diff --git a/wet/uitleveringswet/BWBR0002559/README.md b/wet/uitleveringswet/BWBR0002559/README.md index d09075cef6b..cd85e115455 100644 --- a/wet/uitleveringswet/BWBR0002559/README.md +++ b/wet/uitleveringswet/BWBR0002559/README.md @@ -275,7 +275,7 @@ d. de gegevens die nodig zijn voor het vaststellen van de identiteit van de opge **3.** Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan. -**4.** Is de opgeëiste persoon niet verschenen en de rechtbank zijn aanwezigheid bij het verhoor wenselijk acht, dan gelast de rechtbank tegen een door haar te bepalen tijdstip diens dagvaarding, zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging. +**4.** Is de opgeëiste persoon niet verschenen en acht de rechtbank zijn aanwezigheid bij het verhoor wenselijk, dan gelast de rechtbank tegen een door haar te bepalen tijdstip diens dagvaarding, zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging. ### Artikel 26 @@ -315,7 +315,7 @@ dan verklaart zij bij haar uitspraak de uitlevering ontoelaatbaar. ### Artikel 29 -**1.** De artikelen 37 tot en met 39, 45 tot en met 49, 50, eerste lid, 260, eerste lid, 268, 269, vijfde lid, 271, 272, 273, derde lid, 274 tot en met 277, 279 tot en met 280, tweede en derde lid, 281, 286, 288, vierde lid, 289, eerste en derde lid, 290 tot en met 301, 318 tot en met 322, 324 tot en met 331, 345, eerste en derde lid, 346, 357 en 362 tot en met 365 van het Wetboek van Strafvordering vinden overeenkomstige toepassing. Voor zover die bepalingen betrekking hebben op de verdachte, zijn zij van overeenkomstige toepassing op de opgeëiste persoon. +**1.** De artikelen 37 tot en met 39, 45 tot en met 49, 50, eerste lid, 260, eerste lid, 268, 269, vijfde lid, 271, 272, 273, derde lid, 274 tot en met 277, 279, 281, 286, 288, vierde lid, 289, eerste en derde lid, 290 tot en met 301, 318 tot en met 322, 324 tot en met 331, 345, eerste en derde lid, 346, 357 en 362 tot en met 365 van het Wetboek van Strafvordering vinden overeenkomstige toepassing. Voor zover die bepalingen betrekking hebben op de verdachte, zijn zij van overeenkomstige toepassing op de opgeëiste persoon. **2.** De in het eerste lid genoemde artikelen vinden geen toepassing voor zover deze betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt.