diff --git a/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md b/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md index d7a2a627e68..46cad77f2c9 100644 --- a/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md +++ b/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md @@ -22,25 +22,23 @@ Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt vers a. scheepsafvalstoffen: de in de onderdelen b tot en met d nader bepaalde afvalstoffen; b. olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen: afgewerkte olie, bilgewater en overige olie- of vethoudende afvalstoffen die bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan; -c. afval van de lading: afval en afvalwater, dat in verband met de lading aan boord van het schip ontstaat. Hiertoe behoren niet de restlading, dampen en overslagresten, bedoeld in Deel B van de Uitvoeringsregeling; +c. afval van de lading: ladingrestanten dan wel afvalwater dat ladingrestanten bevat; d. overige scheepsafvalstoffen: afvalwater, huisvuil, zuiveringsslib, slops en gevaarlijke afvalstoffen, voorzover die afvalstoffen bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan en niet vallen onder olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen of afval van de lading; -e. afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of voorwerpen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; +e. afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of andere produkten waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; f. afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; g. schip: een vaartuig dat feitelijk wordt gebruikt dan wel geschikt is om te worden gebruikt als middel voor verplaatsing te water, alsmede een drijvend werktuig; h. schipper: de gezagvoerder van een schip of degene, die deze vervangt; i. zeeschip: een schip dat is toegelaten voor de zee- of kustvaart en overwegend daartoe is bestemd; j. exploitant van een schip: de eigenaar, de rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; k. gemotoriseerd schip: een schip waarvan de hoofd- of hulpmotoren, met uitzondering van ankerliermotoren, verbrandingsmotoren zijn; -l. ontvangstvoorziening: een vaste of mobiele inrichting, door de bevoegde autoriteiten toegelaten voor het in ontvangst nemen van scheepsafval of dampen; -m. exploitant van de ontvangstvoorziening: degene die beroepsmatig een ontvangstvoorziening exploiteert; -n. bevoegde autoriteit: de autoriteit of autoriteiten die ten aanzien van een vaarweg voor de toepassing van artikel 1.15, tweede lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, artikel 1.15, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement, artikel 1.15 van het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas of artikel 43 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, is of zijn aangewezen bij of krachtens het desbetreffende reglement dan wel, binnen het toepassingsgebied van het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 of het Scheepvaartreglement Eemsmonding: de Rijkshavenmeester Westerschelde, onderscheidenlijk de bevoegde autoriteit, aangewezen ingevolge artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Scheepvaartreglement Eemsmonding; -o. verdrag: het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293): -p. Uitvoeringsregeling: bijlage 2, behorende bij het verdrag; -q. conferentie: de Conferentie der Verdragsluitende Partijen, bedoeld in artikel 14 van het verdrag; -r. internationaal orgaan: het Internationale Verevenings- en Coördinatieorgaan, bedoeld in artikel 10 van het verdrag; -s. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; -t. afgewerkte olie: afgewerkte olie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit inzamelen afvalstoffen; -u. dampen: gasvormige uit vloeibare lading vervluchtigende verbindingen (gasvormige restanten van vloeibare lading). +l. ontvangstvoorziening: een inrichting of schip voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen; +m. bevoegde autoriteit: de autoriteit of autoriteiten die ten aanzien van een vaarweg voor de toepassing van artikel 1.15, tweede lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, artikel 1.15, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement, artikel 1.15 van het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas of artikel 43 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, is of zijn aangewezen bij of krachtens het desbetreffende reglement dan wel, binnen het toepassingsgebied van het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 of het Scheepvaartreglement Eemsmonding: de Rijkshavenmeester Westerschelde, onderscheidenlijk de bevoegde autoriteit, aangewezen ingevolge artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Scheepvaartreglement Eemsmonding; +n. verdrag: het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293): +o. Uitvoeringsregeling: bijlage 2, behorende bij het verdrag; +p. conferentie: de Conferentie der Verdragsluitende Partijen, bedoeld in artikel 14 van het verdrag; +q. internationaal orgaan: het Internationale Verevenings- en Coördinatieorgaan, bedoeld in artikel 10 van het verdrag; +r. Onze Ministers: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; +s. bijlage 1, 2 of 3: de bij dit besluit behorende bijlage 1, 2, onderscheidenlijk 3. **2.** @@ -49,37 +47,32 @@ Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt vers a. bilgewater: oliehoudend afvalwater uit de bilge van de machinekamer, de voor- en achterpiek, de kofferdammen en de ruimten tussen zijwand en beunwand; b. olie-afgifteboekje: een olie-afgifteboekje, afgegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, dan wel een buiten Nederland afgegeven olie-afgifteboekje als bedoeld in artikel 2.03 van de Uitvoeringsregeling; c. tegoed: geldelijk tegoed van de eigenaar van het schip op de rekening van een nationaal instituut als bedoeld in artikel 9 van het verdrag; -d. ED-kaart: elektronische informatiedrager, bedoeld in artikel 3.01, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling (ECO-kaart);. -e. betaalterminal: apparaat waarmee in combinatie met de ED-kaart de verschuldigde afvalbeheerbijdrage digitaal wordt betaald; -f. bunkerverklaring: een bunkerverklaring als bedoeld in artikel 22 dan wel een buiten Nederland opgemaakte bunkerverklaring als bedoeld in artikel 3.04 van de Uitvoeringsregeling. +d. ED-kaart: elektronische informatiedrager op naam van de eigenaar van het schip, waarmee wordt beschikt over het tegoed teneinde de verschuldigde afvalbeheersbijdrage digitaal te betalen; +e. betaalterminal: apparaat waarmee in combinatie met de ED-kaart de verschuldigde afvalbeheersbijdrage digitaal wordt betaald; +f. bunkerverklaring: een bunkerverklaring als bedoeld in artikel 2.5.1 dan wel een buiten Nederland opgemaakte bunkerverklaring als bedoeld in artikel 3.03 van de Uitvoeringsregeling. **3.** Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. overslaginstallatie: voor het laden en lossen van schepen bedoelde locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht; +a. overslaginrichting: een inrichting ten behoeve van het laden of lossen van schepen; b. afzender, ontvanger, onderscheidenlijk vervoerder: de afzender, de ontvanger, onderscheidenlijk de vervoerder, bedoeld in artikel 929a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; c. vloeibare lading: vloeibare in bulk vervoerde lading; d. droge lading: andere lading dan bedoeld in onderdeel c; -e. eenheidstransporten: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van een schip aantoonbaar dezelfde lading of een andere lading, waarvan het transport geen reiniging van het laadruim of de ladingtank vereist, wordt vervoerd; -f. verenigbare transporten: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van een schip aantoonbaar een lading, waarvan het transport geen wassen van het laadruim of de ladingtank vereist, wordt vervoerd; -g. overslagresten: lading die bij de overslag buiten de laadruimen of de ladingtanks op het schip terechtkomt; -h. leidingsysteem: alle leidingen waarin zich vloeibare of gasvormige lading kan bevinden, met inbegrip van de bijbehorende pompen, filters en afsluitinrichtingen; -i. restlading: lading die na het lossen doch zonder nalossen in de ladingtank, het leidingsysteem of het laadruim van een schip is achtergebleven; -j. uitstoten van dampen: elk afblazen van dampen uit een gesloten ladingtank met uitzondering van het ontspannen van de tank om de luiken te openen en om de dampconcentratie te meten alsmede bij het inschakelen van de veiligheidsventielen; -k. nalossen: het uit de laadruimen, ladingtanks en het leidingsysteem van een schip verwijderen van restlading en het van een schip verwijderen van verpakkings- en stuwmateriaal; -l. nalenssysteem: een systeem voor het nalossen van de ladingtanks en het leidingsysteem van een schip; -m. nagelensde ladingtank: een ladingtank van een schip waaruit de restlading is verwijderd met behulp van een nalenssysteem en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; -n. ladingrestanten: vloeibare lading die zich in een ladingtank of het leidingsysteem van een schip bevindt en daaruit niet met behulp van het nalenssysteem kan worden verwijderd, dan wel droge lading die zich in een laadruim van een schip bevindt en daaruit niet kan worden verwijderd met behulp van bezems of veegmachines, dan wel, indien de losstandaard vacuümschoon van toepassing is, met behulp van vacuümreinigers; -o. bezemschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van bezems of veegmachines en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; -p. vacuümschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van vacuümreinigers en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; -q. wassen: het verwijderen van ladingrestanten met behulp van stoom of water; -r. gewassen laadruim of ladingtank: een laadruim of ladingtank met aansluitend leidingsysteem, dat onderscheidenlijk die na het wassen in beginsel voor elke soort lading geschikt is; -s. waswater: afvalwater dat afkomstig is van het wassen van een laadruim dan wel een ladingtank of het leidingsysteem, dan wel een gangboord of andere licht vervuilde oppervlakte van een schip; -s. losverklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 53, derde lid, dan wel een buiten Nederland opgestelde verklaring als bedoeld in artikel 6.03 van de Uitvoeringsregeling; -t. ontgassen: verwijderen van dampen, overeenkomstig aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling, uit een nagelensde ladingtank bij een ontvangstvoorziening door gebruik te maken van hiervoor geschikte procedures en technieken; -u. ventileren: rechtstreekse afgifte van dampen uit de ladingtank aan de atmosfeer; -v. ontgaste of geventileerde tank: ladingtank waaruit de dampen, overeenkomstig de ontgassingsstandaarden van aanhangsel IIIa, behorende bij de Uitvoeringsregeling, zijn verwijderd. +e. eenheidstransporten: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van een schip dezelfde lading of een andere lading, waarvan het transport geen reiniging van het laadruim of de ladingtank vereist, wordt vervoerd; +f. overslagresten: lading die bij de overslag buiten de laadruimen of de ladingtanks op het schip terechtkomt; +g. leidingsysteem: alle leidingen waarin zich vloeibare of gasvormige lading kan bevinden, met inbegrip van de bijbehorende pompen, filters en afsluitinrichtingen; +h. restlading: lading die na het lossen doch zonder nalossen in de ladingtank, het leidingsysteem of het laadruim van een schip is achtergebleven; +i. nalossen: het uit de laadruimen, ladingtanks en het leidingsysteem van een schip verwijderen van restlading en het van een schip verwijderen van verpakkings- en stuwmateriaal; +j. nalenssysteem: een systeem voor het nalossen van de ladingtanks en het leidingsysteem van een schip; +k. nagelensde ladingtank: een ladingtank van een schip waaruit de restlading is verwijderd met behulp van een nalenssysteem en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; +l. ladingrestanten: vloeibare lading die zich in een ladingtank of het leidingsysteem van een schip bevindt en daaruit niet met behulp van het nalenssysteem kan worden verwijderd, dan wel droge lading die zich in een laadruim van een schip bevindt en daaruit niet kan worden verwijderd met behulp van bezems of veegmachines, dan wel, indien de losstandaard vacuümschoon van toepassing is, met behulp van vacuümreinigers; +m. bezemschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van bezems of veegmachines en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; +n. vacuümschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van vacuümreinigers en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; +o. wassen: het verwijderen van ladingrestanten met behulp van stoom of water; +p. gewassen laadruim of ladingtank: een laadruim of ladingtank met aansluitend leidingsysteem, dat onderscheidenlijk die na het wassen in beginsel voor elke soort lading geschikt is; +q. waswater: afvalwater dat afkomstig is van het wassen van een laadruim dan wel een ladingtank of het leidingsysteem, dan wel een gangboord of andere licht vervuilde oppervlakte van een schip; +r. losverklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 53, derde lid, dan wel een buiten Nederland opgestelde verklaring als bedoeld in artikel 6.03 van de Uitvoeringsregeling. **4.** @@ -99,8 +92,8 @@ h. ISO-norm: een door de Internationale Organisatie voor Standaardisatie uitgege Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. verevening: de internationale financiële verevening, bedoeld in artikel 10 van het verdrag; -b. subsidie: de subsidie, bedoeld in artikel 39h, eerste lid, van de Binnenvaartwet; -c. subsidie-ontvanger: de rechtspersoon die ingevolge artikel 39g van de Binnenvaartwet is aangewezen als nationaal instituut. +b. subsidie: de subsidie, bedoeld in artikel 28j, eerste lid, onder a en b, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren; +c. subsidie-ontvanger: de rechtspersoon die ingevolge artikel 28i van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is aangewezen als nationaal instituut. ### Paragraaf 1.2. Reikwijdtebepalingen @@ -110,25 +103,27 @@ Dit besluit is van toepassing met betrekking tot schepen die zich bevinden op de ### Artikel 3 -In afwijking van artikel 2 is dit besluit niet van toepassing op bij regeling van Onze Minister aangewezen vaartuigen, voor zover in die regeling bepaald. +In afwijking van artikel 2 is dit besluit niet van toepassing met betrekking tot: + +a. zeeschepen die zich bevinden in zeehavens of op daarheen leidende zeetoegangswegen, met uitzondering van paragraaf 2.6, en +b. pleziervaartuigen als bedoeld in de Wet pleziervaartuigen, alsmede vaartuigen die uit hoofde van hun feitelijke bestemming plaatsgebonden zijn. ### Paragraaf 1.3. Algemene verboden en verplichtingen -### Artikel 3a - -Het in het oppervlaktewaterlichaam brengen van stoffen bedoeld in de artikelen 62, 76, 77 en 100 is vrijgesteld van het in artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet bedoelde verbod. - ### Artikel 4 -Het is verboden scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading vanaf een schip in een oppervlaktewaterlichaam te brengen of dampen in de atmosfeer uit te stoten, behoudens voorzover elders in dit besluit anders is bepaald. +Het is verboden scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading vanaf een schip in het oppervlaktewater te brengen, behoudens voorzover elders in dit besluit anders is bepaald. ### Artikel 5 -Het verbod, bedoeld in artikel 4, is niet van toepassing ten aanzien van het in een oppervlaktewaterlichaam brengen van overslagresten, restlading, ladingrestanten dan wel afvalwater dat ladingrestanten bevat vanaf schepen die bestemd zijn voor andere diensten dan goederenvervoer. +Het verbod, bedoeld in artikel 4, is niet van toepassing ten aanzien van het in het oppervlaktewater brengen van + +a. het effluent van een installatie voor de scheiding van olie en water vanaf schepen die zijn bestemd voor de inzameling van bilgewater en +b. overslagresten, restlading, ladingrestanten dan wel afvalwater dat ladingrestanten bevat vanaf schepen die zijn bestemd voor andere diensten dan goederenvervoer. ### Artikel 6 -**1.** Indien vanaf een schip scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading in een oppervlaktewaterlichaam geraken of dreigen te geraken of dampen ten aanzien waarvan in aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling ontgassing voorgeschreven is, vrijkomen of dreigen vrij te komen, waarschuwt de schipper onverwijld de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit, tenzij het een geval betreft als bedoeld in artikel 4, laatste zinsnede, of artikel 5. +**1.** Indien vanaf een schip scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading in het oppervlaktewater geraken of dreigen te geraken, waarschuwt de schipper onverwijld de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit, tenzij het een geval betreft als bedoeld in artikel 4, laatste zinsnede, of artikel 5. **2.** Bij de toepassing van het eerste lid geeft de schipper de plaats van het voorval alsmede de hoeveelheid en de aard van de afvalstoffen of de lading zo nauwkeurig mogelijk aan. @@ -150,7 +145,7 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing met betrekking tot gemotoriseerde schepen, indie ### Artikel 10 -Dit hoofdstuk, met uitzondering van paragraaf 2.6, is niet van toepassing met betrekking tot zeeschepen. +Dit hoofdstuk, met uitzondering van paragraaf 2.6, is niet van toepassing met betrekking tot zeeschepen, ook voor zover die zich bevinden op andere wateren dan bedoeld in artikel 3, onder a. ### Paragraaf 2.2. Verzameling en behandeling aan boord @@ -170,7 +165,7 @@ De schipper draagt er zorg voor dat bilgewater en overige olie- en vethoudende s **2.** Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgezonderd reinigingsmiddelen die de verwerking van het bilgewater niet bemoeilijken. -**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen reinigingsmiddelen als bedoeld in het eerste of tweede lid worden aangewezen. +**3.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen reinigingsmiddelen als bedoeld in het eerste of tweede lid worden aangewezen. ### Paragraaf 2.3. Afgifte @@ -178,9 +173,9 @@ De schipper draagt er zorg voor dat bilgewater en overige olie- en vethoudende s **1.** De schipper draagt er zorg voor dat een geldig olie-afgifteboekje aan boord aanwezig is. -**2.** Een olie-afgifteboekje wordt op aanvraag verstrekt door een dienst of instelling, aangewezen door Onze Minister. +**2.** Een olie-afgifteboekje wordt op aanvraag verstrekt door een dienst of instelling, aangewezen door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. -**3.** Het model van het olie-afgifteboekje wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister. +**3.** Het model van het olie-afgifteboekje wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. **4.** Na verkrijging van een nieuw olie-afgifteboekje wordt het voorgaande olie-afgifteboekje ten minste zes maanden na de datum van de laatste daarin opgenomen vermelding van een afgifte aan boord bewaard. @@ -188,11 +183,11 @@ De schipper draagt er zorg voor dat bilgewater en overige olie- en vethoudende s **1.** De schipper biedt olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen tijdig aan bij een ontvangstvoorziening. -**2.** De schipper legt bij een afgifte als bedoeld in het eerste lid het olie-afgifteboekje voor aan degene die de ontvangstvoorziening exploiteert of een door deze aangewezen persoon. +**2.** De schipper legt bij een afgifte als bedoeld in het eerste lid het olie-afgifteboekje voor aan degene die de ontvangstvoorziening drijft of een door deze aangewezen persoon. ### Artikel 16 -Degene die een ontvangstvoorziening exploiteert, draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 15 aangeboden olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen worden ingenomen op de ontvangstvoorziening. +Degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 15 aangeboden olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen worden ingenomen in die inrichting. ### Artikel 17 @@ -202,139 +197,61 @@ Het in ontvangst nemen van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen wordt bevest Nadat gevolg is gegeven aan artikel 17, ondertekent de schipper de desbetreffende bladzijde van het olie-afgifteboekje. -### Paragraaf 2.4. Betaling van de afvalbeheerbijdrage +### Paragraaf 2.4. Betaling van de afvalbeheersbijdrage ### Artikel 19 -**1.** - -Met het oog op de toepassing van artikel 20, eerste lid, is de eigenaar van een schip verplicht: - -a. een rekening bij een nationaal instituut als bedoeld in artikel 9 van het verdrag te openen, en -b. zorg te dragen dat de schipper de beschikking heeft over de ED-kaart. - -**2.** Onze Minister kan nadere regels met betrekking tot de vormgeving en andere kenmerken van de ED-kaart stellen. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 20 -**1.** Ter gelegenheid van het betrekken van gasolie ten behoeve van een schip wordt de door de eigenaar van een schip verschuldigde afvalbeheerbijdrage over het betrokken aantal liters gasolie betaald met behulp van de ED-kaart op een bij regeling van Onze Minister te bepalen wijze. - -**2.** - -De ED-kaart wordt gebruikt in het geval dat: - -a. het tegoed voldoende is om de verschuldigde afvalbeheerbijdrage te betalen, -b. het tegoed niet negatief maar ontoereikend is om de verschuldigde verwijderingsbijdrage te betalen, of -c. het tegoed negatief is en het nationaal instituut die de ED-kaart heeft verstrekt toestaat dat de ED-kaart wordt gebruikt bij een negatief saldo. - -**3.** Indien het tweede lid, onderdeel b of c van toepassing is, heft de eigenaar van het schip het tekort op de rekening binnen een periode van twee weken na de dag van de bunkering op. - -**4.** De leverancier draagt er zorg voor dat in tweevoud een betalingsbewijs wordt opgemaakt waarop het nummer waaronder het tegoed is geregistreerd, het betrokken aantal liters gasolie, het bedrag van de betaalde afvalbeheerbijdrage, de datum en het tijdstip van de bunkering worden vermeld. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 21 -**1.** - -De leverancier biedt aan de eigenaar van het schip namens het nationaal instituut de mogelijkheid de verschuldigde afvalbeheerbijdrage te betalen overeenkomstig de in het tweede en derde lid bepaalde procedure in het geval dat: - -a. de schipper niet over de ED-kaart beschikt; -b. het tegoed negatief is en het nationaal instituut die de ED-kaart heeft verstrekt gebruik bij negatief saldo niet toestaat, of -c. het gebruik van de ED-kaart als gevolg van een storing niet mogelijk is. - -**2.** - -De schipper vult in drievoud in namens de eigenaar van het schip: - -a. een schuldbekentenis tot betaling van de verschuldigde afvalbeheerbijdrage in het geval van het eerste lid, onderdeel a, of -b. een machtiging tot incasso van de verschuldigde afvalbeheerbijdrage in het geval van het eerste lid, onderdeel b of c. - -**3.** Na vermelding van het verstrekte aantal liters gasolie door de leverancier in de schuldbekentenis respectievelijk de machtiging, ondertekent de schipper namens de eigenaar van het schip dit document. - -**4.** De eigenaar van het schip stort binnen een periode van twee weken na de dag van bunkering een bedrag op de rekening bij het nationaal instituut teneinde de schuld respectievelijk het eventuele tekort op te heffen. - -**5.** De leverancier zendt de ondertekende schuldbekentenis of machtiging onverwijld aan het nationaal instituut. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Paragraaf 2.5. Bunkerverklaring ### Artikel 22 -**1.** - -Ter gelegenheid van een levering van gasolie ten behoeve van een schip wordt door de leverancier een schriftelijke bunkerverklaring opgemaakt. Deze verklaring moet ten minste de volgende gegevens bevatten: - -a. de naam en het adres van de eigenaar van het schip; -b. de naam en het adres van de leverancier; -c. het geleverde aantal liters, onder vermelding dat het gasolie betreft; -d. de naam en het nummer van teboekstelling en het land van registratie van het schip; -e. de naam van de schipper; -f. de hoogte van de afvalbeheerbijdrage; en -g. de plaats en datum van handeling. - -**2.** - -De leverancier hecht aan de bunkerverklaring: - -a. het betalingsbewijs, bedoeld in artikel 20, vierde lid, -b. de schuldbekentenis, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, of -c. de machtiging, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b. - -**3.** De verklaring wordt door de leverancier ondertekend en ter mede-ondertekening voorgelegd aan de schipper. - -**4.** Indien een leverancier ter gelegenheid van een levering als bedoeld in het eerste lid ten behoeve van de eigenaar van het schip een verklaring als bedoeld in artikel 19, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit accijns opmaakt, neemt hij de bunkerverklaring op in het formulier van die verklaring. In een zodanig geval kan de leverancier de bunkerverklaring, in afwijking van het tweede lid, ondertekenen nadat de schipper ingevolge artikel 23 de verklaring heeft ondertekend. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 23 -De schipper ondertekent een overeenkomstig artikel 22 opgestelde en aan hem voorgelegde bunkerverklaring en stelt deze ter hand aan de leverancier. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 24 -De leverancier stelt aan de schipper een afschrift van de bunkerverklaring ter hand. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 25 -De leverancier bewaart een overeenkomstig artikel 22 opgemaakte en ondertekende bunkerverklaring in zijn bedrijfsadministratie. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 26 -**1.** - -De schipper hecht aan het ingevolge artikel 24 ontvangen afschrift van de bunkerverklaring: - -a. het betalingsbewijs, bedoeld in artikel 20, vierde lid, -b. de schuldbekentenis, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, of -c. de machtiging, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b. - -**2.** De schipper bewaart het afschrift, alsmede een door hem ontvangen afschrift van een buiten Nederland opgemaakte bunkerverklaring inzake het betrekken van gasolie ten behoeve van het schip, gedurende ten minste twaalf maanden aan boord. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Paragraaf 2.6. Rapportage door de leverancier ### Artikel 27 -Een leverancier verstrekt, uiterlijk op de laatste dag van elke kalendermaand op de bij regeling van Onze Minister aangegeven wijze aan de daarbij aangewezen dienst schriftelijk de volgende gegevens betreffende elke levering van gasolie ten behoeve van een schip, die heeft plaatsgevonden in de voorafgaande kalendermaand: - -a. de naam van de eigenaar van het schip; -b. het geleverde aantal liters gasolie; -c. de naam en het nummer van teboekstelling van het schip; -d. de wijze van betaling van de afvalbeheerbijdrage; en -e. het bedrag van de betaalde afvalbeheerbijdrage. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 28 -**1.** Bij regeling van Onze Minister kan aan leveranciers, behorende tot een bij de regeling aan te wijzen categorie, vrijstelling worden verleend van de in artikel 27 bedoelde verplichtingen, voor zover het belang van een goede uitvoering van het verdrag zich daartegen niet verzet. - -**2.** Onze Minister kan aan een leverancier op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 27 bedoelde verplichtingen. - -**3.** Aan een vrijstelling of ontheffing worden de voorschriften verbonden die nodig zijn voor een goede uitvoering van het verdrag. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 28a -De leverancier stelt het nationaal instituut onverwijld op de hoogte zodra als gevolg van een storing gebruik van de ED-kaart niet mogelijk is. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Paragraaf 2.7. Uitvoering van besluiten van de conferentie ### Artikel 29 -Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld ter uitvoering van besluiten van de conferentie krachtens artikel 14, derde lid, onderdeel d, van het verdrag. +Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden regels gesteld ter uitvoering van besluiten van de conferentie krachtens artikel 14, derde lid, onderdeel d, van het verdrag. ## Hoofdstuk 3. Afval van de lading @@ -350,25 +267,25 @@ In afwijking van artikel 30 is dit hoofdstuk niet van toepassing op het laden of ### Artikel 32 -**1.** Het is verboden een stof, preparaat of ander product, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III of aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling in of op een schip te laden, tenzij degene die laadt het bepaalde in de artikelen 40, 41, eerste lid, en 61 in acht neemt. +**1.** Het is verboden een stof, preparaat of ander product, behorende tot een goederensoort die is vermeld in bijlage 2 in of op een schip te laden, tenzij degene die laadt het bepaalde in de artikelen 40, 41, eerste lid, en 61 in acht neemt. -**2.** Het is verboden een stof, preparaat of ander produkt, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III of aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling uit of van een schip te lossen, tenzij degene die lost het bepaalde in de artikelen 41, tweede lid, 42, 43, 45, 47, 53, 57 en 60 in acht neemt. +**2.** Het is verboden een stof, preparaat of ander produkt, behorende tot een goederensoort die is vermeld in bijlage 2 uit of van een schip te lossen, tenzij degene die lost het bepaalde in de artikelen 41, tweede lid, 42, 43, 45 tot en met 51, 53, 57 en 60 in acht neemt. -**3.** Het eerste lid, dan wel het tweede lid is niet van toepassing indien het laden, onderscheidenlijk het lossen, plaatsvindt in een overslaginstallatie. - -**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot aanhangsel III of aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling. +**3.** Het eerste lid, dan wel het tweede lid is niet van toepassing indien het laden, onderscheidenlijk het lossen, plaatsvindt in een overslaginrichting. ### Artikel 33 -Degene die een overslaginstallatie exploiteert neemt met betrekking tot het laden of het lossen van een schip op die overslaginstallatie het bepaalde ten aanzien van laden, onderscheidenlijk lossen, in de artikelen 40 tot en met 43, 45, 47, 53, 57, 60 en 61 in acht. +Degene die een overslaginrichting drijft neemt met betrekking tot het laden of het lossen van een schip in die inrichting het bepaalde ten aanzien van laden, onderscheidenlijk lossen, in de artikelen 40 tot en met 43, 45 tot en met 51, 53, 57, 60 en 61 in acht. ### Artikel 34 -Vervallen +**1.** Een verwijzing in dit hoofdstuk naar een kolom van de tabel heeft betrekking op de desbetreffende kolom van de tabel van bijlage 2. + +**2.** Een verwijzing in dit hoofdstuk naar een in een kolom van de tabel aangegeven losstandaard of bijzondere behandeling heeft mede betrekking op een desbetreffende voetnoot in kolom 6 dan wel onderaan in de tabel. ### Artikel 35 -Vervallen +Indien in een voetnoot die betrekking heeft op de aanduiding van een bijzondere behandeling in kolom 5 van de tabel een beperking wordt aangegeven tot gevallen waarin de desbetreffende goederensoort verontreinigd is, wordt er voor de toepassing van het in dit hoofdstuk bepaalde van uitgegaan dat de bedoelde verontreiniging aanwezig is, tenzij uit een vervoersdocument uitdrukkelijk het tegendeel blijkt. ### Paragraaf 3.2. Beschikbaarstelling van een schip @@ -384,17 +301,66 @@ Een schip wordt door de exploitant slechts voor vervoer van vloeibare lading ter **1.** Het nalenssysteem is vast op het schip geïnstalleerd. -**2.** Het nalenssysteem is voor de ingebruikname met water als beproevingsmiddel beproefd, overeenkomstig bij regeling van Onze Minister gegeven voorschriften, door een onderzoeksbureau dat is toegelaten door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte dan wel van Zwitserland. Indien het systeem later is omgebouwd dan is voor de hernieuwde ingebruikname dezelfde beproeving uitgevoerd. +**2.** De walaansluiting van de laad- en losleiding, waarmee geladen of gelost wordt, is voorzien van een inrichting voor de afgifte van restlading overeenkomstig het in bijlage 1 opgenomen model 1. + +**3.** Het nalenssysteem is voor de ingebruikname met water als beproevingsmiddel beproefd, overeenkomstig artikel 39, door een onderzoeksbureau dat is toegelaten door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte dan wel van Zwitserland. Indien het systeem later is omgebouwd dan is voor de hernieuwde ingebruikname dezelfde beproeving uitgevoerd. + +**4.** + +Bij de beproeving van het nalenssysteem is geen hogere resthoeveelheid vastgesteld dan: + +a. bij dubbelwandige schepen: + +1°. 5 liter gemiddeld per ladingtank of +2°. 15 liter per leidingsysteem dan wel +b. bij enkelwandige schepen: + +1°. 20 liter gemiddeld per ladingtank of +2°. 15 liter per leidingsysteem. + +**5.** Inzake de beproeving van het nalenssysteem is door het onderzoeksbureau een verklaring overeenkomstig het in bijlage 1 opgenomen model 2 vastgesteld. Deze verklaring wordt aan boord van het schip meegevoerd. ### Artikel 39 -Vervallen +**1.** Voor de aanvang van de beproeving van het nalenssysteem zijn de ladingtanks en het bijbehorende leidingsysteem schoon. De ladingtanks kunnen zonder risico betreden worden. + +**2.** Tijdens de beproeving liggen slagzij en trim van het schip niet boven de normale operationele waarden. + +**3.** Tijdens de beproeving wordt een tegendruk bewerkstelligd van ten minste 3 bar ter plaatse van de inrichting voor de afgifte aan de losleiding. + +**4.** + +De beproeving houdt in: + +a. het met water vullen van de ladingtank totdat de zuigmond in de ladingtank onder water staat; +b. het leegpompen en het met behulp van het nalenssysteem ledigen van de ladingtanks en de bijbehorende pijpleidingen; +c. het op de volgende plaatsen verzamelen van waterrestanten: + +1°. in de nabijheid van de zuigmond; +2°. op de bodem van de ladingtank waarop water is achtergebleven; +3°. op het laagste punt van de lospomp en +4°. op alle laagste punten van de bijbehorende pijpleidingen tot aan de inrichting voor de afgifte. + +**5.** De hoeveelheid van het overeenkomstig punt 4, onder c, verzamelde water wordt nauwkeurig vastgesteld en in de verklaring van de beproeving van het nalenssysteem overeenkomstig het in bijlage 1 opgenomen model 2 vermeld. + +**6.** + +Het onderzoeksbureau legt alle voor de beproeving vereiste operationele handelingen in de verklaring van de beproeving vast. Deze verklaring bevat ten minste de volgende gegevens: + +a. de trim van het schip tijdens de beproeving; +b. de slagzij van het schip tijdens de beproeving; +c. de volgorde waarin de ladingtanks gelost werden; +d. de tegendruk aan de inrichting voor de afgifte; +e. de resthoeveelheid per ladingtank; +f. de resthoeveelheid per pijpleidingsysteem; +g. de duur van het nalenzen en +h. een ingevuld ladingtankplan. ### Paragraaf 3.3. Vermelding goederennummer ### Artikel 40 -Bij het laden wordt in het vervoersdocument de bij regeling van Onze Minister te bepalen informatie opgenomen. +Bij het laden worden in de vervoersdocumenten de naam en het viercijferige goederennummer van de goederensoort vermeld die in bijlage 2 voor de desbetreffende goederensoort zijn aangegeven. ### Paragraaf 3.4. Verwijderen van overslagresten en nalossen @@ -402,28 +368,19 @@ Bij het laden wordt in het vervoersdocument de bij regeling van Onze Minister te **1.** Bij het laden wordt het schip vrij van overslagresten gehouden. Zijn er toch overslagresten ontstaan, dan worden deze na het laden van het schip verwijderd en zo veel mogelijk toegevoegd aan de lading. -**2.** - -Tot het laden en lossen van een schip behoren ook de maatregelen tot nalossen alsmede: - -a. bij wassen, voor het wassen en -b. bij ontgassen, voor het ontgassen, - -die ingevolge Deel B van de Uitvoeringsregeling zijn vereist. De restlading behoort zo veel mogelijk aan de lading te worden toegevoegd. - -**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het lossen. +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het lossen. ### Artikel 42 **1.** Aansluitend aan het lossen van droge lading van of uit een laadruim van een schip wordt de in het laadruim achtergebleven restlading verwijderd, zodanig dat de losstandaard bezemschoon wordt bereikt, en wordt het verpakkings- en stuwmateriaal verwijderd. -**2.** In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt in afwijking van het eerste lid de restlading in verdergaande mate verwijderd. +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de restlading in verdergaande mate verwijderd, zodanig dat de losstandaard vacuümschoon wordt bereikt, indien het laadruim aansluitend zal worden gewassen en in de ingevolge de artikelen 45 tot en met 51 voor het waswater toe te passen kolom van de tabel de losstandaard vacuümschoon is aangegeven. **3.** De restlading wordt ingenomen en zo veel mogelijk toegevoegd aan de geloste lading. ### Artikel 43 -**1.** Aansluitend aan het lossen van vloeibare lading uit een ladingtank van een schip wordt met behulp van een leiding die wordt aangesloten op het nalenssysteem van het schip de in de ladingtank achtergebleven restlading verwijderd, zodanig dat de losstandaard overeenkomstig aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling in de nagelensde ladingtank wordt bereikt. +**1.** Aansluitend aan het lossen van vloeibare lading uit een ladingtank van een schip wordt met behulp van een leiding die wordt aangesloten op het nalenssysteem van het schip de in de ladingtank achtergebleven restlading verwijderd, zodanig dat de losstandaard nagelensde ladingtank wordt bereikt. **2.** Aansluitend aan de toepassing van het eerste lid ten aanzien van alle ladingtanks van het schip wordt dat lid overeenkomstig toegepast ten aanzien van het leidingsysteem van het schip. @@ -435,49 +392,64 @@ die ingevolge Deel B van de Uitvoeringsregeling zijn vereist. De restlading beho De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 41 tot en met 43. -### Paragraaf 3.5. Was- en ontgasverplichting en voorschriften ten aanzien van afvalwater en dampen +### Paragraaf 3.5. Wasverplichting en voorschriften ten aanzien van afvalwater ### Artikel 45 -**1.** In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt na lossing de laadruimte of de ladingtank gewassen overeenkomstig de losstandaarden en de afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling en wordt afvalwater dat ladingrestanten bevat ingenomen en behandeld en daarna op de bedrijfsriolering geloosd onderscheidenlijk in de laadruimte of de ladingtank achtergelaten. +Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip lading wordt gelost, behorende tot een een goederensoort waarvoor in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, wordt -**2.** In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt na lossing de ladingtank ontgast overeenkomstig de ontgassingsstandaarden in Aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling. +1°. dat laadruim of die ladingtank gewassen en +2°. afvalwater dat ladingrestanten bevat en zich na het wassen in dat laadruim of die ladingtank bevindt, ingenomen en wordt de aangegeven bijzondere behandeling toegepast, -**3.** Tot het moment dat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 11.01, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling, is verstreken, is het verboden om de dampen van de goederen met de UN-nummers vermeld in Tabel II van aanhangsel IIIa bij het verdrag in de atmosfeer uit te stoten, tenzij aan de voorwaarden, bedoeld in dat aanhangsel, wordt voldaan. De dampen van deze goederen worden ontgast overeenkomstig het tweede lid, tenzij anders is bepaald in artikel 7.04 van de Uitvoeringsregeling. - -**4.** De kosten voor de ontgassing, bedoeld in het derde lid, worden verdeeld overeenkomstig artikel 7.06 van de Uitvoeringsregeling. +tenzij de voor die bijzondere behandeling nodige voorzieningen niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost. ### Artikel 46 -Vervallen +Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip + +a. lading wordt gelost, behorende tot een goederensoort waarvoor in kolom 5 van de tabel geen bijzondere behandeling is aangegeven dan wel waarvoor in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, doch de voorzieningen voor de toepassing daarvan niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost en +b. voor de desbetreffende goederensoort in kolom 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven,wordt + +1°. dat laadruim of die ladingtank gewassen en +2°. afvalwater dat ladingrestanten bevat en zich na het wassen in dat laadruim of die ladingtank bevindt, ingenomen en op de bedrijfsriolering geloosd, + +tenzij de hiervoor nodige rioleringsvoorzieningen niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost. ### Artikel 47 -**1.** Voor het wassen, bedoeld in artikel 45, kan de schipper een voorziening buiten de losplaats worden toegewezen, mits hem daarbij tevens, in afwijking van artikel 45, in overleg met de exploitant van het schip een ontvangstvoorziening wordt toegewezen voor het afgeven van het afvalwater dat zich na het wassen in het laadruim of de ladingtank en het leidingsysteem bevindt. +**1.** Voor het wassen, bedoeld in artikel 45 of 46, kan de schipper een voorziening buiten de losplaats worden toegewezen, mits hem daarbij tevens, in afwijking van artikel 45, onderdeel 2°, onderscheidenlijk 46, onderdeel 2°, in overleg met de exploitant van het schip een ontvangstvoorziening wordt toegewezen voor het afgeven van het afvalwater dat zich na het wassen in het laadruim of de ladingtank en het leidingsysteem bevindt. -**2.** Bij vloeibare lading, waarbij dampen ontstaan die een ontgassing vereisen zoals bedoeld in artikel 70, tweede lid, onderdeel c, is de afzender verplicht de vervoerder in de vervoersovereenkomst een ontvangstvoorziening toe te wijzen, waar het schip na het lossen, met inbegrip van het nalossen en de verwijdering van de overslagresten, ontgast moet worden. - -**3.** De aangewezen ontvangstvoorziening is gelegen in de nabijheid van de losplaats of op de route van het schip. +**2.** De aangewezen ontvangstvoorziening is gelegen in de nabijheid van de losplaats of op de route van het schip. ### Artikel 48 -Vervallen +Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip + +a. lading wordt gelost, behorende tot een goederensoort waarvoor in kolom 5 van de tabel geen bijzondere behandeling is aangegeven dan wel waarvoor in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, doch de voorzieningen voor de toepassing daarvan niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost; +b. voor de desbetreffende goederensoort in kolom 4 van de tabel geen losstandaard is aangegeven dan wel in kolom 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, doch voorzieningen voor bedrijfsriolering niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost en +c. voor de desbetreffende goederensoort in kolom 3 van de tabel een losstandaard is aangegeven, + +wordt afvalwater dat ladingrestanten bevat en zich na het lossen of het wassen in dat laadruim of die ladingtank bevindt, aldaar achtergelaten. ### Artikel 49 -Vervallen +**1.** Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip lading wordt gelost en zich na het lossen of wassen afvalwater dat ladingrestanten bevat in dat laadruim of die ladingtank bevindt, doch de artikelen 45 tot en met 48 niet van toepassing zijn, wordt het afvalwater daar achtergelaten en de schipper in overleg met de exploitant van het schip een ontvangstvoorziening toegewezen voor het afgeven van dat afvalwater. + +**2.** De aangewezen ontvangstvoorziening is gelegen in de nabijheid van de losplaats of op de route van het schip. ### Artikel 50 -Vervallen +De artikelen 45 tot en met 49 zijn van overeenkomstige toepassing indien uit een laadruim stukgoederen dan wel verpakte ladinggoederen of op pallets vervoerde goederen worden gelost en als gevolg van beschadigingen of lekkages lading, behorende tot een goederensoort als bedoeld in die artikelen is vrijgekomen. ### Artikel 51 -Vervallen +**1.** Indien zich in een laadruim of ladingtank na het lossen of wassen afvalwater bevindt dat ladingrestanten behorende tot verschillende goederensoorten bevat en voor een van die goederensoorten in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, wordt ten aanzien van dat afvalwater gehandeld zoals in artikel 45, 46, 47, 48 of 49 is voorgeschreven voor afvalwater dat ladingrestanten bevat van de laatstbedoelde goederensoort. + +**2.** Indien zich in een laadruim of ladingtank na het lossen of wassen afvalwater bevindt dat ladingrestanten behorende tot verschillende goederensoorten bevat, doch het eerste lid niet van toepassing is, maar wel voor een van die goederensoorten in kolom 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, wordt ten aanzien van dat afvalwater gehandeld zoals in artikel 46, 47, 48 of 49 is voorgeschreven voor afvalwater dat ladingrestanten bevat van de laatstbedoelde goederensoort. ### Artikel 52 -De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 45 en 47. +De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 45 tot en met 51. ### Paragraaf 3.6. Losverklaring; verlaten van de laad- of losplaats @@ -485,13 +457,13 @@ De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 45 en 47. **1.** In dit artikel en in de artikelen 54, 56, 57, 60, 66 en 68 wordt onder de losverklaring mede begrepen de aanvullende verklaring, bedoeld in het tweede lid. -**2.** Indien bij de losverklaring een aanvullende verklaring wordt gevoegd overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister vastgestelde model, is het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen op de desbetreffende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing. +**2.** Indien bij de losverklaring een aanvullende verklaring wordt gevoegd overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde model, is het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen op de desbetreffende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing. -**3.** Aansluitend aan de toepassing van het bepaalde in de paragrafen 3.4 en 3.5 worden de toepasselijke rubrieken van een losverklaring, overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister vastgestelde model, in drievoud ingevuld en ondertekend. +**3.** Aansluitend aan de toepassing van het bepaalde in de paragrafen 3.4 en 3.5 worden de toepasselijke rubrieken van een losverklaring, overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde model, in drievoud ingevuld en ondertekend. **4.** De losverklaring wordt na de toepassing van het eerste lid in drievoud voorgelegd aan de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, aan de exploitant van het schip. -**5.** Aan het eerste en het tweede lid alsmede de artikelen 54, 56, 57, 66 en 68 kan in overeenstemming tussen degene die de losverklaring opstelt en de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, de exploitant van het schip en, indien toepassing moet worden gegeven aan paragraaf 3.9, degene die de ontvangstvoorziening exploiteert, langs elektronische weg uitvoering worden gegeven, mits voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister aangegeven waarborgen voor de echtheid van de losverklaring, met inbegrip van de ondertekening, en de controleerbaarheid van de losverklaring aan boord dan wel in de bedrijfsadministratie van de exploitant van het schip, alsmede in de bedrijfsadministratie van degene die de losverklaring heeft opgesteld. +**5.** Aan het eerste en het tweede lid alsmede de artikelen 54, 56, 57, 66 en 68 kan in overeenstemming tussen degene die de losverklaring opstelt en de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, de exploitant van het schip en, indien toepassing moet worden gegeven aan paragraaf 3.9, degene die de ontvangstvoorziening drijft, langs elektronische weg uitvoering worden gegeven, mits voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangegeven waarborgen voor de echtheid van de losverklaring, met inbegrip van de ondertekening, en de controleerbaarheid van de losverklaring aan boord dan wel in de bedrijfsadministratie van de exploitant van het schip, alsmede in de bedrijfsadministratie van degene die de losverklaring heeft opgesteld. ### Artikel 54 @@ -511,9 +483,8 @@ a. hij zich er van vergewist heeft, dat 1°. de overslagresten zijn verwijderd; 2°. alle geloste laadruimen zijn nagelost of ladingtanks nagelensd; -3°. voldaan is aan de wasverplichting overeenkomstig de losstandaarden en de afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling, indien die van toepassing is, dan wel hem daartoe overeenkomstig artikel 47 een voorziening is toegewezen; -4°. indien artikel 45 van toepassing of van overeenkomstige toepassing is, het afvalwater dat ladingrestanten bevat is ingenomen dan wel hem daartoe een ontvangstvoorziening is toegewezen, en -5°. voldaan is aan de ontgassingsverplichting en de toepasselijke ontgassingsstandaarden van aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling, dan wel hem daartoe overeenkomstig artikel 47 een voorziening is toegewezen. +3°. voldaan is aan de wasverplichting indien die van toepassing is, dan wel hem daartoe overeenkomstig artikel 47 een voorziening is toegewezen en +4°. indien artikel 45, 46 of 49 van toepassing of van overeenkomstige toepassing is, het afvalwater dat ladingrestanten bevat is ingenomen dan wel hem daartoe een ontvangstvoorziening is toegewezen, en b. hij voldaan heeft aan het bepaalde in artikel 54. ### Artikel 56 @@ -522,74 +493,70 @@ De schipper draagt er zorg voor dat de overeenkomstig artikel 53 ontvangen verkl ### Artikel 57 -Het ingevolge artikel 54, tweede lid, terug ontvangen exemplaar van de losverklaring wordt gedurende ten minste zes maanden na afgifte in de bedrijfsadministratie bewaard. +Het ingevolge artikel 54, tweede lid, terug ontvangen exemplaar van de losverklaring wordt in de bedrijfsadministratie bewaard. ### Paragraaf 3.7. Eenheidstransporten ### Artikel 58 -**1.** Indien de laadruimten en ladingtanks van schepen worden ingezet voor verenigbare transporten wordt dit schriftelijk aangetoond door de schipper. De ladingontvanger dan wel de overslaginstallatie vult in dat geval de toepasselijke rubriek van de losverklaring in. +**1.** -**2.** Een ladingtank van schepen die verenigbare transporten uitvoeren hoeft niet ontgast te worden voor zover bij een volgende belading de dampen overeenkomstig Aanhangsel IIIa door de overslaginstallatie worden opgevangen en niet in de atmosfeer terechtkomen. De vervoerder dient dit schriftelijk in de losverklaring te kunnen aantonen. +Indien een schip wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten, draagt de schipper er zorg voor dat aan boord een verklaring aanwezig is van de opdrachtgever van de eenheidstransporten. De verklaring is gedagtekend en vermeldt ten minste -**3.** De schipper zorgt ervoor dat het in de eerste regel van het eerste lid bedoelde schriftelijke bewijs tot na de beëindiging van het lossen van de verenigbare vervolglading aan boord aanwezig is. +1°. de naam van de opdrachtgever; +2°. de naam en het registratienummer van het schip; +3°. de in bijlage 2 gegeven omschrijving van de goederensoorten waartoe de te vervoeren lading behoort en de nummers daarvan; +4°. of tussentijds nalossen dan wel nalenzen noodzakelijk is en +5°. de datum van aanvang van de eenheidstransporten. -**4.** Indien op het moment van het lossen de vervolglading nog niet bekend is, maar verwacht wordt dat die verenigbaar zal zijn, kan de toepassing van de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen worden uitgesteld. +**2.** Indien een schip dat niet onder het gezag van een schipper staat wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten, draagt de exploitant van het schip er zorg voor dat een verklaring als bedoeld in het eerste lid aanwezig is in zijn administratie. -**5.** De in artikel 70 bedoelde afzender en de in artikel 71 bedoelde ontvanger wijzen voorlopig een ontvangstvoorziening als bedoeld in artikel 47 aan en vullen dit in de toepasselijke rubrieken op de losverklaring in. - -**6.** Een ladingruim en ladingtank behoeven niet gewassen te worden wanneer, voordat de in het vierde lid bedoelde ontvangstvoorziening wordt aangelopen, aantoonbaar vaststaat dat de vervolglading verenigbaar is. De schipper vult dit in bij de toepasselijke rubriek op de losverklaring en zorgt ervoor dat deze tot en met het lossen van de verenigbare vervolglading aan boord aanwezig is. +**3.** Ten aanzien van de uitvoering van het eerste en tweede lid alsmede artikel 60 is artikel 53, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 59 -Indien een lading wordt gelost van een schip dat, blijkens de door de ladingontvanger dan wel de overslaginstallatie ingevulde toepasselijke rubriek op de losverklaring, wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten zijn met betrekking tot dat lossen niet van toepassing: +Indien een lading wordt gelost van een schip dat blijkens een verklaring als bedoeld in artikel 58 wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten, zijn met betrekking tot dat lossen niet van toepassing: -a. de artikelen 36, 42, 43 en artikel 55, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, en; -b. de artikelen 45, 47 en artikel 55, tweede lid, onderdeel a, onder 3° en 4°. +a. de artikelen 36 tot en met 39, 42, 43 en de zinsneden van artikel 55, tweede lid, onderdeel a, die verwijzen naar de desbetreffende voorschriften, voorzover blijkens die verklaring nalossen of nalenzen niet noodzakelijk is, en +b. de artikelen 45 tot en met 51 en de zinsneden van artikel 55, tweede lid, onderdeel a, die verwijzen naar de desbetreffende voorschriften. ### Artikel 60 -Vervallen +Een afschrift of exemplaar van de in artikel 58 bedoelde verklaring wordt in de bedrijfsadministratie bewaard als bijlage bij het ingevolge artikel 54, tweede lid, terug ontvangen exemplaar van de losverklaring. ### Artikel 61 -Ingeval van eenheidstransporten wordt voor de aanvang van het laden overeenkomstige toepassing gegeven aan de artikelen 45 en 47 ten aanzien van het regenwater en het buiswater dat na beëindiging van de voorafgaande lossing in het laadruim terecht is gekomen. +Ingeval van eenheidstransporten wordt voor de aanvang van het laden overeenkomstige toepassing gegeven aan de artikelen 45 tot en met 51 ten aanzien van het regenwater en het buiswater dat na beëindiging van de voorafgaande lossing in het laadruim terecht is gekomen. -### Paragraaf 3.8. Lozing van afvalwater of uitstoten van dampen +### Paragraaf 3.8. Lozing van afvalwater ### Artikel 62 **1.** -In afwijking van het verbod van artikel 4 kan afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen een losstandaard is aangegeven, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht indien: +In afwijking van het verbod van artikel 4 kan afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in kolom 3 van de tabel een losstandaard is aangegeven, in het oppervlaktewater worden gebracht indien: -a. zodanig afvalwater ingevolge artikel 45 op of in het schip is achtergelaten; +a. zodanig afvalwater ingevolge artikel 48 op of in het schip is achtergelaten; b. de restlading overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4 is verwijderd uit het laadruim of de ladingtank en het leidingsysteem en c. een en ander blijkt uit een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6. **2.** -In afwijking van het verbod van artikel 4 kan voorts in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht: +In afwijking van het verbod van artikel 4 kan voorts in het oppervlaktewater worden gebracht: -a. ballastwater uit ballasttanks, ballastwater dat blijkens een losverklaring welke voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6 afkomstig is uit een gewassen laadruim of ladingtank, regenwater of buiswater; +a. regenwater, buiswater of ballastwater dat, blijkens een losverklaring welke voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6, afkomstig is uit een gewassen laadruim of ladingtank; b. waswater dat afkomstig is van een bezemschone gangboord of van een andere licht verontreinigde oppervlakte van het schip of -c. afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen een losstandaard is aangegeven en dat, blijkens een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6, afkomstig is uit een laadruim of ladingtank waaruit de restlading is verwijderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4. - -**3.** In afwijking van het verbod van artikel 4 kunnen dampen, ten aanzien waarvan de afgifte aan de atmosfeer door middel van ventileren overeenkomstig Aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling uitdrukkelijk is toegestaan, in de atmosfeer worden gebracht. - -**4.** In afwijking van het verbod van artikel 4 kunnen dampen, met inachtneming van de bepalingen van aanhangsel IIIa, behorende bij de Uitvoeringsregeling en onderdeel 7.2.3.7 van het ADN, worden uitgestoten indien dit wordt vereist door een onvoorzien verblijf op de scheepswerf of door een onvoorziene reparatie ter plaatse door een scheepswerf of een andere gespecialiseerde onderneming en de dampen niet naar een ontvangstvoorziening kunnen worden afgevoerd. Daarbij moet de plaats waar de dampen worden uitgestoten alsmede de hoeveelheid en de aard van de stof of de dampen zo nauwkeurig mogelijk worden aangeven. +c. afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor uitsluitend in kolom 3 van de tabel een losstandaard is aangegeven en dat, blijkens een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6, afkomstig is uit een laadruim of ladingtank waaruit de restlading is verwijderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4. ### Artikel 63 -In afwijking van artikel 6 behoeft de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit niet te worden gewaarschuwd indien afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in kolom 3 of 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, in een oppervlaktewaterlichaam geraakt of dreigt te geraken. +In afwijking van artikel 6 behoeft de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit niet te worden gewaarschuwd indien afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in kolom 3 of 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, in het oppervlaktewater geraakt of dreigt te geraken. -### Paragraaf 3.9. Transport, afgifte en ontvangst van afvalwater en dampen +### Paragraaf 3.9. Transport, afgifte en ontvangst van afvalwater ### Artikel 64 -**1.** Indien afvalwater ingevolge het bepaalde in artikel 47 of 61 moet worden afgegeven, brengt de schipper het afvalwater over naar de hem toegewezen ontvangstvoorziening en biedt het aldaar aan. - -**2.** Indien dampen ingevolge het bepaalde in artikel 47 moeten worden afgegeven, brengt de schipper deze over naar de hem toegewezen ontvangstvoorziening en biedt deze aldaar aan. +Indien afvalwater ingevolge het bepaalde in artikel 47, 49 of 61 moet worden afgegeven, brengt de schipper het afvalwater over naar de hem toegewezen ontvangstvoorziening en biedt het aldaar aan. ### Artikel 65 @@ -597,40 +564,27 @@ De schipper draagt er zorg voor dat afvalwater dat ladingrestanten van een goede ### Artikel 66 -Bij het afgeven van afvalwater dat ladingrestanten bevat aan een ontvangstvoorziening legt de schipper in tweevoud de door hem ondertekende losverklaring voor aan degene die de ontvangstvoorziening exploiteert of een door deze aangewezen persoon. +Bij het afgeven van afvalwater dat ladingrestanten bevat aan een ontvangstvoorziening legt de schipper in tweevoud de door hem ondertekende losverklaring voor aan degene die de ontvangstvoorziening drijft of een door deze aangewezen persoon. ### Artikel 67 -Degene die een ontvangstvoorziening exploiteert, draagt er zorg voor dat afvalwater dat ingevolge artikel 64 wordt aangeboden, wordt ingenomen op de ontvangstvoorziening. +Degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, draagt er zorg voor dat afvalwater dat ingevolge artikel 64 wordt aangeboden, wordt ingenomen in die inrichting. ### Artikel 68 **1.** Het in ontvangst nemen van afvalwater dat ladingrestanten bevat wordt bevestigd door invulling en ondertekening van de daartoe bestemde rubrieken van de ingevolge artikel 66 voorgelegde losverklaring in tweevoud voorgelegde verklaringen. De ontvangstvoorziening bezorgt na ondertekening een exemplaar van de ondertekende losverklaring terug aan de schipper. -**2.** Indien het schip, overeenkomstig artikel 47, tweede lid, naar een ontvangstvoorziening voor het ontgassen is doorverwezen bevestigt de exploitant van deze voorziening de ontgassing van het schip in de losverklaring. +**2.** De houder van de inrichting als bedoeld in artikel 67 bewaart een van de in het eerste lid bedoelde losverklaring in zijn administratie. -**3.** De exploitant van de ontvangstvoorziening voor het ontgassen dient een kopie van de door hem en de schipper ingevulde en ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden na afgifte in zijn bedrijfsadministratie te bewaren. +**3.** De schipper bewaart de van de inrichting terugontvangen ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden aan boord. -**4.** Degene die de ontvangstvoorziening exploiteert als bedoeld in artikel 67 bewaart een exemplaar van de door hem, de ladingontvanger of de overslaginstallatie, en de schipper ingevulde en ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden na afgifte in zijn administratie. - -**5.** De schipper bewaart de van de ontvangstvoorziening terugontvangen ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden aan boord. - -**6.** De exploitant van het schip bewaart de van de ontvangstvoorziening terugontvangen ondertekende losverklaring in zijn bedrijfsadministratie. +**4.** De exploitant van het schip bewaart de van de inrichting terugontvangen ondertekende losverklaring in zijn bedrijfsadministratie. ### Paragraaf 3.10. Privaatrechtelijke bepalingen ### Artikel 69 -**1.** De vervoerder stelt een schip voor vervoer van lading aan de afzender ter beschikking met bezemschone laadruimen dan wel nagelensde of ontgaste ladingtanks en vrij van overslagresten. - -**2.** - -Indien het schip voor het laden niet overeenstemt met de voorgeschreven losstandaard en indien de ladingontvanger of afzender van het vorige transport zijn verplichtingen niet is nagekomen, draagt de vervoerder de kosten voor het nalossen en: - -a. bij het wassen, de kosten voor het wassen; -b. bij het ontgassen, de kosten voor het ontgassen, - -van het schip, alsook voor de inname en verwijdering van het afval van de lading. +De vervoerder stelt een schip voor vervoer van lading aan de afzender ter beschikking met bezemschone laadruimen dan wel nagelensde ladingtanks en vrij van overslagresten. ### Artikel 70 @@ -641,17 +595,16 @@ van het schip, alsook voor de inname en verwijdering van het afval van de lading De afzender is jegens de ontvanger en de vervoerder verplicht ter zake van het lossen van vloeibare lading van of uit een schip a. de in de artikelen 41, tweede lid, en 43 bedoelde maatregelen te treffen; -b. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien het schip goederen heeft vervoerd waarvan de ladingrestanten overeenkomstig de losstandaarden en afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III bij de Uitvoeringsregeling niet met het waswater in het water geloosd mogen worden; -c. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de ontgassingsverplichting en de daarbij ontstane dampen, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na de vorige lossing ontgast is, en -d. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater of de onder c bedoelde dampen door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a en b bedoelde maatregelen. +b. de in de artikelen 45 tot en met 51 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na vorige lossing gewassen is en +c. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a en b bedoelde maatregelen. ### Artikel 71 De ontvanger is jegens de afzender en de vervoerder verplicht ter zake van het lossen van droge lading van of uit een schip: a. de in de artikelen 41, tweede lid, en 42 bedoelde maatregelen te treffen; -b. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien het schip goederen heeft vervoerd waarvan de ladingrestanten overeenkomstig de losstandaarden en afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III bij de Uitvoeringsregeling niet met het waswater in het water geloosd mogen worden en -c. ten aanzien van regenwater of buiswater dat in het laadruim is geraakt na aanvang van het laden en voordat het lossen overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4 is beëindigd, de in artikel 45 bedoelde maatregelen te treffen, tenzij overeengekomen was dat het vervoer afgedekt zou plaatsvinden, en +b. de in de artikelen 45 tot en met 51 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na vorige lossing gewassen is en +c. ten aanzien van regenwater of buiswater dat in het laadruim is geraakt na aanvang van het laden en voordat het lossen overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4 is beëindigd, de in de artikelen 45, onder 2°, 46, onder 2°, en 48 tot en met 51 bedoelde maatregelen te treffen, tenzij overeengekomen was dat het vervoer afgedekt zou plaatsvinden, en d. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater en het onder c bedoelde regenwater of buiswater door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a, b en c bedoelde maatregelen; e. de in artikel 53 bedoelde maatregel te treffen. @@ -671,43 +624,30 @@ Indien de afzender dan wel de ontvanger gebruik maakt van een overslaginstallati ### Artikel 74 -**1.** In afwijking van het bepaalde in artikel 73 rust met betrekking tot een passagiersschip dat is uitgerust met een boordzuiveringsinstallatie voor afvalwater de verplichting tot aanbieden van het zuiveringsslib van die installatie bij een ontvangstvoorziening op de exploitant van dat schip. - -**2.** De schipper van een passagiersschip dient zeker te stellen dat het bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, op een passende wijze aan boord van het schip wordt verzameld en bij een ontvangstvoorziening wordt afgegeven, voor zover het passagiersschip niet over een zuiveringsinstallatie als bedoeld in artikel 76, beschikt. +In afwijking van het bepaalde in artikel 73 rust met betrekking tot een passagiersschip dat is uitgerust met een boordzuiveringsinstallatie voor afvalwater de verplichting tot aanbieden van het zuiveringsslib van die installatie bij een ontvangstvoorziening op de exploitant van dat schip. ### Artikel 75 -Degene die een ontvangstvoorziening exploiteert, draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 73 of 74 aangeboden afvalstoffen worden ingenomen op de ontvangstvoorziening en aldaar gescheiden worden gehouden. +Degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 73 of 74 aangeboden afvalstoffen worden ingenomen in die inrichting en aldaar gescheiden worden gehouden. ### Paragraaf 4.2. Uitzonderingen lozingsverbod en waarschuwingsplicht ### Artikel 76 -In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen of vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht, voorzover het afvalwater is behandeld in een zuiveringsinstallatie die voldoet aan bij regeling van Onze Minister gegeven voorschriften. - -### Artikel 77 - -**1.** In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan huishoudelijk afvalwater dan wel bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht vanaf andere dan de in artikel 76 bedoelde schepen. +**1.** In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen of vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers in het oppervlaktewater worden gebracht, voorzover het afvalwater is behandeld in een zuiveringsinstallatie die voldoet aan het bepaalde in het tweede lid. **2.** -In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan toiletwater, afkomstig van zeeschepen: +Een zuiveringsinstallatie als bedoeld in het eerste lid: -a. met minder dan 50 slaapplaatsen, of; -b. die bestemd zijn voor het vervoer van minder dan 50 passagiers, of; -c. waar minder dan 50 personen aan boord zijn, +a. behoort tot een type waarvoor bij de typekeuring ten aanzien van een parameter die is vermeld in tabel 1 van bijlage 3, overeenkomstig de aldaar vermelde ISO-norm, is vastgesteld dat de voor die parameter in die tabel vermelde concentratiewaarde niet wordt overschreden; +b. functioneert zodanig dat bij een steekproef ten aanzien van een parameter die is vermeld in tabel 2 van bijlage 3, overeenkomstig de aldaar vermelde ISO-norm, wordt vastgesteld dat de in die tabel voor die parameter vermelde concentratiewaarde niet wordt overschreden; +c. werkt niet volgens een mechanisch-chemische methode waarbij gebruik wordt gemaakt van chloorhoudende middelen en +d. omvat toereikende voorzieningen voor de opslag en het koelen van het zuiveringsslib. -die zich bevinden in zeehavens of op daarheen leidende zeetoegangswegen, die moeten voldoen aan de bepalingen van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht voor zover het afvalwater is behandeld in een zuiveringsinstallatie die is gecertificeerd volgens hoofdstuk 4.1 van MEPC.159(55). +### Artikel 77 -**3.** - -In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten, bijkeukens en toiletwater afkomstig van zeeschepen: - -a. met meer dan 50 slaapplaatsen, of; -b. die bestemd zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers, of; -c. waar meer dan 50 personen aan boord zijn, - -die zich bevinden in zeehavens of op daarheen leidende zeetoegangswegen, die moeten voldoen aan de bepalingen van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht voor zover het afvalwater is behandeld in een zuiveringsinstallatie zoals bedoeld in het tweede lid en het effluent voldoet aan bij regeling van Onze Minister gegeven voorschriften. +In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan huishoudelijk afvalwater dan wel bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, in het oppervlaktewater worden gebracht vanaf andere dan de in artikel 76, eerste lid, bedoelde schepen. ## Hoofdstuk 5. Het nationaal instituut @@ -740,25 +680,11 @@ b. indien olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen overeenkomstig artikel 15 wor ### Artikel 81 -Het nationaal instituut draagt zorg voor de financiering van het in artikel 78 bedoelde beheer uit de opbrengst van de afvalbeheerbijdrage en de verevening. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 82 -**1.** - -Ter uitvoering van artikel 81 draagt het nationaal instituut zorg voor: - -a. het invoeren en het in stand houden van het door Onze Minister nader te omschrijven digitale systeem voor het betalen van de afvalbeheerbijdrage; -b. het Nederlandse aandeel in de verevening; -c. het na het openen van een rekening aan de eigenaar van een gemotoriseerd schip, kosteloos namens Onze Minister verstrekken van maximaal twee ED-kaarten per schip; -d. het op verzoek van de leverancier kosteloos verstrekken van een betaalterminal per bunkerfaciliteit; en -e. de uitvoering van een ministeriële regeling ingevolge artikel 29, voor zover het in die regeling is bepaald, alsmede voorlichting over die regeling aan belanghebbenden in de bedrijfstak van de scheepvaart. - -**2.** Het nationaal instituut draagt zorg voor de geheimhouding van de gegevens, die het met betrekking tot de ED-kaart onder zich heeft. - -**3.** Op verzoek van Onze Minister verstrekt het nationaal instituut inzage in het digitale systeem aan een door deze minister aangewezen dienst teneinde te onderzoeken of de verschuldigde afvalbeheerbijdrage is betaald. - -**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen administratieve verplichtingen van het nationaal instituut jegens de houder van de ED-kaart in verband met het digitaal betalen van de afvalbeheerbijdrage worden geregeld. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 83 @@ -766,9 +692,7 @@ Vervallen ### Artikel 84 -**1.** Het nationaal instituut neemt deel aan de verevening overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4.02, eerste en derde lid, en 4.03 van de Uitvoeringsregeling en hetgeen krachtens artikel 10, derde lid, van het verdrag ter zake is bepaald in het Huishoudelijk Reglement van het internationaal orgaan. - -**2.** Door het nationaal instituut ontvangen subsidiebedragen uit hoofde van artikel 39h, eerste lid, onderdeel b, van de Binnenvaartwet worden in het kader van de verevening aangemerkt als opbrengst van de afvalbeheerbijdrage. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Paragraaf 5.3. Vertegenwoordiging in het internationaal orgaan @@ -792,15 +716,15 @@ Het nationaal instituut draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 85 aangewez **1.** Het nationaal instituut stelt jaarlijks voor 1 juli een rapport op over de uitvoering van zijn taken in het afgelopen kalenderjaar en de vooruitzichten ter zake voor de eerstkomende 5 kalenderjaren. -**2.** Het nationaal instituut brengt het rapport ter kennis van Onze Minister en het internationaal orgaan. +**2.** Het nationaal instituut brengt het rapport ter kennis van Onze Ministers en het internationaal orgaan. ### Artikel 89 -Het nationaal instituut neemt bij de uitvoering van zijn taken het gestelde in het circulair materialenplan, bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer, in acht. +Het nationaal instituut neemt bij de uitvoering van zijn taken het gestelde in het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer, in acht. ### Artikel 90 -**1.** Het nationaal instituut neemt bij de uitvoering van zijn taken een door Onze Minister gegeven aanwijzing in acht. +**1.** Het nationaal instituut neemt bij de uitvoering van zijn taken een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gegeven aanwijzing in acht. **2.** Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan worden vastgesteld ten behoeve van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van het verdrag. @@ -810,7 +734,7 @@ Vervallen ### Artikel 92 -Onze Minister verschaft, onverminderd het bepaalde in artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht, aan het nationaal instituut de nodige gegevens en inlichtingen ten behoeve van de uitvoering van de taken door dat instituut. +Onze Ministers verschaffen, onverminderd het bepaalde in artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht, aan het nationaal instituut de nodige gegevens en inlichtingen ten behoeve van de uitvoering van de taken door dat instituut. ### Paragraaf 5.5. Subsidiebepalingen @@ -826,7 +750,7 @@ Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing **1.** Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht, onderzoekt de accountant tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. -**2.** Onze Minister stelt een aanwijzing vast over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, bedoeld in artikel 4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. +**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een aanwijzing vast over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, bedoeld in artikel 4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. ## Hoofdstuk 6. Verdere bepalingen, overgangs- en slotbepalingen @@ -836,7 +760,7 @@ Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wet verontreiniging oppervlaktewateren. ### Artikel 97 -In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, en van artikel 45 kan tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, afvalwater dat ingevolge artikel 45 in de bedrijfsriolering gebracht zou moeten worden, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht, indien ten minste de losstandaard bezemschoon is bewerkstelligd voor het desbetreffende laadruim. +In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, en van artikel 46 kan tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, afvalwater dat ingevolge artikel 46 in de bedrijfsriolering gebracht zou moeten worden, in het oppervlaktewater worden gebracht, indien ten minste de losstandaard bezemschoon is bewerkstelligd voor het desbetreffende laadruim. ### Artikel 98 @@ -850,11 +774,11 @@ In afwijking van het bepaalde in artikel 42 is tot het tijdstip liggende vijf ja ### Artikel 100 -In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan tot een door Onze Minister te bepalen tijdstip bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen, onderscheidenlijk vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht. +In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan tot een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te bepalen tijdstip bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen, onderscheidenlijk vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers, in het oppervlaktewater worden gebracht. ### Artikel 100a -Dit besluit berust mede op de artikelen 4.3 en 4.5 van de Omgevingswet en de artikelen 9.5.2. en 10.40a, tweede lid, van de Wet milieubeheer. +Voorzover dit besluit berust op de Wet milieubeheer, berust dit op de artikelen 8.44, 10.15, 10.17 en 10.40a, tweede lid, van die wet. ### Artikel 101 @@ -866,12 +790,56 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaar ## Bijlage 1. behorende bij de -Vervallen - ## Bijlage 2. behorende bij de -Vervallen + + +Opmerkingen: + +14) Meel: B + +16) Afval: S + +Opmerking: + +1) Gegarandeerd onbehandeld + +2) Voor onbehandeld hout: A + +Voor behandeld (geïmpregneerd) hout: B + +3) Voor gebeitst zaad: S + +4) S: Sproeien over opslag op de wal + +5) Voor in wateroplosbare metaalzouten: S + +6) Indien met minerale olie besmeurd: S + +7) Indien gedenatureerd: S + +8) Vast: B + +Loog: A + +9) I.p.v. asbest: vezelcement + +10) Voor houtgranietmassa: B, voor alle overigen: A + +11) Indien vacuümschoon niet mogelijk, dan S + +12) Bij stukgoed zie inleidende opmerking onder c) + +13) Plantaardig: A + +Dierlijk: B + +14) Meel: B + +15) Afval en schroot A, overig B + +16) Afval: S + +17) Indien geneesmiddelen: S ## Bijlage 3. Behorende bij - -Vervallen