2010-07-01 | BWBR0005206 | Besluit bestrijding schadelijke organismen
This commit is contained in:
parent
7470c224b6
commit
d5096f8b75
1 changed files with 26 additions and 6 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit bestrijding schadelijke organismen
|
|||
bwb_id: BWBR0005206
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1992-01-29'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2010-06-17'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005206
|
||||
citeertitel: Besluit bestrijding schadelijke organismen
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -18,7 +18,9 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. partij: hoeveelheid planten of plantaardige produkten, al dan niet met aanhangende grond of andere cultuurmedia, of resten daarvan of afval van deze planten of plantaardige produkten;
|
||||
b. behandelen: toepassen van middelen of methoden ter voorkoming van het optreden of van de verbreiding van schadelijke organismen of ter bestrijding daarvan;
|
||||
c. een door schadelijk organisme aangetaste partij: een partij waarop of waarin op enigerlei wijze een schadelijk organisme voorkomt.
|
||||
c. een door schadelijk organisme aangetaste partij: een partij waarop of waarin op enigerlei wijze een schadelijk organisme voorkomt;
|
||||
d. *aardappelcysteaaltje:* Globodera pallida (Stone) Behrens (Europese populaties) of Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens (Europese populaties);
|
||||
e. *perceel:* ononderbroken grondoppervlak, waarvan de locatie en de grootte op basis van de uitkomsten van onderzoek naar de aanwezigheid van het aardappelcysteaaltje door Onze Minister worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Maatregelen bij aantasting of verdenking van aantasting van partijen
|
||||
|
||||
|
|
@ -88,7 +90,7 @@ Het is de eigenaar of houder van door Onze Minister aangewezen planten verboden
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Het is de eigenaar of houder van een terrein of ruimte aan wie door Onze Minister is medegedeeld, dat een nader onderzoek naar de aanwezigheid van schadelijke organismen op of in grond of andere cultuurmedia en resten daarvan op diens terrein of in diens ruimte zal plaatsvinden, totdat de uitslag van het nader onderzoek aan hem is medegedeeld, verboden:
|
||||
Het is de eigenaar of houder van een terrein, perceel of ruimte aan wie door Onze Minister is medegedeeld, dat een nader onderzoek naar de aanwezigheid van schadelijke organismen op of in grond of andere cultuurmedia en resten daarvan op diens terrein, perceel of in diens ruimte zal plaatsvinden, totdat de uitslag van het nader onderzoek aan hem is medegedeeld, verboden:
|
||||
|
||||
a. deze grond of andere cultuurmedia en resten daarvan te verhandelen, te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken, te behandelen, te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken.
|
||||
b. materialen waarin deze zijn verpakt of zijn verpakt geweest te reinigen, te ontsmetten of te vernietigen.
|
||||
|
|
@ -97,7 +99,7 @@ tenzij daartoe door Onze Minister toestemming is verleend en de daarbij gegeven
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
De eigenaar of houder van een terrein of ruimte, aan wie door Onze Minister is medegedeeld dat zich op diens terrein of in diens ruimte grond of andere cultuurmedia en resten daarvan of materialen bevinden die zijn besmet door een schadelijk organisme of verdacht worden daarvoor te zijn besmet, is verplicht overeenkomstig de hem door Onze Minister gedane aanzegging, op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen dan wel gedurende de daarbij gestelde termijn:
|
||||
De eigenaar of houder van een terrein, perceel of ruimte, aan wie door Onze Minister is medegedeeld dat zich op diens terrein, perceel of in diens ruimte grond of andere cultuurmedia en resten daarvan of materialen bevinden die zijn besmet door een schadelijk organisme of verdacht worden daarvoor te zijn besmet, is verplicht overeenkomstig de hem door Onze Minister gedane aanzegging, op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen dan wel gedurende de daarbij gestelde termijn:
|
||||
|
||||
a. de grond of andere cultuurmedia en resten daarvan te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken, te behandelen, te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken;
|
||||
b. de planten op of in de grond of andere cultuurmedia te oogsten, te rooien, te bewaren, te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken, te behandelen, te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken;
|
||||
|
|
@ -108,7 +110,7 @@ d. de voor de grond of andere cultuurmedia en resten daarvan gebruikte materiale
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het is de eigenaar of houder van het terrein of de ruimte, bedoeld in artikel 9, totdat gevolg is gegeven aan een aanzegging als bedoeld in artikel 9 verboden:
|
||||
Het is de eigenaar of houder van het terrein, perceel of de ruimte, bedoeld in artikel 9, totdat gevolg is gegeven aan een aanzegging als bedoeld in artikel 9 verboden:
|
||||
|
||||
a. grond of andere cultuurmedia en resten daarvan, bedoeld in artikel 9, te verhandelen, te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken of te behandelen, te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken, of
|
||||
b. planten te gaan telen in de ruimte waar de besmette grond of cultuurmedia en resten daarvan zich bevinden.
|
||||
|
|
@ -139,6 +141,20 @@ b. de betreffende ruimten, installaties, transportmiddelen, werktuigen, gereedsc
|
|||
|
||||
**2.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien door Onze Minister toestemming tot de in het eerste lid genoemde handelingen is verleend en de daarbij gegeven aanwijzingen worden opgevolgd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3a. Aardappelmoeheid
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de omstandigheden die van belang zijn voor en criteria die worden gehanteerd bij de vaststelling, bedoeld in artikel 1, onderdeel e.
|
||||
|
||||
### Artikel 12b
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden door Onze Minister aangewezen planten te telen of te bewaren op grond waarvoor de gebruiksgerechtigde niet in het bezit is van een door Onze Minister, na officieel onderzoek overeenkomstig Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat het perceel vrij is of wordt geacht te zijn van besmetting met het aardappelcysteaaltje.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen en onder bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden, indien geen aanwijsbaar risico bestaat op de aanwezigheid of verspreiding van het aardappelcysteaaltje.
|
||||
|
||||
**3.** De verklaring kan onder beperkende voorwaarden worden verleend en te allen tijde worden ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
|
@ -172,7 +188,7 @@ Een ieder die verschijnselen van aantasting van planten of plantaardige produkte
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Indien in een gebied, op een terrein of in een ruimte de aanwezigheid van een door Onze Minister aangewezen schadelijk organisme is aangetoond of wordt vermoed, kan Onze Minister met betrekking tot dat gebied, dat terrein of die ruimte regels stellen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Plantenziektenwet.
|
||||
**1.** Indien in een gebied, op een terrein, perceel of in een ruimte de aanwezigheid van een door Onze Minister aangewezen schadelijk organisme is aangetoond of wordt vermoed, kan Onze Minister met betrekking tot dat gebied, dat terrein, perceel of die ruimte regels stellen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Plantenziektenwet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -213,6 +229,10 @@ b. planten die gevaar kunnen opleveren voor de vermeerdering of de verspreiding
|
|||
|
||||
**7.** Vrijstellingen en ontheffingen verleend op grond van artikel 10 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen 1959 en nog van kracht bij het in werking treden van dit besluit, worden geacht te zijn gegeven op grond van artikel 19.
|
||||
|
||||
**8.** Verklaringen afgegeven krachtens artikel 5 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991, die nog van kracht zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 17 juni 2010, houdende wijziging van het Besluit bestrijding schadelijke organismen en intrekking van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991, in verband met de implementatie van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), worden geacht te zijn afgegeven op grond van artikel 12b en zijn, tenzij ze voortijdig worden ingetrokken of de geldigheid verstrijkt, geldig tot en met het moment dat op het voor de verklaring relevante perceel voor de eerste maal door Onze Minister op grond van artikel 12b aangewezen planten worden geteeld.
|
||||
|
||||
**9.** Aanwijzingen van terreinen gedaan krachtens artikel 6 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991, die nog van kracht zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 17 juni 2010, houdende wijziging van het Besluit bestrijding schadelijke organismen en intrekking van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991 in verband met de implementatie van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), worden geacht te zijn gedaan op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 17.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue