de verklaring van geen bezwaar blijken. - -**5.** - -De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn: - -a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoonnummer en de functie; -b. een curriculum vitae; -c. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; -d. een opgave van referenten; -e. voor de beoordeling van de geschiktheid van de personen die het dagelijks beleid van de holding bepalen, een opgave van de relevante diploma’s; en -f. voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de personen die het dagelijks beleid van de holding bepalen, gegevens met betrekking tot antecedenten, bedoeld in bijlage A, behorend bij artikel 6 van het Besluit prudentiële regels Wft. - -**6.** Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing indien de holding reeds beschikt over een of meerdere verklaringen van geen bezwaar voor de gekwalificeerde deelneming in de bank tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling van de gegevens als bedoeld in dat onderdeel. - -**7.** Het eerste lid, onderdeel h, met betrekking tot artikel 3:271 van de wet is niet van toepassing indien de beoordeling een persoon betreft wiens geschiktheid als persoon die het dagelijks beleid van die holding bepaald voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling van de gegevens als bedoeld in dat onderdeel. - -**8.** Het eerste lid, onderdeel h, met betrekking tot artikel 3:272 van de wet is niet van toepassing indien de beoordeling een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling als bedoeld in artikel 3:9, tweede lid van de wet. - -**9.** De Nederlandsche Bank kan in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, andere gegevens van de holding, bedoeld in artikel 3:280a van de wet, verlangen indien die gegevens nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag om goedkeuring, bedoeld in artikel 3:280b van de wet. - -### Artikel 4.02 - -**1.** - -De gegevens, bedoeld in artikel 3:280c, tweede lid, van de wet zijn: - -a. een opgave van de naam, het adres, het emailadres en het telefoonnummer van de holding; -b. een opgave van de rechtsvorm, de statutaire zetel en statutaire naam van de holding en een gewaarmerkt afschrift van de statuten van de holding; -c. indien de holding is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving; -d. een beschrijving van de activiteiten van de holding; -e. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan vaststellen dat de holding niet is aangewezen als een af te wikkelen entiteit in een van de af te wikkelen groepen van de groep waarvan de holding deel uitmaakt als bedoeld in artikel 3:280c, eerste lid, onderdeel b, van de wet; -f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan vaststellen dat de holding geen bestuurs-, operationele of financiële beslissingen neemt die invloed hebben op de groep of op de dochterondernemingen van de groep indien dat banken, beleggingsondernemingen in de zin van de verordening kapitaalvereisten of financiële instellingen zijn; en -g. een opgave van de naam, het adres, het emailadres en het telefoonnummer van de bank, als bedoeld in artikel 3:280c, eerste lid, van de wet die deel uitmaakt van dezelfde groep als de holding die verantwoordelijk is voor de naleving van de vereisten die gelden op geconsolideerde basis binnen de groep. - -**2.** De Nederlandsche Bank kan in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, andere gegevens van de holding bedoeld in artikel 3:280c van de wet verlangen indien die gegevens nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag om ontheffing van goedkeuring bedoeld in dat artikel. - -## Hoofdstuk 2a. Aanvullend toezicht op Nederlandse verzekeraars in een verzekeringsrichtlijngroep - -### Paragraaf . Bepalingen ter uitvoering van de - -#### Afdeling 2a.1. Algemene bepalingen - -### Artikel 4a - -Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op verzekeraars met zetel in Nederland die onder het toepassingsgebied van de richtlijn solvabiliteit II vallen. - -#### Afdeling 2a.2. Financiële positie +a. neemt zij passende maatregelen voor het toezicht op de door de gehele groep, waarvan de beleggingsonderneming deel uitmaakt, te lopen relevante risico’s; en +b. is het ingevolge de artikelen 3:17 en 3:18a van de wet bepaalde op de beleggingsonderneming van toepassing. ### Artikel 4b -**1.** Een deelnemende verzekeraar als bedoeld in artikel 3:288a, eerste lid, van de wet of een verzekeringsholding of gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 3:288a, tweede lid, van de wet voert de berekening, waaruit moet blijken dat de solvabiliteit van de verzekeringsrichtlijngroep waarvan de verzekeraar of holding deel uitmaakt voldoet aan artikel 3:288a, eerste onderscheidenlijk tweede lid, ten minste eenmaal per jaar uit. De verzekeraar of holding voert de berekening onverwijld opnieuw uit indien het risicoprofiel van de groep duidelijk afwijkt van de aannames die ten grondslag lagen aan de laatste berekening, of indien de groepstoezichthouder daarom verzoekt vanwege aanwijzingen dat het risicoprofiel sinds die laatste berekening duidelijk is veranderd. De verzekeraar of holding meldt de uitkomst van de herberekening aan de groepstoezichthouder. - -**2.** De verzekeraar of holding maakt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, gebruik van methode 1 (standaardmethode op basis van consolidatie van jaarrekeningen), bedoeld in artikel 230 van de richtlijn solvabiliteit II, tenzij de groepstoezichthouder het gebruik van methode 2 (alternatieve methode op basis van aftrek en aggregatie), bedoeld in artikel 233 van de richtlijn solvabiliteit II, of een combinatie van methode 1 en methode 2 voorschrijft vanwege het feit dat de uitsluitende toepassing van methode 1 ongepast zou zijn. - -**3.** De verzekeraar of holding kan voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekeringsrichtlijngroep slechts gebruik maken van een intern model, indien daartoe overeenkomstig artikel 231, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II bij de groepstoezichthouder een aanvraag is ingediend, en de aanvraag overeenkomstig dat artikel is ingewilligd. - -**4.** Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is, neemt zij een besluit over de aanvraag, bedoeld in het derde lid, overeenkomstig artikel 231, eerste tot en met zesde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en met inachtneming van de artikelen 343 tot en met 345, 348 en 349 van de verordening solvabiliteit II. - -**5.** De in het eerste lid bedoelde berekening geschiedt met inachtneming van titel II, hoofdstukken I en II, van de verordening solvabiliteit II. Daarbij kan de Nederlandsche Bank de verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, toestaan om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 227, eerste lid, tweede alinea, van de richtlijn solvabiliteit II, indien zij van oordeel is dat de solvabiliteitsregeling van de betrokken staat die geen lidstaat is, gelijkwaardig is aan de solvabiliteitsregeling ingevolge titel I, hoofdstuk VI, van de richtlijn solvabiliteit II of indien de Europese Commissie de solvabiliteitsregeling ingevolge artikel 227, vierde of zevende lid, van de richtlijn solvabiliteit II als gelijkwaardig heeft aangemerkt. - -**6.** Op de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de overgangsmaatregelen, bedoeld in artikel 308 ter, zestiende lid en zeventiende lid, eerste en tweede alinea, van de richtlijn solvabiliteit II, van toepassing dan wel van overeenkomstige toepassing. - -#### Afdeling 2a.3. Kapitaalopslag en andere maatregelen - -### Artikel 4c - -**1.** Indien het solvabiliteitskapitaalvereiste van een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, die onderdeel is van een verzekeringsrichtlijngroep, wordt berekend op basis van een overeenkomstig artikel 231 van de richtlijn solvabiliteit II op groepsniveau goedgekeurd intern model en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de omstandigheden, bedoeld in artikel 231, zevende lid, van die richtlijn zich voordoen, kan zij in de in artikel 37 van de richtlijn solvabiliteit II bedoelde gevallen een kapitaalopslag toepassen. - -**2.** Indien toepassing van het eerste lid niet passend zou zijn, kan de Nederlandsche Bank in afwijking van het eerste lid eisen dat de verzekeraar zijn solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de standaardformule en zo nodig in de in artikel 37, eerste lid, onderdelen a en c, van de richtlijn solvabiliteit II bedoelde gevallen een kapitaalopslag toepassen. - -### Artikel 4ca - -**1.** Indien het solvabiliteitskapitaalvereiste van een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, die dochteronderneming is van een Nederlandse of Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, wordt berekend op basis van een overeenkomstig artikel 231 van de richtlijn solvabiliteit II op groepsniveau goedgekeurd intern model, en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de omstandigheden, bedoeld artikel 238, tweede lid, van die richtlijn zich voordoen, kan zij in de in artikel 37 van de richtlijn bedoelde gevallen een kapitaalopslag toepassen. - -**2.** Indien toepassing van het eerste lid niet passend zou zijn, kan de Nederlandsche Bank in afwijking van het eerste lid eisen dat de verzekeraar zijn solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de standaardformule. - -**3.** Indien de dochteronderneming, bedoeld in het eerste lid, haar solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de standaardformule en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de omstandigheden, bedoeld in artikel 238, derde lid, van de richtlijn solvabiliteit II zich voordoen, kan de Nederlandsche Bank een onderset van de parameters, genoemd in dat lid, die kenmerkend zijn voor die dochteronderneming voorschrijven of in de in artikel 37 van de richtlijn bedoelde gevallen een kapitaalopslag toepassen. - -### Artikel 4d - -De Nederlandsche Bank beoordeelt of sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die aanleiding geven tot het opleggen van een kapitaalopslag op het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in artikel 3:288b, tweede lid, aan de hand van artikel 232 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk X, afdeling 1, van de verordening solvabiliteit II, en bepaalt de hoogte van de op te leggen kapitaalopslag aan de hand van artikel 37, tweede lid, van de richtlijn, met inachtneming van titel I, hoofdstuk X, afdeling 2, van de verordening. - -#### Afdeling 2a.4. Groepen met gecentraliseerd risicobeheer - -### Artikel 4e - -**1.** De artikelen 238 en 239 van de richtlijn solvabiliteit II inzake de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste onderscheidenlijk de niet-naleving van dat vereiste zijn van toepassing op elke Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die de dochteronderneming is van een andere verzekeraar indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 236, onderdelen a tot en met d, van genoemde richtlijn en de moederonderneming een aanvraag tot toepassing van de artikelen 238 en 239 van de richtlijn heeft gedaan en deze aanvraag is ingewilligd overeenkomstig de procedure van artikel 237 van die richtlijn. - -**2.** De moederonderneming informeert de groepstoezichthouder en de Nederlandsche Bank indien niet langer aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 236, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van de richtlijn solvabiliteit II is voldaan. In dat geval, of indien de groepstoezichthouder daarom verzoekt op grond van een verrichte verificatie, presenteert de moederonderneming een plan om binnen een passende termijn opnieuw aan al die voorwaarden te voldoen. - -**3.** De toepassing van de artikelen 238 en 239 van de richtlijn solvabiliteit II eindigt overeenkomstig artikel 240, eerste lid, van de richtlijn, indien niet langer aan alle voorwaarden is voldaan en de groepstoezichthouder heeft vastgesteld dat het in het tweede lid bedoelde plan ontoereikend is of niet binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd. - -#### Afdeling 2a.5. Rapportages - -### Artikel 4f - **1.** -Een verzekeraar of holding als bedoeld in artikel 4b die deel uitmaakt van een verzekeringsrichtlijngroep waarvoor de Nederlandsche Bank als groepstoezichthouder is aangewezen, dient bij de Nederlandsche Bank binnen de ingevolge artikel 373, onderscheidenlijk artikel 375, tweede lid, van de verordening solvabiliteit II voorgeschreven termijnen toezichtrapportages in met de volgende informatie: +De Nederlandsche Bank kan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:280b van de wet verlenen aan een beleggingsonderneming die deel uitmaakt van een groep waarvan niet tevens een kredietinstelling deel uitmaakt, indien in de desbetreffende groep: -a. de toezichtinformatie, bedoeld in artikel 372, eerste lid, van de verordening solvabiliteit II; -b. de aanvullende toezichtinformatie, bedoeld in artikel 372, tweede lid, van de verordening solvabiliteit II; -c. de toezichtinformatie, bedoeld in de artikelen 376 en 377 van de verordening solvabiliteit II; -d. andere voor toezichtdoeleinden benodigde periodieke informatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II. +a. op elke beleggingsonderneming artikel 62a, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft van toepassing is; en +b. elke beleggingsonderneming een toetsingsvermogen aanhoudt dat ten minste gelijk is aan het hoogste van de volgende bedragen: -**2.** De Nederlandsche Bank stelt, met inachtneming van titel II, hoofdstuk VI, van de verordening solvabiliteit II, regels met betrekking tot de rapportages, bedoeld in het eerste lid. - -**3.** - -De Nederlandsche Bank kan, met inachtneming van artikel 35, zesde tot en met achtste lid, van de richtlijn solvabiliteit II, ontheffing verlenen van: - -a. de verplichting periodieke rapportagestaten vaker dan eenmaal per jaar te verstrekken; -b. itemgewijze rapportageverplichtingen. - -## Hoofdstuk 3. Aanvullend toezicht op verzekeraars met beperkte risico-omvang in een richtlijngroep - -### Titel . Bepalingen ter uitvoering van de - -#### Afdeling 3.1. Intragroepsovereenkomsten en -posities - -### Artikel 5 - -**1.** Een verzekeraar als bedoeld in de aanhef van artikel 3:281a, eerste lid, van de wet dient de in het tweede lid van dat artikel bedoelde rapportage eenmaal per jaar in. De Nederlandsche Bank kan, indien de solvabiliteit door ontwikkelingen bij een verzekeraar in het gedrang is of zou kunnen komen, besluiten dat de verzekeraar rapporteert met een hogere frequentie. - -**2.** Onder significante intragroepsovereenkomsten of -posities als bedoeld in artikel 3:281a, tweede lid, van de wet worden verstaan overeenkomsten of posities die een door de Nederlandsche Bank vast te stellen drempel, gerelateerd aan de vereiste solvabiliteit, te boven gaan. Alvorens de drempel vast te stellen, voert de Nederlandsche Bank overleg met de betrokken verzekeraar. De Nederlandsche Bank stelt geen kwalitatieve of andere kwantitatieve drempels vast. - -**3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de categorieën overeenkomsten en posities die in de rapportage worden betrokken en de rapportage. Artikel 4, vierde lid, is van toepassing. - -#### Afdeling 3.2. Aangepaste solvabiliteit - -### Artikel 6 - -**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:281b, eerste lid, van de wet berekent de aangepaste solvabiliteit overeenkomstig de in deze afdeling gestelde regels. - -**2.** De verzekeraar rapporteert de aangepaste solvabiliteit eenmaal per jaar, tenzij de Nederlandsche Bank, indien de aangepaste solvabiliteit door ontwikkelingen bij de verzekeraar in het gedrang is of zou kunnen komen, besluit dat er gerapporteerd moet worden met een hogere frequentie. - -**3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de rapportage, bedoeld in het tweede lid. Artikel 4, vierde lid, is van toepassing. - -### Artikel 7 - -**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 past voor de berekening van de aangepaste solvabiliteit een van de in bijlage A bij dit besluit opgenomen berekeningsmethoden toe. Hij betrekt bij die berekening iedere rechtstreeks of middellijk met hem verbonden verzekeraar. +1°. de som van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het Besluit prudentiële regels Wft; of +2°. het bedrag, bedoeld in artikel 60, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft. **2.** -De Nederlandsche Bank kan besluiten dat een verzekeraar geen aangepaste solvabiliteit behoeft te berekenen, indien: +Indien de Nederlandsche Bank een ontheffing als bedoeld in het eerste lid verleent, houdt een moederbeleggingsonderneming of een beleggingsonderneming die dochteronderneming is van een financiële holding op geconsolideerde basis een toetsingsvermogen aan op basis van de geconsolideerde financiële positie van die moederbeleggingsonderneming onderscheidenlijk financiële holding dat ten minste gelijk is aan het hoogste van de volgende bedragen: -a. de verzekeraar een verbonden verzekeraar is van een andere Nederlandse verzekeraar en de verzekeraar in aanmerking wordt genomen bij de voor die andere verzekeraar uitgevoerde berekening; of -b. de verzekeraar dezelfde moederonderneming heeft als een andere Nederlandse verzekeraar en in aanmerking wordt genomen bij de voor die andere verzekeraar uitgevoerde berekening. +1°. de som van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het Besluit prudentiële regels Wft; of +2°. het bedrag, bedoeld in artikel 60, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft. -**3.** De Nederlandsche Bank neemt slechts een besluit als bedoeld in het tweede lid, indien de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de berekening van het eigen vermogen van de bij de berekening betrokken verzekeraars adequaat over de in dat lid bedoelde ondernemingen verdeeld zijn. +### Artikel 4c + +**1.** + +De Nederlandsche Bank kan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:280b van de wet verlenen aan een beleggingsonderneming die deel uitmaakt van een groep waarvan niet tevens een kredietinstelling deel uitmaakt, indien in de desbetreffende groep: + +a. op elke beleggingsonderneming artikel 62a, eerste of tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft van toepassing is; +b. elke beleggingsonderneming die een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft is, een toetsingsvermogen aanhoudt dat ten minste gelijk is aan het hoogste van de volgende bedragen: + +1°. de som van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het Besluit prudentiële regels Wft; of +2°. het bedrag, bedoeld in artikel 60, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft; en +c. elke beleggingsonderneming die een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 62a, tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft is, een toetsingsvermogen aanhoudt dat ten minste gelijk is aan de som van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft. + +**2.** Indien de Nederlandsche Bank een ontheffing als bedoeld in het eerste lid verleent, houdt een moederbeleggingsonderneming of een beleggingsonderneming die dochteronderneming is van een financiële holding op geconsolideerde basis een toetsingsvermogen aan op basis van de geconsolideerde financiële positie van die moederbeleggingsonderneming onderscheidenlijk financiële holding dat ten minste gelijk is aan de som van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft. + +## Hoofdstuk 3. Aanvullend toezicht op Nederlandse levensverzekeraars en schadeverzekeraars in een verzekeringsgroep + +### Titel . Bepalingen ter uitvoering van de + +#### Afdeling 3.1. Berekening van de aangepaste solvabiliteit van Nederlandse levensverzekeraars en schadeverzekeraars + +##### Paragraaf 1. Rapportage van intragroepsovereenkomsten en -posities, keuze van de berekeningsmethode en algemene beginselen + +### Artikel 5 + +**1.** Een verzekeraar als bedoeld in de aanhef van artikel 3:284, eerste lid, van de wet dient de in het tweede lid van dat artikel bedoelde rapportage eenmaal per jaar in. De Nederlandsche Bank kan, indien de solvabiliteit door ontwikkelingen bij een verzekeraar in het gedrang is of zou kunnen komen, besluiten dat de verzekeraar rapporteert met een hogere frequentie. + +**2.** Onder significante intragroepsovereenkomsten of -posities als bedoeld in artikel 3:284, eerste lid, van de wet worden verstaan overeenkomsten of posities die een door de Nederlandsche Bank vast te stellen drempel, gerelateerd aan de vereiste solvabiliteit, te boven gaan. Alvorens de drempel vast te stellen, voert de Nederlandsche Bank overleg met de betrokken verzekeraar. De Nederlandsche Bank stelt geen kwalitatieve of andere kwantitatieve drempels vast. + +**3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de categorieën overeenkomsten en posities die in de rapportage worden betrokken en de rapportage. Artikel 4, vierde lid, is van toepassing. + +### Artikel 6 + +**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:285, eerste lid, van de wet berekent de aangepaste solvabiliteit overeenkomstig de in deze afdeling gestelde regels. + +**2.** + +De verzekeraar neemt bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit in aanmerking: + +a. de overeenkomstig de wet berekende solvabiliteit van met hem verbonden beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten die een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, hebben; +b. de overeenkomstig de wet berekende solvabiliteit van met hem verbonden beheerders met zetel in het buitenland die, indien zij in Nederland hun zetel zouden hebben, beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten zouden zijn waaraan een vergunning ingevolge artikel 2:65, tweede lid, zou kunnen worden verleend. + +**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de betrokken beheerder is betrokken in het toezicht, bedoeld in afdeling 3.6.2 van de wet, op een Nederlandse kredietinstelling. + +**4.** De verzekeraar rapporteert de aangepaste solvabiliteit eenmaal per jaar, tenzij de Nederlandsche Bank, indien de aangepaste solvabiliteit door ontwikkelingen bij de verzekeraar in het gedrang is of zou kunnen komen, besluit dat er gerapporteerd moet worden met een hogere frequentie. + +**5.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de rapportage, bedoeld in het vierde lid. Artikel 4, vierde lid, is van toepassing. + +### Artikel 7 + +**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 die met Nederlandse of Europese levensverzekeraars of schadeverzekeraars is verbonden, betrekt in de berekening van de aangepaste solvabiliteit bij toepassing van methode 1 of 2, bedoeld in bijlage A, het gedeelte van het geplaatste kapitaal dat zijn belang vertegenwoordigt, of bij toepassing van methode 3, bedoeld in genoemde bijlage, de percentages die worden gebruikt voor de opstelling van zijn geconsolideerde jaarrekening, bedoeld in artikel 405 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. + +**2.** Ongeacht de methode die wordt toegepast, neemt de verzekeraar, indien een verbonden Nederlandse of Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar een dochteronderneming is en een solvabiliteitstekort vertoont, het totale solvabiliteitstekort van de dochteronderneming in aanmerking. + +**3.** De Nederlandsche Bank kan besluiten dat de verzekeraar alleen het proportionele deel van het solvabiliteitstekort van de dochteronderneming, bedoeld in het tweede lid, bij de berekening behoeft te betrekken, indien zij van mening is dat de aansprakelijkheid van de verzekeraar strikt en ondubbelzinnig beperkt is tot zijn belang daarin. + +**4.** Indien er tussen de verzekeraar en de in het aanvullend toezicht betrokken onderneming geen kapitaalbanden bestaan, bepaalt de Nederlandsche Bank welk gedeelte van het solvabiliteitstekort in de berekening wordt betrokken. ### Artikel 8 -**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 gebruikt de vermogensbestanddelen die in aanmerking worden genomen bij de berekening van het eigen vermogen niet meerdere malen voor de verschillende verzekeraars die bij de berekening betrokken zijn. +**1.** Onverminderd artikel 12 en ongeacht de gekozen methode, bedoeld in artikel 20, gebruikt een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 de vermogensbestanddelen die in aanmerking worden genomen bij de berekening van de solvabiliteitsmarge niet meerdere malen voor de verschillende Nederlandse en Europese levensverzekeraars en schadeverzekeraars die bij die berekening betrokken zijn. -**2.** De verzekeraar betrekt bij de berekening van zijn aangepaste solvabiliteit niet de waarde van de activa die dienen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van andere rechtstreeks of middellijk met hem verbonden verzekeraars. +**2.** -**3.** De verzekeraar betrekt bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit geen vermogensbestanddelen die afkomstig zijn van de wederzijdse financiering tussen hem en andere rechtstreeks of middellijk met hem verbonden ondernemingen. +Voorzover de methoden, bedoeld in artikel 20, daarin nog niet voorzien, betrekt de verzekeraar bij de berekening van zijn aangepaste solvabiliteit niet: + +a. de waarde van zijn activa die dienen ter dekking van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van de met hem verbonden Nederlandse en Europese levensverzekeraars en schadeverzekeraars; +b. de waarde van de activa van met hem verbonden Nederlandse en Europese levensverzekeraars en schadeverzekeraars die dienen ter dekking van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van andere met die verbonden levensverzekeraars en schadeverzekeraars verbonden Nederlandse en Europese levensverzekeraars en schadeverzekeraars. ### Artikel 9 -De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot de berekening van de aangepaste solvabiliteit. +**1.** Onverminderd artikel 8 betrekt een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 winstreserves en toekomstige winsten die gegenereerd worden in met hem verbonden levensverzekeraars als bedoeld in artikel 3:281 van de wet, alsmede het geplaatste maar niet-gestorte aandelenkapitaal van met hem verbonden Nederlandse en Europese levensverzekeraars en schadeverzekeraars alleen in de berekening voorzover die in aanmerking zijn genomen voor de dekking van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van die verbonden Nederlandse en Europese levensverzekeraars en schadeverzekeraars. + +**2.** De verzekeraar betrekt geplaatst maar niet-gestort aandelenkapitaal dat een potentiële verplichting van zijn zijde vormt, niet in de berekening. + +**3.** De verzekeraar betrekt zijn geplaatst maar niet-gestort aandelenkapitaal dat een potentiële verplichting van de zijde van een met hem verbonden Nederlandse of Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar vormt, niet in de berekening. + +**4.** De verzekeraar betrekt geplaatst maar niet-gestort aandelenkapitaal van een verbonden Nederlandse of Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar dat een potentiële verplichting van de zijde van een andere met hem verbonden onderneming vormt, niet in de berekening. ### Artikel 10 -Vervallen +Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 betrekt andere dan de in artikel 9 bedoelde, voor de berekening van de solvabiliteitsmarge van in dat artikel bedoelde verbonden Nederlandse en Europese levensverzekeraars en schadeverzekeraars in aanmerking komende vermogensbestanddelen die naar het oordeel van de Nederlandsche Bank niet beschikbaar zijn ter dekking van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van de verzekeraar, slechts in de berekening voorzover zij in aanmerking zijn genomen voor de dekking van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van die verbonden levensverzekeraars of schadeverzekeraars. ### Artikel 11 -Vervallen +De totale waarde van de in de artikelen 9 en 10 bedoelde vermogensbestanddelen overschrijdt het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van de verbonden Nederlandse en Europese levensverzekeraars en schadeverzekeraars niet. ### Artikel 12 -Vervallen +**1.** + +Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 betrekt bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit geen vermogensbestanddelen die afkomstig zijn van de wederzijdse financiering tussen hem en: + +a. met hem verbonden ondernemingen; +b. in hem deelnemende ondernemingen; of +c. andere ondernemingen die verbonden zijn met in hem deelnemende ondernemingen. + +**2.** De verzekeraar betrekt bij de berekening evenmin vermogensbestanddelen van een met hem verbonden Nederlandse of Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar die afkomstig zijn van de wederzijdse financiering tussen die verbonden levensverzekeraar of schadeverzekeraar en een andere daarmee verbonden onderneming. + +##### Paragraaf 2. Toepassing van de berekeningsmethoden ### Artikel 13 -Vervallen +**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 betrekt, ongeacht de gekozen methode, bedoeld in artikel 20, bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit iedere rechtstreeks of middellijk met hem verbonden Nederlandse, Europese en niet-Europese levensverzekeraar en schadeverzekeraar. + +**2.** + +De Nederlandsche Bank kan besluiten dat de verzekeraar geen aangepaste solvabiliteit behoeft te berekenen, indien: + +a. de verzekeraar een verbonden levensverzekeraar of schadeverzekeraar is van een andere Nederlandse levensverzekeraar of schadeverzekeraar en de verzekeraar in aanmerking wordt genomen bij de voor die andere verzekeraar uitgevoerde berekening; +b. de verzekeraar als moederonderneming dezelfde verzekeringsholding, herverzekeraar of niet-Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar heeft als een andere Nederlandse levensverzekeraar of schadeverzekeraar en in aanmerking wordt genomen bij de voor die andere verzekeraar uitgevoerde berekening; of +c. de verzekeraar als moederonderneming dezelfde verzekeringsholding, herverzekeraar of niet-Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar heeft als een niet-Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar en artikel 3:288 van de wet is toegepast. + +**3.** De Nederlandsche Bank neemt slechts een besluit als bedoeld in het tweede lid, indien de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de berekening van de solvabiliteitsmarge van de bij de berekening betrokken levensverzekeraars of schadeverzekeraars, adequaat over de in dat lid bedoelde ondernemingen verdeeld zijn. + +**4.** De Nederlandsche Bank kan besluiten dat de verzekeraar bij de berekening rekening houdt met de solvabiliteit van een verbonden levensverzekeraar of schadeverzekeraar die zijn zetel heeft in een andere lidstaat, zoals die door de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat is vastgesteld. ### Artikel 14 -Vervallen +**1.** Bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit overeenkomstig deze afdeling wordt een met de verzekeraar verbonden herverzekeraar beschouwd als een verbonden Nederlandse of Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar. + +**2.** Het theoretisch minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge wordt berekend voor iedere verbonden herverzekeraar, overeenkomstig het voor Nederlandse schadeverzekeraars te berekenen minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, bedoeld in de artikelen 3:53, derde lid, en 3:57, tweede lid, van de wet. De Nederlandsche Bank kan besluiten dat een levensherverzekeraar het theoretisch minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge op dezelfde wijze berekent als het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge voor Nederlandse levensverzekeraars, bedoeld in de artikelen 3:53, derde lid, en 3:57, tweede lid, van de wet. ### Artikel 15 -Vervallen +Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 die door middel van een tussenliggende verzekeringsholding deelneemt in een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:281 van de wet of een herverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de wet betrekt bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit deze tussenliggende verzekeringsholding en stelt daarbij het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van de tussenliggende verzekeringsholding gelijk aan nul. Daarbij is van overeenkomstige toepassing hetgeen ingevolge de artikelen 3:53, derde lid, en 3:57, tweede lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de toegestane vermogensbestanddelen voor het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een Nederlandse levensverzekeraar of schadeverzekeraar. ### Artikel 16 -Vervallen +**1.** Bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit van een in een niet-Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar deelnemende Nederlandse levensverzekeraar of schadeverzekeraar, wordt de niet-Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar voor de berekening behandeld als een verbonden Nederlandse levensverzekeraar of schadeverzekeraar. + +**2.** Indien de niet-Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar, bedoeld in het eerste lid, in de staat van zijn zetel een vergunning heeft en beschikt over een solvabiliteitsmarge, die ten minste overeenkomt met de ingevolge de artikelen 3:53, derde lid, en 3:57, tweede lid, van de wet voorgeschreven solvabiliteit, kan de Nederlandsche Bank besluiten dat de verzekeraar, bedoeld in artikel 6, bij de berekening met betrekking tot die levensverzekeraar of schadeverzekeraar rekening houdt met het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge en met de voor het nakomen van dat minimumbedrag in aanmerking komende vermogensbestanddelen zoals die zijn voorgeschreven door de staat waar de niet-Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar zijn zetel heeft. ### Artikel 17 -Vervallen +Onverminderd de artikelen 14 en 16, tweede lid, kan de Nederlandsche Bank besluiten dat een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit met betrekking tot een verbonden herverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, rekening houdt met het minimumbedrag aan eigen vermogen en met de voor het nakomen van dat minimumbedrag in aanmerking komende vermogensbestanddelen, zoals die zijn voorgeschreven door de staat waar die herverzekeraar zijn zetel heeft. Indien in die staat zodanige voorschriften alleen zijn gesteld voor levensverzekeraars of schadeverzekeraars, kan de verzekeraar het theoretisch minimumbedrag aan eigen vermogen van de verbonden herverzekeraar berekenen alsof het gaat om een verbonden levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in die staat. Bij deze berekening houdt de verzekeraar rekening met de voor het nakomen van dat theoretisch minimumbedrag ingevolge de artikelen 3:53, derde lid, en 3:57, tweede lid, van de wet aangewezen in aanmerking komende vermogensbestanddelen. ### Artikel 18 -Vervallen +Bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit van een Nederlandse levensverzekeraar of schadeverzekeraar die een deelnemende onderneming is in een beleggingsonderneming, financiële instelling of kredietinstelling, is hetgeen is bepaald ingevolge artikel 3:57, tweede lid, van de wet met betrekking tot de mogelijke aftrek van een dergelijke deelneming en de mogelijkheid om alternatieve methoden toe te staan van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 19 -Vervallen +Indien de Nederlandsche Bank niet beschikt over de voor het toezicht op de berekening overeenkomstig deze afdeling noodzakelijke informatie betreffende een verbonden onderneming, brengt de verzekeraar, bedoeld in artikel 6, de boekwaarde van deze onderneming in mindering op de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de berekening van de aangepaste solvabiliteit. In dat geval worden aan deze deelneming verbonden meerwaarden niet als vermogensbestanddeel in deze berekening betrokken. + +##### Paragraaf 3. Berekeningsmethoden ### Artikel 20 -Vervallen +Een verzekeraar als bedoeld in artikel 6 past voor de berekening van de aangepaste solvabiliteit een van de in bijlage A bij dit besluit opgenomen berekeningsmethoden toe. + +#### Afdeling 3.2. Aanvullend toezicht op levensverzekeraars en schadeverzekeraars die dochteronderneming zijn van een verzekeringsholding, een herverzekeraar of een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is ### Artikel 21 -Vervallen +**1.** Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:286, eerste lid, van de wet berekent de aangepaste solvabiliteit overeenkomstig afdeling 3.1. + +**2.** De artikelen 6, tweede lid, 13, derde lid, en 19 zijn van overeenkomstige toepassing. + +**3.** Indien sprake is van middellijke deelnemingen in de verzekeraar, kan de Nederlandsche Bank besluiten dat de verzekeraar slechts de uiteindelijke moederonderneming van de levensverzekeraar of schadeverzekeraar die als verzekeringsholding, herverzekeraar of niet-Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar is aan te merken, in de berekening betrekt. ### Artikel 22 -Vervallen +**1.** De verzekeraar, bedoeld in artikel 21, past bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit ten aanzien van een in hem deelnemende verzekeringsholding, herverzekeraar of niet-Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar, de artikelen 6 tot en met 20 toe. + +**2.** + +Voor deze berekening worden de ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als een levensverzekeraar of schadeverzekeraar waarvoor geldt: + +a. een minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge gelijk aan nul indien het een verzekeringsholding betreft; +b. het theoretisch minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 14, indien het een herverzekeraar betreft, of artikel 17, indien dat artikel van toepassing is; en +c. het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge berekend overeenkomstig artikel 16 indien het een niet-Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar betreft. + +**3.** Ten aanzien van de ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, is hetgeen ingevolge de artikelen 3:53, derde lid, en 3:57, tweede lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de solvabiliteitsmarge, van overeenkomstige toepassing. ## Hoofdstuk 4. Financiële conglomeraten @@ -329,7 +286,7 @@ Vervallen **3.** De aanvullende kapitaaltoereikendheid is voldoende indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, niet negatief is. -**4.** Onverminderd het tweede lid kan de Nederlandsche Bank, indien zij coördinator is, na overleg met de andere relevante toezichthoudende instanties en het financieel conglomeraat, besluiten welke van die methoden de onderneming voor de berekening toepast. +**4.** Onverminderd het tweede lid kan de Nederlandsche Bank, indien zij coördinator is als bedoeld in artikel 3:293 van de wet, na overleg met de andere relevante toezichthoudende instanties en het financieel conglomeraat, besluiten welke van die methoden de onderneming voor de berekening toepast. ### Artikel 24 @@ -343,7 +300,7 @@ Vervallen **1.** Ongeacht welke van de in artikel 23, tweede lid, bedoelde methoden wordt toegepast, betrekt de onderneming, bedoeld in artikel 23, het totale solvabiliteitstekort van een dochteronderneming bij de berekening, indien het groepslid een dochteronderneming is en zij een solvabiliteitstekort of, indien het groepslid een niet-gereglementeerde entiteit uit de financiële marktsector is, een theoretisch solvabiliteitstekort heeft. -**2.** Indien de Nederlandsche Bank coördinator is en zij van oordeel is dat de aansprakelijkheid van de moederonderneming die een gedeelte van het kapitaal van de dochteronderneming in eigendom heeft, strikt en ondubbelzinnig tot dat gedeelte van het kapitaal beperkt is, kan zij besluiten dat de onderneming het solvabiliteitstekort van die dochteronderneming proportioneel in aanmerking neemt. Indien tussen de groepsleden geen kapitaalbanden bestaan, bepaalt de Nederlandsche Bank, indien zij coördinator is, na overleg met de relevante toezichthoudende instanties, het gedeelte van het solvabiliteitstekort dat de onderneming bij de berekening betrekt, rekening houdend met de aansprakelijkheid waartoe de bestaande betrekkingen aanleiding geven. +**2.** Indien de Nederlandsche Bank coördinator is als bedoeld in artikel 3:293 van de wet en zij van oordeel is dat de aansprakelijkheid van de moederonderneming die een gedeelte van het kapitaal van de dochteronderneming in eigendom heeft, strikt en ondubbelzinnig tot dat gedeelte van het kapitaal beperkt is, kan zij besluiten dat de onderneming het solvabiliteitstekort van die dochteronderneming proportioneel in aanmerking neemt. Indien tussen de groepsleden geen kapitaalbanden bestaan, bepaalt de Nederlandsche Bank, indien zij coördinator is als bedoeld in artikel 3:293 van de wet, na overleg met de relevante toezichthoudende instanties, het gedeelte van het solvabiliteitstekort dat de onderneming bij de berekening betrekt, rekening houdend met de aansprakelijkheid waartoe de bestaande betrekkingen aanleiding geven. **3.** @@ -380,11 +337,24 @@ f. berekent de onderneming het theoretische solvabiliteitsvereiste van een gemen **4.** De Nederlandsche Bank stelt, met inachtneming van het bepaalde ingevolge het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet, alsmede met inachtneming van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de internationale jaarrekeningstandaarden, nadere regels met betrekking tot de rapportage van de intragroepsovereenkomsten en -posities. Artikel 4, vierde lid, is van toepassing. -**5.** De in het eerste lid bedoelde onderneming verstrekt bovendien eenmaal per jaar op een na overleg met de Nederlandsche Bank door de onderneming te bepalen tijdstip de informatie die aan het groepsbestuur van het financiële conglomeraat wordt verstrekt over intragroepsovereenkomsten en -posities en die is opgesteld met gebruikmaking van de procedures bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b. +**5.** De in het eerste lid bedoelde onderneming verstrekt bovendien eenmaal per jaar op een na overleg met de Nederlandsche Bank door de onderneming te bepalen tijdstip de informatie die aan het groepsbestuur van het financiële conglomeraat wordt verstrekt over intragroepovereenkomsten en -posities en die is opgesteld met gebruikmaking van de procedures bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b. ### Artikel 28 -Vervallen +**1.** + +Een onderneming als bedoeld in artikel 3:299, eerste lid, van de wet, beschikt over: + +a. adequate procedures met betrekking tot de kapitaaltoereikendheid om alle bestaande materiële risico’s te bepalen en te meten en het eigen vermogen naar behoren af te stemmen op de risico’s; +b. gedegen rapportage- en jaarrekeningsystemen, met het oog op de bepaling, meting, bewaking en beheersing van de intragroepsovereenkomsten- en posities en de risicoconcentratie. + +**2.** + +De onderneming beschikt tevens met het oog op het risicobeheer, bedoeld in artikel 3:299, eerste lid, onderdeel a, van de wet, over: + +a. een gedegen bestuur en beheer, waarin is voorzien in goedkeuring en periodieke evaluatie van de strategieën en het beleid door de passende bestuursorganen op het niveau van het financiële conglomeraat met betrekking tot alle risico’s die zij aangaan; +b. een adequaat kapitaaltoereikendheidsbeleid om te anticiperen op de gevolgen van de bedrijfsstrategie van de gereglementeerde entiteiten in het financieel conglomeraat voor het risicoprofiel en de kapitaaltoereikendheid, bedoeld in artikel 3:296 van de wet; +c. adequate procedures om te waarborgen dat de risicobewakingssystemen van de gereglementeerde entiteiten in het financieel conglomeraat goed geïntegreerd zijn in hun organisatie en dat alle maatregelen zijn genomen om te waarborgen dat de systemen die worden toegepast in alle ondernemingen die onder het aanvullende toezicht vallen met elkaar in overeenstemming zijn, zodat de risico’s op het niveau van het financiële conglomeraat kunnen worden gemeten, bewaakt en beheerst. ## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen