2009-07-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
6fe9852175
commit
d5e6644815
1 changed files with 88 additions and 212 deletions
|
|
@ -2143,13 +2143,7 @@ Voor zover aan een vergunning voorschriften worden verbonden als bedoeld in het
|
|||
a. moet worden bepaald of aan de eerstbedoelde voorschriften wordt voldaan, waarbij de wijze van bepaling wordt aangegeven, die ten minste betrekking heeft op de methode en de frequentie van de bepaling en de procedure voor de beoordeling van de bij die bepaling verkregen gegevens en die tevens betrekking kan hebben op de organisatie van die bepalingen en beoordelingen en op de registratie van die gegevens en de resultaten van die beoordelingen;
|
||||
b. de bij die bepaling verkregen gegevens aan het bevoegd gezag moeten worden gemeld of ter inzage gegeven of anderszins ter beschikking moeten worden gesteld van het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het vierde lid, onder b, worden geen voorschriften aan de vergunning verbonden met betrekking tot het ter beschikking stellen van gegevens als bedoeld in dat onderdeel, voor zover:
|
||||
|
||||
a. die gegevens krachtens artikel 12.4, tweede lid, moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld,
|
||||
b. die gegevens krachtens artikel 12.20, eerste lid, moeten worden opgenomen in een PRTR-verslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of
|
||||
c. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de artikelen 12.4, vierde lid, of 12.5.
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid, onder b, worden geen voorschriften aan de vergunning verbonden met betrekking tot het ter beschikking stellen van gegevens als bedoeld in dat onderdeel, voor zover die gegevens krachtens titel 12.3 moeten worden opgenomen in een PRTR-verslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of daardoor anderszins strijd ontstaat met het gestelde bij of krachtens die titel.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.12a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2195,13 +2189,7 @@ g. dat van daarbij aangegeven veranderingen als bedoeld in artikel 8.1, derde li
|
|||
h. dat met het oog op het kunnen voldoen aan de andere aan de vergunning verbonden voorschriften daarbij aangegeven organisatorische en administratieve maatregelen moeten worden getroffen;
|
||||
i. dat met betrekking tot een bij het voorschrift aangegeven onderwerp waarover geen andere voorschriften aan de vergunning zijn verbonden, voldoende zorg in acht moet worden genomen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, onder *c*, worden geen voorschriften aan de vergunning verbonden met betrekking tot het melden of ter beschikking stellen van uitkomsten als bedoeld in dat onderdeel, indien:
|
||||
|
||||
a. die uitkomsten als gegevens krachtens artikel 12.4, tweede lid, moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld,
|
||||
b. die uitkomsten als gegevens krachtens artikel 12.20, eerste lid, moeten worden opgenomen in een PRTR-verslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of
|
||||
c. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de artikelen 12.4, vijfde lid, of 12.5.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onder c, worden geen voorschriften aan de vergunning verbonden met betrekking tot het melden of ter beschikking stellen van uitkomsten als bedoeld in dat onderdeel, indien die uitkomsten als gegevens krachtens titel 12.3 moeten worden opgenomen in een PRTR-verslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of daardoor anderszins strijd ontstaat met het gestelde bij of krachtens die titel.
|
||||
|
||||
**3.** Bij een voorschrift inzake nadere eisen als bedoeld in het eerste lid, onder *f*, kan worden aangegeven hoe van die eisen door het aangewezen bestuursorgaan openbaar wordt kennisgegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2248,7 +2236,7 @@ b. financiële zekerheid stelt ter dekking van zijn aansprakelijkheid voor schad
|
|||
|
||||
**3.** Bij de maatregel kunnen regels worden gesteld voor gevallen waarin aan de verplichting uitvoering wordt gegeven door het sluiten en in stand houden van een verzekering. Daarbij wordt rekening gehouden met hetgeen redelijkerwijs door verzekering kan worden gedekt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien overeenkomstig het eerste lid een voorschrift als bedoeld in dat lid, onder *a*, aan een vergunning is verbonden, kan het bevoegd gezag bij het niet nakomen door de houder van de vergunning van een krachtens de vergunning voor hem geldende verplichting waarvoor financiële zekerheid is gesteld, bepalen tot welk bedrag het verhaal zal nemen op de gestelde zekerheid. Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de invordering van het te verhalen bedrag.
|
||||
**4.** Indien overeenkomstig het eerste lid een voorschrift als bedoeld in dat lid, onder *a*, aan een vergunning is verbonden, kan het bevoegd gezag bij het niet nakomen door de houder van de vergunning van een krachtens de vergunning voor hem geldende verplichting waarvoor financiële zekerheid is gesteld, bepalen tot welk bedrag het verhaal zal nemen op de gestelde zekerheid. Het bevoegd gezag kan het te verhalen bedrag invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.16
|
||||
|
||||
|
|
@ -3780,13 +3768,11 @@ b. ter voldoening aan een bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
|
||||
|
||||
### Titel 12.1. Milieuverslaglegging
|
||||
### Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
|
||||
|
||||
### Artikel 12.1
|
||||
|
||||
**1.** In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder verslagjaar: kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin een milieuverslag moet worden opgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De bij of krachtens deze titel gestelde bepalingen gelden voor bij algemene maatregel van bestuur aangegeven categorieën van gevallen waarin inrichtingen ernstige nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij aangegeven regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. De maatregel heeft uitsluitend betrekking op inrichtingen waarvoor gedeputeerde staten van de provincie krachtens artikel 8.2 bevoegd zijn te beslissen op een aanvraag om een vergunning.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -3798,63 +3784,27 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 12.4
|
||||
|
||||
**1.** Degene die de inrichting drijft, stelt jaarlijks ten behoeve van het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 voor de betrokken inrichting te verlenen, een milieuverslag op. In de gevallen waarin een vergunning vereist is krachtens artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren wordt het verslag tevens opgesteld ten behoeve van het bestuursorgaan dat tot verlening van die vergunning bevoegd is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het verslag wordt opgesteld overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Het bevat de bij of krachtens die maatregel aan te wijzen gegevens omtrent:
|
||||
|
||||
a. de nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting in het verslagjaar heeft veroorzaakt;
|
||||
b. de technische, organisatorische en administratieve maatregelen en voorzieningen die in het verslagjaar met betrekking tot de inrichting zijn getroffen in het belang van de bescherming van het milieu;
|
||||
c. de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen met betrekking tot de onder *a* en *b* genoemde onderwerpen in het eerstvolgende verslagjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens de maatregel kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens, bedoeld in het tweede lid, moeten worden verkregen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Als gegevens als bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, worden slechts aangewezen gegevens die redelijkerwijs nodig zijn voor:
|
||||
|
||||
a. de vervulling door de bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, van de in artikel 18.2 van de Wet milieubeheer, onderscheidenlijk artikel 29 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bedoelde taak,
|
||||
b. de vaststelling van het door die bestuursorganen of andere bestuursorganen te voeren milieubeleid en de controle op de voortgang van de uitvoering van dat beleid, of
|
||||
c. de uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het tweede lid, kan worden bepaald in hoeverre een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid, bij het aanbrengen van beperkingen of het verbinden van voorschriften aan een vergunning met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen van bij of krachtens de maatregel gestelde regels kan afwijken of nadere eisen kan stellen. Daarbij kan worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken of tot het stellen van nadere eisen slechts geldt in bij of krachtens de maatregel aangegeven categorieën van gevallen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.5
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 12.4, tweede lid, wordt bepaald in hoeverre een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, voorschriften aan de vergunning kan verbinden, die de verplichting inhouden hem gegevens ter beschikking te stellen, die niet krachtens artikel 12.4 in een milieuverslag dat ten behoeve van dat bestuursorgaan wordt opgesteld, behoeven te worden opgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 12.4, tweede lid, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot hetgeen regeling behoeft in verband met het gaan gelden van de bij of krachtens die maatregel gestelde regels.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.6
|
||||
|
||||
**1.** Een milieuverslag wordt in de Nederlandse taal gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet voor een milieuverslag als bedoeld in artikel 12.4 dat ten behoeve van een bestuursorgaan wordt opgesteld, indien overeenkomstig afdeling 2.2 van de Algemene wet bestuursrecht de Friese taal gebruikt wordt. Indien het milieuverslag in de Friese taal is gesteld, verstrekt degene die de inrichting drijft, daarvan op verzoek een vertaling in de Nederlandse taal.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.7
|
||||
|
||||
**1.** Zo spoedig mogelijk, maar niet later dan zes maanden na afloop van het verslagjaar geeft degene die de inrichting drijft, desgevraagd aan een ieder kosteloos inzage in en verstrekt hij tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar van een milieuverslag dat hij ingevolge artikel 12.4 moet opstellen.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die de inrichting drijft geeft vooraf kennis van de mogelijkheid tot inzage en de verkrijgbaarheid van het verslag. De kennisgeving wordt gedaan op zodanige wijze dat het daarmee beoogde doel zo goed mogelijk wordt bereikt.
|
||||
|
||||
**3.** Een ieder kan van degene die de inrichting drijft, bij de burgerlijke rechter nakoming vorderen van de in dit artikel omschreven verplichtingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.8
|
||||
|
||||
**1.** Zo spoedig mogelijk na het opstellen van een milieuverslag ten behoeve van een bestuursorgaan, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, eerste volzin, maar niet later dan drie maanden na afloop van het verslagjaar, zendt degene die de inrichting drijft, het milieuverslag elektronisch of indien dat verslag niet elektronisch wordt verzonden, twee exemplaren van het door hem over het afgelopen verslagjaar opgestelde milieuverslag aan dat bestuursorgaan. In gevallen als bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, tweede volzin, zendt hij, indien het milieuverslag niet elektronisch wordt verzonden, tegelijkertijd tevens twee exemplaren van dat verslag aan het in die volzin bedoelde bestuursorgaan.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, eerste volzin, zendt van elk ontvangen verslag een exemplaar aan de inspecteur. Het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, tweede volzin, zendt van elk ontvangen verslag een exemplaar aan het rijksinstituut, bedoeld in artikel 32 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.9
|
||||
|
||||
Indien degene die de inrichting drijft, verplicht is aan een ander bestuursorgaan dan de bestuursorganen, bedoeld in artikel 12.4, gegevens ter beschikking te stellen, die in de vereiste vorm zijn opgenomen in een milieuverslag als bedoeld in artikel 12.4 dat ten behoeve van een bestuursorgaan is opgesteld, kan aan deze verplichting worden voldaan door dat verslag over te leggen en voor deze gegevens te verwijzen naar het betrokken onderdeel van dat verslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.10*
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 12.4, tweede lid, tweede volzin, worden in het milieuverslag niet de gegevens opgenomen die degene die de inrichting drijft, met betrekking tot het verslagjaar reeds overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR dient te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de afbakening, bedoeld in het eerste lid, wordt aangebracht.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -3967,7 +3917,7 @@ In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*PRTR-verslag*: verslag als bedoeld in artikel 12.20, eerste lid;
|
||||
|
||||
*verslagjaar*: kalenderjaar waarover ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR een PRTR-verslag moet worden opgesteld.
|
||||
*verslagjaar*: kalenderjaar waarover ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR of artikel 12.20a, eerste lid, een PRTR-verslag moet worden opgesteld.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -3987,15 +3937,23 @@ In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
### Artikel 12.20a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere gegevens dan de in artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde gegevens worden aangewezen, die in het PRTR-verslag moeten worden opgenomen. Als gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden uitsluitend aangewezen gegevens omtrent de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting in het verslagjaar heeft veroorzaakt, en die redelijkerwijs nodig zijn voor:
|
||||
|
||||
a. de vervulling door het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van deze wet dan wel artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren voor de betrokken inrichting te verlenen, van de in artikel 18.2 van deze wet onderscheidenlijk artikel 29 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bedoelde taak,
|
||||
b. de vaststelling van het door die bestuursorganen of andere bestuursorganen te voeren milieubeleid en de controle op de voortgang van de uitvoering van dat beleid, of
|
||||
c. de uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5, tweede tot en met vijfde lid, en 9, eerste en tweede lid, van de EG-verordening PRTR en artikel 12.20, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de krachtens het eerste lid aangewezen gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.20b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Degene die de inrichting drijft, zendt gelijktijdig met toezending van het PRTR-verslag aan de op grond van artikel 12.21 bevoegde instantie, langs elektronische weg een afschrift hiervan aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.21
|
||||
|
||||
**1.** Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 2, onder 2, van de EG-verordening PRTR wordt aangewezen het bestuursorgaan dat voor de inrichting bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van deze wet of artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren te verlenen, dan wel, in geval op de inrichting de Mijnbouwwet van toepassing is, Onze Minister van Economische Zaken.
|
||||
**1.** Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 2, onder 2, van de EG-verordening PRTR en ingevolge deze titel wordt aangewezen het bestuursorgaan dat voor de inrichting bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van deze wet of artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren te verlenen, dan wel, in geval op de inrichting de Mijnbouwwet van toepassing is, Onze Minister van Economische Zaken.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen als bevoegde instantie voor inrichtingen waar activiteiten worden verricht als bedoeld in bijlage I, nummer 7, onder a, bij de EG-verordening PRTR.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4005,9 +3963,9 @@ De kwaliteitsbeoordeling van het PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid,
|
|||
|
||||
### Artikel 12.23
|
||||
|
||||
**1.** De op grond van artikel 12.21 bevoegde instantie kan uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar verklaren dat een PRTR-verslag niet voldoet aan de bij artikel 5, eerste of tweede lid, of artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR gestelde eisen of niet is opgesteld met inachtneming van de bij artikel 5, derde of vierde lid, van de EG-verordening PRTR of de krachtens artikel 12.29, aanhef en onder a tot en met c, gestelde eisen.
|
||||
**1.** De op grond van artikel 12.21 bevoegde instantie kan uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar verklaren dat een PRTR-verslag niet voldoet aan de bij artikel 5, eerste of tweede lid, van de EG-verordening PRTR, de bij of krachtens artikel 12.20a, eerste lid, van deze wet of de bij artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR gestelde eisen of niet is opgesteld met inachtneming van de bij artikel 5, derde of vierde lid, van de EG-verordening PRTR of de krachtens artikel 12.29, aanhef en onder a tot en met c, gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegde instantie kan het afgeven van de in het eerste lid bedoelde verklaring voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het PRTR-verslag heeft ingediend.
|
||||
**2.** De bevoegde instantie kan het afgeven van de in het eerste lid bedoelde verklaring voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die de betrokken inrichting drijft.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -4022,7 +3980,7 @@ b. het verslag anderszins onjuist was, en degene die het verslag heeft ingediend
|
|||
|
||||
### Artikel 12.24
|
||||
|
||||
**1.** De op grond van artikel 12.21 bevoegde instanties verstrekken de in artikel 12.20, eerste lid, bedoelde gegevens waarvan zij overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR de kwaliteit hebben beoordeeld, aan Onze Minister. De verstrekking vindt plaats in elektronische vorm telkens uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
|
||||
**1.** De op grond van artikel 12.21 bevoegde instanties verstrekken de in de artikelen 12.20, eerste lid, en 12.20a, eerste lid, bedoelde gegevens waarvan zij overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR de kwaliteit hebben beoordeeld, aan Onze Minister. De verstrekking vindt plaats in elektronische vorm telkens uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -4081,7 +4039,16 @@ b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
|
|||
|
||||
Onze Minister is belast met de uitvoering van artikel 7, tweede lid, van de EG-verordening PRTR.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 12.3.4. Slotbepalingen
|
||||
#### Paragraaf 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.28a
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in hoeverre een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 12.20a, eerste lid, onder a, voorschriften aan de vergunning kan verbinden, die de verplichting inhouden andere gegevens dan de in artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde en de krachtens artikel 12.20a, eerste lid, aangewezen gegevens aan te wijzen, die in het PRTR-verslag moeten worden opgenomen. Als andere gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden uitsluitend aangemerkt gegevens:
|
||||
|
||||
a. omtrent de lokale nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting in het verslagjaar heeft veroorzaakt, en
|
||||
b. die redelijkerwijs nodig zijn voor de vervulling door het bestuursorgaan van de in artikel 12.20a, eerste lid, onder a, bedoelde taak.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 12.3.5. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.29
|
||||
|
||||
|
|
@ -4091,7 +4058,8 @@ a. de voor de gegevensinzameling gebruikte methodiek, bedoeld in artikel 5, vijf
|
|||
b. de frequentie van informatievergaring, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de EG-verordening PRTR;
|
||||
c. de wijze waarop een PRTR-verslag moet worden opgesteld en de inhoud van een dergelijk verslag;
|
||||
d. de geheimhouding van gegevens, bedoeld in de artikelen 12.24, derde en vierde lid, en 12.26, derde lid;
|
||||
e. de wijze waarop de kwaliteitsbeoordeling van een PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, moet worden uitgevoerd.
|
||||
e. de wijze waarop de kwaliteitsbeoordeling van een PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, moet worden uitgevoerd, of
|
||||
f. de informatie die mag worden gebruikt om vast te stellen of een inrichting rapportageplichtig is op grond van artikel 12.20, eerste lid, of artikel 12.20a, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.30
|
||||
|
||||
|
|
@ -4456,7 +4424,7 @@ g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister kan ieder jaar bij ministeriële regeling subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt. Daarbij bepaalt hij de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvraag kan worden afgewezen en een beschikking inhoudende de verstrekking van een subsidie op grond van deze wet kan worden ingetrokken of gewijzigd voor zover subsidieverstrekking in strijd zou zijn respectievelijk in strijd is met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen. Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de intrekking of wijziging.
|
||||
**4.** Een aanvraag kan worden afgewezen en een beschikking inhoudende de verstrekking van een subsidie op grond van deze wet kan worden ingetrokken of gewijzigd voor zover subsidieverstrekking in strijd zou zijn respectievelijk in strijd is met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen. Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de intrekking of wijziging.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.14
|
||||
|
||||
|
|
@ -4741,7 +4709,7 @@ c. de door de provincie uitgevoerde inventarisatie van plaatsen waar afvalstoffe
|
|||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten kunnen verhaal nemen op de gestelde zekerheid, voor zover degene die de zekerheid heeft gesteld, het bedrag van de heffing, zoals dat is vastgesteld ingevolge artikel 15.45, tweede lid, niet tijdig heeft betaald.
|
||||
|
||||
**4.** Met betrekking tot de invordering van het ingevolge het derde lid te verhalen bedrag is artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten kunnen het ingevolge het derde lid te verhalen bedrag invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop financiële zekerheid wordt gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5767,7 +5735,7 @@ De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de activiteit wordt verricht of
|
|||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag stelt belanghebbenden, respectievelijk de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 17.2, derde lid, in de gelegenheid hun zienswijze, respectievelijk advies uit te brengen over het te nemen besluit, bedoeld in het vierde lid, tenzij de situatie zo spoedeisend is dat een zienswijze of advies niet kan worden afgewacht.
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag stelt belanghebbenden, respectievelijk de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 17.2, derde lid, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen, respectievelijk advies uit te brengen over het ontwerp van het te nemen besluit, bedoeld in het vierde lid, tenzij de situatie zo spoedeisend is dat een zienswijze of advies niet kan worden afgewacht.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag betrekt bij de beslissing, bedoeld in het vierde lid, de naar voren gebrachte zienswijzen en houdt bij die beslissing rekening met de uitgebrachte adviezen. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 17.2, derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5812,7 +5780,7 @@ Degene die de activiteit verricht waardoor milieuschade of een onmiddellijke dre
|
|||
a. ondanks door hem getroffen passende veiligheidsmaatregelen door een derde is veroorzaakt, of
|
||||
b. het gevolg is van de opvolging van een dwingende opdracht of instructie van een bestuursorgaan, niet zijnde een opdracht of instructie naar aanleiding van een emissie of gebeurtenis die door hemzelf is veroorzaakt.
|
||||
|
||||
**2.** In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteit verricht. Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteit verricht. Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. Het bevoegd gezag kan de kosten invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -5833,7 +5801,7 @@ b. de schade is veroorzaakt door een activiteit, emissie of gebeurtenis, die op
|
|||
|
||||
### Artikel 17.17
|
||||
|
||||
De bevoegdheid tot kostenverhaal met betrekking tot de uit hoofde van deze titel genomen maatregelen verjaart door verloop van een periode van vijf jaar na de dag waarop die maatregelen geheel zijn voltooid of na de dag waarop degene die de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt is geïdentificeerd, indien deze dag later valt.
|
||||
De bevoegdheid tot kostenverhaal met betrekking tot de uit hoofde van deze titel genomen maatregelen vervalt vijf jaren na de dag waarop die maatregelen geheel zijn voltooid of na de dag waarop degene die de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt is geïdentificeerd, indien deze dag later valt.
|
||||
|
||||
### Artikel 17.18
|
||||
|
||||
|
|
@ -5864,17 +5832,7 @@ d. het verwijderen van personen, dieren, planten of goederen uit bepaalde gebied
|
|||
|
||||
### Artikel 18.1
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
overtreding: gedraging die in strijd is met het bij of krachtens hoofdstuk 16 bepaalde, artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, of artikel 52, eerste lid, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten;
|
||||
|
||||
overtreder: de persoon die de overtreding pleegt of medepleegt;
|
||||
|
||||
bestuurlijke boete: bestuurlijke sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom, gericht op bestraffing van de overtreder;
|
||||
|
||||
dwangbevel: schriftelijk bevel van een bestuursorgaan dat ertoe strekt de betaling van een geldsom af te dwingen, voorzover de verplichting tot betaling van de geldsom uitsluitend aan dat bestuursorgaan voortvloeit uit een bij of krachtens deze wet gestelde regel;
|
||||
|
||||
onderzoek: handelingen die worden verricht met het oog op de vaststelling dat al dan niet een overtreding is begaan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.1a
|
||||
|
||||
|
|
@ -5904,10 +5862,10 @@ c. klachten, die betrekking hebben op de naleving van het met betrekking tot de
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien met betrekking tot een inrichting door het krachtens het eerste lid bevoegde bestuursorgaan een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van artikel 18.12 is gegeven en, nadat die beschikking is gegeven, voor deze inrichting als gevolg van een verandering daarvan of van de werking daarvan een ander bestuursorgaan bevoegd wordt de vergunning te verlenen dan wel het orgaan wordt waaraan de melding wordt gericht, blijft het bestuursorgaan dat de beschikking heeft gegeven, bevoegd met betrekking tot die beschikking totdat zij
|
||||
Indien met betrekking tot een inrichting door het krachtens het eerste lid bevoegde bestuursorgaan een beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van artikel 18.12 is gegeven en, nadat die beschikking is gegeven, voor deze inrichting als gevolg van een verandering daarvan of van de werking daarvan een ander bestuursorgaan bevoegd wordt de vergunning te verlenen dan wel het orgaan wordt waaraan de melding wordt gericht, blijft het bestuursorgaan dat de beschikking heeft gegeven, bevoegd met betrekking tot die beschikking totdat zij
|
||||
|
||||
a. onherroepelijk is geworden en is tenuitvoergelegd, dan wel de dwangsom is ingevorderd, of
|
||||
b. is ingetrokken, dan wel de bij de beschikking opgelegde last overeenkomstig artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht is opgeheven.
|
||||
b. is ingetrokken, dan wel de bij de beschikking opgelegde last onder dwangsom overeenkomstig artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht is opgeheven.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.2a
|
||||
|
||||
|
|
@ -6031,7 +5989,7 @@ Onze Minister draagt zorg voor de coördinatie van de uitvoering van het bepaald
|
|||
Bij de regeling worden door de deelnemende gemeenten of waterschappen aan het bestuur van het openbaar lichaam ten minste de volgende taken opgedragen:
|
||||
|
||||
a. het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten, het verzamelen en registreren van gegevens, bedoeld in artikel 18.2, eerste lid, onder b, en het behandelen van klachten, bedoeld in dat artikellid, onder c, en
|
||||
b. het voorbereiden en het uitvoeren van door burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente of van door het dagelijks bestuur van een deelnemend waterschap te geven, dan wel gegeven beschikkingen tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van artikel 18.12.
|
||||
b. het voorbereiden en het uitvoeren van door burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente of van door het dagelijks bestuur van een deelnemend waterschap te geven, dan wel gegeven beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van artikel 18.12.
|
||||
|
||||
**6.** Gedeputeerde staten doen van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling door overlegging van het besluit aan Onze betrokken Minister en aan provinciale staten en door plaatsing ervan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6082,17 +6040,15 @@ De krachtens artikel 18.4 aangewezen ambtenaren zijn voor de vervulling van hun
|
|||
|
||||
### Artikel 18.6
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan de krachtens artikel 18.4 aangewezen ambtenaren.
|
||||
Het bevoegd gezag is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan de krachtens artikel 18.4 aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.6a
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16.5, eerste lid, 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid, artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.12, tweede lid, artikel 16.12, tweede lid, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.13, artikel 16.13 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.14, artikel 16.14 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.21, artikel 16.21 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, of artikel 16.49, eerste lid, of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, of van artikel 52, eerste lid, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.
|
||||
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16.5, eerste lid, 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid, artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.12, tweede lid, artikel 16.12, tweede lid, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.13, artikel 16.13 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.14, artikel 16.14 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.21, artikel 16.21 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, of artikel 16.49, eerste lid, of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, of van artikel 52, eerste lid, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.7
|
||||
|
||||
Onze betrokken Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wet in gevallen waarin:
|
||||
Onze betrokken Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wet in gevallen waarin:
|
||||
|
||||
a. hem de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving daarvan is opgedragen of
|
||||
b. geen ander bestuursorgaan daartoe bevoegd is.
|
||||
|
|
@ -6103,17 +6059,17 @@ Artikel 18.7, aanhef en onder b, is niet van toepassing voorzover het betreft de
|
|||
|
||||
### Artikel 18.8
|
||||
|
||||
Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 18.7 behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of titel 10.7 bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
|
||||
Tot de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang krachtens artikel 18.7 behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of titel 10.7 bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.8a
|
||||
|
||||
**1.** Onze betrokken Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is, vorderen dat gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap ter zake van een overtreding van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten waartoe zij tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegd zijn, binnen een door hem te stellen termijn een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, uitvoeren, dan wel geven en uitvoeren.
|
||||
**1.** Onze betrokken Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is, vorderen dat gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap ter zake van een overtreding van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten waartoe zij tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegd zijn, binnen een door hem te stellen termijn een beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, uitvoeren, dan wel geven en uitvoeren.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuursorgaan doet van de wijze waarop gevolg is gegeven aan de vordering schriftelijk mededeling aan Onze betrokken Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het bestuursorgaan niet of niet volledig gevolg geeft aan een vordering kan Onze betrokken Minister voor rekening van dat bestuursorgaan daarin voorzien.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met dien verstande dat voor het bestuursorgaan dat bestuursdwang heeft toegepast, wordt gelezen: het bestuursorgaan dat geen gevolg heeft gegeven aan de vordering.
|
||||
**4.** Artikel 5:10, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het bestuursorgaan dat de sanctie heeft opgelegd, wordt gelezen: het bestuursorgaan dat geen gevolg heeft gegeven aan de vordering.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.8b
|
||||
|
||||
|
|
@ -6125,13 +6081,11 @@ Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 18.7 behoo
|
|||
|
||||
### Artikel 18.9
|
||||
|
||||
**1.** Een bestuursorgaan past geen bestuursdwang toe indien ter zake van de betrokken overtreding door een ander bestuursorgaan reeds een beschikking tot toepassing van bestuursdwang is gegeven en deze niet is ingetrokken.
|
||||
|
||||
**2.** Een bestuursorgaan legt geen last onder dwangsom op indien ter zake van de betrokken overtreding door een ander bestuursorgaan reeds een beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom is gegeven en deze niet is ingetrokken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.10
|
||||
|
||||
Het bestuursorgaan dat een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom heeft gegeven terzake van overtreding van de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, van het bepaalde bij of krachtens titel 9.2 of 9.3 of krachtens artikel 17.6, of van artikel 13 van de Wet bodembescherming, zendt onverwijld een afschrift van die beschikking aan de bestuursorganen die eveneens bevoegd zijn tot bestuursrechtelijke handhaving van die bepalingen.
|
||||
Het bestuursorgaan dat een beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom heeft gegeven terzake van overtreding van de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, van het bepaalde bij of krachtens titel 9.2 of 9.3 of krachtens artikel 17.6, of van artikel 13 van de Wet bodembescherming, zendt onverwijld een afschrift van die beschikking aan de bestuursorganen die eveneens bevoegd zijn tot bestuursrechtelijke handhaving van die bepalingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.11
|
||||
|
||||
|
|
@ -6153,7 +6107,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 18.14
|
||||
|
||||
Een belanghebbende kan aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven.
|
||||
Een belanghebbende kan aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.14a
|
||||
|
||||
|
|
@ -6164,7 +6118,7 @@ Een belanghebbende kan aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van
|
|||
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. een ander bestuursorgaan dat eveneens bevoegd is tot handhaving, schriftelijk heeft verklaard het verzoek in behandeling te willen nemen, en
|
||||
b. het bestuursorgaan waarbij het verzoek tot toepassing van bestuursdwang is ingediend, daarop het verzoek binnen twee weken na de datum waarop het is ontvangen, heeft doorgezonden aan dat andere bestuursorgaan.
|
||||
b. het bestuursorgaan waarbij het verzoek tot oplegging van een last onder bestuursdwang is ingediend, daarop het verzoek binnen twee weken na de datum waarop het is ontvangen, heeft doorgezonden aan dat andere bestuursorgaan.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -6175,7 +6129,7 @@ b. geeft het bestuursorgaan waaraan het verzoek is doorgezonden, een beschikking
|
|||
|
||||
### Artikel 18.15
|
||||
|
||||
Het bestuursorgaan zendt een afschrift van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang, tot oplegging van een last onder dwangsom of tot intrekking van zodanige beschikkingen dan wel van de beschikking tot intrekking van een vergunning of ontheffing aan:
|
||||
Het bestuursorgaan zendt een afschrift van de beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang, tot oplegging van een last onder dwangsom of tot intrekking van zodanige beschikkingen dan wel van de beschikking tot intrekking van een vergunning of ontheffing aan:
|
||||
|
||||
a. de inspecteur, in gevallen waarin de beschikking betrekking heeft op een inrichting die behoort tot een krachtens artikel 8.7, eerste lid, onder a, aangewezen categorie, en
|
||||
b. de andere adviseurs.
|
||||
|
|
@ -6189,13 +6143,13 @@ De beschikking op een overeenkomstig artikel 18.14 gedaan verzoek wordt zo spoed
|
|||
a. indien het verzoek overeenkomstig artikel 18.14a is doorgezonden: zes weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen door het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend;
|
||||
b. in andere gevallen: vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het verzoek wordt ingewilligd, voegt het bestuursorgaan bij de bekendmaking van de beschikking aan de verzoeker een afschrift van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning of ontheffing.
|
||||
**2.** Indien het verzoek wordt ingewilligd, voegt het bestuursorgaan bij de bekendmaking van de beschikking aan de verzoeker een afschrift van de beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning of ontheffing.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16a
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16.5, eerste lid, 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, 16.12, tweede lid, 16.12, tweede lid, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, 16.13, 16.13 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, 16.14, 16.14 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, 16.21, 16.21 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, 16.49, eerste lid, of 16.51, eerste of tweede lid, of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid. Artikel 18.16b is niet van toepassing.
|
||||
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid. Artikel 5:41 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16.21 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, kunnen een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom tezamen worden opgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6205,141 +6159,71 @@ b. in andere gevallen: vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen.
|
|||
|
||||
### Artikel 18.16b
|
||||
|
||||
Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op voorzover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16c
|
||||
|
||||
Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op indien aan de overtreder wegens dezelfde gedraging reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een mededeling als bedoeld in artikel 18.16i, derde lid, onder a, is gedaan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging:
|
||||
|
||||
a. een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, of
|
||||
b. het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 of 74c van het Wetboek van Strafrecht, dan wel ingevolge artikel 37 van de Wet op de economische delicten.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de gedraging tevens een strafbaar feit is en de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, wordt zij aan het openbaar ministerie voorgelegd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor een gedraging die aan het openbaar ministerie moet worden voorgelegd, kan het bestuur van de emissieautoriteit alsnog een bestuurlijke boete opleggen indien:
|
||||
|
||||
a. het openbaar ministerie heeft medegedeeld van strafvervolging tegen de overtreder af te zien, of
|
||||
b. sedert het voorleggen van de gedraging dertien weken zijn verstreken en geen reactie van het openbaar ministerie is ontvangen.
|
||||
Indien de gedraging tevens een strafbaar feit is en de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, legt het bestuur van de emissieautoriteit haar aan het openbaar ministerie voor.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16e
|
||||
|
||||
**1.** Een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven, meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit stemt de hoogte van de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
|
||||
**2.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a, tweede lid, het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die de inrichting in een kalenderjaar meer heeft veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot dat jaar overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.37a, eerste lid, heeft ingeleverd. Artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a, tweede lid, het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die de inrichting in een kalenderjaar meer heeft veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot dat jaar overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.37a, eerste lid, heeft ingeleverd. Het tweede lid is niet van toepassing.
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in dat lid, met betrekking tot de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 het in artikel 16, vierde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton kooldioxide-equivalent.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in dat lid, met betrekking tot de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 het in artikel 16, vierde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton kooldioxide-equivalent.
|
||||
**4.** Artikel 16.4 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 16.4 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet.
|
||||
**5.** De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16f
|
||||
|
||||
**1.** Degene die aan een handeling van de emissieautoriteit redelijkerwijs de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is niet langer verplicht ten behoeve van deze oplegging inlichtingen omtrent de overtreding te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** De overtreder wordt op het bepaalde in het eerste lid gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd inlichtingen te verstrekken, en in ieder geval wanneer hij in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot oplegging van de bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16g
|
||||
|
||||
**1.** Indien een overtreding als bedoeld in artikel 18.16a, eerste of tweede lid, is gepleegd en het bestuur van de emissieautoriteit voornemens is in verband daarmee een bestuurlijke boete op te leggen, maakt het bestuur van de emissieautoriteit een rapport op.
|
||||
**1.** Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de in artikel 18.16a, eerste en tweede lid, eerste volzin, genoemde artikelen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, vermeldt het rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, naast de in het tweede lid van dat artikel bedoelde gegevens, tevens het voornemen de naam van de overtreder op te nemen in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.
|
||||
|
||||
Het rapport is gedagtekend en vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de naam van de overtreder;
|
||||
b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift;
|
||||
c. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd;
|
||||
d. in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid: het voornemen de naam van de overtreder op te nemen in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van dit hoofdstuk in de plaats van het rapport.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de gedraging aan het openbaar ministerie wordt voorgelegd op grond van artikel 18.16d, tweede lid, wordt een afschrift van het rapport aan het openbaar ministerie toegezonden.
|
||||
**3.** Indien de gedraging aan het openbaar ministerie wordt voorgelegd op grond van artikel 18.16d, wordt een afschrift van het rapport aan het openbaar ministerie toegezonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16h
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt op verzoek afschriften daarvan beschikbaar.
|
||||
|
||||
**2.** Indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt de emissieautoriteit er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16i
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder in de gelegenheid om zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot:
|
||||
|
||||
a. het opleggen van een bestuurlijke boete;
|
||||
b. in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid: het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het rapport, bedoeld in artikel 18.16g, eerste lid, wordt reeds bij de uitnodiging, bedoeld in het eerste lid, aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien het bestuur van de emissieautoriteit nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat:
|
||||
|
||||
a. voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, of, in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, de naam van de overtreder niet wordt opgenomen in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid, of
|
||||
b. de overtreding alsnog aan het openbaar ministerie zal worden voorgelegd,
|
||||
|
||||
wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld.
|
||||
In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, hebben de artikelen 5:49, 5:50, 5:51 en 5:53, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht mede betrekking op het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16j
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit beslist binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport, bedoeld in artikel 18.16g, eerste lid, omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete en, in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop het bestuur van de emissieautoriteit bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16k
|
||||
|
||||
De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de naam van de overtreder;
|
||||
b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift;
|
||||
c. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd;
|
||||
d. het bedrag van de boete;
|
||||
e. de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden;
|
||||
f. in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid: het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.
|
||||
In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, vermeldt de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete tevens dat de naam van de overtreder wordt opgenomen in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16l
|
||||
|
||||
**1.** De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a, eerste en tweede lid, vervalt tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**2.** Indien tegen de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.
|
||||
In afwijking van artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van artikel 18.16a, eerste en tweede lid, tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16m
|
||||
|
||||
**1.** De betaling van de bestuurlijke boete geschiedt binnen zes weken nadat de termijn afloopt voor het indienen van een bezwaarschrift of, indien gedurende die termijn bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, op dat verzoek is beslist, tenzij de beschikking, bedoeld in artikel 18.16k, een later tijdstip vermeldt.
|
||||
|
||||
**2.** De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop de in het eerste lid bedoelde termijn is verstreken. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt het bedrag van de verschuldigde rente vast.
|
||||
|
||||
**3.** Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, maant het bestuur van de emissieautoriteit degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd schriftelijk aan binnen twee weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de aanmaning is toegezonden, alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de krachtens het tweede lid verschuldigde rente en de kosten van de aanmaning, te betalen. De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16n
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van volledige betaling binnen de in artikel 18.16m, derde lid, genoemde termijn van twee weken kan het bestuur van de emissieautoriteit de verschuldigde boete invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**2.** Een dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kan worden gelegd.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvaardiging en betekening van het dwangbevel geschieden op kosten van degene tegen wie het is uitgevaardigd. De kosten zijn ook verschuldigd indien het dwangbevel door betaling van verschuldigde bedragen niet of niet volledig ten uitvoer is gelegd. De kosten die het bestuur van de emissieautoriteit in rekening kan brengen, betreffen ten hoogste de daadwerkelijk gemaakte kosten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het dwangbevel worden tevens de kosten van de aanmaning, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel in rekening gebracht.
|
||||
|
||||
**5.** De bekendmaking van een dwangbevel geschiedt door middel van betekening van een exploot als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De artikelen 3:41 tot en met 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing. Het exploot vermeldt in ieder geval de rechtbank waarbij tegen het dwangbevel en de tenuitvoerlegging ervan overeenkomstig de artikelen 438 en 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden opgekomen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16o
|
||||
|
||||
Artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanmaning, bedoeld in artikel 18.16m, derde lid, en het dwangbevel, bedoeld in artikel 18.16n, eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16p
|
||||
|
||||
|
|
@ -6349,11 +6233,9 @@ Artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanma
|
|||
|
||||
### Artikel 18.16q
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die jegens de in artikel 18.4, vijfde lid, of artikel 18.4a, eerste lid, bedoelde personen in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een boete opleggen van ten hoogste € 4 500.
|
||||
**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die jegens de in artikel 18.4, vijfde lid, of artikel 18.4a, eerste lid, bedoelde personen in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 4 500.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen boete op als bedoeld in het eerste lid, indien de overtreder aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding.
|
||||
**2.** Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.17
|
||||
|
||||
|
|
@ -6438,17 +6320,13 @@ Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens artikel
|
|||
|
||||
### Artikel 19.7
|
||||
|
||||
**1.** Indien in een milieuverslag als bedoeld in titel 12.1, milieu-informatie voorkomt of milieu-informatie daaruit kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur gerechtvaardigd is, kan het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, eerste onderscheidenlijk tweede volzin, op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft, toestaan dat een door dat bestuursorgaan goedgekeurde, tweede tekst openbaar wordt gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit die informatie niet kan worden afgeleid. Het bestuursorgaan maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het verslagjaar. Bij het verzoek wordt een tweede tekst overgelegd.
|
||||
**1.** Indien in een verslag als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder b, milieu-informatie voorkomt of milieu-informatie daaruit kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur gerechtvaardigd is, kan het bestuur van de emissieautoriteit op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft, toestaan dat een door het bestuur van de emissieautoriteit goedgekeurde, tweede tekst openbaar wordt gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit die informatie niet kan worden afgeleid. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het verslagjaar. Bij het verzoek wordt een tweede tekst overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Indien in een milieuverslag als bedoeld in titel 12.1, milieu-informatie voorkomt of daaruit milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, onderscheidenlijk artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur, wordt een door degene die de inrichting drijft, op aanwijzing van Onze betrokken Minister opgestelde tweede tekst openbaar gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid.
|
||||
**2.** Indien in een verslag als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder b, milieu-informatie voorkomt of daaruit milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, onderscheidenlijk artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur, wordt een door degene die de inrichting drijft, op aanwijzing van het bestuur van de emissieautoriteit opgestelde tweede tekst openbaar gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 19.4 en 19.5, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan, kan openbaarmaking van het betrokken milieuverslag achterwege blijven tot uiterlijk vier weken nadat op dat verzoek onherroepelijk is beslist.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op een verslag als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder b.
|
||||
|
||||
**6.** Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een milieuverslag als bedoeld in titel 12.1 of die uit zodanig verslag kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen.
|
||||
**4.** Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan, kan openbaarmaking van het betrokken verslag, bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder b, achterwege blijven tot uiterlijk vier weken nadat op dat verzoek onherroepelijk is beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 19.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -6528,10 +6406,8 @@ e. houdende een certificaat of een accreditatie als bedoeld in artikel 11.2, der
|
|||
f. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 17.5, eerste lid,
|
||||
g. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 18.3d, eerste lid, of 18.3f, eerste lid,
|
||||
h. houdende een aanwijzing van Onze Minister met toepassing van artikel 18.3f, zevende lid, aan burgemeester en wethouders of aan het dagelijks bestuur van een waterschap ter zake van de uitvoering door deze bestuursorganen van het bepaalde krachtens artikel 18.3,
|
||||
i. houdende een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 18.3e, eerste lid, laatste volzin,
|
||||
j. houdende een vordering als bedoeld in artikel 18.8a, eerste lid,
|
||||
l. inhoudende een aanmaning als bedoeld in artikel 18.16m, derde lid, of
|
||||
l. inhoudende een dwangbevel als bedoeld in artikel 18.16n, eerste lid.
|
||||
i. houdende een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 18.3e, eerste lid, laatste volzin, of
|
||||
j. houdende een vordering als bedoeld in artikel 18.8a, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid, onder a, c, d of f, beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6695,7 +6571,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken
|
|||
|
||||
**3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.40, 8.45, 8.49, vijfde lid, 9.2.1.3, tweede lid, 9.2.1.4, 9.2.2.1, eerste lid, 9.2.3.1, derde lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, vierde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.4, 12.5, 12.10, tweede lid, 12.11, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, tweede lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.5016.53, tweede lid, 17.7, 18.3 of 21.4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.40, 8.45, 8.49, vijfde lid, 9.2.1.3, tweede lid, 9.2.1.4, 9.2.2.1, eerste lid, 9.2.3.1, derde lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, vierde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.10, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.20a, eerste lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, tweede lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.5016.53, tweede lid, 17.7, 18.3 of 21.4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
|
||||
**5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6715,7 +6591,7 @@ Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering
|
|||
|
||||
### Artikel 22.1
|
||||
|
||||
**1.** De hoofdstukken 8 en 17 en titel 12.1 van deze wet zijn niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, behoudens voor zover uit de bepalingen van die wet anders blijkt. Die hoofdstukken en die titel zijn evenmin van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor bij of krachtens andere dan in de eerste volzin genoemde bepalingen van die wet vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden, behoudens voor zover uit de bij of krachtens die wet gestelde bepalingen anders blijkt.
|
||||
**1.** De hoofdstukken 8 en 17 en titel 12.3 van deze wet zijn niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, behoudens voor zover uit de bepalingen van die wet anders blijkt. Die hoofdstukken en die titel zijn evenmin van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor bij of krachtens andere dan in de eerste volzin genoemde bepalingen van die wet vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden, behoudens voor zover uit de bij of krachtens die wet gestelde bepalingen anders blijkt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue