diff --git a/amvb/inkomensbesluit-wet-wia/BWBR0019165/README.md b/amvb/inkomensbesluit-wet-wia/BWBR0019165/README.md index f3ae8a30d93..805687ef9d6 100644 --- a/amvb/inkomensbesluit-wet-wia/BWBR0019165/README.md +++ b/amvb/inkomensbesluit-wet-wia/BWBR0019165/README.md @@ -24,7 +24,7 @@ b. loondervingsuitkeringen: 3°. hetgeen wordt genoten op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of de bezoldiging op grond van artikel 76a van de Ziektewet; 4°. uitkeringen op grond van de artikelen 6, 51 en 131 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers; 5°. uitkeringen bij ziekte of werkloosheid op grond van een regeling welke geldt voor personen die op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, van de Ziektewet onderscheidenlijk artikel 6, eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, van de Werkloosheidswet, niet ingevolge die wet verzekerd zijn; -6°. uitkeringen ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding of een pensioenregeling als bedoeld in artikel 32aa onderscheidenlijk artikel 18 van de Wet op de loonbelasting 1964; +6°. uitkeringen op grond van een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964, op grond van een pensioenregeling als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet op de loonbelasting 1964, op grond van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964 of op grond van een prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat artikel luidde op 31 december 2004; 7°. uitkeringen op grond van de wetgeving van de Nederlandse Antillen, Aruba, een andere Mogendheid of een volkenrechtelijke organisatie die naar aard en strekking overeenkomen met de uitkeringen, bedoeld onder 1° tot en met 6°; c. aangiftetijdvak: het tijdvak van vier weken dan wel een maand waarop de aangifte waarop de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen betrekking heeft; d. verlof: een tussen de werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen verlof, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht. @@ -35,7 +35,7 @@ d. verlof: een tussen de werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel **1.** -Voor de toepassing van de artikelen 52, vierde lid, 60, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en 61, negende lid, van de Wet WIA wordt onder inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven verstaan: +Voor de toepassing van de artikelen 52, vierde lid, 60, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en 61, achtste lid, van de Wet WIA wordt onder inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven verstaan: a. het loon in de zin van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen voor de werknemer in de zin van die wet met uitzondering van degenen waarvan op grond van artikel 21 van die wet geen premies voor de werknemersverzekeringen worden geheven; b. het loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, voorzover de verzekerde geen werknemer is als bedoeld in onderdeel a; @@ -51,7 +51,7 @@ d. de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet in In afwijking van artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, wordt niet als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd: a. het loon uit vroegere dienstbetrekking in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964; -b. loondervingsuitkeringen en uitkeringen op grond van de Wet WIA, alsmede de door de werkgever betaalde aanvullingen op die uitkeringen. +b. loondervingsuitkeringen en uitkeringen op grond van de Wet WIA, alsmede aanvullingen op die uitkeringen. **2.** @@ -66,7 +66,7 @@ b. de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b Voor de toepassing van de artikelen 52, vierde lid, en 61, achtste lid, van de Wet WIA wordt in aanvulling op of in afwijking van artikel 2, eerste lid: -a. als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd het loon of de inkomsten die ten grondslag liggen aan een recht op loondervingsuitkering of die werden genoten in de kalendermaand voor de aanvang van het verlof; +a. als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven wordt beschouwd het loon of de inkomsten die werden genoten in de kalendermaand voorafgaand aan een recht op loondervingsuitkering of aan het verlof; b. niet als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd het loon of de inkomsten die door de verzekerde worden genoten indien hij tegelijkertijd uit hoofde van dezelfde arbeidsrelatie loon of inkomsten als bedoeld in onderdeel a ontvangt. **2.** Bij het bepalen van de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt, indien sprake is van een verkorte wachttijd als bedoeld in artikel 23, zesde lid, van de Wet WIA, geen rekening gehouden met het loon dat door de werkgever wordt betaald. @@ -77,9 +77,9 @@ Voor de toepassing van artikel 60, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet a. als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd: -1°. het loon of de inkomsten die ten grondslag liggen aan een recht op uitkering in verband met vorstwerkloosheid als bedoeld in artikel 18 van de Werkloosheidswet of werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend; -2°. het loon of de inkomsten die ten grondslag liggen aan een loondervingsuitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, 3°, 5° en 7°, voorzover deze ziet op loonderving als gevolg van ziekte; -3°. het loon of de inkomsten die werden genoten in de kalendermaand voor de aanvang van verlof als bedoeld in de Wet arbeid en zorg; +1°. het loon of de inkomsten die werden genoten in de kalendermaand voorafgaand aan een recht op uitkering in verband met vorstwerkloosheid als bedoeld in artikel 18 van de Werkloosheidswet of in verband met werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend; +2°. het loon of de inkomsten die werden genoten in de kalendermaand voorafgaand aan een recht op een loondervingsuitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, 3°, 5° en 7°, voor zover deze ziet op loonderving als gevolg van ziekte; +3°. het loon of de inkomsten die werden genoten in de kalendermaand voorafgaand aan een recht op een loondervingsuitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 6°, of aan het verlof, bedoeld in de Wet arbeid en zorg; b. niet als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd het loon of de inkomsten die door de verzekerde worden genoten indien hij tegelijkertijd uit hoofde van dezelfde arbeidsrelatie loon of inkomsten als bedoeld in onderdeel a ontvangt. ### Paragraaf 3. Bepaling van het inkomen