2023-12-22 | BWBR0042342 | Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter

This commit is contained in:
Coornhert 2023-12-22 12:00:00 +00:00
parent 34a857758e
commit d54ffd0c49

View file

@ -12,13 +12,21 @@ citeertitel: Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter
**De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.**
*Vooroverleg met een internationaal karakter over de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet op de dividendbelasting 1965 of de Wet bronbelasting 2021 en vooroverleg over de toepassing van een bilateraal verdrag of regelingen ter voorkoming van dubbele belastingheffing op inkomen en vermogen, voor zover verband houdend met de hiervoor genoemde wetten, vindt gecentraliseerd en op uniforme wijze plaats. Om de eenheid van beleid en uitvoering en de kwaliteit te waarborgen, wordt in dit besluit een College Internationale Fiscale Zekerheid geïntroduceerd. Alle afspraken die in vooroverleg worden gemaakt binnen de context van dit besluit, worden ter goedkeuring aan dit College voorgelegd. Voorts wordt in dit besluit geregeld welke onderwerpen in vooroverleg worden behandeld door het Behandelteam Internationale Fiscale Zekerheid en wanneer een verzoek tot vooroverleg aan het aanspreekpunt buitenlandse investeerders wordt gericht. Ook wordt uitgewerkt in welke gevallen geen toegang bestaat tot vooroverleg.*
*Vooroverleg met een internationaal karakter over de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet op de dividendbelasting 1965, de Wet bronbelasting 2021 of de Wet minimumbelasting 2024 en vooroverleg over de toepassing van een bilateraal verdrag of regelingen ter voorkoming van dubbele belastingheffing op inkomen en vermogen, voor zover verband houdend met de hiervoor genoemde wetten, vindt gecentraliseerd en op uniforme wijze plaats. Om de eenheid van beleid en uitvoering en de kwaliteit te waarborgen, wordt in dit besluit een College Internationale Fiscale Zekerheid geïntroduceerd. Alle afspraken die in vooroverleg worden gemaakt binnen de context van dit besluit, worden ter goedkeuring aan dit College voorgelegd. Voorts wordt in dit besluit geregeld welke onderwerpen in vooroverleg worden behandeld door het Behandelteam Internationale Fiscale Zekerheid en wanneer een verzoek tot vooroverleg aan het aanspreekpunt buitenlandse investeerders wordt gericht. Ook wordt uitgewerkt in welke gevallen geen toegang bestaat tot vooroverleg.*
*Dit besluit vervangt de besluiten van 3 juni 2014, nrs. DGB 2014/3098, DGB 2014/3099 en DGB 2014/3101. Voor zover in het besluit van 3 juni 2014, nr. DGB 2014/3102 regels zijn opgenomen die betrekking hebben op vooroverleg of de totstandkoming van een ruling, zullen de regels van onderhavig besluit daarvoor in de plaats treden.*
*Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 9 augustus 2021, nr. 2021  16465 (*
*Stcrt. 2021, 38442*
*), bij besluit van 7 juni 2022, nr. 2022  10157 (*
*Stcrt. 2022, 15569*
*) en bij besluit van 19 december 2023, nr. 2023-0000020007 (*
*Stcrt. 2023, 25745*
*).*
## 1. Inleiding
In dit besluit wordt invulling gegeven aan de door de Staatssecretaris in zijn brief van 22 november 2018 aangekondigde beleidsvoornemens over de vernieuwde rulingpraktijk. Een belanghebbende kan verzoeken om vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf. Het beleid voor vooroverleg is in algemene zin in het BFB neergelegd. Dit besluit is een aanvulling op het BFB en is van toepassing op vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter. De werking van dit besluit is beperkt tot rulings met een internationaal karakter die betrekking hebben op de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet op de dividendbelasting 1965, de Wet bronbelasting 2021 of de toepassing van bilaterale verdragen en regelingen ter voorkoming van dubbele belastingheffing op inkomen en vermogen, voor zover verband houdend met deze belastingen.
In dit besluit wordt invulling gegeven aan de door de Staatssecretaris in zijn brief van 22 november 2018 aangekondigde beleidsvoornemens over de vernieuwde rulingpraktijk. Een belanghebbende kan verzoeken om vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf. Het beleid voor vooroverleg is in algemene zin in het BFB neergelegd. Dit besluit is een aanvulling op het BFB en is van toepassing op vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter. De werking van dit besluit is beperkt tot rulings met een internationaal karakter die betrekking hebben op de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet op de dividendbelasting 1965, de Wet bronbelasting 2021, de Wet minimumbelasting 2024 of de toepassing van bilaterale verdragen en regelingen ter voorkoming van dubbele belastingheffing op inkomen en vermogen, voor zover verband houdend met deze belastingen.
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 9 augustus 2021, nr. 2021 16465. De wijzigingen bewerkstelligen dat ook vooroverleg inzake hybridemismatches (artikel 12aa tot en met 12af Wet op de vennootschapsbelasting 1969) en de Wet bronbelasting 2021 conform de in dit besluit beschreven werkwijze wordt behandeld.
@ -29,6 +37,12 @@ Dit besluit is opnieuw gewijzigd bij besluit van [datum]7 juni 2022, nr. 2022
• de informatie die moet worden verstrekt over de wereldwijde organisatie- en aandeelhoudersstructuur wordt uitgebreid; en
• BAPA-/MAPA-verzoeken en verzoeken over de zogenoemde vangnetbepalingen en corporate tie-breakerbepalingen in Belastingverdragen gericht moeten worden aan het MAP-team Belastingdienst.
Dit besluit is opnieuw gewijzigd bij besluit van 19 december 2023, nr. 2023-0000020007 (Stcrt. 2023, 25745). De wijzigingen bewerkstelligen dat:
• vooroverleg met een internationaal karakter over de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 conform de in dit besluit beschreven werkwijze wordt behandeld;
• in bepaalde specifiek omschreven situaties wel vooroverleg kan worden gevoerd in afwijking van de uitsluitingen b.i en b.ii opgenomen in paragraaf 3;
• in situaties waarbij sprake is van een zogenaamde triangular case in een BAPA of MAPA een kritische veronderstelling kan worden opgenomen waarbij rekening wordt gehouden met verrekenprijscorrecties uit landen die niet bij de BAPA of MAPA betrokken zijn (paragraaf 8).
| APA | Advance Pricing Agreement |
| --- | --- |
| APBI | Aanspreekpunt potentiële buitenlandse investeerders |
@ -44,6 +58,7 @@ Dit besluit is opnieuw gewijzigd bij besluit van [datum]7 juni 2022, nr. 2022
| Ruling met een internationaal karakter | Voorafgaande grensoverschrijdende ruling als bedoeld in artikel 2b WIB, alsmede een voorafgaande verrekenprijsafspraak als bedoeld in artikel 2c WIB^1 |
| Wet BB | Wet bronbelasting 2021 |
| Wet DB | Wet op de dividendbelasting 1965 |
| Wet MB | Wet minimumbelasting 2024 |
| Wet VPB | Wet op de vennootschapsbelasting 1969 |
| WIB | Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen |
@ -65,6 +80,8 @@ De inspecteur voert het vooroverleg en wordt in beginsel aangemerkt als eerste b
De Belastingdienst heeft een Behandelteam IFZ. De inspecteur schakelt het Behandelteam IFZ in voor de onderwerpen die zijn opgenomen in paragraaf 2.4. Het Behandelteam IFZ is in die gevallen eerste behandelaar van het vooroverleg. Het Behandelteam IFZ voert het vooroverleg in samenspraak met de inspecteur.
Bij internationaal vooroverleg dat betrekking heeft op de Wet MB zal de inspecteur het expertiseteam Pijler 2 inschakelen bij de behandeling van het verzoek. De inspecteur is in die gevallen de eerste behandelaar en sluit daarbij het expertiseteam Pijler 2 aan.
In situaties dat sprake is van een potentiële buitenlandse investeerder als bedoeld in paragraaf 2.5 wordt een verzoek tot vooroverleg om zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter gericht aan het APBI. Het APBI schakelt in die gevallen een eerste behandelaar in.
De eerste behandelaar en het College IFZ zoeken gedurende het traject van het vooroverleg om zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter afstemming met de voor dat verzoek relevante kennis- en coördinatiegroepen via de daarvoor voorgeschreven procedures in het BFB of het instelbesluit van de desbetreffende coördinatiegroep.
@ -81,7 +98,7 @@ Voordat een ruling met een internationaal karakter wordt afgegeven, wordt deze r
### 2.3. Vaststellingsovereenkomst
Als binnen de reikwijdte van dit besluit zekerheid vooraf wordt gegeven over de toepassing van de Wet VPB, de Wet DB, de Wet BB of een Belastingverdrag, wordt deze zekerheid vooraf in alle gevallen vastgelegd in een vaststellingsoverkomst als bedoeld in paragraaf 7. Deze vaststellingsovereenkomst wordt door de Belastingdienst voorzien van ten minste twee handtekeningen: een handtekening van de eerste behandelaar en een handtekening van het College IFZ. Als het Behandelteam IFZ de eerste behandelaar is, tekent ook de inspecteur waaronder de belastingplichtige ressorteert de vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst komt tot stand op het moment dat deze is voorzien van alle voorgeschreven handtekeningen, van zowel de zijde van de Belastingdienst als de zijde van de belanghebbende(n).
Als binnen de reikwijdte van dit besluit zekerheid vooraf wordt gegeven over de toepassing van de Wet VPB, de Wet DB, de Wet BB, de Wet MB of een Belastingverdrag, wordt deze zekerheid vooraf in alle gevallen vastgelegd in een vaststellingsoverkomst als bedoeld in paragraaf 7. Deze vaststellingsovereenkomst wordt door de Belastingdienst voorzien van ten minste twee handtekeningen: een handtekening van de eerste behandelaar en een handtekening van het College IFZ. Als het Behandelteam IFZ de eerste behandelaar is, tekent ook de inspecteur waaronder de belastingplichtige ressorteert de vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst komt tot stand op het moment dat deze is voorzien van alle voorgeschreven handtekeningen, van zowel de zijde van de Belastingdienst als de zijde van de belanghebbende(n).
### 2.4. Onderwerpen voor het Behandelteam IFZ
@ -112,7 +129,7 @@ t. de toepassing van artikel 9, eerste lid, onderdeel f, Wet VPB.
De Belastingdienst heeft een APBI voor potentiële buitenlandse investeerders die overwegen in Nederland te investeren. Het APBI is binnen het kader van wet- en regelgeving, jurisprudentie en beleid bevoegd tot het maken van afspraken vooraf over de fiscale aspecten van voorgenomen investeringen door een potentiële buitenlandse investeerder. Het APBI schakelt een eerste behandelaar in. Het APBI maakt deel uit van het College IFZ.
De door het APBI gemaakte afspraken kunnen betrekking hebben op de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de bronbelasting, de inkomstenbelasting, de loonbelasting en de omzetbelasting. Voor de invoerrechten en accijnzen fungeert het aanspreekpunt als contactpersoon. Ter waarborging van de eenheid van beleid en uitvoering zal over de beoordeling van deze aspecten afstemming plaatsvinden binnen het College IFZ en daar waar nodig met de relevante kennis- en coördinatiegroepen. De afspraken tussen het APBI en de buitenlandse investeerder worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.
De door het APBI gemaakte afspraken kunnen betrekking hebben op de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de bronbelasting, de minimumbelasting, de inkomstenbelasting, de loonbelasting en de omzetbelasting. Voor de invoerrechten en accijnzen fungeert het aanspreekpunt als contactpersoon. Ter waarborging van de eenheid van beleid en uitvoering zal over de beoordeling van deze aspecten afstemming plaatsvinden binnen het College IFZ en daar waar nodig met de relevante kennis- en coördinatiegroepen. De afspraken tussen het APBI en de buitenlandse investeerder worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.
Als een potentiële buitenlandse investeerder wordt aangemerkt de investeerder die overweegt een eerste substantiële (fysieke) investering in Nederland te doen die werkgelegenheid oplevert in Nederland en die ook aan de volgende kenmerken voldoet:
@ -136,6 +153,18 @@ i. het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting de enige dan wel doors
ii. de gevraagde zekerheid vooraf betrekking heeft op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in Staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden; of4Regeling van 31 december 2018, nr. DB 2018/216528.
iii. een verzoeker, een bestuurder van een verzoeker of een uiteindelijk belanghebbende dan wel een eventuele tussenhoudster met een (in)direct belang in een verzoeker van groter dan of gelijk aan 5%, voorkomt op de EU-sanctielijst.9Consolidated list of EU financial sanctions and Consolidated list of persons, groups and entities subject to EU financial sanctions.
Voor de uitsluitingen genoemd onder b.i en b.ii gelden de volgende drie uitzonderingen.
1. De uitsluitingen genoemd onder b.i en b.ii gelden niet in situaties waarin een belastingontwijkende structuur binnen een zo kort mogelijk maar realistisch tijdpad volledig wordt ontmanteld of de Belastingdienst grondslag beschermende wetsartikelen wil toepassen waardoor de (Nederlandse en buitenlandse) belastingontwijkende elementen volledig worden weggenomen. Hierbij gelden de volgende drie voorwaarden:
a) De ontmanteling leidt niet tot een laag of niet belast resultaat elders waartegenover in Nederland afschrijvingspotentieel ontstaat.
b) Na de ontmanteling of toepassing van de grondslag beschermende wetsartikelen zijn er geen transacties (meer) met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
c) Na de ontmanteling of toepassing van de grondslag beschermende wetsartikelen is sprake van een situatie waarin op grond van de voorwaarden b.i en b.ii van dit besluit vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter gevoerd kan worden.
Als op grond van deze uitzondering wel vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter wordt gevoerd, wordt in de samenvatting van de ruling als bedoeld in paragraaf 4 opgenomen waarom en in welke mate wordt afgeweken van genoemde voorwaarden dan wel hoe deze voorwaarden zijn geïnterpreteerd. Tevens wordt hier aandacht aan besteed in het Jaarverslag Rulings met een internationaal karakter van de Belastingdienst.
2. De uitsluiting genoemd onder b.ii geldt niet als de gevraagde zekerheid vooraf betrekking heeft op derdentransacties bij de toepassing van de innovatiebox en de toepassing van de tonnageregeling of op de fiscale gevolgen van derdentransacties bij het sluiten van een APA.
3. De uitsluiting genoemd onder b.ii geldt niet als de gevraagde zekerheid vooraf betrekking heeft op de toepassing van de Wet MB voor zover de gevraagde zekerheid ziet op directe transacties met entiteiten die gevestigd zijn in laagbelastende jurisdicties als bedoeld in artikel 2, onderdeel a en artikel 2a, onderdeel a van de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
## 4. Publicatie
Van elke ruling met een internationaal karakter wordt een samenvatting gepubliceerd. In deze samenvatting wordt onder andere een korte uiteenzetting gegeven van de feiten en omstandigheden en voor zover relevant van de belangrijkste conclusies uit transferpricingrapporten of andere documenten, van een analyse van de gevraagde fiscale zekerheid op basis van de relevante wet- en regelgeving en van de conclusie op grond waarvan de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen.
@ -228,6 +257,8 @@ In een bi- of multilaterale overeenkomst kunnen de bevoegde autoriteiten overeen
Gelieerde lichamen die bij een bi- of multilateraal APA-verzoek betrokken zijn, wordt geadviseerd het verzoek gelijktijdig bij de bevoegde autoriteiten van alle betrokken landen in te dienen. Deze handelwijze leidt ertoe dat de landen gelijktijdig kunnen starten met de beoordeling van het verzoek, in plaats van volgtijdig. De informatie in het verzoek bevat in ieder geval de informatie die moet worden verstrekt bij een verzoek om een unilaterale APA zoals hiervoor omschreven in paragraaf 6.
Het kan voorkomen dat een Nederlandse belanghebbende zowel inkomende als uitgaande (samenhangende) transacties met verbonden entiteiten in verschillende staten aangaat. Als in een dergelijke situatie in een onderlinge overlegprocedure wordt overeengekomen dat de voorwaarden (waaronder de prijs) van één van deze transacties wordt aangepast, kan dit ertoe leiden dat de winst van de Nederlandse belanghebbende als zodanig niet langer als at arms length overeenkomstig artikel 8b Wet VPB kan worden beschouwd. Dit zal zich met name voordoen in situaties waarin de Nederlandse belanghebbende de minst complexe entiteit is waaraan een beperkte winst toekomt. Om dit te voorkomen, kan  als de betreffende buitenlandse bevoegde autoriteit hiermee akkoord gaat  een kritische veronderstelling in de (internationale) overeenkomst worden opgenomen op grond waarvan rekening wordt gehouden met verrekenprijscorrecties uit landen die niet bij de bilaterale of multilaterale APA zijn betrokken.
## 9. Ingetrokken regelingen
De besluiten van 3 juni 2014, nrs. DGB 2014/3098, DGB 2014/3099 en DGB 2014/3101 worden ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.