2017-04-12 | BWBR0006041 | Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie

This commit is contained in:
Coornhert 2017-04-12 12:00:00 +00:00
parent 509882be19
commit d556cbb9ef

View file

@ -18,19 +18,21 @@ citeertitel: Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke a
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;
b. ontslag: een ontslag als bedoeld in artikel 119 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zoals dat op 31 december 2005 gold dan wel artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie;
c. betrokkene: de gewezen ambtenaar in de zin van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, aan wie ontslag bedoeld onder *b* van dit artikel is verleend;
d. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
e. pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP;
f. pensioen: een pensioen krachtens het pensioenreglement;
g. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement;
h. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO;
i. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
j. uitkering: de uitkering bedoeld in artikel 3 van dit besluit;
k. Reglement FPU: het Reglement flexibel pensioen en uittreden ter zake van de basisuitkering en aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 1.1, onder i, van het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP;
l. extra opbouw ouderdomspensioen: het verschil tussen de opbouw conform artikel 7.5 van het pensioenreglement en de opbouw conform de overgangsbepaling B bij artikel 7.5 van het pensioenreglement;
m. versterkt ouderdomspensioen: het bedrag aan ouderdomspensioen dat voorvloeit uit het flexibel pensioen ingevolge het pensioenreglement, alsook de extra inkoop ouderdomspensioen ingevolge overgangsbepaling C bij artikel 7.5 van het pensioenreglement en extra opbouw ouderdomspensioen, en dat op moment van toekenning van de uitkering ingevolge dit besluit kan worden toegerekend aan de periode vanaf het bereiken van de leeftijd van 60 jaar tot het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.
- *ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen:* een ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen krachtens het pensioenreglement;
- *arbeidsongeschiktheid:* arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO en als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet WIA;
- *betrokkene:* de gewezen ambtenaar in de zin van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, aan wie ontslag bedoeld onder b van dit artikel is verleend;
- *extra opbouw ouderdomspensioen:* het verschil tussen de opbouw conform artikel 7.5 van het pensioenreglement en de opbouw conform de overgangsbepaling B bij artikel 7.5 van het pensioenreglement;
- *invaliditeitspensioen:* een invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement;
- *ontslag:* een ontslag als bedoeld in artikel 119 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zoals dat op 31 december 2005 gold dan wel artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Defensie;
- *pensioen:* een pensioen krachtens het pensioenreglement;
- *pensioenreglement: * het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP;
- *Stichting Pensioenfonds ABP:* de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
- *uitkering:* de uitkering bedoeld in artikel 3 van dit besluit;
- *versterkt ouderdomspensioen: * het bedrag aan ouderdomspensioen dat voortvloeit uit het flexibel pensioen ingevolge het pensioenreglement, alsook de extra inkoop ouderdomspensioen ingevolge overgangsbepaling D bij artikel 7.5 van het pensioenreglement en extra opbouw ouderdomspensioen.
- *WAO: * de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- *Wet WIA: *
Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
### Artikel 2
@ -50,11 +52,9 @@ m. versterkt ouderdomspensioen: het bedrag aan ouderdomspensioen dat voorvloeit
### Artikel 3
**1.** De betrokkene die is geboren vóór 1 januari 1950 heeft recht op een uitkering zoals bedoeld in artikel 4 jo artikel 4a.
**1.** De betrokkene die is geboren na 31 december 1949 heeft recht op een uitkering zoals bedoeld in artikel 4 jo artikel 4c.
**2.** De betrokkene die is geboren na 31 december 1949 heeft recht op een uitkering zoals bedoeld in artikel 4 jo artikel 4c.
**3.** Onze Minister beslist over de toekenning van uitkering op aanvraag door de betrokkene.
**2.** Onze Minister beslist over de toekenning van uitkering op aanvraag door de betrokkene.
### Paragraaf . Duur en bedrag van de uitkering
@ -80,27 +80,21 @@ de tijd gedurende welke betrokkene overheidswerknemer is in de zin van de Wet pr
### Artikel 4a
**1.** De in artikel 4 genoemde uitkering wordt, voor zover daarop recht bestaat, verminderd met het bedrag van het flexibel pensioen krachtens het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds Abp, het bedrag van de basisuitkering krachtens het Reglement FPU en het bedrag van de aanvullende uitkering krachtens het Reglement FPU.
**2.** Indien het bedrag van de basisuitkering is verminderd in verband met samenloop van andere inkomsten, wordt voor de toepassing van het eerste lid niettemin uitgegaan van het onverminderde bedrag.
**3.** Indien de op grond van artikel 119 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zoals dat op 31 december 2005 gold dan wel artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie ontslagen ambtenaar niet of niet tijdig de basisuitkering, de aanvullende uitkering en het flexibel pensioen aanvraagt, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt, voor de periode waarin hij dientengevolge geen of niet alle voornoemde uitkeringen ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkeringen die hij vanaf de ontslagdatum zou hebben genoten indien hij de voornoemde uitkeringen wel tijdig zou hebben aangevraagd.
**4.** Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar de basisuitkering of de aanvullende uitkering geheel of ten dele vervallen zijn verklaard dan wel geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, worden deze uitkeringen voor de toepassing van dit artikel steeds aangemerkt als uitkeringen die onverminderd zijn genoten.
**5.** Ingeval naast de in artikel 4 genoemde uitkering inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf als bedoeld in artikel 5 worden genoten, wordt op de uitkering in voorkomend geval boven de vermindering die reeds krachtens het eerste lid van dit artikel plaatsvindt, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de onverminderde uitkering krachtens artikel 4 vermeerderd met het totaal bedrag van de inkomsten, bedoeld in artikel 5, en verminderd met het bedrag van de inkomsten dat reeds in mindering is gebracht op de basisuitkering krachtens het Reglement FPU tezamen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaat.
Vervallen
### Artikel 4b
Voor zover betrokkene de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van zijn pensioenopbouw benut, waardoor ook na het bereiken van de leeftijd van 62 jaar zijn pensioenopbouw voor de helft plaatsvindt, zal namens hem de hiervoor verschuldigde premie worden betaald, met dien verstande dat hiervan geen groter deel ten laste van betrokkene komt dan de pensioenpremie, bedoeld in artikel 4.4, vierde lid, van het Pensioenreglement.
Vervallen
### Artikel 4c
**1.** De in artikel 4 genoemde uitkering wordt, voor zover daarop recht bestaat, verminderd met het bedrag van het versterkt ouderdomspensioen vanaf het bereiken van de leeftijd van 60 jaar.
**1.** De in artikel 4 genoemde uitkering die ingaat vóór het bereiken van de leeftijd van 60 jaar wordt, in afwijking van artikel 9, eerste lid, onder c, gecontinueerd totdat, voor zover daarop recht bestaat, met het versterkt ouderdomspensioen het niveau van de uitkering wordt bereikt.
**2.** Indien de op grond van artikel 119 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zoals dat op 31 december 2005 gold en artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie ontslagen ambtenaar niet of niet tijdig het versterkt ouderdomspensioen bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar aanvraagt, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt, voor de periode waarin hij dientengevolge geen versterkt ouderdomspensioen ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering die hij vanaf de ontslagdatum zou hebben genoten indien hij het voornoemde versterkt ouderdomspensioen wel tijdig zou hebben aangevraagd.
**2.** De in artikel 4 genoemde uitkering die ingaat op of na het bereiken van de leeftijd van 60 jaar wordt, voor zover daarop recht bestaat, verminderd met het bedrag van het versterkt ouderdomspensioen.
**3.** Ingeval naast de in artikel 4 genoemde uitkering inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf als bedoeld in artikel 5 worden genoten, wordt op de uitkering in voorkomend geval boven de vermindering die reeds krachtens het eerste lid plaatsvindt, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de onverminderde uitkering krachtens artikel 4 vermeerder met het totaal bedrag van de inkomsten, bedoeld in artikel 5 tezamen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaat.
**3.** Indien de ambtenaar aan wie ontslag is verleend en wiens uitkering ingaat op of na het bereiken van de leeftijd van 60 jaar niet of niet tijdig het versterkt ouderdomspensioen aanvraagt, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt, voor de periode waarin hij dientengevolge geen versterkt ouderdomspensioen ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering die hij vanaf de ontslagdatum zou hebben genoten indien hij het voornoemde versterkt ouderdomspensioen wel tijdig zou hebben aangevraagd.
**4.** Ingeval naast de in artikel 4 genoemde uitkering inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf als bedoeld in artikel 5 worden genoten, wordt op de uitkering een vermindering toegepast. In voorkomend geval wordt een vermindering toegepast boven de vermindering die reeds krachtens het tweede lid plaatsvindt. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de onverminderde uitkering krachtens artikel 4 vermeerderd met het totaal bedrag van de inkomsten, bedoeld in artikel 5, tezamen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaat.
### Paragraaf . Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf
@ -112,15 +106,9 @@ Voor zover betrokkene de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van zijn pens
**3.** Wanneer de betrokkene arbeid of bedrijf ter hand heeft genomen vóór de dag van het ontslag, anders dan bedoeld in de voorgaande leden en na die dag uit die arbeid of dat bedrijf inkomsten of meer inkomsten gaat genieten, is het eerste lid van toepassing, tenzij de betrokkene aannemelijk maakt, dat die inkomsten of vermeerdering van inkomsten of een gedeelte daarvan noch het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid noch verband houden met het ontslag, in welk geval de inkomsten, die meerdere inkomsten of dat gedeelte daarvan niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid.
**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die wet luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen, alsmede een uitkering krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen aangemerkt als inkomsten in verband met arbeid.
**4.** In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden wordt een tweede uitkering in mindering gebracht op de eerste uitkering. In het geval tevens inkomsten als bedoeld in het eerste en derde lid worden genoten, worden deze inkomsten, na toepassing van de vorige volzin, op de voet van het eerste lid met de tweede uitkering verrekend.
**5.**
In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden wordt een tweede uitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, in mindering gebracht op de eerste uitkering.
In het geval tevens inkomsten als bedoeld in het eerste en derde lid worden genoten, worden deze inkomsten, na toepassing van de eerste volzin, op de voet van het eerste lid met de tweede uitkering verrekend.
**6.** In bijzondere gevallen kan Onze Minister van het hierboven bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken.
**5.** In bijzondere gevallen kan Onze Minister van het hierboven bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken.
### Artikel 6
@ -160,7 +148,7 @@ Indien de betrokkene ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens zie
Het recht op uitkering eindigt:
a. behoudens het bepaalde in het tweede lid, met ingang van de dag waarop de betrokkene recht verkrijgt op een uitkering op grond van de WAO;
a. behoudens het bepaalde in het tweede lid, met ingang van de dag waarop de betrokkene recht verkrijgt op een uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA;
b. met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is overleden;
c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
@ -171,17 +159,17 @@ c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de betrokkene
Het recht op uitkering kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard indien de betrokkene:
a. zich zodanig gedraagt dat hij, ware hij in dienst gebleven, zou zijn ontslagen;
b. weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een uitkering op grond van de WAO.
b. weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA.
### Paragraaf . Aanspraak op toelage
### Artikel 10
**1.** Indien en voorzover de aan betrokkene toegekende uitkering op grond van de WAO, eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen, lager is dan de uitkering waarop hij aanspraak zou hebben gehad, indien er geen sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid, wordt hem het verschil bij wijze van toelage uitgekeerd.
**1.** Indien en voorzover de aan betrokkene toegekende uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA, eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen of een ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen, lager is dan de uitkering waarop hij aanspraak zou hebben gehad, indien er geen sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid, wordt hem het verschil bij wijze van toelage uitgekeerd.
**2.** De betrokkene die na afloop van de periode van 52 weken, bedoeld in artikel 19 van de WAO, geen uitkering op grond van de WAO aanvraagt, wordt voor de toepassing van dit besluit behandeld alsof hem een uitkering op grond van de WAO is toegekend berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
**2.** De betrokkene die na afloop van de periode van 52 weken, bedoeld in artikel 19 van de WAO, geen uitkering op grond van de WAO aanvraagt dan wel die na afloop van de periode van 104 weken, bedoeld in artikel 23 van de Wet WIA, geen uitkering ingevolge de Wet WIA aanvraagt, wordt voor de toepassing van dit besluit behandeld alsof hem een uitkering op grond van de WAO dan wel is toegekend waarbij hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
**3.** Indien de uitkering op grond van de WAO van de betrokkene die ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een uitkering en een uitkering op grond van de WAO, als gevolg van een handelen of nalaten een vermindering ondergaat, of het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt bedoelde uitkering op grond van de WAO voor de toepassing van dit besluit geacht onverminderd te zijn genoten.
**3.** Indien de uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA van de betrokkene die ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een uitkering en een uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA, als gevolg van een handelen of nalaten een vermindering ondergaat, of het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt bedoelde uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA voor de toepassing van dit besluit geacht onverminderd te zijn genoten.
### Paragraaf . Vermindering en niet-uitbetaling van de uitkering