2016-04-01 | BWBR0003109 | Wet giraal effectenverkeer
This commit is contained in:
parent
9507d589b7
commit
d52c86db57
1 changed files with 88 additions and 36 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet giraal effectenverkeer
|
|||
bwb_id: BWBR0003109
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2012-11-15'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2015-10-29'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003109
|
||||
citeertitel: Wet giraal effectenverkeer
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -16,10 +16,10 @@ citeertitel: Wet giraal effectenverkeer
|
|||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *aangesloten instelling:* rechtspersoon die als zodanig door het centraal instituut is toegelaten;
|
||||
- *aangesloten instelling:* rechtspersoon die als zodanig door een centraal instituut is toegelaten;
|
||||
- *centraal instituut:* als zodanig door Onze Minister aangewezen rechtspersoon;
|
||||
- *effect:* financieel instrument als bedoeld in onderdeel a, b of c van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en een ander financieel instrument waarvan het centraal instituut heeft bepaald dat het tot een girodepot kan behoren;
|
||||
- *intermediair:* aangesloten instelling, beleggingsonderneming of bank in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht waaraan het op grond van die wet is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen respectievelijk het bedrijf van bank uit te oefenen en die in Nederland ten name van cliënten rekeningen in effecten administreert;
|
||||
- *effect:* financieel instrument als bedoeld in onderdeel a, b of c van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en een ander financieel instrument waarvan een centraal instituut heeft bepaald dat het tot een girodepot kan behoren;
|
||||
- *intermediair:* aangesloten instelling, beleggingsonderneming of bank in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht waaraan het op grond van die wet is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen respectievelijk het bedrijf van bank uit te oefenen;
|
||||
- *Onze Minister:* Onze Minister van Financiën;
|
||||
- *verzamelbewijs:* document waarin effecten aan toonder van één soort zijn belichaamd die tot een verzameldepot of een girodepot behoren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -61,7 +61,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Indien een vergunning van een beleggingsonderneming als bedoeld in de definitie van intermediair is ingetrokken geldt deze wet alsof de beleggingsonderneming nog intermediair in de zin van deze wet is voor zover dit nodig is voor de afwikkeling van de verzameldepots die op het tijdstip van de intrekking reeds bestonden.
|
||||
Indien het een beleggingsonderneming of bank als bedoeld in de definitie van intermediair op grond van de Wet op het financieel toezicht niet langer is toegestaan zijn beroep of bedrijf uit te oefenen, geldt deze wet alsof de beleggingsonderneming of bank nog intermediair in de zin van deze wet is voor zover dit nodig is voor de afwikkeling van de bestaande verzameldepots.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -69,12 +69,12 @@ Indien een vergunning van een beleggingsonderneming als bedoeld in de definitie
|
|||
|
||||
Effecten aan toonder behoren per soort slechts tot een verzameldepot of een girodepot indien zij:
|
||||
|
||||
a. door middel van een verzamelbewijs in bewaring worden gegeven bij een intermediair onderscheidenlijk het centraal instituut; of
|
||||
b. ten name van een intermediair worden bewaard door een instelling in het buitenland waaraan het op grond van het op die instelling van toepassing zijnde recht is toegestaan ten name van cliënten rekeningen in effecten te administreren onderscheidenlijk ten name van het centraal instituut worden bewaard door een zodanige instelling in het buitenland.
|
||||
a. door middel van een verzamelbewijs in bewaring worden gegeven bij een intermediair onderscheidenlijk een centraal instituut;
|
||||
b. ten name van een intermediair worden bewaard door een instelling in het buitenland waaraan het op grond van het op die instelling van toepassing zijnde recht is toegestaan ten name van cliënten rekeningen in effecten te administreren of aan te houden;
|
||||
c. ten name van een centraal instituut worden bewaard door een instelling in het buitenland waaraan het op grond van het op die instelling van toepassing zijnde recht is toegestaan ten name van cliënten rekeningen in effecten te administreren of aan te houden; of
|
||||
d. ten name van een intermediair onderscheidenlijk een centraal instituut worden bewaard door een in het buitenland gevestigd centraal instituut of een instelling in het buitenland met een vergelijkbare functie dat is erkend op grond van artikel 25, vierde tot en met elfde lid, van Verordening (EU) Nr. 909/2014 van het Europees parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PbEU 2014, L 257).
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid behoren effecten aan toonder die anders dan door middel van een verzamelbewijs in bewaring worden gegeven bij een intermediair eveneens tot een verzameldepot uiterlijk tot 1 januari 2013.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van de voorgaande leden zullen indien een buitenlands recht van toepassing is op effecten die behoren tot een verzameldepot niet voorziet in de mogelijkheid van omzetting, de effecten blijven behoren tot het desbetreffende verzameldepot.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid zullen indien een buitenlands recht van toepassing is op effecten die behoren tot een verzameldepot en die anders dan door middel van een verzamelbewijs in bewaring worden gegeven, die effecten blijven behoren tot het desbetreffende verzameldepot indien dat buitenlands recht niet voorziet in de mogelijkheid van omzetting.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
|
|
@ -82,7 +82,7 @@ Tot een verzameldepot en een girodepot kunnen niet behoren effecten op naam voor
|
|||
|
||||
### Artikel 8b
|
||||
|
||||
Indien effecten op naam zijn geleverd aan een intermediair of aan het centraal instituut, kan in het desbetreffende register van de uitgevende instelling, de naam en het adres van de intermediair onderscheidenlijk het centraal instituut worden opgenomen, met vermelding van de datum waarop die aandelen zijn gaan behoren tot het verzameldepot onderscheidenlijk girodepot, de datum van de erkenning of betekening, alsmede van het op ieder aandeel gestorte bedrag.
|
||||
Indien effecten op naam zijn geleverd aan een intermediair of aan een centraal instituut, kan in het desbetreffende register van de uitgevende instelling, de naam en het adres van de intermediair onderscheidenlijk het centraal instituut worden opgenomen, met vermelding van de datum waarop die aandelen zijn gaan behoren tot het verzameldepot onderscheidenlijk girodepot, de datum van de erkenning of betekening, alsmede van het op ieder aandeel gestorte bedrag.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Verzameldepot
|
||||
|
||||
|
|
@ -101,7 +101,7 @@ Tot een verzameldepot behoren:
|
|||
a. alle effecten van de betreffende soort die onder de intermediair berusten, voor de intermediair worden bewaard of aan de intermediair zijn geleverd, met uitzondering van effecten aan toonder ten aanzien waarvan de intermediair tot afzonderlijke bewaring verplicht is;
|
||||
b. het ten name van de intermediair staande aandeel in het verzameldepot van effecten van de betreffende soort bij een andere intermediair;
|
||||
c. het ten name van de aangesloten instelling staande aandeel in het in hoofdstuk 3 bedoelde girodepot van effecten van de betreffende soort;
|
||||
d. het ten name van de intermediair staande tegoed terzake van effecten van de betreffende soort, die berusten onder of bewaard worden voor instellingen in het buitenland;
|
||||
d. het ten name van de intermediair staande tegoed terzake van effecten van de betreffende soort, dat wordt aangehouden bij een instelling in het buitenland;
|
||||
e. in het geval dat effecten als bedoeld onder a verloren zijn gegaan, de rechten daaruit of de daarvoor in de plaats getreden vorderingen tot vergoeding, alsmede hetgeen uit hoofde daarvan is ontvangen;
|
||||
f. alle overige goederen die geacht moeten worden in de plaats te zijn getreden van onder a bedoelde effecten, van een onder b of c bedoeld aandeel of van een onder d bedoeld tegoed.
|
||||
|
||||
|
|
@ -123,7 +123,7 @@ f. alle overige goederen die geacht moeten worden in de plaats te zijn getreden
|
|||
|
||||
**1.** Bewaargeving van effecten aan toonder aan een intermediair of levering van effecten op naam aan een intermediair ter opname in het verzameldepot heeft tot gevolg dat degene aan wie de effecten toebehoorden op het tijdstip waarop zij door de intermediair ter bewaring in ontvangst zijn genomen dan wel aan de intermediair zijn geleverd, alsdan in het verzameldepot gerechtigd wordt als deelgenoot gezamenlijk met hen die daarin op dat tijdstip reeds gerechtigd waren. Voor zover de effecten bezwaard waren met een beperkt recht, komt dit op zijn aandeel te rusten.
|
||||
|
||||
**2.** Levering van effecten door de instelling die de effecten heeft uitgegeven aan eenintermediairter opname van die effecten in een verzameldepot, heeft tot gevolg dat degene ten gunste van wie de effecten worden uitgegeven in het verzameldepot gerechtigd wordt als deelgenoot,gezamenlijk met hen die daarin op dat tijdstip reeds gerechtigd waren.
|
||||
**2.** Bewaargeving van effecten aan toonder of levering van effecten op naam door de instelling die de effecten heeft uitgegeven aan een intermediair ter opname van die effecten in een verzameldepot, heeft tot gevolg dat degene ten gunste van wie de effecten worden uitgegeven in het verzameldepot gerechtigd wordt als deelgenoot, gezamenlijk met hen die daarin op dat tijdstip reeds gerechtigd waren.
|
||||
|
||||
**3.** Het aandeel wordt berekend naar evenredigheid van de hoeveelheid van de in bewaring gegeven of geleverde effecten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -149,7 +149,7 @@ De intermediair draagt desgewenst zorg dat de deelgenoten het aan de effecten ve
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Behoort een verzameldepot toe aan twee of meer deelgenoten, dan kan ieder over zijn aandeel daarin beschikken. Een deelgenoot kan met instemming van de intermediair ook beschikken over een gedeelte van zijn aandeel, met dien verstande dat uitoefening van aan het aandeel verbonden stemrechten niet mogelijk is voor zover zijn aandeel niet overeenkomt met een of meer effecten.
|
||||
**1.** Behoort een verzameldepot toe aan twee of meer deelgenoten, dan kan ieder over zijn aandeel daarin, of over een gedeelte van dat aandeel, beschikken. Een deelgenoot kan met instemming van de intermediair ook beschikken over een gedeelte van een effect, met dien verstande dat uitoefening van aan een aandeel, of van aan een gedeelte van dat aandeel verbonden stemrechten niet mogelijk is voor zover dat aandeel onderscheidenlijk dat gedeelte van dat aandeel niet overeenkomt met een of meer effecten.
|
||||
|
||||
**2.** Een deelgenoot kan niet beschikken over zijn aandeel in een tot een verzameldepot behorend goed afzonderlijk.
|
||||
|
||||
|
|
@ -193,7 +193,7 @@ Indien onder een intermediair executoriaal derdenbeslag is gelegd op het aandeel
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Beslag onder een intermediair op een ten name van een andere intermediair staand aandeel in een verzameldepot is niet toegelaten.
|
||||
|
||||
### Titel 3. Uitlevering en verdeling
|
||||
|
||||
|
|
@ -207,8 +207,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Effecten worden uit een verzameldepot slechts uitgeleverd:
|
||||
|
||||
a. ter opname in een depot van een buitenlandse instelling met een functie vergelijkbaar met die van het centraal instituut; of
|
||||
b. ter opname in een verzameldepot van een andere intermediair of, indien de instelling die de effecten heeft uitgegeven daarmee heeft ingestemd, een depot van een cliënt van een instelling als bedoeld onder a, indien alle effecten van de desbetreffende soort worden uitgeleverd.
|
||||
a. ter opname in een depot van een in het buitenland gevestigd centraal instituut of een buitenlandse instelling met een functie vergelijkbaar met die van een centraal instituut; of
|
||||
b. ter opname in een verzameldepot van een andere intermediair of, indien de instelling die de effecten heeft uitgegeven daarmee heeft ingestemd, een depot van een instelling in het buitenland waaraan het op grond van het op die instelling van toepassing zijnde recht is toegestaan ten name van cliënten rekeningen in effecten te administreren, indien alle effecten van de desbetreffende soort worden uitgeleverd.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid worden effecten op verzoek van een deelgenoot uit een verzameldepot uitgeleverd indien de uitlevering noodzakelijk is voor de deelgenoot om een aan de effecten verbonden recht uit te kunnen oefenen. De effecten worden onverwijld teruggeleverd ter opname in het verzameldepot zodra het niet langer noodzakelijk is voor de betreffende deelgenoot de effecten in eigen naam te houden voor het uitoefenen van het hiervoor bedoelde recht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -254,34 +254,36 @@ Degene die overeenkomstig artikel 12, eerste lid, een hoeveelheid effecten in be
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ingeval de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen ten aanzien van de intermediair van toepassing is, met dien verstande dat in de plaats van artikel 98 van de Faillissementswet wordt gelezen artikel 311 van die wet.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval van surseance van betaling of bij toepassing van de noodregeling als bedoeld in afdeling 3.5.4a van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Girodepot
|
||||
|
||||
### Titel 1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Alleen het centraal instituut kan girodepots in de zin van deze wet houden.
|
||||
**1.** Alleen een centraal instituut kan girodepots in de zin van deze wet houden.
|
||||
|
||||
**2.** Het centraal instituut bepaalt welke effecten tot een girodepot kunnen behoren.
|
||||
**2.** Het centraal instituut bepaalt welke effecten tot een door hem gehouden girodepot kunnen behoren.
|
||||
|
||||
**3.** Het centraal instituut bepaalt welke effecten die tot een girodepot kunnen behoren, voor de toepassing van deze wet als effecten van dezelfde soort worden beschouwd.
|
||||
**3.** Het centraal instituut bepaalt welke effecten die tot een door hem gehouden girodepot kunnen behoren, voor de toepassing van deze wet als effecten van dezelfde soort worden beschouwd.
|
||||
|
||||
**4.** Ten aanzien van iedere soort effecten die tot een girodepot kunnen behoren bestaat een afzonderlijk girodepot.
|
||||
|
||||
**5.** Een aangesloten instelling is bevoegd tot bewaargeving of levering ter opname in het girodepot van tot een verzameldepot behorende effecten aan het centraal instituut zonder de medewerking van de andere deelgenoten.
|
||||
**5.** Een aangesloten instelling is bevoegd tot bewaargeving of levering ter opname in het girodepot van tot een verzameldepot behorende effecten aan een centraal instituut zonder de medewerking van de andere deelgenoten.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
Tot een girodepot behoren:
|
||||
|
||||
a. alle effecten van de betreffende soort die onder het centraal instituut berusten, voor het centraal instituut worden bewaard of aan het centraal instituut zijn geleverd;
|
||||
b. het ten name van het centraal instituut staande tegoed terzake van effecten van de betreffende soort, die berusten onder of bewaard worden voor instellingen in het buitenland, die op verzoek van het centraal instituut door Onze Minister zijn aangewezen;
|
||||
b. het ten name van het centraal instituut staande tegoed terzake van effecten van de betreffende soort, dat wordt aangehouden bij instellingen in het buitenland;
|
||||
c. in het geval dat effecten als bedoeld onder *a* verloren zijn gegaan, de rechten daaruit of de daarvoor in de plaats getreden vorderingen tot vergoeding, alsmede hetgeen uit hoofde daarvan is ontvangen;
|
||||
d. alle overige goederen die geacht moeten worden in de plaats te zijn getreden van onder *a* bedoelde effecten of van een onder *b* bedoeld tegoed.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Het centraal instituut is belast met het beheer van de girodepots.
|
||||
**1.** Een centraal instituut is belast met het beheer van de door hem gehouden girodepots.
|
||||
|
||||
**2.** Het centraal instituut kan tegenover derden de rechten van degenen aan wie een girodepot toebehoort, uitoefenen, indien dit voor een goed beheer dienstig kan zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -297,7 +299,7 @@ d. alle overige goederen die geacht moeten worden in de plaats te zijn getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Alleen een aangesloten instelling kan effecten in bewaring hebben of aanhouden bij het centraal instituut.
|
||||
**1.** Alleen een aangesloten instelling kan effecten in bewaring hebben of aanhouden bij een centraal instituut.
|
||||
|
||||
**2.** De rechten jegens het centraal instituut worden door de aangesloten instelling op eigen naam uitgeoefend voor hen aan wie de effecten toebehoren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -305,7 +307,7 @@ d. alle overige goederen die geacht moeten worden in de plaats te zijn getreden
|
|||
|
||||
**1.** Zij aan wie de in bewaring gegeven effecten aan toonder of ter opname in een girodepot geleverde effecten op naam toebehoorden op het tijdstip waarop zij door het centraal instituut ter bewaring in ontvangst zijn genomen dan wel aan het centraal instituut zijn geleverd, worden vanaf dat tijdstip in het girodepot gerechtigd als deelgenoten, gezamenlijk met hen die in dat girodepot op het tijdstip van de bewaargeving of levering reeds gerechtigd waren.
|
||||
|
||||
**2.** Levering van effecten door de instelling die de effecten heeft uitgegeven aan het centraal instituut ter opname van die effecten in een girodepot, heeft tot gevolg dat de aangesloten instelling ten gunste van wie de effecten worden bijgeschreven, alsdan in het girodepot gerechtigd wordt als deelgenoot, gezamenlijk met hen die daarinop dat tijdstip reeds gerechtigd waren. De effecten makenvanaf het moment van opname in het girodepot deel uit van de verzameldepots van de desbetreffende aangesloten instellingen.
|
||||
**2.** Bewaargeving van effecten aan toonder of levering van effecten op naam door de instelling die de effecten heeft uitgegeven aan een centraal instituut ter opname van die effecten in een girodepot, heeft tot gevolg dat de aangesloten instelling ten gunste van wie de effecten worden bijgeschreven, alsdan in het girodepot gerechtigd wordt als deelgenoot, gezamenlijk met hen die daarinop dat tijdstip reeds gerechtigd waren. De effecten makenvanaf het moment van opname in het girodepot deel uit van de verzameldepots van de desbetreffende aangesloten instellingen.
|
||||
|
||||
**3.** Het aandeel in een girodepot staat op naam van de aangesloten instelling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -313,7 +315,7 @@ d. alle overige goederen die geacht moeten worden in de plaats te zijn getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
Het centraal instituut draagt zorg dat de aangesloten instellingen kunnen voldoen aan hun in artikel 15 bedoelde verplichting ten aanzien van het aan de effecten verbonden stemrecht.
|
||||
Een centraal instituut draagt zorg dat de aangesloten instellingen kunnen voldoen aan hun in artikel 15 bedoelde verplichting ten aanzien van het aan de effecten verbonden stemrecht.
|
||||
|
||||
### Titel 2. Vervreemding en bezwaring
|
||||
|
||||
|
|
@ -337,13 +339,13 @@ Het centraal instituut draagt zorg dat de aangesloten instellingen kunnen voldoe
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Het centraal instituut is verplicht van een door hem verrichte bijschrijving terstond een kennisgeving te zenden aan de aangesloten instelling op wier naam de bijschrijving heeft plaatsgevonden.
|
||||
**1.** Een centraal instituut is verplicht van een door hem verrichte bijschrijving terstond een kennisgeving te zenden aan de aangesloten instelling op wier naam de bijschrijving heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**2.** Van het voorgaande lid kan niet bij overeenkomst worden afgeweken.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
Beslag onder het centraal instituut op een ten name van een aangesloten instelling staand aandeel in een girodepot is niet toegelaten.
|
||||
Beslag onder een centraal instituut op een ten name van een aangesloten instelling staand aandeel in een girodepot is niet toegelaten.
|
||||
|
||||
### Titel 3. Uitlevering en verdeling
|
||||
|
||||
|
|
@ -357,8 +359,8 @@ Beslag onder het centraal instituut op een ten name van een aangesloten instelli
|
|||
|
||||
Effecten worden uit een girodepot slechts uitgeleverd:
|
||||
|
||||
a. ter opname in een depot van een buitenlandse instelling met een functie vergelijkbaar met die van het centraal instituut; of
|
||||
b. ter opname in een verzameldepot van een andere intermediair of indien de instelling die de effecten heeft uitgegeven daarmee heeft ingestemd, een depot van een cliënt van een instelling als bedoeld onder a, indien alle effecten van de desbetreffende soort worden uitgeleverd.
|
||||
a. ter opname in een depot van een in het buitenland gevestigd centraal instituut of een buitenlandse instelling met een functie vergelijkbaar met die van een centraal instituut; of
|
||||
b. ter opname in een verzameldepot van een intermediair of, indien de instelling die de effecten heeft uitgegeven daarmee heeft ingestemd, een depot van een instelling in het buitenland waaraan het op grond van het op die instelling van toepassing zijnde recht is toegestaan ten name van cliënten rekeningen in effecten te administreren, indien alle effecten van de desbetreffende soort worden uitgeleverd.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid worden effecten op verzoek van een aangesloten instelling uit een girodepot uitgeleverd indien de uitlevering noodzakelijk is voor de deelgenoot om een aan de effecten verbonden recht uit te kunnen oefenen. De effecten worden onverwijld teruggeleverd ter opname in het verzameldepot zodra het niet langer noodzakelijk is voor de betreffende deelgenoot de effecten in eigen naam te houden voor het uitoefenen van het hiervoor bedoelde recht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -368,11 +370,11 @@ De verdeling van een girodepot dat niet toereikend is om aan iedere instelling d
|
|||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
Levert het centraal instituut aan een instelling meer effecten uit dan waartoe het ingevolge de vorige twee artikelen bevoegd is, dan kan het teveel uitgeleverde door het centraal instituut worden teruggevorderd, tenzij de instelling op het tijdstip van de uitlevering te goeder trouw was.
|
||||
Levert een centraal instituut aan een instelling meer effecten uit dan waartoe het ingevolge de vorige twee artikelen bevoegd is, dan kan het teveel uitgeleverde door het centraal instituut worden teruggevorderd, tenzij de instelling op het tijdstip van de uitlevering te goeder trouw was.
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
Het centraal instituut is tot uitlevering bevoegd zonder medewerking van de andere instellingen op wier naam aandelen in het girodepot staan.
|
||||
Een centraal instituut is tot uitlevering bevoegd zonder medewerking van de andere instellingen op wier naam aandelen in het girodepot staan.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
|
|
@ -404,10 +406,10 @@ d. *uitgevende instelling:* naamloze vennootschap naar Nederlands recht of een r
|
|||
|
||||
Een uitgevende instelling kan:
|
||||
|
||||
a. het centraal instituut schriftelijk verzoeken tot verstrekking van de naam, het adres, en, indien aanwezig, het emailadres van iedere aangesloten instelling of intermediair ten name van wie in het girodepot door de uitgevende instelling of met haar medewerking uitgegeven effecten met een aandelenkarakter worden bewaard, alsmede van het tegoed van iedere aangesloten instelling of intermediair luidend in zodanige effecten in dat girodepot;
|
||||
b. een aangesloten instelling of intermediair van wie de uitgevende instelling weet of redelijkerwijs mag aannemen dat deze een verzameldepot aanhoudt van door de uitgevende instelling of met haar medewerking uitgegeven effecten met een aandelenkarakter, schriftelijk verzoeken tot verstrekking van de naam, het adres en, indien aanwezig, het emailadres van iedere deelgenoot in dat verzameldepot alsmede van het tegoed van iedere deelgenoot luidend in zodanige effecten in dat verzameldepot;
|
||||
c. een instelling in het buitenland van wie de uitgevende instelling weet of redelijkerwijs mag aannemen dat zij, beroepsmatig en anders dan als aandeelhouder, door de uitgevende instelling of met haar medewerking uitgegeven effecten met een aandelenkarakter administreert of aanhoudt, schriftelijk verzoeken tot verstrekking van de naam, het adres, het tegoed luidend in zodanige effecten en, indien aanwezig, het emailadres van iedere cliënt voor wie zij een tegoed luidend in effecten met een aandelenkarakter administreert of aanhoudt alsmede van het tegoed van iedere cliënt luidend in zodanige effecten dat bij de instelling wordt aangehouden; of
|
||||
d. een bewaarder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht van wie de uitgevende instelling weet of redelijkerwijs mag aannemen dat hij door de uitgevende instelling of met haar medewerking uitgegeven effecten met een aandelenkarakter administreert of aanhoudt, schriftelijk verzoeken tot verstrekking van de naam, het adres en, indien aanwezig, het emailadres van de beheerder van die beleggingsinstelling alsmede van het tegoed van de beheerder luidend in zodanige effecten dat door de bewaarder wordt bewaard.
|
||||
a. een centraal instituut schriftelijk verzoeken tot verstrekking van de naam, het adres, en, indien aanwezig, het e-mailadres van iedere aangesloten instelling die als deelgenoot in het girodepot gerechtigd is tot door de uitgevende instelling of met haar medewerking uitgegeven effecten met een aandelenkarakter, alsmede van het tegoed van iedere aangesloten instelling luidend in zodanige effecten in dat girodepot;
|
||||
b. een intermediair van wie de uitgevende instelling weet of redelijkerwijs mag aannemen dat deze een verzameldepot houdt van door de uitgevende instelling of met haar medewerking uitgegeven effecten met een aandelenkarakter, schriftelijk verzoeken tot verstrekking van de naam, het adres en, indien aanwezig, het e-mailadres van iedere deelgenoot in dat verzameldepot alsmede van het tegoed van iedere deelgenoot luidend in zodanige effecten in dat verzameldepot;
|
||||
c. een instelling in het buitenland van wie de uitgevende instelling weet of redelijkerwijs mag aannemen dat zij, beroepsmatig en anders dan als aandeelhouder, door de uitgevende instelling of met haar medewerking uitgegeven effecten met een aandelenkarakter bewaart, administreert of aanhoudt, schriftelijk verzoeken tot verstrekking van de naam, het adres, het tegoed luidend in zodanige effecten en, indien aanwezig, het e-mailadres van iedere cliënt voor wie zij een tegoed luidend in effecten met een aandelenkarakter bewaart, administreert of aanhoudt alsmede van het tegoed van iedere cliënt luidend in zodanige effecten dat bij de instelling wordt aangehouden; of
|
||||
d. een bewaarder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht van wie de uitgevende instelling weet of redelijkerwijs mag aannemen dat hij door de uitgevende instelling of met haar medewerking uitgegeven effecten met een aandelenkarakter bewaart, administreert of aanhoudt, schriftelijk verzoeken tot verstrekking van de naam, het adres en, indien aanwezig, het e-mailadres van de beheerder van die beleggingsinstelling alsmede van het tegoed van de beheerder luidend in zodanige effecten dat bij de bewaarder wordt aangehouden.
|
||||
|
||||
**2.** Degene tot wie het verzoek als bedoeld in het eerste lid zich richt, verstrekt geen informatie over aandeelhouders die elk minder dan een tweehonderdste deel van het geplaatste kapitaal van een uitgevende instelling vertegenwoordigen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -462,6 +464,56 @@ b. die van zodanige aard is dat verzending naar maatstaven van redelijkheid en b
|
|||
|
||||
**2.** De bevoegdheid om de vordering in te stellen vervalt door verloop van drie maanden vanaf de dag waarop de uitgevende instelling van de niet-beantwoording kennis heeft genomen of heeft kunnen nemen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3b. Derivatenvermogen
|
||||
|
||||
### Artikel 49f
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *centrale tegenpartij:* centrale tegenpartij als bedoeld in artikel 2 van verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR);
|
||||
b. *cliënt:* degene voor wie een tussenpersoon een derivatenpositie aangaat of beheert;
|
||||
c. *cliëntpositie:* derivatenpositie die een tussenpersoon houdt voor een cliënt;
|
||||
d. *corresponderende positie:* de derivatenpositie die een tussenpersoon met een derde is aangegaan in verband met het aangaan van een cliëntpositie, en die overeenkomt met de betreffende cliëntpositie;
|
||||
e. *derivatenpositie:* de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit een financieel instrument als bedoeld in onderdeel d tot en met j van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, voor zover die rechten en verplichtingen betrekking hebben op de bedingen die de kern van de prestaties aangeven;
|
||||
f. *derivatenvermogen:* afgescheiden deel van het vermogen van een tussenpersoon waartoe alle corresponderende posities behoren alsmede alle rechten en verplichtingen met betrekking tot het stellen van zekerheid ten behoeve van corresponderende posities;
|
||||
g. *tussenpersoon:* beleggingsonderneming, bank of clearinginstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, met zetel in Nederland waaraan het op grond van die wet is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen onderscheidenlijk het bedrijf van bank of clearinginstelling uit te oefenen, die voor rekening en risico van haar cliënten corresponderende posities aangaat;
|
||||
h. *verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR):* verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees parlement en de Raad van 4 juli 2012 inzake otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201);
|
||||
i. *zekerheid:* goederen die strekken tot waarborg van de verplichtingen voortvloeiend uit derivatenposities, of de goederen die daarvoor in de plaats moeten worden geacht te zijn getreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 49g
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 276 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek dient het derivatenvermogen uitsluitend tot voldoening van vorderingen die voortvloeien uit de met de corresponderende posities samenhangende cliëntposities, en vorderingen met betrekking tot de in verband met die cliëntposities gestelde zekerheden.
|
||||
|
||||
**2.** Een tussenpersoon legt in zijn administratie vast welke corresponderende posities behoren tot het derivatenvermogen. De tussenpersoon legt voor iedere cliëntpositie vast welke corresponderende positie is aangegaan.
|
||||
|
||||
**3.** Indien zowel een cliëntpositie als de daarmee corresponderende positie gelijktijdig worden beëindigd, wordt een eventuele restvordering die de cliënt na de beëindiging heeft op de tussenpersoon voor zover mogelijk voldaan uit de restvordering die de tussenpersoon heeft uit hoofde van het beëindigen van de corresponderende positie en de in verband daarmee gestelde zekerheden. Voor het niet-voldane gedeelte heeft de cliënt een vordering op de tussenpersoon.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een cliëntpositie wordt beëindigd zonder dat de daarmee corresponderende positie wordt beëindigd, maakt de corresponderende positie geen deel meer uit van het derivatenvermogen en is een eventuele restvordering van de cliënt na beëindiging van de cliëntpositie een vordering op de tussenpersoon, waarbij de cliënt een voorrecht heeft op de derivatenpositie die correspondeerde met de beëindigde cliëntpositie en de in verband daarmee gestelde zekerheden.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een corresponderende positie wordt beëindigd voordat de daarmee samenhangende cliëntpositie wordt beëindigd, blijven eventuele restvorderingen uit hoofde van die corresponderende positie en de in verband daarmee gestelde zekerheden beschikbaar voor het voldoen van de vorderingen uit hoofde van de daarmee samenhangende cliëntpositie. Indien de vorderingen van de cliënt daarmee niet volledig kunnen worden voldaan, heeft hij voor het niet-voldane gedeelte een vordering op de tussenpersoon.
|
||||
|
||||
**6.** Beslag onder een tussenpersoon op het derivatenvermogen is niet toegelaten. Beslag onder een centrale tegenpartij of een tussenpersoon op cliëntposities die worden aangehouden voor een tussenpersoon onderscheidenlijk een andere tussenpersoon is niet toegelaten, voor zover die cliëntposities samenhangen met posities die behoren tot het derivatenvermogen van laatstbedoelde tussenpersoon.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het een tussenpersoon op grond van de Wet op het financieel toezicht niet langer is toegestaan zijn beroep of bedrijf uit te oefenen, blijft het derivatenvermogen bestaan voor zover het reeds bestaande derivatenposities betreft.
|
||||
|
||||
### Artikel 49h
|
||||
|
||||
**1.** In geval van het faillissement van een tussenpersoon wijst de curator een deskundige aan die onder verantwoordelijkheid van de curator is belast met het beheer van de corresponderende posities, de daarmee samenhangende cliëntposities en de in verband met deze posities gestelde zekerheden. Indien het faillissement een beleggingsonderneming betreft vindt de aanwijzing plaats met instemming van de Stichting Autoriteit Financiële Markten. Indien het faillissement een bank of clearinginstelling betreft vindt de aanwijzing plaats met instemming van De Nederlandsche Bank N.V.
|
||||
|
||||
**2.** De curator verleent zijn medewerking aan de overdracht, bedoeld in artikel 48, vijfde of zesde lid, van verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR), alsmede de overdracht van de daarmee samenhangende cliëntposities en, met inachtneming van het vierde lid, de in verband daarmee gestelde zekerheden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de in het tweede lid bedoelde overdracht niet slaagt, kan de curator het derivatenvermogen en de daarmee samenhangende cliëntposities en, met inachtneming van het vierde lid, de in verband daarmee gestelde zekerheden, geheel of gedeeltelijk overdragen aan een andere tussenpersoon, of een met een tussenpersoon vergelijkbare instelling in het buitenland waaraan het op grond van het op die instelling van toepassing zijnde recht is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen, onverminderd het recht van cliënten of de centrale tegenpartijen op voortijdige beëindiging van hun posities.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de tussenpersoon in verband met de corresponderende posities bij de centrale tegenpartijen zekerheid heeft gesteld en de waarde daarvan op het tijdstip van faillietverklaring onvoldoende is om de vorderingen tot teruggave van gestelde zekerheden te voldoen uit hoofde van de daarmee samenhangende cliëntposities, worden de rechten van de tussenpersoon jegens de centrale tegenpartijen inzake de terug te geven zekerheden over de betreffende cliënten verdeeld naar rato van de waarde van de door hen gestelde zekerheden, onverminderd het voorrecht bedoeld in artikel 53 lid 3 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vorige lid behouden cliënten die vermogensscheiding per individuele cliënt als bedoeld in artikel 39, derde lid, van verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR) hebben bedongen, het recht op volledige teruggave van de zekerheden die zij bij de tussenpersoon hebben gesteld, en die de tussenpersoon in verband met de betreffende corresponderende derivatenposities heeft gesteld bij de centrale tegenpartij.
|
||||
|
||||
**6.** Het tweede tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing indien niet een centrale tegenpartij wederpartij is bij de corresponderende posities, maar een andere tussenpersoon.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de vordering van een wederpartij bij een derivatenpositie niet of niet volledig kan worden voldaan uit het derivatenvermogen, kan die wederpartij voor het niet-voldane gedeelte een vordering ter verificatie aanmelden bij de curator.
|
||||
|
||||
**8.** De curator zorgt ervoor dat, uiterlijk op het tijdstip waarop het faillissement van de tussenpersoon is geëindigd, alle derivatenposities die deel uitmaken van het derivatenvermogen en de daarmee samenhangende cliëntposities zijn beëindigd of overgedragen aan een andere tussenpersoon, tenzij het bedrijf van de gefailleerde instelling overeenkomstig artikel 98 van de Faillissementswet wordt voortgezet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue