2025-12-31 | BWBR0034360 | Wet houdbare overheidsfinanciën
This commit is contained in:
parent
891692136e
commit
d4e5128b00
1 changed files with 42 additions and 21 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet houdbare overheidsfinanciën
|
|||
bwb_id: BWBR0034360
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2013-12-14'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2025-10-08'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034360
|
||||
citeertitel: Wet houdbare overheidsfinanciën
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -15,7 +15,7 @@ citeertitel: Wet houdbare overheidsfinanciën
|
|||
In deze wet wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *Begrotingsbeleid:* de algemene gedragslijnen met betrekking tot de voorbereiding, de vaststelling, de uitvoering en de wijziging van de begrotingen van uitgaven en ontvangsten van de collectieve sector in meerjarig perspectief.
|
||||
- *Bestuurlijk overleg:* het overleg van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Financiën, als beheerders van het gemeente- en het provinciefonds, met de instanties die representatief kunnen worden geacht voor de desbetreffende decentrale overheden, welk overleg zo nodig kan worden uitgebreid met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en de instantie die representatief kan worden geacht voor de waterschappen.
|
||||
- *Bestuurlijk overleg:* het overleg van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Financiën, als beheerders van het gemeente- en het provinciefonds, met de instanties die representatief kunnen worden geacht voor de desbetreffende decentrale overheden, welk overleg zo nodig kan worden uitgebreid met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de instantie die representatief kan worden geacht voor de waterschappen.
|
||||
- *CBS:* het Centraal Bureau voor de Statistiek.
|
||||
- *CPB:* het Centraal Planbureau.
|
||||
- *Collectieve sector:* het organisatorische geheel van:
|
||||
|
|
@ -27,11 +27,12 @@ d. de overige rechtspersonen met een wettelijke taak.
|
|||
- *Decentrale overheden:* provincies, gemeenten en waterschappen.
|
||||
- *EMU-saldo:* het saldo van de ontvangsten en de uitgaven van de collectieve sector in een jaar, zijnde het nettofinancieringssaldo van de collectieve sector, berekend overeenkomstig de voorschriften van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.
|
||||
- *EMU-tekort:* een negatief EMU-saldo.
|
||||
- *EMU-schuld:* de stand per 31 december van een jaar van de schulden van de collectieve sector, berekend overeenkomstig de voorschriften van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.
|
||||
- *EMU-schuld:* de stand per 31 december van een jaar van de schulden van de collectieve sector, berekend overeenkomstig de voorschriften van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.
|
||||
- *Individuele referentiewaarde:* de waarde van het voor een individuele gemeente, provincie en waterschap geldende aandeel in het EMU-saldo.
|
||||
- *Meerjarencijfers:* de ramingen van de uitgaven en de ontvangsten van de vier op het begrotingsjaar aansluitende jaren, bedoeld in artikel 2.23, vierde lid, onder c, van de Comptabiliteitswet 2016.
|
||||
- *MTO voor het structureel EMU-saldo:* de middellangetermijndoelstelling voor het structureel EMU-saldo van de lidstaat Nederland.
|
||||
- *Overige rechtspersonen met een wettelijke taak:* de rechtspersonen die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen en daartoe geheel of gedeeltelijk worden bekostigd uit de opbrengst van een bij of krachtens de wet ingestelde heffing met uitzondering van de decentrale overheden en de sociale fondsen.
|
||||
- *Richtlijn:*
|
||||
Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (PbEU 2011, L 306).
|
||||
- *Rijksdienst:* het organisatorische geheel van de ministeries en de andere staatsorganen waarvan de uitgaven en de ontvangsten worden opgenomen in de Rijksbegroting.
|
||||
- *Sociale fondsen:* de fondsen die in het kader van het begrotingsbeleid gerekend worden tot de budgetdisciplinesectoren Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt en Zorg.
|
||||
- *Structureel EMU-saldo:* het EMU-saldo, gecorrigeerd overeenkomstig de EU-methode voor conjunctuurschommelingen en voor eenmalige en tijdelijke maatregelen.
|
||||
|
|
@ -54,36 +55,56 @@ Het voeren van het trendmatig begrotingsbeleid geschiedt voorts:
|
|||
|
||||
a. met inachtneming van:
|
||||
|
||||
i. de geldende MTO voor het structureel EMU-saldo;
|
||||
i. het door de Raad van de Europese Unie voor Nederland aanbevolen netto-uitgavenpad;
|
||||
ii. de binnen de Europese Unie geldende norm voor het feitelijk EMU-saldo;
|
||||
iii. de binnen de Europese Unie geldende norm voor de feitelijke EMU-schuld;
|
||||
b. met inachtneming van de binnen de Europese Unie vastgestelde procedures voor het respecteren van de onder a genoemde elementen;
|
||||
c. rekening houdend met de door een van de instellingen van de Europese Unie aan de lidstaat Nederland gegeven aanbevelingen voor het respecteren van de onder a bedoelde MTO en normen, en
|
||||
c. rekening houdend met de door een van de instellingen van de Europese Unie aan de lidstaat Nederland gegeven aanbevelingen voor het respecteren van het door de Raad van de Europese Unie voor Nederland aanbevolen netto-uitgavenpad, en
|
||||
d. rekening houdend met de nationale normen en internationale normen voor het meerjarig geprognosticeerde feitelijk EMU-saldo.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers die het aangaat nemen, in overeenstemming met het oordeel van de ministerraad, adequate uitgavenbeperkende en/of inkomstenverhogende maatregelen, indien door Onze Minister van Financiën wordt vastgesteld, dat het gevoerde trendmatig begrotingsbeleid niet in voldoende mate leidt tot het respecteren van de in het derde lid bedoelde normen en aanbevelingen.
|
||||
|
||||
**5.** Het vierde lid is in ieder geval van toepassing, indien de daartoe bevoegde instelling van de Europese Unie vaststelt dat het gevoerde begrotingsbeleid niet in voldoende mate leidt tot het respecteren van de in het derde lid, onderdeel a, onder i, bedoelde norm en daartoe een aanbeveling doet, in welk geval de te nemen adequate maatregelen, naar budgettaire omvang en in de tijd, in overeenstemming zijn met de aanbeveling.
|
||||
**5.** Onze Minister van Financiën baseert het middellange- en langetermijnbegrotingsbeleid op onafhankelijke studies over de houdbaarheid van de financiën van de collectieve sector, die zo nodig door hem worden geëntameerd.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister van Financiën neemt de te treffen maatregelen, bedoeld in het vijfde lid, in de vorm van een herstelplan op in een daartoe aan de Staten-Generaal aan te bieden budgettaire nota.
|
||||
**6.** Voor de beoordeling van het gevoerde begrotingsbeleid over een jaar wordt uitgegaan van de berekening van het CBS van het gerealiseerde EMU-saldo en van de gerealiseerde EMU-schuld.
|
||||
|
||||
**7.** De Staten-Generaal wordt over de uitvoering van een herstelplan als bedoeld in het zesde lid, in ieder geval jaarlijks in de Miljoenennota geïnformeerd.
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
**8.** De Afdeling advisering van de Raad van State is de onafhankelijke instantie belast met het toezicht op de naleving van begrotingsregels als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PbEU 2013, L 140).
|
||||
**1.** De Afdeling advisering van de Raad van State en het CPB zijn de onafhankelijke begrotingsinstellingen belast met het toezicht op de naleving van begrotingsregels als bedoeld in artikel 8 bis van de richtlijn.
|
||||
|
||||
**9.** De Afdeling advisering van de Raad van State wordt over de Miljoenennota gehoord.
|
||||
**2.** De Afdeling advisering van de Raad van State wordt over de Miljoenennota en de Voorjaarsnota gehoord.
|
||||
|
||||
**10.** Onze Minister van Financiën maakt voor het berekenen van de raming van het EMU-saldo en van de EMU-schuld gebruik van de meerjarige budgettaire ramingen van de collectieve sector, die gebaseerd zijn op de macro-economische variabelen van het CPB.
|
||||
**3.** Onze Minister van Financiën maakt voor het berekenen van de raming van het EMU-saldo en van de EMU-schuld gebruik van de meerjarige budgettaire ramingen van de collectieve sector, die gebaseerd zijn op de macro-economische variabelen van het CPB.
|
||||
|
||||
**11.** Onze Minister van Financiën baseert het middellange- en langetermijnbegrotingsbeleid op onafhankelijke studies over de houdbaarheid van de financiën van de collectieve sector, die zo nodig door hem worden geëntameerd.
|
||||
### Artikel 2b
|
||||
|
||||
**12.** Voor de beoordeling van het gevoerde begrotingsbeleid over een jaar wordt uitgegaan van de berekening van het CBS van het gerealiseerde EMU-saldo en van de gerealiseerde EMU-schuld.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De onafhankelijke begrotingsinstellingen, genoemd in artikel 2a, eerste lid, zijn belast met de volgende taken:
|
||||
|
||||
a. het opstellen, beoordelen en bekrachtigen van jaarlijkse en meerjarige macro-economische prognoses;
|
||||
b. het monitoren van de naleving van de landspecifieke cijfermatige begrotingsregels als bedoeld in artikel 6 van de richtlijn;
|
||||
c. het op verzoek van Onze Minister van Financiën uitbrengen van een advies over de macro-economische prognose en de macro-economische aannames die aan het netto-uitgavenpad ten grondslag liggen;
|
||||
d. het op verzoek van Onze Minister van Financiën opstellen van een niet-bindend, afzonderlijk verslag, over de toereikendheid van de genomen en voorgenomen maatregelen ten opzichte van de doelstellingen, in het geval de Raad heeft vastgesteld dat er sprake is van een buitensporig tekort als bedoeld in artikel 126 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en daartoe aanbevelingen heeft gericht tot de staat;
|
||||
e. het op verzoek van Onze Minister van Financiën uitbrengen van een beoordeling van de overeenstemming van de in het jaarlijks voortgangsverslag gerapporteerde begrotingsresultaten met het door de Raad van de Europese Unie voor Nederland aanbevolen netto-uitgavenpad. Onze Minister van Financiën kan verzoeken de factoren te analyseren die ten grondslag liggen aan een afwijking van het door de Raad van de Europese Unie voor Nederland aanbevolen netto-uitgavenpad;
|
||||
f. het beoordelen van de consistentie, samenhang en doeltreffendheid van het nationale begrotingskader;
|
||||
g. op uitnodiging deelnemen aan regelmatige hoorzittingen en debatten in de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
**2.** De onafhankelijke begrotingsinstellingen geven in de context van de taken, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met f, beoordelingen af. Onze Minister van Financiën geeft gevolg aan die beoordelingen of licht toe waarom hij dat niet doet. Deze toelichting is openbaar en wordt binnen twee maanden na afgifte van de beoordelingen ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Economische Zaken geeft het CPB geen aanwijzingen voor de uitoefening van de taken, bedoeld in dit artikel.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister van Financiën verschaft aan de onafhankelijke begrotingsinstellingen, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, adequate en tijdige toegang tot de informatie die nodig is om hun taken uit te voeren.
|
||||
|
||||
### Artikel 2c
|
||||
|
||||
Onze Minister van Financiën draagt zorg voor de naleving van de artikelen 9, tweede lid, onder c en d, en 14, derde lid, van de richtlijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De decentrale overheden en de op grond van artikel 4 aangewezen overige rechtspersonen met een wettelijke taak zijn gehouden een gelijkwaardige inspanning te leveren als voor de rijksdienst en de sociale fondsen ten aanzien van het respecteren van de normen, bedoeld in artikel 2, derde lid, en treffen daartoe de nodige maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Financiën stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, en met inachtneming van het derde en vierde lid, vast wat voor de decentrale overheden als een gelijkwaardige inspanning wordt aangemerkt. Bij de vaststelling van de gelijkwaardige inspanning dient het resultaat in termen van het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo in een redelijke verhouding te staan tot het aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in de collectieve uitgaven.
|
||||
**2.** Onze Minister van Financiën stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, en met inachtneming van het derde en vierde lid, vast wat voor de decentrale overheden als een gelijkwaardige inspanning wordt aangemerkt. Bij de vaststelling van de gelijkwaardige inspanning dient het resultaat in termen van het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo in een redelijke verhouding te staan tot het aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in de collectieve uitgaven.
|
||||
|
||||
**3.** Over de gelijkwaardige inspanning, te leveren door de decentrale overheden, wordt, vóór de vaststelling ervan, bestuurlijk overleg gevoerd dat gericht is op het bereiken van overeenstemming.
|
||||
|
||||
|
|
@ -100,7 +121,7 @@ d. de verwachte ontwikkeling van het feitelijke EMU-saldo van de decentrale over
|
|||
|
||||
**6.** Het vastgestelde resultaat in termen van een collectief aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk, uitgesplitst naar een aandeel voor de provincies gezamenlijk, de gemeenten gezamenlijk en de waterschappen gezamenlijk wordt openbaar gemaakt door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**7.** Het CBS verstrekt aan Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu jaarlijks op hun verzoek informatie over de aandelen van de provincies gezamenlijk, de gemeenten gezamenlijk en de waterschappen gezamenlijk in het EMU-saldo en in de EMU-schuld en over de individuele aandelen van de waterschappen in het EMU-saldo en de EMU-schuld.
|
||||
**7.** Het CBS verstrekt aan Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat jaarlijks op hun verzoek informatie over de aandelen van de provincies gezamenlijk, de gemeenten gezamenlijk en de waterschappen gezamenlijk in het EMU-saldo en in de EMU-schuld en over de individuele aandelen van de waterschappen in het EMU-saldo en de EMU-schuld.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -118,16 +139,16 @@ d. de verwachte ontwikkeling van het feitelijke EMU-saldo van de decentrale over
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels stellen omtrent:
|
||||
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels stellen omtrent:
|
||||
|
||||
a. de bepaling van de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo, zowel voor de raming zoals deze uit de begroting kan worden afgeleid, als voor de realisatie nadat de begroting is uitgevoerd;
|
||||
b. het toerekenen van het aandeel van een openbaar lichaam als bedoeld in het eerste lid, in de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo aan de deelnemende decentrale overheden.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stellen in overeenstemming met Onze Minister van Financiën de individuele referentiewaarden voor de decentrale overheden vast.
|
||||
**3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stellen in overeenstemming met Onze Minister van Financiën de individuele referentiewaarden voor de decentrale overheden vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Indien uit de ramingen van het CPB of uit realisaties van het CBS blijkt dat het collectief aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk, bedoeld in artikel 3, zesde lid, meerjarig wordt overschreden, kunnen na bestuurlijk overleg, bij algemene maatregel van bestuur maatregelen worden gesteld ter naleving van het vastgestelde resultaat in termen van het collectief aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk, als bedoeld in artikel 3, zesde lid.
|
||||
**1.** Indien uit de ramingen van het CPB of uit realisaties van het CBS blijkt dat het collectief aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk, bedoeld in artikel 3, zesde lid, meerjarig wordt overschreden, kunnen na bestuurlijk overleg, bij algemene maatregel van bestuur maatregelen worden gesteld ter naleving van het vastgestelde resultaat in termen van het collectief aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk, als bedoeld in artikel 3, zesde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Alleen indien een meerjarige overschrijding zoals bedoeld in het eerste lid blijkt uit realisaties van het CBS, dan kan het opleggen van sancties onderdeel zijn van de in het eerste lid bedoelde maatregelen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -144,7 +165,7 @@ b. het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo meer bed
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Na bestuurlijk overleg wordt bij een wet tot vaststelling of tot wijziging van de begrotingsstaat van het provinciefonds, van het gemeentefonds dan wel van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgesteld welk deel van de boete dan wel van de rentedervingskosten van de in het eerste lid bedoelde sancties wordt toegerekend aan de provincies gezamenlijk, de gemeenten gezamenlijk, dan wel de waterschappen gezamenlijk.
|
||||
Na bestuurlijk overleg wordt bij een wet tot vaststelling of tot wijziging van de begrotingsstaat van het provinciefonds, van het gemeentefonds dan wel van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgesteld welk deel van de boete dan wel van de rentedervingskosten van de in het eerste lid bedoelde sancties wordt toegerekend aan de provincies gezamenlijk, de gemeenten gezamenlijk, dan wel de waterschappen gezamenlijk.
|
||||
|
||||
Bij de toerekening wordt in ieder geval gelet op hoogte en de duur van het EMU-tekort van Nederland en op de mate en de duur van de overschrijding van de in artikel 3, zesde lid, bedoelde collectieve aandelen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -182,4 +203,4 @@ Indien toepassing wordt gegeven aan de bevoegdheid tot het toerekenen van een sa
|
|||
|
||||
**1.** Deze wet wordt aangehaald als: Wet houdbare overheidsfinanciën.
|
||||
|
||||
**2.** Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na deze datum, dan treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad.
|
||||
**2.** Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na deze datum, dan treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue