From d4c57e2bd2d4944d931517192fc983d43d16f1c2 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Feb 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2008-02-01=20|=20BWBR0022479=20|=20Verordening?= =?UTF-8?q?=20hygi=C3=ABnevoorschriften=20pluimveehouderij=20(PPE)=202007?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0022479/README.md | 93 ++++++++++--------- 1 file changed, 50 insertions(+), 43 deletions(-) diff --git a/pbo/verordening-hygiënevoorschriften-pluimveehouderij-ppe-2007/BWBR0022479/README.md b/pbo/verordening-hygiënevoorschriften-pluimveehouderij-ppe-2007/BWBR0022479/README.md index 8803c6bf846..ae9ee4d8241 100644 --- a/pbo/verordening-hygiënevoorschriften-pluimveehouderij-ppe-2007/BWBR0022479/README.md +++ b/pbo/verordening-hygiënevoorschriften-pluimveehouderij-ppe-2007/BWBR0022479/README.md @@ -35,26 +35,26 @@ h. de faciliteiten voor persoonlijke hygiëne verkeren in een goed functionerend i. alle personen wassen hun handen voordat zij de stal of kuikenbroederij betreden; j. een ongediertebestrijdingsplan wordt opgesteld en uitgevoerd, tenzij gewerkt wordt met een professioneel ongediertebestrijdingsbedrijf dat ten minste één maal per twee maanden op het bedrijf langskomt om ongedierte te bestrijden; k. de resultaten van acties met betrekking tot wering, signalering en bestrijding van ongedierte worden vastgelegd en, afhankelijk van deze resultaten, worden de acties geïntensiveerd; -l. overeenkomstig door het bestuur bij besluit vast te stellen voorschriften wordt de kwaliteit van het drinkwater gewaarborgd en worden de resultaten van het door een HOSOWO-instantie uitgevoerde drinkwateronderzoek gedurende twee jaren door de ondernemer bewaard; +l. overeenkomstig door het bestuur bij besluit vast te stellen voorschriften wordt de kwaliteit van het drinkwater gewaarborgd. De resultaten van de door een HOSOWO-instantie uitgevoerde analyse van het drinkwateronderzoek worden gedurende twee jaren door de ondernemer bewaard; m. een kuikenbroederij is zodanig ingericht dat geen kruisbesmetting met Salmonella kan ontstaan; n. wanneer een bedrijf in de pluimveevleessector wordt uitgeoefend, bevinden zich gladde en dichte oppervlakken in de stal, waarbij, bij visuele controle, naden en kieren in de stal schoon dienen te zijn; o. het perceel waarop het pluimveebedrijf wordt uitgeoefend is zodanig ingericht dat de perceelgrenzen herkenbaar zijn en voor bezoekers duidelijk is waar zij zich moeten melden; p. het bedrijfsgebouw en de inventaris alsmede het perceel waarop het pluimveebedrijf of de kuikenbroederij wordt uitgeoefend zijn schoon, in het bijzonder de directe omgeving van de stal en de kuikenbroederij; q. het bedrijfsgebouw is zodanig ingericht dat ongehinderde toegang door derden tot de stal of de kuikenbroederij niet mogelijk is; -r. in de stal of de kuikenbroederij is een voorruimte aanwezig die volledig is afgescheiden van de ruimte waarin het pluimvee wordt gehouden; +r. in de stal is een voorruimte aanwezig die volledig is afgescheiden van de ruimte waarin het pluimvee wordt gehouden; s. bij iedere stal of kuikenbroederij is een fysieke scheiding aangebracht in een bufferdeel en een schoon deel en er wordt op toegezien dat binnen deze scheiding van schoeisel wordt gewisseld; t. in het schone deel van de stal of de kuikenbroederij is voldoende schoon schoeisel aanwezig; u. de looproutes van en naar het bedrijfsgebouw zijn zodanig verhard dat deze deugdelijk gereinigd kunnen worden; v. Op het perceel is een deugdelijk functionerende afwatering ten opzichte van de stal aanwezig; w. de voedersilo is schoon, is geplaatst op een verharde ondergrond en wordt van buiten de stal gevuld; indien meerdere voedersilo’s op het bedrijf aanwezig zijn, zijn deze voorzien van een bedrijfsuniek nummer; -x. bij het lossen van het voeder wordt gebruik gemaakt van een bedrijfseigen stofopvangmiddel; +x. bij het lossen van het voeder wordt gebruik gemaakt van een bedrijfseigen of eenmalig te gebruiken stofopvangmiddel; y. voeder, bodem- en neststrooisel en verpakkingsmateriaal worden zodanig opgeslagen dat deze schoon, droog en schimmelvrij blijven; z. voeder dat na het leegmaken van de stal nog aanwezig is in het voedersysteem buiten de voedersilo wordt zodanig afgevoerd dat het niet meer in contact kan komen met pluimvee; aa. wanneer een bedrijf in de pluimveevleessector wordt uitgeoefend, wordt mest afkomstig van met Salmonella paratyphi B var. Java besmette koppels afgevoerd van het perceel en wordt deze mest niet in de directe omgeving van pluimveebedrijven uitgereden. **2.** Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van het in het eerste lid bepaalde. -**3.** De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf of leghennenbedrijf uitoefent en zijn pluimvee in kooien houdt, is vrijgesteld van het bepaalde in het eerste lid, onder s., indien hij voldoet aan de door het bestuur bij besluit vast te stellen eisen. +**3.** De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf of leghennenbedrijf uitoefent en zijn pluimvee in kooien houdt, voldoet ook aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel r. en s., indien hij de door het bestuur bij besluit vast te stellen nadere eisen naleeft. ## 3. Reinigings- en ontsmettingsmaatregelen @@ -69,25 +69,22 @@ aa. wanneer een bedrijf in de pluimveevleessector wordt uitgeoefend, wordt mest **4.** De ondernemer die een pluimveebedrijf uitoefent plaatst een nieuw koppel slechts nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet en de meerleeftijdenleghennenstal heeft gereinigd en, in voorkomend geval, nadat hij een hygiënogram heeft laten uitvoeren. **5.** a. De ondernemer die een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf in de legsector uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, een hygiënogram uitvoeren; -b. De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent, laat nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twaalf maanden een hygiënogram uitvoeren; -c. De ondernemer die een leghennenbedrijf uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren; -d. De ondernemer die een meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren. +b. De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent, laat nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twaalf maanden een hygiënogram uitvoeren; +c. De ondernemer die een leghennenbedrijf of een meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per dertig maanden een hygiënogram uitvoeren; -**6.** In afwijking van het vijfde lid onder c. is de ondernemer die een leghennenbedrijf uitoefent waarin minder dan 250 leghennen worden gehouden en waarvan de eieren bestemd zijn voor eigen consumptie of boerderijverkoop, vrijgesteld van de verplichting een hygiënogram te laten uitvoeren. +**6.** In afwijking van het vijfde lid onder c. is de ondernemer die een leghennenbedrijf uitoefent waarin minder dan 250 leghennen worden gehouden en waarvan de consumptie-eieren bestemd zijn voor eigen consumptie of boerderijverkoop, vrijgesteld van de verplichting een hygiënogram te laten uitvoeren. -**7.** In afwijking van het vijfde lid onder c. is de ondernemer die een leghennenbedrijf uitoefent en die bij de in het eerste lid bedoelde reiniging en ontsmetting gebruik heeft gemaakt van een professioneel ontsmettingsbedrijf, vrijgesteld van de verplichting een hygiënogram te laten uitvoeren. +**7.** De ondernemer die een pluimveebedrijf in de pluimveevleessector uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per kalenderjaar een hygiënogram uitvoeren. -**8.** De ondernemer die een pluimveebedrijf in de pluimveevleessector uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per kalenderjaar een hygiënogram uitvoeren. +**8.** In afwijking van het zevende lid laat de ondernemer die een vermeerderingsbedrijf in de pluimveevleessector uitoefent één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren. -**9.** In afwijking van het achtste lid laat de ondernemer die een vermeerderingsbedrijf in de pluimveevleessector uitoefent één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren. - -**10.** a. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent reinigt en ontsmet onverwijld na iedere aflevering van de eendagskuikens, de gebruikte lokalen; +**9.** a. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent reinigt en ontsmet onverwijld na iedere aflevering van de eendagskuikens, de gebruikte lokalen; b. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent laat een hygiëneonderzoek uitvoeren op de wijze als omschreven in door het bestuur vast te stellen besluiten; c. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent kan een deel van het hygiëneonderzoek zelf uitvoeren op de wijze als omschreven in door het bestuur vast te stellen besluiten. -**11.** Het hygiënogram als bedoeld in het vierde, vijfde, achtste en negende lid wordt uitgevoerd door een HOSOWO-instantie. +**10.** Het hygiënogram als bedoeld in het vierde, vijfde, zevende en achtste lid wordt uitgevoerd door een HOSOWO-instantie. -**12.** Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van het in het vijfde, achtste en negende lid bedoelde hygiënogram. De ondernemer bewaart de uitslag van het hygiënogram en het in het tiende lid, sub b. en c., bedoelde hygiëneonderzoek gedurende ten minste twee jaren. +**11.** Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van het in het vijfde, zevende en achtste lid bedoelde hygiënogram. De ondernemer bewaart de uitslag van het hygiënogram en van het in het negende lid, sub b. en c., bedoelde hygiëneonderzoek gedurende ten minste twee jaren. ## 4. Onderzoek naar Salmonella en Campylobacter @@ -95,17 +92,24 @@ c. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent kan een deel van het hygiëne **1.** Door of namens de ondernemer vindt onderzoek van koppels en broedeieren op de aanwezigheid van Salmonella plaats door monstername en analyse van de genomen monsters. -**2.** In afwijking van het eerste lid laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent monsters nemen door een bij of krachtens de Wet uitoefening diergeneeskunde bevoegde veterinair of paraveterinair. +**2.** a. In afwijking van het eerste lid laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent maximaal veertien dagen voor de overplaatsing van een koppel monsters van dit koppel nemen door een bij of krachtens de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 bevoegde veterinair of paraveterinair. +b. De ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername ten minste elke 15 weken uit op het leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf. + +De eerste monstername wordt uitgevoerd als de leghennen een leeftijd van minimaal 22 weken en maximaal 26 weken hebben. +c. De voorzitter laat bij de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent, een monstername door GD uitvoeren. Deze monstername vindt plaats 1 bij één koppel per jaar per bedrijf dat tenminste duizend dieren omvat, 2) op de leeftijd van 24 weken bij een koppel leghennen dat gehuisvest is in een gebouw waarin bij een vorig koppel Salmonella is aangetroffen 3) bij ieder vermoeden van besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimirium naar aanleiding van het epidemiologische onderzoek van uitbraken van door voedsel overgedragen zoönoses overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2003/1999/EG, 4) bij andere koppels leghennen op een bedrijf indien de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimirium op dat bedrijf zijn aangetroffen en 5) indien de voorzitter het nodig acht. +d. De in c. genoemde monsternamen kunnen in de plaats treden van de in b. genoemde monsternamen. **3.** Het onderzoek van een koppel vleeskuikens op de aanwezigheid van Campylobacter vindt twee maal per twaalf maanden plaats, voordat dit koppel van het bedrijf wordt afgevoerd, door monstername door of namens de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent en analyse van de genomen monsters. **4.** a. De ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername eens in de twee weken uit op het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf, dan wel laat op zijn verzoek en na toestemming van de voorzitter, deze monstername op de kuikenbroederij uitvoeren. -b. Het productschap laat bij de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, tijdens een ronde drie maal een monstername door of namens GD uitvoeren. Deze monsternamen vinden plaats 1) binnen vier weken na het plaatsen van een koppel, 2) binnen acht weken voordat een koppel wordt afgevoerd van het bedrijf en 3) tijdens een ronde tussen de onder 1) en 2) genoemde tijdstippen. -c. Indien de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de in a. genoemde monstername op de kuikenbroederij laat uitvoeren, laat het productschap bij de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, tijdens een ronde twee maal een monstername door of namens GD uitvoeren. Deze monsternamen vinden plaats 1) binnen vier weken na het plaatsen van een koppel, 2) binnen acht weken voordat een koppel wordt afgevoerd van het bedrijf. Daarnaast laat het productschap op de kuikenbroederij een maal in de zestien weken een monstername uitvoeren. +b. De voorzitter laat bij de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, tijdens een ronde drie maal een monstername door GD uitvoeren. Deze monsternamen vinden plaats 1) binnen vier weken na het plaatsen van een koppel, 2) binnen acht weken voordat een koppel wordt afgevoerd van het bedrijf en 3) tijdens een ronde tussen de onder 1) en 2) genoemde tijdstippen. +c. Indien de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de in a. genoemde monstername op de kuikenbroederij laat uitvoeren, laat de voorzitter bij de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, tijdens een ronde twee maal een monstername door GD uitvoeren. Deze monsternamen vinden plaats 1) binnen vier weken na het plaatsen van een koppel, 2) binnen acht weken voordat een koppel wordt afgevoerd van het bedrijf. Daarnaast laat de voorzitter op de kuikenbroederij een maal in de zestien weken een monstername door GD uitvoeren. d. De in b. en c. genoemde monsternamen kunnen in de plaats treden van de in a. genoemde monstername. e. De ondernemer die een opfokbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername uit 1) bij de aankomst van de eendagskuikens op het bedrijf, 2) vier weken na plaatsing van het koppel, 3) maximaal veertien dagen voor overplaatsing van het koppel. -**5.** Wanneer met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de aanwezigheid van Salmonella is aangetoond, meldt de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf, vermeerderingsbedrijf of kuikenbroederij uitoefent dit aan GD en laat de voorzitter een verificatieonderzoek door GD verrichten naar het bemonsterde koppel dan wel naar het koppel waarvan de bemonsterde broedeieren afkomstig zijn. +**5.** a. Wanneer met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de aanwezigheid van Salmonella is aangetoond, meldt de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf, vermeerderingsbedrijf of kuikenbroederij uitoefent dit aan GD en laat de voorzitter een verificatieonderzoek door GD verrichten naar het bemonsterde koppel dan wel naar het koppel waarvan de bemonsterde broedeieren afkomstig zijn. +b. Wanneer met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de aanwezigheid van Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium is aangetoond, meldt de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent dit aan GD en laat de voorzitter een verificatieonderzoek door GD verrichten naar het bemonsterde koppel. +c. Totdat de uitslag van het verificatieonderzoek door GD bekend is, is de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent, verplicht de consumptie-eieren die van het bemonsterde koppel afkomstig zijn te bewaren dan wel van het bedrijf af te voeren voor vernietiging of verwerking. **6.** Wanneer met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de aanwezigheid van Salmonella is aangetoond, laat de ondernemer het genomen monster serotyperen door een door de voorzitter erkend laboratorium. @@ -121,11 +125,13 @@ e. De ondernemer die een opfokbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedo ### Artikel 5 -**1.** De ondernemer meldt de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste, tweede, derde en vierde lid, alsmede van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, schriftelijk aan de leverancier en de afnemer van het pluimvee, de broedeieren of de consumptie-eieren. +**1.** De ondernemer meldt de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste, tweede, derde en vierde lid, alsmede van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, schriftelijk aan de afnemer van het pluimvee, de consumptie-eieren of de broedeieren. -**2.** De ondernemer meldt de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, vierde lid, alsmede van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, schriftelijk aan het productschap. +**2.** De ondernemer meldt de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, tweede en vierde lid, alsmede van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, schriftelijk aan het productschap. -**3.** Het bestuur kan bij besluit regels vaststellen omtrent de wijze waarop de ondernemer de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste, tweede, derde en vierde lid, meldt. +**3.** Het bestuur kan bij besluit regels vaststellen omtrent de wijze waarop de ondernemer de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste, tweede, derde en vierde lid, alsmede van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, meldt. + +**4.** Het bestuur kan bij besluit bepalen dat een ondernemer tevens de in het eerste lid bedoelde resultaten schriftelijk meldt aan de leverancier van het pluimvee of de broedeieren. ## 6. Maatregelen bij een besmetting @@ -146,13 +152,11 @@ b. In geval de voorzitter de in het tweede lid bedoelde besmetting met de seroty **6.** Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het vijfde lid laat de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de stal op de aanwezigheid van Salmonella onderzoeken door een HOSOWO-instantie. -**7.** Indien met het onderzoek als bedoeld in het zesde lid geen Salmonella in de stal is aangetoond, mag de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, een nieuw koppel in de stal plaatsen. +**7.** Indien met het onderzoek als bedoeld in het zesde lid Salmonella in de stal is aangetoond, herhaalt de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent het bepaalde in het vijfde en zesde lid totdat geen Salmonella meer in de stal wordt aangetoond. -**8.** Indien met het onderzoek als bedoeld in het zesde lid Salmonella in de stal is aangetoond, reinigt en ontsmet de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de stal opnieuw. +**8.** Slechts indien op grond van het in het zesde lid bedoelde onderzoek geen Salmonella in de stal meer wordt aangetoond, mag de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, een nieuw koppel in de stal plaatsen. -**9.** Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het achtste lid, laat de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de stal op de aanwezigheid van Salmonella onderzoeken door een HOSOWO-instantie. Indien met dit onderzoek geen Salmonella in de stal wordt aangetoond, mag de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, een nieuw koppel in de stal plaatsen. - -**10.** Indien op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, bij de ondernemer die een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, een besmetting met Salmonella bij een koppel is bevestigd, stelt de ondernemer, voordat hij een nieuw koppel plaatst, overeenkomstig een door het bestuur vastgesteld besluit, een tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan op en voert dit uit. +**9.** Indien op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, bij de ondernemer die een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, een besmetting met Salmonella bij een koppel is bevestigd, stelt de ondernemer, voordat hij een nieuw koppel plaatst, overeenkomstig een door het bestuur vastgesteld besluit, een tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan op en voert dit uit. ### . Vleeskuikenbedrijf @@ -170,25 +174,28 @@ b. In geval de voorzitter de in het tweede lid bedoelde besmetting met de seroty ### Artikel 8 -**1.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, de voorzitter een besmetting met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium vaststelt bij een koppel dat zich op een opfokleghennenbedrijf bevindt, kan de voorzitter de ondernemer gelasten het besmette koppel te ruimen. +**1.** De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent, handelt in overeenstemming met het in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1177/2006 neergelegde verbod op het gebruik van antimicrobiële stoffen alsmede met de voorwaarden verbonden aan de uitzonderingen op dat verbod, voor zover deze uitzonderingen van toepassing zijn. -**2.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een besmetting met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium bij een koppel is aangetoond, laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent onverwijld na het afvoeren van het koppel uit de stal, dan wel, wanneer het een ondernemer betreft die een opfokleghennenbedrijf uitoefent, na het ruimen, de stal reinigen en ontsmetten door een professioneel ontsmettingsbedrijf. +**2.** De voorzitter stelt op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, vast dat een koppel dat zich op een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf bevindt wel of niet besmet is met de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium. Indien de voorzitter vaststelt dat een koppel niet besmet is met de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium, bericht de voorzitter de ondernemer dat de in artikel 4, vijfde lid, bedoelde verplichting tot het bewaren dan wel van het bedrijf af te voeren voor vernietiging of verwerking van de consumptie-eieren vervalt. -**3.** Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het tweede lid laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent de stal onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium door een HOSOWO-instantie. +**3.** In geval de voorzitter de in het tweede lid bedoelde besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium vaststelt bij een koppel opfokleghennen, kan de voorzitter de ondernemer gelasten dit koppel te laten ruimen. -**4.** Indien met het onderzoek als bedoeld in het derde lid Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium in de stal is aangetoond, laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent de stal ontsmetten door een professioneel ontsmettingsbedrijf. +**4.** a. In geval de voorzitter de in het tweede lid bedoelde besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium vaststelt bij een koppel opfokleghennen of leghennen, gelast de voorzitter de ondernemer de consumptie-eieren van dit koppel te laten verwerken of vernietigen. +b. Indien op grond van het in artikel 4, tweede lid onder b. genoemde onderzoek blijkt dat een koppel leghennen niet meer besmet is met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium, trekt de voorzitter de last tot verwerking of vernietiging van de consumptie-eieren van dit koppel in. -**5.** Na de ontsmetting als bedoeld in het vierde lid laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent de stal opnieuw onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium door een HOSOWO-instantie. +**5.** De ondernemer is gehouden de in het derde en vierde lid, sub a., genoemde last onverwijld op te volgen. -**6.** Na het onderzoek als bedoeld in het vijfde lid mag de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent een nieuw koppel in de stal opzetten. +**6.** Indien op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, een besmetting met de serotypen Salmonella entcritidis of Salmonella typhimurium bij een koppel is bevestigd, laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent onverwijld na het afvoeren van het koppel uit de stal, de stal reinigen en deze door een professioneel ontsmettingsbedrijf ontsmetten. -**7.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bij de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent bij een koppel Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium is aangetoond, stelt de ondernemer, voordat hij een nieuw koppel plaatst, overeenkomstig een door het bestuur vastgesteld besluit, een tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan op en voert dit uit. +**7.** Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het zesde lid laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent de stal door een HOSOWO-instantie onderzoeken op de aanwezigheid van de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium. -**8.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een besmetting met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium bij een koppel is aangetoond kan het bestuur bij besluit aan de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent eisen stellen betreffende de inrichting van het bedrijf, de bestrijdings- en beheersingsmaatregelen en de besmetting van de eieren. +**8.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in het zevende lid de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium in de stal worden aangetoond, herhaalt de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent het bepaalde in het zesde en zevende lid totdat de serotypen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium niet meer in de stal worden aangetoond. -**9.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een besmetting met Salmonella enteritidis bij een koppel is aangetoond, zet de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent op dit (leghennen)bedrijf tegen Salmonella enteritidis gevaccineerde koppels op zodanig dat er uitsluitend gevaccineerde koppels op het bedrijf aanwezig zijn. +**9.** Slechts indien op grond van het in het zevende lid bedoelde onderzoek de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium niet meer in de stal worden aangetoond, mag de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent een nieuw koppel in de stal plaatsen. -**10.** Het bestuur kan bij besluit nadere regels vaststellen ten aanzien van het ruimen, reinigen en ontsmetten, onderzoeken als bedoeld in dit artikel. +**10.** Indien op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, een besmetting met het serotype Salmonella enteritidis bij een koppel is bevestigd, zet de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent op dit bedrijf uitsluitend tegen het serotype Salmonella enteritidis gevaccineerde koppels op. + +**11.** Het bestuur kan bij besluit nadere regels vaststellen ten aanzien van de onderzoeken, het ruimen, het reinigen en ontsmetten en het verwerken of vernietigen van de consumptieeieren, als bedoeld in dit artikel. ### . Kuikenbroederij @@ -204,13 +211,13 @@ c) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd te laten vern **2.** In het geval de voorzitter, vaststelt dat het koppel besmet is met de serotypen Salmonella hadar, Salmonella infantis of Salmonella virchow verstrekt de voorzitter de ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent de in het eerste lid genoemde last alleen, indien de voorzitter op grond van artikel 6, derde lid, de ruiming van dit koppel heeft gelast. -**3.** De ondernemer is gehouden de in het eerste lid genoemde last onverwijld op te volgen. +**3.** De ondernemer is gehouden de in het eerste en tweede lid genoemde last onverwijld op te volgen. ## 7. Ontheffing en vrijstelling ### Artikel 10 -**1.** De voorzitter is bevoegd namens het bestuur, binnen het kader van door het bestuur bij besluit vastgestelde richtlijnen, op aanvraag, ontheffing te verlenen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, en aan zodanige ontheffing voorschriften en beperkingen te verbinden. +**1.** De voorzitter kan namens het bestuur, binnen het kader van door het bestuur bij besluit vastgestelde richtlijnen, op aanvraag, ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, en aan zodanige ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden. **2.** Het bestuur kan bij besluit vrijstelling van het bij of krachtens deze verordening bepaalde verlenen aan ondernemers dan wel aan een groep van te onderscheiden categorieën ondernemers en aan een zodanige vrijstelling voorschriften en beperkingen verbinden. @@ -232,7 +239,7 @@ c) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd te laten vern ### Artikel 12 -**1.** Met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid en artikel 9 bepaalde, wordt het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de verordening bepaalde namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor door het bestuur bij besluit zijn aangewezen. +**1.** Met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende en tiende lid en artikel 9, derde lid, bepaalde, wordt het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de verordening bepaalde namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor door het bestuur bij besluit zijn aangewezen. **2.** @@ -244,15 +251,15 @@ c. aan de door het bestuur aangewezen toezichthouders te allen tijde toegang te d. te gedogen dat de door het bestuur aangewezen toezichthouders monsters nemen uit de voorraden, waaronder begrepen verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen en het toezicht van die toezichthouders; e. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van de aan de toezichthouders opgedragen taak. -**3.** De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, met uitzondering van het in artikel 6, eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid en artikel 9 bepaalde. +**3.** De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende en tiende lid en artikel 9, derde lid, bepaalde. ## 10. Tuchtrechtelijke maatregelen en strafbaarstelling ### Artikel 13 -**1.** Met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde en achtste lid en artikel 9, derde lid, bepaalde, worden op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004. +**1.** Met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende en tiende lid en artikel 9, derde lid, bepaalde, worden op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004. -**2.** Overtreding van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde en achtste lid en artikel 9, derde lid, van deze verordening bepaalde is een strafbaar feit. +**2.** Overtreding van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, artikel 8, eerste, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende en tiende lid en artikel 9, derde lid, van deze verordening bepaalde is een strafbaar feit. ## 11. Slotbepalingen