2015-01-01 | BWBR0032335 | Besluit dierlijke producten

This commit is contained in:
Coornhert 2015-01-01 12:00:00 +00:00
parent 36ebd10eb9
commit d5ed6dcaed

View file

@ -16,8 +16,13 @@ citeertitel: Besluit dierlijke producten
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*boerderijmelk:* rauwe melk die door een melkveehouder kennelijk bestemd is voor aflevering anders dan aan consumenten;
*kaas:* product dat wordt verkregen door stremming van melk waaraan al dan niet melkbestanddelen zijn toegevoegd of onttrokken, de verwijdering van wei en de rijping tot voor de consumptie gereed product;
*leverantie van boerderijmelk:* de transactie waarbij een melkveehouder boerderijmelk ter beschikking van de ontvanger van boerderijmelk stelt en deze de desbetreffende melk in ontvangst neemt met het kennelijke doel deze te bewerken, te verwerken of te verhandelen;
*melk:* door het melken van één of meer koeien, geiten, schapen of buffelkoeien verkregen product, zonder dat daaraan stoffen worden toegevoegd of onttrokken;
*melkveehouder:* de natuurlijke of rechtspersoon die bedrijfsmatig melkkoeien of melkgeiten houdt;
*ontvanger van boerderijmelk:* de natuurlijke of rechtspersoon die op jaarbasis 500.000 kg of meer boerderijmelk bedrijfsmatig ontvangt van één of meer in Nederland gevestigde melkveehouders en ter zake betalingen aan de desbetreffende melkveehouders verricht, met uitzondering van boerderijzuivelbereiders;
*rauwe melk:* product dat wordt afgescheiden door de melkklier van één of meer koeien of geiten en dat niet verwarmd is tot boven 40°C en dat evenmin een behandeling met een gelijkwaardig effect heeft ondergaan;
*Stichting COKZ:* Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel te Leusden;
*Stichting Skal:* Stichting Skal te Zwolle;
*verordening (EEG) nr. 2913/92:* verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG 1992 L 302);
@ -117,7 +122,33 @@ b. producten geplaatst onder een douaneregeling als bedoeld in artikel 4, onderd
### Artikel 2.8a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de voorwaarden voor het gebruik van vermeldingen bij het in de handel brengen van pluimveevlees van in Nederland gehouden en geslachte dieren.
**2.**
De in het eerste lid bedoelde regels kunnen betrekking hebben op de volgende vermeldingen, ter aanduiding van het houderijsysteem:
a. «Scharrel ... binnengehouden»;
b. «Scharrel ... met uitloop»;
c. «Boerenscharrel ... met uitloop» of «Hoeve ... met uitloop»;
d. «Boerenscharrel ... met vrije uitloop» of «Hoeve ... met vrije uitloop».
### Artikel 2.8b
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de leverantie van boerderijmelk.
**2.** Het is ontvangers van boerderijmelk verboden boerderijmelk in ontvangst te nemen als voor de desbetreffende leverantie van boerderijmelk niet wordt voldaan aan de krachtens het eerste lid gestelde regels.
**3.**
De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op onder meer:
a. de registratie van ontvangers van boerderijmelk;
b. de hoedanigheid van de boerderijmelk;
c. de bemonstering van de boerderijmelk en het bewaren van de monsters;
d. de bepaling van de hoeveelheid, kwaliteit, samenstelling en hoedanigheid van de boerderijmelk;
e. het vervoer van de boerderijmelk en de vervoermiddelen;
f. het bijhouden van een administratie.
### Artikel 2.9
@ -125,12 +156,12 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Op de uitvoering van het toezicht en de keuring, bedoeld in de artikelen 2.10 en 2.11, door de instellingen, bedoeld in die artikelen, zijn van overeenkomstige toepassing:
a. de artikelen 8 tot en met 10, 11, eerste en vierde tot en met zevende lid, en 13 van de Landbouwkwaliteitswet;
a. de artikelen 8 tot en met 10, 11, eerste en vierde tot en met zevende lid, en 13 tot en met 13y van de Landbouwkwaliteitswet;
b. het Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet.
**2.** Op de uitvoering van het toezicht op de naleving van regels over de kwaliteit van levensmiddelen van dierlijke oorsprong door Onze Minister, is artikel 11, tweede en vierde tot en met zevende lid, van de Landbouwkwaliteitswet van overeenkomstige toepassing.
**3.** Artikel 13a van de Landbouwkwaliteitswet is van overeenkomstige toepassing op een recht van een houder van een kwaliteitsaanduiding van een landbouwproduct of levensmiddel van dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 2.6.
**3.** Artikel 14 van de Landbouwkwaliteitswet is van overeenkomstige toepassing op een recht van een houder van een kwaliteitsaanduiding van een landbouwproduct of levensmiddel van dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 2.6.
### Artikel 2.10