diff --git a/wet/ziektewet/BWBR0001888/README.md b/wet/ziektewet/BWBR0001888/README.md index a2fd6daab79..d7833bb4c83 100644 --- a/wet/ziektewet/BWBR0001888/README.md +++ b/wet/ziektewet/BWBR0001888/README.md @@ -33,8 +33,8 @@ j. continentaal plat: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld k. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; l. minimumloon: het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag of, indien het een persoon jonger dan 22 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van die wet; m. uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. -m. bedrijfsarts: de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet; -n. arbodienst: arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 14a, tweede en derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. +n. bedrijfsarts: de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet; +o. arbodienst: arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 14a, tweede en derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. **2.** @@ -97,7 +97,7 @@ Wie zijn dienstbetrekking buiten Nederland en het continentaal plat vervult, wor a. in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf of beroep of een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger heeft; of b. in Nederland een of meer personen in dienst heeft en hij door of vanwege Onze Minister als werkgever is aangewezen, wordt hij voor de toepassing van de eerste volzin gelijkgesteld met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever. -**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt niet als werknemer beschouwd de vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000. +**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt niet als werknemer beschouwd de vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000. **4.** @@ -119,7 +119,7 @@ c. personen, die slechts tijdelijk in Nederland verblijven of tijdelijk in Neder Bij een maatregel, als bedoeld in het vijfde lid, kan worden afgeweken van het derde lid ten aanzien van: a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland arbeid verrichten, dan wel hebben verricht; -b. vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000. +b. vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onderdeel g of h, van de Vreemdelingenwet 2000. ### Artikel 3a @@ -135,10 +135,10 @@ b. wordt niet als werknemer beschouwd de persoon op wie op grond van een verdrag Als dienstbetrekking wordt mede beschouwd de arbeidsverhouding van: a. degene, die anders dan als zelfstandige en anders dan als thuiswerker, ingevolge een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, persoonlijk een werk tot stand brengt; -b. degene, die de onder *a* bedoelde persoon bij het tot stand brengen van dat werk bijstaat; +b. degene, die de onderdeel *a* bedoelde persoon bij het tot stand brengen van dat werk bijstaat; c. degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans niet door meer dan twee andere personen laat bijstaan; d. degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans niet door meer dan twee andere personen laat bijstaan; -e. de bestuurder van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d; +e. de bestuurder van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel, indien een vennootschap toepassing geeft aan artikel 129a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de uitvoerend bestuurder, bedoeld in artikel 129a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d; f. degene, die als lid van de bemanning van een vissersvaartuig aanspraak heeft op een aandeel in de besomming, tenzij hij 1°. als zodanig tegen geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid verzekerd is bij het Sociaal Fonds voor de Maatschapsvisserij of @@ -148,7 +148,7 @@ h. degene, die als bestuurder werkzaam is ten behoeve van een coöperatie die me i. de persoon die op grond van de Kaderwet dienstplicht zijn militaire dienstplicht vervult dan wel de persoon die op grond van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst is verplicht tot het verrichten van vervangende dienst; j. de persoon die op grond van artikel 37 van de Oorlogswet voor Nederland is aangemerkt als militair. -**2.** Het bepaalde in het vorige lid, onder *a* en *b*, blijft buiten toepassing, indien de onder *a* bedoelde overeenkomst rechtstreeks is aangegaan met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden. +**2.** Het bepaalde in het vorige lid, onderdelen a en b, blijft buiten toepassing, indien de onderdeel a bedoelde overeenkomst rechtstreeks is aangegaan met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden. **3.** @@ -177,10 +177,10 @@ c. directeur-grootaandeelhouder is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderde ### Artikel 5 -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld, ingevolge welke eveneens als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van: +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld, ingevolge welke eveneens als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van: a. degene, die als thuiswerker arbeid verricht; -b. degene, die de onder *a* bedoelde persoon als hulp bij het verrichten van de arbeid bijstaat; +b. degene, die de onderdeel *a* bedoelde persoon als hulp bij het verrichten van de arbeid bijstaat; c. degene, die als musicus of anderszins als artiest optreedt dan wel als beroep een tak van sport beoefent; d. degene, die tegen beloning persoonlijk arbeid verricht en wiens arbeidsverhouding niet reeds ingevolge de voorgaande bepalingen als dienstbetrekking wordt beschouwd, doch hiermede maatschappelijk gelijk kan worden gesteld. @@ -271,7 +271,7 @@ Werkgever is de overheidswerkgever onderscheidenlijk de natuurlijke persoon tot Als werkgever wordt beschouwd: -1°. in de gevallen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder: +a. in de gevallen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel: *a* en *b*: de aanbesteder; @@ -288,20 +288,22 @@ Als werkgever wordt beschouwd: *i*: Onze Minister van Defensie onderscheidenlijk Onze Minister; *j*: Onze Minister van Defensie. -2°. in de gevallen, bedoeld in artikel 5, onder: a: de opdrachtgever; +b. in de gevallen, bedoeld in artikel 5, onderdeel: + +*a*: de opdrachtgever; *b*: de thuiswerker; *c*: degene, met wie het optreden of de sportbeoefening is overeengekomen; *d*: degene, die bij de in artikel 5 bedoelde algemene maatregel van bestuur als werkgever wordt aangewezen. -3°. de aangewezen inhoudingsplichtige, bedoeld in artikel 6, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. +c. de aangewezen inhoudingsplichtige, bedoeld in artikel 6, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. ### Artikel 11 -**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt als werkgever beschouwd in de gevallen, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, artikel 8, onderdelen a en c, artikel 8a en artikel 8c, onderdeel a. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt als werkgever beschouwd in de gevallen, bedoeld in de artikelen 7, onderdeel a, 8, onderdelen a en c, 8a en 8c, onderdeel a. -**2.** In de gevallen, bedoeld in artikel 7, onderdeel b, artikel 8, onderdeel b, en artikel 8c, onderdeel b, wordt als werkgever beschouwd degene, die door Onze Minister als werkgever wordt aangewezen. +**2.** In de gevallen, bedoeld in de artikelen 7, onderdeel b, 8, onderdeel b, en 8c, onderdeel b wordt als werkgever beschouwd degene, die door Onze Minister als werkgever wordt aangewezen. **3.** Ingeval het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de uitkering of toeslag, bedoeld in de artikelen genoemd in het eerste lid, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10 of 12, teneinde deze uitkering of toeslag door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van het eerste lid, deze in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever. @@ -375,7 +377,7 @@ Vervallen **1.** -In afwijking van artikel 19 heeft de verzekerde die geen werkgever heeft jegens wie hij, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet, nadat na de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, recht op ziekengeld overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde, indien de verzekerde: +In afwijking van artikel 19 heeft de verzekerde die geen werkgever heeft jegens wie hij, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van deze wet, nadat na de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, recht op ziekengeld overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde, indien de verzekerde: a. ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, als bedoeld in artikel 19; en b. als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. @@ -449,7 +451,7 @@ b. de eventueel in dat verdrag of besluit aanwezige beperkingen. ### Artikel 19d -Geen recht op ziekengeld heeft de verzekerde die geen werkgever heeft jegens wie hij bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk wetboek dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet en die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en ten aanzien van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een verkorte wachttijd heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 23, zesde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. +Geen recht op ziekengeld heeft de verzekerde die geen werkgever heeft jegens wie hij bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk wetboek dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van deze wet en die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en ten aanzien van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een verkorte wachttijd heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 23, zesde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. ### Artikel 19e @@ -489,7 +491,7 @@ Vervallen ### Artikel 26a -Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan nadere regelen geven in geval van samenloop van verzekering ingevolge deze wet uit meerderen hoofde. +Vervallen ### Artikel 27 @@ -499,7 +501,7 @@ Vervallen **1.** De verzekerde is bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht, zo dikwijls dit nodig wordt geoordeeld, zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek door een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aangewezen arts, zich op last van de arts tot het ondergaan van zodanig onderzoek te laten opnemen in de hem aangewezen inrichting, en in het algemeen de voorschriften van de arts die ertoe strekken om een geneeskundig onderzoek mogelijk te maken, op te volgen. -**2.** De voor de verzekerde aan een geneeskundig onderzoek verbonden kosten worden aan hem door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vergoed. Door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen dienaangaande regelen worden gesteld. +**2.** De voor de verzekerde aan een geneeskundig onderzoek verbonden kosten worden aan hem door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vergoed. Door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen dienaangaande regels worden gesteld. #### Hoofdstuk II. Van het ziekengeld @@ -581,7 +583,7 @@ a. die onmiddellijk voorafgaand aan een dienstbetrekking als bedoeld in artikel b. van wie in een arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat hij op de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of van het tijdvak, bedoeld in artikel 24 of 25, negende lid, van die wet: 1°. minder dan 35% arbeidsongeschikt is, -2°. alsmede op de eerste dag van elf weken voorafgaand aan die dag geen dienstbetrekking had met een andere dan zijn eigen werkgever, tenzij de dienstbetrekking met die andere werkgever reeds bestond op de eerste dag van de wachttijd, +2°. alsmede op de eerste dag van elf weken voorafgaand aan die dag geen dienstbetrekking meer had of geen dienstbetrekking had met een andere werkgever dan zijn eigen werkgever, tenzij de dienstbetrekking met die andere werkgever reeds bestond op de eerste dag van de wachttijd, 3°. niet in staat is tot het verrichten van eigen of andere passende arbeid bij de eigen werkgever, en 4°. binnen vijf jaar na die dag in dienstbetrekking werkzaamheden gaat verrichten bij een werkgever, c. die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten, of @@ -598,7 +600,7 @@ b. die een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever als bedoeld in a c. wiens dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3, 4 of 5, is aangevangen voordat zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ontstond, omdat die dienstbetrekking is aangevangen voordat hij achttien jaar werd, d. die onmiddellijk voorafgaande aan zijn dienstbetrekking met een werkgever, niet zijnde een werkgever als bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening, een dienstbetrekking had als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of een dienstbetrekking had, die is aangewezen op grond van artikel 38f, vijfde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen of een nog geldende indicatiebeschikking had op grond van artikel 11 van de Wet sociale werkvoorziening, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014, e. die, voorafgaand aan zijn dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3, 4 of 5 die is aangevangen op of na 1 januari 2015, een persoon is die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet naar een dienstbetrekking is of werd toegeleid of een persoon is ten behoeve van wie loonkostensubsidie wordt verstrekt op grond van artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet, en van wie door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet, dan wel van wie door het college van burgemeester en wethouders in overeenstemming met de eisen gesteld aan een loonwaardevaststelling op grond van artikel 10d, eerste of tweede lid, van de Participatiewet een loonwaarde is vastgesteld die bij voltijdse arbeid minder bedraagt dan het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet, of -f. die arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet, niet zijnde een werknemer als bedoeld in onderdeel e +f. die arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, niet zijnde een werknemer als bedoeld in onderdeel e heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen na aanvang van de dienstbetrekking. Het recht op ziekengeld van de werknemer, bedoeld in onderdeel c, ontstaat niet eerder dan zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Het recht op ziekengeld van de werknemer, bedoeld in onderdeel e, ontstaat niet eerder dan het moment waarop hij een arbeidsbeperkte wordt als bedoeld in artikel 38b, eerste of tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen. @@ -631,7 +633,7 @@ Indien ten aanzien van een werknemer als bedoeld in de artikelen 29b en 90 van d ### Artikel 29d -**1.** De werknemer die is geboren voor 8 juli 1954 en die onmiddellijk voorafgaand aan een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3, 4 of 5 gedurende ten minste 52 weken recht had op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken wegens ziekte recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van zijn dienstbetrekking. Voor het bepalen van de perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte is artikel 29, vijfde lid, tweede en derde zin, van overeenkomstige toepassing. De uitbetaling van het ziekengeld, bedoeld in de eerste zin, vindt niet eerder plaats dan de eerste dag van de veertiende week van de ongeschiktheid tot werken. +**1.** De werknemer die is geboren voor 8 juli 1954 en die onmiddellijk voorafgaand aan een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3, 4 of 5, welke is aangevangen vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, en gedurende ten minste 52 weken recht had op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken wegens ziekte recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van zijn dienstbetrekking. Voor het bepalen van de perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte is artikel 29, vijfde lid, tweede en derde zin, van overeenkomstige toepassing. De uitbetaling van het ziekengeld, bedoeld in de eerste zin, vindt niet eerder plaats dan de eerste dag van de veertiende week van de ongeschiktheid tot werken. **2.** Het ziekengeld, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 70% van het dagloon van de werknemer. @@ -641,6 +643,10 @@ Indien ten aanzien van een werknemer als bedoeld in de artikelen 29b en 90 van d **5.** Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden onderbrekingen van het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet van ten hoogste vier weken gelijkgesteld met perioden waarin de werknemer recht had op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. +**6.** De werknemer die is geboren voor 1 januari 1962 en die onmiddellijk voorafgaand aan een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3, 4 of 5, welke is aangevangen in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2019, gedurende ten minste 52 weken recht had op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken wegens ziekte recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van zijn dienstbetrekking. + +**7.** Met uitzondering van de eerste volzin van het eerste lid, zijn het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing op het zesde lid. + ### Artikel 29e Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2014/216. @@ -763,7 +769,7 @@ c. geen eisen te stellen in verband met door hem te verrichten arbeid die het aa **4.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de door hem daartoe aangewezen deskundige kunnen degene aan wie ziekengeld is toegekend voorschriften geven in het belang van een behandeling of van genezing dan wel voorzover dit voortvloeit uit de taak, bedoeld in artikel 30 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, tot behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid. -**5.** Onder passende arbeid als bedoeld in het eerste lid wordt, gedurende de eerste periode van zes maanden waarin recht bestaat op ziekengeld, verstaan arbeid die aansluit bij de arbeid waaruit de werknemer ziek is geworden. Na deze periode van zes maanden is alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, passend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd. Niet als passend wordt beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet sociale werkvoorziening of arbeid op grond waarvan men niet als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet wordt aangemerkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het begrip passende arbeid, waarbij tevens wordt bepaald op welke wijze wordt vastgesteld of arbeid aansluit bij de arbeid waaruit de werknemer ziek is geworden, alsmede in welke gevallen een periode waarin een recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet bestaat, wordt meegeteld bij de vaststelling van de periode, bedoeld in de eerste zin. +**5.** Onder passende arbeid als bedoeld in het eerste lid wordt, gedurende de eerste periode van zes maanden waarin recht bestaat op ziekengeld, verstaan arbeid die aansluit bij de arbeid waaruit de werknemer ziek is geworden. Na deze periode van zes maanden is alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, passend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd. Niet als passend wordt beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening of arbeid op grond waarvan men niet als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet wordt aangemerkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het begrip passende arbeid, waarbij tevens wordt bepaald op welke wijze wordt vastgesteld of arbeid aansluit bij de arbeid waaruit de werknemer ziek is geworden, alsmede in welke gevallen een periode waarin een recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet bestaat, wordt meegeteld bij de vaststelling van de periode, bedoeld in de eerste zin. ### Artikel 30aa @@ -835,7 +841,7 @@ d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer afl **5.** -De in het derde lid, onder a en b, genoemde termijn is drie jaar indien: +De in het derde lid, onderdelen a en b, genoemde termijn is drie jaar indien: a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 49. @@ -922,7 +928,7 @@ c. bij ontstentenis van de in de onderdelen *a* en *b* bedoelde personen, aan de **1.** De werkgever van de verzekerde die bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, doet, uiterlijk op de eerste dag nadat de ongeschiktheid van die werknemer 42 weken heeft geduurd, aangifte van die ongeschiktheid bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De werkgever geeft daarbij de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken op. Voor het bepalen van het tijdvak van 42 weken worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van 42 weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. -**2.** Onverminderd het eerste lid doet de werkgever van de verzekerde, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel c, aangifte van de ongeschiktheid tot werken van die verzekerde aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op de laatste werkdag voordat de dienstbetrekking eindigt. Indien tussen de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken en de laatste werkdag, bedoeld in de eerste zin, ten minste zes weken is gelegen stelt de werkgever, die geen eigenrisicodrager is, uiterlijk op die laatste werkdag in overleg met de werknemer een reïntegratieverslag op en verstrekt de werkgever hiervan een afschrift aan de werknemer. De werknemer verstrekt op diens verzoek het reïntegratieverslag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt of de werkgever en de werknemer in redelijkheid hebben kunnen komen tot de reïntegratie-inspanningen, die zijn verricht. +**2.** Onverminderd het eerste lid doet de werkgever van de verzekerde, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel c, aangifte van de ongeschiktheid tot werken van die verzekerde aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op de laatste dag van de dienstbetrekking. Indien tussen de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken en de laatste dag, bedoeld in de eerste zin, ten minste zes weken is gelegen stelt de werkgever, die geen eigenrisicodrager is, uiterlijk op die laatste dag van de dienstbetrekking in overleg met de werknemer een reïntegratieverslag op en verstrekt de werkgever hiervan een afschrift aan de werknemer. De werknemer verstrekt op diens verzoek het reïntegratieverslag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt of de werkgever en de werknemer in redelijkheid hebben kunnen komen tot de reïntegratie-inspanningen, die zijn verricht. **3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de werkgever de verplichting, bedoeld in het eerste lid, of in de eerste zin van het tweede lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen. De artikelen 45a, achtste tot en met elfde lid, en 45g, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. @@ -1007,7 +1013,7 @@ b. vanaf de dag waarop de vrouwelijke werknemer recht had kunnen hebben op een u ### Artikel 39c -De vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wegens verhaal als bedoeld in artikel 39a, eerste lid, is bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaat boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van de artikelen 287 en 288 onder a, alsmede dat van artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. +De vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wegens verhaal als bedoeld in artikel 39a, eerste lid, is bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaat boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van de artikelen 287 en 288, onderdeel a, alsmede dat van artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. ### Artikel 39d @@ -1064,7 +1070,7 @@ f. indien met betrekking tot de ongeschiktheid tot werken bij de uitvoering van g. indien de verzekerde zijn ongeschiktheid tot werken opzettelijk heeft veroorzaakt; h. indien de verzekerde de verplichting bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of niet behoorlijk is nagekomen; i. indien de verzekerde de verplichting bedoeld in artikel 31, eerste lid, of 49 niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen; -j. indien de verzekerde door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het sectorfonds, het Uitvoeringsfonds voor de overheid of de Werkhervattingskas benadeelt of zou kunnen benadelen. Onder benadeling in de zin van dit onderdeel is niet begrepen het niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 31, eerste lid, en 49; +j. indien de verzekerde door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het sectorfonds, het Uitvoeringsfonds voor de overheid, de Werkhervattingskas of de eigenrisicodrager benadeelt of zou kunnen benadelen. Onder benadeling in de zin van dit onderdeel is niet begrepen het niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 31, eerste lid, en 49; k. indien de verzekerde een hem op grond van de artikelen 29g of 30 opgelegde verplichting niet nakomt, tenzij artikel 30, tweede lid, van toepassing is; l. indien de verzekerde zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid; m. indien de verzekerde zonder deugdelijke grond weigert of heeft geweigerd mee te werken aan door zijn werkgever of door een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de verzekerde in staat te stellen passende arbeid te verrichten, dan wel indien bij de behandeling van de aangifte of de beoordeling, bedoeld in artikel 38, tweede lid, blijkt dat de verzekerde zonder deugdelijke grond onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht; @@ -1076,7 +1082,7 @@ r. indien de verzekerde zich niet onthoudt van zeer ernstige misdragingen jegens **2.** Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de verzekerde de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. -**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 31, eerste lid, 38, tweede lid, derde zin, of 49, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven. +**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 31, eerste lid, 38, tweede lid, derde zin, of 49, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of ter zake van het zich niet houden aan een voorschrift als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven. **4.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. @@ -1283,7 +1289,7 @@ Artikel 29b, eerste lid, onderdeel b, tweede, negende en tiende lid, zoals dat l De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats zijn: a. werkzaamheden, waartoe de persoon, bedoeld in het eerste lid, met zijn krachten en bekwaamheden in staat is; -b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de persoon, bedoeld in het eerste lid, heeft afgesloten; +b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheidsverzekering ten behoeve van de persoon, bedoeld in het eerste lid, heeft afgesloten; c. werkzaamheden, die de persoon, bedoeld in het eerste lid, niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en d. werkzaamheden waarbij er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden. @@ -1355,7 +1361,7 @@ Vervallen ### Artikel 63a -**1.** De eigenrisicodrager verricht met betrekking tot de personen, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, de werkzaamheden ter zake van de voorbereiding van besluiten op grond van deze wet inzake uitkeringen, met uitzondering van besluiten op grond van artikel 45a en besluiten op grond van bezwaar of beroep. De eigenrisicodrager begeleidt de personen, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, bij gebleken ongeschiktheid als zou hij in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot de eigenrisicodrager staan, met toepassing van artikel 26, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel artikel 71b, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. +**1.** De eigenrisicodrager verricht met betrekking tot de personen, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, de werkzaamheden ter zake van de voorbereiding van besluiten op grond van deze wet inzake uitkeringen, met uitzondering van besluiten op grond van artikel 45a en besluiten op grond van bezwaar of beroep. De eigenrisicodrager begeleidt de personen, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, bij gebleken ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte als zou hij in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot de eigenrisicodrager staan, met toepassing van artikel 26, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel artikel 71b, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. **2.** Bij de uitvoering van het eerste lid treedt de eigenrisicodrager voor de toepassing van de artikelen 28, eerste lid, 29g, tweede lid, 30, derde lid, 37, eerste lid, en 39, eerste en tweede lid, in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De eerste zin blijft buiten toepassing voorzover noodzakelijk voor het verrichten van werkzaamheden op grond van het vierde of vijfde lid door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. @@ -1385,11 +1391,17 @@ Vervallen ### Artikel 63c -**1.** De eigenrisicodrager neemt ter zake van de begeleiding van zijn zieke werknemers artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de Arbeidsomstandighedenwet in acht en legt bij de aanvraag, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen, een afschrift over van de schriftelijke vastlegging, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de eerstgenoemde wet. +**1.** De eigenrisicodrager laat zich ter zake van de begeleiding bij gebleken ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte van de personen, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, tweede zin, bijstaan door een bedrijfsarts of arbodienst. Hetgeen bij of krachtens de artikelen 14, tweede, vierde tot en met elfde, en vijftiende lid, 14a, 16, eerste lid, tweede lid, onderdeel b, vierde lid, onderdeel b, en tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsarts of arbodienst is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «werkgever» wordt gelezen «de eigenrisicodrager» en voor «werknemer» «de persoon, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, tweede zin, van de Ziektewet» en dat de verplichting tot schriftelijke vastlegging door of vanwege een overeenkomst, bedoeld in artikel 14, vierde en vijfde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, slechts betrekking heeft op de taak, bedoeld in de eerste zin. -**2.** Indien de werkgever zich met betrekking tot de begeleiding van zijn zieke werknemers niet meer laat bijstaan door een bedrijfsarts of een arbodienst meldt hij dat zo spoedig mogelijk. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de werkgever deze verplichting niet is nagekomen. De artikelen 45a, derde, vierde en vijfde lid, 45c, en 45g, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. +**2.** Met het toezicht op de naleving en met de uitoefening van specifieke handhavingsbevoegdheden ten aanzien van het eerste lid is belast de toezichthouder, bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet, respectievelijk de aangewezen toezichthouder of ambtenaar, bedoeld in de artikelen 27, 28a, 28b, 30 en 34 van de Arbeidsomstandighedenwet. Bij de uitoefening van het toezicht op en de handhaving van het eerste lid, beschikken de toezichthouder en de aangewezen toezichthouder of ambtenaar over dezelfde bevoegdheden als waarover zij, ten aanzien van de artikelen, genoemd in het eerste lid, tweede zin, beschikken in het kader van de Arbeidsomstandighedenwet, met dien verstande dat in artikel 24 en de genoemde artikelen van de Arbeidsomstandighedenwet voor «werkgever» wordt gelezen «de eigenrisicodrager» en voor «werknemer» «de persoon, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, tweede zin, van de Ziektewet». -**3.** De toestemming, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen kan, onverminderd het tiende lid van dat artikel, door de inspecteur, bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering sociale verzekeringen, zonder aanvraag van de werkgever met onmiddellijke ingang bij voor bezwaar vatbare beschikking worden beëindigd, indien de werkgever zich met betrekking tot de begeleiding van zijn zieke werknemers niet meer laat bijstaan door een bedrijfsarts of een arbodienst. +**3.** Het niet naleven van het eerste lid, eerste zin, en van de in het eerste lid, tweede zin, van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen 14, tweede lid, onder a tot en met f, vierde en vijfde lid, en 14a, tweede en derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet wordt als overtreding aangemerkt. Het niet naleven van het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 16, tiende lid, en van de krachtens de in het eerste lid, tweede zin, genoemde artikelen vastgestelde voorschriften voor zover het niet naleven van die voorschriften op grond van het genoemde artikel 16, tiende lid, als overtreding is aangemerkt, wordt als overtreding aangemerkt. De artikelen 34 tot en met 43 van de Arbeidsomstandighedenwet zijn van overeenkomstige toepassing. + +**4.** De werkgever legt bij de aanvraag, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen, een afschrift over van de schriftelijke vastlegging, bedoeld in het eerste lid, tweede zin. + +**5.** Indien de eigenrisicodrager zich met betrekking tot de begeleiding, bedoeld in het eerste lid, niet meer laat bijstaan door een bedrijfsarts of een arbodienst meldt hij dat zo spoedig mogelijk aan de inspecteur, bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering sociale verzekeringen, en aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de eigenrisicodrager deze verplichting niet is nagekomen. De artikelen 45a, derde, vierde en vijfde lid, 45c, en 45g, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. + +**6.** De toestemming, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen kan, onverminderd het tiende lid van dat artikel, door de inspecteur, bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering sociale verzekeringen, zonder aanvraag van de eigenrisicodrager met onmiddellijke ingang bij voor bezwaar vatbare beschikking worden beëindigd, indien de eigenrisicodrager zich met betrekking tot de begeleiding, bedoeld in het eerste lid, niet meer laat bijstaan door een bedrijfsarts of een arbodienst. ### Artikel 63d @@ -1475,12 +1487,12 @@ c. gedurende het tijdvak, waarover een uitkering krachtens de Wet werk en inkome Het verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering wordt ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: -a. door de in artikel 64, eerste lid, onderdeel a, b en c, bedoelde personen binnen dertien weken na het einde van hun verplichte verzekering; +a. door de in artikel 64, eerste lid, onderdelen a, b en c, bedoelde personen binnen dertien weken na het einde van hun verplichte verzekering; b. door de in artikel 64, eerste lid, onderdeel f, bedoelde personen binnen dertien weken na dagtekening van de beschikking waarbij het recht op een uitkering werd beëindigd; c. door de in artikel 64, eerste lid, onderdelen g, h en i, bedoelde personen binnen dertien weken na de dagtekening van de beschikking, waarbij de arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk werd toegekend, herzien of ingetrokken. d. door de in artikel 64, eerste lid, onderdeel j, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop zijn werkzaamheden als zelfstandige of zijn werkzaamheden als echtgenoot van de zelfstandige in diens bedrijfs- of beroepsuitoefening, een aanvang hebben genomen; e. door de in artikel 64, tweede lid, onderdeel a, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop de verplichte verzekering is geëindigd; -f. door de in artikel 64, tweede lid, onderdeel b, c en e bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in artikel 64, tweede lid, onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, binnen dertien weken na de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen; +f. door de in artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c en e bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in artikel 64, tweede lid, onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, binnen dertien weken na de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen; g. door de in artikel 64, tweede lid, onderdeel d, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop zijn werkzaamheden buiten Nederland een aanvang hebben genomen. **2.** De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde personen worden geacht een verzoek om toelating binnen dertien weken na de dagtekening van de beschikking te hebben gedaan, indien dit verzoek geschiedt binnen vier weken na de dag, waarop zij redelijkerwijze hebben kunnen kennis nemen van die beschikking. @@ -1491,11 +1503,11 @@ g. door de in artikel 64, tweede lid, onderdeel d, bedoelde persoon: binnen dert De vrijwillige verzekering vangt aan: -a. voor de in artikel 64, eerste lid, onderdeel a, b en c, en tweede lid, onderdeel a, bedoelde persoon: op de dag na die, waarop de verplichte verzekering is geëindigd; +a. voor de in artikel 64, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdeel a, bedoelde persoon: op de dag na die, waarop de verplichte verzekering is geëindigd; b. voor de in artikel 64, eerste lid, onderdelen d, e en j, bedoelde persoon: op de dag van ontvangst van zijn verzoek om toelating; c. voor de in artikel 64, eerste lid, onderdeel f, bedoelde persoon: op de dag met ingang waarvan het recht op een uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is beëindigd; d. voor de in artikel 64, eerste lid, onderdelen g, h en i, bedoelde persoon: op de dag met ingang waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt toegekend, herzien of ingetrokken; -e. voor de in artikel 64, tweede lid, onderdeel b, c en e bedoelde persoon: op de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in artikel 64, tweede lid, onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, op de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen; +e. voor de in artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c en e bedoelde persoon: op de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in artikel 64, tweede lid, onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, op de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen; f. voor de in artikel 64, tweede lid, onderdeel d, bedoelde persoon: op de dag, waarop zijn werkzaamheden buiten Nederland een aanvang hebben genomen. ### Artikel 67 @@ -1589,7 +1601,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking t ### Artikel 73b -Het bezwaar of beroep van een werkgever tegen de in artikel 63a, derde lid, bedoelde betaling dan wel tegen het verhaal, bedoeld in artikel 63e, eerste lid, dan wel tegen de opslag of korting, bedoeld in de artikelen 38, derde of vierde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen kan niet zijn gegrond op de grief, dat een uitkering op grond van deze wet ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. +Het bezwaar of beroep van een werkgever tegen de in artikel 63a, derde lid, bedoelde betaling dan wel tegen het verhaal, bedoeld in artikel 63e, eerste lid, dan wel tegen de opslag of korting, bedoeld in artikel 38, derde of vierde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen kan niet zijn gegrond op de grief, dat een uitkering op grond van deze wet ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. ### Artikel 74 @@ -1781,7 +1793,7 @@ Indien betrokkene voor de aanvang van zijn dienstbetrekking of ambtsvervulling e ### Artikel 77 -Hij, die niet voldoet aan een der verplichtingen, omschreven in artikel 13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. +Hij, die niet voldoet aan een der verplichtingen, omschreven in artikel 13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. ### Artikel 78 @@ -1819,7 +1831,7 @@ De termijnen van het ziekengeld, welke niet zijn ingevorderd binnen twee jaren n ### Artikel 86 -Artikel 15 en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel A, van de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in socialeverzekeringswetten, blijven van toepassing op de persoon wiens recht op ziekengeld is ontstaan voor de datum van inwerkingtreding van dat artikel met betrekking tot die uitkering. +Vervallen ### Artikel 86a @@ -1855,7 +1867,7 @@ Vervallen ### Artikel 87b -Artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet, zoals dat luidt na de inwerkingtreding van de wet van 29 december 2008 tot wijziging van de Ziektewet om uitkering van ziekengeld mogelijk te maken aan personen die op zaterdagen en zondagen werken (Stb. 152) is niet van toepassing op verzekerden voor wie de eerste kalenderweek van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid volledig is gelegen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet. +Vervallen ### Artikel 87c @@ -1871,7 +1883,7 @@ Artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet, zoals dat luidt na de inwerkingtreding ### Artikel 89 -De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in deze wet gestelde termijnen van uitkering van geldelijke schadeloosstelling alsmede op de termijnen, gesteld in de artikelen 6, tweede lid, onder a en c, 29, vijfde lid, 35 en 46, eerste en vierde lid. +De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in deze wet gestelde termijnen van uitkering van geldelijke schadeloosstelling alsmede op de termijnen, gesteld in de artikelen 6, tweede lid, onderdelen a en c, 29, vijfde lid, 35 en 46, eerste en vierde lid. ### Artikel 90 @@ -1895,7 +1907,7 @@ Artikel 29b, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 1.4 ### Artikel 91a -Met betrekking tot personen die op of na 1 januari 2004 maar voor 15 augustus 2004 ziek zijn geworden wordt in artikel 29b, eerste lid, onderdeel c, aanhef, voor «bedoeld in artikel 24 of 25, negende lid, van die wet» gelezen: bedoeld in artikel 24 van die wet of het tijdvak dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 123b, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. +Vervallen ### Artikel 92 @@ -1913,11 +1925,11 @@ In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van artikel 52a, derde li ### Artikel 95 -De artikelen van deze wet zoals deze luidden voor de datum van inwerkingtreding van de Tijdelijke wet compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalig langdurig werklozen, blijven van toepassing op dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 3, 4, of 5, die zijn aangegaan voor die datum. +Vervallen ### Artikel 96 -Wijzigt deze wet. +Vervallen ### Artikel 97 @@ -1970,7 +1982,7 @@ b. recht heeft op toekenning of heropening van een arbeidsongeschiktheidsuitkeri Het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder vastgesteld, dan nadat: -a. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd (Kamerstukken 34 073) in de praktijk gedurende de eerste twee jaren na inwerkingtreding van die wet, aan de beide kamers der Staten-Generaal heeft gezonden; en +a. Onze Minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd (Kamerstukken 34 073) in de praktijk gedurende de eerste twee jaren na inwerkingtreding van die wet, aan de beide kamers der Staten-Generaal heeft gezonden; en b. acht weken zijn verstreken nadat het voornemen tot het vaststellen van dat tijdstip is meegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. ### Artikel 105 @@ -1987,3 +1999,11 @@ b. die voor het tijdstip van inwerkingtreding en tevens, al dan niet na een onde ### Artikel 106 Artikel 63e is niet van toepassing voor zover de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen voor de datum van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel D, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. + +### Artikel 107 + +Artikel 4, eerste lid, onderdeel e, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel XXXII, onderdeel Da, van de Verzamelwet SZW 2018, blijft van toepassing op een recht op uitkering op grond van deze wet of op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet arbeid en zorg dat is ontstaan voor de inwerkingtreding van artikel XXXII, onderdeel Da, van de Verzamelwet SZW 2018. + +### Artikel 108 + +Deze wet wordt aangehaald als: Ziektewet.