2006-01-01 | BWBR0003954 | Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4d93e400ee
commit d4e00ef57e

View file

@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van bela
### Artikel 1
**1.** De bepalingen van deze wet strekken ten behoeve van de nakoming van verplichtingen die voortvloeien uit richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen en uit andere regelingen van internationaal en interregionaal recht tot het verlenen van wederzijdse bijstand bij de heffing van belastingen naar het inkomen, de winst en het vermogen, de heffing van belastingen van nalatenschappen en verkrijgingen krachtens erfrecht en schenkingen, alsmede de heffing van omzetbelasting en van accijns en de heffing op verzekeringspremies.
**1.** De bepalingen van deze wet strekken ten behoeve van de nakoming van verplichtingen die voortvloeien uit richtlijnen van de Raad van de Europese Unie en uit andere regelingen van internationaal en interregionaal recht tot het verlenen van wederzijdse bijstand bij de heffing van belastingen, alsmede renten daarover en bestuursrechtelijke sancties en boeten die daarmee verband houden.
**2.**
@ -25,19 +25,26 @@ b. de accijnzen in het kader van verordening (EG) nr. 2073/2004 van de Raad van
Bij toepassing van die verordeningen zijn de artikelen 8, tweede lid, en 11 van deze wet van overeenkomstige toepassing.
**3.** Deze wet is niet van toepassing bij het verlenen van wederzijdse bijstand op het gebied van rechten bij invoer en rechten bij uitvoer met inbegrip van de belasting bij invoer, genoemd in artikel 22 van de Wet op de omzetbelasting 1968, en van accijns bij invoer, genoemd in artikel 62 van de Wet op de accijns.
### Artikel 2
**1.**
Deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
b. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie;
c. staat: een lidstaat, een Mogendheid of een bestuurlijke eenheid waarmee in de relatie met Nederland een wederkerige regeling bestaat die voorziet in wederzijdse bijstand bij de heffing van de in artikel 1 bedoelde belastingen, alsmede de Nederlandse Antillen en Aruba;
c. staat: een lidstaat, een Mogendheid of een bestuurlijke eenheid waarmee in de relatie met Nederland een wederkerige regeling bestaat die voorziet in wederzijdse bijstand bij de heffing van belastingen, alsmede de Nederlandse Antillen en Aruba;
d. bevoegde functionaris: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen;
e. bevoegde autoriteit: de door een staat tot het uitwisselen van inlichtingen aangewezen persoon of instantie.
e. bevoegde autoriteit: de door een staat tot het uitwisselen van inlichtingen aangewezen persoon of instantie;
f. richtlijn 2003/48/EG: richtlijn nr. 2003/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (Pb EU L 157).
**2.** Een wijziging van richtlijn 2003/48/EG gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
### Artikel 3
Als belastingen naar het inkomen, de winst en het vermogen als bedoeld in artikel 1 worden, ongeacht de wijze waarop de belasting wordt geheven, beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, naar de gehele winst, naar het gehele vermogen of naar bestanddelen van het inkomen, van de winst of van het vermogen, daaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken en belastingen geheven naar loonsommen.
Vervallen
## Hoofdstuk IA. Reikwijdte van inlichtingenuitwisseling
@ -45,17 +52,7 @@ Als belastingen naar het inkomen, de winst en het vermogen als bedoeld in artike
### Artikel 4
Met betrekking tot de in Nederland geheven belastingen vindt deze wet toepassing op:
a. de inkomstenbelasting;
b. de loonbelasting;
c. de vennootschapsbelasting;
d. de dividendbelasting;
e. de rechten van successie, van overgang en van schenking;
f. de assurantiebelasting;
g. de omzetbelasting, voor zover deze wordt geheven met toepassing van de bepalingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
h. de accijns, voor zover deze wordt geheven met toepassing van de bepalingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en
i. alle soortgelijke rijksbelastingen, voor zover deze worden geheven met toepassing van de bepalingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Vervallen
### Afdeling 2. Inkomsten uit spaargelden
@ -75,7 +72,7 @@ e. icbe: een instelling voor collectieve belegging in effecten waaraan een vergu
**2.** Waar een uiteindelijke gerechtigde woont, of waar een marktdeelnemer of een uitbetalende instantie woont of is gevestigd, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
**3.** Voor de toepassing van deze afdeling of bepalingen daarvan kunnen bij ministeriële regeling staten, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel i, van de richtlijn nr. 2003/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (Pb EU L 157), en afhankelijke en geassocieerde gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel ii, van die richtlijn, worden gelijkgesteld met een lidstaat.
**3.** Voor de toepassing van deze afdeling of bepalingen daarvan kunnen bij ministeriële regeling Mogendheden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel i, van de richtlijn 2003/48/EG, en afhankelijke en geassocieerde gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel ii, van die richtlijn, worden gelijkgesteld met een lidstaat.
### Artikel 4b
@ -91,9 +88,9 @@ c. inkomsten die zijn gerealiseerd bij de verkoop, terugbetaling of aflossing va
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder collectieve beleggingsinstelling verstaan:
a. een icbe;
a. een icbe, of een daarmee vergelijkbare instelling voor collectieve belegging gevestigd in een van de Mogendheden of afhankelijke of geassocieerde gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de richtlijn 2003/48/EG, waarbij voor de Zwitserse Bondsstaat als vergelijkbare instelling voor collectieve belegging uitsluitend wordt aangemerkt een Zwitsers beleggingsfonds als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, onder (iv), en onderdeel d, onder (iv), van de overeenkomst van 26 oktober 2004 tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat (Pb EU 2004, L 385) waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn vervat in richtlijn 2003/48/EG;
b. een entiteit die gebruik mag maken van de keuzemogelijkheid van artikel 4e, of een overeenkomstige keuzemogelijkheid in de lidstaat van vestiging;
c. een instelling voor collectieve belegging die is gevestigd buiten het grondgebied waarop artikel 299 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is.
c. een instelling voor collectieve belegging die niet is gevestigd in een van de lidstaten, dan wel in een van de Mogendheden of afhankelijke of geassocieerde gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de richtlijn 2003/48/EG.
**3.** De inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden slechts als rentebetaling aangemerkt voorzover deze rechtstreeks of middellijk afkomstig zijn van rentebetalingen als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onderdeel a, en dit artikel, eerste lid, onderdeel a.
@ -113,7 +110,7 @@ c. een instelling voor collectieve belegging die is gevestigd buiten het grondge
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien op of na 1 maart 2002 een aanvullende emissie plaatsvindt of heeft plaatsgevonden van de daar bedoelde verhandelbare schuldinstrumenten.
**3.** Indien op of na 1 maart 2002 een vervolgemissie plaatsvindt van een verhandelbaar schuldinstrument als bedoeld in het eerste lid, dat is uitgegeven door een overheid of een gelijkgestelde entiteit die als overheidsinstantie optreedt of waarvan de rol is erkend bij een internationaal verdrag als bedoeld in de bijlage bij de richtlijn nr. 2003/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (Pb EG L 157), wordt de gehele emissie van dit schuldinstrument, bestaande uit de oorspronkelijke emissie en vervolgemissies, aangemerkt als een schuldvordering.
**3.** Indien op of na 1 maart 2002 een vervolgemissie plaatsvindt van een verhandelbaar schuldinstrument als bedoeld in het eerste lid, dat is uitgegeven door een overheid of een gelijkgestelde entiteit die als overheidsinstantie optreedt of waarvan de rol is erkend bij een internationaal verdrag als bedoeld in de bijlage bij de richtlijn 2003/48/EG, wordt de gehele emissie van dit schuldinstrument, bestaande uit de oorspronkelijke emissie en vervolgemissies, aangemerkt als een schuldvordering.
**4.** Indien op of na 1 maart 2002 een vervolgemissie plaatsvindt van een verhandelbaar schuldinstrument als bedoeld in het eerste lid, dat is uitgegeven door een emittent die niet valt onder het bepaalde in het derde lid, wordt deze nieuwe emissie aangemerkt als een schuldvordering.
@ -125,7 +122,7 @@ c. een instelling voor collectieve belegging die is gevestigd buiten het grondge
Het eerste lid is niet van toepassing indien de marktdeelnemer op basis van een door de in het eerste lid bedoelde entiteit overgelegd officieel bewijskrachtig document redenen heeft om aan te nemen dat deze entiteit:
a. een rechtspersoon is, niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4, lid 5, van de richtlijn nr. 2003/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (Pb EG L 157), of
a. een rechtspersoon is, niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4, lid 5, van de richtlijn 2003/48/EG, of
b. een entiteit is waarvan de winst wordt belast volgens de algemene belastingregels voor ondernemingen, of
c. een icbe is.
@ -225,7 +222,7 @@ b. het totale bedrag van de rente dat aan de uitbetalende instantie is uitbetaal
### Artikel 4l
Op verzoek van de uiteindelijke gerechtigde verstrekt de bevoegde functionaris binnen twee maanden na een verzoek als bedoeld in artikel 13 van de richtlijn nr. 2003/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (Pb EG L 157) bij beschikking een verklaring met daarin de volgende gegevens:
De bevoegde functionaris verstrekt op verzoek van de uiteindelijke gerechtigde aan deze binnen twee maanden bij beschikking een verklaring met daarin de volgende gegevens:
a. naam, adres en sociaal-fiscaalnummer van de uiteindelijke gerechtigde;
b. naam en adres van de uitbetalende instantie;
@ -261,7 +258,7 @@ HOOFDSTUK IX van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige
### Artikel 5
**1.** Op verzoek van een bevoegde autoriteit kan Onze Minister haar de inlichtingen verstrekken waarom zij vraagt en die voor haar van belang kunnen zijn bij de heffing van een van de in artikel 1 bedoelde belastingen.
**1.** Op verzoek van een bevoegde autoriteit kan Onze Minister haar de inlichtingen verstrekken waarom zij vraagt en die voor haar van belang kunnen zijn bij de heffing van een in artikel 1 bedoelde belasting, alsmede renten of bestuursrechtelijke sancties of boeten die daarmee verband houden.
**2.** Onze Minister stelt degene van wie de inlichtingen afkomstig zijn en die in Nederland woont of is gevestigd, in kennis van zijn besluit tot inwilliging van het verzoek om inlichtingen. Bij de kennisgeving geeft Onze Minister een omschrijving van de te verstrekken inlichtingen en vermeldt hij de bevoegde autoriteit van wie het verzoek afkomstig is.
@ -306,7 +303,7 @@ d. zulks overigens naar het oordeel van Onze Minister is geboden.
**1.** Op verzoek van een bevoegde autoriteit van een lidstaat kan Onze Minister overgaan tot de notificatie van stukken.
**2.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder de notificatie van stukken verstaan de uitreiking aan de geadresseerde in Nederland van een door een administratieve autoriteit van een lidstaat uitgevaardigd document, houdende een akte of beslissing, inzake de heffing van een belasting als bedoeld in artikel 1.
**2.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder de notificatie van stukken verstaan de uitreiking aan de geadresseerde in Nederland van een door een administratieve autoriteit van een lidstaat uitgevaardigd document, houdende een akte of beslissing, inzake de heffing van een belasting als bedoeld in artikel 1 alsmede renten of bestuursrechtelijke sancties of boeten die daarmee verband houden
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de notificatie van stukken en de behandeling van het verzoek daartoe.
@ -344,7 +341,7 @@ Hoofdstuk IX van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige
### Artikel 12
Ten dienste van de heffing van de in artikel 4 bedoelde belastingen kan Onze Minister een ambtenaar van de rijksbelastingdienst aanwijzen om aanwezig te zijn bij een onderzoek in een andere staat, dat door of vanwege de bevoegde autoriteit van die staat wordt ingesteld, in het kader van het verstrekken van inlichtingen aan Nederland.
Ten dienste van de heffing van de in artikel 1 bedoelde belastingen, alsmede renten daarover of bestuursrechtelijke boeten die daarmee verband houden, kan Onze Minister een ambtenaar van de rijksbelastingdienst aanwijzen om aanwezig te zijn bij een onderzoek in een andere staat, dat door of vanwege de bevoegde autoriteit van die staat wordt ingesteld, in het kader van het verstrekken van inlichtingen aan Nederland.
## Hoofdstuk III. Begrenzing van door Nederland te verlenen bijstand; wederkerigheid
@ -356,7 +353,7 @@ Onze Minister verstrekt geen inlichtingen indien:
a. de verstrekking daarvan niet voortvloeit uit verplichtingen van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1977, nr. 77/799/EEG, PbEG 1977, L336, of uit andere verplichtingen van internationaal en interregionaal recht;
b. de openbare orde van de Nederlandse staat zich daartegen verzet;
c. die inlichtingen in Nederland krachtens wettelijke bepalingen of op grond van de administratieve praktijk niet zouden kunnen worden verkregen voor de heffing van de in artikel 4 bedoelde belastingen;
c. die inlichtingen in Nederland krachtens wettelijke bepalingen of op grond van de administratieve praktijk niet zouden kunnen worden verkregen voor de heffing van een in artikel 1 bedoelde belasting, alsmede voor de renten daarover of bestuursrechtelijke sancties of boeten die daarmee verband houden;
d. aannemelijk is dat de bevoegde autoriteit in de eigen staat niet eerst de gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van de door haar gevraagde inlichtingen heeft aangewend;
e. de bevoegde autoriteit voor wie de inlichtingen zouden zijn bestemd, niet bevoegd of in staat is Onze Minister soortgelijke inlichtingen te verstrekken.
@ -376,7 +373,7 @@ e. de bevoegde autoriteit voor wie de inlichtingen zouden zijn bestemd, niet bev
### Artikel 15
**1.** Tenzij een bevoegde autoriteit anders bepaalt, kunnen de door haar aan Onze Minister verstrekte inlichtingen uitsluitend worden gebruikt voor de heffing van de in artikel 4 bedoelde belastingen.
**1.** Tenzij een bevoegde autoriteit anders bepaalt, kunnen de door haar aan Onze Minister verstrekte inlichtingen uitsluitend worden gebruikt voor de heffing van de in artikel 1 bedoelde belastingen, alsmede renten daarover of bestuursrechtelijke sancties of boeten die daarmee verband houden.
**2.** Uitsluitend met toestemming van de bevoegde autoriteit van een staat kan Onze Minister de door hem van haar ontvangen inlichtingen aan de bevoegde autoriteit van een andere staat verstrekken.