2024-12-31 | BWBR0049111 | Wet minimumbelasting 2024

This commit is contained in:
Coornhert 2024-12-31 12:00:00 +00:00
parent cc50593eb6
commit d5a5bf3489

View file

@ -108,12 +108,21 @@ c. een entiteit waarvan het belang onmiddellijk wordt gehouden door een uitgeslo
d. een entiteit is die wordt gehouden door een multinationale groep of binnenlandse groep die uitsluitend bestaat uit uitgesloten entiteiten; of
e. een met een joint venture verbonden partij is;
- *joint venture-groep:* een joint venture en een of meer met een joint venture verbonden partijen gezamenlijk;
- *kwalificerend belang:* een belang in een doorkijkentiteit dat is opgenomen in de financiële verslaggeving met toepassing van een andere methode dan die waarbij de activa, passiva, inkomsten, uitgaven en kasstromen van die entiteit integraal worden geconsolideerd en ten aanzien waarvan het totale rendement zonder kwalificerend doorgeleid belastingvoordeel naar verwachting minder bedraagt dan het totale bedrag dat door de houder van dit belang in dit belang is geïnvesteerd;
- *kwalificerend belang:* een investering in een doorkijkentiteit die:
a. voor fiscale doeleinden als een belang in het eigen vermogen van die entiteit wordt aangemerkt;
b. in overeenstemming met een geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard in de staat waar die entiteit opereert als eigen vermogen wordt aangemerkt;
c. is opgenomen in de financiële verslaglegging met toepassing van een andere methode dan die waarbij de activa, passiva, inkomsten, uitgaven en kasstromen van die entiteit integraal worden geconsolideerd in de geconsolideerde jaarrekening; en
d. ten aanzien waarvan het totale rendement zonder doorgeleid belastingvoordeel naar verwachting minder bedraagt dan het totale bedrag dat door de investeerder is ingebracht;
- *kwalificerend doorgeleid belastingvoordeel:* een bedrag dat bestaat uit:
a. een belastingtegoed dat tot uitdrukking komt bij de houder van een kwalificerend belang; of
b. verrekenbare verliezen die tot uitdrukking komen bij de houder van een kwalificerend belang vermenigvuldigd met het toepasselijke nominale belastingtarief;
- *kwalificerend inkomen of verlies:* de nettowinst of het nettoverlies uit de financiële verslaggeving van een groepsentiteit, aangepast in overeenstemming met de regels in de hoofdstukken 6, 9 en 10;
- *kwalificerend verhandelbaar belastingtegoed:* een belastingtegoed dat door de gerechtigde tot dat tegoed in de staat van toekenning in mindering kan worden gebracht op een betrokken belasting en dat:
a. overdraagbaar is binnen een markt aan een niet-gelieerde partij in het verslagjaar waarin aan de voorwaarden voor toepassing van dat tegoed is voldaan (oorsprongsjaar) of binnen vijftien maanden na het einde van het oorsprongsjaar of, indien het tegoed is aangeschaft, overdraagbaar is in het verslagjaar waarin het tegoed is aangeschaft; en
b. verhandelbaar is voor een prijs die ten minste gelijk is aan 80% van de netto contante waarde van het belastingtegoed, waarbij de netto contante waarde wordt bepaald op basis van het rendement tot de vervaldag op een schuldinstrument dat is uitgegeven door de overheid die het belastingtegoed heeft uitgegeven met een gelijke of vergelijkbare looptijd van maximaal vijf jaar, in het oorsprongsjaar of, indien het tegoed is aangeschaft, in het jaar van aanschaf;
- *kwalificerende binnenlandse bijheffing:* een belasting die is geïmplementeerd in het nationale recht van een staat, mits die staat geen voordelen toekent die gerelateerd zijn aan die belasting, die:
a. voorziet in de vaststelling van de overwinst van de groepsentiteiten in die staat en de toepassing van het bijheffingspercentage op die overwinst in overeenstemming met de maatregelen uit Richtlijn (EU) 2022/2523 of, met betrekking tot derde staten, de OESO-modelregels, met dien verstande dat het bijheffingspercentage dient te worden vastgesteld op basis van het in overeenstemming met artikel 7.5, negende lid, berekende effectieve tarief voor Nederland of een daarmee vergelijkbare bepaling voor andere staten; en
@ -142,6 +151,7 @@ b. een vaste inrichting waarvan de hoofdentiteit een joint venture of een met ee
- *multinationale groep:* een groep die ten minste één entiteit of vaste inrichting omvat die niet is gevestigd, onderscheidenlijk gelegen, in de staat waarin de uiteindelijkemoederentiteit is gevestigd;
- *nettoboekwaarde van materiële activa:* het gemiddelde van de begin- en eindwaarde van materiële activa, rekening houdend met geaccumuleerde afschrijvingen, waardeverminderingen en afwaarderingen, zoals opgenomen in de financiële verslaggeving;
- *niet-kwalificerend restitueerbaar belastingtegoed:* een belastingtegoed, niet zijnde een kwalificerend restitueerbaar belastingtegoed, dat geheel of gedeeltelijk restitueerbaar is;
- *niet-kwalificerend verhandelbaar belastingtegoed:* een verhandelbaar belastingtegoed, niet zijnde een kwalificerend verhandelbaar belastingtegoed;
- *niet-kwalificerende restitueerbare imputatiebelasting:* iedere belasting over winst, niet zijnde een kwalificerende imputatiebelasting als bedoeld in het derde lid, die is toegerekend aan of betaald door een groepsentiteit en die bij uitdeling van die winst in de vorm van dividend door die groepsentiteit:
a. restitueerbaar is aan de uiteindelijk gerechtigde van het dividend;
@ -314,10 +324,11 @@ b. 25% van de omzet van de multinationale groep of binnenlandse groep zoals gera
Indien meerdere groepsentiteiten als bedoeld in het eerste lid behoren tot dezelfde multinationale groep of binnenlandse groep, wordt de binnenlandse bijheffing van hen geheven alsof er één belastingplichtige is, in die zin dat het kwalificerende inkomen van die entiteiten voor de toepassing van artikel 8.2, vijfde lid, kwalificerend inkomen is van de entiteit bij wie de binnenlandse bijheffing wordt geheven. De binnenlandse bijheffing, bedoeld in de eerste zin, wordt geheven bij:
a. de in Nederland gevestigde moederentiteit waarvan het belang niet onmiddellijk of middellijk wordt gehouden door een andere in Nederland gevestigde moederentiteit; of
b. indien er meerdere in Nederland gevestigde moederentiteiten als bedoeld in onderdeel a zijn of er geen in Nederland gevestigde moederentiteit is: een daartoe door de groep of de inspecteur aangewezen in Nederland gevestigde groepsentiteit.
a. de in Nederland gevestigde moederentiteit waarvan het belang niet onmiddellijk of middellijk wordt gehouden door een andere in Nederland gevestigde moederentiteit;
b. indien er meerdere in Nederland gevestigde moederentiteiten als bedoeld in onderdeel a zijn of er geen in Nederland gevestigde moederentiteit is: een daartoe door de groep of de inspecteur aangewezen in Nederland gevestigde groepsentiteit; of
c. ten aanzien van in Nederland gevestigde groepsentiteiten die deel uitmaken van een joint venture-groep: een door de groep of de inspecteur aangewezen in Nederland gevestigde groepsentiteit die deel uitmaakt van de joint venture-groep.
**3.** Indien het tweede lid, onderdeel b, van toepassing is, wordt, al dan niet op verzoek van een in Nederland gevestigde groepsentiteit, bij voor bezwaar vatbare beschikking door de inspecteur vastgesteld bij welke groepsentiteit de binnenlandse bijheffing wordt geheven.
**3.** Indien het tweede lid, onderdelen b of c, van toepassing is, wordt, al dan niet op verzoek van een in Nederland gevestigde groepsentiteit, bij voor bezwaar vatbare beschikking door de inspecteur vastgesteld bij welke groepsentiteit de binnenlandse bijheffing wordt geheven.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld waaraan het verzoek, bedoeld in het derde lid, moet voldoen.
@ -330,9 +341,11 @@ De over een verslagjaar verschuldigde binnenlandse bijheffing is gelijk aan de o
a. het bedrag van de kwalificerende binnenlandse bijheffing over het verslagjaar, bedoeld in artikel 8.2, tweede lid; en
b. het bedrag dat op grond van artikel 8.4, zevende lid, wordt aangemerkt als additionele bijheffing.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de overwinst, bedoeld in artikel 8.2, vierde lid, berekend in overeenstemming met een kwalificerende verslaggevingsstandaard als bedoeld in artikel 8.13, tweede lid, en met inachtneming van artikel 8.13, vijfde lid.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid vinden de artikelen 8.2, vijfde en zesde lid, en 8.4, vierde tot en met zesde lid, geen toepassing.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter bepaling van hetgeen voor de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder een omvangrijke concurrentieverstoring.
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de overwinst, bedoeld in artikel 8.2, vierde lid, berekend in overeenstemming met de lokale financiële verslaggevingsstandaard, bedoeld in artikel 8.13, tweede lid, onderdeel c, mits wordt voldaan aan de vereisten van artikel 8.13, derde lid, en onder toepassing van artikel 8.13, vierde en vijfde lid. Ingeval de financiële verslaggeving van alle in Nederland gevestigde groepsentiteiten is opgesteld op basis van verschillende lokale financiële verslaggevingsstandaarden, wordt de overwinst berekend op basis van de financiële verslaggeving die niet is opgesteld volgens IFRS of IFRS zoals goedgekeurd door de EU overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG 2002, L 243).
**4.** Indien de overwinst ingevolge het derde lid wordt berekend in overeenstemming met de lokale verslaggevingsstandaard, wordt de over een verslagjaar verschuldigde binnenlandse bijheffing berekend in euros. Indien een of meer in Nederland gevestigde groepsentiteiten een andere munteenheid hanteren bij het opstellen van de jaarrekening, wordt in afwijking van de vorige zin naar keuze van de informatieaangifte-indienende groepsentiteit voor een periode van vijf verslagjaren de verschuldigde binnenlandse bijheffing berekend in euros dan wel in de munteenheid die wordt gehanteerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de groep.
## Hoofdstuk 4. Inkomen-inclusiebijheffing
@ -384,7 +397,16 @@ d. alle belangen die niet middellijk of onmiddellijk door de moederentiteit word
### Artikel 5.1
**1.** Belastingplichtig voor de onderbelastewinstbijheffing is een in Nederland gevestigde groepsentiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, niet zijnde een beleggingsentiteit, die behoort tot een multinationale groep waarvan een of meer laagbelaste groepsentiteiten deel uitmaken en waarvan de uiteindelijkemoederentiteit is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie die op grond van artikel 50, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2022/2523 ervoor heeft gekozen om de inkomen-inclusiemaatregel en de onderbelastewinstmaatregel niet toe te passen met betrekking tot verslagjaren die aanvangen voor 31 december 2029.
**1.**
Belastingplichtig voor de onderbelastewinstbijheffing is een in Nederland gevestigde groepsentiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, niet zijnde een beleggingsentiteit, die behoort tot een multinationale groep waarvan een of meer laagbelaste groepsentiteiten deel uitmaken en waarvan de uiteindelijkemoederentiteit:
a. een uitgesloten entiteit is;
b. is gevestigd in een derde staat die:
1°. geen kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel toepast ter zake van laagbelaste groepsentiteiten die zijn gevestigd in een andere staat;
2°. geen kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel toepast ter zake van die uiteindelijkemoederentiteit of haar in dezelfde staat gevestigde groepsentiteiten indien die staat een laagbelastende staat is; of
c. is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie die op grond van artikel 50, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2022/2523 ervoor heeft gekozen om de inkomen-inclusiemaatregel en de onderbelastewinstmaatregel niet toe te passen met betrekking tot verslagjaren die aanvangen voor 31 december 2029.
**2.**
@ -397,7 +419,7 @@ b. indien er meerdere in Nederland gevestigde moederentiteiten als bedoeld in on
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld waaraan het verzoek, bedoeld in het derde lid, moet voldoen.
**5.** De in Nederland gevestigde groepsentiteit, bedoeld in het eerste en tweede lid, is slechts belastingplichtig voor de onderbelastewinstbijheffing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen voor 31 december 2029.
**5.** De in Nederland gevestigde groepsentiteit, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, in samenhang met het tweede lid, is slechts belastingplichtig voor de onderbelastewinstbijheffing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen voor 31 december 2029.
### Artikel 5.2
@ -445,7 +467,7 @@ a. de financiële verslaggeving van de groepsentiteit is opgesteld aan de hand v
b. de gegevens in de financiële verslaggeving betrouwbaar zijn; en
c. permanente verschillen van meer dan € 1.000.000 die voortvloeien uit de toepassing van die andere standaard ten aanzien van inkomen, uitgaven of transacties gecorrigeerd worden overeenkomstig de voor dat inkomen, die uitgaven of die transacties vereiste behandeling volgens de verslaggevingsstandaard die wordt gebruikt bij de totstandkoming van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit.
**3.** Indien een groepsentiteit is gevestigd in een staat die een kwalificerende binnenlandse bijheffing toepast, mag de nettowinst of het nettoverlies van die groepsentiteit, in afwijking van het eerste en tweede lid, worden bepaald in overeenstemming met een geaccepteerde of geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard die afwijkt van de financiële verslaggevingsstandaard die wordt gebruikt bij de totstandkoming van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit, mits de gegevens in de financiële verslaggeving ter bepaling van deze nettowinst of dit nettoverlies zijn gecorrigeerd om elke vorm van materiële concurrentieverstoring te voorkomen.
**3.** Indien een groepsentiteit is gevestigd in een staat die een kwalificerende binnenlandse bijheffing toepast, mag de nettowinst of het nettoverlies van die groepsentiteit, in afwijking van het eerste en tweede lid, worden bepaald in overeenstemming met een geaccepteerde of geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard die afwijkt van de financiële verslaggevingsstandaard die wordt gebruikt bij de totstandkoming van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit, mits de gegevens in de financiële verslaggeving ter bepaling van deze nettowinst of dit nettoverlies zijn gecorrigeerd om elke vorm van materiële concurrentieverstoring te voorkomen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter bepaling van hetgeen voor de toepassing van dit lid wordt verstaan onder een materiële concurrentieverstoring.
**4.** Indien de toepassing van een bepaalde grondslag of procedure volgens een set aan algemeen aanvaarde verslaggevingsbeginselen leidt tot materiële concurrentieverstoring, wordt voor het bepalen van het kwalificerende inkomen of verlies van een groepsentiteit de toepassing van die grondslag of procedure aangepast overeenkomstig de vereiste behandeling volgens de internationale standaarden voor financiële verslaglegging IFRS of IFRS zoals goedgekeurd door de EU overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG 2002, L 243).
@ -477,7 +499,7 @@ a. *nettobelastinglast:* het nettobedrag van de volgende bestanddelen:
3°. belastinglasten als gevolg van kwalificerende binnenlandse bijheffingen;
4°. belastinglasten als gevolg van de toepassing van Richtlijn (EU) 2022/2523 of, met betrekking tot derde staten, als gevolg van de toepassing van de OESO-modelregels;
5°. belastinglasten ter zake van niet-kwalificerende restitueerbare imputatiebelastingen;
b. *uitgesloten dividend:* een dividenduitkering of een andere uitkering uit hoofde van een belang in een entiteit, ontvangen of toegerekend aan het verslagjaar, tenzij dat belang op het moment van ontvangst of toerekening kwalificeert als:
b. *uitgesloten dividend:* een dividenduitkering of een andere uitkering uit hoofde van een belang in een entiteit, ontvangen in of toegerekend aan het verslagjaar, tenzij dat belang op het moment van ontvangst of toerekening kwalificeert als:
1°. een portfoliobelang, dat op het moment van de uitkering gedurende minder dan een aaneengesloten periode van een jaar economisch eigendom is van de groepsentiteit die de dividenduitkering of de andere uitkering ontvangt of krijgt toegerekend;
2°. een belang in een beleggingsentiteit ter zake waarvan is gekozen voor toepassing van artikel 10.6;
@ -510,16 +532,16 @@ h. *aangegroeide pensioenlasten:* het verschil tussen het bedrag aan pensioenlas
i. *voordelen uit het prijsgeven door schuldeisers:* een voordeel uit het prijsgeven van een schuldvordering, mits de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kiest om de nettowinst of het nettoverlies van een groepsentiteit te corrigeren met dat voordeel, welk voordeel:
1°. voortvloeit uit een bij wet voorziene insolventie- of faillissementsprocedure die onder toezicht staat van een rechterlijke instantie, een curator of een daarmee vergelijkbare persoon;
2°. voortvloeit uit een overeenkomst waarbij ten minste één van de schuldeisers niet gelieerd is aan de schuldenaar mits aannemelijk is dat de schuldenaar binnen een periode van twaalf maanden na het sluiten van die overeenkomst niet meer in staat zou zijn
3°. wordt toegekend indien de totale schulden de waarde in het economische verkeer van de activa op het moment onmiddellijk voorafgaand aan het prijsgeven van die schuld overtreffen en voor zover de schulden niet zijn aangegaan bij een met de schuldenaar verbonden persoon, waarbij het voordeel niet meer bedraagt dan het verschil tussen die schulden en de waarde in het economische verkeer van de activa dan wel, indien dat lager is, het bedrag van de als gevolg van het prijsgeven ontstane
2°. voortvloeit uit een overeenkomst waarbij ten minste één van de schuldeisers niet gelieerd is aan de schuldenaar mits aannemelijk is dat de schuldenaar binnen een periode van twaalf maanden na het sluiten van die overeenkomst niet meer in staat zou zijn om aan zijn verplichtingen te voldoen indien die overeenkomst niet zou zijn gesloten; of
3°. wordt toegekend indien de totale schulden de waarde in het economische verkeer van de activa op het moment onmiddellijk voorafgaand aan het prijsgeven van die schuld overtreffen en voor zover de schulden niet zijn aangegaan bij een met de schuldenaar verbonden persoon, waarbij het voordeel niet meer bedraagt dan het verschil tussen die schulden en de waarde in het economische verkeer van de activa dan wel, indien dat lager is, het bedrag van de als gevolg van het prijsgeven ontstane afname van de verrekenbare verliezen of andere belastingverminderende elementen.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de voorwaarden waaronder de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kan kiezen om de nettowinst of het nettoverlies niet te corrigeren met de winsten of verliezen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 3°.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de voorwaarden waaronder de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kan kiezen 21 om valutaresultaten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, onder 4°, aan te merken als een uitgesloten vermogenswinst of -verlies.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de voorwaarden waaronder de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kan kiezen om valutaresultaten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, onder 4°, aan te merken als een uitgesloten vermogenswinst of -verlies.
**5.** Indien de informatieaangifte-indienende groepsentiteit daarvoor in overeenstemming met artikel 13.2, eerste lid, kiest, worden in afwijking van het tweede lid, onderdeel b, dividenden die een groepsentiteit ontvangt uit hoofde van al haar portfoliobelangen niet aangemerkt als uitgesloten dividend.
**6.** Voor de toepassing van het tweede lid, onderdelen b en c, en het vijfde lid, wordt verstaan onder portfoliobelang: een door de multinationale groep gehouden belang in een entiteit dat recht geeft op minder dan 10% van de winsten, het kapitaal of de reserves van, of de stemrechten in, die entiteit.
**6.** Voor de toepassing van het tweede lid, onderdelen b en c, en het vijfde lid, wordt verstaan onder portfoliobelang: een door de multinationale groep of binnenlandse groep gehouden belang in een entiteit dat recht geeft op minder dan 10% van de winsten, het kapitaal of de reserves van, of de stemrechten in, die entiteit.
### Artikel 6.3
@ -541,7 +563,7 @@ i. *voordelen uit het prijsgeven door schuldeisers:* een voordeel uit het prijsg
### Artikel 6.5
Voor het bepalen van het kwalificerende inkomen of verlies van een groepsentiteit worden kwalificerende restitueerbare belastingtegoeden aangemerkt als inkomen en worden niet-kwalificerende restitueerbare belastingtegoeden niet aangemerkt als inkomen.
Voor het bepalen van het kwalificerende inkomen of verlies van een groepsentiteit worden kwalificerende restitueerbare belastingtegoeden en kwalificerende verhandelbare belastingtegoeden aangemerkt als inkomen en worden niet-kwalificerende restitueerbare belastingtegoeden, niet-kwalificerende verhandelbare belastingtegoeden en overige belastingtegoeden niet aangemerkt als inkomen.
### Artikel 6.6
@ -708,7 +730,7 @@ De vermeerderingen van de betrokken belastingen van een groepsentiteit voor een
a. het bedrag aan betrokken belastingen dat als kosten is toegerekend aan het verslagjaar bij de bepaling van de winst vóór belastingen in de financiële verslaggeving;
b. het bedrag aan fictieve actieve belastinglatentie dat in het verslagjaar is verrekend op de voet van artikel 7.4;
c. het bedrag aan betrokken belastingen dat in een eerder verslagjaar is uitgesloten op de voet van het derde lid, onderdeel d, en in het verslagjaar is betaald;
d. het bedrag aan verrekening of teruggave van een kwalificerende restitueerbare belastingteruggave dat in het verslagjaar in aanmerking is genomen als een vermindering van de belastinglast; en
d. het bedrag aan verrekening of teruggave van een kwalificerend restitueerbaar belastingtegoed of kwalificerend verhandelbaar belastingtegoed dat in het verslagjaar in aanmerking is genomen als een vermindering van de belastinglast; en
e. het bedrag aan verrekening of teruggave van een kwalificerend doorgeleid belastingvoordeel uit een kwalificerend belang dat in het verslagjaar in aanmerking is genomen als een vermindering van de belastinglast, behalve voor zover het gereduceerde kwalificerende belang negatief wordt als gevolg van die verrekening of teruggave dan wel indien het gereduceerde kwalificerende belang reeds negatief is.
**3.**
@ -716,7 +738,7 @@ e. het bedrag aan verrekening of teruggave van een kwalificerend doorgeleid bela
De verminderingen van de betrokken belastingen van een groepsentiteit voor een verslagjaar zijn:
a. het bedrag aan belastinglast dat betrekking heeft op inkomen dat niet in aanmerking wordt genomen bij de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies op de voet van hoofdstuk 6;
b. het bedrag aan verrekening of teruggave van een restitueerbare belastingteruggave, niet zijnde een kwalificerende restitueerbare belastingteruggave, dat niet in aanmerking is genomen als een vermindering van de belastinglast;
b. het bedrag aan verrekening of teruggave van een belastingtegoed, niet zijnde een kwalificerend restitueerbaar belastingtegoed of kwalificerend verhandelbaar belastingtegoed, dat niet in aanmerking is genomen als een vermindering van de belastinglast;
c. het bedrag aan verrekening of teruggave van betrokken belastingen, dat niet reeds als aanpassing van de belastinglast in de financiële verslaggeving is opgenomen, tenzij het een kwalificerende restitueerbare belastingteruggave betreft;
d. het bedrag aan belastinglast dat betrekking heeft op een onzekere belastingpositie;
e. het bedrag aan belastinglast ten aanzien waarvan niet de verwachting bestaat dat het binnen drie jaar na afloop van het verslagjaar wordt betaald; en
@ -749,7 +771,7 @@ Onder het totale bedrag van de gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties word
a. het bedrag aan mutaties in belastinglatenties met betrekking tot bestanddelen die zijn uitgesloten van de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies ingevolge hoofdstuk 6;
b. het bedrag aan belastinglatenties met betrekking tot niet-toegestane toerekening en niet-gebruikte toerekening;
c. een wijziging in de waarde van een actieve belastinglatentie als gevolg van een aanpassing van de waarderingsmethode of verantwoordingsmethode;
c. het effect van een aanpassing van de waardering of van de boekhoudkundige verwerking van een actieve belastinglatentie;
d. een herziening van het bedrag aan belastinglatenties als gevolg van een wijziging van het van toepassing zijnde nationale belastingtarief; en
e. het bedrag aan belastinglatenties met betrekking tot het verkrijgen van een recht op verrekening van belasting en de verrekening van belasting, tenzij die belastinglatenties kunnen worden aangemerkt als alternatieve verliesverrekeningslatenties.
@ -762,7 +784,7 @@ e. het bedrag aan belastinglatenties met betrekking tot het verkrijgen van een r
In afwijking van het zevende lid wordt een bedrag aan passieve belastinglatentie niet teruggenomen indien dat bedrag verband houdt met:
a. versnelde afschrijvingen op een materiële activum;
b. kosten van een vergunning of soortgelijke regeling van een overheid, daaronder mede begrepen een staatkundig onderdeel of lokale autoriteit van een overheid, voor het gebruik van onroerende zaken of de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, welk gebruik, onderscheidenlijk welke exploitatie, aanzienlijke investeringen in materiële activa met zich brengt;
b. kosten van een licentie of een daarmee vergelijkbare regeling van een overheid, daaronder mede begrepen een staatkundig onderdeel of lokale autoriteit van een overheid, voor het gebruik van een in een staat gelegen onroerende zaak of voor de exploitatie van in een staat gelegen natuurlijke rijkdommen die een aanzienlijke investering in materiële activa met zich brengt;
c. onderzoeks- en ontwikkelingskosten;
d. kosten voor buitengebruikstelling en sanering;
e. ongerealiseerde herwaarderingswinsten bij de toepassing van waardering tegen reële waarde;
@ -962,44 +984,60 @@ W: de som van het kwalificerende inkomen over het verslagjaar van alle in die st
**9.** Het eerste tot en met zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening van de bijheffing voor Nederland van een binnenlandse groep en de tot die groep behorende groepsentiteiten.
### Artikel 8.2a
**1.** Indien in een verslagjaar het bijheffingspercentage, berekend volgens artikel 8.2, derde lid, hoger is dan het minimumbelastingtarief, wordt bij de toepassing van artikel 8.1 de negatieve som van de gecorrigeerde betrokken belastingen over dat verslagjaar niet in aanmerking genomen, maar aangemerkt als een voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave. Daarbij worden de gecorrigeerde betrokken belastingen op nihil gesteld.
**2.** Voor zover het gezamenlijke netto kwalificerende inkomen en de som van de gecorrigeerde betrokken belastingen in een volgend verslagjaar meer bedragen dan nihil, worden deze gezamenlijke gecorrigeerde betrokken belastingen verminderd met de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave bedoeld in het eerste lid, maar niet verder dan tot nihil. Het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave wordt op dezelfde voet verminderd.
**3.** Voor zover na de vermindering, bedoeld in het tweede lid, laatste zin, nog een bedrag aan voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave resteert, komt dit bedrag in mindering op de gecorrigeerde betrokken belastingen in elk verslagjaar volgend op het verslagjaar bedoeld in het tweede lid, waarin het gezamenlijke netto kwalificerende inkomen en de som van de gecorrigeerde betrokken belastingen meer bedragen dan nihil. Het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave wordt steeds op dezelfde voet verminderd.
**4.** Indien een of meer groepsentiteiten in een staat ten aanzien waarvan een voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave in aanmerking is genomen op grond van het eerste lid worden vervreemd door de multinationale groep of binnenlandse groep, wordt het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave in aanmerking genomen bij de vervreemdende multinationale groep of binnenlandse groep. Het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave wordt in mindering gebracht op de gecorrigeerde betrokken belastingen van de tot deze multinationale groep of binnenlandse groep behorende groepsentiteiten in de in de vorige zin genoemde staat in elk verslagjaar volgend op het verslagjaar van vervreemding, waarin het gezamenlijke netto kwalificerende inkomen en de som van de gecorrigeerde betrokken belastingen van die groepsentiteiten meer bedragen dan nihil.
### Artikel 8.3
**1.** Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid over een verslagjaar van alle in een staat gevestigde groepsentiteiten van een multinationale groep of binnenlandse groep bedraagt de som van de uitzondering voor werknemerslasten van alle in die staat gevestigde groepsentiteiten in het verslagjaar en de uitzondering voor materiële activa van alle in die staat gevestigde groepsentiteiten in het verslagjaar.
**1.** Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid over een verslagjaar van alle in een staat gevestigde groepsentiteiten van een multinationale groep of binnenlandse groep bedraagt de som van de uitzondering voor werknemerslasten van alle in die staat gevestigde groepsentiteiten in het verslagjaar en de uitzondering voor materiële activa van alle in die staat gevestigde groepsentiteiten in het verslagjaar. De multinationale groep of binnenlandse groep is niet gehouden de som voor het volle bedrag in aanmerking te nemen.
**2.**
De uitzondering voor werknemerslasten van een in een staat gevestigde groepsentiteit in een verslagjaar bedraagt 9,8% van de in het verslagjaar in aanmerking komende loonkosten ter zake van de in het verslagjaar in aanmerking komende werknemers die in die staat activiteiten verrichten voor de multinationale groep of binnenlandse groep, met uitzondering van de in aanmerking komende loonkosten die:
De uitzondering voor werknemerslasten van een in een staat gevestigde groepsentiteit in een verslagjaar bedraagt 9,6% van de in het verslagjaar in aanmerking komende loonkosten ter zake van de in het verslagjaar in aanmerking komende werknemers die in die staat activiteiten verrichten voor de multinationale groep of binnenlandse groep, met uitzondering van de in aanmerking komende loonkosten die:
a. gekapitaliseerd en opgenomen zijn in de boekwaarde van de in aanmerking komende materiële activa;
b. toerekenbaar zijn aan inkomen dat overeenkomstig artikel 6.12 is uitgesloten.
**3.**
De uitzondering voor materiële activa van een in een staat gevestigde groepsentiteit in een verslagjaar bedraagt 7,8% van de boekwaarde van de in het verslagjaar in aanmerking komende materiële activa die in de staat zijn gelegen, met uitzondering van:
De uitzondering voor materiële activa van een in een staat gevestigde groepsentiteit in een verslagjaar bedraagt 7,6% van de boekwaarde van de in het verslagjaar in aanmerking komende materiële activa die in de staat zijn gelegen, met uitzondering van:
a. de boekwaarde van onroerende zaken, inclusief grond en gebouwen, die worden gehouden voor de verkoop, om te leasen of als belegging;
b. de boekwaarde van materiële activa die worden gebruikt om inkomen te genereren dat op de voet van artikel 6.12 is uitgesloten.
**4.** De boekwaarde van de in een verslagjaar in aanmerking komende materiële activa is het gemiddelde van de boekwaarde van de in aanmerking komende materiële activa aan het begin en het einde van het verslagjaar, zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit, verminderd met de geaccumuleerde afwaardering, afschrijvingen en waardeverminderingen en vermeerderd met het bedrag dat toerekenbaar is aan de gekapitaliseerde werknemerslasten.
**4.** De boekwaarde van de in een verslagjaar in aanmerking komende materiële activa is het gemiddelde van de boekwaarde verminderd met de geaccumuleerde afwaardering, afschrijvingen en waardeverminderingen en vermeerderd met het bedrag dat toerekenbaar is aan de gekapitaliseerde werknemerslasten van de in aanmerking komende materiële activa aan het begin en het einde van het verslagjaar, zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit.
**5.** Voor de toepassing van het tweede en derde lid zijn de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van een groepsentiteit die een vaste inrichting is, de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa die op de voet van artikel 6.13, eerste, tweede en derde lid, zijn opgenomen in de afzonderlijke financiële verslaggeving van die vaste inrichting, voor zover deze kosten en activa worden gealloceerd aan de staat waarin de vaste inrichting is gelegen. De in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van een vaste inrichting worden niet in aanmerking genomen door de hoofdentiteit van de vaste inrichting.
**5.** Niettegenstaande het derde lid, onderdeel a, wordt bij een operationele lease onder de in aanmerking komende materiële activa van een groepsentiteit die lessor is van de materiële activa die in dezelfde staat zijn gelegen als waarin de lessor is gevestigd, verstaan: het positieve bedrag waarmee de gemiddelde boekwaarde van de materiële activa bij de lessor dat aan het begin en het einde van het boekjaar is vastgesteld het gemiddelde bedrag van de gebruiksrechten van de lessee aan het begin en het einde van het boekjaar overschrijdt.
**6.** Indien het inkomen van een vaste inrichting op de voet van artikel 6.14, eerste lid, of artikel 10.1, vierde lid, is verminderd, worden de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van die vaste inrichting in dezelfde mate uitgesloten voor de berekening van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid voor de multinationale groep of binnenlandse groep op de voet van dit artikel.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het bepalen van de waarde van gebruiksrechten van de lessee, bedoeld in het vijfde lid.
**7.**
**7.** Voor de toepassing van het tweede en derde lid zijn de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van een groepsentiteit die een vaste inrichting is, de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa die op de voet van artikel 6.13, eerste, tweede en derde lid, zijn opgenomen in de afzonderlijke financiële verslaggeving van die vaste inrichting, voor zover deze kosten en activa worden gealloceerd aan de staat waarin de vaste inrichting is gelegen. De in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van een vaste inrichting worden niet in aanmerking genomen door de hoofdentiteit van de vaste inrichting.
**8.** Indien het inkomen van een vaste inrichting op de voet van artikel 6.14, eerste lid, of artikel 10.1, vierde lid, is verminderd, worden de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van die vaste inrichting in dezelfde mate uitgesloten voor de berekening van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid voor de multinationale groep of binnenlandse groep op de voet van dit artikel.
**9.**
In aanmerking komende loonkosten ter zake van in aanmerking komende werknemers en in aanmerking komende materiële activa die zijn betaald door, onderscheidenlijk die eigendom zijn van, een doorkijkentiteit worden, mits ze niet zijn toegerekend op grond van het vijfde en zesde lid, toegerekend aan:
a. de groepsentiteit-belanghouder van de doorkijkentiteit, naar evenredigheid van het bedrag dat op de voet van artikel 6.14, derde lid, aan hem wordt toegerekend, indien de in aanmerking komende werknemers en de in aanmerking komende materiële activa zich bevinden in dezelfde staat als de groepsentiteit-belanghouder; en
b. de doorkijkentiteit, indien zij de uiteindelijkemoederentiteit is, verminderd naar evenredigheid van het inkomen dat niet is meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen van de doorkijkentiteit op de voet van artikel 10.1, eerste lid, indien de in aanmerking komende werknemers en de in aanmerking komende materiële activa zich bevinden in dezelfde staat als de doorkijkentiteit.
**8.** De na de toepassing van het zevende lid, onderdelen a en b, resterende in aanmerking komende loonkosten en de resterende in aanmerking komende materiële activa van de doorkijkentiteit worden niet meegenomen in de berekening van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van een multinationale groep of binnenlandse groep.
**10.** De na de toepassing van het negende lid, onderdelen a en b, resterende in aanmerking komende loonkosten en de resterende in aanmerking komende materiële activa van de doorkijkentiteit worden niet meegenomen in de berekening van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van een multinationale groep of binnenlandse groep.
**9.** Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van een staatloze groepsentiteit wordt over een verslagjaar afzonderlijk van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van alle andere groepsentiteiten berekend. Deze berekening geschiedt overeenkomstig dit artikel.
**11.** In aanmerking komende werknemers en in aanmerking komende materiële activa die zijn betaald door, onderscheidenlijk die eigendom zijn van of het recht tot gebruik hebben liggen bij, een uiteindelijkemoederentiteit die onderworpen is aan een aftrekbaardividendstelsel op de voet van artikel 10.2 worden naar evenredigheid van het inkomen dat niet is meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen van de uiteindelijkemoederentiteit, niet in aanmerking genomen bij het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van de uiteindelijkemoederentiteit.
**10.** Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid berekend op de voet van dit artikel bevat niet de uitzondering voor werknemerslasten en de uitzondering voor materiële activa van in een staat gevestigde beleggingsentiteiten.
**12.** Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van een staatloze groepsentiteit wordt over een verslagjaar afzonderlijk van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van alle andere groepsentiteiten berekend. Deze berekening geschiedt overeenkomstig dit artikel.
**11.**
**13.** Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid berekend op de voet van dit artikel bevat niet de uitzondering voor werknemerslasten en de uitzondering voor materiële activa van in een staat gevestigde beleggingsentiteiten.
**14.**
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
@ -1012,6 +1050,10 @@ c. *in aanmerking komende materiële activa:*
3°. het gebruiksrecht van een lessee op in een staat gelegen materiële vaste activa;
4°. een licentie of een daarmee vergelijkbare regeling van een overheid, daaronder mede begrepen een staatkundig onderdeel of lokale autoriteit van een overheid, voor het gebruik van een in een staat gelegen onroerende zaak of voor de exploitatie van in een staat gelegen natuurlijke rijkdommen die een aanzienlijke investering in materiële activa met zich brengt.
**15.** Voor toepassing van het tweede en veertiende lid en na toepassing van het zevende lid wordt onder in aanmerking komende loonkosten van een groepsentiteit mede begrepen: de volledige loonkosten van een werknemer indien die werknemer gedurende het verslagjaar meer dan 50% van de activiteiten voor de multinationale groep of binnenlandse groep heeft verricht in de staat waarin de groepsentiteit die de werkgever is, is gevestigd. Wanneer de werknemer gedurende het verslagjaar 50% of minder van zijn activiteiten heeft verricht in de staat waar de groepsentiteit die de werkgever is, is gevestigd, kan aan die groepsentiteit ten hoogste het deel van de loonkosten worden toegerekend dat betrekking heeft op de activiteiten die de werknemer in de staat van die groepsentiteit heeft verricht.
**16.** Voor toepassing van het derde en veertiende lid en na toepassing van het zevende lid wordt onder de in aanmerking komende materiële activa van een groepsentiteit mede begrepen: de volledige boekwaarde van het materiële activum indien het materiële activum gedurende het verslagjaar zich meer dan 50% van de tijd bevindt in de staat waar de groepsentiteit die eigenaar is of het recht tot gebruik heeft, is gevestigd. Wanneer het materiële activum gedurende het verslagjaar zich 50% of minder van de tijd bevindt in de staat waar de groepsentiteit die eigenaar is of het recht tot gebruik heeft, is gevestigd, kan aan die groepsentiteit ten hoogste het deel van de boekwaarde worden toegerekend dat betrekking heeft op de tijd dat het materiële activum zich in de staat van die groepsentiteit bevindt.
### Artikel 8.4
**1.** Indien de betrokken belastingen of het kwalificerende inkomen of verlies in een staat op de voet van het zevende lid of de artikelen 6.7, 7.3, zesde lid, 7.6, 7.8 of 10.3, zesde lid, worden aangepast en dit leidt tot een wijziging van het effectieve belastingtarief en de bijheffing van een multinationale groep of binnenlandse groep voor die staat over een voorgaand verslagjaar, worden het effectieve belastingtarief en de bijheffing over dat verslagjaar voor die staat herrekend op de voet van de artikelen 8.1 tot en met 8.3.
@ -1126,7 +1168,9 @@ W: de winst vóór winstbelasting in die staat zoals door de multinationale groe
**9.** In afwijking van artikel 7.4, vijfde lid, wordt de keuze, bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, ten aanzien van een staat waarvoor dit artikel in een verslagjaar wordt toegepast, gemaakt bij de indiening van de bijheffing-informatieaangifte over het eerste verslagjaar waarin dit artikel ten aanzien van die staat niet wordt toegepast.
**10.**
**10.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een multinationale groep of een binnenlandse groep die geen kwalificerend landenrapport opstelt, met dien verstande dat daarbij voor de in een kwalificerend landenrapport gerapporteerde totale inkomsten en winst vóór winstbelasting wordt gelezen: de gegevens in de kwalificerende financiële verslaggeving die de multinationale groep of binnenlandse groep zou moeten rapporteren in een kwalificerend landenrapport als totale inkomsten en winst vóór winstbelasting indien zij verplicht zou zijn geweest om een kwalificerend landenrapport op te stellen.
**11.**
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
@ -1142,6 +1186,54 @@ c. *het voor het verslagjaar geldende overgangstarief:* voor verslagjaren die aa
2°. 2025: 16%;
3°. 2026: 17%.
**12.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over aankoopprijsaanpassingen in de kwalificerende financiële verslaggeving.
### Artikel 8.8a
**1.**
Indien sprake is van een gestructureerde hybride regeling tussen een of meer groepsentiteiten die is aangegaan na 15 december 2022 wordt voor de toepassing van artikel 8.8 ten aanzien van een staat voor een verslagjaar:
a. de winst vóór winstbelasting gecorrigeerd met de kosten of verliezen voor zover die leiden tot een aftrek zonder betrekking in de heffing of een dubbele aftrek;
b. de belastingen naar het inkomen gecorrigeerd met de belastingen naar het inkomen voor zover die dubbel in aanmerking zijn genomen.
**2.**
Een groepsentiteit wordt geacht een gestructureerde hybride regeling te zijn aangegaan na 15 december 2022 als na deze datum:
a. de regeling is aangepast of overgedragen;
b. de uitvoering van rechten of verplichtingen die voortvloeien uit de regeling afwijken van de uitvoering daarvan vóór 15 december 2022; of
c. de behandeling van de regeling in de financiële verslaggeving is gewijzigd.
**3.** Onder een groepsentiteit als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een joint venture en de met de joint venture verbonden partijen, waarin de multinationale groep een belang houdt.
**4.** Voor de toepassing van dit artikel worden kosten of verliezen geacht niet te zijn opgenomen in de financiële verslaggeving van een fiscaal transparante entiteit voor zover deze zijn opgenomen in de financiële verslaggeving van haar groepsentiteit-belanghouders.
**5.** Indien sprake is van een dubbele aftrek als bedoeld in het zevende lid, onderdeel c, onder 1°, waarbij alle groepsentiteiten die de kosten of verliezen in aanmerking nemen in hun financiële verslaggeving gevestigd zijn in dezelfde staat, wordt de correctie van het eerste lid, onderdeel a, slechts eenmaal toegepast.
**6.**
Voor de toepassing van het zevende lid, onderdeel b, wordt een groepsentiteit geacht geen verhoging van haar belastbaar inkomen te hebben voor zover:
a. het bedrag van de verhoging van het belastbare inkomen afgezet kan worden tegen een vermindering van dat inkomen en ten aanzien van die vermindering een aanpassing met betrekking tot de waardering of de erkenning in de financiële verslaggeving is toegepast of zou zijn toegepast als de bepaling van deze aanpassing gemaakt zou zijn zonder rekening te houden met de mogelijkheid van een groepsentiteit om gebruik te maken van de vermindering die het gevolg is van een gestructureerde hybride regeling die is aangegaan na 15 december 2022; of
b. de betaling die als kosten of verlies in aanmerking wordt genomen ook leidt tot een afname van het belastbare inkomen van een andere groepsentiteit die is gevestigd in dezelfde staat als waarin de groepsentiteit is gevestigd, zonder dat deze betaling als kosten of verlies in aanmerking is genomen bij het bepalen van de winst vóór winstbelasting in die staat.
**7.**
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. *gestructureerde hybride regeling:* een regeling die zodanig is opgezet dat die resulteert in een aftrek zonder betrekking in de heffing, dubbele aftrek of dubbel in aanmerking genomen belasting;
b. *aftrek zonder betrekking in de heffing:* het gevolg van een regeling waarbij een groepsentiteit direct of indirect een geldverstrekking doet (verstrekkende groepsentiteit), die niet wordt aangemerkt als aanvullend tier 1-kapitaal, aan of in een andere groepsentiteit, als gevolg waarvan die andere groepsentiteit kosten of verliezen in aanmerking neemt in de financiële verslaggeving zonder dat sprake is van een corresponderende verhoging van de omzet of inkomsten in de financiële verslaggeving van de verstrekkende groepsentiteit of redelijkerwijs niet wordt verwacht dat de verstrekkende groepsentiteit gedurende de looptijd van de transactie een corresponderende verhoging van haar belastbaar inkomen zal hebben;
c. *dubbele aftrek:* het gevolg van een regeling waarbij kosten of verliezen in aanmerking worden genomen in de financiële verslaggeving van een groepsentiteit en die:
1°. ook in aanmerking worden genomen in de financiële verslaggeving van een andere groepsentiteit, tenzij de kosten of verliezen worden afgezet tegen omzet die in aanmerking is genomen in de financiële verslaggeving van beide groepsentiteiten; of
2°. aftrekbaar zijn bij de bepaling van het belastbare inkomen van een andere groepsentiteit die gevestigd is in een andere staat dan de groepsentiteit, tenzij de kosten of verliezen worden afgezet tegen omzet of inkomen die, onderscheidenlijk dat, in aanmerking wordt genomen in de financiële verslaggeving van de groepsentiteit die de kosten of verliezen in aanmerking neemt in haar financiële verslaggeving en het belastbare inkomen van de groepsentiteit die de kosten of verliezen in aftrek brengt;
d. *dubbel in aanmerking genomen belasting:* de situatie waarbij meer dan een groepsentiteit geheel of gedeeltelijk dezelfde belasting naar het inkomen in aanmerking neemt als gecorrigeerde betrokken belasting of als vereenvoudigde betrokken belastingen voor de toepassing van artikel 8.8, derde lid, tenzij:
1°. het inkomen waarover de belastingen zijn geheven in aanmerking wordt genomen in de financiële verslaggeving van die groepsentiteiten; of
2°. de belasting naar het inkomen meer dan een keer in aanmerking wordt genomen, omdat voor het bepalen van de vereenvoudigde betrokken belastingen geen aanpassing is vereist voor belastingen die als gecorrigeerde betrokken belastingen worden toegerekend aan een andere groepsentiteit;
e. *financiële verslaglegging:* de financiële verslaglegging van een groepsentiteit die wordt gebruikt om het kwalificerende inkomen van die groepsentiteit te berekenen of de kwalificerende financiële verslaggeving als bedoeld in artikel 8.8, tiende lid, onderdeel b.
### Artikel 8.9
Artikel 8.8 is niet van toepassing ten aanzien van groepsentiteiten:
@ -1178,7 +1270,7 @@ c. op basis van een vereenvoudigde inkomens- en belastingberekening het effectie
De inspecteur geeft slechts dan geen gevolg aan de keuze van een informatieaangifte-indienende groepsentiteit voor de toepassing van de artikelen 8.8, 8.11, 8.13, of 8.14 ten aanzien van een staat voor een verslagjaar indien:
a. op grond van de hoofstukken 3 tot en met 5 ten aanzien van een in die staat gevestigde groepsentiteit bijgeheven zou kunnen worden indien de artikelen 8.8, 8.11, 8.13, onderscheidenlijk 8.14, niet van toepassing zouden zijn en het effectieve belastingtarief in die staat, berekend op de voet van artikel 8.1, lager is dan het minimumbelastingtarief;
a. op grond van de hoofdstukken 3 tot en met 5 ten aanzien van een in die staat gevestigde groepsentiteit bijgeheven zou kunnen worden indien de artikelen 8.8, 8.11, 8.13, onderscheidenlijk 8.14, niet van toepassing zouden zijn en het effectieve belastingtarief in die staat, berekend op de voet van artikel 8.1, lager is dan het minimumbelastingtarief;
b. hij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit binnen 36 maanden nadat de bijheffing-informatieaangifte voor dat verslagjaar is ingediend op de hoogte stelt van specifieke feiten en omstandigheden die mogelijk een materieel effect hebben op de toepassing van de artikelen 8.8, 8.11, 8.13, onderscheidenlijk 8.14, en verzoekt om het effect van die feiten en omstandigheden op de toepassing van de artikelen 8.8, 8.11, 8.13, onderscheidenlijk 8.14, te verduidelijken; en
c. de informatieaangifte-indienende groepsentiteit niet binnen 6 maanden na het verzoek erin slaagt aannemelijk te maken dat die feiten en omstandigheden geen materieel effect hebben op de toepassing van de artikelen 8.8, 8.11, 8.13, onderscheidenlijk 8.14.
@ -1202,7 +1294,7 @@ c. de lokale financiële verslaggevingsstandaard.
**3.**
De kwalificerende binnenlandse bijheffing wordt alleen berekend op basis van de lokale financiële verslaggevingsstandaard als de financiële verslaggeving van de in die staat gevestigde groepsentiteiten is opgesteld op basis van de lokale verslaggevingsstandaard en:
De kwalificerende binnenlandse bijheffing wordt berekend op basis van een lokale verslaggevingsstandaard als dat volgens de wetgeving van een staat is voorgeschreven en de financiële verslaggeving van alle in die staat gevestigde groepsentiteiten is opgesteld op basis van die lokale verslaggevingsstandaard en:
a. zij op grond van nationale regelgeving verplicht zijn om die financiële verslaggeving bij te houden of te gebruiken; of
b. de financiële verslaggeving is onderworpen aan externe financiële controle.
@ -1274,7 +1366,7 @@ c. *omzetdrempel:* het ingevolge artikel 2.1 vereiste bedrag aan omzet in een v
**6.** Met uitzondering van de fictieve actieve belastinglatentie die betrekking heeft op een kwalificerend verlies bedoeld in artikel 7.4, worden actieve en passieve belastinglatenties van de toetredende of uittredende entiteit die tussen multinationale groepen of binnenlandse groepen worden overgedragen, in aanmerking genomen door de verkrijgende multinationale groep of binnenlandse groep op dezelfde wijze en in dezelfde mate alsof de verkrijgende multinationale groep of binnenlandse groep de zeggenschap had over de groepsentiteit op het moment van het ontstaan van die actieve en passieve belastinglatenties.
**7.** Passieve belastinglatenties van de toetredende of uittredende entiteit die eerder bij de overdragende groep in aanmerking zijn genomen in het totaalbedrag aan gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties, worden voor de toepassing van artikel 7.3, zevende lid, bij de overdragende multinationale groep of binnenlandse groep geacht te zijn teruggenomen zonder dat dit leidt tot een vermindering van de betrokken belastingen en worden geacht te zijn ontstaan bij de verkrijgende multinationale groep of binnenlandse groep, met dien verstande dat in dergelijke gevallen elke latere verlaging van de betrokken belastingen overeenkomstig artikel 7.3, zevende lid, van kracht wordt in het verslagjaar waarin de belastinglatentie wordt teruggenomen.
**7.** Passieve belastinglatenties van de toetredende of uittredende entiteit die eerder bij deze entiteit in aanmerking zijn genomen in het totaalbedrag aan gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties, worden voor de toepassing van artikel 7.3, zevende lid, in het verslagjaar van toetreden of uittreden bij de overdragende multinationale groep of binnenlandse groep geacht te zijn herzien en bij de verkrijgende multinationale groep of binnenlandse groep geacht te zijn ontstaan, met dien verstande dat in dergelijke gevallen elke latere verlaging van de betrokken belastingen overeenkomstig artikel 7.3, zevende lid, in aanmerking wordt genomen in het verslagjaar waarin de belastinglatentie wordt teruggenomen.
**8.** Een toetredende of uittredende entiteit die een moederentiteit is en deel uitmaakt van twee of meer multinationale groepen of binnenlandse groepen in het verslagjaar van toetreding of uittreding, past de inkomen-inclusiemaatregel met betrekking tot het toerekenbare deel van de bijheffing van de laagbelaste groepsentiteiten voor elke multinationale groep of binnenlandse groep afzonderlijk toe.
@ -1459,7 +1551,7 @@ Y: het netto kwalificerende inkomen van de staat, bepaald op de voet van artikel
**6.** Het bijheffingspercentage van de beleggingsentiteit is het percentage dat resteert, indien positief, na aftrek van het effectieve belastingtarief van de beleggingsentiteit van het minimumbelastingtarief.
**7.** Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van de beleggingsentiteit wordt bepaald op de voet van artikel 8.3, eerste tot en met negende lid. De in aanmerking komende loonkosten van de in aanmerking komende werknemers en de in aanmerking komende materiële activa van de beleggingsentiteit worden verminderd naar de verhouding van het aan de multinationale groep of binnenlandse groep toerekenbare deel van het kwalificerende inkomen van de beleggingsentiteit gedeeld door het totale kwalificerende inkomen van die beleggingsentiteit.
**7.** Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van de beleggingsentiteit wordt bepaald op de voet van artikel 8.3, eerste tot en met twaalfde lid en veertiende tot en met zestiende lid. De in aanmerking komende loonkosten van de in aanmerking komende werknemers en de in aanmerking komende materiële activa van de beleggingsentiteit worden verminderd naar de verhouding van het aan de multinationale groep of binnenlandse groep toerekenbare deel van het kwalificerende inkomen van de beleggingsentiteit gedeeld door het totale kwalificerende inkomen van die beleggingsentiteit.
### Artikel 10.5
@ -1623,7 +1715,7 @@ a. alle informatie die nodig is voor de toepassing van artikel 4.1, waaronder:
1°. identificatie van alle groepsentiteiten waarin een partieel gehouden moederentiteit op enig moment gedurende het verslagjaar onmiddellijk of middellijk een belang heeft en de structuur van dergelijke belangen;
2°. alle informatie die nodig is om het effectieve belastingtarief te bepalen van de staten waarin groepsentiteiten zijn gevestigd waarin de partieel gehouden moederentiteit, bedoeld in subonderdeel 1°, belangen houdt, en om de verschuldigde bijheffing te bepalen; en
3°. alle relevante informatie ten behoeve van het bepalen van het effectieve belastingtarief en de verschuldigde bijheffing onder 2°, in overeenstemming met de artikelen 3.1, 3.2, 4.2, 4.3, 8.2, negende lid, en artikel 8.4, zevende lid;
b. alle informatie die nodig is voor de toepassing van artikel 5.1, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, waaronder:
b. alle informatie die nodig is voor de toepassing van artikel 5.1, waaronder:
1°. identificatie van de groepsentiteiten die zijn gevestigd in de staat waarin de uiteindelijkemoederentiteit is gevestigd en de structuur van de belangen in die groepsentiteiten;
2°. alle informatie die nodig is om het effectieve belastingtarief te bepalen in de staat waarin de uiteindelijkemoederentiteit is gevestigd en om de verschuldigde bijheffing te bepalen; en
@ -1632,9 +1724,11 @@ c. alle informatie die nodig is voor de toepassing van een kwalificerende binnen
**7.** De bijheffing-informatieaangifte en de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid, worden uiterlijk vijftien maanden na afloop van het verslagjaar ingediend bij de inspecteur.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de vorm en de inhoud van de bijheffing-informatieaangifte, waaronder regels over de bij het indienen van de bijheffing-informatieaangifte te verstrekken gegevens en inlichtingen.
### Artikel 13.2
**1.** De keuze, bedoeld in de artikelen 2.2, vierde lid, 6.2, vijfde lid, 6.3, eerste lid, 6.6, eerste lid, 6.9, eerste lid, 10.5, eerste lid, en 10.6, eerste lid, geldt voor een periode van vijf verslagjaren, welke periode aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor die keuze is gemaakt. De keuze wordt automatisch verlengd, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit de keuze herroept na de vijfjaarsperiode. Een herroeping van de keuze geldt voor een periode van vijf verslagjaren, die aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor de keuze wordt herroepen.
**1.** De keuze, bedoeld in de artikelen 2.2, vierde lid, 6.2, derde tot en met vijfde lid, 6.3, eerste lid, 6.6, eerste lid, 6.9, eerste lid, 10.5, eerste lid, en 10.6, eerste lid, geldt voor een periode van vijf verslagjaren, welke periode aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor die keuze is gemaakt. De keuze wordt automatisch verlengd, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit de keuze herroept na de vijfjaarsperiode. Een herroeping van de keuze geldt voor een periode van vijf verslagjaren, die aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor de keuze wordt herroepen.
**2.** De keuze, bedoeld in de artikelen 6.7, eerste lid, 7.3, negende lid, onderdeel b, 7.6, derde lid, 8.2, vierde lid, 8.7, eerste lid, 8.8, eerste lid, 8.11, eerste lid, 8.13, 8.14 en 10.3, eerste lid, geldt voor het verslagjaar waarvoor die keuze gemaakt is. De keuze wordt automatisch verlengd, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit de keuze ten aanzien van een volgend verslagjaar herroept.
@ -1648,7 +1742,7 @@ c. alle informatie die nodig is voor de toepassing van een kwalificerende binnen
### Artikel 14.1
**1.** Bij het bepalen van het effectieve belastingtarief voor het overgangsjaar voor een staat en elk daaropvolgend verslagjaar worden alle actieve en passieve belastinglatenties in aanmerking genomen die zijn opgenomen of vermeld in de financiële verslaggeving van alle in die staat gevestigde groepsentiteiten in het overgangsjaar voor die staat. Deze actieve en passieve belastinglatenties worden in aanmerking genomen tegen het minimumbelastingtarief of, indien dit lager is, het van toepassing zijnde belastingtarief waartegen de actieve of passieve belastinglatenties in de financiële verslaggeving zijn opgenomen. Een actieve belastinglatentie die is opgenomen tegen een lager belastingtarief dan het minimumbelastingtarief mag worden opgenomen tegen het minimumbelastingtarief voor zover de groepsentiteit aannemelijk maakt dat de actieve belastinglatentie toerekenbaar is aan een kwalificerend verlies. Een wijziging in de waarde van een actieve belastinglatentie als gevolg van een aanpassing van de waarderingsmethode of verantwoordingsmethode blijft buiten beschouwing.
**1.** Bij het bepalen van het effectieve belastingtarief voor het overgangsjaar voor een staat en elk daaropvolgend verslagjaar worden alle actieve en passieve belastinglatenties in aanmerking genomen die zijn opgenomen of vermeld in de financiële verslaggeving van alle in die staat gevestigde groepsentiteiten in het overgangsjaar voor die staat. Deze actieve en passieve belastinglatenties worden in aanmerking genomen tegen het minimumbelastingtarief of, indien dit lager is, het van toepassing zijnde belastingtarief waartegen de actieve of passieve belastinglatenties in de financiële verslaggeving zijn opgenomen. Een actieve belastinglatentie die is opgenomen tegen een lager belastingtarief dan het minimumbelastingtarief mag worden opgenomen tegen het minimumbelastingtarief voor zover de groepsentiteit aannemelijk maakt dat de actieve belastinglatentie toerekenbaar is aan een kwalificerend verlies. Het effect van een aanpassing van de waardering of van de boekhoudkundige verwerking van een actieve belastinglatentie blijft buiten beschouwing.
**2.** Actieve belastinglatenties ten aanzien van bestanddelen die op de voet van hoofdstuk 6 niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies zijn uitgesloten van de berekening van het eerste lid, voor zover die actieve belastinglatenties zijn ontstaan als gevolg van een transactie die na 30 november 2021 heeft plaatsgevonden.
@ -1732,7 +1826,7 @@ b. de periode van vijf verslagjaren, bedoeld in het vijfde lid, aanvangt op 31 
**4.** Dit artikel vindt geen toepassing indien door de multinationale groep voorafgaand aan het overgangsjaar een bijheffing-informatieaangifte is ingediend in een andere staat waarmee Nederland voor dat jaar een kwalificerende overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten heeft.
**5.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder overgangsjaar verstaan: het overgangsjaar voor Nederland in de zin van artikel 14.1, zesde lid.
**5.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder overgangsjaar verstaan: het overgangsjaar voor Nederland in de zin van artikel 14.1, zevende lid.
### Artikel 14.4