diff --git a/amvb/bevoegdhedenbesluit-wpo/BWBR0003779/README.md b/amvb/bevoegdhedenbesluit-wpo/BWBR0003779/README.md index 63046f1cd34..7fcaddbfda3 100644 --- a/amvb/bevoegdhedenbesluit-wpo/BWBR0003779/README.md +++ b/amvb/bevoegdhedenbesluit-wpo/BWBR0003779/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Bevoegdhedenbesluit WPO bwb_id: BWBR0003779 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2005-12-20' +datum_inwerkingtreding: '1985-08-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003779 citeertitel: Bevoegdhedenbesluit WPO --- @@ -18,9 +18,9 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: "de wet": de Wet op het primair onderwijs. **1.** Dit besluit bepaalt aan welke bewijzen van bekwaamheid, naast de in de wet genoemde bewijzen van bekwaamheid, de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in een of meer onderwijsactiviteiten als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet, is verbonden. -**2.** Dit besluit bepaalt aan welke bewijzen van bekwaamheid de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in de Duitse of Franse taal, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet, is verbonden. +**2.** Dit besluit bepaalt aan welke bewijzen van bekwaamheid de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in de Friese taal, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de wet, is verbonden. -**3.** Dit besluit bepaalt aan welke bewijzen van bekwaamheid de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in de Friese taal, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de wet, is verbonden. +**3.** Dit besluit bepaalt aan welke bewijzen van bekwaamheid de bevoegdheid tot het geven van onderwijs als bedoeld in artikel 172, eerste lid, van de wet, is verbonden. ### Artikel 3 @@ -72,8 +72,7 @@ t. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluit u. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in tekenen; v. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in tekenen; w. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de hbo-opleiding beeldende kunst en vormgeving, zoals vermeld in het onderdeel Taal en Cultuur van het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs; -x. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het diploma van een of meer andere opleidingen op het gebied van tekenen in combinatie met relevante praktijkervaring, op grond waarvan betrokkene naar het oordeel van de hogeschool die het scholingstraject aanbiedt over een vakbekwaamheid op het gebied van tekenen op hbo-niveau beschikt; -y. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de hbo-opleiding tot docent beeldende kunst en vormgeving, zoals vermeld in het onderdeel Onderwijs van het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs. +x. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het diploma van een of meer andere opleidingen op het gebied van tekenen in combinatie met relevante praktijkervaring, op grond waarvan betrokkene naar het oordeel van de hogeschool die het scholingstraject aanbiedt over een vakbekwaamheid op het gebied van tekenen op hbo-niveau beschikt. ### Artikel 4a @@ -93,8 +92,7 @@ k. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de oplei l. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding voor het getuigschrift muziekonderwijs B schoolmuziek; m. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd examen van de universitaire eerstegraads lerarenopleiding muziek; n. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de hbo-opleiding op het gebied van muziek, zoals vermeld in het onderdeel Taal en Cultuur van het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs; -o. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het diploma van een of meer andere opleidingen op het gebied van muziek in combinatie met relevante praktijkervaring, op grond waarvan betrokkene naar het oordeel van de hogeschool die het scholingstraject aanbiedt over een vakbekwaamheid op het gebied van muziek op hbo-niveau beschikt; -p. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de hbo-opleiding tot docent muziek, zoals vermeld in het onderdeel Onderwijs van het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs. +o. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het diploma van een of meer andere opleidingen op het gebied van muziek in combinatie met relevante praktijkervaring, op grond waarvan betrokkene naar het oordeel van de hogeschool die het scholingstraject aanbiedt over een vakbekwaamheid op het gebied van muziek op hbo-niveau beschikt. ### Artikel 5 @@ -132,16 +130,15 @@ cc. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afslui dd. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in handvaardigheid; ee. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in handvaardigheid; ff. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de hbo-opleiding beeldende kunst en vormgeving, zoals vermeld in het onderdeel Taal en Cultuur van het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs; -gg. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het diploma van een of meer andere opleidingen op het gebied van handvaardigheid in combinatie met relevante praktijkervaring, op grond waarvan betrokkene naar het oordeel van de hogeschool die het scholingstraject aanbiedt over een vakbekwaamheid op het gebied van handvaardigheid op hbo-niveau beschikt; -hh. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de hbo-opleiding tot docent beeldende kunst en vormgeving, zoals vermeld in het onderdeel Onderwijs van het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs. +gg. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorming basisonderwijs tezamen met het diploma van een of meer andere opleidingen op het gebied van handvaardigheid in combinatie met relevante praktijkervaring, op grond waarvan betrokkene naar het oordeel van de hogeschool die het scholingstraject aanbiedt over een vakbekwaamheid op het gebied van handvaardigheid op hbo-niveau beschikt. ### Artikel 5a De bewijzen van bekwaamheid die bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in de expressie-activiteit euritmie zijn: -a. het diploma docent dans van het theateronderwijs met aantekening voortgezet onderwijs, afstudeerrichting eurythmie, afgegeven op of na 1 juni 1982 door de Academie voor Eurythmie te Den Haag dan wel afgegeven op of na 1 juli 1998 door de Hogeschool Helicon te Den Haag; -b. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de samengestelde voltijdse dan wel deeltijdse studierichting met een cursusduur van ten minste 4 jaren docentschap dans, afstudeerrichting euritmie, afgegeven op of na 1 augustus 1986 door de Academie voor Eurythmie te Den Haag dan wel afgegeven op of na 1 juli 1998 door de Hogeschool Helicon te Den Haag; -c. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding voor het docentschap dans, afgegeven door de Academie voor Eurythmie te Den Haag dan wel afgegeven op of na 1 juli 1998 door de Hogeschool Helicon te Den Haag. +a. het diploma docent dans van het theateronderwijs met aantekening voortgezet onderwijs, afstudeerrichting eurythmie, afgegeven op of na 1 juni 1982 door de Academie voor Eurythmie te Den Haag; +b. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de samengestelde voltijdse dan wel deeltijdse studierichting met een cursusduur van ten minste 4 jaren docentschap dans, afstudeerrichting euritmie, afgegeven op of na 1 augustus 1986 door de Academie voor Eurythmie te Den Haag; +c. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de opleiding voor het docentschap dans, afgegeven door de Academie voor Eurythmie te Den Haag. ### Artikel 5b @@ -174,8 +171,8 @@ j. het diploma van het Pedagogisch-didactisch scholingstraject kunstzinnige vorm De bewijzen van bekwaamheid die bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in de Engelse taal zijn: a. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd examen van de opleiding van de tweede fase tot leraar in het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 18, derde lid, van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, voor het vak Engels; -b. de akte van bekwaamheid van de derde graad, welke krachtens artikel III van de Wet van 4 juli 1985 (Stb. 1985, 408) tot uiterlijk 1 augustus 1989 kan worden uitgereikt, tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Engels; -c. de akte van bekwaamheid van de tweede graad, bedoeld in artikel 29, vierde lid onder a, van de Wet op het voortgezet onderwijs, tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Engels; +b. de akte van bekwaamheid van de derde graad, welke krachtens artikel III van de Wet van 4 juli 1985 (*Stb.* 1985, 408) tot uiterlijk 1 augustus 1989 kan worden uitgereikt, tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Engels; +c. de akte van bekwaamheid van de tweede graad, bedoeld in artikel 29, vierde lid onder a, van deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs, tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Engels; d. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in een der taal- en letterkundige studierichtingen van de faculteit der letteren, indien in bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Engelse taal en indien tevens: - het doctoraal examen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of @@ -218,8 +215,8 @@ g. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in een der taa h. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen geschiedenis, indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak Fries (aantekening op getuigschrift) en indien tevens Friese taal- en letterkunde (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen; i. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen kunstgeschiedenis en archeologie, indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak Fries (aantekening op getuigschrift) en indien tevens Friese taal- en letterkunde (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen; j. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen archeologie, indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak Fries (aantekening op getuigschrift) en indien tevens Friese taal- en letterkunde (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen; -k. de akte van bekwaamheid van de derde graad, welke krachtens artikel III van de wet van 4 juli 1985 (Stb. 408) tot uiterlijk 1 augustus 1989 kan worden uitgereikt, tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Fries; -l. de akte van bekwaamheid van de tweede graad bedoeld in artikel 29, vierde lid onder a, van de Wet op het voortgezet onderwijs tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Fries; +k. de akte van bekwaamheid van de derde graad, welke krachtens artikel III van de wet van 4 juli 1985 (*Stb.* 408) tot uiterlijk 1 augustus 1989 kan worden uitgereikt, tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Fries; +l. de akte van bekwaamheid van de tweede graad bedoeld in artikel 29, vierde lid onder a, van deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Fries; m. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd examen van de opleiding van de tweede fase tot leraar in het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 18, derde lid, van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs voor het vak Fries; n. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de vierjarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Fries; o. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de ten minste tweejarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Fries; @@ -251,80 +248,26 @@ d. de akte van bekwaamheid als onderwijzer, volledig bevoegd onderwijzer, hoofdo ### Artikel 6b -De bewijzen van bekwaamheid die bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in de Duitse taal zijn: +De bewijzen van bekwaamheid, die bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in een allochtone levende taal als bedoeld in artikel 172, eerste lid, van de wet zijn: -a. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in één der taal- en letterkundige studierichtingen van de faculteit der letteren, indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Duitse taal en indien tevens: +a. het diploma van de applicatiecursus volledig bevoegd onderwijzer voor buitenlandse onderwijsgevenden; +b. het diploma van de applicatiecursus eigen taal en cultuur te zamen met -– het doctoraalexamen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of -– indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan; -b. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen geschiedenis, kunstgeschiedenis en archeologie dan wel archeologie, indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Duitse taal en indien tevens: +1°. een verklaring van het Instituut voor Toetsontwikkeling dat de toets Nederlands als tweede taal voor OETC-leraren met goed gevolg is afgelegd, +2°. een diploma van het staatsexamen Nederlands als tweede taal volgens programma II, +3°. een verklaring van het Instituut voor Toetsontwikkeling dat een, twee of drie onderdelen van de toets Nederlands als tweede taal voor OETC-leraren met goed gevolg is onderscheidenlijk zijn afgelegd alsmede de met de overige onderdelen van die toets overeenkomende certificaten van het staatsexamen Nederlands als tweede taal volgens programma II, +4°. een certificaat Nederlands als vreemde taal van de Nederlandse Taalunie waarbij de examens op het hoogste niveau zijn afgelegd, +5°. een diploma, een certificaat Nederlandse taal en letterkunde of een certificaat Nederlandse taal van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs of een opleiding van het middelbaar beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs, +6°. één van de bewijzen van bekwaamheid, genoemd in artikel 186, eerste lid, van de wet, dan wel een bevoegdheid op grond van artikel 186, tweede lid eerste volzin, van de wet, +7°. een met een onder 5° of 6° bedoeld diploma vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België, +8°. een getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de vierjarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Arabisch, of +9°. een getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de vierjarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Turks; +c. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de studierichting die voorbereidt op het beroep van leraar in één der allochtone levende talen in het primair onderwijs; +d. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de studierichting die voorbereidt op het beroep van leraar basisonderwijs, tezamen met een verklaring dat de leerroute onderwijs in allochtone levende talen met gunstig resultaat is voltooid; +e. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd examen in de vierjarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Turks, of in Arabisch, tezamen met een verklaring dat de leerroute onderwijs in allochtone levende talen met gunstig resultaat is voltooid; +f. het diploma van de pedagogisch-didactische cursus onderwijs in een allochtone levende taal. -– het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of -– indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan; -c. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen muziekwetenschap of doctoraalexamen wijsbegeerte (filosofie), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Duitse taal en indien tevens: - -– het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of -– indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan; -d. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen vrije studierichting als bedoeld in de artikelen 174 tot en met 179 van het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Duitse taal en indien tevens: - -– het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of -– indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan; -e. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen volgens het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) of van met goed gevolg afgelegd aanvullend examen als bedoeld in artikel 193 van het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380) of artikel 54 van het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Duitse taal, behaald vóór 1 september 1986, en indien tevens: - -– het doctoraalexamen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of -– indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen of van het aanvullend examen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan; -f. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen als bedoeld in het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380) waarop de aantekening, bedoeld in artikel 101, eerste lid, van het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) is geplaatst ten bewijze dat met goed gevolg is afgelegd het examen tot leraar in het vak Duits; -g. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen als bedoeld in het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) waarop de aantekening, bedoeld in artikel 101, eerste lid, van dat Statuut is geplaatst ten bewijze dat met goed gevolg is afgelegd het examen tot leraar in het vak Duits; -h. de akte van bekwaamheid Duits B tot het geven van middelbaar onderwijs in de Duitse taal en letterkunde + Q (schoolakte Duits m.o. B); -i. de akte van bekwaamheid Duits A tot het geven van middelbaar onderwijs in de Duitse taal en letterkunde + Q (schoolakte Duits m.o. A); -j. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Duits; -k. de akte van bekwaamheid tot het geven van lager onderwijs in de Duitse taal (akte m); -l. de verklaring van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen dat in de cursusjaren 1971 tot en met 1973 met gunstig resultaat de mto-applicatiecursus voor avo-leraren is gevolgd in Duits; -m. de akte van bekwaamheid van de tweede graad in twee vakken, waaronder het vak Duits, dan wel akte van bekwaamheid van de tweede graad in het vak Duits, tevens getuigschrift tot het geven van godsdienstonderwijs, uitgereikt door de instituten voor de opleiding van leraren die uit de openbare kas bekostigd zijn krachtens de Experimentenwet onderwijs (zgn. NLO’s); -n. de akte van bekwaamheid van de derde graad in twee vakken, waaronder het vak Duits, dan wel akte van bekwaamheid van de derde graad in het vak Duits, tevens getuigschrift tot het geven van godsdienstonderwijs, uitgereikt door de instituten voor de opleiding van leraren die uit de openbare kas bekostigd zijn krachtens de Experimentenwet onderwijs (zgn. NLO’s); -o. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd examen in de vierjarige voltijdse studierichting opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad, samengesteld uit twee studierichtingsdelen, waarvan de inhoud van het ene studierichtingsdeel (vak) mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs en de inhoud van het andere studierichtingsdeel (vak) niet mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs, en het vak Duits daarvan deel uitmaakt; -p. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Duits; -q. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd examen van de universitaire eerstegraads lerarenopleiding voor het vak Duits; -r. de akte van bekwaamheid van de derde graad, welke krachtens artikel III van de Wet van 4 juli 1985 (Stb. 1985, 408) tot uiterlijk 1 augustus 1989 kan worden uitgereikt, tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Duits; -s. de akte van bekwaamheid van de tweede graad, bedoeld in artikel 29, vierde lid, onder a, van de Wet op het voortgezet onderwijs (oud), tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Duits. - -### Artikel 6c - -De bewijzen van bekwaamheid die bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in de Franse taal zijn: - -a. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in één der taal- en letterkundige studierichtingen van de faculteit der letteren, indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Franse taal en indien tevens: - -– het doctoraalexamen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of -– indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan; -b. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen geschiedenis, kunstgeschiedenis en archeologie dan wel archeologie, indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Franse taal en indien tevens: - -– het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of -– indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan; -c. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen muziekwetenschap of doctoraalexamen wijsbegeerte (filosofie), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Franse taal en indien tevens: - -– het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of -– indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan; -d. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen vrije studierichting als bedoeld in de artikelen 174 tot en met 179 van het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Franse taal en indien tevens: - -– het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of -– indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan; -e. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen volgens het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) of van met goed gevolg afgelegd aanvullend examen als bedoeld in artikel 193 van het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380) of artikel 54 van het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Franse taal, behaald vóór 1 september 1986, en indien tevens: - -– het doctoraalexamen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of -– indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen of van het aanvullend examen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan; -f. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen als bedoeld in het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380) waarop de aantekening, bedoeld in artikel 101, eerste lid, van het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) is geplaatst ten bewijze dat met goed gevolg is afgelegd het examen tot leraar in het vak Frans; -g. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen als bedoeld in het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) waarop de aantekening, bedoeld in artikel 101, eerste lid, van dat Statuut is geplaatst ten bewijze dat met goed gevolg is afgelegd het examen tot leraar in het vak Frans; -h. de akte van bekwaamheid Frans B tot het geven van middelbaar onderwijs in de Franse taal en letterkunde + Q (schoolakte Frans m.o. B); -i. de akte van bekwaamheid Frans A tot het geven van middelbaar onderwijs in de Franse taal en letterkunde + Q (schoolakte Frans m.o. A); -j. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Frans; -k. de akte van bekwaamheid tot het geven van lager onderwijs in de Franse taal (akte m); -l. de akte van bekwaamheid van de tweede graad in twee vakken, waaronder het vak Frans, dan wel akte van bekwaamheid van de tweede graad in het vak Frans, tevens getuigschrift tot het geven van godsdienstonderwijs, uitgereikt door de instituten voor de opleiding van leraren die uit de openbare kas bekostigd zijn krachtens de Experimentenwet onderwijs (zgn. NLO’s); -m. de akte van bekwaamheid van de derde graad in twee vakken, waaronder het vak Frans, dan wel akte van bekwaamheid van de derde graad in het vak Frans, tevens getuigschrift tot het geven van godsdienstonderwijs, uitgereikt door de instituten voor de opleiding van leraren die uit de openbare kas bekostigd zijn krachtens de Experimentenwet onderwijs (zgn. NLO’s); -n. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd examen in de vierjarige voltijdse studierichting opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad, samengesteld uit twee studierichtingsdelen, waarvan de inhoud van het ene studierichtingsdeel (vak) mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs en de inhoud van het andere studierichtingsdeel (vak) niet mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs, en het vak Frans daarvan deel uitmaakt; -o. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Frans; -p. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd examen van de universitaire eerstegraads lerarenopleiding voor het vak Frans; -q. de akte van bekwaamheid van de derde graad, welke krachtens artikel III van de Wet van 4 juli 1985 (Stb. 1985, 408) tot uiterlijk 1 augustus 1989 kan worden uitgereikt, tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Frans; -r. de akte van bekwaamheid van de tweede graad, bedoeld in artikel 29, vierde lid, onder a, van de Wet op het voortgezet onderwijs (oud), tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Frans. +De bevoegdheid bedoeld in de eerste volzin betreft het geven van onderwijs in de taal van het land van oorsprong van de bezitter van het diploma of van diens ouders. ### Artikel 7