diff --git a/amvb/besluit-ontgrondingen-in-rijkswateren/BWBR0023362/README.md b/amvb/besluit-ontgrondingen-in-rijkswateren/BWBR0023362/README.md index cb95fdaa8e6..62efc401305 100644 --- a/amvb/besluit-ontgrondingen-in-rijkswateren/BWBR0023362/README.md +++ b/amvb/besluit-ontgrondingen-in-rijkswateren/BWBR0023362/README.md @@ -22,7 +22,7 @@ c. het doen van grondboringen en sonderingen; d. het leggen, plaatsen, onderhouden, wijzigen of opruimen van buizen, kabels, palen en dergelijke voorwerpen; e. het graven van slikgruppen ter bevordering van aanwas. -**2.** Indien bij een ontgronding als bedoeld in het eerste lid een archeologisch monument of een vermoedelijk archeologisch monument als bedoeld in de Erfgoedwet, wordt gevonden, stelt degene die is overgegaan tot de ontgronding gegevens en bescheiden waarover hij de beschikking heeft en die informatie kunnen verschaffen over de aanwezigheid of te verwachten aanwezigheid van het archeologisch monument, ter beschikking aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Artikel 5.10 van de Erfgoedwet en de artikelen 56, 58, eerste lid, en 59 van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet zijn van overeenkomstige toepassing. +**2.** Indien bij een ontgronding als bedoeld in het eerste lid een monument of een vermoedelijk monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988, wordt gevonden, stelt degene die is overgegaan tot de ontgronding gegevens en bescheiden waarover hij de beschikking heeft en die informatie kunnen verschaffen over de aanwezigheid of te verwachten aanwezigheid van het monument, ter beschikking aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De artikelen 53, 56, 58, eerste lid, en 59 van de Monumentenwet 1988 zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 2 @@ -33,7 +33,7 @@ Het verbod van artikel 3, eerste lid, van de Ontgrondingenwet is niet van toepas a. plaatsvindt op een afstand van ten minste 500 meter van militaire oefengebieden, buisleidingen, kabels, oevers, andere vaste objecten of aanwezige of te verwachten monumenten, en b. niet meer betreft dan een bij ministeriële regeling aangewezen hoeveelheid vaste stoffen die in een daarbij te noemen maximum aantal reizen wordt gewonnen en welke hoeveelheid per daarbij aangewezen rijkswater kan verschillen. -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op ontgrondingen in een in het Integraal Beheerplan Noordzee 2015 aangewezen gebied met bijzondere ecologische waarden zolang dat gebied niet is aangewezen krachtens artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op ontgrondingen in een in het Integraal Beheerplan Noordzee 2015 aangewezen gebied met bijzondere ecologische waarden zolang dat gebied niet is aangewezen krachtens artikel 10, eerste lid, of 10a, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998. ### Artikel 3 @@ -109,8 +109,8 @@ b. een ontgronding op een afstand van tenminste 500 meter van buisleidingen, kab Het eerste lid is niet van toepassing op: -a. activiteiten, genoemd in het Besluit milieueffectrapportage; -b. ontgrondingen in een gebied als bedoeld in artikel 2, tweede lid. +a. activiteiten, genoemd in het Besluit milieu-effectrapportage 1994; +b. ontgrondingen in een gebied als bedoeld in artikel 2, eerste lid. ### Artikel 6 @@ -126,7 +126,7 @@ b. ontgrondingen in een gebied als bedoeld in artikel 2, tweede lid. **6.** Indien de hoeveelheid vaste stoffen waarop de aanvraag betrekking heeft meer bedraagt dan de hoeveelheid waarop de vergunning, onderscheidenlijk het besluit tot wijziging van een vergunning betrekking heeft, wordt het recht verminderd. Het bedrag waarmee het recht wordt verminderd wordt bepaald door de opslag, berekend met toepassing van de bijlage bij dit besluit voor de hoeveelheid waarop de aanvraag betrekking heeft, te verminderen met de opslag berekend met toepassing van de bijlage bij dit besluit voor de hoeveelheid waarop de vergunning onderscheidenlijk de beschikking tot wijziging van de vergunning betrekking heeft. -**7.** Indien ter zake van de behandeling van de aanvraag afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet is toegepast en het recht meer bedraagt dan € 2250,00 wordt het recht verminderd tot € 2250,00. +**7.** Indien ter zake van de behandeling van de aanvraag afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet is toegepast en het recht meer bedraagt dan € 2250,00 wordt het recht verminderd tot € 2250,00. **8.** In afwijking van het eerste lid wordt ter zake van de behandeling van een door of vanwege Onze Minister ingediende aanvraag om een vergunning of wijziging van een vergunning geen recht geheven.