diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index f903afe5d56..1e4baeb078c 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -3908,12 +3908,21 @@ Een vreemdeling wiens aanvraag binnen de aanmeldcentrumprocedure dan wel vanuit #### 13.1. Recht op opvang -Bij indiening van een eerste asielaanvraag die niet binnen de aanmeldcentrumprocedure wordt afgehandeld, bestaat in beginsel recht op opvang. Dit geldt echter niet wanneer een tweede of volgende asielaanvraag is ingediend (zie C5/20). +Na indiening van een asielaanvraag die niet binnen de aanmeldcentrumprocedure wordt afgehandeld, maakt de vreemdeling aanspraak op opvang en andere voorzieningen. - De Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 voorziet in de opvang van asielzoekers onder de verantwoordelijkheid en zorg van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De Regeling opvang asielzoekers voorziet in de opvang van asielzoekers onder verantwoordelijkheid en zorg van gemeenten. + De Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) voorziet in de opvang van asielzoekers onder de verantwoordelijkheid en zorg van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De Regeling opvang asielzoekers voorziet in de opvang van asielzoekers onder verantwoordelijkheid en zorg van gemeenten. -200222319-11-200219-11-2002HKUIT02/4067200222319-11-200219-11-2002HKUIT02/406721-11-200201-01-2006Stcrt. 2006, 10, datum inwerkingtreding 15-01-2006, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze tekst. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2006.Na indiening van een asielaanvraag die niet binnen de aanmeldcentrumprocedure wordt afgehandeld, maakt de vreemdeling aanspraak op opvang en andere voorzieningen.De Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) voorziet in de opvang van asielzoekers onder de verantwoordelijkheid en zorg van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De Regeling opvang asielzoekers voorziet in de opvang van asielzoekers onder verantwoordelijkheid en zorg van gemeenten.De aanspraak op voorzieningen ingevolge de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) ontstaat pas nadat besloten is dat de asielaanvraag niet binnen de aanmeldcentrumprocedure zal worden afgewezen.Vreemdelingen wier vrijheid rechtens is ontnomen maken geen aanspraak op voorzieningen ingevolge de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005). Indien de bewaring van de betreffende asielzoeker wordt opgeheven en het asielverzoek niet reeds is afgewezen, maakt de asielzoeker aanspraak op voorzieningen ingevolge de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005).De aanspraak op voorzieningen ontstaat niet indien de vreemdeling een verzoek indient op andere wijze dan neergelegd in artikel 3.108 Vreemdelingenbesluit. Derhalve kan een verzoek dat bijvoorbeeld door middel van een brief is ingediend, niet leiden tot aanspraak op voorzieningen. In deze gevallen is immers geen sprake geweest van een aanmeldcentrumprocedure waarbinnen onder andere een beoordeling heeft kunnen plaatsvinden of het verzoek op voorhand geen kans van slagen heeft. + + De aanspraak op voorzieningen ingevolge de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) ontstaat pas nadat besloten is dat de asielaanvraag niet binnen de aanmeldcentrumprocedure zal worden afgewezen. + + + Vreemdelingen wier vrijheid rechtens is ontnomen maken geen aanspraak op voorzieningen ingevolge de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005). Indien de bewaring van de betreffende asielzoeker wordt opgeheven en het asielverzoek niet reeds is afgewezen, maakt de asielzoeker aanspraak op voorzieningen ingevolge de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005). + + + De aanspraak op voorzieningen ontstaat niet indien de vreemdeling een verzoek indient op andere wijze dan neergelegd in artikel 3.108 Vreemdelingenbesluit. Derhalve kan een verzoek dat bijvoorbeeld door middel van een brief is ingediend, niet leiden tot aanspraak op voorzieningen. In deze gevallen is immers geen sprake geweest van een aanmeldcentrumprocedure waarbinnen onder andere een beoordeling heeft kunnen plaatsvinden of het verzoek op voorhand geen kans van slagen heeft. + +20061013-01-200603-01-20062006/120061013-01-200603-01-20062006/115-01-200601-01-2006 #### 13.2. Maatregelen van toezicht @@ -4402,33 +4411,9 @@ Indien een vreemdeling aangeeft asiel te willen aanvragen, terwijl al eerder in 20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -#### 20.2. Het maken van een afspraak voor een tweede of volgende asielaanvraag +#### 20.2. Het maken van een afspraak voor een volgende asielaanvraag -In verband met de administratieve voorbereiding die met een tweede of volgende aanvraag samenhangt, wordt voor het indienen van een tweede of volgende asielaanvraag vooraf een afspraak gemaakt met de vreemdeling. - -Ten aanzien van vreemdelingen aan wie een maatregel van artikel 6 Vreemdelingenwet is opgelegd en die een tweede of volgende asielaanvraag indienen, geldt het onderstaande niet. Op hen is het gestelde onder A5/2.2.3.1 van toepassing. - -Een vreemdeling die een tweede of volgende asielaanvraag wil indienen, kan dit daarom uitsluitend vooraf telefonisch melden (telefoonnummer: 0599-56 81 16). Dit nummer is bereikbaar van maandag tot en met donderdag van 10.00 tot 16.00 uur. - -Bij zijn telefonische kennisgeving wordt de vreemdeling erop gewezen dat hij de (eventuele) nieuwe bescheiden, indien mogelijk in origineel – in het Nederlands vertaald – bij de aanvraag dient te overleggen. - -In het geval de vreemdeling aangeeft dat hij in aanmerking meent te komen voor opvang, kan de vreemdeling gevraagd worden om de informatie te verstrekken die naar zijn mening aanleiding geeft tot het recht op opvang. - -Indien tijdens de telefonische melding blijkt dat de vreemdeling in Nederland vergezeld wordt door familieleden, wordt hij er bij de telefonische kennisgeving op gewezen dat ook zij, indien zij wensen dat door of namens hen een tweede of volgende asielaanvraag wordt ingediend, zich op de afgesproken tijd en plaats dienen te melden. Tevens worden het Centraal Orgaan opvang asielzoekers en de vreemdelingendienst van de (laatste) verblijfplaats van de betrokken vreemdeling(en) in kennis gesteld van de aanmelding. - -Na de telefonische melding bepaalt een medewerker van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de locatie waar de asielaanvraag moet worden ingediend. De vreemdeling wordt zo snel als redelijkerwijs mogelijk is in de gelegenheid gesteld een nieuwe asielaanvraag in te dienen. - -De betrokken vreemdeling wordt vervolgens zo snel als redelijkerwijs mogelijk is schriftelijk op de hoogte gesteld van de plaats en de tijd waar hij zijn asielaanvraag moet indienen. - -De vreemdeling (en zijn eventuele ‘gezinsleden’ in de zin van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vreemdelingenwet) dient zich conform de afspraak op het vooraf afgesproken tijdstip te melden bij het aanmeldcentrum. Op dat moment dient de vreemdeling ook de originelen van eventuele nieuwe bescheiden met een vertaling in het Nederlands bij zich te hebben. - -Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers en de vreemdelingendienst waaronder de (laatste) verblijfplaats van de betrokken vreemdeling valt, worden van de aanmelding in het aanmeldcentrum op de hoogte gesteld door een medewerker van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het betreffende aanmeldcentrum. - -De voorafgaande kennisgeving van de wens een asielaanvraag te willen indienen houdt niet de formele indiening van de asielaanvraag in. - -Indien een vreemdeling zich bij een aanmeldcentrum aanmeldt voor de indiening van een tweede of volgende asielaanvraag, zonder dat hiervoor volgens de hierboven beschreven procedure een afspraak is gemaakt, wordt hem deze procedure medegedeeld. - -Indien niet is voldaan aan één van de hiervoor omschreven voorwaarden voor het indienen van een tweede of volgende aanvraag, dan dient de vreemdeling in de gelegenheid te worden gesteld de aanvraag binnen een redelijke termijn aan te vullen (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht), indien en voor zover dat naar de aard van het gebrek mogelijk is. Dit geldt dus alleen in de gevallen waarin nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd. Is aanvulling niet mogelijk, dan kan hierin aanleiding gelegen zijn om een nieuwe afspraak te maken. +Gedurende de periode voorafgaand aan de daadwerkelijke indiening van de tweede of volgende asielaanvraag maakt de vreemdeling geen aanspraak op verblijf in een tijdelijke noodvoorziening. #### 20.3. Bijzonderheden betreffende de aanmeldcentrumprocedure @@ -4439,45 +4424,7 @@ Indien er sprake is van een tweede of volgende asielaanvraag, geldt, in afwijkin 20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -#### 20.4. Geen opvang in de verdere procedure - -##### 20.4.1. Algemeen - -– indien een vertrekmoratorium van kracht is op de betreffende vreemdeling; -– wanneer de vreemdeling in zeer schrijnende humanitaire omstandigheden verkeert; -– bij aanvragen die op of na 13 augustus 2001 zijn ingediend en waar sprake is van een nieuw asielrelaas nadat betrokkene aantoonbaar is teruggekeerd naar het land van herkomst. - -##### 20.4.2. Vertrekmoratorium - -Indien een nieuwe aanvraag wordt ingediend, gebaseerd op de omstandigheid dat op de vreemdeling een vertrekmoratorium van kracht is geworden terwijl de opvang ten aanzien van hem reeds was beëindigd, dan wordt opvang niet onthouden. - Ook de vreemdeling wiens opvang ingevolge artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet niet is beëindigd zal in aanmerking (blijven) komen voor opvang indien hij, na afloop van het vertrekmoratorium een tweede aanvraag indient die is gebaseerd op nieuwe feiten en omstandigheden. Ook in dat geval wordt de opvang niet beëindigd. - -20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-200101-01-2006Stcrt. 2006, 10, datum inwerkingtreding 15-01-2006, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze tekst. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2006.Dit onderdeel vervalt. - -##### 20.4.3. Zeer schrijnende humanitaire omstandigheden - -a. wanneer een asielzoeker alleenstaande minderjarige vreemdeling is in de zin van C2/7; -b. bij gezinnen met één of meer kinderen beneden de leeftijd van een jaar; -c. in individuele gevallen bij medische omstandigheden waarin ten behoeve van de direct medisch noodzakelijke noodhulp, opvang van de betreffende vreemdeling en/of zijn gezinsleden in een voorziening van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers noodzakelijk is. - -– als een indiener van een tweede of volgende aanvraag tijdens zijn periodieke melding bij de vreemdelingendienst vraagt om opvang in verband met zeer schrijnende humanitaire omstandigheden; -– als een indiener van een tweede of volgende aanvraag zich vanwege een spoedeisende situatie vóór de afgesproken meldingsdatum (‘tussendoor’) meldt met een beroep op zeer schrijnende humanitaire omstandigheden. - -##### 20.4.4. Nieuw asielrelaas na terugkeer land van herkomst - -a. de vreemdeling gedocumenteerd aantoont teruggekeerd te zijn naar het land van herkomst en aldaar te hebben verbleven en; -b. de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zich na afwijzing van zijn asielaanvraag door de in het land van herkomst feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die een nieuw feitencomplex opleveren en het asiel-relaas bestaat uit feiten of omstandigheden die zich ten tijde van de eerdere aanvraag niet hebben voorgedaan; en -c. de huidige aanvraag niet in het Aanmeldcentrum (AC) is afgedaan. - -ad a. De vreemdeling dient identiteitspapieren danwel andere bescheiden te overleggen waaruit blijkt dat hij na zijn asielprocedure in Nederland teruggekeerd is naar het land van herkomst. Hierbij wordt gedacht aan tot de persoon van betrokkene te herleiden documenten of bescheiden. Het enkel afleggen van (geloofwaardige) verklaringen is hiervoor onvoldoende. De bewijslast ligt in deze geheel bij betrokkene. - -Bewijs van uitreis uit Nederland, zoals bijvoorbeeld een uitreisstempel in het paspoort, is onvoldoende om aan te tonen dat betrokkene is teruggekeerd naar het land van herkomst. Dit kan immers ook wijzen op verblijf in een derde land, zonder dat men is teruggekeerd naar het land van herkomst. - -ad b. Van belang hierbij is dat er sprake moet zijn van feiten en omstandigheden die leiden tot een nieuw feitencomplex en verband houden met (één van) de inwilligingsgronden. Wanneer een beroep wordt gedaan op (soortgelijke) feiten of omstandigheden – ook al hebben deze zich voorgedaan na terugkeer in het land van herkomst – die al zijn aangevoerd in de eerdere asielprocedure en wegens onvoldoende zwaar-wegendheid (mede) hebben geleid tot afwijzing van de eerdere aanvraag, is er geen sprake van een nieuw feiten-complex. Dit laatste is wel het geval indien er (soortgelijke) feiten en omstandigheden worden aangevoerd, die bij de eerdere procedure niet en nu wel aannemelijk gemaakt zijn en verband houden met (één van) de inwilligingsgronden. - -ad c. Als laatste voorwaarde geldt dat de tweede of volgende asielaanvraag niet in het AC is afgedaan. Indien de tweede of volgende aanvraag – ondanks het bestaan van een nieuw feitencomplex – op het AC wordt afgedaan, ontstaat er conform C3/13.1 geen recht op opvang. - -Pas vanaf het moment dat de asielzoeker aan alle voorwaarden als hiervoor genoemd voldoet, zal de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers adviseren om opvang te bieden. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers beslist of al dan niet opvang wordt geboden. +#### 20.4. Recht op opvang Met betrekking tot de aanspraak op voorzieningen ingevolge de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) voor vreemdelingen die een tweede of volgende aanvraag hebben in gediend, wordt verwezen naar C3/13.1 en C5/20.2.