2004-06-23 | BWBR0007816 | Inkomstenbesluit militairen
This commit is contained in:
parent
20be61a7d9
commit
d53d5f54d1
1 changed files with 5 additions and 73 deletions
|
|
@ -368,45 +368,17 @@ Voor elke volledige dag dat de militair zich aan zijn dienstverplichtingen onttr
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Bij de militair die ingevolge artikel 34, eerste lid, dan wel ingevolge artikel 34, tweede lid, onderdeel a of b, van het Algemeen militair ambtenarenreglement is geschorst, wordt door de commandant voor de duur van die schorsing eenderde gedeelte ingehouden van de inkomsten, tenzij de bevelhebber bepaalt dat geen inhouding zal plaatsvinden.
|
||||
|
||||
De bevelhebber kan bepalen dat de militair die ingevolge artikel 35, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement is geschorst:
|
||||
**2.** In geval een schorsing als bedoeld in het eerste lid, langer duurt dan zes weken, kan de bevelhebber bepalen dat gedurende die verdere duur van die schorsing een verdere inhouding plaatsvindt tot het volle bedrag der inkomsten. Bij de afweging omtrent de hoogte van de inhouding wordt de financiële positie van de militair in de beschouwing betrokken.
|
||||
|
||||
a. gedurende de eerste zes weken van die schorsing aanspraak heeft op tweederde gedeelte van de inkomsten waarop hij bij plaatsing in Nederland aanspraak zou hebben, indien hem geen schorsing was opgelegd;
|
||||
b. gedurende de verdere duur van die schorsing:
|
||||
**3.** Bij de militair die ingevolge artikel 34, tweede lid, onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement is geschorst, vindt geen inhouding van inkomsten plaats.
|
||||
|
||||
1°. aanspraak heeft op minder dan tweederde gedeelte van de inkomsten waarop hij bij plaatsing in Nederland aanspraak zou hebben, indien hem geen schorsing was opgelegd, dan wel
|
||||
2°. geen aanspraak heeft op inkomsten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de toepassing van het eerste lid kan tevens worden bepaald dat de buiten Nederland geplaatste militair wiens gezin met toestemming van de bevelhebber aldaar metterwoon is gevestigd, aanspraak heeft op:
|
||||
|
||||
a. indien hij kinderen verzorgt of onderhoudt: de toelage, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder *c*, waarop de militair aanspraak zou hebben, indien hem geen schorsing was opgelegd;
|
||||
b. indien hij geen kinderen verzorgt of onderhoudt: tweederde gedeelte van de onder *a* bedoelde toelage, waarop de militair aanspraak zou hebben, indien hem geen schorsing was opgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** In geval een schorsing geacht moet worden niet te hebben plaatsgehad of geen ontslag uit de militaire dienst volgt, wordt na opheffing van de schorsing alsnog aan de militair het bedrag aan inkomsten uitbetaald, dat op grond van de vorige leden niet is genoten.
|
||||
**4.** De ingehouden inkomsten kunnen alsnog geheel of gedeeltelijk aan de militair worden uitbetaald, indien een schorsing als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel a of b, van het Algemeen militair ambtenarenreglement niet wordt gevolgd door een veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, een vrijheidsbenemende maatregel of ontslag uit de militaire dienst. Op de aldus uit te keren inkomsten worden in mindering gebracht de inkomsten, welke de militair sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid, die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij zulks, naar het oordeel van de bevelhebber, onredelijk of onbillijk is.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bevelhebber kan bepalen dat de militair die een vrijheidsstraf ondergaat of zich in voorlopige hechtenis of gijzeling bevindt:
|
||||
|
||||
a. gedurende de eerste zes weken van die tijd aanspraak heeft op tweederde gedeelte van de inkomsten waarop hij bij plaatsing in Nederland aanspraak zou hebben, indien hij geen vrijheidsstraf zou ondergaan of zich niet in voorlopige hechtenis of gijzeling zou bevinden;
|
||||
b. gedurende de verdere duur van die tijd:
|
||||
|
||||
1°. aanspraak heeft op minder dan tweederde gedeelte van de inkomsten waarop hij bij plaatsing in Nederland aanspraak zou hebben, indien hij geen vrijheidsstraf zou ondergaan of zich niet in voorlopige hechtenis of gijzeling zou bevinden, dan wel
|
||||
2°. geen aanspraak heeft op inkomsten.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 19, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De militair op wie het eerste lid is toegepast, heeft alsnog aanspraak op de volle inkomsten over de tijd doorgebracht in voorlopige hechtenis, indien ter zake van het feit in verband waarmee hij in voorlopige hechtenis werd gesteld:
|
||||
|
||||
a. niet een veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf volgt;
|
||||
b. een veroordeling volgt tot een vrijheidsstraf, bij de tenuitvoerlegging waarvan de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd in mindering wordt gebracht: voor de tijd waarmee de duur van de voorlopige hechtenis die van de vrijheidsstraf overtreft.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
|
|
@ -442,46 +414,6 @@ c. eventuele andere inkomsten of baten die door de militair of zijn gezinsleden
|
|||
|
||||
**7.** De militair, bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid, is gehouden de geldelijke inkomsten of uitkeringen uit of in verband met arbeid of bedrijf, dan wel de vaste vergoedingen in verband met een functie in een publiekrechtelijk college te melden aan de bevelhebber onder overlegging van een gespecificeerde opgave van die inkomsten, uitkeringen of vergoedingen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4a. Inhoudingen en berekeningsgrondslagen pensioenen
|
||||
|
||||
### Artikel 23a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 23b
|
||||
|
||||
**1.** De eigen bijdrage van de militair aan het arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolge artikel 4, vijfde lid van de Wet privatisering ABP van een overheidswerknemer, die met die militair kan worden gelijkgesteld, door de sectorwerkgever wordt geheven.
|
||||
|
||||
**2.** De eigen bijdrage van de gewezen militair aan het arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolge artikel 4, vijfde lid, van de Wet privatisering ABP van een gewezen overheidswerknemer, die met die gewezen militair kan worden gelijkgesteld, door de voor de ontslaguitkering zorgdragende instantie wordt geheven.
|
||||
|
||||
**3.** De tijdelijke aanvullende eigen bijdrage van de militair en de gewezen militair aan het ouderdoms- en nabestaandenpensioen bedraagt een door het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP ingevolge de Kaderwet militaire pensioenen vast te stellen extra bijdrage in de jaren 2004 tot en met 2006. Deze bijdrage wordt geheven over de bijdragegrondslag die geldt voor het pensioenbijdrageverhaal voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen in de desbetreffende jaren.
|
||||
|
||||
### Artikel 23c
|
||||
|
||||
**1.** Op de inkomsten van de militair bedoeld in artikel 39a, onder a ten 1°, b ten 1°, c en e ten 1° van het AMAR wordt een pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging ingehouden, overeenkomstig de pensioenbijdrage die verhaald zou zijn indien op basis van artikel 23a, onderdeel n, de vaste vergoeding voor extra beslaglegging voor zover hij deze na 31 december 2001 heeft genoten, tot zijn pensioengrondslag zou behoren.
|
||||
|
||||
**2.** De pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging wordt op de datum dat hij met leeftijdsontslag gaat gerestitueerd aan de militair, uitgezonderd de militair bedoeld in het derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de militair, bedoeld in het eerste lid, die na 31 december 2002 de leeftijd bereikt waarop hij twee jaren ouder is dan de voor hem geldende ontslagleeftijd als bedoeld in artikel 39a AMAR wordt de pseudo-pensioenpremievergoeding voor extra beslaglegging op de datum van eerstbedoelde leeftijd omgezet in een pensioenbijdrage en wordt de vaste vergoeding voor extra beslaglegging tot de berekeningsgrondslag voor het pensioen gerekend.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de militair, bedoeld in het eerste lid, die na 31 december 2002 met leeftijdsontslag gaat en op de ontslagdatum twee jaar ouder is dan de op die datum voor hem geldende ontslagleeftijd als bedoeld in artikel 39a AMAR, wordt de pseudo-pensioenpremie vergoeding voor extra beslaglegging op de datum van ontslag omgezet in een pensioenbijdrage en wordt de vaste vergoeding voor extra beslaglegging tot de berekeningsgrondslag voor het pensioen gerekend.
|
||||
|
||||
**5.** Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien deze militair komt te overlijden voordat hij is ontslagen, te rekenen naar de overlijdensdatum.
|
||||
|
||||
### Artikel 23d
|
||||
|
||||
**1.** Over de toelage bedoeld in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, wordt, zolang niet is uitgesloten dat aan de in dat onderdeel bedoelde voorwaarde zal worden voldaan, een pseudo-pensioenpremie ingehouden, overeenkomstig de pensioenbijdrage die verhaald zou zijn, indien die toelage tot zijn pensioengrondslag zou behoren.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie is verschuldigd, totdat blijkt dat aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde is voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie over de toelage wordt aan de militair gerestitueerd, zodra die toelage niet meer wordt genoten en is uitgesloten dat aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde zal worden voldaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de militair komt te overlijden en niet aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde is voldaan.
|
||||
|
||||
**5.** Ter voldoening aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde, wordt voor de militair die vóór 1 juni 2006 met leeftijdsontslag gaat mede onder de toelage officieren-medisch specialist begrepen: de bijzondere tegemoetkoming, toegekend aan de officieren-medisch specialist op grond van artikel 115 van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de in het vijfde lid bedoelde militair op de ontslagdatum ten minste twee jaar ouder is dan de op die datum voor hem geldende ontslagleeftijd, bedoeld in artikel 39a van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement, wordt de toelage aangemerkt als toelage die aan de in artikel 23a, eerste lid, onderdeel i, bedoelde voorwaarde voldoet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue