2017-08-01 | BWBR0034271 | Besluit vergoedingen Kernenergiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2017-08-01 12:00:00 +00:00
parent 55977ef7dd
commit d5de23e977

View file

@ -23,12 +23,11 @@ b. meerdere technische of organisatorische processen van een inrichting als bedo
a. de veiligheidsfuncties van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet of
b. meerdere technische of organisatorische processen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet;
*Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken;
*wet:* de Kernenergiewet.
### Artikel 2
Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onderdeel a, van de wet voor het vervoer van splijtstoffen, genoemd in bijlage I van de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen bedraagt € 3.680 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 3 720.
Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onderdeel a, van de wet voor het vervoer van splijtstoffen, genoemd in bijlage I van de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen bedraagt € 3.680 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 3 720.
### Artikel 3
@ -138,7 +137,7 @@ d. € 178.204 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 176 750 indien het een
**2.**
Het bedrag dat verschuldigd is voor de beoordeling van het verslag als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Regeling implementatie richtlijn nr. 2009/71/Euratom inzake nucleaire veiligheid bedraagt:
Het bedrag dat verschuldigd is voor de beoordeling van het document waarin de houder van een vergunning op grond van artikel 15, onder b, van de wet ten minste eens in de tien jaar aan de Autoriteit verslag doet inzake de nucleaire veiligheid van de onder zijn beheer zijnde kerninstallatie bedraagt:
a. € 600.944 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 606 000 indien het een beoordeling betreft van een verslag ten behoeve van een inrichting waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt om elektriciteit op te wekken;
b. € 320.344 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 315 625 indien het een beoordeling betreft van een verslag ten behoeve van een inrichting met een capaciteit van ten minste 10 megawatt waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt met een ander doel dan om elektriciteit op te wekken;
@ -146,9 +145,9 @@ c. € 185.472 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 189 375 indien het een
### Artikel 9
**1.** De bedragen bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, en 7, tweede lid, worden met € 13.248 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 13 392 verhoogd indien een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer moet worden gemaakt.
**1.** De bedragen bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, en 7, tweede lid, worden met € 13.248 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 13 392 verhoogd indien een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer moet worden gemaakt.
**2.** De bedragen bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, en 7, tweede lid, worden met € 14.784 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 15 171 verhoogd indien daarbij de Commissie voor de milieueffectrapportage, bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer, een advies moet gegeven.
**2.** De bedragen bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, en 7, tweede lid, worden met € 14.784 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 15 171 verhoogd indien daarbij de Commissie voor de milieueffectrapportage, bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer, een advies moet gegeven.
**3.** Indien een extern advies wordt gevraagd worden de bedragen, bedoeld in de artikelen 4, 5, 6, 7, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel c, en 8, tweede lid, met de kosten van het externe advies verhoogd.
@ -164,13 +163,13 @@ e. € 5.000 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 5 131 indien op basis va
### Artikel 10
**1.** Het bedrag dat verschuldigd is voor een inschrijving of de verlenging van een inschrijving in het register voor stralingsartsen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming bedraagt € 500 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 514.
**1.** Het bedrag dat verschuldigd is voor een inschrijving of de verlenging van een inschrijving in het register voor stralingsartsen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming bedraagt € 500 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 514.
**2.** Het bedrag dat verschuldigd is voor een inschrijving of de verlenging van een inschrijving in het register als bedoeld in artikel 7d van het Besluit stralingsbescherming bedraagt € 500 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 514.
**2.** Het bedrag dat verschuldigd is voor een inschrijving of de verlenging van een inschrijving in het register als bedoeld in artikel 7d van het Besluit stralingsbescherming bedraagt € 500 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 514.
**3.** Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een erkenning van een instelling voor een opleiding op het gebied van stralingsbescherming als bedoeld in artikel 7f, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming bedraagt € 1.500 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 1 540.
**3.** Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een erkenning van een instelling voor een opleiding op het gebied van stralingsbescherming als bedoeld in artikel 7f, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming bedraagt € 1.500 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 1 540.
**4.** Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een erkenning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming bedraagt € 5.000 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 5 131.
**4.** Het bedrag dat verschuldigd is voor de verlening van een erkenning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming bedraagt € 5.000 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 5 131.
### Artikel 11
@ -184,34 +183,34 @@ e. € 5.000 van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017: € 5 131 indien op basis va
**1.**
Onze Minister brengt de bedragen in rekening en verzendt een besluit daartoe:
De Autoriteit brengt de bedragen in rekening en verzendt een besluit daartoe:
a. tegelijk met het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, en 7, eerste lid;
b. tegelijk met de bekendmaking van de vergunning als bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, en 7, tweede lid;
c. telkens voor 31 januari van het jaar waarop het verschuldigde bedrag betrekking heeft indien het een bedrag betreft verschuldigd op grond van artikel 8, eerste lid;
d. tegelijk met de toezending van de beoordeling van het verslag als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Regeling implementatie richtlijn nr. 2009/71/Euratom inzake nucleaire veiligheid;
c. telkens voor 31 januari van het jaar waarop het verschuldigde bedrag betrekking heeft indien het een bedrag betreft verschuldigd op grond van artikel 8, eerste lid;
d. tegelijk met de toezending van de beoordeling van het document waarin de houder van een vergunning op grond van artikel 15, onder b, van de wet ten minste eens in de tien jaar aan de Autoriteit verslag doet inzake de nucleaire veiligheid van de onder zijn beheer zijnde kerninstallatie;
e. tegelijk met de bekendmaking van de inschrijving, de verlenging van de inschrijving en de erkenning als bedoeld in artikel 10.
**2.** Op de inning van de bedragen, bedoeld in de artikel 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, en 7, eerste lid, is titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
### Artikel 13
**1.** De in dit besluit genoemde bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast met het verschil tussen de in dit besluit gegeven bedragen en het bedrag van het in de bijlage bij dit besluit aantal uren of fulltime equivalents maal het in dat jaar geldende tarief schaal 13 opgenomen in het Handboek Financiële Informatie en Administratie Rijksoverheid. Daarbij worden de bedragen rekenkundig afgerond op gehele euros.
**1.** De in dit besluit genoemde bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast met het verschil tussen de in dit besluit gegeven bedragen en het bedrag van het in de bijlage bij dit besluit aantal uren of fulltime equivalents maal het in dat jaar geldende tarief schaal 13 opgenomen in het Handboek Financiële Informatie en Administratie Rijksoverheid. Daarbij worden de bedragen rekenkundig afgerond op gehele euros.
**2.** In afwijking van het eerste lid worden de in de artikelen 9, tweede en vierde lid, en 10 genoemde bedragen jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. Daarbij worden de bedragen rekenkundig afgerond op gehele euros.
**2.** In afwijking van het eerste lid worden de in de artikelen 9, tweede en vierde lid, en 10 genoemde bedragen jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. Daarbij worden de bedragen rekenkundig afgerond op gehele euros.
**3.** Van de bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, doet Onze Minister jaarlijks voor 1 januari mededeling in de Staatscourant.
**3.** Van de bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, doet de Autoriteit jaarlijks voor 1 januari mededeling in de Staatscourant.
### Artikel 14
**1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.
**1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.
**2.**
Het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 blijft van toepassing op:
a. de Lage Flux Reactor te Petten;
b. een verslag als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Regeling implementatie richtlijn nr. 2009/71/Euratom inzake nucleaire veiligheid dat voor 1 januari 2014 door Onze Minister is ontvangen.
b. een document waarin de houder van een vergunning op grond van artikel 15, onder b, van de wet ten minste eens in de tien jaar aan de Minister verslag doet inzake de nucleaire veiligheid van de onder zijn beheer zijnde kerninstallatie dat voor 1 januari 2014 door Onze Minister van Economische Zaken is ontvangen.
### Artikel 15