From d5da53aae643859f7f521b50ccf2277c8f624741 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-01-01 | BWBR0008657 | Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten --- .../BWBR0008657/README.md | 148 ++++-------------- 1 file changed, 31 insertions(+), 117 deletions(-) diff --git a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md index 20bfa24420a..059ccf58374 100644 --- a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md +++ b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md @@ -83,7 +83,7 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish **1.** Waar een natuurlijk persoon woont wordt naar de omstandigheden beoordeeld. -**2.** De persoon die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen een jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in Aruba, Curaçao, Sint, en Sint Maarten, in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of op het grondgebied van een andere Mogendheid te hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond. +**2.** De persoon die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen een jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of op het grondgebied van een andere Mogendheid te hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond. ### Artikel 1:4 @@ -336,37 +336,7 @@ in een bepaalde functie, maar geen functie waarin hij werkzaam is als werknemer ### Artikel 2:21 -**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de werkgever die met een jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning en die een indicatiebeschikking heeft als bedoeld in het derde lid, een dienstbetrekking, niet zijnde een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening, aangaat of is aangegaan, subsidie voor loonkosten verlenen indien de dienstbetrekking een overeengekomen duur van ten minste twaalf maanden heeft. De subsidie kan slechts worden verstrekt indien de jonggehandicapte op de eerste dag van de dienstbetrekking de leeftijd van 50 jaar niet heeft bereikt. - -**2.** Indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek betreft, verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen slechts subsidie indien de derde, in wiens opdracht de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, ter beschikking wordt gesteld om arbeid te verrichten, zich jegens de werkgever verplicht die jonggehandicapte tenminste twaalf maanden arbeid te laten verrichten. Indien de uitzendovereenkomst binnen deze twaalf maanden wordt gevolgd door een dienstbetrekking bij de derde, voor ten minste de resterende duur van de twaalf maanden, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag aan die derde loonkostensubsidie verstrekken voor maximaal de resterende duur van de twaalf maanden. - -**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan van de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, vaststellen dat hij in aanmerking komt voor toepassing van het eerste lid, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van oordeel is dat met het oog op de inschakeling in de arbeid geen andere voorziening of instrument meer geschikt is. De vaststelling, bedoeld in de eerste zin, geschiedt bij indicatiebeschikking. - -**4.** - -Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt de subsidie slechts: - -a. indien naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen reële behoefte bestaat aan de arbeid die op grond van de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, zal worden verricht en die arbeid geen additionele arbeid betreft; -b. indien er naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een reëel uitzicht is op continuering van de dienstbetrekking voor ten minste zes maanden na afloop van de periode waarover de loonkostensubsidie wordt verstrekt, dan wel op een op die dienstbetrekking aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste zes maanden; en -c. indien ten behoeve van de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, in de vijf jaar voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, niet eerder loonkostensubsidie op grond van dit artikel is verstrekt; en -d. indien de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, in de zes maanden voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, geen werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in artikel 2:24 of artikel 76a van de Werkloosheidswet heeft verricht. - -**5.** Onder additionele arbeid als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, wordt verstaan primair op de arbeidsinschakeling gerichte arbeid of het naast of in aanvulling op reguliere arbeid verrichten van werkzaamheden die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. - -**6.** De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag of, indien het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van deze wet. Het bedrag, bedoeld in de eerste zin, wordt naar evenredigheid verminderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter is dan de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12 van laatstgenoemde wet. Indien ten behoeve van de betrokken werknemer artikel 2:20 van deze wet toepassing vindt, bedraagt de subsidie, zo nodig in afwijking van de eerste zin, ten hoogste de aanspraak op een geldelijke beloning voor verrichte arbeid die krachtens dat artikel 2:20 is vastgesteld. - -**7.** De subsidie kan voor maximaal twaalf maanden worden verstrekt. - -**8.** Indien de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, ziekengeld ontvangt op grond van de Ziektewet wordt het, naar werkdagen herleide, aan de werkgever verstrekte subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, verminderd met dit ziekengeld. - -**9.** Indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is aangegaan alvorens een aanvraag om subsidie voor loonkosten met betrekking tot die dienstbetrekking wordt ingediend, wordt de aanvraag om subsidie uiterlijk binnen drie maanden na de eerste dag van het verrichten van arbeid ingediend. - -**10.** - -Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel, welke regels betrekking kunnen hebben op: - -a. nadere subsidievoorwaarden; en -b. een subsidieplafond. +Vervallen ### Artikel 2:22 @@ -413,7 +383,7 @@ b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een c. werkzaamheden, die de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en d. werkzaamheden, waarbij er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, een reeël uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden. -**4.** Indien de werkzaamheden, bedoel in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt deze periode voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten. +**4.** Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt deze periode voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten. **5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel. @@ -524,7 +494,7 @@ Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan controlevoorschriften vasts ### Artikel 2:36 -Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt met inachtneming van artikel 2:5 en de daarop berustende bepalingen gedurende de eerste vijf jaar nadat recht op arbeidsondersteuning is ontstaan jaarlijks of de jonggehandicapte die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 2:4, derde lid, nog volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. +Vervallen ### Artikel 2:37 @@ -556,7 +526,7 @@ Opgeroepenen en, indien hun toestand geleide nodig maakt, mede hun geleiders, wo ### Artikel 2:39 -**1.** De jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning ontvangt op aanvraag inkomensondersteuning met ingang van de dag waarop de aanvraag werd ingediend. +**1.** De jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning ontvangt op aanvraag inkomensondersteuning met ingang van de dag waarop de aanvraag werd ingediend, doch niet voor de dag waarop recht op arbeidsondersteuning ontstaat. **2.** In afwijking van het eerste lid ontvangt de jonggehandicapte de inkomensondersteuning, bedoeld in het eerste lid, niet eerder dan de dag met ingang waarvan de jonggehandicapte aan de voorwaarden, bedoeld in het derde en vierde lid, voldoet. @@ -855,7 +825,7 @@ In afwijking van artikel 2:59 kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering a. redelijkerwijs te voorzien is dat degene van wie wordt teruggevorderd niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; c. de vordering van het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen wegens onverschuldigd betaalde inkomensvoorziening ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang; -d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet; en +d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbaar voorstel voor een schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet; en e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is ontstaan door het niet nakomen door degene van wie wordt teruggevorderd van de verplichting, bedoeld in artikel 2:7, en hiervoor een boete is opgelegd als bedoeld in artikel 2:69, dan wel met betrekking tot het niet naleven van die verplichting aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht. @@ -872,7 +842,7 @@ c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste ### Artikel 2:63 -Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 2:59 en 2:62 van deze wet is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. +Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 2:59 en 2:62 is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen, bedoeld in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. ### Artikel 2:64 @@ -1077,7 +1047,7 @@ Indien voor het vaststellen van het recht op uitkering op grond van deze wet, in **2.** Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaats met inachtneming van de artikelen 3:14 tot en met 3:17. -**3.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet herzien in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid. Indien de jonggehandicapte tijdens de opleiding of scholing inkomsten uit arbeid verwerft, is artikel 3:48, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. +**3.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet herzien in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid. Indien de jonggehandicapte tijdens de opleiding of scholing inkomen verwerft, is artikel 3:48, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 3:14 @@ -1116,7 +1086,7 @@ d. binnen een bij ministeriële regeling aan te geven tijdvak in daarbij aan te **3.** Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een herbeoordeling als bedoeld in artikel 3:28, zesde lid, plaats met ingang van 22 februari 2007. -**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor gevallen waarbij direct herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaatsvindt. Op grond van deze regels kan bedoelde herziening slechts plaatsvinden ten behoeve van de jonggehandicapte die bij hervatting van de arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven inkomsten geniet, die minder bedragen dan evenredig is aan zijn nog bestaande arbeidsgeschiktheid. +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor gevallen waarbij direct herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaatsvindt. Op grond van deze regels kan bedoelde herziening slechts plaatsvinden ten behoeve van de jonggehandicapte die bij hervatting van de arbeid inkomen geniet, dat minder bedraagt dan evenredig is aan zijn nog bestaande arbeidsgeschiktheid. **5.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van wonen buiten Nederland waarin de arbeidsongeschiktheid is toegenomen mede in aanmerking genomen. @@ -1159,9 +1129,9 @@ a. met ingang van de eerste dag van de maand, waarin de jonggehandicapte de leef b. wanneer de arbeidsongeschiktheid is geëindigd, of beneden 25% is gedaald, met ingang van de dag, aangegeven in de daartoe strekkende beschikking van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de jonggehandicapte buiten Nederland is gaan wonen. -**2.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet ingetrokken in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid. Indien de jonggehandicapte tijdens de opleiding of scholing inkomsten uit arbeid verwerft, is artikel 3:48, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. +**2.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet ingetrokken in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid. Indien de jonggehandicapte tijdens de opleiding of scholing inkomen verwerft, is artikel 3:48, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. -**3.** Indien de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze intrekking niet eerder in dan een jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. Indien de jonggehandicapte eerder inkomsten uit arbeid verwerft, is artikel 3:48, eerste lid, tot uiterlijk het einde van dat jaar van overeenkomstige toepassing. +**3.** Indien de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze intrekking niet eerder in dan een jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. **4.** Het eerste lid, onderdeel c, is tevens van toepassing op de jonggehandicapte die buiten Nederland is gaan wonen en op wie artikel 1:2, derde lid, van toepassing is. @@ -1306,7 +1276,7 @@ Herziening, heropening dan wel herleving van de arbeidsongeschiktheidsuitkering **3.** De herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering ter zake van afneming van de arbeidsongeschiktheid gaat in op de dag, aangegeven in de daartoe strekkende beschikking van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. -**4.** Indien de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze herziening niet eerder in dan een jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. Indien de jonggehandicapte eerder inkomsten uit arbeid verwerft, is artikel 3:48, eerste lid, tot uiterlijk het einde van dat jaar van overeenkomstige toepassing. +**4.** Indien de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze herziening niet eerder in dan een jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. **5.** De herleving van de uitkering, bedoeld in artikel 3:20, gaat in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij weer in Nederland is gaan wonen. @@ -1376,8 +1346,8 @@ d. de controlevoorschriften, bedoeld in artikel 3:36, of de verplichting, bedoel e. zijn arbeidsongeschiktheid opzettelijk heeft veroorzaakt; f. zich niet houdt aan het voorschrift, bedoeld in artikel 3:28, vierde lid; g. zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid; -h. indien de belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan het opstellen van de reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, derde lid, van die wet; -i. indien de belanghebbende de verplichtingen die zijn opgenomen in de reïntegratievisie bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of in het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, derde lid, van die wet niet of niet behoorlijk is nagekomen; +h. indien de belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan het opstellen van de reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet; +i. indien de belanghebbende de verplichtingen die zijn opgenomen in de reïntegratievisie bedoeld in artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of in het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet niet of niet behoorlijk is nagekomen; j. indien de belanghebbende die bij deelname aan een reïntegratietraject zijn reïntegratieverplichtingen niet naleeft, de reden daarvan niet onmiddellijk aan het reïntegratiebedrijf heeft medegedeeld. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt niet als arbeid beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening. @@ -1420,7 +1390,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i **1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verrekent de bestuurlijke boete met een uitkering op grond van deze wet, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, die de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd ontvangt. -**2.** De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomen kunstenaars. +**2.** De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. **3.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan de persoon aan wie de boete is opgelegd. @@ -1475,40 +1445,24 @@ Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen houdt op de arbeidsongeschikthe **1.** -Indien de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomsten uit arbeid geniet, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten tijdvak van vijf jaar, vanaf de eerste dag waarover de inkomsten uit arbeid worden genoten, niet aangemerkt als arbeid, bedoeld in artikel 3:1, vijfde lid, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering: +Indien de jonggehandicapte, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, inkomen geniet doordat hij arbeid is gaan verrichten, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten tijdvak van vijf jaar niet aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel 3:1, vijfde lid, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering: -a. niet betaald, indien de inkomsten uit arbeid zodanig zijn, dat als die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel 3:1, vijfde lid, zou zijn, niet langer sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid van ten minste 25%; of +a. niet betaald, indien het inkomen zodanig is, dat als die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel 3:1, vijfde lid, zou zijn, niet langer sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid van ten minste 25%; of b. indien onderdeel a niet van toepassing is, betaald tot een bedrag ter grootte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, zoals deze zou zijn vastgesteld, indien die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel 3:1, vijfde lid, zou zijn. -Na afloop van het in de eerste zin genoemde tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid, bedoeld in artikel 3:1, vijfde lid. +Na afloop van het in de aanhef genoemde tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel 3:1, vijfde lid. -**2.** +**2.** Het in het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar vangt aan op de eerste dag waarop arbeid wordt verricht, waarbij een nieuw tijdvak als bedoeld in het eerste lid aanvangt indien diegene andere arbeid gaat verrichten. -Het in het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar: +**3.** Indien op de laatste dag van het in het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar inkomen wordt genoten, maar geen arbeid wordt verricht, wordt dit tijdvak verlengd tot en met de laatste dag waarop dat inkomen wordt genoten. -a. wordt niet onderbroken indien gedurende perioden van korter dan vier weken geen inkomsten uit arbeid worden genoten; -b. wordt, indien gedurende een periode van vier weken of langer geen inkomsten uit arbeid worden genoten, onderbroken indien vervolgens opnieuw inkomsten worden genoten uit dezelfde arbeid als de arbeid die werd verricht voor de onderbreking, met dien verstande dat het van de vijf jaar resterende tijdvak aanvangt vanaf het moment dat opnieuw de inkomsten uit die arbeid worden genoten; -c. wordt onderbroken met de periode waarin inkomsten uit arbeid zijn genoten doch waarin geen arbeid is verricht, mits die periode langer dan vier weken duurt. +**4.** Indien de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, inkomen geniet ingevolge een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening, is het eerste lid voor onbeperkte duur van toepassing. -**3.** Indien de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, inkomsten uit arbeid geniet ingevolge een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening, is het eerste lid voor onbeperkte duur van toepassing. +**5.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben in elk geval betrekking op de gevallen waarin het eerste lid buiten toepassing blijft. -**4.** +**6.** Onze Minister kan bepalen dat het eerste lid voor onbeperkte duur toepassing vindt ten aanzien van bepaalde groepen personen. -Maandelijks wordt, wat betreft onderdeel b in afwijking van paragraaf 5.3 van de Zorgverzekeringswet, aan ’s Rijks Kas afgedragen het geraamde bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die op grond van het derde lid niet worden uitbetaald wegens het genieten van dat loon, alsmede van de dientengevolge niet uitbetaalde vakantie-uitkeringen, vermeerderd met: - -a. het bedrag aan premies dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij uitbetaling op grond van enige wet over dat bedrag verschuldigd zou zijn en dat niet op de uitkeringen in mindering kan worden gebracht, en -b. de op grond van artikel 46 van de Zorgverzekeringswet vergoede inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van die wet, over dat bedrag. - -De afdracht geschiedt door middel van gelijktijdige verrekening met het aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toegekende voorschot ten behoeve van uitkeringen, sociale lasten en uitkeringskosten voor hetzelfde tijdvak. - -**5.** - -Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben in elk geval betrekking op: - -a. de gelijkstelling van inkomsten in verband met arbeid met inkomsten als bedoeld in het eerste lid; -b. de gevallen waarin het eerste lid buiten toepassing blijft. - -**6.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het tweede lid geen toepassing vindt ten aanzien van andere vormen van arbeid die de jonggehandicapte gaat verrichten. +**7.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder inkomen als bedoeld in dit artikel wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten. ### Artikel 3:49 @@ -1650,7 +1604,7 @@ In afwijking van artikel 3:56, eerste lid, kan het Uitvoeringsinstituut werkneme a. redelijkerwijs te voorzien is dat de jonggehandicapte niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; c. de vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wegens onverschuldigd betaalde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang; -d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet; +d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbaar voorstel voor een schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet; e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet. @@ -1668,7 +1622,7 @@ c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste ### Artikel 3:60 -Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 3:56 en 3:59 van deze wet is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. +Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 3:56 en 3:59 is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen, bedoeld in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. ### Artikel 3:61 @@ -1771,49 +1725,11 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking to ### Artikel 3:71 -**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de werkgever die met een jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die een indicatiebeschikking heeft als bedoeld in het derde lid, een dienstbetrekking, niet zijnde een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening, aangaat of is aangegaan na de inwerkingtreding van de Wet stimulering arbeidsparticipatie, subsidie voor loonkosten verlenen indien de dienstbetrekking een overeengekomen duur van ten minste twaalf maanden heeft. De subsidie kan slechts worden verstrekt indien de jonggehandicapte op de eerste dag van de dienstbetrekking de leeftijd van 50 jaar niet heeft bereikt. - -**2.** Indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek betreft, verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen slechts subsidie indien de derde, in wiens opdracht de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ter beschikking wordt gesteld om arbeid te verrichten, zich jegens de werkgever verplicht die jonggehandicapte tenminste twaalf maanden arbeid te laten verrichten. Indien de uitzendovereenkomst binnen deze twaalf maanden wordt gevolgd door een dienstbetrekking bij de derde, voor ten minste de resterende duur van de twaalf maanden, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag aan die derde loonkostensubsidie verstrekken voor maximaal de resterende duur van de twaalf maanden. - -**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan van de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering vaststellen dat hij in aanmerking komt voor toepassing van het eerste lid, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van oordeel is dat met het oog op de inschakeling in de arbeid geen andere voorziening of instrument meer geschikt is. De vaststelling, bedoeld in de eerste zin, geschiedt bij indicatiebeschikking. - -**4.** - -Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt de subsidie slechts: - -a. indien naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen reële behoefte bestaat aan de arbeid die op grond van de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, zal worden verricht en die arbeid geen additionele arbeid betreft; -b. indien er naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een reëel uitzicht is op continuering van de dienstbetrekking voor ten minste zes maanden na afloop van de periode waarover de loonkostensubsidie wordt verstrekt, dan wel op een op die dienstbetrekking aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste zes maanden; -c. indien ten behoeve van de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in de vijf jaar voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, niet eerder loonkostensubsidie op grond van dit artikel of het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden is verstrekt; en -d. indien de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in de zes maanden voorafgaand aan de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, geen werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in artikel 3:69 of artikel 76a van de WW heeft verricht. - -**5.** Onder additionele arbeid als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, wordt verstaan primair op de arbeidsinschakeling gerichte arbeid of het naast of in aanvulling op reguliere arbeid verrichten van werkzaamheden die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. - -**6.** De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag of, indien het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van deze wet. Het bedrag, bedoeld in de eerste zin, wordt naar evenredigheid verminderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter is dan de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12 van laatstgenoemde wet. Indien ten behoeve van de betrokken werknemer artikel 3:63 van deze wet toepassing vindt, bedraagt de subsidie, zo nodig in afwijking van de eerste zin, ten hoogste de aanspraak op een geldelijke beloning voor verrichte arbeid die krachtens dat artikel 3:63 is vastgesteld. - -**7.** De subsidie kan voor maximaal twaalf maanden worden verstrekt. - -**8.** Indien de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, ziekengeld ontvangt op grond van de Ziektewet wordt het, naar werkdagen herleide, aan de werkgever verstrekte subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, verminderd met dit ziekengeld. - -**9.** Indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is aangegaan alvorens een aanvraag om subsidie voor loonkosten met betrekking tot die dienstbetrekking wordt ingediend, wordt de aanvraag om subsidie uiterlijk binnen drie maanden na de eerste dag van het verrichten van arbeid ingediend. - -**10.** - -Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel, welke regels betrekking kunnen hebben op: - -a. nadere subsidievoorwaarden; en -b. een subsidieplafond. +Vervallen ### Artikel 3:72 -**1.** - -In afwijking van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand en artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is artikel 3:71 van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de persoon: - -a. wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingetrokken als gevolg van de toepassing van artikel 3:28, vijfde lid, alsmede de persoon op wie dat artikel, op grond van artikel 2, tweede lid, van het Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten, niet van toepassing is en wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingetrokken; -b. die op de dag voorafgaand aan de eerste dag van de dienstbetrekking met betrekking waartoe loonkostensubsidie wordt aangevraagd, geen uitkering ontvangt op grond van een wet waaraan uitvoering wordt gegeven door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Wet werk en bijstand; en -c. die op de dag voorafgaand aan de eerste dag van de dienstbetrekking met betrekking waartoe loonkostensubsidie wordt aangevraagd geen tegemoetkoming ontvangt op grond van de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten. - -**2.** De leeftijdsgrens, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, is niet van toepassing op deze persoon. +Vervallen ### Artikel 3:73 @@ -1887,13 +1803,11 @@ Artikel 120 van de Wet financiering sociale verzekeringen is van overeenkomstige **1.** Beschikkingen op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. -**2.** De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan. +**2.** De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen veertien weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan. -**3.** Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld. +**3.** Indien een beschikking niet binnen de termijn van veertien weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld. -**4.** Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid een in het buitenland wonende persoon is opgeroepen en om die reden de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld. - -**5.** In afwijking van de in het tweede tot en met vierde lid genoemde termijn van acht weken, geldt tot en met 31 december 2011, of tot een eerder, bij koninklijk besluit te bepalen, tijdstip, een termijn van veertien weken. +**4.** Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid een in het buitenland wonende persoon is opgeroepen en om die reden de beschikking niet binnen veertien weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld. ### Artikel 6:2