2018-01-01 | BWBR0029368 | Inkomensbesluit volksverzekeringen en sociale voorzieningen

This commit is contained in:
Coornhert 2018-01-01 12:00:00 +00:00
parent 36eeb2906c
commit d44ebd9ddc

View file

@ -197,8 +197,8 @@ d. In afwijking van artikel 2:2, eerste lid, onderdeel a, een bijdrage ingevolge
Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers geldt dat in afwijking van artikel 2:4, eerste lid, onderdelen l en o, niet als overig inkomen wordt aangemerkt:
a. een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l, en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l;
b. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.404,00 per kalenderjaar; en
c. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 95, per maand met een maximum van € 764, per jaar, dan wel een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet van ten hoogste € 150, per maand met een maximum van € 1.500, per jaar.
b. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.416,00 per kalenderjaar; en
c. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 150, per maand met een maximum van € 1.500, per jaar.
**2.** De bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, worden gewijzigd indien de ontwikkeling van de in artikel 31, tweede lid, onderdelen j en k, van de Participatiewet, genoemde bedragen daartoe aanleiding geeft. De gewijzigde bedragen en de dag waarop deze wijziging ingaat, worden door of namens Onze Minister bekendgemaakt in de Staatscourant.
@ -489,7 +489,7 @@ c. de uitkeringsgerechtigde op de dag voorafgaand aan het intreden van de volled
**2.**
Voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, geldt dat:
Voor het bepalen van het inkomen, bedoeld in de artikelen 60, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en 61, tweede en vierde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, geldt dat:
a. indien de uitkeringsgerechtigde recht heeft op een uitkering op grond van artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet, artikel 3:2, achtste, negende of tiende lid, uitsluitend van toepassing is indien de dienstbetrekking voortduurt op grond waarvan het recht op uitkering ontstond;
b. artikel 3:3, tweede lid, onderdeel d, onder 1°, uitsluitend van toepassing is indien de dienstbetrekking voortduurt op grond waarvan het recht op uitkering ontstond;
@ -679,7 +679,7 @@ In afwijking van artikel 5:7 blijft artikel 9b van het Inkomensbesluit IOAW van
### Artikel 5:4
Dit besluit berust mede op de artikelen 6, tweede lid, van de Toeslagenwet, 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 1b, tiende lid, en 47, tweede lid, van de Werkloosheidswet, 1a:4, vierde lid, en 2:6 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 52, vierde lid, 60, vijfde lid, en 61, achtste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en 31, derde lid, van de Ziektewet.
Dit besluit berust mede op de artikelen 6, tweede lid, van de Toeslagenwet, 10, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 1b, tiende lid, en 47, tweede lid, van de Werkloosheidswet, 1a:4, vierde lid, en 2:6 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 21, zesde lid, 52, vierde lid, 60, vijfde lid, en 61, achtste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en 31, derde lid, van de Ziektewet.
### Artikel 5:5